CConstaterende datLeusden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Kadernota 2024.pdf

Raadsvergadering 29 juni 2023, gemeente LeusdenBij agendapunt: 11: RV Kadernota gemeente Leusden 20249.678 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

3 alinea's met “vreemd”: 111 128 130

Kadernota 2024-2027

Herstel om verder te bouwen

Mei 2023

Inhoudsopgave

1. Aanbieding ..................................................................................................................................... 3 2. Financiële uitkomsten kadernota 2024 ....................................................................................... 4 3. Financiële doorrekening bestaand beleid................................................................................... 5 4. Kaders begroting 2024 .................................................................................................................. 7 5. Algemeen financieel beeld ........................................................................................................... 8 6. Interne ontwikkelingen – terugblik ............................................................................................ 13 7. Rijks ontwikkelingen – vooruitblik Algemene Uitkering ......................................................... 17 8. Rijks ontwikkelingen – vooruitblik Jeugdzorg ......................................................................... 19 9. Overige risico’s ............................................................................................................................ 21 10. Financiële doorrekening nieuw beleid 2024 ........................................................................... 23 11.

Financiële ontwikkelingen na kadernota 2024 ....................................................................... 24 12. Maatregelen ................................................................................................................................ 26 13. Conclusie ................................................................................................................................... 31 14. Voorstel besluiten ..................................................................................................................... 32

Bijlagen 1. Addendum CUP 2022-2026 2. Overzicht en toelichting nieuw beleid 2024

Kadernota 2024-2027 (101871)

Pagina 2

1. Aanbieding Hierbij presenteren wij u de kadernota 2024. Op basis van deze kadernota wordt de begroting 2024-2027 vormgegeven, welke door u op 9 november 2023 wordt vastgesteld. De kadernota 2024 staat in het teken van grote interne- en externe ontwikkelingen. Deze hebben een forse impact op het structureel financieel evenwicht van de gemeente Leusden. In deze kadernota willen we u hierover zo volledig mogelijk informeren om tot een goede afweging te komen. Voorjaarsnota 2023 Allereerst zijn er vanuit de voorjaarsnota 2023, meer dan gebruikelijk, ontwikkelingen die structureel doorwerken in het meerjarenperspectief. We zien hier grote bedragen voor mee- en tegenvallers. Meest opvallend hierbij is de toename van de jeugdzorgkosten die jaarlijks met 8% blijven toenemen, zoals bij de najaarsnota 2022 is geconstateerd en wat in de voorjaarsnota 2023 structureel is verwerkt. Anderzijds is er ook sprake van een mooi renteresultaat, doordat de marktrente weer stijgt. In hoofdstuk 3 komt dit aan de orde. Prognose meicirculaire Ook meer dan gebruikelijk vinden er ontwikkelingen plaats na vaststelling van deze kadernota. Deze zijn verwerkt in een “prognose begrotingssaldo” om hiermee een vollediger financieel beeld te schetsen. Dit is terug te vinden in hoofdstuk 11.

Meer onzekerheden vanuit het Rijk Daarnaast is er, ook nog meer dan gebruikelijk, sprake van onzekerheden vanuit het Rijk met betrekking tot de Algemene uitkering en de bekostiging van de jeugdzorg. Deze dragen bij aan een hoog risicoprofiel van de begroting. Dit wordt nader beschreven in hoofdstuk 7 en 8. Noodzakelijk herstel formatie Als laatste ontwikkeling is duidelijk geworden dat met het huidige aantal medewerkers het niet mogelijk is om alle opgaven, het hoge voorzieningenniveau en de ambities van onze gemeente te kunnen uitvoeren. Hiervoor wordt een herstel van de formatie aan u voorgelegd via het nieuw beleid. Hoofdstuk 6 en 10 gaan hier dieper op in. Belastingmaatregel Voor 2024 bieden wij u de begroting sluitend aan. Dit wordt mogelijk door een onvermijdelijke belastingmaatregel. Afgezet tegen de opgaven, het hoge voorzieningenniveau en de ambities van onze gemeente acht het college dit onontkoombaar. De woonlasten komen hierdoor meer in overeenstemming met het hoge voorzieningenniveau in de gemeente Leusden. Het is duidelijk geworden dat dit niet langer ten koste kan gaan van de formatie. Met deze belastingmaatregel worden de woonlasten van gemeente Leusden nagenoeg gelijk aan het huidige landelijke gemiddelde, en blijven onder het huidige gemiddelde van de provincie Utrecht. In hoofdstuk 12 worden de maatregelen nader toegelicht. Kadernota 2024-2027 (101871)

Pagina 3

2. Financiële uitkomsten kadernota 2024 De financiële uitkomsten van de kadernota 2024 zijn in de onderstaande tabel weergegeven: Saldo begroting 2023-2027 Saldo tussentijdse begrotingswijzigingen Ontwikkelingen Voorjaarsnota Startpositie kadernota ( saldo voorjaarsnota 2023 ) Saldo nieuw beleid Saldo maatregelen Saldo kadernota 2024-2027

2024

2025

2026

2027

2028

744 -40 -555 149 -2.388 2.239 0

1.573 -40 -427 1.107 -2.100 993 0

-1.903 -40 43 -1.900 -2.049 2.400 -1.549

-1.521 -40 -1.054 -2.614 -1.718 # 2.400 -1.932

-1.521 -40 -1.054 -2.614 -1.658 2.400 -1.872

x € 1.000

Tabel 2.1 Uitkomsten Kadernota 2024

De uitkomsten van deze Kadernota 2024 zijn sluitend in 2024 en 2025, vanaf 2026 resteert een tekort. Na vaststelling van deze kadernota worden nog een aantal positieve effecten verwacht, o.a. via de meicirculaire, die het begrotingstekort zullen verminderen. Deze verwachting wordt in hoofdstuk 11 “Financiële ontwikkelingen na kadernota 2024” weergegeven.

Kadernota 2024-2027 (101871)

Pagina 4

3. Financiële doorrekening bestaand beleid In de voorjaarsnota 2023 zijn de begrote meerjarige uitgaven en inkomsten voor het bestaand beleid geactualiseerd. Dit betreft de financiële vertaling van tussentijdse raads- en collegebesluiten en de effecten van autonome ontwikkelingen. De actualisatie van het bestaand beleid in de voorjaarsnota is € 555.000 nadelig voor 2024. Daarmee komt het begrotingssaldo voor 2024 op € 149.000. Financiele doorrekening huidige begroting

2024

2025

2026

2027

2028

Saldo begroting 2023-2027 Saldo tussentijdse begrotingswijzigingen Startpositie Voorjaarsnota Ontwikkelingen Voorjaarsnota

744 -40 704 -555 149

1.573 -40 1.533 -427 1.107

-1.903 -40 -1.942 43 -1.900

-1.521 -40 -1.560 -1.054 -2.614 #

-1.521 -40 -1.560 -1.054 -2.614

Startpositie kadernota inclusief bestaand beleid

x € 1.000

Tabel 3.1 Financiële doorrekening bestaand beleid

Voorjaarsnota 2023 De voorjaarsnota 2023 geeft een structurele verslechtering voor nagenoeg alle begrotingsjaren en is dit jaar bijzonder vanwege opvallend veel ontwikkelingen die structureel doorwerken in het meerjarig perspectief. Hierbij is sprake van forse tegenvallers, maar ook van een aantal meevallers. Deze staan in onderstaande tabel opgenomen. In de voorjaarsnota 2023 worden deze onderdelen nader toegelicht. 2023

2024

2025

2026

2027

Algemene uitkering - volumestijging 2026 Renteopbrengst Vervallen risicoverevening sociaal domein Bijstelling herverdeling verdeelmaatstaven

396 330 55

396 330 66

396 330 274

1.269 396 330 403

396 330 377

Subtotaal

781

792

1.000

2.398

1.103

-896

-896

-896

55 -318 -260 -150 -90 -361

-64

-158

-896 -854 -292

-896 -854 -182

-120 -267

-120 -253

-40 -273

-224

Subtotaal

-2.020

-1.347

-1.427

-2.355

-2.157

Totaal

-1.239

-555

-427

43

-1.054

Meevallers:

Tegenvallers: Ontwikkeling zorgkosten Algemene uitkering - correctie opschalingskorting Algemene uitkering - correctie september circulaire Mutaties a.g.v. WOZ-waarden Ophogen flexibele schil Stelposten; Centraal Knelpuntenbudget Benoeming vierde wethouder Overige

Tabel 3.2 Mee- en tegenvallers uit de Voorjaarsnota 2023

Kadernota 2024-2027 (101871)

Pagina 5

Jaarrekeningresultaat 2022 Het jaar 2022 was een bijzonder jaar. Enerzijds door de onverwachte noodzakelijke opvang van Oekraïense ontheemden, die een behoorlijk beslag hebben gelegd op onze ambtelijke capaciteit. En anderzijds door het vrij hoge jaarrekeningresultaat, terwijl we de kadernota 2022 nauwelijks sluitend konden krijgen. Het hoge resultaat wordt vooral veroorzaakt door aanvullende incidentele algemene Rijksuitkeringen, die bij de begrotingsopstelling nog niet bekend waren. Dit patroon zien we de afgelopen jaren steeds terug en toont de huidige dynamiek en de onvoorspelbaarheid van het Rijk bij onze gemeentelijke financiën.

