bestemmingsplan De Fliert 17 en 23 te Achterveld 230321__106950__.pdf
Tekst van het document
De Fliert 17 en 23 te Achterveld
Toelichting
De Fliert 17 en 23 te Achterveld 21-03-2023
De Fliert 17 en 23 te Achterveld
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing van het plangebied 1.3 Geldend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer
7 7 7 8 8
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie
9 9 9
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid
11 11 12 13
Hoofdstuk 4 Uitvoerbaarheid 4.1 Erfgoed 4.2 Verkeer en parkeren 4.3 Luchtkwaliteit 4.4 Ecologie 4.5 Water 4.6 Bodemkwaliteit 4.7 Geluid 4.8 Externe veiligheid 4.9 Milieuzonering
15 15 15 15 16 16 17 18 18 18
Hoofdstuk 5 Juridische opzet 5.1 Algemeen 5.2 Regels
21 21 21
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
23 23 23
3
De Fliert 17 en 23 te Achterveld
4
De Fliert 17 en 23 te Achterveld
Toelichting
5
De Fliert 17 en 23 te Achterveld
6
De Fliert 17 en 23 te Achterveld
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Ter plaatse van de percelen De Fliert 17 en 23 is sinds 2002 een autorestauratiebedrijf gevestigd. Het bedrijf richt zich met name op het restaureren van bijzondere oldtimers. In 2014 is het ter plaatse geldende bestemmingsplan herzien. Bij het vaststellen van dit bestemmingsplan 'Achterveld 2014' is er echter een verkeerde functieaanduiding aan het bedrijf gegeven. De bedrijfseigenaar heeft dit bij de gemeente aangegeven. Naar aanleiding hiervan heeft de gemeente besloten het bestemmingsplan ter plaatse partieel te herzien, en de bestaande situatie op een adequate manier vast te leggen.
1.2
Ligging en begrenzing van het plangebied
Het plangebied ligt in de kern Achterveld op het bedrijventerrein De Fliert. Het plangebied ligt aan de noordoostzijde van de kern Achterveld. Op onderstaande afbeeldingen zijn de ligging en begrenzing van het plangebied weergegeven.
Ligging plangebied in Achterveld
Begrenzing plangebied
7
De Fliert 17 en 23 te Achterveld
1.3
Geldend bestemmingsplan
Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Achterveld 2014', vastgesteld door de gemeenteraad van Leusden op 9 juli 2014. Op het perceel rust te bestemming 'Bedrijf' met de functieaanduidingen 'Bedrijf tot en met categorie 2', 'Bedrijventerrein' en 'Specifieke vorm van bedrijf – garagebedrijf'. Daarnaast geldt ter plaatse de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie middelhoge verwachting. Op onderstaande afbeelding is een uitsnede van het geldende bestemmingsplan weergegeven.
Uitsnede geldend bestemmingsplan 'Achterveld 2014'
Daarnaast geldt ter plaatse het paraplubestemmingsplan 'Cultureel Erfgoed' waarin de cultuurhistorische waarden binnen de gemeente worden beschermd. In dit parapluplan heeft het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie'.
1.4
Leeswijzer
In Hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de bestaande situatie. Hoofdstuk 3 beschrijft de relevante beleidsdocumenten. In Hoofdstuk 4 wordt de uitvoerbaarheid van het plan beschreven. Hoofdstuk 5 bevat de juridische planbeschrijving. Tenslotte wordt in Hoofdstuk 6 de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid beschreven.
8
De Fliert 17 en 23 te Achterveld
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Huidige situatie
Ter plaatse van het plangebied bevindt zich een autorestauratiebedrijf. Het bedrijf is ontsloten via De Fliert. Het bedrijf bestaat uit twee bedrijfsgebouwen: één ter plaatse van perceel nummer 23, en de andere ter plaatse van nummer 17. Aan de voorzijde van het bedrijf bij nummer 23 bevindt zich een bedrijfswoning met daaronder een kantoorruimte. Op onderstaande afbeelding is het beeld vanaf de straat weergegeven.
Plangebied gezien vanaf De fliert. (Bron: maps.google.nl 14-07-2022)
Voor het perceel aan De Fliert 17 is in 2015 een omgevingsvergunning verleend voor bouw, milieu en handelen in strijd met regels RO. Daarmee is het huidige bedrijf vergund.
2.2
Toekomstige situatie
In de toekomstige situatie vinden er geen fysieke wijzigingen in het plangebied plaats. Enkel de planologische situatie wordt gewijzigd. Het plangebied wordt voorzien van een correcte aanduiding voor het bedrijf. De aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - garagebedrijf ' wordt vervangen door de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - autoschade- en autorestauratiebedrijf '.
9
De Fliert 17 en 23 te Achterveld
10
De Fliert 17 en 23 te Achterveld
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationala omgevingsvisie
Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI, 2020), geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en ontwikkelingen van de leefomgeving in Nederland. In de NOVI wordt ingegaan op urgente opgaven die zowel lokaal, nationaal als wereldwijd spelen. Deze opgaven omvatten onder andere klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Het uitgangspunt in de aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Nationale belangen en vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Er zijn 21 nationale belangen beschreven waarop de nationale overheid zich in de NOVI richt. Nationale belangen zijn de inhoudelijke belangen bij de fysieke leefomgeving waarbij het Rijk een rol voor zichzelf ziet en waarvoor het kabinet in politieke zin aanspreekbaar is. De behartiging van de nationale belangen en de realisatie van de daaruit voortvloeiende beleidsdoelen en opgaven gebeurt niet alleen door het Rijk. Er zijn vier prioriteiten waar het Rijk op wil sturen en richting geven: Prioriteit 1: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. Prioriteit 2: Duurzaam economisch groeipotentieel. Prioriteit 3: Sterke en gezonde steden en regio's. Prioriteit 4: Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Uitvoering De NOVI gaat vergezeld van een Uitvoeringsagenda, waarin staat aangegeven hoe het Rijk invulling geeft aan zijn rol bij de uitvoering van de NOVI. In de Uitvoeringsagenda vindt u onder andere een overzicht van instrumenten en (gebiedsgerichte) programma's op de verschillende beleidsterreinen.
De Uitvoeringsagenda zal, indien nodig, jaarlijks worden geactualiseerd. Conclusie De herbestemming van een bedrijf past binnen het rijksbeleid.
