CConstaterende datLeusden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Ontwerp besluit AVG def - Wabo-2020-099.pdf

Raadsvergadering 1 juli 2021, gemeente LeusdenBij agendapunt: 10: Weigering (ontwerp) afgifte verklaring van geen bedenkingen verplaatsing bestaande parkeerlocatie Paradijsweg/ Dodeweg4.179 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bezoekadres

Postadres

Telefoon 14 033

’t Erf 1

Postbus 150

gemeente@leusden.nl

3831 NA Leusden

3830 AD Leusden

www.leusden.nl

Landgoed Den Treek - Henschoten NV Postbus 13 3930 EA Woudenberg

Zaaknummer:

Uw brief van:

Uw kenmerk:

Behandeld door:

Verzonden:

L242517

Onderwerp:

Ontwerpbesluit Omgevingsvergunning nr. WABO-2020-099

Geachte mevrouw Op 3 april 2020 hebben wij uw aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het wijzigen van de locatie van de parkeervoorziening op het perceel Tussen Dodeweg 7 en 8 te Leusden (WABO-2020-099) ontvangen. De beslissing op uw aanvraag wordt voorbereid volgens afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Dit betekent dat de ontwerpbeschikking op uw aanvraag gedurende 6 (zes) weken ter inzage moet worden gelegd. De ontwerpbeschikking, met de daarop betrekking hebbende stukken en het ontwerpbesluit van de gemeenteraad liggen van … tot en met …voor een ieder ter inzage. Een afschrift van de ontwerpbeschikking treft u bijgaand aan. Heeft u nog vragen? Dan kunt u contact opnemen met het Klant Contact Centrum van de gemeente Leusden op bovenstaand telefoonnummer. Met vriendelijke groet,

Medewerker Omgevingsloket

Zaaknummer: L242517 Datum ontwerpbesluit: 18 mei 2021

Ontwerpbesluit Omgevingsvergunning WABO-2020-099 Gelet op artikel 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht besluiten wij de omgevingsvergunning voor het wijzigen van de locatie van de parkeervoorziening op het perceel Tussen Dodeweg 7 en 8 te Leusden deels te verlenen en deels te weigeren. Wij verlenen de omgevingsvergunning onder de bepaling dat de gewaarmerkte stukken deel uitmaken van de vergunning. De omgevingsvergunning wordt verleend voor de volgende activiteit •

Bouw (informatiebord, afsluitvoorziening, voorziening paarden op te zadelen en verzorgen, afvalbak en afsluitboom)

Onderdeel van het besluit vormen •

Bouw (informatiebord, afsluitvoorziening, voorziening paarden op te zadelen en verzorgen, afvalbak en afsluitboom)

Burgemeester en wethouders besluiten, gelet op paragraaf 2.3, artikel 2.10 tot en met 2.20a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de volgende activiteiten te weigeren: •

Handelen in strijd met regels RO

•

Werk of werkzaamheden uitvoeren

•

Inrit/Uitweg

De volgende activiteiten worden buiten behandeling gelaten: •

Bouwen (grondkering of damwand plaatsen, bouwkeet, bouwbord, steiger of andere hulpconstructies, lichtmasten)

•

Kappen

•

weg aanleggen of veranderen

Procedure Wij hebben dit besluit voorbereid volgens de procedure van paragraaf 3.3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Wij hebben de aanvraag tevens getoetst aan de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Daarnaast hebben wij de aanvraag getoetst aan het Besluit omgevingsrecht en de Ministeriele regeling omgevingsrecht. Uw aanvraag voldoet aan de van toepassing zijnde voorwaarden en daarom verlenen wij u de gevraagde omgevingsvergunning.

Overige bijgevoegde documenten De volgende documenten zenden wij als gewaarmerkte stukken mee met het besluit.            

rplaats_Dodeweg_voorontwerp_30032020_pdf erbouwing_Bijlage_2__Verkeerstelling_pdf * Verplaatsing parkeerplaats Dodeweg ouwing_Bijlage_3__Quickscan_ecologie_pdf eleidend_schrijven_aanvraag_03042020_pdf leveren_nadere_gegevens_17072020_brf_pdf ats_poster-A2_juli_2020_-_aanvulling_pdf Brief_DTH_15072020_-_aanvulling_pdf r_slaghek_2014_EyeImage_-_aanvulling_pdf _P-plaats_Dodeweg_bestaand_A2_1op500_pdf Brief DTH 11032021 pdf Afbeelding ‘Projectie gevraagde vergunning t.o.v. OTB’ pdf