Financiële resultaten in 2022 Bij de jaarrekening 2022 wordt voorgesteld het jaarrekeningsaldo van € 4,5 miljoen als volgt te bestemmen: - € 0,5 miljoen aan budgetten over te hevelen naar 2023 - € 2,1 miljoen te reserveren voor “Opvang Oekraïense ontheemden” en - € 1,9 miljoen, het restant van het jaarrekeningresultaat, te storten in de algemene reserve. In 2022 is tussentijds bij de voorjaarsnota en de najaarsnota al een voordelig saldo van € 3,3 miljoen ten gunste van de algemene reserve gekomen. Dat betekent dat bij de jaarrekening € 5,2 miljoen ten gunste van de algemene reserve basisdeel komt. Miljoen Resultaat voorjaarsnota 2022

1,4

Jeugdmiddelen 2022 sep cir 2021

Resultaat najaarsnota 2022 Resultaat jaarrekening 2022, na najaarsnota 2022

1,9 1,9

AU hoger trap op, trap af, meicir 2022 Vrijval voorzieningen en onderbesteding

Storting algemene reserve

5,2

Budgetoverheveling Reservering restant "Opvang Oekrainse ontheemden"

0,5 2,1

Totaal van resultaten in 2022

7,8

Tabel 3.3 Financiële resultaten in 2022

Dit patroon van de afgelopen jaren met hoge jaarrekeningresultaten zet zich niet door in de toekomst, behalve (naar verwachting) nog 1 keer in 2025. Daar wordt in hoofdstuk 7 “Rijks ontwikkelingen – vooruitblik Algemene Uitkering” nader op ingegaan.

Kadernota 2024-2027 (101871)

Pagina 6

4. Kaders begroting 2024 Bij het opstellen van de begroting 2024-2027 worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Inflatiecorrectie Ieder jaar wordt in de kadernota de inflatiecorrectie bepaald voor de begroting. De berekening vindt plaats via een vaste rekenmethode, waarbij rekening wordt gehouden met de CPB prognoses, maar ook met de ontwikkeling van de werkelijke inflatie in het afgelopen en huidige jaar volgens het CPB. Dit resulteert in een percentage van 6% voor 2024. In 2023 was dit 3% en de jaren daarvoor was dit 2%. Deze indexatie wordt alleen toegepast bij de subsidies, lokale belastingen, heffingen en bij vastgoed-verhuurcontracten zonder maatwerkafspraken. Alle overige budgetten worden reëel geraamd. Sommige budgetten zullen door de huidige inflatie sterker toenemen dan 6%. De bijstelling van deze budgetten ontstaat meestal bij de aanbesteding van de contracten. Het financieel effect wordt verwerkt in de begroting via de eerstvolgende voor- of najaarsnota. Andere budgetten wijzigen niet of zeer beperkt. Budgetaanpassingen voor verbonden partijen vinden plaats op basis van de aangeleverde kadernota of begroting van de betreffende verbonden partij. Hierin is de inflatiecorrectie die zij zelf hanteren reeds verwerkt.

Spelregels Voor de begroting en tussentijdse besluiten hanteren we spelregels om de kwaliteit van de begroting en het besluitvormingsproces met betrekking tot de effecten op het meerjarig structureel evenwicht te waarborgen. De spelregels zijn gebaseerd op BBV regelgeving en deels ook op afspraken met de provincie Utrecht in verband met een consequente toepassing voor het financieel toezicht. Doel: een realistische begroting (BBV regelgeving) - Taken met een structurele aard worden structureel bekostigd. - Taakstellingen of beoogde dekkingsmogelijkheden zijn concreet en met zekerheid haalbaar. - Alleen incidentele budgetten kunnen worden overgeheveld bij de jaarrekening. Doel: integrale besluitvorming bij de kadernota over het financieel meerjarig perspectief - Tussentijdse voorstellen die niet in de begroting zijn opgenomen zijn Onvermijdelijk, Onvoorzien en Onuitstelbaar (“OOO”) van aard. - Tussentijdse wensen (waarbij keuze mogelijk is) met structurele en incidentele lasten betreft nieuw beleid en wordt behandeld bij de eerstvolgende kadernota waarbij een integrale afweging plaatsvindt. - Bij tussentijdse voorstellen die niet in de begroting zijn opgenomen met structurele lasten en die niet “OOO” zijn, hoort een sluitend structureel dekkingsvoorstel. Bijvoorbeeld via oud beleid voor nieuw beleid.

Kadernota 2024-2027 (101871)

Pagina 7

5. Algemeen financieel beeld Inleiding Vanaf 2021 is dit hoofdstuk “Algemeen financieel beeld” aan de kadernota toegevoegd. De aanleiding hiervoor was het tekort op de algemene dienst in 2018 van € 1,6 miljoen en in 2019 € 2,7 miljoen. Bij de kadernota 2021 werd inzicht gegeven in met name het structureel financieel evenwicht, de tekorten die tussentijds incidenteel werden bijgeraamd en de ontwikkeling in het vreemd vermogen. In dit meerjarenperspectief wordt dit beeld geactualiseerd met de jaarrekening 2022 en de voorjaarsnota 2023. Terugblik De externe omstandigheden zijn een aantal jaren terug erg gewijzigd en zijn nog steeds ongewijzigd. Meer taken, minder middelen. Weinig ruimte voor lokale ambities. Dat maakt besturen lastig, schept beperkingen en geeft onzekerheden. De financiële cijfers van de afgelopen jaren laten (mede daardoor) een minder financieel solide beeld zien dan we zouden willen. De inkomsten vanuit het Rijk lijken nog meer dan vorige jaren onvoorspelbaarder te worden. In deze omstandigheden hebben we in de afgelopen jaren meer moeten steunen op reserves, waarbij vooral het meerjarig vrij beschikbaar vermogen afnam naar € 1,7 miljoen in 2022. Dit vormde de aanleiding om meer aandacht dan in de voorgaande kadernota’s te geven aan de ontwikkelingen binnen de vermogenspositie.

Inmiddels is dit beeld sterk positief verbeterd door de extra algemene uitkering in 2022-2025 vanwege de hoge begrote rijksuitgaven. Waardoor de lokale overheden ook meer middelen ontvangen door de nu nog actuele bekostigingssystematiek “trap op, trap af”. Ontwikkeling structureel evenwicht De laatste jaren is het steeds moeilijker gebleken om het financieel structureel evenwicht te begroten tussen de inkomsten en uitgaven in de exploitatie. Hierdoor was het nodig om tijdens de realisatie van de begroting te steunen op de vrij beschikbare reserves. Wanneer we kijken naar de onttrekkingen in de vermogenspositie van de afgelopen jaren, zien we dat dit beeld wordt bevestigd in onderstaande grafiek. De afgelopen vier jaar hebben we de algemene reserve en de reserve sociaal domein moeten inzetten om onverwachte tekorten in het begrotingsjaar zelf te dekken. Tekorten die bij de voor- en najaarsnota tussentijds zijn bijgesteld. In 2020 en 2021 zien we dat per saldo de onttrekkingen verder afnemen. Bij de voorjaarsnota 2023 zien we dat indirect door een negatief jaar verwacht jaarrekeningresultaat 2023 mogelijk een beroep op de algemene reserve nodig is. Met name vanwege ontwikkelingen in het sociaal domein die niet voorzien waren bij de begroting 2023. Bij de najaarsnota 2022 is dit geconstateerd en dit is vervolgens in de voorjaarsnota 2023 structureel verwerkt.

Dit beeld kan nog wijzigen bij de najaarsnota 2023 en jaarrekening 2023.

Kadernota 2024-2027 (101871)

Pagina 8

Grafiek 5.1 Saldo begrotingsbijstellingen per jaar uit vrij beschikbare reserves.

Ontwikkeling vrij beschikbare reserves Het vrij besteedbare deel van het vermogen wordt gevormd door de algemene (risico) reserves. Deze reserves zijn niet bedoeld om toekomstige kosten in de exploitatie mee af te dekken, zoals de reserve kapitaallasten of de voorziening IBOR. Onderstaand is de grafiek geactualiseerd met de resultaten uit de jaarrekening 2022 en de voorjaarnota 2023.