11
De Fliert 17 en 23 te Achterveld
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
De wetgever heeft in de Wet ruimtelijke ordening, ter waarborging van de nationale of provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd. Indien provinciale of nationale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens een provinciale verordening respectievelijk bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), beter bekend als de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte, zijn 13 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen. Het Barro is op 30 december 2011 deels in werking getreden en met onderdelen per 1 oktober 2012 aangevuld. Het besluit is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Conclusie In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Provinciale omgevingsvisie
Op 10 maart 2021 is de Omgevingsvisie provincie Utrecht vastgesteld. In deze Omgevingsvisie legt de provincie haar integrale lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving van de provincie Utrecht vast. Dat is inclusief sociale aspecten die fysiek neerslaan, zoals toegankelijkheid en inclusiviteit. De Omgevingsvisie is een samenvoeging van onder andere de ruimtelijke structuurvisie, mobiliteitsvisie, natuurvisie en het bodem-, water- en milieuplan. De provincie wil dat de provincie Utrecht het groene, gezonde en slimme middelpunt van Nederland blijft, ook in 2050. Daarbij staat zij voor een flinke uitdaging: het aantal inwoners, woningen, banen en verplaatsingen groeit fors. Het grondgebied is te klein om al deze ruimtevragers los van elkaar een plek te bieden. De grootste opgave is daarmee de vraag hoe wij de verschillende functies ruimtelijk met elkaar kunnen combineren. Ook zal het nodig zijn om prioriteiten te stellen en keuzes te maken. Met zeven beleidsthema’s geeft de provincie richting aan de ontwikkeling en de bescherming van de gezonde en veilige leefomgeving.
In 2050 is er een inclusieve en circulaire provincie Utrecht: waarin Stad en land gezond zijn; die Klimaatbestendig en waterrobuust is; waarin Duurzame energie een plek heeft; met Vitale steden en dorpen; die Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar is; met een Levend landschap, erfgoed en cultuur; die een Toekomstbestendige natuur en landbouw heeft. Deze zeven thema’s vragen om een brede blik. Ze staan niet op zichzelf, maar kennen samenhang en relaties in boven- en ondergrond. Deze worden bezien vanuit het algemene belang, de integrale aanpak en de lange termijn. De zeven thema’s zorgen gezamenlijk voor integrale, toekomstgerichte oplossingen voor de opgaven waarmee de Utrechtse kwaliteiten per saldo worden behouden of versterkt. Dit bereiken we door nieuwe ontwikkelingen te combineren en te concentreren,zorgvuldig om te gaan met de schaarse ruimte en kwaliteiten en door ontwerp en innovatie te stimuleren. Al deze thema’s zijn in verband te brengen met het streven naar een duurzame, circulaire en in alle opzichten gezonde en vitale provincie. Dit betekent dat herbruikbaarheid van grondstoffen en producten ontstaat en dat waardevernietiging en verlies aan biodiversiteit wordt voorkomen.
Kortom: met de ambities in deze Omgevingsvisie dragen wij bij aan het verbeteren van de brede welvaart waarbij wij onder brede welvaart zowel de kwaliteit van leven in het hier en nu verstaan, als die van latere generaties of die van mensen elders in de wereld.
12
De Fliert 17 en 23 te Achterveld
Conclusie De omgevingsvisie vormt geen belemmering voor de aanpassing van het bestemmingsplan. 3.2.2
Interim omgevingsverordening provincie utrecht
Op 10 maart 2021 is, samen met de provinciale omgevingsvisie, de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht vastgesteld. De omgevingsverordening legt de beleidsthema's zoals uitgewerkt in de provinciale omgevingsvisie vast in concrete regelgeving. Voor dit plan zijn geen specifieke artikelen van toepassing. Er wordt voorzien in een beperkte juridisch planologische wijziging. Er vinden geen nieuwe ontwikkelingen plaats als gevolg van deze wijziging. Conclusie Het plan past binnen de kaders van het provinciale beleid.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie
In de gemeentelijke Omgevingsvisie is aangegeven dat ten aanzien van bedrijvigheid wordt gestuurd wordt op het behoud van bovenlokale bedrijvigheid. Ook blijft er aandacht voor de lokale ondernemer. Een sterkere ondernemerscultuur ontstaat als bedrijven elkaar meer gaan benutten en als uit deze samenwerkingen en kennisuitwisseling weer nieuwe bedrijvigheid ontstaat. De gemeente wil daarom op meer plekken functiecombinaties en bedrijfsverzamelgebouwen mogelijk maken. De gemeente wil ook de netwerken waarin bedrijven en zelfstandigen opereren versterken, zodat uit deze netwerken nieuwe bedrijvigheid kan ontstaan en meer kansen voor zelfstandigen op werk op te bouwen. De gemeente faciliteert dit door meer werk- en netwerkplekken voor kleine bedrijven mogelijk te maken. Ook het faciliteren van locaties voor meer ambachtelijke bedrijvigheid draagt bij aan de diversiteit en robuustheid van onze werkgelegenheid. Daarom wil de gemeente ruimte maken voor bedrijfskavels voor middelgrote (productie) bedrijven. Met een sterke lokale ondernemerscultuur en een meer divers aanbod aan werkgelegenheid wil de gemeente ook voldoende passend werk vasthouden voor kwetsbare groepen of mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Een grote(re) diversiteit aan kleine en grote bedrijven maakt de gemeente minder kwetsbaar voor deze groepen.
Dit bestemmingsplan voorziet in de adequate vastlegging van de planologische situatie ter plaatse van een klein bedrijf in Achterveld. Het bedrijf is van een lokale ondernemer waar ambachtelijke bedrijvigheid plaatsvindt. Het initiatief is daarmee passend binnen het beleid van de gemeente. Dit plan faciliteert een lokale ondernemer binnen de gemeente Leusden. Conclusie De ontwikkelingen past binnen de uitgangspunten van de omgevingsvisie.
13
De Fliert 17 en 23 te Achterveld
14
De Fliert 17 en 23 te Achterveld
Hoofdstuk 4 4.1
Uitvoerbaarheid
Erfgoed
De Erfgoedwet verplicht gemeenten om bij de vaststelling van een bestemmingsplan en bij de bestemming van de in het plan begrepen gronden, rekening te houden met de in de bodem aanwezige, dan wel te verwachten archeologische waarden. Dit is in lijn met het Europese Verdrag van Malta. 4.1.1
Archeologie
Op basis van het geldende bestemmingsplan geldt ter plaatse de archeologische dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie middelhoge verwachting'. Het plan voorziet niet in de wijziging van de fysieke situatie ter plaatse. Er wordt geen nieuwe bebouwing gerealiseerd en er worden geen gronden geroerd. Archeologische waarden worden niet aangetast als gevolg van deze planherziening. Onderzoek in het kader van archeologie kan achterwege blijven. Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmeringen voor het bestemmingsplan. 4.1.2
Cultuurhistorie
Het plangebied heeft de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie', maar heeft geen nadere aanduiding. De voor 'Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de cultuurhistorische waarden. Op de verbeelding hebben de objecten en ensembles die behoudenswaardig zijn de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding cultuurhistorisch waardevol'. Tevens zijn op de verbeelding objecten en ensembles met een cultuurhistorische betekenis aangegeven met de aanduiding 'karakteristiek'. Het plangebied bevat geen cultuurhistorische waarden die behouden of beschermd dienen te worden. Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmeringen voor het bestemmingsplan.