Inwerkingtreding Het besluit treedt in werking zes weken na de bekendmaking zoals genoemd in artikel 6.1 lid 2 onder b van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Indien er een voorlopige voorziening is aangevraagd, treedt het besluit in werking als er op het verzoek is beslist. Voordat met de werkzaamheden wordt gestart dient de vergunninghouder contact op te nemen met de inspecteur Handhaving en Toezicht van de gemeente Leusden, telefoonnummer 14033. Met vriendelijke groet, namens burgemeester en wethouders van Leusden,

Medewerker Omgevingsloket Zienswijzen Wij leggen de aanvraag met bijbehorende stukken op grond van de Algemene wet bestuursrecht met ingang van datum start ter inzage ter inzage. Een ieder kan binnen zes weken vanaf de eerste dag van ter inzage legging zienswijzen over de ontwerpbeschikking en/of de ontwerpverklaring van geen bedenkingen indienen bij burgemeester en wethouders van Leusden, postbus 150, 3830 AD Leusden. Voor meer informatie over deze clausule verwijzen wij u naar de bijlage. Beroepsclausule Belanghebbenden kunnen tegen het besluit binnen zes weken na de dag van bekendmaking van dit besluit beroep aantekenen. Het beroepschrift moet worden ingediend bij de Rechtbank Midden-Nederland, Afdeling bestuursrecht, postbus 16005, 3500 DA Utrecht. De beschikking treedt in werking nadat de termijn voor het indienen van een beroepschrift is verstreken. Het indienen van een beroepschrift schorst de werking van het besluit niet. Na indiening van een beroepschrift bestaat de mogelijkheid een voorlopige voorziening aan te vragen bij de voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland, postbus 16005, 3500 DA Utrecht.

Wanneer een voorlopige voorziening wordt aangevraagd binnen voornoemde termijn van zes weken treedt de beschikking pas in werking nadat hierover een beslissing is genomen. Bijlagen Procedureel Gelet op bovenstaande omschrijving wordt vergunning gevraagd voor de volgende in de Wabo omschreven omgevingsaspecten: •

Handelen in strijd met regels RO

•

Kap

•

Werk of werkzaamheden uitvoeren

•

Bouw

•

Inrit/Uitweg

•

Weg aanleggen of veranderen

Bevoegd gezag Gelet op bovenstaande projectomschrijving, het bepaalde in hoofdstuk 3 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) en bijlage I van het Bor zijn wij in dit geval bevoegd om de omgevingsvergunning te verlenen. Ontvankelijkheid Op grond van artikel 2.8 van de Wabo zijn in paragraaf 4.2 van het Bor en in de Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor) regels gesteld over de gegevens en bescheiden die bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning moeten worden in gediend. Wij hebben de aanvraag aan de hand van de Mor getoetst op ontvankelijkheid. Daarbij bleek dat een aantal gegevens ontbrak. Wij hebben de aanvrager op 28 mei 2020 verzocht om aanvullende gegevens te leveren. Wij hebben de aanvullende gegevens ontvangen op 17 juli 2020. Ter inzage legging Tussen datum start ter inzage legging en datum einde ter inzage legging heeft een ontwerp van de deze beschikking ter inzage gelegen en is een ieder in de gelegenheid gesteld om zienswijzen naar voren te brengen. Van deze gelegenheid is wel of geen gebruik gemaakt. Samengevat hebben wij de volgende zienswijze(n) ontvangen: samenvatting zienswijzen. Over deze zienswijzen merken wij het volgende op: reactie op zienswijzen.

