Bijlage 1 - regiovisie specialistische jeugdhulp.17 juni definitief.pdf
Tekst van het document
Bestuurlijke afvaardiging in bovenregionale overleggen, G40 en VNG Onze regio werkt op bovenregionaal samen met de Utrechtse regio’s bij de inkoop van de gecertificeerde instelling, Veilig Thuis en crisisdienst. In het bovenregionaal overleg is vanuit elke jeugdregio een wethouder Jeugd afgevaardigd, die hiervoor het mandaat heeft gekregen van zijn regiocollega’s. Vanuit regio Amersfoort is dit de wethouder Jeugd van de gemeente Amersfoort met als plaatsvervanger de wethouder Jeugd uit Leusden. De wethouder Jeugd van de gemeente Amersfoort neemt daarnaast ook deel aan de overleggen met andere gemeenten, zoals bijvoorbeeld de G40 en de VNG. Bestuurlijke overleggen met het onderwijs (OOGO) en BSA Jeugdhulp Het bestuurlijk overleg tussen de samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs en Gemeenten (wethouders onderwijs en jeugd) vindt plaats in het OOGO (Op Overeenstemming Gericht Overleg). Deze verplichte afstemming via het OOGO is verankerd in de Wet Passend Onderwijs en de Jeugdwet. Ten minste twee keer per jaar bespreken de wethouders van de gemeenten de bestuurders van de BSA Jeugdhulp in een bestuurlijk overleg. Dit bestuurlijk overleg wordt voorbereid door een agendacommissie waaraan de bestuurlijke trekkers uit het BOSD (wethouders Jeugd Amersfoort en Leusden) deelnemen.
Inkoop en contractmanagement via RISB De inkoop van specialistische jeugdhulp in regio Amersfoort wordt uitgevoerd door het Regionaal Inkoop en Subsidiebureau (RISB). Het RISB wordt uitgevoerd door de gemeente Amersfoort. De gemeente Amersfoort sluit in opdracht van de regiogemeenten de contracten op levering van jeugdhulp en Wmo. Amersfoort treedt daarbij als opdrachtgever op en ondertekent de contracten. De regiogemeenten hebben Amersfoort hiervoor gemandateerd. Naast de inkoop van specialistische zorg en ondersteuning is het RISB ook verantwoordelijk voor alle bij de gesloten contracten behorende taken, zoals het account- en contractmanagement, data en monitoring, de sturing op kwaliteit en kosten van levering van zorg en ondersteuning. De gemeenten hebben de afspraken vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst. De uitwerking van deze afspraken tussen Amersfoort en de deelnemende regiogemeenten zijn vastgelegd in Dienstverleningsovereenkomsten. Samenwerkingsovereenkomst en dienstverleningsovereenkomsten worden periodiek herzien. Tweejaarlijks stelt het RISB een plan van aanpak op voor de werkzaamheden, met een begroting en planning op hoofdlijnen. Jaarlijks vindt er in het najaar regionaal besluitvorming plaats op de inkoop en de daarbij behorende financiële afspraken van het komende kalenderjaar. Het RISB heeft een 21
vaste overlegstructuur met de regiogemeenten. Regionale afstemming en besluitvorming vindt plaats via de ambtelijke en bestuurlijke overleggen in de regio en waar nodig in de colleges B&W van de gemeenten.