4.2
Verkeer en parkeren
Het plan voorziet in een adequate vastlegging van de bestaande situatie, die reeds sinds 2002 bestaat. Bovendien is de huidige bestemming ook reeds 'Bedrijf'. Hiermee worden geen nieuwe ontwikkelingen ter plaatse mogelijk gemaakt. Er wordt daarmee niet voorzien in een wijziging in de verkeersstromen of in de parkeerbehoefte. Nader onderzoek naar verkeer en parkeren is niet noodzakelijk. Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor het bestemmingsplan.
4.3
Luchtkwaliteit
Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (Wm). De in deze wet gehanteerde normen gelden overal, met uitzondering van een arbeidsplaats (hierop is de Arbeidsomstandighedenwet van toepassing). Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wm in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit.
15
De Fliert 17 en 23 te Achterveld
Als sprake is van realisatie of wijziging van bronnen van luchtverontreiniging, die kunnen leiden tot een toename van de hoeveelheid luchtverontreiniging, is onderzoek noodzakelijk. Projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De criteria om te kunnen beoordelen of er voor een project sprake is van nibm, zijn vastgelegd in de AMvB-nibm. In de AMvB-nibm is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m³ NO2 of PM10 ) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd. Een ruimtelijke ontwikkeling kan volgens de Wet luchtkwaliteit doorgang vinden als: de ontwikkeling is opgenomen in het NSL; de ontwikkeling aangemerkt wordt als een NIBM-project; de gestelde grenswaarden van bijlage 2 van de Wet luchtkwaliteit niet worden overschreden; projectsaldering wordt toegepast. Dit plan voorziet in een adequate vastlegging van de bestaande situatie ter plaatse, die reeds sinds 2002 bestaat. Bovendien is de huidige bestemming ook reeds 'Bedrijf'. Er zijn geen nieuwe ontwikkelingen voorzien. In dit kader is dit plan niet in betekenende mate invloed heeft op de luchtkwaliteit. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit levert geen belemmeringen op voor het bestemmingsplan.
4.4
Ecologie
Kader Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Op grond van deze wet zijn de Natura 2000-gebieden beschermd. Daarnaast regelt de Wet natuurbescherming ook de bescherming van plantenen dierensoorten. In deze wet zijn de EU-richtlijnen voor de bescherming van soorten opgenomen (Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn). Nationaal beschermde soorten vallen ook onder deze wet. De doelstelling is de bescherming en behoud van in het wild levende planten en dieren. Het uitgangspunt van de wet is 'nee, tenzij'. Dit betekent dat activiteiten met een schadelijk effect op beschermde soorten zonder ontheffing verboden zijn. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen vooraf de effecten op Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland beoordeeld te worden. Ook dient vooraf onderzocht te worden of en welke beschermde dier- en plantensoorten voorkomen, wat hun beschermingsstatus is en wat de effecten zijn van de ingreep op het voortbestaan van de gevonden soorten. Planspecifiek en conclusie Het initiatief voorziet niet in de sloop of toevoeging van gebouwen. Er worden geen beschermde soorten of gebieden aangetast als gevolg van dit initiatief. Nader onderzoek is niet nodig.
4.5
Water
Op Rijksniveau en Europees niveau zijn de laatste jaren veel plannen en wetten gemaakt met betrekking tot water. De belangrijkste hiervan zijn het Waterbeleid voor de 21e eeuw, de Waterwet en het Nationaal Waterplan. Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21ste eeuw heeft in augustus 2000 advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. De adviezen van de commissie staan in het rapport ‘Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw’ (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21e eeuw worden twee principes (drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd:
16
De Fliert 17 en 23 te Achterveld
vasthouden, bergen en afvoeren: dit houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk bovenstrooms wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Vervolgens wordt zo nodig het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren wordt het water afgevoerd; schoonhouden, scheiden en zuiveren: hier gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste komt het zuiveren van verontreinigd water aan bod. Waterwet De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Daarnaast levert de Waterwet een flinke bijdrage aan kabinetsdoelstellingen zoals vermindering van regels, vergunningstelsels en administratieve lasten. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de aloude vergunningstelsels uit de voorheen afzonderlijke waterbeheerwetten zijn gebundeld. Dit resulteert in één vergunning, de watervergunning. Nationaal Waterplan Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan vastgesteld door het kabinet. Het Nationaal Waterplan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016-2021 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer.
Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water en de diverse vormen van gebruik van water. Het geeft maatregelen die in de periode 2016-2021 genomen moeten worden om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden en de kansen die water biedt te benutten. Onderdeel van het waterbeleid is de “watertoets”: de check van ruimtelijke plannen aan de gevolgen voor het watersysteem. Gevolg is dat overleg moet plaatsvinden met de waterbeheerder en dat in het bestemmingsplan een beschrijving moet worden opgenomen van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. De Watertoets is verankerd in het Bro. Het plangebied ligt binnen het beheergebied van het Waterschap Vallei en Veluwe. Beoordeling Dit plan voorziet in een adequate vastlegging van de bestaande situatie ter plaatse, die reeds sinds 2002 bestaat. Bovendien is de huidige bestemming ook reeds 'Bedrijf'. De bebouwingsmogelijkheden wijzigen niet in dit bestemmingsplan. In het kader van deze partiele herziening is evenwel de digitale watertoets uitgevoerd. Het toetsresultaat is opgenomen in Bijlage 1. Uit de watertoets blijkt dat het waterschap geen belang heeft bij deze ontwikkeling. Het initiatief hoeft niet verder met het waterschap te worden afgestemd.
Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor het bestemmingsplan.
4.6
Bodemkwaliteit
Volgens artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan onderzoek te worden verricht naar de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde nieuwe functie. Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone gronden te worden gerealiseerd. Planspecifiek Dit plan voorziet in een adequate vastlegging van de bestaande situatie. Er wordt niet voorzien in een nieuwe gevoelige functie in het kader van bodem. Nader onderzoek kan achterwege blijven. Conclusie Het aspect bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor het bestemmingsplan.
17
De Fliert 17 en 23 te Achterveld
4.7
Geluid
De Wet geluidhinder (Wgh) heeft tot doel de mensen te beschermen tegen geluidsoverlast. Op basis van deze wet dient bij het opstellen van een plan aandacht te worden besteed aan het aspect geluid. In de Wet geluidhinder (Wgh) is een zonering van industrieterreinen, wegen en spoorwegen geregeld. Enerzijds betekent dit dat (geluids)eisen worden gesteld aan de milieubelastende functies, anderzijds betekent dit dat beperkingen worden opgelegd aan milieugevoelige functies. Aangezien het perceel niet gelegen is binnen de zone van een spoorweg en/of in de nabijheid van een industrieterrein, is alleen aandacht besteed aan het aspect wegverkeerslawaai. In de Wet geluidhinder is (in geval van zonering) de verplichting opgenomen tot het verrichten van een akoestisch onderzoek naar de geluidsbelasting op de gevels van de te realiseren woonbebouwing (en daarmee gelijk te stellen objecten) binnen de in artikel 74 genoemde onderzoekszone van een weg. In beginsel heeft iedere weg een geluidszone, maar dat geldt niet voor de volgende wegen: a. b.
wegen gelegen in een als woonerf aangeduid gebied wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur
Het plan maakt geen nieuwe akoestisch gevoelige functies mogelijk. Verder leidt het plan niet tot nieuwe verkeersaantrekkende werking en daardoor leidt het ook niet tot toename van wegverkeerslawaai. Dit plan voorziet namelijk in een adequate vastlegging van de bestaande situatie ter plaatse, die reeds sinds 2002 bestaat. Bovendien is de huidige bestemming ook reeds 'Bedrijf'. Akoestisch onderzoek is niet noodzakelijk. Conclusie Het aspect geluidhinder vormt geen belemmering voor het bestemmingsplan.