Overwegingen Bestemmingsplan Buitengebied 2009, artikel 7 Bos en Natuurgebied De locatie van de gevraagde parkeervoorziening is gelegen binnen het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2009’ en de betreffende grond heeft de bestemming ‘Bos en Natuurgebied’ de aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. instandhouding van ter plaatse voorkomende dan wel daaraan eigen landschaps- en natuurwaarden, met inbegrip van bos, b. bosbouw en houtproduktie, c. instandhouding van aldaar voorkomende watergangen, sloten en andere waterpartijen, d. instandhouding van de onverharde uitvoering van aldaar voorkomende verharde wegen, e. instandhouding van de waardevolle bebouwingskenmerken en -elementen van de ter plaatse voorkomende cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, voor zover de gronden op de plankaart als "cultuurhistorisch waardevolle bebouwing" zijn aangeduid, f. extensieve openluchtrecreatie, met daarbij behorende voorzieningen, zoals fiets- en voetpaden, ruiterpaden en picknickplaatsen, g. het houden van militaire oefeningen, zonder rups- en andere zware voertuigen, h. een brug, voor zover de gronden op de plankaart als "overbrugging" zijn aangeduid. De betreffende gronden hebben geen nadere aanduiding.

Op grond van artikel 7 lid 2 mogen, voor zover van toepassing, de volgende bouwwerken worden opgericht: bouwwerken, geen gebouw zijnde, zoals terreinafscheidingen, bruggen, delen van aangrenzende bruggen en ecoducten en een hoogzit voor de jacht. Op grond van artikel 7 lid 3 gelden voor het bouwen van bouwwerken, voor zover van toepassing, de volgende bepalingen: de goothoogte van gebouwen en de hoogte van bouwwerken mogen niet meer bedragen dan daarbij hierna is aangegeven: bouwwerken max. goothoogte max. hoogte erf- of perceelafscheidingen 2m bruggen en overige bouwwerken, geen gebouw zijnde 3m Op grond van artikel 7 lid 6 is tevens artikel 28 (Aanlegvergunning) van toepassing op het uitvoeren van in dat artikel aangegeven werken en werkzaamheden, op en in de daarbij aangegeven gronden, met de daarbij aangegeven voorwaarden en uitzonderingen. In de bestemming Bos en Natuur is de volgende werkzaamheden een vergunning nodig: Artikel 1 Vergunningsplicht a. aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. verlagen van de bodem en afgraven, ophogen en egaliseren van de gronden; c. aanleggen en dempen van watergangen, sloten en andere waterpartijen; d. aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; e.

vellen en rooien van bomen, hakhout en andere houtopstanden en het verrichten van handelingen, die de dood of ernstige beschadiging daarvan ten gevolge hebben of kunnen hebben; f. werken en werkzaamheden, zoals uitdiepen, draineren en slaan van putten, die wijziging van de waterhuishouding of waterstand beogen of ten gevolge hebben; g. bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden.

Artikel 2 Uitzonderingen vergunningplicht Het in lid 1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van de volgende werken en werkzaamheden: a. werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud; b. werken en werkzaamheden, waarmee is of mag worden begonnen ten tijde van het onherroepelijk worden van de goedkeuring van het plan; c. werken en werkzaamheden op en in gronden die binnen agrarische bouwpercelen zijn begrepen; d. het aanleggen van kavelpaden en verhardingen ten behoeve van in- en uitritten; e. het verlagen van de bodem en afgraven van gronden, voor zover daarvoor een vergunning is vereist krachtens de Ontgrondingenwet; f. werken en werkzaamheden als bedoeld in lid 1, bij d, voor zover daarvoor een bouwvergunning is vereist; g. werken en werkzaamheden als bedoeld in lid 1, onder e, voor zover de Kapverordening daarop van toepassing is; h. het vellen, rooien of beschadigen van fruitbomen; i. werken en werkzaamheden als bedoeld in lid 1, onder a t/m d, f en g, voor zover daarvoor een vergunning is vereist als bedoeld in artikel 12 van de Natuurbeschermingswet. Algemene Plaatselijke Verordening Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg 1.

Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. 2. De vergunning wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 3. Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht. 4. Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de provinciale wegenverordening, de Waterschapkeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening. 5. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning slechts geweigerd: a.

ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg; b. als de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; c. als door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of d. als er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen.

