CConstaterende datLeusden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Concept Toelichting huisvestingsverordening Leusden_versie 2__235243__.pdf

Raadsvergadering 26 juni 2025, gemeente LeusdenBij agendapunt: 14: RV Huisvestingsverordening Leusden 202511.304 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Het tweede lid geeft aan, welke informatie bij de aanvraag ingediend moet worden. Met dit artikel wordt uitvoering gegeven aan artikel 13, tweede lid, van de Huisvestingswet 2014. Twee soorten urgente groepen hoeven niet een urgentieverklaring aan te vragen. Voor hen wordt deze urgentieverklaring ambtshalve verleend. Dit komt omdat deze groepen erg afgebakend en goed te definiëren zijn en de huisvesting van deze groepen de directe verantwoordelijkheid van de gemeente is. Hierdoor kunnen ambtenaren bepalen of iemand in deze categorie valt, en hoeven zij dus niet zelf een aanvraag te doen. Dit geldt voor vergunninghouders, die onderdeel van de taakstelling zijn, en stadsvernieuwingsurgenten, die door renovatie of sloop moeten verhuizen. Artikel 3.1.2 22

Op grond van het eerste lid wordt de urgentieverklaring geweigerd als sprake is van één of meer van de volgende situatie: - de aanvrager komt op grond van artikel 10, tweede lid, van de Huisvestingswet 2014 niet voor een huisvestingsvergunning in aanmerking. Het gaat dan om een aanvrager die niet de Nederlandse nationaliteit heeft of op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander behandeld moet worden, of geen rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdeling is; - het huishouden van de aanvrager heeft ten minste één meerderjarig lid, zie artikel 2.2.2 van de verordening; - de aanvrager behoort niet tot tenminste één van de in paragraaf 3.2 bedoelde urgentiecategorieën. Het gaat in het eerste lid om imperatieve weigeringsgronden (dus: “wordt geweigerd”, en niet “kunnen weigeren”). Hier kan enkel met toepassing van de hardheidsclausule van afgeweken worden (zie artikel 3.2.9). In het tweede en derde lid gaat het om facultatieve weigeringsgronden (dus: “kunnen weigeren”, en niet: “wordt geweigerd”). De voorwaarden in het tweede lid gaan in op te meten en een dus te bewijzen reden tot weigeringen. In het derde lid moet een weigering gemotiveerd worden aan de hand van verschillende redenen waarom een urgentiestatus de woningzoekende niet zou helpen of niet nodig is. Er kan een urgentiecommissie worden aangesteld om deze afweging te maken.

Dit artikel is niet van toepassing op aanvragen om indeling in de urgentiecategorieën uitstroom naar zelfstandig wonen (3.2.1), mantelzorg (3.2.2), ernstige chronische medische problematiek (3.2.3) of deelname aan overheidsprogramma (3.2.4). Voor deze groepen gelden vanuit de Wet versterking regie op de volkshuisvesting andere regels, de specifieke regels voor deze groepen zijn in artikel 3.1.3. en 3.1.7 genoemd. Artikel 3.1.3 De in de artikelen 3.2.1, 3.2.2, 3.2.3 of 3.2.4 bedoelde urgentiecategorieën anticiperen op de urgentiecategorieën die met het wetsvoorstel ‘Wet versterking regie volkshuisvesting’ in te voeren verplichte urgentiecategorieën.1 Daarom zijn in artikel 3.1.3 specifieke weigeringsgronden opgenomen voor aanvragen om indeling in die urgentiegronden, die in deze wet worden voorgeschreven. De weigeringsgronden uit artikel 3.1.2. zijn op deze categorie niet van toepassing. De woningzoekende moet in de eerste instantie economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de woningmarktregio om in aanmerking te komen voor urgentie. Enkel in het geval van mantelzorg (zonder een bindingseis) en ernstige chronische medische problematiek (met een bindingseis aan het schaalniveau van de gemeente) is dit niet zo. 1

Zie het concept van de Regeling versterking regie volkshuisvesting.