4.8
Externe veiligheid
Bij het mogelijk maken van nieuwe kwetsbare functies is het aspect externe veiligheid van belang. Dit heeft betrekking op inrichtingen, buisleidingen en transportroutes waar een ongeval met gevaarlijke stoffen kan plaatsvinden, met fatale gevolgen voor personen die geen directe relatie hebben tot de risicovolle activiteit. Dit plan maakt geen nieuwe kwetsbare objecten mogelijk. Dit plan voorziet namelijk in een adequate vastlegging van de bestaande situatie ter plaatse, die reeds sinds 2002 bestaat. Bovendien is de huidige bestemming ook reeds 'Bedrijf'. Het plaatsgebonden risico wordt niet verhoogd. Nader onderzoek kan achterwege blijven. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het bestemmingsplan.
4.9
Milieuzonering
Milieuzonering beoogt het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. In het kader van een goede ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1 Wro) moet voorkomen worden dat milieubelastende activiteiten voorzienbare hinder opleveren aan milieugevoelige activiteiten. In de brochure 'Bedrijven en Milieuzonering' (VNG, 2009) zijn richtafstanden opgenomen tussen hinderlijke functies, in de vorm van gevaar, geluid, geur en stof, en gevoelige functies. Van deze richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken. Er gelden ook vaste afstanden waarvan niet worden afgeweken, zoals een geurcontour of de afstand met betrekking tot gevaar. De richtafstanden hebben betrekking op de perceelgrens van het bedrijf en anderzijds de gevel van de nieuwe gevoelige functie. Vorenstaande moet op twee manieren worden getoetst. Enerzijds wordt gekeken of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling zelf veroorzaker is van hinder en anderzijds wordt bekeken of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling kwetsbaar is voor hinder en/of bestaande functies belemmert in hun bedrijfsvoering.
18
De Fliert 17 en 23 te Achterveld
Autoschade- en autorestauratiebedrijf Het plan maakt met de voorgenomen wijziging ter plaatse van het perceel De Fliert 17 en 23 een autoschade- en autorestauratiebedrijf mogelijk in categorie 3.1. Het bedrijf is er al langere tijd gevestigd, sinds 2002. Op basis van het bestemmingsplan 'Achterveld 2014' was al een garagebedrijf toegelaten, met als doel het huidige bedrijf positief te bestemmen. Deze aanduiding dekt echter niet de lading, dit is de reden dat de aanduiding vervangen wordt door de aandduiding 'autoschade- en autorestauratiebedrijf'. Het bedrijf valt op basis van de bedrijvenlijst van het bestemmingsplan 'Achterveld 2014' onder milieucategorie 3.1. Gebiedstypen Bij milieuzonering kunnen twee gebiedstypen worden onderscheiden, namelijk: 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. De omgeving van het plangebied is gevarieerd. Het plangebied is omsloten door bedrijven, maar ook woningen. Gelet op de ligging van de locatie is de omgeving als 'gemengd gebied' te karakteriseren. Voor gebieden waar in enige vorm sprake is van functiemenging, of in gebieden waar bewust functiemenging wordt nagestreefd (bijvoorbeeld om een grotere levendigheid tot stand te brengen), kunnen de gebieden worden aangemerkt als 'functiemengingsgebied'.
Bij 'functiemengingsgebieden' moet gedacht worden aan: stadscentra, dorpskernen en winkelcentra; horecaconcentratiegebieden; zones met functiemenging langs stedelijke toegangswegen en in lintbebouwingen; (delen van) woongebieden met kleinschalige c.q. ambachtelijke bedrijvigheid. Kortom, het plangebied ligt in een gemengd gebied. De richtafstanden behorende bij de milieucategorieën kunnen worden verminderd met één stap als gevolg het omgevingstype 'gemengd gebied'. De maximale richtafstand die in voorliggend geval gebruikt worden bedraagt zijn terug te vinden in de tabelhieronder. Overzicht milieucategorieën (bedrijven en milieuzonering, 2009)
Situatie plangebied Binnen een gemengd gebied geldt voor een bedrijf in categorie 3.1 een richtafstand van 30 m tot aan de dichtst bijzijnde woning. Deze afstand wordt gehaald tot aan de bestaande woningen/bouwvlakken voor woningen. Het betreft bovendien een bedrijf dat al ruime tijd haar activiteiten ter plaatse uitvoert, en daar legaal zit.
19
De Fliert 17 en 23 te Achterveld
Ter plaatse is sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat. In dit plan wordt vastgelegd dat enkel het bestaande bedrijf of een bedrijf met gelijke activiteiten ter plaatse is toegestaan. Wanneer het bedrijf verdwijnt , zijn enkel bedrijven van milieucategorie 2 ter plaatse toegestaan, danwel een autoschade- en autorestauratiebedrijf' van milieucategorie 3.1. Conclusie Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor het bestemmingsplan. Er is sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat.
20
De Fliert 17 en 23 te Achterveld
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische opzet
Algemeen
Een bestemmingsplan bestaat uit de juridisch bindende verbeelding en regels en gaat vergezeld van een toelichting. Op de verbeelding wordt het plangebied en de bestemmingen en aanduidingen gevisualiseerd. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende deel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking en maakt juridisch geen deel uit van het bestemmingsplan. De toelichting heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. Voorliggende plan ziet uitsluitend op het aanpassen van een aanduiding voor het ter plaatse gevestigde bedrijf op de verbeelding en het toevoegen van een planregel waar de toegestane bedrijfsactiviteit verder wordt gereguleerd. Op de verbeelding zijn voor de leesbaarheid alle geldende bestemmingen en aanduidingen overgenomen naast de toegevoegde specifieke aanduiding.
