B.1 Bijlage Windalarm 1 - Tijd voor een wind-op-land moratorium (overleg 7-9-2021).pdf
Tekst van het document
Uitgangspunt voor het Klimaatakkoord was dat met het nemen van maatregelen in Nederland , dit niet tot een extra CO2-uitstoot zou leiden in de rest van de Europese Unie zou leiden. Dit betekende onder andere dat de elektriciteitsproductie die mogelijk weg zou vallen door het verbod op het gebruik van kolen, moest worden vervangen door hernieuwbare opwek. Daarnaast moest er rekening worden gehouden met de extra elektriciteitsvraag vanuit de andere sectoren. Dit resulteerde in een opgave van grofweg 90 TWh hernieuwbare elektriciteit. Daarbij was de verwachting dat circa 7 TWh zou worden ingevuld met kleinschalig zon-PV3, waarmee 84 TWh aan meer grootschalige hernieuwbare elektriciteitsproductie resteerde.
1
De doelstelling van 49% is opgenomen in het regeerakkoord en in de Klimaatwet. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) concludeert dat het Nederlandse doel van 49% reductie in 2030 passen bij het beperken van de mondiale opwarming tot 2°C in 2050 (Analyse Regeerakkoord Rutte-III: Effecten op klimaat en energie, 30 oktober 2017). 2 Niet alleen CO2 draagt bij aan het broeikaseffect. De uitstoot van het totaal aan broeikasgassen waaronder bijvoorbeeld ook Methaan is daarom teruggebracht tot “CO2-equivalenten”. 3 Kleinschalig zon-pv zijn installaties met een piekvermogen van minder dan 15 kW die op daken van huizen liggen en onder de salderingsregeling vallen (bij een vermogen van 300Wp van 1 paneel betekent dit dat de grens momenteel ligt bij 50 panelen). Bewoners mogen hun opgewekte elektriciteit aftrekken van hun huishoudelijk gebruik. Hieruit volgt automatisch dat grootschalige opwek via zon-pv een minimaal piekvermogen heeft van 15kW. Dit is ook een eis vanuit de Subsidieregeling Duurzame Energie++ (SDE++).
29 Tijd voor een wind-op-land moratorium, 07-07-2021
Met 84 TWh hernieuwbare elektriciteit in 2030 voldoen we nog niet aan de doelen uit de Klimaatwet. Daarin is immers een doel van 95% CO2 reductie in 2050 opgenomen. Met 84 TWh hernieuwbare elektriciteit in 2030 zal onze elektriciteitsvoorziening voor ongeveer 70% bestaan uit hernieuwbare bronnen. Maar we gebruiken meer energie dan elektriciteit en de verwachting is ook dat het gebruik van elektriciteit in de gebouwde omgeving, industrie en mobiliteit zal groeien. Dit betekent ook dat na 2030 er sprake zal zijn van groei van de benodigde hernieuwbare elektriciteit. Hoe hoog dit moet zijn en wat dat eventueel betekent voor een verdere groei van wind en zon op zee en op land, is nog geen besluit genomen.
2. Toelichting op aandeel windenergie op zee
Windenergie op zee: in de routekaart 2030 voor wind op zee staat beschreven dat er in 2030 in totaal 11,5 GW wind op zee moet zijn gerealiseerd:
o
Het regeerakkoord vormt de basis voor deze routekaart. Hierin staat dat met windenergie op zee een extra reductie van de CO2-uitstoot gerealiseerd dient te worden van 4 megaton (dit is ten opzichte van het basis-pad uit de Nationale Energieverkenning 2016). Deze 4 Mton vertaalt zich in een totale omvang van de windparken op zee van circa 11,5 gigawatt (GW) in 2030. Voor windenergie op zee gaat het Planbureau voor de Leefomgeving uit van 9,4 GW in 2030 (NEV 2016-scenario vastgesteld en voorgenomen beleid). Een uitstootreductie van 4,0 megaton CO2 is equivalent aan 2,1 GW extra windenergie op zee daar bovenop. Zie “Nationale kosten Energietransitie in 2030”, Planbureau voor de Leefomgeving, 3 april 2017. Totaal dus 2,1GW + 9,4GW = 11,5GW. Rekening houdend met de ten tijde van de routekaart windenergie op zee 2030 al bestaande windparken (circa 1 GW) en de te realiseren windparken uit de toe bestaande routekaart windenergie op zee tot en met 2023 (circa 3,5 GW), betekent dit dat er tussen 2024 en 2030 windparken bij moeten komen met een gezamenlijk vermogen van circa 7 GW. De locaties van deze windparken op zee zijn reeds gereserveerd in het nationaal waterplan. Belangrijk is dat de routekaart concreet tenders en windparken benoemt met een totaal vermogen van 10,6 GW.
