Bijlage 1 Programmabegroting 2024 RUD Utrecht__96593__.pdf
Tekst van het document
Ontwerp Programmabegroting 2024 31 maart 2023
Inhoud 1.
Inleiding .......................................................................................................................................2
2.
Algemeen......................................................................................................................................3
3.
4.
5.
2.1.
Uitgangspunten van de begroting 2024 ......................................................................................3
2.2.
Verwerking beleidsmatige ontwikkelingen en keuzes zoals beschreven in de kadernota ..................3
2.3.
Financiële positie per 31 december 2024 ....................................................................................3
2.4.
Staat van baten en lasten over 2024..........................................................................................4
Programma’s ................................................................................................................................7 3.1.
Indicatoren..............................................................................................................................7
3.2.
Programma Handhaving ...........................................................................................................9
3.3.
Programma Vergunningverlening ...............................................................................................9
3.4.
Programma Bedrijfsvoering .......................................................................................................9
Paragrafen .................................................................................................................................. 11 4.1.
Weerstandsvermogen en risicomanagement ............................................................................. 11
4.2.
Financiering........................................................................................................................... 13
4.3.
Bedrijfsvoering ...................................................................................................................... 14
4.4.
Onderhoud Kapitaalgoederen .................................................................................................. 14
4.5.
Incidentele baten en lasten ..................................................................................................... 14
Bijlagen ...................................................................................................................................... 15 5.1.
Meerjarenperspectief financiële positie ..................................................................................... 15
5.2.
Meerjarenperspectief staat van baten en lasten ........................................................................ 16
5.3.
Begrotingswijziging ................................................................................................................ 17
5.4.
Ontwikkeling variabele bijdrage ............................................................................................... 18
Ontwerp Programmabegroting 2024 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 31 maart 2023
Pagina 1 van 18
1. Inleiding Voor u ligt de Programmabegroting 2024 van de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD Utrecht). De Programmabegroting 2024 is sluitend, evenals het meerjarenperspectief voor de periode 2023 – 2027. Er zijn echter nog wel enkele ontwikkelingen die invloed kunnen hebben op de Programmabegroting 2024, die nog niet financieel verwerkt zijn in deze begroting. Dit betreft een gedeelte van de effecten die de invoering van de Omgevingswet op de RUD Utrecht zal gaan hebben. Bij de invoering van de Omgevingswet moet dan gedacht worden aan nieuwe of veranderde producten en diensten alsmede de verschuiving van bodemtaken. De verschuiving van bodemtaken brengt voor de RUD Utrecht en haar deelnemers een risico met zich mee. Onder de Omgevingswet verschuift het bevoegd gezag van de provincie naar de gemeenten. De verschuiving inclusief een nieuwe wet zorgen ervoor dat op een aantal onderdelen inschattingen moeten worden gemaakt. Deze zijn gezamenlijk met de deelnemers alsmede de OdrU gemaakt. Dat wat we met elkaar kunnen voorzien hebben we dan ook in deze begroting verwerkt. Op basis van de uitvoering met bijbehorende monitoring moeten we dit misschien in 2024 bijstellen. De invoeringsdatum van de Omgevingswet is 1 januari 2024. Het jaar 2024 is het eerste jaar onder de Omgevingswet zijn.
Het Algemeen Bestuur heeft op 30 september 2021 besloten in te stemmen met het vastzetten van de variabele bijdrage voor het jaar waarin de Omgevingswet in werking zal treden. De komst van de Omgevingswet is namelijk een uitdaging voor zowel gemeenten als provincie, maar ook de RUD Utrecht moet voldoende geëquipeerd zijn om onder de nieuwe wetgeving het werk op een goede manier uit te kunnen voeren. De invoering van de Omgevingswet is de uitgelezen kans om de eerste belangrijke stappen te zetten op het gebied van de ontwikkelrichting voortkomend uit ‘Kleur bekennen’ en het traject ‘Samen op weg’. De expertise, kennis en data die bij de RUD Utrecht aanwezig is zal steeds meer worden ingezet om beleidskeuzes van de deelnemers te ondersteunen en faciliteren. De verandering heeft zowel personele effecten (onder meer gewenste competenties en gedrag), maar stelt ook andere eisen aan bijvoorbeeld systemen. Het is helaas nog steeds niet volledig duidelijk hoe het (basis)takenpakket er per deelnemer uit zal gaan zien onder de Omgevingswet. Zowel binnen het programma Omgevingswet als het traject ‘Samen op weg’ is de RUD druk bezig geweest in 2022 om dit in samenwerking met alle deelnemers uit te werken. Gedurende 2023 zullen wij ons voornamelijk richten op de samenwerkingsafspraken verder vorm geven.
De effecten van eventuele aanpassingen in het (basis)takenpakket die we gezamenlijk nog niet hebben voorzien kunnen mogelijk gevolgen hebben voor de variabele en vaste bijdrage van onze deelnemers. Mocht dit zo zijn dan zullen begrotingswijzingen volgen die worden voorgelegd voor besluitvorming. Bij dit alles blijft de doelstelling dat opdrachtgevers, bedrijven en bewoners optimaal kunnen profiteren van het bundelen van de krachten op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. De RUD Utrecht wil een betrouwbare partner zijn die meer kwaliteit levert en eenvoudiger werkt dan met twaalf afzonderlijke afdelingen mogelijk was en zo een structurele bijdrage blijven leveren aan een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving.
Ontwerp Programmabegroting 2024 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 31 maart 2023
Pagina 2 van 18
2. Algemeen 2.1.
Uitgangspunten van de begroting 2024
In deze programmabegroting is in hoofdstuk 2.2 een toelichting opgenomen over de verwerking van de beleidsmatige ontwikkelingen en keuzes zoals beschreven in de kadernota. Er is één onderdeel dat echter nog teveel onzekerheid kent om volledig financieel vertaald te worden in deze begroting: - Eventuele nog niet voorzienbare gevolgen van inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024. De belangrijkste financiële uitgangspunten zijn: - De voor 2024 gehanteerde financieringssystematiek is onveranderd; - Het Algemeen Bestuur heeft op 30 september 2021 besloten in te stemmen met het vastzetten van de variabele bijdrage voor het jaar waarin de Omgevingswet ingaat. Dit betreft het begrotingsjaar 2024; - De uren zoals vastgelegd in de op dit moment geldende DVO’s (en uitvoeringsplannen 2023) en de ingeschatte afname van bodemtaken zijn het uitgangspunt voor de verdeling van de vaste bijdrage en de basis voor de opgenomen variabele bijdragen; - Er is nog geen rekening gehouden met eventuele aanvullende opdrachten, danwel mogelijke wijzigingen in de DVO's voor het jaar 2024; - Er wordt gebruik gemaakt van een tweetal tarieven, één voor handhaving: € 71,60 (2023: € 66,00) en één voor vergunningverlening: € 77,00 (2023: € 73,00).