Grafiek 5.2 Verloop vrij beschikbare reserves.

We zien dat de algemene (risico)reserve in 2021 op niveau is gebracht om weer te voldoen aan de weerstandsratio van minimaal 1. Deze ophoging is bekostigd uit de algemene reserve toevoeging exploitatie. In deze reserve resteert vanaf 2027 nog een saldo van € 195.000. Deze reserve is vanaf 2019 verder gedaald door incidentele onttrekkingen voor het CUP 2017-2022 ad € 1,2 miljoen, de Kadernota 2024-2027 (101871)

Pagina 9

organisatieontwikkeling ad € 1,9 miljoen en om het weerstandsniveau te herstellen € 1,6 miljoen. In de algemene reserve flexibel deel resteert per 2027 nog een saldo van € 110.000. Hiermee hebben deze twee vrij beschikbare reserves nagenoeg geen saldo meer. Het volume van de algemene reserve basisdeel loopt in 2021 en 2022 sterk op, door hoge jaarrekeningresultaten vanwege de extra Rijksuitkeringen. Vanaf 2023 loopt deze reserve meerjarig af, omdat in de prognose de meerjarige begrotingstekorten (stand voorjaarsnota 2023) zijn verwerkt. Het saldo van de reserve grondbedrijf neemt in 2027 verder toe vanwege de afronding en winstneming van grondexploitatie Mastenbroek. In onderstaande grafiek worden deze vijf reserves bij elkaar opgeteld. Het totaal van deze vijf reserves is hoger dan het benodigd weerstandsvermogen. Het benodigd weerstandsvermogen in deze grafiek is het deel voor de algemene dienst en het deel voor het grondbedrijf. Het verschil per 2027 is € 6,4 miljoen. Dit bedrag kan gezien worden als vrij beschikbare middelen binnen de algemene risicoreserves om toekomstige onvoorspelbare tekorten mee op te vangen, incidentele begrotingsposten te bekostigen of investeringen te bekostigen via de reserve kapitaallasten. Dit op basis van de voorjaarsnota 2023.

Grafiek 5.3 Prognose saldo vrij beschikbare reserves per 2027

Ontwikkeling weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen wordt gevormd door de algemene risicoreserve basisdeel. Weerstandsvermogen is nodig om risico’s op te kunnen vangen. De risico’s worden gekwantificeerd in een benodigd weerstandsvermogen. De verhouding tussen deze twee is de weerstandsratio. In onderstaande grafiek geven we de ontwikkeling van de weerstandsratio weer.

Kadernota 2024-2027 (101871)

Pagina 10

Grafiek 5.4 Verloop van het weerstandsvermogen en weerstandsratio

We zien vanaf 2015 dat de weerstandsratio onder de norm van 1 komt. Dit werd enerzijds veroorzaakt door het lagere weerstandsvermogen, maar anderzijds ook door de stijgende risico’s c.q. de omzet van onze begroting. In 2020 is besloten het weerstandvermogen te verhogen met € 1,6 miljoen om de ratio 1 te herstellen. In de tussentijd is deze reserve positief beïnvloed door diverse stortingen. In 2023 wordt het weerstandsvermogen verder verhoogd met de tussentijdse- en jaarrekeningresultaat uit 2022 met € 5,1 miljoen. De weerstandsratio bedraagt op het moment van schrijven 1,89. Dat is ruim boven het afgesproken minimum van 0,8. Het saldo loopt af vanwege de meerjarige tekorten in de kadernota nog zonder de aanvullende maatregelen.

Ontwikkeling liquide middelen en leningen Door de inzet van reserves om bijvoorbeeld investeringen of tekorten in de exploitatie mee te bekostigen ontstaat er een financieringsvraagstuk. Er zijn liquide middelen nodig om de investeringen of andere verplichtingen te kunnen betalen. Hierdoor neemt de liquiditeitspositie in eerste instantie af en ontstaat er op een zeker moment behoefte aan (meer) vreemd vermogen. Onderstaande grafiek geeft deze beweging weer. Vooralsnog betreft het huidige vreemd vermogen in beginsel projectinvesteringen in vastgoed, waar de waarde van het vastgoed op de balans tegenover staat. Hierdoor verandert de vermogenspositie niet direct. Echter was er de afgelopen jaren ook sprake van het financieren van tekorten in de exploitatie. Hierdoor neemt het eigen vermogen wel af. Hier staan immers geen waarden tegenover op de balans. Voor Leusden betekent dit een kentering in haar financiële huishouding sinds 2014. Inmiddels ontwikkelt dit beeld zich veel gunstiger sinds 2021. In 2021 is aanvullend vreemd vermogen aangetrokken van € 6,3 miljoen voor IKC Groenhouten. De liquiditeit is toegenomen met zo’n € 2,0 miljoen door de inkomsten uit het grondbedrijf, de ruime compensatiemiddelen Corona en incidentele meevallers binnen de algemene uitkering. Dit Kadernota 2024-2027 (101871)

Pagina 11

betreffen niet verwachte meevallers en deze zijn verwerkt in onderstaande grafiek. In 2022 is de liquiditeit wederom flink toegenomen met € 6,6 miljoen. Hiervan is € 6,4 miljoen min of meer beklemd door teveel ontvangen middelen voor “Opvang ontheemden Oekraïne” (€ 2,6 miljoen) en een vooruit ontvangen meerjarige subsidie voor de proeftuin Eurowoningen (€ 3,8 miljoen). De toekomstige daling van het vreemd vermogen in de grafiek is vanwege de jaarlijkse aflossingen.

Grafiek 5.5 Verloop liquide middelen en leningen

Conclusie De financiële vermogenspositie van gemeente Leusden laat een verbetering zien in 2021 en 2022, met name door extra de incidentele middelen vanuit het Rijk. De weerstandsratio is hierdoor ook hoger. Dit in tegenstelling tot de afgelopen 10 jaar waarin de reserves van gemeente Leusden zijn afgenomen. De risicoreserves zijn voldoende op niveau. Na 2026 wordt er geen vermogensgroei meer verwacht, vanwege het afschaffen van de “trap op trap af” systematiek voor de berekening volumestijging van de algemene uitkering. In hoofdstuk 7 wordt dit nader toegelicht.

Kadernota 2024-2027 (101871)

Pagina 12

6. Interne ontwikkelingen – terugblik

Wanneer we terugkijken zien we dat Leusden een rijke historie heeft aan bezuinigingen. Daarbij is sprake van een hoog ambitie- en voorzieningenniveau en tegelijkertijd de ambitie om de lokale belastingen zo laag mogelijk te houden. In dit hoofdstuk wordt gekeken hoe zich dit tot elkaar verhoudt.

Terugblik bezuinigingen 2002 - 2023 Sinds 2002 tellen we 11 bezuinigingsrondes. In onderstaande tabel zijn de beoogde resultaten van de bezuinigingsoperaties weergegeven. In al die jaren is € 14,2 miljoen bezuinigd in de begrotingen van de afgelopen jaren. Opgemerkt moet worden dat als onderdeel van deze taakstellingen ook enkele belastingen zijn verhoogd. We zien ook dat gerealiseerde taakstellingen na verloop van tijd weer zijn teruggedraaid, zodra de financiële positie hier weer ruimte voor bood. Enkele maatregelen bleken praktisch niet uitvoerbaar en leverden niet de beoogde besparing op. Bezuinigingsoperaties

Formatie

Periode

Taakstelling

nb nb nb nb -2,4 -3,2 -3,4 -4,4 -3,1 -3,7 -4,8

2002-2005 2004-2007 2007-2010 2005-2009 2011-2014 2012-2015 2013-2016 2014-2017 2015-2018 2020-2023 2020-2022

1.200 700 800 2.200 1.700 1.900 700 2.300 800 1.500 400

Budget in Balans Broekriem Financieel sluitende begroting 2010 Heroriëntatie (2 fasen) Geen naam Geen naam Geen naam Kerntakendiscussie Interne Kerntakendiscussie Kadernota 2020 Organisatie ontwikkeling mrt 2020 Totaal

14.200 x € 1.000

Tabel 6.1 Overzicht bezuinigingen 2002-2023

Gevolg bezuinigingen Deze bezuinigingen hebben niet alleen een enorme impact gehad op de organisatie en haar medewerkers, maar ook op de kwaliteit van de begroting door het opnemen van niet realistische taakstellingen. Deels moest de inzet van incidentele middelen voor structurele taken de begroting sluitend maken. Inmiddels is duidelijk dat er in de basisorganisatie van de gemeente Leusden onmisbare schakels ontbreken. Door het continue bezuinigen (en weer terugdraaien) is er ook onvoldoende rust, richting en regelmaat in de organisatie ontstaan. Een en ander heeft ingrijpende gevolgen gehad voor de aansturing en ontwikkeling van de organisatie.