De benodigde 7 GW bovenop bestaande routekaarten en windparken kon niet gerealiseerd worden vanwege ecologische beperkingen (zie pagina 7 van de routekaart). Om verdere doorgroei van windenergie op zee mogelijk te maken bovenop de 11,5 GW, werd nader ecologisch onderzoek aangekondigd. Op basis van dit onderzoek bleek in 2019 (p.11 bovenaan) dat de genoemde 11,5 GW toch past binnen de instandhoudingsdoelen van natuur en ecologie. In het Klimaatakkoord is de bovenbeschreven 11,5 GW opgenomen als doel. Dat komt overeen met de 49% CO2 reductiedoelstelling. Gegeven de door PBL destijds gehanteerde aanname van 4.300 vollasturen4 correspondeert 11,5 GW met 49 TWh aan opgewekte elektriciteit. Ook is in het Klimaatakkoord overeengekomen om extra windenergie op zee te onderzoeken en te realiseren, als de vraag naar hernieuwbaar geproduceerde elektriciteit aantoonbaar
o
o
o o
o
4
De term vollasturen behoeft enige toelichting. Dit is een eenheid voor de effectieve (jaar)opbrengst van een energiebron met een wisselend vermogen (zoals zonnepanelen en windmolens). Het aantal vollasturen kan worden gezien als de tijdsduur waarin de energiebron effectief op vol vermogen energie heeft geproduceerd. Het aantal vollasturen wordt berekend door het aantal jaaruren (24*365) te vermenigvuldigen met de productiefactor/rendement van de energie installatie. Voorbeeld: een windmolen met een productiefactor van 35% (wat op land momenteel normaal is), leidt tot 0,35*8.760= 3.066 vollasturen. Het vermenigvuldigen van het vermogen van de turbine met het aantal vollasturen levert vervolgens de jaarproductie. Indien de genoemde windmolen een vermogen heeft van 4 MW, levert deze windmolen op jaarbasis 4*3.066=12.264 MWh. Oftewel 0,012 TWh.
30 Tijd voor een wind-op-land moratorium, 07-07-2021
o
o
o
toeneemt. Er is een Noordzee-overleg onder leiding van een onafhankelijk voorzitter gestart, om afspraken te maken over deze verdere groei Momenteel worden er plannen ontwikkeld voor meer windenergie op zee, zowel tot 2030 als daarna: Meer windenergie op zee om 49 TWh te halen. Op basis van een meer voorspelling van de daadwerkelijke productie van de geplande windparken tot 2030 is duidelijk geworden dat de geplande uitrol van de routekaart windenergie op zee 2030 onvoldoende is om de beoogde 49 TWh in 2030 te realiseren. Er zou 700MW aan extra windcapaciteit nodig zijn om zeker te zijn dat de doelstelling uit het Klimaatakkoord gehaald wordt. Dit is per brief gemeld aan de Tweede Kamer (p.10 bovenaan). Meer windenergie op zee om 55% CO2 reductie in 2030 te halen. De Europese Commissie en het Europese Parlement hebben zich uitgesproken voor een ambitieuzere CO2-reductiedoelstelling in 2030. Als gevolg hiervan kunnen ook nog extra windparken voor of in 2030 nodig zijn. In het Klimaatakkoord is hierover afgesproken dat bij het realiseren van extra windparken voor 2030 recht wordt gedaan aan de juiste balans van belangen en er voldoende ecologische ruimte moet zijn.
Het daadwerkelijke besluit over waar en wanneer extra windparken komen, zal - na overleg met belanghebbenden (waaronder het Noordzeeoverleg) - worden genomen als duidelijker is hoe groot de extra opgave in 2030 is en een integrale afweging kan worden gemaakt. Dit zal niet meer in deze kabinetsperiode plaatsvinden. Een Studiegroep Klimaatopgave Green Deal brengt hierover dit voorjaar een advies uit. In het Klimaatakkoord is in beeld gebracht dat voor een 55% scenario ca. 120 TWh aan hernieuwbare elektriciteit dient te worden gerealiseerd. Meer windenergie om klimaatdoelen voor 2050 te halen. In het Programma Noordzee 2022-2027 zal het kabinet, conform de afspraken in het Noordzeeakkoord, 20 tot 40 GW aan nieuwe gebieden voor windenergie op zee aanwijzen. Hierbij wordt uitgegaan van 27 GW, hetgeen is gebaseerd op de scenario’s en toekomstpaden uit de Noordzee Energie Outlook. 27 GW is immers het minimum dat - aanvullend op de circa 11,5 GW uit de huidige routekaart windenergie op zee 2030 - nodig is om tot 38 GW te komen, wat volgens deze scenario’s in 2050 minimaal nodig is.