Toetsing en overwegingen per onderdeel Activiteit 1 Bouwen - Overig bouwwerk bouwen, betreft het plaatsen van een afsluitvoorziening, informatiebord(en), voorzieningen om paarden te zadelen en te verzorgen Deze activiteit past binnen het bestemmingsplan en voldoet aan de regels uit het bestemmingsplan. Vergunning kan worden verleend met toepassing van de Wabo artikel 2.1 lid 1 a. Activiteit 2 Bouwen - Grondkering of damwand plaatsen, betreft een lage grondkering langs de Dodeweg en de oostzijde van de nieuwe parkeerplaats ter voorkoming van inschijnende koplampen van auto’s De aanvraag wordt voor deze activiteit buiten behandeling gelaten, omdat dit geen bouwwerk betreft en derhalve niet vergunning plichtig is voor de bouw activiteit. Activiteit 3 Handelen in strijd met de regels ruimtelijk ordening In de aanvraag omgevingsvergunning wordt aangegeven dat dit een nieuwe parkeervoorziening betreft. De aanleg van parkeervoorzieningen is in strijd met de regels van het bestemmingsplan, zie ook onder het kopje ‘overwegingen – bestemmingsplan’. De aanleg van een parkeervoorziening past wel bij de doeleinden met de dubbelbestemming ‘Landgoed/ Buitenplaats’. Op de betreffende grond rust deze dubbelbestemming niet. Motivering om deze activiteit te weigeren De gemeente staat niet afwijzend tegenover verplaatsen van de parkeerlocatie, maar wel tegen de beoogde locatie.

De voorgestelde locatie heeft echter significante invloed op de plannen van Rijkswaterstaat m.b.t. de A28/A1: project knooppunt Hoevelaken (hierna: knooppunt Hoevelaken, hiervoor is een ontwerp- Tracébesluit (hierna: OTB) in procedure gebracht. De door uw gewenste parkeerplaats is voor een aanzienlijk deel gesitueerd op gronden waarop het eco-recreaduct (een natuur- en recreatieverbinding over de A28) aangelegd moet worden (zie de afbeelding ‘Projectie gevraagde vergunning t.o.v. OTB). Medio 2020 heeft de gemeente, tijdens een bestuurlijk overleg met uw Raad van Bestuur, u verzocht om in overleg met de gemeente en andere bestuurlijke partners om tot een acceptabele oplossing te komen. Op dit verzoek bent u niet ingegaan. Met onze brief van 26 januari jl. hebben wij u nogmaals verzocht een gesprek te arrangeren en de vergunningsaanvraag in te trekken. De gemeente is van mening dat er een alternatief mogelijk is, een alternatief waarbij de parkeerplaats zodanig wordt aangelegd dat het mogelijk is het eco-recreaduct zonder al te veel aanpassingen en extra gemeenschapsgeld te realiseren en waarbij rekening wordt gehouden met de bewoners van Dodeweg 7, die geen overlast van de nieuwe parkeerplaats willen ondervinden. In uw brief van 11 maart jl. heeft u toegelicht waarom u geen gehoor wilt geven aan het verzoek van de gemeente. De door u genoemde argumenten staan hieronder vermeld:

   

  

Voorafgaand aan de vergunningaanvraag heeft er al zeer uitgebreid overleg plaatsgevonden tussen partijen, waaronder Rijkswaterstaat en de bewoners van Dodeweg 7. Nieuw overleg zal niet leiden tot andere inzichten. In 2016 heeft DTH Rijkswaterstaat verzocht de plannen rondom het eco-recreaduct af te stemmen op de beoogde nieuwe parkeerplaats. Planvorming voor de verbreding van de A-28 en eco-recreaduct heeft vertraging opgelopen i.v.m. de PAS-problematiek. Onduidelijk is in welke vorm de plannen worden uitgevoerd. Realisatie eco-recreaduct is onzeker, meerdere partijen, waaronder DTH, hebben bezwaar gemaakt tegen het eco-recreaduct. Als de bezwaren tegen het eco-recreaduct geen aanleiding vormen om deze voorziening te laten vervallen, is DTH voornemens beroep in te stellen tegen (dit deel van) het Tracébesluit (TB). Huidige vergunningaanvraag is een weloverwogen keuze die tot stand is gekomen nadat meerdere alternatieven zijn onderzocht. Indien het eco-recreaduct inderdaad niet doorgaat is de beoogde locatie de meest voor de hand liggende, er wordt tegemoetgekomen aan de wensen van de bewoners van Dodeweg 7 en er ontstaat geen onnodige en wezenlijke aantasting van het bosgebied. Indien het eco-recreaduct wel stand houdt is de nieuwe parkeerplaats vrij eenvoudig (gedeeltelijk) te verplaatsen.