5.2
Regels
Voor de regels van dit plan zijn de regels uit het bestemmingsplan 'Achterveld 2014' als basis gebruikt. Die regels zijn vervolgens op onderdelen aangepast in verband met de beoogde situatie in het plangebied. De regels bevatten nieuwe bepalingen omtrent het toegstane gebruik van de gronden. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Hoofdstuk 3 Overgangs- en slotregels Hieronder worden de hoofdstukken en onderliggende artikelen nader toegelicht. 5.2.1
Inleidende regels
Dit onderdeel bestaat uit de begrippen waarmee het bestemmingplan 'Achterveld 2014' wordt aangevuld. In de begrippen wordt aangegeven wat in de regels onder bepaalde begrippen moet worden verstaan. 5.2.2
Bestemmingsregels
Hierin is de 'Van toepassingverklaring' opgenomen en de wijze waarop de regels van het bestemmingsplan 'Achterveld 2014 ' worden aangevuld met het toevoegen van een aanduiding inzake de toegestane bedrijfsactviteiten op het perceel De Fliert 17 en 23. Daarnaast is aan de planregels een regel toegevoegd die ervoor zorgt dat op deze locatie alleen een autoschade - autorestauratiebedrijf is toegestaan en bij beëindiging van dit bedrijf/bedriijfsactiviteiten alleen bedrijven uit milieucategorie 2 zijn toegestaan. 5.2.3
Overgangs- en slotregels
In hoofdstuk 3 tot slot worden de overgangs- en slotregels geformuleerd. In het artikel 'Overgangsrecht' worden regels bepaald omtrent bouwwerken, die in de bestaande situatie aanwezig zijn of mogen worden gebouwd. In de 'Slotregel' tenslotte wordt aangegeven onder welke naam de regels kunnen worden aangehaald. Ten slotte is bij de regels een bijlage gevoegd. Hierin zijn de toegelaten bedrijfscategorieën aangegeven die in het plangebied toegelaten worden als de huidige bedrijfsactiviteiten worden beëindigd.
21
De Fliert 17 en 23 te Achterveld
22
De Fliert 17 en 23 te Achterveld
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Bij het opstellen van een bestemmingsplan dient te worden onderzocht of het bestemmingsplan uitvoerbaar is. Het bestemmingsplan De Fliert 17 en 23 te Achterveld bevat geen nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden. Dit leidt niet tot financiële consequenties voor de gemeente. Het opstellen van het bestemmingsplan en de procedure past binnen de gemeentelijke begroting.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Het plan wordt conform de wettelijke termijn van 6 weken ter inzage gelegd. In deze periode heeft eenieder de gelegenheid om een zienswijze op het plan in te dienen.
23
De Fliert 17 en 23 te Achterveld
Bijlagen bij toelichting
De Fliert 17 en 23 te Achterveld 21-03-2023
De Fliert 17 en 23 te Achterveld
Inhoudsopgave
Bijlagen bij toelichting
5
Bijlage 1
7
Watertoets
3
De Fliert 17 en 23 te Achterveld
4
De Fliert 17 en 23 te Achterveld
Bijlagen bij toelichting
5
De Fliert 17 en 23 te Achterveld
6
De Fliert 17 en 23 te Achterveld
Bijlage 1 Watertoets
7
Digitale Watertoets Res ultaat van de check gedaan op 14-07-2022
Digitale watertoets De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toets en of u de belangen van het Waters chap raakt. Indien dit het geval is krijgt u teks t en uitleg over het vervolg proces .
VOOR DE ACTIVITEIT DIGITALE WATERTOETS IS OP BASIS VAN DE GEGEVEN ANTWOORDEN NODIG: 1.
Geen belang procedure
OP BASIS VAN ONDERSTAANDE LOCATIE
14-07-2022, 09:44
P agina 1 van 3
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets VRAGEN EN ANTWOORDEN UIT DE CHECK 1.
Gaat het om een ruimtelijk plan dat uits luitend een functiewijziging betreft van bes taande bebouwing zonder fys ieke aanpas s ing van bebouwing en ruimte? ja
2.
Wordt er in de huidige s ituatie wateroverlas t ervaren binnen het plangebied? nee
14-07-2022, 09:44
P agina 2 van 3
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets DETAILS 1.
Geen belang procedure Op bas is van uw locatie en gegeven antwoorden blijkt dat u geen waters chaps belangen raakt.
Wat moet ik doen? "U kunt de volgende teks t in uw ruimtelijke plan opnemen: De initiatiefnemer heeft Waters chap Vallei en Veluwe geïnformeerd over het onderhavige plan via de Digitale Watertoets (www.dewatertoets .nl). Hiermee is bepaald dat het plan geen invloed heeft op de waterhuis houding en/of de afvalwaterketen. Verder overleg met het waters chap is niet nodig. Het Waters chap Vallei en Veluwe geeft een pos itief wateradvies . LET OP: Het (concept)wateradvies is geen aanvraag voor een watervergunning. Onze conclus ie en wateradvies mogen alleen gebruikt worden tijdens de (ruimtelijke) planvormingfas e. Eventueel benodigde vergunningen worden niet binnen de watertoets procedure of met deze Digitale Watertoets geregeld en zullen via daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden. Een watervergunning van het waters chap is bijvoorbeeld nodig voor het dempen en/of vergraven van watergangen, het lozen van water op oppervlaktewater en het onttrekken van grondwater. Informatie over een watervergunning kunt u vinden op de webs ite van het waters chap (https ://www.vallei-veluwe.nl/toptaken/vergunning-aanvragen/). Op www.omgevings loket.nl kunt u een watervergunning aanvragen. "
Waar moet ik op letten? "U dient deze aanvraag in te dienen door op de knop ""DIRECT AANVRAGEN"" te drukken. Als u dit niet doet, wordt de aanvraag niet doorgezet naar het waters chap en zijn wij nog niet op de hoogte van uw plan. Ook in het geval van geen waters chaps belangen vragen wij u de watertoets wel aan te vragen zodat wij op de hoogte worden ges teld van uw plan. Met deze watertoets is uw plan naas t het beleid van het waters chap gelegd. Hieruit is de conclus ie naar voren gekomen dat het plan geen invloed heeft op de waterhuis houding en/of de afvalwaterketen. Deze beoordeling heeft plaats gevonden vanuit het beleid van het waters chap. Voor het waters chap leidt een toename van verharding alleen tot een watercompens atieopgave (noodzaak tot waterberging) als er een toename is van 1500 m2 of meer. Een groot aantal gemeenten s telt ook eis en bij de realis atie van nieuw verhard oppervlak of bij herontwikkeling van bes taand verhard gebied. Het kan dan ook zijn dat de gemeente wel eis en aan uw plan s telt. Het is van belang om dit na te vragen bij de betreffende gemeente. "
Achtergrondinformatie
14-07-2022, 09:44
P agina 3 van 3
https://dewatertoets.nl
De Fliert 17 en 23 te Achterveld
Regels
De Fliert 17 en 23 te Achterveld 21-03-2023
De Fliert 17 en 23 te Achterveld
Inhoudsopgave
Regels
5
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels Begrippen
7 7
Hoofdstuk 2 Artikel 2
Bestemmingsregels Partiele herziening
9 9
Hoofdstuk 3 Artikel 3 Artikel 4
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
11 11 13
3
De Fliert 17 en 23 te Achterveld
4
De Fliert 17 en 23 te Achterveld
Regels
5
De Fliert 17 en 23 te Achterveld
6
De Fliert 17 en 23 te Achterveld
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan
het bestemmingsplan De Fliert 17 en 23 te Achterveld met identificatienummer NL.IMRO.0327.BP19167-0201 van de gemeente Leusden; 1.2
bestemmingsplan
de geometrische bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0327.BP19167-0201 met bijbehorende regels en bijlage; 1.3
autoschade- en restauratiebedrijf
bedrijf dat zich voornamelijk bezig houdt met autoschade herstellen en restauratie van auto's waar onder andere de volgende werkzaamheden onder vallen: de productie van (auto)onderdelen, revisie, spuiten, ontlakken en stralen.