Voor het vaststellen van de tarieven is gekeken naar de CAO-stijging die in de Septembercirculaire provinciefonds 2022 door de Rijksoverheid voor 2024 is vastgesteld (+4,2%). Verder is de som van de individuele stijgingen in relatieve salarispositie van de medewerkers hierin meegenomen (+1%). Gemiddeld stijgen de tarieven met 6,8%, deels dus ingegeven door de hoge CAOstijging en de individuele stijgingen. Daarnaast dwingt de krapte in de arbeidsmarkt de RUD Utrecht steeds vaker om medewerkers te laten instromen in een hogere aanloopschaal dan aanvankelijk gebruikelijk was en dienen we dit in de tarieven mee te nemen; - Voor aanvullende opdrachten wordt op basis van de kosten (inhuur of eigen medewerkers) een voorstel gedaan aan de opdrachtgever. Dit uurtarief is minimaal € 85,00, maar kan (aanzienlijk) hoger zijn indien specialistische kennis moet worden ingehuurd; - Er is nog geen rekening gehouden met de wijzigingen aan (de afgenomen) producten en diensten die voort zullen vloeien uit de overgang naar de Omgevingswet; - Er is naar de laatste inzichten rekening gehouden met de toename van bodemtaken bij de gemeenten als gevolg van de invoering van de Omgevingswet, waardoor het bevoegd gezag verschuift.; - Er is nog niet volledig rekening gehouden met hoe het pakket van basistaken onder de Omgevingswet effect gaat hebben op de afname en bijdrage van deelnemers.
Dat wat we kunnen inschatten is verwerkt, daar waar het nog niet duidelijk is, wordt uitgegaan van huidige wetgeving. De verwachting is echter dat dit tot beperkte wijzigingen leidt. Wijziging van de DVO alsmede ontwikkelingen met betrekking tot de hierboven genoemde onzekerheden kunnen zowel een effect gaan hebben op de variabele als vaste bijdrage van onze deelnemers. Deelnemers zijn ook afhankelijk, met betrekking tot de hoogte van hun vast bijdrage, van de keuzes die andere deelnemers maken.
2.2.
Verwerking beleidsmatige ontwikkelingen en keuzes zoals beschreven in de kadernota
Voor de (beleidsmatige) ontwikkelingen van de RUD Utrecht in het jaar 2024 verwijzen we naar de kadernota 2024. De hierin beschreven richting en voorstellen zijn financieel verwerkt in deze programmabegroting. Eventuele onzekerheden die nog bestaan en niet financieel konden worden vertaald zijn in deze begroting tekstueel toegelicht.
2.3.
Financiële positie per 31 december 2024
In deze paragraaf is de geprognosticeerde financiële positie per 31 december 2024 opgenomen inclusief bijbehorende toelichtingen. Voor het meerjarenperspectief van de financiële positie voor 2023 – 2027 wordt verwezen naar bijlage 4.1. Meerjarenperspectief financiële positie.
Ontwerp Programmabegroting 2024 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 31 maart 2023
Pagina 3 van 18
Financiële positie per 31 december 2024 ACTIVA Vaste activa - Investeringen met een economisch nut €
31 december 2024 497.000
Materiële vaste activa
€
PASSIVA Vaste passiva - Algemene reserve 497.000 - Bestemmingsreserves - Gerealiseerd resultaat
31 december 2024 € € €
Eigen vermogen
Totaal vaste activa Vlottende activa - Vorderingen op openbare lichamen - Uitzettingen in 's Rijks schatkist
Uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan één jaar
€ € €
677.000 2.849.000
Overlopende activa - Banksaldi
Liquide middelen
€
250.000
Totaal vlottende activa Totaal generaal
497.000 Totaal vaste passiva Vlottende passiva - Overige schulden
277.000 Overlopende passiva
€
250.000
€ 1.280.000 € 1.280.000
Netto vlottende schulden met een rente € 3.526.000 typische looptijd korter dan één jaar €
566.000 712.000 2.000
€
376.000
€
376.000
€ 2.894.000
€ 4.053.000 Totaal vlottende passiva € 4.550.000 Totaal generaal
€ 3.270.000 € 4.550.000
De financiële positie per 31 december 2024 In de financiële positie per 31 december 2024 zijn geen uitgangspunten verwerkt buiten de reguliere activiteiten van de RUD Utrecht. Onderhanden zaken ontstaan in verband met het afrekenen onder outputfinanciering. In de financiële positie zijn deze niet weergegeven, omdat er zowel een schuldpositie als voorschotten van éénzelfde omvang bestaan.
2.4.
Staat van baten en lasten over 2024
In deze paragraaf is de geprognosticeerde staat van baten en lasten over 2024 opgenomen inclusief bijbehorende toelichtingen. Voor het meerjarenperspectief van de staat van baten en lasten voor 2023 – 2027 wordt verwezen naar bijlage 4.2. Meerjarenperspectief staat van baten en lasten.
1 Handhaving
Baten
Lasten
Saldo
€
7.316.000 €
7.262.000
€
54.000
Directe variabele kosten
€
6.159.000 €
6.105.000
€
54.000
Directe vaste kosten
€
1.157.000 €
1.157.000
€
-
2 Vergunningverlening
€
6.482.000 €
6.529.000
€
-47.000
Directe variabele kosten
€
5.442.000 €
5.489.000
€
-47.000
Directe vaste kosten
€
1.040.000 €
1.040.000
€
-
3 Bedrijfsvoering
€
4.649.000 €
4.499.000
€
150.000
Totaal programma's
€
18.447.000
€ 18.290.000
€
240.000
Stelpost loon- en prijscompensatie Onvoorzien Totaal saldo van baten en lasten
€
325.000
€
19.012.000
Toevoegingen en onttrekking aan reserves: - Doorontwikkelen RUD Gerealiseerd resultaat
€
-
€
19.012.000
€
157.000
€
240.000 €
-
€
325.000 €
€ 18.855.000
-
€
157.000
€
150.000 €
-150.000
€
150.000 €
-150.000
€ 19.005.000
€
7.000
Toelichting op de staat van baten en lasten over 2024 Ten opzichte van de kadernota 2024 hebben we de begroting aangepast op basis van de nieuwste uitvoeringsplannen, aangezien dit een realistischere inschatting is voor het jaar 2024. De afname binnen de DVOafspraken is verhoogd. Als gevolg hiervan zijn de variabele bijdragen van deze deelnemers en de daarmee samenhangende salariskosten binnen de programma's Handhaving en Vergunningverlening aangepast. Bij de berekening van de vaste en variabele bijdrage is gebruik gemaakt van de DVO’s voor die deelnemers waar de DVO’s opnieuw zijn vastgesteld. Ontwerp Programmabegroting 2024 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 31 maart 2023
Pagina 4 van 18
De Omgevingswet is opnieuw uitgesteld; nu naar 1 januari 2024. In de kadernota 2024 gingen we nog uit van een ingangsdatum van de wet op 1 juli 2023 en, met het verschuiven van het bevoegd gezag van Provincie Utrecht naar gemeenten, een afbouw van de uren van de provincie van ongeveer 10%. Deze verlaging zal naar verwachting pas in 2025 zijn en daarmee verwachten we in 2024 daarom ruim 2.000 uur meer afname dan in de kadernota 2024 opgenomen was. In totaal is de variabele bijdrage met € 1.907.000 verhoogd ten opzichte van de begroting van 2023 (eerste begrotingswijziging 2023). Ten opzichte van de kadernota 2024 is de variabele bijdrage met € 929.000 verhoogd. In bijlage 5.4 is een analyse opgenomen van de ontwikkeling van de variabele bijdrage van de begroting 2024 ten opzichte van de begroting 2023. De ‘Stelpost loon- en prijs compensatie’ betreft de prijscompensatie. De looncompensatie is al doorgerekend in de programma’s. Hiermee sluiten wij beter aan bij de werkelijke kosten per programma. De RUD Utrecht heeft de verschillende materiele kostenposten in de begroting van totaal € 3.296.000 niet aangepast voor de te verwachten prijsstijging. Wel is er in de begroting een post opgenomen om de prijsstijging van deze kosten op te kunnen vangen (stelpost prijscompensatie). Uiteraard is de prijsstijging tussen 2023 (huidig jaar) en 2024 nog onzeker.