3. Toelichting op aandeel hernieuwbaar op land In het Klimaatakkoord is overeen gekomen om in 2030 35 TWh aan grootschalige elektriciteit op te wekken. De onderbouwing van de 35 TWh is als volgt:
Met de invulling van een groot deel van de opgave met extra wind op zee en de hiervoor geschetste beperkingen t.a.v. ecologie op de Noordzee, resteerde nog een aanvullende opgave om in 2030 49% minder uit te stoten. Daarnaast hebben veel gemeenten en provincies beleid vastgelegd om bij te dragen aan het oplossen van de klimaatopgave. Een manier om dat te doen is via wind en zon op land, zowel met kleinschalige opwek als de meer grootschalige opwek. Grootschalig wil zeggen wind en zon met een piekvermogen van tenminste 15 kW. Hieronder vallen dus niet de panelen die op daken van burgers liggen. Door het PBL werd ten tijde van het Klimaatakkoord uitgegaan van een productie uit deze kleinschalige zon op dak van 7 TWh in 2030. Dit is een raming die mede afhankelijk is van de mate waarin burgers investeren in zonnepanelen. Indien de groei harder gaat dan PBL heeft verondersteld, mogen regio’s het surplus meetellen bij de RES’en, indien besloten wordt tot een extra opgave bovenop de 35 TWh. De onderbouwing hiervan is gelegen in de constatering dat opwek via salderen duurder is dan via grootschalige wind/zon dat bekostigd wordt via de SDE++ regeling. De 35 TWh hoeven niet gerealiseerd te worden met allemaal nieuwe windturbines en zonneparken. Ook voor het Klimaatakkoord waren er doelen voor wind op land (6.000MW in 31 Tijd voor een wind-op-land moratorium, 07-07-2021
o o o
2020) en werd de realisatie van zon-pv financieel ondersteund met de SDE+. Door het NPRES is recent de huidige realisatie en pijplijn in kaart gebracht. Per 01-01-2020 is inmiddels voor ca. 9,9 TWh aan productie van hernieuwbare elektriciteit gerealiseerd. Het grootste deel hiervan is productie uit wind op land, nl. ca. 7,4 TWh en de rest is productie uit grootschalige zon-pv, nl. ca. 2,5 TWh. Daarnaast is - kijkend naar alle in voorbereiding zijnde projecten met subsidiebeschikking voor SDE+ - de verwachting dat er in de komende jaren nog voor ca. 16,9 TWh bij gaat komen (pijplijn). Hiervan is naar schatting ca. 11,0 TWh uit wind op land en ca. 5,9 TWh uit grootschalige zon-pv. Huidig en pijplijn samen komen dan uit op ca. 26,8 TWh, waarvan 8,4 TWh zon-pv en 18,4 TWh wind op land. Dit betekent dat de resterende opgave circa 8 TWh bedraagt (bron: factsheet). 8 TWh komt overeen met (uitgaande van 950 vollasturen voor zon en een gemiddelde van 3350 voor wind (PBL advies basisbedragen SDE++ 2020): Bij 100% wind: 597 windturbines van 4 MW Bij 100% zon: 8,4 GW (6.300 hectare zonneparken of 5.300 hectare zonnedaken) Bij 50/50% wind en zon: 299 windturbines van 4 MW 4,2 GW zon.
4. Conclusie Concluderend kan worden gesteld dat er twee hoofdredenen zijn voor de verdeling zoals overeen gekomen in het Klimaatakkoord. Om te beginnen is het aandeel windenergie op zee begrensd door de destijds beschikbare gegevens over de ecologie. Anderzijds is de verdeling een uiting van de ambitie van de gemeenten en provincies om gezamenlijk te werken aan de klimaatopgave. Daarbij past dat er ook hernieuwbare opwek op land plaatsvindt. Verder kan worden geconcludeerd dat er voor 2030 nog meer hernieuwbare elektriciteit gerealiseerd dient te worden , om de door de Europese Commissie voorgestelde 55% CO2 reductie in 2030 te behalen. Op grond van het Klimaatakkoord gaat het om 120 TWh – 84 TWh = 36 TWh. Een studiegroep heeft hiervoor de mogelijkheden in beeld gebracht. Een besluit daarover is aan het volgende kabinet.