Paragraaf 6 Onze inrichtingsprincipes bij de regionale inkoop en wijze van bekostiging 6.1 Inrichtingsprincipes regionale inkoop Wij continueren onze samenwerking in het beleid, de regelgeving en de inkoop van de specialistische jeugdhulp. In de bijlage bij deze regiovisie is de planning bijgevoegd van de verschillende regionale inkooptrajecten in de komende jaren. Doordat we op deze onderdelen met elkaar samenwerken, is het relevant dat we op een identieke wijze onze toegang tot deze voorzieningen organiseren en dezelfde werkprocessen hanteren richting onze aanbieders. Inwoners en aanbieders mogen er geen last van hebben, dat we de toegang lokaal verschillend hebben georganiseerd (zoals de lokale teams en praktijkondersteuners). We werken aan een meer identieke werkwijze met bijvoorbeeld de specialistische jeugdhulpaanbieders in de gebiedsteams en met het samenwerkingsverband De Eem bij de behandeling van dyslexie (zie paragraaf 4 van de regiovisie). Bij de regionale inkoop van specialistische hulp en ondersteuning hanteren we de volgende inrichtingsprincipes: 1. Voldoende en kwalitatief goede hulp en ondersteuning 2. Duurzame relaties in partnerschap, samenwerking met beperkt aantal aanbieders 3. Afspraken op taakopgaven: transformatie en netwerksamenwerking 4. Gebiedsgericht werken, regionaal gebonden organisaties met lokale inbedding 5.
Gezamenlijke verantwoordelijkheid voor monitoring: op KPI’s (kritische prestatie indicatoren) maar ook softere indicatoren 6. Effectievere inzet van accountmanagement, intensieve relatie met de aanbieders Met onze regionale inkoop organiseren we voldoende en kwalitatief goede hulp en ondersteuning die aansluit op de sociale basisinfrastructuur en de toegang (zoals wijkteams, huisartsen, jeugdartsen). Deze hulp en ondersteuning is beschikbaar voor alle inwoners die dat nodig hebben, is betaalbaar, waarbij we ons ervoor inzetten dat misbruik en fraude wordt voorkomen. Om dit te realiseren contracteren wij de aanbieders. Dat zijn nu ruim 400 aanbieders (Jeugd en Wmo), dat zijn er veel meer dan nodig. Samenwerken en transformeren wordt makkelijker wanneer er zich duurzame relaties kunnen ontwikkelen tussen de stakeholders in de gemeenten/wijken, zoals de sociale basisinfrastructuur, de lokale teams/praktijkondersteuners, de specialistische hulp, de GI en het onderwijs. In zo’n partnerschap kan worden samengewerkt aan “doen wat nodig is” voor de inwoners. Om deze duurzame relaties op te kunnen bouwen, is het van belang om afspraken te maken in contracten voor een langere periode. Wij willen waar mogelijk ondersteuning en zorg dichtbij in gemeenten/wijken organiseren.
Een aantal specialistische jeugdhulpaanbieders (de BSA Jeugdhulp) hebben hun specialistische ambulante hulp gebiedsgericht georganiseerd, in de nabijheid van de lokale teams en huisartsen. De komende periode onderzoeken we hoe we deze gebiedsgerichte ambulante hulpverlening kunnen uitbreiden (Jeugd en Wmo). 22
Hiermee realiseren we onder meer dat: • Professionals in gemeenten/wijken duurzame werkrelaties kunnen opbouwen, waarmee we beter invulling geven aan 1 gezin, 1 plan, 1 regisseur. • Minder uithuisplaatsingen nodig zijn. Professionals hierdoor sneller met elkaar kunnen schakelen en minder inwoners tussen wal en schip vallen en wachttijden worden teruggebracht. • Minder auto’s met professionals heen en weer rijden tussen wijken/gemeenten. • De signaleringsfunctie in wijken/gemeenten beter wordt. • Hiermee de hulp en ondersteuning betaalbaarder wordt. Een belangrijke voorwaarde bij onze inkoop is dat een specialistische jeugdhulpaanbieder in staat is te werken vanuit de leefwereld en beleving van inwoners. Voor effectieve hulpverlening is een klik en vertrouwensband tussen inwoner en professional essentieel. De specialistische jeugdhulpaanbieders moeten goed zijn toegerust om de verbinding te maken met de inwoner en daarbij oog hebben voor diversiteit, religieuze identiteit en cultuursensitief kunnen werken. De inwoner heeft de ruimte om binnen het gecontracteerde aanbod te kiezen welke professional de ondersteuning of behandeling biedt. In die enkele gevallen dat dit onvoldoende is en een inwoner door een andere aanbieder ondersteund wil worden, kan gebruik worden gemaakt van een PGB.