Vervolgens heeft de gemeente overleg gevoerd met Rijkswaterstaat en getracht om tot een (een al dan niet tijdelijke) oplossing te komen. Hiervoor is bij Rijkswaterstaat geen draagvlak. Rijkswaterstaat heeft o.a. de hieronder genoemde argumenten nader toegelicht.  Het eco-recreaduct is een regiowens van gemeente Amersfoort en provincie Utrecht die in het OTB is opgenomen. Bij het verlenen van de omgevingsvergunning wordt geen recht gedaan aan deze regiowens en komt de uitvoerbaarheid van dit onderdeel in gevaar.  RWS heeft onderzoek gedaan naar verplaatsing van het eco-recreaduct naar het westen (richting Utrecht). Verplaatsing leidt echter tot een enorme kostenverhoging en er is sprake van een hoogspanningsleiding.  Het vergunnen van een nieuwe parkeerplaats op de locatie van het eco-recreaduct botst met de ruimtelijke plannen zoals de minister die heeft gepubliceerd in het OTB.  Indien de nieuwe parkeerplaats toch wordt vergund en aangelegd en deze in de toekomst weer moet worden verwijderd, stijgen de kosten voor Rijkswaterstaat voor wat betreft grondverwerving. Vervolgens hebben wij ambtelijk bij de gemeente Amersfoort en de provincie Utrecht navraag gedaan of de door hen ingebrachte regiowens (aanleg eco-recreaduct over de A28) ter discussie kan/ mag worden gesteld. Beide vertegenwoordigers hebben aangegeven dat het loslaten van deze regiowens onbespreekbaar is.

Zij willen dat het eco-recreaduct wordt gerealiseerd overeenkomstig het schetsontwerp uit het OTB. Conclusie De aanvraag omgevingsvergunning is in strijd met het bestemmingsplan Buitengebied. De gewenste locatie voor de parkeerplaats is in strijd met het OTB. Wij zijn van mening dat wij niet kunnen meewerken aan nieuwe ontwikkelingen die strijdig zijn met het OTB en de plannen van de minister kunnen schaden. De aangevraagde parkeervoorziening is zodanig ingetekend, dat deze voor een aanzienlijk deel overlapt met het werkgebied van een te realiseren eco-recreaduct over de A28. Dit ecorecreaduct is een onderdeel van een breed maatregelenpakket voor knooppunt Hoevelaken.

U geeft in uw brief aan dat de gerealiseerde parkeerplaats, indien het eco-recreaduct wel stand houdt, te zijner tijd eenvoudig (gedeeltelijk) te verplaatsen is. U maakt echter niet duidelijk waar deze verlegde parkeerplaats dan komt en hoe deze er dan uit zal zien. Bij ons blijft de vraag waarom dit alternatief niet nu kan worden gerealiseerd. Wat ook onduidelijk blijft, is of u de kosten van verplaatsing voor uw rekening neemt. De gemeente gaat ervan uit dat het eco-recreaduct zal worden gerealiseerd. Indien de gemeente medewerking verleent aan uw plannen, brengt dat mogelijk de uitvoeringsplannen van de minister met betrekking tot het knooppunt Hoevelaken in gevaar en daarnaast geeft Rijkswaterstaat aan dat de kosten van Rijkswaterstaat gaan stijgen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet de gemeente rekening houden met het OTB, daarom kunnen wij de aanvraag omgevingsvergunning voor het verplaatsen van de parkeerlocatie niet honoreren. Activiteit 4 Kappen In de aanvraag omgevingsvergunning wordt aangegeven dat er een jong bosperceel met Lariks, Grove Den, Eik en Beuk wordt gekapt. De aanvraag wordt voor deze activiteit buiten behandeling gelaten, omdat dit geen vergunning plichtige activiteit betreft conform de APV Leusden.

Activiteit 5 Uitrit aanleggen of veranderen, betreft bestaande inrit wordt afgesloten voor autoverkeer bestaande fietspad en onderhoudspad blijven behouden. De nieuwe parkeerplaats krijgt een nieuwe inrit. Een aanvraag omgevingsvergunning kan slechts op de volgende gronden worden geweigerd: a. ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg; b. als de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; c. als door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of d. als er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen. Het genoemde onder punt a kan voor deze casus een weigeringsgrond zijn. De gevraagde uitrit hebben wij op dit onderdeel niet verder getoetst omdat de aanvraag op andere gronden wordt geweigerd. Motivering om deze activiteit te weigeren In de aanvraag omgevingsvergunning wordt aangegeven dat de bestaande inrit wordt afgesloten voor autoverkeer, bestaande fietspad en onderhoudspad blijven wel behouden. De nieuwe parkeerplaats krijgt een nieuwe uitrit. Hiermee wordt in de aanvraag duidelijk een onlosmakelijk verband gelegd tussen de activiteit ‘uitrit aanleggen of veranderen’ en de aanleg van de nieuwe parkeerplaats.