Kadernota 2024-2027 (101871)

Pagina 13

Herstel organisatie en kwaliteit begroting reeds gestart Door de organisatieontwikkeling uit maart 2020 is meer inzicht ontstaan in de stand van zaken van de organisatie. Als vervolg hierop is met de voorjaarsnota 2022 en de begroting 2023 een begin gemaakt met herstellen van onmisbare schakels in de organisatie en de kwaliteit van de begroting te verhogen door alle structurele taken, structureel te begroten en te dekken met structurele middelen. In de tabel hieronder is zichtbaar dat inmiddels 20 fte is hersteld. Hiervan was 10 fte al structureel in dienst, maar werd nog incidenteel bekostigd. Ook zijn structurele taken die incidenteel werden bekostigd omgebogen naar een structurele dekking. De netto structurele toename van bovenstaande maatregelen is € 1.534.000 in de begroting 2023. (Bruto was dit € 2.380.000 minus € 846.000 onderbesteding en overige kostendragers). Herstelacties

Formatie

Organisatie ontwikkeling mrt 2020 (incidenteel via reserves bekostigd) Voorjaarsnota 2022 S/I Begroting 2023 via nieuw beleid S/I Voorjaarsnota 2022 formatie S/I CUP 2022-2026 formatie S/I

Periode

Toevoeging structureel netto

2020-2022 2022 2,3 7,7

2023

CUP 2022-2026 formatie 'nieuw'

10,1

2023

Totaal

20,1

390 180 90 301 573 1.534 x € 1.000

Tabel 6.2 Overzicht herstelacties 2022-2023

Indicatie aantal medewerkers Uit eerder onderzoek in 2019 via onderzoeksbureau Berenschot bleek dat de formatie destijds gemiddeld was. In de personeelsmonitor van het A&O fonds wordt voor het jaar 2022 een gemiddelde genoemd van 6,8 fte per 1000 inwoners voor gemeenten tussen de 20.000 en 50.000 inwoners. Onduidelijk hierbij is welke diensten wel of niet worden uitbesteed, zoals sociaal domein, belastingen, groen onderhoud en afvalophaaldienst. Dit verschilt sterk per gemeente. Wanneer we kijken naar een vergelijkbare gemeente met vergelijkbare uitbestede diensten, type inwoners en voorzieningenniveau komen we tot een norm van 5,4 fte per 1000 inwoners voor gemeente Leusden. Vanuit deze indicatieve norm bekeken is een aantal van minimaal 170 fte passend bij het huidige aantal inwoners in Leusden. FTE per 1000 inwoners

Personeelsmonitor AO fonds VNG Referentiegemeente Leusden conform referentie gem. Leusden af: 20 fte groen onderhoud Norm Leusden conform referentie gem. Werkelijk: fte per januari 2023 Kadernota: inclusief nieuw beleid 2024

Inwoners FTE nu Extra

40.500 31.500

220

23

31.500 31.500 31.500

170 170

17

Totaal FTE

243 189 -20 169 170 187

Ratio

6,8 6,0 6,0 5,4

Uitbestede diensten

Sociaal domein / belastingen Sociaal domein / belastingen Schatting max fte voor groen onderhoud Sociaal domein/belastingen/groen onderhd

5,4 5,9

Tabel 6.3 Overzicht indicatie FTE per 1000 inwoners

Kadernota 2024-2027 (101871)

Pagina 14

Met het huidige formatie van 170 fte op 31.500 inwoners heeft Leusden nu een ratio van 5,4 medewerkers per 1000 inwoners. Vanuit deze indicatieve norm bekeken is het huidige aantal fte in Leusden met 5,4 fte per 1000 inwoners gelijk de norm.

Formatie al jaren onder de norm Zoals hiervoor is beschreven is bij voorgaande bezuinigingsrondes ook bezuinigd op de formatie. Hierdoor werkt de organisatie al jaren met een onderbezetting. De formatie is met de begroting 2023 gedeeltelijk hersteld richting de indicatieve norm, echter is dit niet voldoende om alle opgaven, het hoge voorzieningenniveau en de ambities van onze gemeente te kunnen uitvoeren. Hierdoor is het noodzakelijk de organisatie meer lucht te geven. Begroting

2018

Formatie (fte) Formatie (fte) per 1.000 inwoners

140 4,7

2019

2020

144 4,7

141 4,6

2021

2022

149 4,9

152 4,9

2023

170 5,4

2024

187 5,9

Tabel 6.4 Overzicht formatie vanaf 2018 tot en met kadernota 2024

Lage algemene uitkering versus hoog voorzieningenniveau Gemeente Leusden ontvangt een relatief lage algemene uitkering, omdat Leusden een ‘probleemloze’ gemeente is. In 2021 is onderzoek gedaan waarom de algemene uitkering zo laag is. Belangrijkste argumenten zijn: Leusden heeft een goede ondergrond, een goede sociale structuur en geen centrumfunctie. Anderzijds heeft Leusden een vrij hoog voorzieningenniveau. Daar is Leusden ook trots op. Onder andere een eigen binnenzwembad, veel sportfaciliteiten, veel groene buitenruimte, een royaal wegennet, mooie winkelcentra, een royaal armoedebeleid en laagdrempelige sociale voorzieningen. De algemene uitkering voorziet niet in zo’n hoog voorzieningenniveau, wat het logisch maakt dat aanvullende lokale belastingenmiddelen hiervoor nodig zijn.

Lage woonlasten versus hoog voorzieningenniveau De woonlasten in gemeente Leusden zijn lager dan het landelijk- en het provinciaal gemiddelde. Dit is eigenlijk een tegenstrijdig beeld in combinatie met het hoge voorzieningenniveau. Woonlasten per woning Verschil t.o.v Leusden

Leusden

Landelijk

Provincie Utrecht

€ 811

€ 944 € 133

€ 1.020 € 209

Tabel 6.5 Woonlasten gemeente Leusden in 2023. Bron bureau Coelo

Conclusie interne ontwikkelingen Naar aanleiding van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat de ambities en het hoge voorzieningenniveau vanuit het verleden ten koste zijn gegaan van de formatie. De organisatie heeft zich hierbij welwillend opgesteld, echter lijkt dit nu niet meer houdbaar. Er is teveel roofbouw gepleegd op de loyaliteit en inzet van onze medewerkers. De koek is op. Kadernota 2024-2027 (101871)

Pagina 15

De herstelacties via de voorjaarsnota 2022 en de begroting 2023 laten zien dat er altijd al zo’n € 1,5 miljoen te weinig in de begroting was begroot. Een onzichtbaar tekort. Deze ontwikkeling was in het verleden wellicht ook niet zo duidelijk omdat de Rijksinkomsten en die in het Sociaal Domein na de decentralisaties nogal fluctueerden, en het hiermee lastig sturen is op de toekomst. Inmiddels is ook duidelijk dat de organisatie in een vicieuze cirkel terecht is gekomen en deze moet worden doorbroken, omdat de voortgang van beleidsdoelstellingen teveel wordt belemmerd doordat niet alle taken belegd kunnen worden.

Kadernota 2024-2027 (101871)

Pagina 16

7. Rijks ontwikkelingen – vooruitblik Algemene Uitkering

Met betrekking tot de algemene uitkering vanaf 2026 zijn er 5 belangrijke wijzigingen aanstaande die de begroting en het risicoprofiel sterk gaan beïnvloeden.

1. De “trap op - trap af” methode stopt vanaf 2026 De rekenmethode voor de algemene uitkering “trap op - trap af” betekent dat de volumegroei van de algemene uitkering van lokale overheden meebeweegt met de hoogte van de begroting van de regering. In de periode 2022-2025 heeft de huidige regering zeer hoge ambities met een royale begroting. Hierdoor heeft gemeente Leusden in de deze periode ook (tijdelijk) een extra hoge algemene uitkering. Vanaf 2026 stopt “de trap op - trap af” methode. Hierdoor ontstaat er een stabiele bekostiging van lokale overheden. Dat is op zich goed nieuws. Dat betekent ook dat lokale overheden niet meer profiteren van hogere uitgaven door het Rijk, maar ook niet meer hoeven te bezuinigen wanneer het Rijk zelf gaat bezuinigen. Voor lokale overheden en hiermee ook voor gemeente Leusden brengt dit meer stabiliteit in de begroting.