23

Belangrijk is dat in het tweede lid onder i wordt geregeld dat een woningzoekende maar in één gemeente een urgentieverklaring voor een bepaalde categorie kan verkrijgen. In het derde lid wordt geregeld dat de woningzoekende die uitstroomt naar zelfstandig wonen ook uit kan stromen naar een andere gemeente dan de gemeente van herkomst (waar die woonde voordat die instroomde in de instelling), mocht de persoonlijke situatie daarvoor vragen. Ook onder het mom van evenwichtige spreiding kan de urgent woningzoekende buiten de gemeente van herkomst een woning toegewezen krijgen. Buiten deze twee zwaarwegende redenen is het de norm dat urgentie enkel in de gemeente van herkomst wordt toegekend. Als er een bindingseis wordt gesteld tellen toewijzingen aan urgente woningzoekenden mee in het percentage dat met voorrang voor lokaal woningzoekenden kan worden toegewezen (50%). In het geval dat er binnen een gemeente zonder binding op grond van lid een urgentieverklaring wordt gegeven, tellen die toewijzingen niet mee in het percentage. Artikel 3.1.4 Het eerste lid van dit artikel beschrijft wat er tenminste in de urgentieverklaring opgenomen wordt. Naast de gegevens van de woningzoekende aan wie de urgentieverklaring verleend wordt, staat vooral het zoekprofiel centraal: de ‘voorrang’ van de urgentieverklaring geldt alleen bij woningen die aan het zoekprofiel voldoen.

Het zoekprofiel wordt ingesteld om ervoor te zorgen dat woningzoekenden wel passend gaan wonen en dat de woonruimte ook echt bijdraagt aan het oplossen van de oorzaak van de urgentie. Het tweede, derde en vierde lid bevatten bepalingen over de duur van de urgentieverklaring. De urgentieverklaring vervalt als een woning wordt toegewezen of na 6 maanden na de verlening van de verklaring. Dit is omdat het gaat om urgente problematiek welke binnen 6 maanden moet worden opgelost. Als het gaat om stadsvernieuwingsurgenten waarvan de woning gesloopt wordt vervalt de urgentie op datum van de sloop. In bepaalde gevallen kan de geldigheid van de urgentieverklaring verlengd worden. Dit kan eenmalig met (nogmaals) 6 maanden gebeuren. Dit kan alleen als het probleem nog even groot is, een nieuwe woning de oplossing is en als de woningzoekende zelf genoeg heeft gedaan om te zorgen dat er gebruik kan worden gemaakt van de urgentie (door te reageren op passend aanbod en geen woning te weigeren binnen het aanbodmodel). In een enkel geval kan de urgentievergunning volgens het vierde lid wel nogmaals verlengd worden, mocht er een erg specifieke woonvraag zijn, zoals een erg groot gezin of meervoudige handicaps waarvoor maar zelden passend aanbod vrijkomt. Artikel 3.1.5 In het eerste lid van dit artikel wordt aangegeven, dat de urgentieverklaring ‘voorrang’ geeft bij de verlening van 24

huisvestingsvergunningen. Hoe precies is bepaald in paragraaf 2.3 van de verordening. Zie de artikelen 2.3.9 tot en met 2.3.12. Het tweede lid beschrijft wat de houder van de urgentieverklaring zelf moet doen om zo snel mogelijk een passende woning te vinden: zoeken naar en reageren op passende woonruimte die op het digitale platform te huur wordt aangeboden. In het derde lid is aangegeven, dat woningcorporaties ook via directe bemiddeling een passende woning kunnen aanbieden aan de houder van een urgentieverklaring. Dit is in de gemeente Leusden de meest gangbare manier. Dit artikel maakt mogelijk dat er ook zelf gezocht kan worden door woningzoekenden met een urgentieverklaring. In het vierde lid wordt bepaald dat, wanneer er een woning op basis van de urgentieverklaring wordt toegewezen die binnen het zoekprofiel van de urgent woningzoekende past, de urgentieverklaring vervalt. Artikel 3.1.6 In dit artikel is bepaald wanneer een urgentieverklaring ingetrokken (zie het tweede lid) kan worden. Als een woningzoekende een passende woning, die valt binnen het zoekprofiel, weigert kan de urgentieverklaring worden ingetrokken. Dit is een mogelijkheid, geen verplichting. In het derde lid wordt aangegeven dat een nieuwe urgentieverklaring wordt afgegeven als een woningzoekende door veranderende omstandigheden in een andere urgentiecategorie vallen.