De aanvraag omgevingsvergunning wordt op het onderdeel ‘handelen in strijd met het bestemmingsplan’ geweigerd. Nu de aanvraag op dit onderdeel wordt geweigerd wordt impliciet ook de activiteit ‘uitrit aanleggen of veranderen’ geweigerd.

Activiteit 6 Weg aanleggen of veranderen, betreft het aanbrengen van verharding ter plaatse van de nieuwe parkeerplaats. De verharding van de oude/ bestaande parkeerlocatie wordt verwijderd. Motivering om deze activiteit te weigeren In de aanvraag omgevingsvergunning wordt aangegeven dat het betreft het aanbrengen van verharding ter plaatse van de nieuwe parkeerplaats. De grondslag van artikel 2.11 betreft het aanleggen van een weg. Uit de aanvraag blijkt dat het een nieuwe parkeerplaats betreft. De aanvraag wordt voor deze activiteit buiten behandeling gelaten het aanleggen van een parkeerplaats valt in deze casus niet onder de werking artikel 2.11 van de APV. Activiteit 7 Werk of werkzaamheden uitvoeren, betreft aanleg van een parkeerterrein, grondwerkzaamheden, aanplant van nieuw bos. Wij gaan ervan uit dat u onder grondwerkzaamheden tevens bedoeld werkzaamheden voor het aanbrengen van een grondkering langs de Dodeweg en de oostzijde van de parkeerplaats ter voorkoming van inschijnende koplampen van auto’s en het aanbrengen van verharding ter plaatse van de nieuwe parkeerplaats. Motivering om deze activiteit te weigeren Op grond van artikel 7 lid 6 van het bestemmingsplan Buitengebied is voor deze werkzaamheden een omgevingsvergunning nodig. Uit artikel 28 lid 2 van het bestemmingsplan blijkt niet dat er sprake is van een uitzondering op de vergunningsplicht.

Verder zijn de werkzaamheden alleen toelaatbaar indien de werkzaamheden geen gevolgen hebben voor de waarden en functies die het bestemmingsplan beoogt te beschermen en, voor zover wij het nodig achten, hierover advies hebben ingewonnen. Voor de werkzaamheden hebben wij geen toets over de toelaatbaarheid en ook geen deskundig advies hierover aangevraagd omdat de aanvraag op andere gronden wordt geweigerd. In de aanvraag omgevingsvergunning wordt aangegeven dat het hier betreft de aanleg van het parkeerterrein en de daarmee verband houdende grondwerkzaamheden. Daarnaast betreft het de aanleg van een grondkering. De grondkering wordt aangelegd langs de Dodeweg en de oostzijde van de nieuwe parkeerplaats ter voorkoming van inschijnende koplampen. Wij gaan ervan uit dat u hiermee bedoeld inschijnende koplampen op het perceel dan wel in de woning van de bewoners van Dodeweg 7. Verder betreft de aanvraag o.a. het aanbrengen van verharding ter plaatse van de nieuwe parkeerplaats. Op basis van de door aangedragen gegevens concluderen wij dat werkzaamheden betreffen de aanleg van een parkeervoorzieningen in strijd is met de regels van het bestemmingsplan, zie ook onder het kopje ‘overwegingen – bestemmingsplan’. Uit de aanvraag blijkt dat de hierboven uit te voeren werkzaamheden verband houden met de aanleg van de nieuwe parkeerplaats.