2. Volumegroei op basis BBP index vanaf 2026 De volumegroei van de algemene uitkering (de trap op, trap af) wordt vooralsnog vervangen door de BBP index. De BBP index is gebaseerd op een historisch gemiddelde van een 8 jarige (conjunctuur)cyclus. Het betreft de historische groei en niet de actuele. Dat laatste maakt het onzeker of deze index de werkelijke volumegroei daadwerkelijk geheel gaat compenseren. De huidige informatie geeft de indruk van niet en laat een wat zorgelijk beeld zien. In hoofdstuk 11 “Ontwikkelingen na kadernota 2024” komt het verwachte tekort op dit onderdeel aan de orde. De VNG gaat hierover met het Rijk in gesprek.

3. Het Rijk is niet structureel in financieel evenwicht Het Rijk voldoet niet aan de Europese structurele begrotingsnormen. Het Nederlandse begrotingstekort over 2020 kwam uit op 3.7 procent (norm 3%). Dit bracht de totale overheidsschuld op 54,7 procent van het bbp (norm 60%). Volgens de Europese Commissie loopt het tekort te hard op. Zij vinden de maatregelen voor de energiecrisis te breed. Samen met andere plannen voor stikstof, onderwijs, woningnood loopt het begrotingstekort op naar 4%. De staatschuld loopt ook verder op, veel meer dan Nederland zelf verwacht. Die combinatie baart de Europese commissie zorgen.

Kadernota 2024-2027 (101871)

Pagina 17

4. Het Rijk gaat meer incidenteel bekostigen Het Rijk kiest er bewust voor om zaken incidenteel te bekostigen, zodat deze uitgaven geen onderdeel zijn van het structurele begrotingstekort en hiermee het begrotingstekort van het Rijk positief beïnvloeden. Dit verklaart waarom structurele uitgaven, zoals de energietransitie, incidenteel worden bekostigd via Specifieke Uitkeringen (SPUK) met een eigen verantwoording. En dit verklaart ook waarom er steeds meer SPUK’s komen in plaats van een hogere algemene uitkering voor deze structurele taken.

5. Het Rijk zoekt naar meer besparingen Het Rijk worstelt met oplossingen in verband met haar begrotingstekort. Zij speelt met de gedachten om het lokale belastinggebied te verruimen, ofwel in te zetten om indirect de ‘tekorten’ in Den Haag op te vangen. Daar is echter momenteel geen politiek draagvlak voor. Echter wanneer de algemene uitkering te laag blijft en een gemeente niet wil of kan verminderen in voorzieningenniveau is het verhogen van de lokale belastingen wel de enige mogelijkheid. Dit zien we ook terug in de jeugdzorg, bij de hervormingsagenda, waarin grote kortingen (taakstellingen) zijn opgenomen met op papier haalbare maatregelen, of maatregelen die gemeenten al (deels) toepassen, maar waarbij de praktijk moet gaan uitwijzen of het ook daadwerkelijk gerealiseerd wordt. Deze ontwikkeling biedt mogelijkheden, maar baart ook wel zorgen.

Conclusie Het Rijk heeft haar begroting meerjarig niet op orde en heeft eigenlijk te maken met te hoge ambities versus de beschikbare middelen. Als gevolg hiervan kiest het Rijk er nu voor ook structurele taken incidenteel via SPUK’s te gaan bekostigen. Dit komt niet overeen met onze reële begrotingsprincipes en brengt ook veel administratief- en verantwoordingswerk met zich mee. Door deze ontwikkelingen hoeven we niet te rekenen op (ruime) extra structurele middelen vanaf 2026. Door het stoppen van de “trap op - trap af” methode zal ook de vermogensgroei via hoge jaarrekeningresultaten stoppen. Anderzijds hoeven we ook niet mee te bezuinigen mocht dit aan de orde komen in Den Haag.

Kadernota 2024-2027 (101871)

Pagina 18

8. Rijks ontwikkelingen – vooruitblik Jeugdzorg

Met betrekking tot jeugdzorg zijn er 3 ontwikkelingen die het zorgaanbod en de bekostiging van de jeugdzorg onder druk zetten. Hierdoor neemt het risicoprofiel van de hele begroting fors toe.

Kortingen op de jeugdzorg blijven onverkort overeind De jeugdzorg in de gemeente Leusden laat gemiddeld een jaarlijkse toename zien van 8% (prijs en volume). Hierdoor is er helaas nog geen sprake van de beoogde afvlakking. Dit beeld komt overeen met het landelijk beeld bij de VNG. De toename zit vooral in langere intensievere en kostbaardere trajecten en niet zo zeer in meer cliënten. Oorzaken die genoemd worden zijn o.a. prestatiedruk op school, vechtscheidingen en financiële problemen. De begrote kortingen vanuit het Rijk lopen per jaar echter steeds verder op. Het Rijk neigt niet naar een reële compensatie voor prijs en volume stijging. Wat op zich past bij hun financiële positie zoals beschreven in het hoofdstuk hiervoor. Hierdoor lopen de werkelijke toename van jeugdzorgkosten en bekostiging steeds verder uit elkaar. Dit heeft een groot risico in zich.

Hervormingsagenda - verbetering jeugdzorg De Hervormingsagenda Jeugd moet leiden tot verbetering van de hulpverlening en een financieel beheersbaar en duurzaam jeugdstelsel. Via de hervormingsagenda worden er belangrijke stappen gezet om de jeugdzorg te verbeteren. Het is een brede agenda die de grote opgaven in de jeugdzorg en het jeugdzorgstelsel wil aanpakken, ook om het stelsel houdbaar te houden: De jeugdhulp is toegankelijk, beschikbaar en wordt dichtbij georganiseerd via stevige lokale teams. Via een aanpassing van de Jeugdwet moet duidelijker worden wat jeugdhulp is. Kinderen moeten thuis kunnen opgroeien in stabiele gezinnen. De zorg moet van goede kwaliteit zijn en moet jeugdigen en ouders daadwerkelijk helpen. Daarnaast wordt o.a. door een eenvoudige uitvoering van de inkoop de bureaucratie verminderd. De VNG en het Rijk hebben na 1,5 jaar onderhandelen een financieel principeakkoord bereikt voor deze Hervormingsagenda. Om het akkoord definitief te maken zijn nog twee dingen nodig: instemming van de leden bij de algemene ledenvergadering op 14 juni 2023 en voldoende structurele financiële middelen voor gemeenten vanaf 2026.

Vanaf 2026 zijn de extra jeugdmiddelen niet meer ‘extra’. In meicirculaire 2023 zal naar verwachting staan dat de korting in 2024 en 2025 op de jeugdzorg wordt bevroren, omdat het Rijk de noodzaak erkent van het aanpassen van het in groeipad. Deze verschuiving levert voor gemeente Leusden een klein voordeel op in 2024 (€ 67.000) en 2025 (€ 176.000). Daarnaast blijft de doelstelling van € 1 miljard overeind, maar erkent het akkoord dat € 650 miljoen onderbouwd en ‘mogelijk haalbaar’ is en € 380 miljoen met onzekerheden omgeven is. Ook op het vlak van risicodeling is het Rijk ons tegemoetgekomen. Onvoorziene Kadernota 2024-2027 (101871)

Pagina 19

omstandigheden en autonome groei vallen onder de verantwoordelijkheid van het Rijk. In 2025 toetst een deskundigencommissie, die zwaarwegend advies geeft, wat er nodig is in de toekomst. Vanaf 2026 komt de oorspronkelijk beoogde korting in 2026 weer terug. In onderstaande tabel wordt zichtbaar dat vanaf 2026 een tekort ontstaat op deze extra middelen. Op basis van deze extra jeugdmiddelen is in november 2021 besloten tot het benodigde investeringsplan Lariks. Bij ongewijzigde omstandigheden kan dit om aanvullende lokale dekking gaan vragen in 2026 om hiermee het voorzieningenniveau op peil te houden.

Extra middelen Jeugd & WMO

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Extra middelen jeugdzorg 100% (bron aug 2022) Maatregelen hervormings agenda AEF rapport: Korting dossiers met overeenstemming (+/- -25%) Korting dossiers zonder overeenstemming Eigen bijdragen Subtotaal netto extra middelen

1.828

1.828

1.828

1.828

1.828

1828 1.828

Af: eerdere stelposten Nw beleid: Investeringsplan Lariks (Raad nov 2021)

-215 -515

-810 -535

-810 -535

-810 -535

-810 -535

Saldo voor begroting 2024-2027

1098

108

108

108

-478

-375 -375 -375 -961 -1017 -1.017 pm pm pm pm pm pm pm pm pm pm pm pm 1828 1.453 1.453 1.453 867 811 811 -810 -535 -534

-810 -535 -534 x € 1.000

Tabel 8.1 Ontwikkeling extra middelen jeugdzorg 2022-2028 met de bevroren korting in 2024 en 2025

Conclusie De jeugdzorg betreft een dossier met een hoog risicoprofiel. Dit komt enerzijds doordat de gemeente Leusden beperkt invloed heeft op de toename van de jeugdzorgkosten, anderzijds boekt het Rijk kortingen in waar gemeente Leusden ook beperkt invloed op heeft. Hoewel er een principeakkoord ligt op de Hervormingsagenda Jeugd en we ons daar als Leusden aan committeren, blijft het financieel onzeker en kan het financieel impact gaan krijgen. We zullen actief onze bijdrage aan leveren aan deze hervorming, met als uitgangspunt goede hulp en ondersteuning voor jeugdigen.