32 Tijd voor een wind-op-land moratorium, 07-07-2021
ANNEX 2 ARTIKEL FD 9 FD
'Nieuwe locaties voor zon- en windparken zijn overbodig om klimaatdoel te halen' Originele link van het artikel: https://fd.nl/ondernemen/1373198/nieuwe-locaties-voor-zon-enwindparken-zijn-overbodig-om-klimaatdoel-te-halen
Orla McDonald 9 feb In het kort
Regio's zijn druk met het vinden van nieuwe locaties om zon- en windparken te bouwen. Dat is nodig om het Nederlandse klimaatdoel te halen. Maar nu lijkt dit doel binnen handbereik en zijn de regionale klimaatplannen, die miljarden kosten, daardoor goeddeels overbodig.
Gemeenten en provincies zijn naarstig op zoek naar nieuwe locaties voor zon- en windparken, terwijl dat helemaal niet nodig is. Het klimaatdoel voor duurzame elektriciteit is namelijk allang binnen handbereik. De nieuw aangewezen bouwlocaties leiden tot grote onrust bij burgers en in gemeenteraden, terwijl de kans groot is dat daar nooit een zon- of windpark hoeft te komen, zegt Martien Visser, lector Energietransitie aan de Hanzehogeschool Groningen. Brancheverenigingen voor zon en wind, Holland Solar en NWEA, waarschuwden bij de onderhandelingen voor het Klimaatakkoord ook al voor dit scenario. Alex Kaat, onafhankelijk energie-adviseur, zegt dat de duurzame energieplannen van de regio's weinig toevoegen aan het halen van dit klimaatdoel. Kaat pleit voor een hogere klimaatambitie, zodat de regio's zich daarop kunnen richten. In een nieuwe berekening laat Visser zien dat het Nederlandse klimaatdoel van 35 Terawattuur (TWh) duurzame elektriciteitsproductie op land in 2030 al bijna gehaald wordt. Dat maakt de Regionale Energiestrategieën (RES), die gemeenten en provincies nu opstellen, goeddeels overbodig. Het opstellen van die plannen kost miljarden, concludeerde de Raad voor het Openbaar Bestuur eind januari nog. Protest De zoektocht naar nieuwe locaties om zon- en windparken te bouwen zorgt de laatste maanden voor veel ophef.
Zo vielen bij inwoners van Amsterdam-Noord protestfolders door de brievenbus, met daarop de afbeelding van een windturbine die ver uitsteekt boven de daarnaast afgebeelde Westertoren. De folders zijn bedoeld om te waarschuwen voor hoe hoog de windturbines kunnen worden, die het gemeentebestuur misschien wil plaatsen in dit deel van de stad. In Deventer werd een plaatje van een windturbine die neerkijkt op de hoge toren van de Lebuinuskerk massaal gedeeld. Maar het klimaatdoel is al bijna binnen en zoveel nieuwe locaties zijn niet nodig, zegt Visser tegen het FD. Visser is onder energie-experts bekend vanwege zijn berekeningen op sociale media over hoeveel duurzame energie er in Nederland al is opgewekt.
33 Tijd voor een wind-op-land moratorium, 07-07-2021
Doel is 35 TWh In het Klimaatakkoord is afgesproken om in 2030 35 TWh aan zon- en windenergieproductie op land te hebben. Dit is nodig om broeikasgasuitstoot in Nederland te reduceren om opwarming van de aarde tegen te gaan. 'Als je alle subsidies bekijkt die tot nu zijn beschikt voor het plaatsen van zon- en windparken en naar dat wat al is gebouwd, dan kom ik al op ruim 33 TWh', zegt Visser. 1 TWh staat volgens hem ongeveer gelijk aan tachtig grote windturbines of duizend hectare aan zonneweides.