Deze nieuwe urgentieverklaring heeft een nieuwe ingangsdatum en ook de looptijd van de urgentie begint opnieuw. Dit artikel is niet van toepassing op aanvragen om indeling in één van de artikelen 3.2.1, 3.2.2, 3.2.3 of 3.2.4 bedoelde urgentiecategorieën. Voor deze groepen gelden vanuit de Wet versterking regie op de volkshuisvesting andere regels, de regels voor deze specifieke groepen zijn in artikel 3.1.3. en 3.1.7 genoemd. Artikel 3.1.7 De urgentiecategorieën uitstroom naar zelfstandig wonen (3.2.1), mantelzorg (3.2.2), ernstige chronische medische problematiek (3.2.3) of deelname aan overheidsprogramma (3.2.4) anticiperen op met het wetsvoorstel ‘Wet versterking regie volkshuisvesting’ in te voeren verplichte urgentiecategorieën.2 Daarom zijn in artikel 3.1.7 specifieke intrekkings- en wijzigingsgronden opgenomen voor aanvragen om indeling in die urgentiegronden die in lijn zijn met die wet. Onder d. in dit artikel wordt bepaald dat een woning weigeren, die voldoet aan het zoekprofiel reden is om de urgentieverklaring in te trekken. Dit is een mogelijkheid, geen verplichting.

2

Zie het concept van de Regeling versterking regie volkshuisvesting.

25

Paragraaf 3.2 Urgentiecategorieën In deze paragraaf worden de verschillende gronden op basis waarvan urgentie kan worden aangevraagd beschreven. Hierbij geldt dat de toetsingsgronden uit paragraaf 3.1 de basis vormen en, afhankelijk van de urgentiecategorie, aanvullende eisen gelden voordat de urgentieverklaring wordt toegekend. Artikel 3.2.1 De in dit artikel opgenomen urgentiecategorie ziet op de uitstroom van woningzoekenden vanuit de in het tweede lid genoemde voorzieningen of instellingen. Hieronder valt ook de uitstroom uit de NIDOS woningen in de gemeente Leusden. Het derde lid biedt de mogelijkheid om voorwaarden aan de urgentieverklaring te verbinden, zoals het opleggen van begeleiding. Dit artikel anticipeert op een met het wetsvoorstel ‘Wet versterking regie volkshuisvesting’ in te voeren verplichte urgentiecategorie. 3 In aanvulling daarop is in het eerste lid, onder b, opgenomen dat sprake moet zijn van economische of maatschappelijke binding met de woningmarktregio. Om te zorgen dat men pas uitstroomt als dit verantwoordelijk wordt geacht door de zorginstantie, is het deze zorginstantie die de urgentie voor de woningzoekende aanvraagt. Voor de in het tweede lid, onder b, genoemde categorie woningzoekenden moet op grond van het huidige artikel 12, derde lid, van de Huisvestingswet 2014 ook al een regeling in de verordening opgenomen worden.

Artikel 3.2.2 De in dit artikel opgenomen urgentiecategorie ziet op de verleners en ontvangers van mantelzorg. Zie de cumulatieve voorwaarden. Dit artikel vormt een uitwerking van artikel 12, derde lid, van de Huisvestingswet 2014. De urgentieverklaring moet bijdragen aan een verbetering van de situatie zoals beschreven in lid i. De verhuizing moet dus zorgen dat de afstand tussen de mantelzorg ontvanger en mantelzorgverlener kleiner wordt. Dit artikel anticipeert op een met het wetsvoorstel ‘Wet versterking regie volkshuisvesting’ in te voeren verplichte urgentiecategorie. 4 In aanvulling daarop is in onder a, opgenomen dat sprake moet zijn van economische of maatschappelijke binding met de gemeente. Het is belangrijk dat de urgentie de mantelzorg faciliteert, dit wordt bijvoorbeeld getoetst door een minimaal aantal uur mantelzorg te eisen en een minimale afstand tussen de mantelzorger en ontvanger. Door urgentie voor mantelzorgers of – ontvangers te faciliteren draagt dit bij aan het langer thuis kunnen blijven wonen van ouderen. 3

Zie het concept van de Regeling versterking regie volkshuisvesting.

4

Zie het concept van de Regeling versterking regie volkshuisvesting.