Kadernota 2024-2027 (101871)

Pagina 20

9. Overige risico’s Naast de in de voorgaande hoofdstukken benoemde ontwikkelingen en risico’s bestaan er nog een aantal kansen en risico’s die het begrotingssaldo in latere jaren kunnen beïnvloeden. Deze hebben echter meer onzekerheid in zich en zijn (nog) geen onderdeel van de begroting. In onderstaande tabel zijn deze weergegeven met een indicatieve financiële kwantificering. Deze worden hierna kort toegelicht. Overige kansen en risico's

Vervallen opschalingskorting Compensatie huishoudelijke hulp Voortgang herverdeling gemeentefonds naar € 64,- p. inw. Aanbesteding jeugdzorg vanaf 2024 Extra korting op jeugdzorg van 511 mio macro Herziening financiele verhoudingen Subtotaal

2024

2025

2026

2027

110

854 110 -458

854 110 -808

854 110 -808

pm

pm

pm

pm

pm

-100

-500

-500

-511

-511

pm

pm

pm

pm

pm

-100

-390

7

-355

-355

x € 1.000

Tabel 9.1 Overzicht kansen en risico’s

Vervallen opschalingskorting De opschalingskorting is ontstaan in 2015 met als stimulans dat gemeenten zouden fuseren naar 100.000+ gemeenten. Deze Rijksambitie is niet meer aan de orde, echter de oplopende korting is nog steeds van kracht. In de periode 2021-2025 is de korting bevroren o.a. vanwege de coronacrisis. Vanaf 2026 loopt de korting onverkort door. Het is aannemelijk dat deze korting alsnog vervalt, anderzijds kan het Rijk zich deze structurele korting waarschijnlijk niet permitteren en zal dan naar bezuinigingen gaan zoeken op andere domeinen. Zie hiervoor hoofdstuk 7 “Rijks ontwikkelingen – vooruitblik Algemene Uitkering”.

Compensatie huishoudelijke hulp Momenteel heeft iedereen met een hulpbehoefte, ongeacht inkomen, recht op huishoudelijke hulp. Door de aanzuigende werking kost deze regeling de gemeente Leusden meer dan gecompenseerd wordt door het Rijk. Deze regeling gaat vanaf 2025 wijzigen, wat zou kunnen leiden tot een verminderd tekort. Dit bedrag is een indicatie.

Herverdeling gemeentefonds Met de herverdeling gemeentefonds wordt beoogd het gemeentefonds met minder verdeelsleutels en eerlijker naar draagkracht te verdelen. Hierdoor ontstaan er voor- en nadeel gemeenten. De gemeente Leusden is een nadeelgemeente. Dat betekent dat zij minder uitkering krijgt. De herverdeling gemeentefonds is al in werking, maar staat nu even on hold tot 2027. Er is nader onderzoek nodig naar het onderdeel Overige Eigen Middelen (OEM). Het verwachte nadeel is € 64,- per inwoner. Dit is een fors bedrag. Hiervan is € 37,50 in de huidige begroting verwerkt Kadernota 2024-2027 (101871)

Pagina 21

conform advies van Rijk en provinciaal toezichthouder. Het is niet uitgesloten dat het hier bij blijft, maar dit onderwerp blijft een risico in zich hebben.

Aanbesteding jeugdzorg 2024 Op het moment van schrijven is de aanbesteding van de jeugdzorg 2024 onderhanden en in een eindfase. Rekening houdend met de ingediende offerte, de voorlopige verdeelsleutels en de daarbij gehanteerde aannames verwachten wij dat de kosten met betrekking tot het contract voor 2024 bínnen de financiële kaders passen. Daarbij is rekening gehouden met indexering voor prijsen volumestijgingen 2023 (totaal 8%) en het vervallen van de regionale risicoverevening.

Extra korting jeugdzorg Het Rijk houdt nog steeds vast aan een aanvullende korting op de bestaande kortingen in de jeugdzorg. Hier is echter momenteel geen draagvlak voor bij de politiek en de VNG. Deze extra korting is (nog) niet verwerkt in de begroting van Leusden vanwege de onzekerheden.

Herziening financiële verhoudingen De bekostiging van lokale overheden gaat wijzigen. Hoofdstuk 7 “Rijks ontwikkelingen – vooruitblik Algemene Uitkering” gaat daar deels op in. Dit proces is volop onderhanden en wijzigt bijna elk kwartaal. Dit maakt dat dit onderwerp ook onzekerheden met zich meebrengt.

Kadernota 2024-2027 (101871)

Pagina 22

10. Financiële doorrekening nieuw beleid 2024 Nieuw beleid betreft daadwerkelijk nieuw beleid of het intensiveren van bestaand beleid. In essentie gaat over zaken die anders worden gedaan dan tot nu. Nieuw beleid gaat over het algemeen gepaard met toenemende uitgaven. Jaarlijks wordt het nieuw beleid geïnventariseerd en wordt dit integraal afgewogen bij de kadernota tijdens het voorjaarsdebat. De gemeenteraad kan via deze integrale afweging goed zicht houden op het meerjarig structureel financieel evenwicht. De begrotingspositie is bepalend voor de vraag of er structurele financiële ruimte is voor nieuw beleid. Het financieel afdekken van het structureel nieuw beleid vormt bij deze kadernota een grotere uitdaging vanwege de begrotingstekorten in 2024 en vanaf 2026. Dit vraagt om aanvullende maatregelen welke in hoofdstuk 12 worden voorgesteld. Het nieuw beleid is verdeeld in 4 categorieën en wordt in bijlage 2 nader toegelicht. Categorie

Omschrijving

3

De betreffende de onderdelen bij “De inhaalslag” zijn onvermijdelijk. Deze onderdelen komen voort uit een wettelijke plicht. Er is keuze dit meer of minder intensief te doen. Betreffen verplichtingen die voortkomen uit samenwerkingsverbanden. De onderwerpen zijn een gevolg van eerdere bestuurlijke afspraken en intenties.

4

Dit betreffen wensen die niet noodzakelijk zijn en waarbij keuze mogelijk is.

1 2

Tabel 10.1 Toelichting categorieën nieuw beleid

Financiële doorrekening nieuw beleid In onderstaande tabel zijn de kosten van het nieuw beleid toegevoegd aan de startpositie van de kadernota. Nieuw beleid

Startpositie kadernota ( saldo voorjaarsnota 2023 ) Nieuw beleid: Saldo addendum CUP structureel Saldo addendum CUP incidenteel Nieuw beleid categorie 1 "De inhaalslag" structureel Nieuw beleid categorie 2 en 3 structureel Nieuw beleid 2024 incidenteel Subtotaal nieuw beleid Saldo kadernota na nieuw beleid

2024

2025

2026

2027

2028

149

1.107

-1.900

-2.614

-2.614

-54 -7 -1.476 -396 -455 -2.388 -2.239

-90 -132 -1.422 -456

-90 -95 -1.455 -409

-90

-90

-1.186 -442

-1.186 -382

-2.100 -993

-2.049 -3.949

-1.718 -4.332

-1.658 -4.272

x € 1.000

Tabel 10.2 Financiële doorrekening nieuw beleid 2024

Kadernota 2024-2027 (101871)

Pagina 23

11. Financiële ontwikkelingen na kadernota 2024

Na de vaststelling van de kadernota 2024 zal zich een aantal ontwikkelingen voordoen die verwerkt zullen worden in de begroting 2024-2027. Dit betreft onder andere de meicirculaire, waarvan de financiële effecten eind juni 2023 duidelijk zijn. De te verwachten positieve effecten zijn relevant bij de afweging tot maatregelen om het begrotingstekort te verminderen. Hiervoor is onderstaande prognose opgenomen, zodat er een reëler beeld ontstaat bij het te verwachten begrotingssaldo 2024-2027.