De RUD Utrecht maakt voor een inschatting gebruik van de Septembercirculaire van de rijksoverheid. De verwachting is dat de prijzen in 2023 met 4% zullen stijgen en in 2024 met 4,2%. Op totaalniveau verwachten we dus een prijsstijging van € 239.000. De stelpost is om deze reden verhoogd naar € 240.000. De post Onvoorzien is verhoogd naar € 325.000. De totale begroting van de RUD Utrecht is tussen 2014 (jaar van oprichting) en 2024 (jaar van deze kadernota) gestegen van € 10,9 miljoen naar € 18,9 miljoen. Behalve in het jaar van Oprichting waarin de post onvoorzien € 329.000 bedroeg is de post onvoorzien elk begrotingsjaar ongeveer gelijk gebleven (€ 225.000). Uiteraard brengt een groeiende begroting (72% tussen 2014 en 2024) meer risico’s met zich mee. Daarnaast zien we ook dat Omgevingsdiensten de komende jaren te maken hebben met veel onzekerheden. Voorbeelden hiervan zijn de komst van de Omgevingswet, de benodigde doorontwikkelingen van de organisatie en opvolging van het rapport van Aartsen en het Inter Bestuurlijk Programma (IBP). Om deze reden is voorgesteld de post te verhogen. De begrotingswijziging ten opzichte van de kadernota 2024 is opgenomen in bijlage 5.3. Begrotingswijziging.
Ontwerp Programmabegroting 2024 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 31 maart 2023
Pagina 5 van 18
De bijdrage per opdrachtgever voor 2024 wordt in de volgende tabel gepresenteerd:
Opdrachtgever:
Variabele bijdrage 2024
Amersfoort
Vaste bijdrage 2024:
Totale bijdrage 2024:
Percentage Eigenaarschap:
1.386.000
886.000
2.272.000
12,0%
Baarn
346.000
222.000
568.000
3,0%
Bunschoten
368.000
236.000
604.000
3,2%
Eemnes
154.000
99.000
253.000
1,3%
Houten
269.000
172.000
441.000
2,3%
Leusden
311.000
200.000
511.000
2,7%
Lopik
361.000
231.000
592.000
3,1%
Nieuwegein
338.000
218.000
556.000
2,9%
Provincie
5.706.000
3.634.000
9.340.000
49,0%
Soest
508.000
325.000
833.000
4,4%
Utrecht
1.580.000
1.013.000
2.593.000
13,7%
Woudenberg Totaal
274.000
175.000
449.000
2,4%
11.601.000
7.411.000
19.012.000
100%
Met het invoeren van de Omgevingswet zal het bevoegd gezag van de bodemtaken verschuiven van de provincie naar de gemeenten. Met het uitstel van de Omgevingswet naar 1 januari 2024 is de planning echter ook een jaar doorgeschoven. Voor zowel de provincie als de gemeenten is in de begroting rekening gehouden met de laatst bekende inzichten. Deze inschatting (zie de tabel hier onder) is gebaseerd op de lopende gesprekken tussen de deelnemende gemeenten en de RUD Utrecht. Aangezien de inschatting van de afname van bodemtaken nog niet definitief is voor onze deelnemende gemeenten, moet er rekening mee gehouden worden dat de variabele en vaste bijdragen nog kunnen veranderen. Frictiekosten zullen ontstaan indien de afname van bodemtaken te veel wordt verlaagd. De huidige gesprekken met gemeenten leveren nog geen aanleiding op om hier op dit moment al vanuit te gaan. Daarnaast is de begroting nog gebaseerd op de uitvoeringsplannen onder de oude wetgeving. Naar het einde van 2023 zal er meer bekend zijn met betrekking tot de uitvoeringsplannen onder de Omgevingswet en dit zal nog tot wijzigingen in de begroting leiden.
Opdrachtgever
Uren bodem 2024
Uren bodem 2023
Verschil variabele bijdrage Bodemtaken 2023/2024
Verschil 2023/2024
Amersfoort Baarn Bunschoten Eemnes Houten Leusden Lopik Nieuwegein PU Soest Utrecht Woudenberg
4.194 1.004 727 486 972 782 1.199 1.007 17.267 1.273 4.000 968
3.641 980 715 481 950 750 1.047 678 12.351 1.237 4.000 967
553 23,9 12,3 5 22,4 32,2 151,9 329 4916 36,3 0 1,43
38.000 2.000 1.000 2.000 2.000 11.000 24.000 355.000 3.000 -
Totaal
33.880
27.797
6.083
438.000
Ontwerp Programmabegroting 2024 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 31 maart 2023
Pagina 6 van 18
3. Programma’s De RUD Utrecht levert een bijdrage aan een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving door de uitvoering van VTH-taken en advisering op het gebied van milieu. Het is onze ambitie om door te groeien naar een Omgevingsdienst die eenvoud, kwaliteit en betrouwbaarheid als uitgangspunten hanteert en die haar opdrachtgevers centraal stelt. Voor ons betekent dit in de eerste plaats dat wij het maximale halen uit de door onze opdrachtgevers beschikbaar gestelde middelen. In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de programma’s die de kaders vormen waarin de RUD Utrecht die bijdrage levert.
3.1.
Indicatoren
In deze paragraaf kijken we voor de RUD- indicatoren vooruit naar onze prestaties voor het jaar 2024. We hebben de aantallen en de aard van de indicatoren slechts een beperkte update gegeven ten opzichte van 2023 aangezien de indicatoren onze eigenaren een goed beeld geven over de prestaties van de RUD Utrecht. Voornamelijk de indicator over de tevredenheid van onze opdrachtgevers is verbeterd. De belangrijkste onderdelen van de RUD Utrecht meten we op een structurele wijze via Key Performance Indicators (KPI’s). We hebben in samenwerking met een aantal van onze eigenaren voor verschillende onderdelen van de RUD Utrecht KPI’s vastgesteld. Hieronder zijn de KPI’s voor de RUD Utrecht weergegeven: Interne processen en kwaliteit werk Wat
Indicator
Handhavingsbeschikkingen en vergunningen voldoen aan inhoudelijke en juridische kwaliteit
Sturing op: We streven ernaar om bij handhavingsbeschikkingen geen inhoudelijke en/of juridische gebreken te hebben. Meting van: Dit blijkt uit het feit dat bij bezwaar- en beroepsprocedures in tenminste 80 procent van de gevallen geen inhoudelijke en/of juridische gebreken aan de beschikking worden geconstateerd.
Voldoen aan kwaliteitscriteria 2.2
Sturing op: Het professionaliseren van onze toezichthouders, handhavers en vergunningverleners zorgt naast een kwaliteitsverbetering ook voor een hogere betrouwbaarheid. Meting van: Voor alle activiteiten voldoen we voor 100% aan de kwaliteitscriteria 2.2
Ontwerp Programmabegroting 2024 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 31 maart 2023
Pagina 7 van 18
Afnemers Wat
Indicator
Beoordeling door opdrachtgevers
Sturing op: We streven naar tevreden opdrachtgevers. Meting van: De individuele opdrachtgever geeft de RUD Utrecht een algemene tevredenheidsscore van een 7 of hoger. De onderbouwing van de cijfermatige KPI blijkt uit een gedegen evaluatief onderzoek naar de tevredenheid bij onze opdrachtgevers. De reguliere VTH dienstverlening, communicatie, rapportage en advisering van de RUD Utrecht zullen onderdeel zijn van dit onderzoek. De bevindingen uit dit onderzoek zullen o.a. dienen als feedback voor onze organisatie en ons extra faciliteren in onze ontwikkelingsopgave in lijn met de kadernota.