26

Artikel 3.2.3 De in dit artikel opgenomen urgentiecategorie ziet op woningzoekenden die kampen met ernstige chronische en medische problematiek waardoor dat in de huidige woonsituatie levensontwrichtend is. Zie de cumulatieve voorwaarden van het eerste lid. De voorwaarde onder e. is enkel van toepassing voor de gevallen waar de problematiek van psychische aard is, en geldt dus niet voor woningzoekenden met niet-psychische vormen van ernstige en chronische problematiek. Het tweede lid bevat een specifieke regeling over advisering door een onafhankelijke sociaal-medische adviseur aan burgemeester en wethouders, ter voorbereiding van de beslissing op de aanvraag. Het derde lid biedt de mogelijkheid om voorwaarden met het oog op begeleiding aan de urgentieverklaring te verbinden in het geval dat de problematiek van psychische aard is. Dit artikel anticipeert op een met het wetsvoorstel ‘Wet versterking regie volkshuisvesting’ in te voeren verplichte urgentiecategorie. 5 In aanvulling daarop is in het eerste lid, onder a, opgenomen dat sprake moet zijn van economische of maatschappelijke binding met de gemeente. Artikel 3.2.4 De in dit artikel opgenomen urgentiecategorie ziet op woningzoekenden die deelnemen aan een overheidsprogramma gericht op sekswerkers die duurzaam uit de seksbranche stappen. Zie de cumulatieve voorwaarden van het eerste lid.

Het tweede lid biedt de mogelijkheid om voorwaarden aan de urgentieverklaring te verbinden. Dit artikel anticipeert op een met het wetsvoorstel ‘Wet versterking regie volkshuisvesting’ in te voeren verplichte urgentiecategorie. 6 In aanvulling daarop is in het eerste lid, onder a, opgenomen dat sprake moet zijn van economische of maatschappelijke binding met de gemeente. Artikel 3.2.5 De in dit artikel opgenomen urgentiecategorie ziet op de huisvesting van vergunninghouders (“statushouders”) als onderdeel van de wettelijke taakstelling van de gemeente. Zie hoofdstuk 5, paragraaf 1, van de Huisvestingswet 2014. Artikel 3.2.6 De in dit artikel opgenomen urgentiecategorie ziet op woningzoekenden die zich geconfronteerd zien met een grote achteruitgang van het inkomen en daardoor de huidige woning moeten verlaten. Zie de cumulatieve voorwaarden. 5 6

Zie het concept van de Regeling versterking regie volkshuisvesting. Zie het concept van de Regeling versterking regie volkshuisvesting.

27

Artikel 3.2.7 De in dit artikel opgenomen urgentiecategorie ziet op woningzoekenden die als gevolg van relatiebeëindiging de huidige woning moeten verlaten. Zie de cumulatieve voorwaarden van het eerste lid. Als uitgangspunt geldt, dat de urgentieverklaring alleen verleend wordt aan de (ex)partner die de zorg voor de minderjarige kinderen draagt. Als beide (ex)partners die zorg gelijk verdelen, krijgt alleen de (ex)partner met het laagste inkomen de urgentieverklaring. Artikel 3.2.8 De in dit artikel opgenomen urgentiecategorie ziet op woningzoekenden die vanwege stadsvernieuwing hun huidige woning moeten verlaten. Zie de cumulatieve voorwaarden van het eerste lid. Artikel 3.2.9 Bij het opstellen van de hardheidsclausule is rekening gehouden met aanwijzing 76 uit de VNG-uitgave “100 Ideeën voor de gemeentelijke regelgever, vierde, herziene editie 2023”. De hardheidsclausule noemt, ter voorkoming van verboden ‘blanco delegatie’, de specifieke bepalingen waar burgemeester en wethouders bij het gebruiken van de hardheidsclausule van af kunnen wijken. Deze hardheidsclausule maakt het mogelijk om af te wijken van het eerste lid in de artikelen 3.1.2. en 3.1.3.. Dit maakt dat er toch een urgentie kan worden verleend ook al voldoet een woningzoekende niet aan de eisen van de urgentie categorieën uit paragraaf 3.2.