Ontwikkelingen na kadernota 2024

1. Meicirculaire: Algemene uitkering accres structureel 2. Meicirculaire: Volume groei compensatie Rijk via BBP 3. Reel verwachte volume groei, minimaal. 4. Meicirculaire: Korting jeugdzorg 2024 en 2025 wordt bevroren 5. SPUK energietransitie (brief Jetten) 6. Kadernota 2024 GGD nieuw beleid 7. RV Mobiliteitsplan (juni) vrijval structurele ruimte Totaal ontwikkelingen na kadernota 2024

2024

67 380 -136 70 381

2025

176 380 -136 170 590

2026

2027

2028

1.270 313 -862

-13 380 -136 145 376

1.270 163 -431 -18 380 -136 110 1.338

380 -136 110 1.075

x € 1.000

Tabel 11.1 Overzicht financiële ontwikkelingen na vaststelling kadernota 2024

1. Meicirculaire: accres vanaf 2027 Het accres, de algemene uitkering, is tot en met 2025 bevroren. Dit accres is tot en met 2025 extra hoog vanwege de hoge ambities van de huidig regering in combinatie met de “trap op – trap af” systematiek. Het accres valt in 2026 terug naar iets boven het niveau van 2022. Bij de meicirculaire 2022 is het accres voor 2026 eenmalig verhoogd met € 1,3 miljoen. In de meicirculaire 2023 wordt verwacht dat dit bedrag structureel wordt doorgetrokken vanaf 2027.

2. Meicirculaire: volumegroei voor 2027 De volumegroei van het accres voor 2027 is gebaseerd op de BBP index en niet meer op de “trap op - trap af” methode. Deze index is gebaseerd op de historische groei van 8 jaar. Er wordt rekening gehouden met een bedrag van € 163.000 in 2027. Dit bedrag is echter te laag om de minimaal verwachte volumegroei te kunnen opvangen.

3. Reëel verwachte volume groei in 2027 In de begroting wordt jaarlijks meerjarig rekening gehouden met een volumestijging voor loonkosten, jeugdzorg en IBOR. Voor 2027 is dit geschat op € 431.000. Dit maakt dat de volumestijging op basis van de BBP index niet voldoende is. Deze ontwikkeling is ook beschreven in hoofdstuk 7 “Rijks ontwikkelingen – vooruitblik Algemene Uitkering”. De VNG gaat hierover in

Kadernota 2024-2027 (101871)

Pagina 24

gesprek met het Rijk. Vanwege een realistische begroting wordt deze ontwikkeling opgenomen in de begrotingsjaar 2027.

4. Meicirculaire: korting op jeugdzorg bevroren voor 2024 en 2025 De lopende korting op de jeugdzorg wordt in 2024 en 2025 bevroren, omdat door de onderhandelingen met de VNG over de resterende maatregelen van de hervormingsagenda 2 jaar vertraging is opgelopen. De totale korting van € 650 miljoen blijft onverkort overeind. Deze verschuiving levert een klein voordeel op in 2024 (€ 67.000) en 2025 (€ 176.000).

5. SPUK energietransitie Vanuit het Rijk worden incidentele middelen beschikbaar gesteld in 2023, 2024 en 2025 voor het aantrekken van extra medewerkers voor de uitvoering van de energietransitie. De intentie van minister Jetten is tot 2030. Dit betreft een bedrag van € 540.000 voor de gemeente Leusden in 2023. Dit bedrag is onlangs aangevraagd en ontvangen. Per jaar is een nieuwe aanvraag nodig. In de prognose wordt € 380.000 aangehouden, omdat bij het CUP 2022-2026 voor dit bedrag nieuwe medewerkers zijn aangetrokken. Vooralsnog kan alleen dit bedrag worden gedeclareerd op basis van het bestaande beleid.

6. Nieuw beleid GGD 2024 De GGD heeft aangegeven dat zij € 236.000 extra structurele kosten verwacht in 2024. Hiervan is € 107.000 voor prijsstijgingen en € 136.000 voor nieuw beleid. De prijsstijgingen worden in beginsel opgevangen via de stelpost loon- en prijsstijgingen. Het nieuw beleid draagt bij aan hogere uitgaven vanaf 2024. Dit bedrag is nu opgenomen in deze prognose, omdat op dit voorstel nog een zienswijze wordt ingediend. Het bedrag kan hierdoor nog wijzigen.

7. Raadsvoorstel mobiliteitsplan (CUP 2028) In de begroting is sinds het CUP 2018 een reservering (stelpost) opgenomen ter dekking van de afschrijvingslast voortkomend uit de uitbreiding van de verkeersinfrastructuur, zijnde € 225.000. Nu de concrete voorstellen en berekeningen bekend zijn, is duidelijk dat dit bedrag niet geheel nodig is en kan het restant vrijvallen. Hierbij is rekening gehouden met de maximale investeringsvariant van € 4.560.000. Het begrotingstekort neemt hiermee af.

Kadernota 2024-2027 (101871)

Pagina 25

12. Maatregelen In dit hoofdstuk wordt een aantal maatregelen voorgesteld om het begrotingssaldo in 2024 sluitend te maken en het begrotingstekort voor de jaren daarna te verminderen, met name vanaf 2026. Conform het coalitieakkoord en de uitgangspunten in het CUP 2022-2026 zijn oplossingen gezocht langs de volgende lijn:

1. eerst kijken wij naar oplossingen binnen het beleidsterrein of het domein waar een tekort ontstaat; 2. daarna kijken wij naar oplossingen binnen de hele begroting; 3. pas in laatste instantie kijken wij naar lastenverzwaring door bijvoorbeeld de verhoging van de OZB.

Toelichting op uitgangspunt 1 en 2. Het begrotingstekort ontstaat met name door het herstel van formatie en de kwaliteit van de begroting in de voorjaarsnota 2022 en de begroting 2023, zijnde € 1,5 miljoen, zoals beschreven in de conclusie van hoofdstuk 6 “Interne ontwikkelingen – terugblik”. Tijdens dit herstel zijn al oplossingen gevonden en verwerkt in de beleidsterreinen/domeinen, zijnde € 846.000. Daarnaast draagt de aanvraag nieuw beleid 2024 bij aan het tekort. Dit betreft voor een groot deel het herstel van formatie binnen de overhead. Binnen dit domein zien wij geen oplossingen. In dit domein zijn in het verleden juist de oplossingen neergelegd. Bij de aanvraag nieuw beleid 2024 vallen twee onderwerpen op die mogelijk nadere maatregelen vragen, maar ook keuzes in zich hebben. Dit betreft de “Energietransitie” en de “Omgevingswet & Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (WKB)”. De mate van te nemen maatregelen en keuzen willen we als college graag met de raad verder onderzoeken en hierin gezamenlijk een besluit nemen. Dit betreft 2 maatregelen die in dit hoofdstuk worden toegelicht.

Toelichting op uitgangspunt 3. In hoofdstuk 6 “Interne ontwikkelingen – terugblik” wordt duidelijk dat een verhoging van lokale belastingen onvermijdelijk is. De ambities en het hoge voorzieningenniveau van de afgelopen jaren zijn ten koste gegaan van de formatie. Het personeel heeft zich hierbij welwillend opgesteld, echter dit is nu niet meer houdbaar. Inmiddels is ook duidelijk dat de organisatie in een vicieuze cirkel terecht is gekomen en deze moet worden doorbroken. Wij zien een belastingmaatregel als een laatste en onontkoombare maatregel. Hieruit volgt maatregel 3.

Kadernota 2024-2027 (101871)

Pagina 26

Financiële doorrekening maatregelen Onderstaand de financiële doorrekening van de voorgestelde maatregelen. De maatregelen worden hieronder toegelicht. Vervolgens wordt een doorkijk gemaakt naar de prognose van het begrotingssaldo 2024-2027, waarbij de ontwikkelingen na de kadernota zijn meegenomen. Als laatste nog een doorkijk richting 2026, waarin nog maatregel mogelijk is. Maar deze wordt nog niet uitgevoerd in deze begrotingscyclus.

Startpositie kadernota ( saldo voorjaarsnota 2023 ) Saldo nieuw beleid Saldo na kadernota na nieuw beleid Maatregelen: 1. Actualisatie energietransitie - aparte raadsbehandeling 2. Wijzigingen omgevingswet en WKB - aparte raadsbehandeling 3. Belastingmaatregel 4a. Storting algemene reserve bij kadernota 2024 Saldo kadernota 2024-2027

2024

2025

2026

2027

2028

149 -2.388 -2.239

1.107 -2.100 -993

-1.900 -2.049 -3.949

-2.614 -1.718 -4.332

-2.614 -1.658 -4.272

pm

pm

pm

pm

pm

pm

pm

pm

pm

pm

2.400 -161 0

2.400 -1.407 0

2.400

2.400

2.400

-1.932

-1.872

-1.549

x € 1.000

Tabel 12.1 Financiële doorrekening maatregelen kadernota 2024

Maatregel 1: Energietransitie Het aangevraagde nieuw beleid voor de energietransitie (door voormalige tijdelijke medewerkers) heeft een grote financiële doorwerking richting toekomst. Dit heeft nadere analyse en actualisatie nodig door de nieuwe vaste programmamanager. Het nieuw beleid op dit gebied is om deze reden niet opgenomen in deze kadernota. Daarnaast worden er bij dit grote dossier een aantal keuzes voorzien, waarbij meer betrokkenheid van de raad is gewenst. Hierbij speelt de bekostiging ook een grote rol, omdat het Rijk anders dan verwacht ‘slechts’ beperkte incidentele middelen verstrekt voor deze structurele taak. Dat levert dilemma’s op, die een meer zorgvuldige voorbereiding verdienen. Het streven is nog dit jaar een voorstel over dit onderwerp aan de raad voor te leggen met een aantal keuzen qua wensen en dekking.