Beoordeling door inwoners en ondernemers
Sturing op: We streven naar tevreden ondernemers en inwoners bij de uitvoering van ons werk. Meting van: Minimaal 70% van de inwoners en ondernemers geven bij reactie op het klantentevredenheidsonderzoek (KTO) aan tevreden (een ruim voldoende) te zijn over de dienstverlening van de RUD Utrecht.
Financieel en HRM Wat
Indicator
Uitvoeren jaarprogramma’s 2024 van de partners conform de DVO’s
Sturing op: Het realiseren van de DVO’s
Ziekteverzuim
Meting van: De DVO’s worden binnen de range van 90% 110% gerealiseerd in geld. Sturing op: Een gezonde organisatie met gezonde medewerkers. Meting van: Het ziekte percentage ligt niet hoger dan 5%.
Verdere financiële KPI’s over onder andere liquiditeit en het weerstandsvermogen zijn verwerkt in hoofdstuk 3
Paragrafen.
Ontwerp Programmabegroting 2024 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 31 maart 2023
Pagina 8 van 18
3.2.
Programma Handhaving
Het programma Handhaving wordt ingezet om adequaat toezicht te houden bij bedrijven, op locaties, op bodem, in de afvalstofketen en in het vrije veld. De Omgevingswet zal 1 januari 2024 in werking treden. In 2024 vindt handhaving daarom plaats op grond van de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening en de gemeentelijke omgevingsplannen. Waar nodig wordt, afhankelijk van het verleende mandaat, een sanctie opgelegd of voorbereid. Met de milieuklachtentelefoon wordt 24-uurs bereikbaarheid voor klachten en calamiteiten gerealiseerd. De werkprocessen worden uitgevoerd conform de kwaliteitseisen van de partners en het Dossier Afspraken en Protocollen (DAP). Naast toezicht en handhaving adviseren wij individuele opdrachtgevers, afhankelijk van de gemaakte afspraken, op het gebied van specialistische milieuonderwerpen, informatie gestuurde handhaving, uitvoeringsbeleid, Omgevingswet en nieuwe ontwikkelingen. Wat mag het kosten? Op basis van de ontwerp Programmabegroting 2024 is het budget voor het programma Handhaving als volgt: Baten 1 Handhaving
3.3.
€
7.316.000
Lasten €
7.262.000
Saldo €
54.000
Programma Vergunningverlening
Het programma Vergunningverlening wordt ingezet om adequate vergunningverlening en afhandeling van meldingen voor activiteiten bij bedrijven en op locaties uit te voeren. Het gaat daarbij met name om vergunning op grond van de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordeningen en de gemeentelijke omgevingsplannen. Hierbij is uitgegaan van inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024. Bij de vergunningverlening worden de beleidsregels van het bevoegde gezag gevolgd. Afhankelijk van het verleende mandaat stellen wij hiervoor adviezen op of geven we de beschikkingen af (binnen het mandaat). Vergunningaanvragen moeten binnen wettelijke termijnen worden afgehandeld en meldingen moeten beoordeeld worden op juistheid en volledigheid. De werkprocessen worden uitgevoerd conform de kwaliteitseisen van de partners en het Dossier Afspraken en Protocollen (DAP), onderdeel van de dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) met de deelnemende partijen. Naast vergunningverlening adviseren wij individuele opdrachtgevers, afhankelijk van de gemaakte afspraken, op het gebied van de Omgevingswet, externe veiligheid, milieuzaken in omgevingsplannen, specialistische milieuonderwerpen, bodem, uitvoeringsbeleid en nieuwe ontwikkelingen. Wat mag het kosten? Op basis van de ontwerp Programmabegroting 2024 is het budget voor het programma Vergunningverlening als volgt: Baten 2 Vergunningverlening
3.4.
€
6.482.000
Lasten €
6.529.000
Saldo €
-47.000
Programma Bedrijfsvoering
Binnen de RUD hebben we alle ondersteunende diensten samengevoegd binnen Bedrijfsvoering. Hierbij moet gedacht worden aan zaken als financiën, ICT en Informatievoorziening (IV), HRM, communicatie, secretariaat en accountmanagement. Al deze onderdelen hebben gemeen dat ze niet direct werkzaam zijn voor de vakgebieden, maar daaraan ondersteuning bieden. Voor 2024 zijn er meerdere doelen en doelstellingen die de afdeling bedrijfsvoering wil behalen. Voor de begroting zouden wij er enkele in het bijzonder willen toelichten. 1. ICT en IV Binnen de RUD is begin 2022 een nieuw VTH-zaaksysteem geïmplementeerd dat ook geschikt is om te gebruiken bij de Omgevingswet. De data die in dit systeem worden opgeslagen geven samen met externe (openbare) bronnen meer inzicht voor onze medewerkers. Wij gebruiken sinds 2019 systemen om onze medewerkers te ondersteunen door diverse databronnen te koppelen en hiermee data te transformeren tot informatie. Jaarlijks ontwikkelen we hierin door. Ook voor 2024 verwachten wij hierin verbeteringen door te voeren voor de medewerkers en daarmee het werk effectiever en soms ook efficiënter te maken. In 2024 verwachten we mede door de ontwikkelingen met de OdrU (veel) meer aandacht te gaan besteden om de ICT omgevingen met elkaar in verbinding te brengen, danwel gelijk te schakelen ter voorbereiding op een eventuele volgende stap.
Ontwerp Programmabegroting 2024 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 31 maart 2023
Pagina 9 van 18
Voor de gemeente Utrecht is het in het kader van overdracht van taken ook noodzakelijk dat op ICT gebied een aantal koppelingen ter ondersteuning van de samenwerking worden geëffectueerd. We verwachten hier in 2024 ook een verdere doorontwikkeling op te gaan realiseren. 2. Accountmanagement en Advisering Samenwerking wordt steeds belangrijker. Onze opdrachtgevers zijn de basis voor ons bestaan. Het is daarom van essentieel belang dat de gedachten en wensen uit het programma ‘Samen op Weg’ ook zijn weerslag gaan vinden in de manier waarop we met elkaar afstemmen, rapporteren en besluiten nemen. Accountmanagement is hierin het smeermiddel. Midden 2022 heeft de RUD Utrecht een extern bureau opdracht gegeven om te onderzoeken hoe de samenwerking verloopt en wat er beter kan. Gedurende 2023 verwachten wij de resultaten hiervan te kunnen delen. We zullen op basis van de uitkomsten in 2023 en 2024 daar waar mogelijk samen met onze deelnemers verbeteringen door gaan voeren. 3. HRM De RUD Utrecht wil een aantrekkelijke werkgever zijn, waar een ieder zijn talenten en kwaliteiten optimaal kan inzetten. Van haar medewerkers verwacht de RUD Utrecht dat zij hoogwaardige resultaten opleveren, samenwerking stimuleren, veranderbereid (flexibel) en ontwikkelingsgericht zijn.
Ze heeft een bedrijfscultuur waar vertrouwen heerst en waarin het management de medewerkers de ruimte geeft om verantwoordelijkheid te nemen. De strategisch managers sturen op resultaat en faciliteren de medewerkers. Als een medewerker knelpunten ervaart in zijn inzetbaarheid hanteert de RUD Utrecht uitgangspunten die gericht zijn op preventie om zoveel mogelijk weg te blijven van het curatieve traject (Wet verbetering poortwachter). In het strategisch HRMplan heeft de RUD Utrecht beschreven hoe ze met HRM de koers van de organisatie kan ondersteunen en kan anticiperen op ontwikkelingen. Dit heeft een duidelijke overlap met de gewenste cultuurverandering die de Omgevingswet vraagt. HRM ondersteunt de ontwikkelrichting van de RUD op diverse thema's.