Hoofdstuk 4 Standplaatsen voor woonwagens Dit hoofdstuk gaat in op de toewijzing van standplaatsen. Beleid op het gebied van standplaatsen kan ook in aanverwant beleid worden opgenomen. Voor de transparantie is gekozen om dat aanverwante beleid op te nemen in de huisvestingsverordening. Urgentie is niet geldig in dit deel van de woningvoorraad, omdat er dermate weinig aanbod is en dit aanbod door de krapte beschikbaar moet blijven voor de doelgroep. De gemeente Leusden heeft op dit moment geen standplaatsen, deze zijn dus schaars. Regels voor de toewijzing van de toekomstige standplaatsen zijn gebaseerd op het afstammingsbeginsel, om de cultuur van de bewoners te beschermen. Paragraaf 4.1 Huisvestingsvergunning voor standplaatsen Het is verplicht om een huisvestingsvergunning te hebben voordat een standplaats mag worden verhuurd. Deze vergunningen worden gegeven door de gemeente. Dit kan gemandateerd worden. Artikel 4.1.1 Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 4.1.2 Dit artikel bevat aanvullende begripsomschrijvingen. 28

Het begrip ‘standplaats’ wordt gedefinieerd in artikel 1 van de Huisvestingswet 2014 en is daarom hier niet nogmaals gedefinieerd. Artikel 4.1.3 In dit artikel wijst de gemeenteraad de huisvestingsvergunningplichtige woonruimte – hier specifiek: standplaatsen – aan. Verder is tot uitdrukking gebracht dat het verbod om zonder daartoe strekkende huisvestingsvergunning de hier aangewezen woonruimte in gebruik te geven of te nemen, in artikel 8 van de Huisvestingswet 2014 staat. Paragraaf 4.2 Aanvragen, verlenen en weigeren van de huisvestingsvergunning voor standplaatsen Artikel 4.2.1 In het eerste lid wordt aangegeven waar de huisvestingsvergunning aangevraagd dient te worden en dat burgemeesters en wethouders hiervoor een formulier kunnen vaststellen. In het tweede lid is aangegeven, welke informatie in ieder geval met de aanvraag wordt ingediend. Artikel 4.2.2 In dit artikel is de categorieën woningzoekenden aangewezen die in aanmerking komt voor het verkrijgen van een huisvestingsvergunning. Door de aanwijzing van deze categorieën woningzoekenden geeft de gemeenteraad uitvoering aan artikel 10, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014. De basis voor de selectie van welke woningzoekenden in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning voor een standplaats is het afstammingsbeginsel.

Iemand wordt gezien als behorend tot de doelgroep woonwagenbewoners wanneer deze persoon op dit moment op een woonwagenlocatie woont, eerder op een woonwagenlocatie heeft gewoond of afstamt van (groot-) ouders die in een woonwagen wonen of hebben gewoond. Artikel 4.2.3 In het eerste lid van dit artikel wordt aangegeven, dat burgemeester en wethouders beslissen over het verlenen, weigeren, wijzigen en intrekken van de huisvestingsvergunning. Dit is overeenkomstig de normale, in de Gemeentewet geregelde, verdeling van bevoegdheden over de bestuursorganen van de gemeente. Het tweede lid geeft aan, in welke gevallen burgemeester en wethouders de huisvestingsvergunning in ieder geval weigeren. Dit is in het geval dat de woningzoekende niet in aanmerking komt, bijvoorbeeld doordat deze niet voldoet aan het afstammingsbeginsel (a), niet is ingeschreven bij het zoekplatform (b), of niet voldoet aan de inkomensgrens voor sociale huur (c). Ook kan een andere woningzoekende voorrang krijgen (d) of is de standplaats niet volgens de regels aangeboden (e). Daarmee geeft het tweede lid uitvoering aan artikel 9 van de Huisvestingswet 2014. Artikel 4.2.4 29

Dit artikel bepaalt wat er tenminste in een huisvestingsverordening vermeld moet staan. Het tweede lid benoemt de mogelijkheid in artikel 19 van de Huisvestingswet 2014 om een mandaat te geven om huisvestingsvergunning te verlenen. Paragraaf 4.3 Inschrijving van woningzoekenden en bekendmaken van het aanbod Artikel 4.3.1 Dit artikel bevat regels voor de inschrijving van woningzoekenden die in aanmerking willen komen voor een standplaats. Die inschrijving vindt plaats in het door de gemeente ingerichte digitale platform. Artikel 4.3.2 Standplaatsen worden voor minimaal 3 dagen aangeboden op het door de gemeente ingerichte digitale platform. Gedurende deze termijn gaat de verhuurder niet tot selectie van de beoogde huurder over. Het is namelijk belangrijk, dat de woningzoekenden die gelet op paragraaf 4.4, voorrang hebben bij de verlening van een huisvestingsvergunning, voldoende kans hebben om op de aangeboden woonruimte te reageren en om als beoogd huurder geselecteerd te worden. Het tweede lid stelt meer inhoudelijke eisen aan het aanbod van de standplaats. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan artikel 20 van de Huisvestingswet 2014. Het vierde lid geeft burgemeester en wethouders de mogelijkheid om over bepaalde onderwerpen nadere regels te stellen.