Maatregel 2: Omgevingswet & WKB De Omgevingswet en de WKB gaan van start per 1 januari 2024. Beide wetten brengen aanzienlijke veranderingen met zich mee, zowel qua organisatie als financieel. De veranderingen worden in beeld gebracht aan de hand van een onderzoek. Dit onderzoek is op het moment van schrijven nog niet afgerond. Dit maakt dat de onderbouwing voor het aangevraagd nieuw beleid nog niet volledig is. Toch wordt een toename van kosten voorzien, waardoor een deel van de aanvragen voor dit onderdeel wel is opgenomen in deze kadernota. Hiermee wordt tijdig in dekking voorzien. Of dit bedrag passend is, zal later dit jaar en de komende jaren blijken. Het dossier is niet exact voorspelbaar. Voorafgaand aan de kadernota 2025 zal duidelijker worden wat de impact kan zijn. De raad wordt hierover geïnformeerd. Indien grote keuzen aan de orde komen Kadernota 2024-2027 (101871)

Pagina 27

zal dit afzonderlijk aan de raad worden voorgelegd. Dit is op het moment van schrijven nog niet te overzien.

Maatregel 3: Belastingmaatregel Het verhogen van de lokale belastingen is een ingrijpende maatregel, maar zoals hiervoor beschreven onvermijdelijk gezien de opgaven waar we voor staan, het voorzieningenniveau, en ambities die er zijn. Het bepalen van het bedrag brengt diverse dilemma’s en overwegingen met zich mee, als volgt;

Minimaal bedrag en maximaal bedrag Wij stellen een belastingmaatregel voor van € 2,4 miljoen met ingang van 2024. Hiermee dekken we het verwachte tekort af voor 2024, zijnde € 1,858 miljoen (inclusief de te verwachte effecten na vaststelling kadernota). Dit is de minimale belastingverhoging die nodig is om 2024 sluitend te maken. Het tekort voor 2026 en 2027 is € 3 miljoen (inclusief de te verwachten effecten na kadernota en na maatregel 5), hierdoor blijft er nog wel een tekort in 2026. Wij vertrouwen erop dat er door de onderhandelingen tussen de VNG en het Rijk nog aanvullende structurele middelen zullen worden toegekend vanaf 2026. Hierdoor accepteren wij op dit moment een tekort van zo’n € 666.000 vanaf 2026 (inclusief ontwikkelingen na vaststelling kadernota en maatregel 5).

Dit betekent een gemiddelde toename van indicatief € 138 per huishouden, wanneer 80% van deze maatregel wordt toegepast op woningen en 20% op niet-woningen (variant 3 zie hierna). De huidige woonlasten in Leusden komen dan indicatief zo’n 1% boven het huidige landelijke gemiddelde van dit jaar uit, maar blijven 7% onder het huidige gemiddelde van de provincie Utrecht. Afgezet tegen de opgaven, het hoge voorzieningenniveau en de ambities van onze gemeente acht het college dit onontkoombaar.

Tabel 12.2 Overzicht woonlasten gemeente Leusden in 2023 en verwachting vanaf 2024

Met deze maatregel onderstrepen we het belang in onze gemeente van onder andere: ▪ ▪ ▪ ▪

Goede sport- en groen en leef voorzieningen De rol van duurzaamheid Een goed sociaal beleid En een zorgvuldig financieel beleid

Kadernota 2024-2027 (101871)

Pagina 28

Verdeling woningen versus niet-woningen Bij een OZB verhoging kan worden gedifferentieerd naar woningen en niet-woningen. Het tarief voor niet-woningen is in gemeente Leusden relatief hoog ten opzichte van de regio. Alleen bij gemeente Amersfoort is het tarief nog hoger. En als we spreken over een solidaire bijdrage voor de kosten van het hoge voorzieningenniveau is het de vraag of we dat ook van bedrijven in gelijke mate mogen vragen. Om deze reden kan gedacht worden om alleen de woningen te belasten en de niet-woningen niet. Of woningen en niet-woningen in een andere verhouding te belasten. De werkelijke opbrengstverdeling tussen woningen en niet-woningen is 60% versus 40%. Een variant hierop is de belastingmaatregel alleen op woningen toe te passen en niet op de niet-woningen. Een tussenvorm is 80% van de maatregel op woningen en 20% van de maatregel voor niet-woningen toe te passen. Wij stellen voor een verdeling van 80% voor woningen en 20% voor niet-woningen te hanteren bij het voorgestelde bedrag voor de belastingmaatregel van € 2,4 miljoen.

Varianten bij 2,4 miljoen

Woningen

Maatregel gemid. per eenheid

Nietwoningen

Maatregel gemid. per eenheid

1) Alleen woningen 2) Werkelijke verdeling 3) Aangepaste verdeling

100% 60% 80%

€ 175 € 105 € 138

0% 40% 20%

€0 € 70 € 37

Tabel 12.3 Gemiddelde toename woonlasten bij varianten woningen versus niet-woningen

Maatregel 4a: Storting begrotingsresultaat in algemene reserve Door deze belastingmaatregel vanaf 2024 ontstaat er een begrotingsoverschot in 2024 en 2025. Gezien de verwachting dat de vermogensgroei sterk afneemt vanaf 2026 (zie hoofdstuk 7 “Rijks ontwikkelingen – vooruitblik Algemene Uitkering”) wordt voorgesteld deze middelen te behouden voor de toekomstige mindere tijden en deze te storten in de algemene reserve. Hiermee wordt gestreefd naar een begrotingssaldo van “nul” voor 2024 en 2025.

Kadernota 2024-2027 (101871)

Pagina 29

Doorkijk prognose begrotingssaldo 2024-2027

Maatregel 4b: Storting begrotingsresultaat in algemene reserve Bij de doorkijk naar de prognose begrotingssaldo 2024-2027 wordt rekening gehouden met de ontwikkelingen na vaststelling van de kadernota 2024. Hier wordt zichtbaar wat het te verwachte tekort in 2026 en 2027 kan worden. Vanuit het streven naar een begrotingssaldo van “nul” voor 2024 en 2025 wordt bij de begrotingsopstelling het bedrag voor de storting in de algemene reserve hoger. Doorkijk begroting 2024

2024

2025

Saldo ontwikkelingen na kadernota o.a. meicirculaire 4b. Storting algemene reserve bij opstellen begroting -indicatie

381 -381 0

590 -590 0

Saldo prognose begrotingssaldo 2024-2027

2026

2027

2028

376

1.338

1.075

-594

-797

-1173

x € 1.000

Tabel 12.4 Financiële doorrekening maatregelen prognose begrotingssaldo 2024-2027

Doorkijk prognose begrotingssaldo 2026-2027

Maatregel 5: incidentele uitgaven incidenteel bekostigen in 2026 In de begroting 2024-2027 worden nagenoeg alle incidentele uitgaven bekostigd uit exploitatie inkomsten en niet via reserves. Zo ook voor het jaar 2026, het laatste jaar van het College Uitvoerings Programma (CUP). Wanneer bij de kadernota 2026 blijkt dat het tekort nog steeds aan de orde is, kunnen deze incidentele uitgaven alsnog worden bekostigd vanuit een reserve (incidentele dekking). Hiermee kan het tekort in 2026 met € 507.000 worden verminderd. Voorgesteld wordt deze maatregel niet toe te passen in de begroting 2024-2027, maar eerst de ontwikkelingen met de Rijksinkomsten af te wachten. Met deze prognose wordt het min of meer werkelijke structureel tekort zichtbaar. Doorkijk begroting 2026

2024

2025

2026

5. Optionele maatregel bij kadernota 2026 - incidentele uitgaven CUP Saldo prognose begrotingssaldo 2026-2027

0

0

507 -666

2027

2028

-594

-797

x € 1.000

Tabel 12.5 Financiële doorrekening maatregelen prognose begrotingssaldo 2026-2027

Kadernota 2024-2027 (101871)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.leusden.nl/api/v1/meetings/3445/documents/37354