1. Organisatie en Talent ontwikkeling De RUD ontwikkelt zich voortdurend om zo wendbaar te kunnen blijven op ontwikkelingen. HRM faciliteert het organisatieontwikkelingsproces om te kunnen ontwikkelen naar een technisch adviserende uitvoeringsdienst en te kunnen blijven werken onder de Omgevingswet. Daarnaast heeft HRM een talenten programma opgesteld.
2. Werving en selectie Er zijn grote ontwikkelingen op de arbeidsmarkt; we hebben te maken met een ongekende krapte op de arbeidsmarkt. Des te groter is het belang van duurzame werving en selectie. Dan gaat het niet alleen om het invullen van een vacature, maar ook om het zorgen voor een duurzame plaatsing van een kandidaat. HRM ondersteunt dit door een Wervings- en Selectie strategie en met kennis van de arbeidsmarkt. Voor 2024 verwachten wij hier aanvullend in te investeren aangezien we gedurende de afgelopen periode hebben gezien dat er structureel meer inspanning moet worden geleverd om tot goede resultaten te komen.
3. Duurzame inzetbaarheid We investeren in de duurzame inzetbaarheid van onze medewerkers door talentontwikkeling, opleidingen en ontwikkelmogelijkheden binnen de organisatie. Door een opleidingsprogramma en POB academy investeren we in de ontwikkeling van kennis, competenties alsmede de persoonlijke ontwikkeling. Tevens wil de RUD Utrecht structureel blijven voldoen aan de kwaliteitscriteria 2.2.
4. Diversiteit en Inclusie Waar diversiteit gericht is op het herkennen van verschillen, gaat het bij inclusie om het creëren van een werkomgeving waarin iedereen welkom is en zichzelf kan zijn. Werknemers moeten zich volwaardig deel van de organisatie voelen en er tot hun recht komen. De RUD Utrecht heeft deze thema's hoog in het vaandel staan. HR ondersteunt dit vanuit een programma. Onder meer via het tweejaarlijkse medewerkerstevredenheidsonderzoek stellen we vast hoe medewerkers de RUD Utrecht als medewerker waarderen. Op basis van de uitkomsten sturen we waar nodig bij. Uitgangspunt hierbij blijft dat de medewerkers verantwoordelijk zijn voor hun eigen loopbaan en daar zelf op sturen. De RUD Utrecht ondersteunt de medewerkers waar nodig hierbij. Wat mag het kosten? Op basis van de ontwerp Programmabegroting 2024 is het budget voor het programma Bedrijfsvoering als volgt: Baten 3 Bedrijfsvoering
€
Ontwerp Programmabegroting 2024 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 31 maart 2023
4.649.000
Lasten €
4.499.000
Saldo €
150.000
Pagina 10 van 18
De vaste bijdrage is met 13,5% gestegen ten opzichte van de begroting van 2023. Hoewel er enkel een indirect verband is tussen de uren in de uitvoeringsplannen en de vaste bijdrage (ter dekking van de vaste kosten en bedrijfsvoering), is er wel een indirect verband met de te maken kosten. Daarnaast is er een CAO-stijging van 4,2% en zal een groot aantal medewerkers een individuele stijging van 3% in het salaris krijgen. Om doorontwikkeling van de RUD te kunnen realiseren en om de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt het hoofd te kunnen bieden willen we verder voor 2024 het budget voor de Ontwikkelkosten en arbeidsmarkt(communicatie) verhogen met € 225.000, zoals is voorgesteld in de kadernota 2024.
4. Paragrafen Door het BBV wordt een zevental paragrafen voorgeschreven die moeten worden opgenomen in de begroting, tenzij het betreffende onderdeel niet van toepassing is. Bij de RUD Utrecht zijn de volgende onderdelen niet van toepassing: Lokale heffingen; Verbonden partijen; en Grondbeleid. De overige onderdelen zullen in dit hoofdstuk nader worden toegelicht.
4.1.
Weerstandsvermogen en risicomanagement
Het weerstandsvermogen is een maatstaf voor de mate waarin de gemeenschappelijke regeling RUD Utrecht in staat is om de gevolgen van risico’s op te vangen zonder dat het beleid of de uitvoering daarvan in gevaar komt. Om adequaat en effectief te kunnen reageren op de financiële gevolgen van risico’s die zich voordoen, moet de RUD Utrecht een financiële buffer hebben. Hierdoor is de RUD Utrecht in staat risico’s zelf financieel op te vangen. Er hoeft dan geen afzonderlijk beroep gedaan te worden op de deelnemers. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s die de RUD Utrecht loopt. Het gaat hier over niet kwantificeerbare risico’s. Voor kwantificeerbare risico’s worden voorzieningen gevormd. In artikel 31 van de gemeenschappelijke regeling RUD Utrecht is bepaald dat de algemene reserve maximaal 5 procent van de jaaromzet bedraagt. Op basis van de begrote financiële positie per 31 december 2024 bedraagt de algemene reserve € 566.000, dit is onder de norm van 5%. Jaarlijkse exploitatieoverschotten worden toegevoegd aan de algemene reserve en verhogen het weerstandsvermogen. Een exploitatietekort wordt opgevangen binnen het weerstandsvermogen, tenzij het weerstandsvermogen hiervoor onvoldoende is.
In dat geval dragen de deelnemers hun deel naar rato van de uren uit de DVO (van de betreffende deelnemer) ten opzichte van de totale begrote uren van het betreffende jaar. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit is het totaal van de middelen waarover de RUD Utrecht beschikt om onvoorziene kosten te dekken. Voor de RUD Utrecht is de algemene reserve aan te merken als beschikbare incidentele weerstandscapaciteit. Deze dient als buffer tegen onvoorziene risico’s. Op basis van de begrote financiële positie per 31 december 2024 bedraagt de algemene reserve € 566.000. Daarnaast bestaat de weerstandscapaciteit uit de post Onvoorzien. In de begroting is rekening gehouden met een structurele post Onvoorzien ter hoogte van € 325.000. De totale weerstandscapaciteit bedraagt naar verwachting € 891.000 (= € 566.000 + € 325.000). Risicomanagement Risicomanagement is het effectief omgaan met de kansen en bedreigingen die de realisatie van de organisatiedoelstellingen kunnen beïnvloeden. Hiervoor is het van belang dat er een continu proces wordt ingericht van identificeren, prioriteren en beheersen.
Hierdoor kunnen goed onderbouwde keuzes gemaakt worden met betrekking tot: • Welke risico’s kunnen gedragen worden? • Welke beheersmaatregelen kunnen getroffen worden? • Welke middelen moeten, ter afdekking van risico’s, gereserveerd worden? Door de koppeling van het risicomanagement aan de planning & control-cyclus van de RUD Utrecht zal drie keer per jaar over risico’s worden gerapporteerd. Dat is bij de programmabegroting, de bestuurlijke voortgangsrapportage (alleen significante afwijkingen) en de jaarrekening.