Paragraaf 4.4 Volgorde waarin woningzoekenden voor een standplaats in aanmerking komen Artikel 4.4.1 Algemene volgordebepaling Dit artikel beschrijft hoe bepaald wordt, in welke volgorde de woningzoekenden in aanmerking komen voor de huisvestingsvergunning voor een standplaats. Deze volgorde is gebaseerd op het afstammingsbeginsel Artikel 4.4.2. Voorrang vanwege economische en maatschappelijke gebondenheid Dit artikel vult de volgordebepaling binnen groepen aan. Bij toewijzing wordt de volgende rangorde gehanteerd (op 1 staat de persoon die als eerste in aanmerking komt): 1. Inwonend (klein-)kind van degene die de standplaats huurde voordat deze leeg kwam *; 2. Bewoner van een andere standplaats op de woonwagenlocatie waar een standplaats vrijkomt, onder voorwaarde dat de eigen standplaats vrij komt; 3. Overige inwonende op de woonwagenlocatie waar een standplaats vrij komt *; 4. Overige inwonende op een andere woonwagenlocatie in de gemeente Leusden*; 30

5. Standplaatszoekende die zelf in het verleden op de locatie heeft gewoond waar een standplaats vrij komt, of wiens ouders op deze locatie wonen of hebben gewoond; 6. Standplaatszoekende die zelf in het verleden op een andere woonwagenlocatie in de gemeente Leusden heeft gewoond, of wiens (groot-)ouders op een woonwagenlocatie in Leusden wonen of hebben gewoond; 7. Standplaatszoekende die zelf in het verleden op een woonwagenlocatie in regio Eemvallei heeft gewoond, of wiens (groot-)ouders op een woonwagenlocatie in regio Eemvallei wonen of hebben gewoond. 8. Overige standplaatszoekenden. * Voorwaarde is dat de betreffende hoofdhuurder ten minste twee jaar staat ingeschreven op de woonwagenlocatie. 4.4.3. Specifieke volgordebepaling Bij gelijke gevallen binnen een categorie van artikel 4.4.2. geldt dat de standplaatszoekende met de oudste inschrijfdatum voorgaat op andere standplaatszoekenden uit dezelfde categorie. 2.3.

Hoofdstuk 5 Overige bepalingen

Paragraaf 5.1 Bestuurlijke boete Artikel 5.1.1 Dit artikel regelt het door het college van burgemeester en wethouders opleggen van een bestuurlijke boete wegens het zonder huisvestingsvergunning in gebruik geven of nemen van aangewezen woonruimte. Gelet op artikel 35 van de Huisvestingswet 2014 stelt de gemeenteraad in de huisvestingsverordening het bedrag (dus: de hoogte) van de bestuurlijke boete vast. Dit gebeurt in het tweede en derde lid van artikel 5.1.1. Paragraaf 5.2 Artikel 5.2.1 Dit artikel bevat overgangsrechtelijke regels. Is een aanvraag ingediend voor inwerkingtreding van deze verordening, maar is daar na inwerkingtreding nog niet op beslist? Dan past het college van burgemeester en wethouders bij de beslissing op die aanvraag deze verordening toe. Bij de behandeling van bezwaar of beroep tegen een besluit dat is genomen met de toepassing van de vorige verordening, blijft het oude recht van toepassing. Urgentieverklaringen die voor inwerkingtreding van deze verordening zijn verleend, blijven (voor zover zij nog gelden) van kracht: zij worden gelijkgesteld met urgentieverklaring die zijn afgegeven met toepassing van deze verordening. 31

Artikel 5.2.2 Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 5.2.3 Dit artikel behoeft geen toelichting.

32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.leusden.nl/api/v1/meetings/4074/documents/46126