7
De Fliert 17 en 23 te Achterveld
8
De Fliert 17 en 23 te Achterveld
Hoofdstuk 2 Artikel 2 2.1
Bestemmingsregels
Partiele herziening
Verbeelding
Dit bestemmingsplan wijzigt de verbeelding van het bestemmingsplan ‘Achterveld 2014' vastgesteld 09-07-2014 overeenkomstig de wijze zoals vervat in het bestemmingsplan De Fliert 17 en 23 te Achterveld. 2.2
Regels
De regels van het bestemmingsplan ‘‘Achterveld 2014 ’ 1 vastgesteld bij besluit door de gemeenteraad van de gemeente Leusden op 9 september 2014 zijn van toepassing op dit bestemmingsplan, met dien verstande dat de regels als volgt worden aangevuld: Artikel 4 Bedrijf Artikel 4.1 wordt aangevuld met sub o: o.
een autoschade- en autorestauratiebedrijf van milieucategorie 3.1, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - autoschade- en autorestauratiebedrijf' .
9
De Fliert 17 en 23 te Achterveld
10
De Fliert 17 en 23 te Achterveld
Hoofdstuk 3 Artikel 3 3.1 1.
2.
3.
3.2 1. 2.
3.
4.
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. Overgangsrecht gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
11
De Fliert 17 en 23 te Achterveld
12
De Fliert 17 en 23 te Achterveld
Artikel 4
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan De Fliert 17 en 23 te Achterveld.
13
De Fliert 17 en 23 te Achterveld
Bijlagen bij regels
De Fliert 17 en 23 te Achterveld 21-03-2023
De Fliert 17 en 23 te Achterveld
Inhoudsopgave
Bijlagen bij regels
5
Bijlage 1
6
Staat van Bedrijfsactiviteiten
3
De Fliert 17 en 23 te Achterveld
4
De Fliert 17 en 23 te Achterveld
Bijlagen bij regels
5
De Fliert 17 en 23 te Achterveld
Bijlage 1 Staat van Bedrijfsactiviteiten
6
Bijlage 1 Staat van Bedrijfsactiviteiten Deze bijlage is ontleend aan "Bedrijven en milieuzonering", Sdu Uitgevers bv, Den Haag (2009). Categorale bedrijfsindeling AmerAdviseurs bv R.O. Amersfoort (v1; d.d. 2009) AFSTANDEN
INDICES
IN METERS SBI-
OMSCHRIJVING
CODE
GEU
STO GELUI GEVAA CATEGOR VERKEE BODE LUCH
R
F
D
R
30
10
50
10
3.1
2
30
10
30
10
2
1
30
10
50
10
3.1
2
30
10
30
10
2
1
30
10
30
0
2
1
0
30
0
2
1
IE
R
Tabel 1: Bedrijven 01
LANDBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. DE LANDBOUW
016
Dienstverlening t.b.v. de landbouw:
016
- algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o. > 500 m²
016
- algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o.<= 500 m²
016
- plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. > 500 m²
016
- plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. <= 500 m²
0162
KI-stations
10,
VERVAARDIGING VAN
11
VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN
1032,
Groente- en
1039
fruitconservenfabrieken:
1052
- consumptie-ijsfabrieken: 10
M
T
p.o. <= 200 m² 1071
Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen:
1071
- v.c. < 7500 kg
30
10
30
10
2
1
30
10
30
10
2
1
30
10
30
10
2
1
10
0
30
0
2
1
Textielveredelingsbedrijve 50
0
50
10
3.1
2
10
0
50
10
3.1
1
0
10
50
10
3.1
1
meel/week, bij gebruik van charge-ovens 10821
Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk:
10821
- cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. <= 200 m²
10821
- suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. <= 200 m²
1102
Vervaardiging van wijn,
t/m
cider e.d.
1104 13
VERVAARDIGING VAN TEXTIEL
133
n 139
Vervaardiging van textielwaren
139,
Vervaardiging van
143
gebreide en gehaakte stoffen en artikelen
14
VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT
B
141
Vervaardiging kleding van 30
0
50
0
3.1
1
10
30
10
2
2
0
30
50
0
3.1
1
10
10
30
0
2
1
50
30
50
30
3.1
1
10
0
30
0
2
1
leer 141
Vervaardiging van kleding 10 en -toebehoren (excl. van leer)
16
HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D.
162
Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout, p.o. < 200 m²
162902 Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken 17
VERVAARDIGING VAN PAPIER, KARTON EN PAPIER- EN KARTONWAREN
1712
Papier- en kartonfabrieken:
1712
- p.c. < 3 t/u
58
UITGEVERIJEN,
R
DRUKKERIJEN EN REPRODUCTIE VAN OPGENOMEN MEDIA 18129
Kleine drukkerijen en
B
kopieerinrichtingen 1814
Grafische afwerking
0
0
10
0
1
1
1814
Binderijen
30
0
30
0
2
2
1813
Grafische reproductie en
30
0
10
10
2
2
zetten
B
1814
Overige grafische
30
0
30
10
2
2
0
0
10
0
1
1
10
30
50
10
3.1
1
10
10
30
10
2
1
- zonder breken, zeven en 10
30
50
0
3.1
1
10
30
50
10
3.1
1
251,
- gesloten gebouw, p.o. < 30
30
50
10
3.1
1
331
200 m²
255,
Smederijen,
30
50
10
3.1
1
331
lasinrichtingen,
B
activiteiten 182
Reproductiebedrijven opgenomen media
23
VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUCTEN
231
Glasbewerkingsbedrijven
232,
Aardewerkfabrieken:
234 232,
- vermogen elektrische
234
ovens totaal < 40 kW
237
Natuursteenbewerkingsbe
L
drijven: 237
drogen: p.o. <= 2.000 m² 2391
Slijp- en polijstmiddelen fabrieken
25,
VERVAARD. EN
31
REPARATIE VAN PRODUCTEN VAN METAAL (EXCL. MACH./TRANSPORTMI DD.)
251,
Constructiewerkplaatsen
331
bankwerkerijen e.d., p.o.
30
B
< 200 m² 2562,
Overige
10
30
50
10
3.1
1
B
3311
metaalbewerkende
30
30
50
10
3.1
1
B
30
10
30
10
2
1
30
10
30
10
2
1
261,
Vervaardiging van audio-, 30
0
50
30
3.1
2
263,
video- en telecom-
264,
apparatuur e.d. incl.