Uiteraard is er ook de mogelijkheid van onderaanneming, waarbij een aanbieder hulp levert als onderaannemer bij een gecontracteerde aanbieder. Het is essentieel dat professionals hun tijd vooral kunnen besteden aan de hulpverlening. Verantwoorden wat wordt gedaan en wat het effect is van de ondersteuning hoort daarbij, maar mag niet leiden tot teveel administratieve ballast. Een goede monitoring wordt in onze optiek gezamenlijk vorm gegeven. We kijken daarbij niet alleen naar KPI’s, maar ook naar softere indicatoren. Zoals het beoordelen van de samenwerking tussen de organisaties en de tevredenheid van de kinderen/ouders. Op de werkvloer leren we van casuïstiek en investeren we in het reflectief leren op basis van casusevaluaties. Deze casusevaluaties gaan we op een meer uniforme manier doen en zijn een belangrijke bron voor bijstellingen in de uitvoering. De afgelopen maanden was er veel (media) aandacht voor zorgfraude. We zetten ons in om zorgfraude en misbruik te voorkomen aan de hand van fraudebeleid, toezichthouders rechtmatigheid en kwaliteit, accountmanagement en administratieve controle. Met meer dan 400 aanbieders (jeugd/Wmo) is dit arbeidsintensief en dat leidt tot hoge kosten. Door te werken met een beperkt aantal partners kunnen wij fraude en misbruik beter bestrijden.
We werken bovenregionaal samen met de Utrechtse regio’s bij de inkoop van de gecertificeerde instelling, de toegang tot de crisishulp en Veilig Thuis. Dit is voor de uitvoering van deze taken de best passende schaalgrootte. We vinden het belangrijk dat er – binnen de bovenregionale samenwerking – ruimte blijft voor gebiedsgerichte maatwerkafspraken over de invulling van de taken in onze regio. Deze huidige werkwijze binnen de bovenregionale samenwerking willen we continueren.
6.2 Wijze van bekostiging We hanteren op dit moment in de regionale specialistische jeugdhulp twee vormen van bekostiging. Bij de ambulante begeleiding, behandeling en dagbehandeling, dagactiviteiten en respijtzorg (logeren) werken we momenteel met p*q bekostiging van aanbieders. Met de BSA Jeugdhulp, de gecertificeerde instelling en Veilig Thuis hebben we meerjarige inhoudelijke afspraken met een taakgerichte bekostiging. Op deze manier kunnen we de beschikbaarheid van bepaalde diensten kunnen garanderen, zoals de 24 uurs crisisdienst en de verblijfsvormen. We willen dat er zo min mogelijk een beroep gedaan hoeft te worden op deze diensten, maar we hebben ze wel nodig. 23
Daarnaast hebben we gekozen voor deze vorm van inkoop en bekostiging omdat we op deze manier beter vorm kunnen geven aan de gewenste transformatie: de beweging van zwaardere naar lichtere vormen van ondersteuning (binnen de BSA Jeugdhulp) en de beweging van gedwongen naar meer vrijwillig bij de GI. Als we taakgericht inkopen, dan spreken we aan de voorkant een verdeelsleutel af en verwerken de bijdragen in onze lokale begrotingen. We monitoren de uitvoering en de trends goed, waarbij we inzicht geven in de inzet per gemeente. We spreken in een nadere uitwerking met elkaar af hoe wij regionaal vooraf de verdeelsleutels gaan vaststellen en hoe wij achteraf per gemeente de realisatie gaan vaststellen, financieren en verantwoorden.
24
Bijlage: planning inkooptrajecten
25