Hiermee wordt in de aanvraag duidelijk een onlosmakelijk verband gelegd tussen de ‘uit te voeren werkzaamheden’ en de aanleg van de nieuwe parkeerplaats. De aanvraag omgevingsvergunning wordt op het onderdeel ‘handelen

in strijd met het bestemmingsplan’ geweigerd. Nu de aanvraag op dit onderdeel wordt geweigerd wordt impliciet ook de activiteit ‘werk en werkzaamheden’ geweigerd. Activiteit 8 Bouwen - Bouwkeet, bouwbord, steiger of andere hulpconstructie voor bouw-, sloop of aanlegwerkzaamheden plaatsen, betreft plaatsing van een bouwkeet en bebording gedurende de uitvoering. De aanvraag wordt voor deze activiteit buiten behandeling gelaten, omdat dit geen vergunning plichtige activiteit betreft. Activiteit 9 Bouwen – Bouwwerk t.b.v. het verkeer, de infrastructuur of openbare voorziening plaatsen, betreft mogelijk enkele lichtmasten langs de Dodeweg De aanvraag wordt voor deze activiteit buiten behandeling gelaten, omdat dit geen vergunning plichtige activiteit betreft. Activiteit 10 Bouwen – straatmeubilair plaatsen, betreft informatiebord/ afvalbak/ afsluitboom Deze activiteit past binnen het bestemmingsplan en voldoet aan de regels uit het bestemmingsplan. Vergunning kan worden verleend met toepassing van de Wabo artikel 2.1 lid 1 a. Toetsingsdocumenten De volgende toetsingsdocumenten zijn bij de inhoudelijke beoordeling betrokken.            

rplaats_Dodeweg_voorontwerp_30032020_pdf erbouwing_Bijlage_2__Verkeerstelling_pdf * Verplaatsing parkeerplaats Dodeweg ouwing_Bijlage_3__Quickscan_ecologie_pdf eleidend_schrijven_aanvraag_03042020_pdf leveren_nadere_gegevens_17072020_brf_pdf ats_poster-A2_juli_2020_-_aanvulling_pdf Brief_DTH_15072020_-_aanvulling_pdf r_slaghek_2014_EyeImage_-_aanvulling_pdf _P-plaats_Dodeweg_bestaand_A2_1op500_pdf Brief DTH 11032021 pdf Afbeelding ‘Projectie gevraagde vergunning t.o.v. OTB’ pdf

Voorwaarden ALGEMEEN Nadere voorwaarden bij de Omgevingsvergunning Onderdeel Bouwen. De houder van de Omgevingsvergunning moet er voor zorgen dat deze vergunning met de gewaarmerkte constructie tekeningen, berekeningen en overige bijlagen (o.a. erkende kwaliteitsverklaringen) altijd op het werk aanwezig zijn. Er dient gebouwd te worden volgens:  deze omgevingsvergunning;  het Bouwbesluit 2012;  de door de gemeenteraad vastgestelde bouwverordening; De vergunninghouder is aansprakelijk voor het juist (laten) uitvoeren van deze omgevingsvergunning met inachtneming van alle geldende bouwregels!

Meldingsplicht archeologie Indien bij bodemverstorende werkzaamheden zaken worden aangetroffen, waarvan de vinder weet of redelijker wijs moet vermoeden dat het gaat om archeologische vondsten of sporen, dan is hij volgens de Erfgoedwet (art. 5.10) verplicht dit direct te melden bij de Minister van OCW (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed). In de praktijk is het eenvoudiger de melding te doen bij het Centrum voor Archeologie van de Gemeente Amersfoort, te bereiken via 033-463 77 97 of archeologie@amersfoort.nl. ONTWERP ASPECTEN Welstandseisen Mede op grond van welstandseisen dienen beeldbepalende (gevel)details, materialen en kleuren nader in het werk door inspecteur van de afdeling Dienstverlening te worden goedgekeurd. De vergunninghouder dient hiervoor ten minste twee weken voordat met de uitvoering van de betreffende constructieonderdelen wordt gestart monsters ter goedkeuring bij de front office van het omgevingsloket in te dienen die overeenkomen met uw opgave volgens artikel 2.5 van de ministeriële regeling omgevingsrecht (MOR).

UITVOERINGSASPECTEN Algemene aspecten Voordat met de bouwwerkzaamheden wordt gestart dient de vergunninghouder contact op te nemen met de inspecteur van de afdeling Dienstverlening in dit rayon, (14033) Aan de inspecteur van de afdeling Dienstverlening in dit rayon dient te worden doorgegeven wie verantwoordelijk is voor de uitvoering van de bouwwerkzaamheden. Nadere inlichtingen kunt u verkrijgen bij de Front-office van het omgevingsloket in gemeentehuis of telefonisch (14033).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.leusden.nl/api/v1/meetings/2962/documents/28627