331
reparatie
26,
VERVAARDIGING VAN
32,
MEDISCHE EN
33
OPTISCHE APPARATEN
0
30
0
2
1
industrie, inpandig, p.o. <200 m² 259,
Overige
331
metaalwarenfabrieken n.e.g.; inpandig, p.o. <200 m²
26,
VERVAARDIGING VAN
28,
KANTOORMACHINES
33
EN COMPUTERS
26, 28, Kantoormachines- en 33
computerfabrieken incl. reparatie
26,
VERVAARDIGING VAN
27,
OVER. ELEKTR.
33
MACHINES, APPARATEN EN BENODIGDH.
293
Elektrotechnische industrie n.e.g.
26,
VERVAARDIGING VAN
33
AUDIO-, VIDEO-, TELECOM-APPARATEN EN -BENODIGDH.
EN INSTRUMENTEN 26, 32, Fabrieken voor medische
30
B
33
en optische apparaten en instrumenten e.d. incl. reparatie
30
VERVAARDIGING VAN TRANSPORTMIDDELEN (EXCL. AUTO'S, AANHANGWAGENS)
301,
Scheepsbouw- en
3315
reparatiebedrijven:
301,
- houten schepen
30
30
50
10
3.1
2
Meubelstoffeerderijen b.o. 0
10
10
0
1
1
30
10
10
10
2
1
Muziekinstrumentenfabrie 30
10
30
10
2
2
B
3315 31
VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G.
9524
< 200 m² 321
Fabricage van munten,
B
sieraden e.d. 322
ken 32991
Sociale werkvoorziening
0
30
30
0
2
1
32999
Vervaardiging van overige 30
10
50
30
3.1
2
goederen n.e.g. 35
PRODUCTIE EN DISTRIB. VAN STROOM, AARDGAS, STOOM EN WARM WATER
35
Elektriciteitsdistributiebedr ijven, met transformatorvermogen:
35
- < 10 MVA
0
0
30
10
2
1
B
35
- 10 - 100 MVA
0
0
50
30
3.1
1
B
35
Gasdistributiebedrijven:
35
- gas: reduceer-,
0
0
10
10
1
1
0
0
30
10
2
1
0
0
50
50
3.1
1
10
0
30
10
2
1
10
0
50
30
3.1
1
0
0
30
10
2
1
10
30
50
10
3.1
2
B
10
30
50
10
3.1
2
B
compressor-, meet- en regelinst. Cat. A 35
- gasdrukregel- en meetruimten (kasten en gebouwen), cat. B en C
35
- gasontvang- en -
R
verdeelstations, cat. D 35
Warmtevoorzieningsinstall aties, gasgestookt:
35
- blokverwarming
36
WINNING EN DISTRIBUTIE VAN WATER
36
Waterwinning-/ bereidingbedrijven:
36
- bereiding met chloorbleekloog e.d. en/of straling
36
Waterdistributiebedrijven met pompvermogen:
36
- < 1 MW
41,
BOUWNIJVERHEID
42, 43 41, 42, - bouwbedrijven 43
algemeen: b.o. <= 2.000 m²
41, 42, Aannemersbedrijven met 43
werkplaats: b.o. > 1000 m²
41, 42, - aannemersbedrijven met 0 43
10
30
10
2
1
B
10
0
30
10
2
2
B
1
1
3.1
1
werkplaats: b.o.< 1000 m²
45,
HANDEL/REPARATIE
47
VAN AUTO'S, MOTORFIETSEN; BENZINESERVICESTATI ONS
451,
Handel in auto's en
452,
motorfietsen, reparatie-
454
en servicebedrijven
45204
Autobeklederijen
0
0
10
10
45204
Autospuitinrichtingen
50
30
30
30
45205
Autowasserijen
10
0
30
0
2
3
453
Handel in auto- en
0
0
30
10
2
1
0
0
10
0
1
1
10
10
30
0
2
2
50
0
30
0
3.1
2
R
motorfietsonderdelen en accessoires 46
GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING
461
Handelsbemiddeling (kantoren)
4622
Grth in bloemen en planten
4624
Grth in huiden, vellen en leder
4634
Grth in dranken
0
0
30
0
2
2
4635
Grth in tabaksproducten
10
0
30
0
2
2
4636
Grth in suiker, chocolade
10
10
30
0
2
2
B
L
en suikerwerk 4637
Grth in koffie, thee, cacao 30
10
30
0
2
2
10
10
30
10
2
2
10
10
30
10
2
2
10
50
50
30
3.1
2
0
10
50
10
3.1
2
- algemeen: b.o. <= 2000 0
10
30
10
2
1
0
10
30
0
2
1
0
0
30
0
2
1
2
1
en specerijen 4638,
Grth in overige voedings-
4639
en genotmiddelen
464,
Grth in overige
46733
consumentenartikelen
46711
Grth in vaste brandstoffen:
46711
- klein, lokaal verzorgingsgebied
4673
Grth in hout en bouwmaterialen:
4673
- algemeen: b.o. > 2000 m²
4673
m² 46735
zand en grind:
46735
- algemeen: b.o. <= 200 m²
4674
Grth in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur:
4674
- algemeen: b.o. < = 2.000 m²
46752
Grth in kunstmeststoffen
30
30
30
30
R
4676
Grth in overige
10
10
30
10
2
2
0
0
30
0
2
2
intermediaire goederen 466,
Overige grth
469
(bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d.
47
DETAILHANDEL EN REPARATIE T.B.V. PARTICULIEREN
4791
Postorderbedrijven
0
0
50
0
3.1
2
952
Reparatie t.b.v.
0
0
10
10
1
1
10
0
30
10
2
1
particulieren (excl. auto's en motorfietsen) 55
LOGIES-, MAALTIJDENEN DRANKENVERSTREKKI NG
562
Cateringbedrijven
49
VERVOER OVER LAND
493
Taxibedrijven
0
0
30
0
2
2
495
Pomp- en
0
0
30
10
2
1
Opslaggebouwen (verhuur 0
0
30
10
2
2
10
0
30
0
2
3
0
0
30
0
2
2
0
10
0
1
1
B
compressorstations van pijpleidingen 52
DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER
52109
opslagruimte) 5221
Autoparkeerterreinen, parkeergarages
53
POST EN TELECOMMUNICATIE
531,
Post- en
532
koeriersdiensten
61
Telecommunicatiebedrijve 0 n
L
61
zendinstallaties:
61
- FM en TV
77
VERHUUR VAN
0
0
0
10
1
1
Personenautoverhuurbedri 10
0
30
10
2
2
10
0
50
10
3.1
2
10
0
50
10
3.1
2
10
10
30
10
2
2
0
0
10
0
1
1
0
0
30
0
2
1
30
10
30
30
2
1
0
0
10
0
1
1
TRANSPORTMIDDELEN, MACHINES, ANDERE ROERENDE GOEDEREN 7711
jven 7712,
Verhuurbedrijven voor
7739
transportmiddelen (excl. personenauto's)
773
Verhuurbedrijven voor machines en werktuigen
772
Verhuurbedrijven voor roerende goederen n.e.g.
62
COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLO GIE
62
Computerservice- en informatietechnologiebureau's e.d.