Ontwerp Programmabegroting 2024 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 31 maart 2023
Pagina 11 van 18
Algemene risico’s Het risicoprofiel van de RUD Utrecht bestaat uit bedrijfsspecifieke risico’s en meer algemene risico’s. Bij deze laatste kan onder meer gedacht worden aan macro-economische ontwikkelingen en loon- en prijsontwikkelingen. Ook zijn er natuurlijk onzekerheden over (toekomstig) rijksbeleid en ontwikkelingen in weten regelgeving. Al deze ontwikkelingen kunnen risico’s en onzekerheden met zich meebrengen, deze zijn echter nagenoeg niet beïnvloedbaar noch kwantificeerbaar. Deze risico’s worden in principe niet opgenomen in de risicoanalyse zolang ze niet leiden tot meer specifieke en kwantificeerbare risico’s voor de RUD Utrecht. Specifieke risico’s De specifieke risico’s zijn de risico’s die op de RUD Utrecht van toepassing zijn. Net als vorig jaar zijn middels sessies met MT en medewerkers de risico’s in kaart gebracht en is een inschatting gemaakt van de kans dat de gebeurtenis daadwerkelijk plaatsvindt en de (financiële) impact daarvan. Dit heeft geresulteerd in onderstaande risicoanalyse: Risico
Omschrijving
Outputfinanciering: de productie (producten) zoals afgesproken in de DVO’s wordt niet gerealiseerd (kwantitatief of kwalitatief) waardoor de inkomsten lager zijn dan begroot. 1% minder productie is rond 1. Outputfinanciering: productie, achterblijvende de €115.000 minder inkomsten. Een deel van de productie is vraag gestuurd. De kosten om deze vraag productie te realiseren is echter wel vast en betreft voornamelijk loonkosten.
I/S Kans %
Impact x € 1000
Restrisico x € 1.000
S
10%
€ 400
€ 40
2. Outputfinanciering: onvoldoende productiviteit
Outputfinanciering: binnen de RUD is ervan uitgegaan dat medewerkers 1.360 declarabele uren per jaar maken in de primaire teams. Iedere 1% minder declarabiliteit RUD-breed levert € 115.000 minder inkomsten op.
S
25%
€ 400
€ 100
3. Outputfinanciering: kengetallen
Outputfinanciering: de kentallen in de PDC komen niet overeen met de werkelijke uren voor een product waardoor er meer of minder kosten gemaakt worden.
I
15%
€ 300
€ 45
4. Ziekteverzuim
Bij de begroting is ervan uitgegaan dat de productieve medewerkers 1.360 declarabele uren per jaar realiseren. Die aanname is o.m. gebaseerd op een maximaal verzuim van 5%. Elk procent boven deze norm kost rond de € 115.000.
S
25%
€ 190
€ 48
5. Wet- en regelgeving: Algemeen
Als gevolg van nieuwe wet en regelgeving zullen werkprocessen, systemen en producten aangepast moeten worden en medewerkers bijgeschoold.
S
40%
€ 300
€ 120
6. Wet en regelgeving: Invoering Omgevingswet transitie bodemtaken
Als gevolg van de invoering van de Omgevingswet zal het bevoegd gezag van de bodemtaken verschuiven van de Provincie naar de verschillende gemeentes. Als deze verschuiving betekent dat er minder bodemtaken bij de RUD Utrecht worden belegd zullen er frictiekosten gaan ontstaan, aangezien de RUD Utrecht in dat geval gedwongen afscheid zal moeten nemen van vast personeel (ongeveer 4 fte).
I
15%
€ 1.200
€ 180
Totaal restrisico:
€ 533
Tegenover de bestaande risico’s staat de weerstandscapaciteit zoals hierboven besproken ter hoogte van € 891.000. De hierbij behorende ratio is: 1,67 (minimaal 1,0 is gewenst). De weerstandscapaciteit ligt daarmee op een voldoende niveau om de specifieke risico’s op te kunnen vangen. Ontwerp Programmabegroting 2024 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 31 maart 2023
Pagina 12 van 18
Financiële kengetallen Gezien het stijgende belang van toekomstbestendigheid van lokale overheden moet in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing een basis set van vijf financiële kengetallen worden opgenomen. Het opnemen van kentallen past in het streven naar meer transparantie en inzicht in de financiële positie. Voor de RUD Utrecht zijn de volgende drie kengetallen van toepassing: a. Netto schuldquote: geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen; b. Solvabiliteitsratio: geeft inzicht in de mate waarin de organisatie in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen (eigen vermogen als percentage van het totale financiële positietotaal); en c. Structurele exploitatieruimte: is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte er is om de eigen lasten te kunnen dragen. Kengetallen A Netto schuldquote B Solvabiliteitsratio C Structurele exploitatieruimte
a. b.
c.
4.2.
Verloop van de kengetallen % Jaarrekening Begroting Begroting 2022 2023 2024 -7,19 -10,15 -4,24 15,81 54,49 28,13 -7,84 0,03 0,85
Voldoende <100 >50 >0,6
Norm VNG % Matig Onvoldoende >100 / <130 <50 / >30 <0,6 / >0
>130 <30 0
De netto schuldquote is erg goed. Reden hiervoor is dat de RUD Utrecht nog geen leningen heeft hoeven afsluiten voor het financieren van investeringen. Voor 2024 wordt dit evenmin nodig geacht. De solvabiliteit toont aan dat de RUD Utrecht onvoldoende in staat is om aan haar verplichtingen te voldoen. 2022 is echter een jaar geweest met een negatief resultaat; dit heeft ook zijn weerslag in dit kengetal. (Vanuit jaarrekening 2022 is doorgerekend). Ook is in artikel 31 van de gemeenschappelijke regeling RUD Utrecht bepaald dat de algemene reserve maximaal 5 procent van de jaaromzet mag bedragen. Als gevolg hiervan is deze ratio slechts in beperkte mate beïnvloedbaar. Daarnaast staan de deelnemers van een gemeenschappelijke regeling garant voor de tekorten. De structurele exploitatieruimte van de RUD Utrecht is matig. De RUD Utrecht kan met de structurele baten haar structurele lasten dekken. De RUD streeft hiernaar, zonder hierbij een (positief) exploitatiesaldo te realiseren.
Financiering
Deze paragraaf gaat over de financiering van de RUD Utrecht op de korte en de lange termijn. Daarin worden
betrokken het schatkistbankieren, de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Het doel is om onder gunstige voorwaarden en met beperkte risico’s over voldoende financiële middelen beschikken.
Financiering korte termijn In de bijdrageverordening is het volgende vastgelegd: a. De deelnemers betalen uiterlijk 1 januari, 1 april, 1 juli en 1 oktober een voorschot in de lasten van het lopende begrotingsjaar van 25 procent van de totale bijdrage (vaste bijdrage + begrote variabele bijdrage); en b. Naar aanleiding van de liquiditeitspositie in de afzonderlijke kwartalen kan het Dagelijks Bestuur bepalen dat van het bedrag, bedoeld in het eerste lid, een afwijkend voorschot wordt betaald. Hierdoor is verzekerd dat de RUD Utrecht voor de korte termijn voldoende financiële middelen heeft. Doen zich hierbij tijdelijk overschotten voor dan heeft de RUD Utrecht te maken met schatkistbankieren. De overschotten mogen alleen in rekening-courant en via deposito’s bij de schatkist (het Rijk) worden belegd (of uitgeleend aan andere decentrale overheden). De RUD Utrecht mag de eerste € 1.000.000 buiten de schatkist houden. De RUD Utrecht heeft een financieringsovereenkomst (krediet- en depotarrangement) afgesloten met de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). Er geldt een intra-daglimiet van € 600.000. Doordat automatische afroming van bedragen boven de € 250.000 naar deposito’s bij de schatkist (het Rijk) plaatsvind is het saldo liquide middelen op basis van de begrote financiële positie per 31 december 2024 € 250.000.