58,
Datacentra
63 72
SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK
721
Natuurwetenschappelijk
R
speur- en ontwikkelingswerk 722
Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek
B
63,
OVERIGE ZAKELIJKE
69tm7 DIENSTVERLENING 1, 73, 74, 77, 78, 80tm8 2 812
Reinigingsbedrijven voor
50
10
30
30
3.1
1
B
10
0
30
10
2
2
B
0
0
10
0
1
2
0
0
50C
0
3.1
1
30
0
10
0
2
1
0
0
30
10
2
2
0
0
30
0
2
2
gebouwen 74203
Foto- en filmontwikkelcentrales
82992
Veilingen voor huisraad, kunst e.d.
84
OPENBAAR BESTUUR, OVERHEIDSDIENSTEN, SOCIALE VERZEKERINGEN
8425
Brandweerkazernes
37,
MILIEUDIENSTVERLENI
38,
NG
39 3700
rioolgemalen
59
CULTUUR, SPORT EN RECREATIE
591,
Studio's (film, TV, radio,
592,
geluid)
601, 602 931
Sportscholen, gymnastiekzalen
96
OVERIGE DIENSTVERLENING
96012
Chemische wasserijen en
30
0
30
30
R
2
2
B
ververijen 96013
Wasverzendinrichtingen
0
0
30
0
2
1
96013
Wasserettes, wassalons
0
0
10
0
1
1
9602
Kappersbedrijven en
0
0
10
0
1
1
10
0
30
0
2
1
0
0
10
0
1
1
schoonheidsinstituten 9313,
Fitnesscentra, badhuizen
9604
en sauna-baden
9609
Persoonlijke dienstverlening n.e.g.
Tabel 2: Opslagen en installaties 0
OPSLAGEN
1
butaan, propaan, LPG (in tanks):
1
- bovengronds, < 2 m³
-
-
-
30
2
-
1
- bovengronds, 2 - 8 m³
-
-
-
50
3.1
-
2
niet reactieve gassen
-
-
-
50
3.1
-
-
-
50
3.1
-
B
-
-
10
2
-
B
-
-
50
3.1
-
B
(incl. zuurstof), gekoeld 3
brandbare vloeistoffen (in tanks):
3
- bovengronds, K1/K2-kl.: 10 < 10 m³
3
- bovengronds, K3-klasse: 10 < 10 m³
3
- bovengronds, K3-klasse: 30 10 - 1000 m³
4
Overige gevaarlijke
L
stoffen in tanks: 4
- overige opslagen onder
30
-
-
50
3.1
-
-
-
-
30
2
-
- >= 250.000 patronen en -
-
-
30
2
-
-
50
-
30
3.1
-
30
30
50
10
3.1
1
30
0
30
10
2
1
10
0
30
10
2
1
drempelwaarde BRZO 5
Gevaarlijke stoffen (incl. bestrijdingsmiddelen) in emballage of in gasflessen:
5
- beperkte hoeveelheden (< 150 ton) en hoog beschermingsniveau
6
ontplofbare stoffen en munitie:
6
>= 25 kg NEM (netto explosieve massa) overig gevarensubklasse 1.4 8
kunstmest, niet explosief
11
INSTALLATIES
13
laadschoppen, shovels,
D
bulldozers 14
laboratoria:
14
- chemisch /
D
biochemisch 14
- medisch en hoger onderwijs
16
keukeninrichtingen
30
0
10
0
2
1
17
koelinstallaties freon ca.
0
0
50
0
3.1
1
koelinstallaties ammoniak 0
0
30
10
2
1
0
50
50
3.1
1
300 kW 18
< 400 kg 19
koelinstallaties ammoniak 0 > 400 kg
20
total energy installaties
10
0
50
10
3.1
1
10
0
30
10
2
1
50
30
50
30
3.1
1
10
10
50
0
3.1
1
(gasmotoren) ca. 100 kW 22
noodaggregaten t.b.v.
D
elektriciteitsopwekking 23
verfspuitinstallaties en
L
moffel- en emailleerovens 24
vorkheftrucks met verbrandingsmotor
25
vorkheftrucks, elektrisch
0
10
30
0
2
1
26
transformatoren < 1
0
0
10
10
1
1
MVA 28
vatenspoelinstallaties
50
10
50
30
3.1
1
29
hydrofoorinstallaties
0
0
30
0
2
1
31
stookinstallaties>900kW
B
thermisch vermogen: 32
- gas, < 2,5 MW
10
0
30
10
2
1
32
- olie, < 2,5 MW
30
0
30
10
2
1
32
stoomwerktuigen
0
0
50
30
D
3.1
1
33
luchtcompressoren
10
10
30
10
D
2
1
34
liftinstallaties
0
0
10
10
1
1
35
motorbrandstofpompen
30
0
30
10
2
2
zonder LPG
B
Legenda Plangebied
Bestemming B
Bedrijf
Dubbelbestemmingen
D 3479 D 3469
D 3471 D 3472
WR-AM
Waarde - Archeologie middelhoge verwachting
WR-C
Waarde - Cultuurhistorie
D 3473
Functieaanduidingen 2 4 2 4 a 2 2 2 2 c
(b=2) 1 8
D 3480
bedrijf tot en met categorie 2
D 3368 D 3381 1 6
(bt)
bedrijventerrein
D 3536 1 4
DeF l i e r t
(sb-aa) 2 3
Bouwvlak 1 9 2 1
D 3449
6
70
specifieke vorm van bedrijf - autoschade- en autorestauratiebedrijf
bouwvlak 1 3 1 3 a
(bt)
1 1
WR-AM WR-C
D 3534
Maatvoeringaanduidingen
D 3453 D 3450
D 3465
maatvoeringsvlak
(sb-aa) (b=2)
1 7
9
B
D 3513
D 3519
D 3475
B
maximum bouwhoogte (m)
D
maximum bebouwingspercentage (%)
D
1 1 a
1 5
D 3457
D 3451 D 3514
Verklaring 26
D 3537
BGT en BRK 13-01-2023
D 3461
D 3509
Gemeente Leusden D 3462 D 3413
Bestemmingsplan De Fliert 17 en 23 te Achterveld
D 3391
D 3349
D 3397
D 1482 D 3396 4
D 3488 D 1481
8
6a
Verbeelding
2a 2c
2b
D 3336
6
D 3510
D 3446 k j i d k r Ke
datum:
21-03-2023
BugelHajema
schaal:
1 : 1000 (A3)
Ruimte voor de leefomgeving
status:
ontwerp
projectnr.:
P001315
gezien:
JP BgelHajema Adviseurs, adviseurs voor leefomgeving en omgevingsrecht
D 3360
D 3359
NL.IMRO.0327.BP19167-0201
Vaart NZ 50, 9401 GN Assen W
D 3415
D 3418
D 3401
D 3402
D 3403
D 3417
D 3416
7 8 3
T
0592 316 206
www.bugelhajema.nl
E
info@bugelhajema.nl
BNSP