Financiering lange termijn Wanneer de RUD Utrecht investeringen doet en deze activeert op de financiële positie kan het nodig zijn om deze te financieren met geldleningen met een looptijd langer dan één jaar. Hierbij moet rekening worden gehouden met de renterisiconorm van het Rijk, die voorziet in spreiding van de looptijden van geldleningen, waardoor renterisico’s beperkt worden.
Ontwerp Programmabegroting 2024 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 31 maart 2023
Pagina 13 van 18
Langlopende geldleningen in de komende jaren zijn afhankelijk van omvang en tempo van de investeringen (in bijvoorbeeld ICT) en de ontwikkeling van de reservepositie van de RUD Utrecht. Op dit moment is de verwachting dat in ieder geval tot en met 2024 geen leningen zullen hoeven worden afgesloten.
4.3.
Bedrijfsvoering
4.4.
Onderhoud Kapitaalgoederen
De overhead wordt door de RUD Utrecht geregistreerd binnen het programma Bedrijfsvoering. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar paragraaf 2.4. Programma Bedrijfsvoering.
Artikel 59 tot en met 65 van het BBV zijn van toepassing op het waarderings- , activerings- en afschrijvingsbeleid van de RUD Utrecht. In de financiële verordening van de RUD Utrecht is per soort actief vastgelegd hoe dit beleid wordt toegepast. Materiële vaste activa met economisch nut De materiële vaste activa met economisch nut worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs inclusief direct toerekenbare kosten, onder aftrek van lineaire afschrijvingen gedurende de verwachte toekomstige gebruiksduur en bijzondere waardeverminderingen. Activa met een verkrijgingprijs van minder dan of gelijk aan € 10.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd (meet)apparatuur. De materiële vaste activa met economisch nut worden afgeschreven in maximaal: 15 jaar : technische installaties en apparatuur in gebouwen 10 jaar : kantoormeubilair, veiligheidsvoorzieningen en verbouwingen 5 jaar : transportmiddelen, aanhangwagens en personenauto's 3 jaar : (automatiserings)apparatuur en telefooninstallaties 1 jaar : (meet)apparatuur waarbij 50% van de jaarafschrijving wordt verantwoord in het jaar van aanschaf en/of technische/economische ingebruikname. Bij het bepalen van de afschrijving wordt geen rekening gehouden met een restwaarde. Bij een eventuele verkoop van materiële vaste activa wordt de opbrengst via de resultaatbestemming toegevoegd aan de algemene reserve van de RUD Utrecht.
De economische levensduur is beëindigd op het moment dat de aan het actief toe te rekenen jaarlasten hoger zijn dan de aan het actief toe te rekenen jaaropbrengsten. De rente wordt berekend over de boekwaarde per 1 januari.
4.5.
Incidentele baten en lasten
Vanwege de afspraken die gemaakt zijn binnen de Gemeenschappelijke regeling, zijn alleen de structurele baten (DVO’s) en bijbehorende structurele lasten, inclusief overhead, verwerkt. Eventueel aanvullende middelen voor tijdelijke projecten, aanvullende opdrachten en programma’s zijn hierin nog niet verwerkt. Wanneer deze middelen middels een begrotingswijziging worden aangevraagd zullen deze ook als zodanig worden verwerkt en weergegeven onder de incidentele baten en lasten. Ook de huidige positie rondom de bodemtaken kent in principe een structureel karakter.
Ontwerp Programmabegroting 2024 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 31 maart 2023
Pagina 14 van 18
5. Bijlagen 5.1.
Meerjarenperspectief financiële positie
Meerjarenperspectief financiële positie Ter kennisname presenteren wij hierbij het meerjarenperspectief van de financiële positie voor 2023 – 2027. ACTIVA Vaste activa - Investeringen met een economisch nut
Materiële vaste activa
Totaal vaste activa Vlottende activa - Vorderingen op openbare lichamen - Uitzettingen in 's Rijks schatkist
Uitzettingen met een rente typische looptijd éé Overlopende activa
€
€ €
497.000
677.000 2.847.000
€
497.000
€
497.000
€
3.524.000
€
277.000
€
250.000
Totaal vlottende activa Totaal generaal
€ €
4.051.000 4.548.000
PASSIVA Vaste passiva - Algemene reserve - Bestemmingsreserves* - Gerealiseerd resultaat
31 december 2023
- Banksaldi
Liquide middelen
Eigen vermogen
€
€ € €
250.000
559.000 712.000 7.000
€
1.278.000
€
1.278.000
€
376.000
Overlopende passiva
€
Totaal vlottende passiva Totaal generaal
€ €
Totaal vaste passiva Vlottende passiva - Overige schulden
Netto vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar
31 december 2024
31 december 2023
€
376.000
€
€ €
€
497.000
677.000 2.849.000
250.000
€
497.000
€
497.000
€
3.526.000
€
277.000
€
250.000
€ €
4.053.000 4.550.000
€
€ €
€
31 december 2024 € € €
566.000 712.000 2.000
€
1.280.000
€
1.280.000
€
376.000
2.894.000
€
3.270.000 4.548.000
€ €
€
376.000
31 december 2026
31 december 2025 497.000
677.000 2.851.000
250.000
€
497.000
€
497.000
€
3.528.000
€
277.000
€
250.000
€ €
4.055.000 4.552.000
€
€ €
€
31 december 2025 € € €
568.000 712.000 2.000
€
1.282.000
€
1.282.000
€
376.000
2.894.000
€
3.270.000 4.550.000
€ €
€
376.000
497.000
677.000 2.852.000
250.000
€
497.000
€
497.000
€
3.529.000
€
277.000
€
250.000
€ €
4.056.000 4.553.000
31 december 2027 €
€ €
€
31 december 2026 € € €
570.000 712.000 1.000
€
1.283.000
€
1.283.000
€
376.000
2.894.000
€
3.270.000 4.552.000
€ €
€
376.000
497.000
677.000 2.854.000
250.000
€
497.000
€
497.000
€
3.531.000
€
277.000
€
250.000
€ €
4.058.000 4.555.000
31 december 2027 € € €
571.000 712.000 2.000
€
1.285.000
€
1.285.000
€
376.000
2.894.000
€
2.894.000
3.270.000 4.553.000
€ €
3.270.000 4.555.000
€
376.000
Toelichting op het meerjarenperspectief financiële positie In het meerjarenperspectief van de financiële positie voor 2023 – 2027 zijn geen uitgangspunten verwerkt buiten de reguliere activiteiten van de RUD Utrecht. Onderhanden zaken ontstaan in verband met het afrekenen onder outputfinanciering. Op de financiële positie zijn deze niet weergegeven, omdat er zowel een schuldpositie als voorschotten van éénzelfde omvang bestaan. Algemene reserve: de resultaten zijn jaarlijks toegevoegd aan de algemene reserve. Volgens de 5% norm die wordt gehanteerd zou dit kunnen betekenen dat in de jaren 2023 en verder afroming tot het maximum plaatsvindt door middel van terugbetaling aan opdrachtgevers of door het vormen van bestemmingsreserves. Gezien het feit dat de werkelijke opbrengsten leidend zijn voor de maximum hoogte van de reserve is dit nog niet in bovenstaand overzicht verwerkt. *Bestemmingsreserves zullen worden onttrokken voor de doeleinden waarvoor deze gevormd zijn in het jaar waarbinnen de kosten worden gemaakt. Hierop zal een zienswijze van toepassing zijn.
Ontwerp Programmabegroting 2024 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 31 maart 2023
Pagina 15 van 18
5.2.
Meerjarenperspectief staat van baten en lasten
Meerjarenperspectief staat van baten en lasten Ter kennisname presenteren wij hierbij het meerjarenperspectief van de staat van baten en lasten voor 2023 – 2027. Begroting 2023 Programma's
Begroting 2024
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Lasten
6.656.000
-73.000
7.316.000
7.262.000
54.000
7.404.000
7.349.000
56.000
7.493.000
7.437.000
57.000
7.583.000
7.525.000
59.000
Directe variabele kosten handhaving
5.391.000
5.464.000
-73.000
6.159.000
6.105.000
54.000
6.233.000
6.178.000
56.000
6.308.000
6.252.000
57.000
6.384.000
6.326.000
59.000
Directe vaste kosten handhaving
1.192.000
1.192.000
-
1.157.000
1.157.000
-
1.171.000
1.171.000
-
1.185.000
1.185.000
-
1.199.000
1.199.000
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
2 Vergunningverlening
Saldo
Saldo
Begroting 2027
6.583.000
ISV
Lasten
Begroting 2026
Baten
1 Handhaving
Baten
Begroting 2025
Saldo
Saldo
5.223.000
5.146.000
77.000
6.482.000
6.529.000
-47.000
6.559.000
6.608.000
-49.000
6.638.000
6.689.000
-51.000
6.718.000
6.769.000
-51.000
4.303.000
4.226.000
77.000
5.442.000
5.489.000
-47.000
5.507.000
5.556.000
-49.000
5.573.000
5.624.000
-51.000
5.640.000
5.691.000
-51.000
920.000
920.000
-
1.040.000
1.040.000
-
1.052.000
1.052.000
-
1.065.000
1.065.000
-
1.078.000
1.078.000
-
3 Bedrijfsvoering
4.142.000
4.142.000
-
4.649.000
4.499.000
150.000
4.705.000
4.705.000
-
4.761.000
4.761.000
-
4.818.000
4.818.000
-
Totaal programma's
15.948.000
15.944.000
4.000
18.447.000
18.290.000
157.000
18.668.000
18.662.000
7.000
18.892.000
18.887.000
6.000
19.119.000
19.112.000
8.000 -
Directe variabele kosten vergunningverlening Directe vaste kosten vergunningverlening
Loon- en prijscompensatie
50.000
50.000
-
240.000
240.000
-
243.000
243.000
-
246.000
246.000
-
249.000
249.000
Onvoorzien
225.000
225.000
-
325.000
325.000
-
325.000
325.000
-
325.000
325.000
-
325.000
325.000
-
16.223.000
16.219.000
4.000
19.012.000
18.855.000
157.000
19.236.000
19.230.000
7.000
19.463.000
19.458.000
6.000
19.693.000
19.686.000
8.000
Totaal saldo van de baten en lasten Toevoeging/onttrekking aan reserves: -Doorontwikkeling RUD Gerealiseerde resultaat
-
-
-
-
150.000
-150.000
-
-
-
-
-
-
-
-
-
16.223.000
16.219.000
4.000
19.012.000
19.005.000
7.000
19.236.000
19.230.000
7.000
19.463.000
19.458.000
6.000
19.693.000
19.686.000
8.000
Toelichting op het meerjarenperspectief staat van baten en lasten In het meerjarenperspectief van de staat van baten en lasten voor 2023 – 2027 is nog geen rekening gehouden met eventuele nog niet voorzienbare gevolgen vanuit de overgang naar de Omgevingswet per 1 januari 2024.
Ontwerp Programmabegroting 2024 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 31 maart 2023
Pagina 16 van 18
5.3.
Begrotingswijziging
Op basis van de ontwerp Begroting 2024 wordt de volgende wijziging voorgesteld: Programma 1 Handhaving
Baten
Lasten
Saldo
€
823.000
€
742.000 €
81.000
Directe variabele kosten
€
864.000
€
783.000 €
81.000
Directe vaste kosten
€
-41.000 €
-41.000
2 Vergunningverlening
€
1.409.000 €
Directe variabele kosten
€
1.295.000 €
Directe vaste kosten
€
-
1.486.000
€
-77.000
1.371.000
€
-76.000
€
114.000
€
115.000 €
-1.000
3 Bedrijfsvoering
€
561.000
€
411.000 €
150.000
Totaal programma's
€
2.793.000 €
€
154.000
Stelpost loon- en prijscompensatie
€
189.000
€
189.000 €
-
Onvoorzien
€
100.000
€
100.000 €
-
€
3.082.000 €
Totaal saldo van baten en lasten
2.639.000
2.928.000
€
154.000
150.000 €
-150.000
Toevoegingen en onttrekking aan reserves: - Storting Reserve Doorontwikkeling RUD Gerealiseerd resultaat
€ €
-
€
3.082.000 €
3.078.000
€
4.000
Bovenstaande wijziging is opgesteld ten opzichte van de Bestuursrapportage 2022
Ontwerp Programmabegroting 2024 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 31 maart 2023
Pagina 17 van 18
5.4.
Ontwikkeling variabele bijdrage
De variabele bijdrage van de opdrachtgevers is gebaseerd op de verwachte afname van producten en diensten zoals deze is opgenomen in de dienstverleningsovereenkomsten (DVO) van 2023. Daarnaast bestaat de variabele bijdrage uit gemeenschappelijke regionale taken en extra opdrachten voor de provincie. Hier onder hebben we het verschil inzichtelijk gemaakt tussen de variabele bijdrage zoals die van de begroting 2024 en de variabele bijdrage van de begroting 2023 (eerste begrotingswijziging 2023).
Opdrachtgever:
Amersfoort Baarn Bunschoten Eemnes Houten Leusden Lopik Nieuwegein Provincie Soest Utrecht Woudenberg Totaal
Variabele bijdrage 2024:
Verklaard door tariefstijging:
Variabele bijdrage 2023: Verschil:
Verklaard door waarvan stijging uren verhoging uitvoeringsplannen: bodemtaken:
1.386.000 346.000 368.000 154.000 269.000 311.000 361.000 338.000 5.706.000 508.000 1.580.000 274.000
1.162.000 276.000 329.000 144.000 238.000 281.000 319.000 242.000 4.908.000 472.000 1.102.000 223.000
224.000 70.000 39.000 10.000 31.000 30.000 42.000 96.000 798.000 36.000 478.000 51.000
87.000 22.000 24.000 10.000 17.000 20.000 23.000 22.000 377.000 32.000 101.000 17.000
137.000 48.000 15.000 15.000 10.000 20.000 75.000 421.000 3.000 376.000 34.000
38.000 2.000 1.000 2.000 2.000 11.000 24.000 355.000 3.000 -
11.601.000
9.695.000
1.905.000
752.000
1.154.000
438.000
De veranderingen t.o.v. de begroting 2023 bestaan uit de stijging van het uurtarief (+) en de verhoging van de uitvoeringsplannen (+). We hebben de Programmabegroting 2024 aangepast op basis van de uitvoeringsplannen voor 2023. Hierdoor is de variabele bijdrage veranderd. Hierboven staat een overzicht van de indicatieve variabele bijdrage per opdrachtgever voor 2024. De verhoging van de uitvoeringsplannen wordt voor een groot deel verklaard door de verschuiving van bevoegd gezag van de provincie naar de gemeentes m.b.t. de bodemtaken. De huidige inzichten (bekend bij alle deelnemers) laten een stijging van ongeveer 6.100 uur aan bodemtaken zien in 2024 t.o.v. 2023.
Ontwerp Programmabegroting 2024 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 31 maart 2023
Pagina 18 van 18