Visser baseert zich op gegevens van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De helft van de elektriciteitsproductie die nodig is voor dit klimaatdoel, is al gebouwd en voor de andere helft is subsidie toegezegd, aldus Visser. Die parken worden de komende tien jaar nog gebouwd, maar hun locatie staat al vast. Het PBL publiceerde twee weken geleden een analyse van de concept-regioklimaatplannen en kwam toen nog tot een lagere raming voor de duurzame elektriciteitsopwekking in 2030. PBL-onderzoeker Jan Matthijsen gaat uit van 25 tot 30 TWh. Het grote verschil is dat het PBL de ontwikkelingen tot en met 2019 meeneemt, terwijl Visser ook kijkt naar wat er in 2020 nog is bijgebouwd en gesubsidieerd. ’En juist vorig jaar is er heel veel subsidie gegaan naar zonneparken’, aldus Visser. 'Niet stoppen met zoeken' Kunnen gemeenten en provincies stoppen met zoeken? 'Nee, want tussen plan, vergunning en realiseren van een zon- of windpark liggen grote stappen', zegt Kristel Lammers directeur van het Nationaal Programma Regionale Energiestrategieën. Jop Fackeldey, bestuurder energie bij het Interprovinciaal Overleg vindt in de PBL-analyse meer zekerheid. 'Het kan om allerlei redenen nog stagneren, bijvoorbeeld omdat er geen capaciteit is op het elektriciteitsnet of vanwege te veel protest'.
In veel provincies is het elektriciteitsnetwerk niet berekend op zoveel extra zon- en windenergie. Visser zegt dat hij er rekening mee heeft gehouden dat niet alle subsidies leiden tot de bouw van een energiepark, vooral bij zonneparken. Hij rekent die beschikte subsidies voor 50% mee. 'Beter focussen gemeenten zich op locaties waar draagvlak is, zo driftig zoeken als nu is onnodig', meent hij. Een andere reden dat er toch nieuwe locaties nodig zijn, is dat het klimaatdoel omhoog kan gaan. Zo heeft de EU onlangs alvast het CO₂-reductiedoel voor 2030 verhoogd. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat zegt bij monde van een woordvoerder dat gemeenten en provincies niet moeten stoppen met zoeken naar locaties. 'Gaat iets toch niet door, dan komt de klimaatdoelstelling in gevaar. Bovendien geeft het aanwijzen van meer zoekgebieden dan nodig, op termijn nog de ruimte om keuzes te maken'.
34 Tijd voor een wind-op-land moratorium, 07-07-2021
Annex 3 Bestemming Parijs www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2021/01/29/aanbieding-eindrapport-studiegroep-klimaatopgavegreen-deal
35 Tijd voor een wind-op-land moratorium, 07-07-2021
36 Tijd voor een wind-op-land moratorium, 07-07-2021
37 Tijd voor een wind-op-land moratorium, 07-07-2021
38 Tijd voor een wind-op-land moratorium, 07-07-2021
39 Tijd voor een wind-op-land moratorium, 07-07-2021
40 Tijd voor een wind-op-land moratorium, 07-07-2021
41 Tijd voor een wind-op-land moratorium, 07-07-2021
Annex 4. Studio Energie Uitzending, 6 februari 2021 https://podcastluisteren.nl/ep/Studio-Energie-S28-Martien-Visser-over-doorrekening-RESsen-Doel-2030-nu-albijna-gehaald Vraaggesprek tussen Remco Kroon (RK) en Dr Martien Visser (MV) , lector Energietransitie aan de Hanzehogeschool en de ongekroonde cijferkoning van de Nederlandse energietransitie. Samenvatting. Dr Martien Visser houdt de nederlandse electriciteitsopwek bij. Niet alleen wat er nu daadwerkelijk geproduceerd wordt maar ook wat er in de officiële pijplijn zit. Hij heeft berekend dat dat nu samen optelt tot 33,2 TWu. Daar komt nog bij 8 GW aan zon die al wel is aangemeld en die zich altijd voor ca 50% realiseert. 50% zou al voldoende zijn om de 35TWu van het klimaatakkoord te halen. Extra TWu zijn nog te verwachten omdat afgeschreven windturbines op korte termijn vervangen gaan worden door veel effectievere exemplaren. Voor 2030 moeten we niet meer elektriciteit met zon en wind gaan opwekken. Meer dan 70% leveringsonzekere productie is bij de huidige gelijkblijvende vraag economisch onverantwoord. Gemeenten, Ressen en provincies hebben tezamen al voldaan aan de opgave van het kabinet. Ze kunnen nu beter afwachten hoe de plannen van het kabinet voor de periode na 2030 er uit gaan zien. Hieronder de fragmenten uit het vraaggesprek die bovenstaande samenvatting nader illustreren. Fragmenten Z en W voor Zon en Wind .
WoL en WoZ voor wind op land en wind op zee. Hieronder met tijdstip (min:sec) enige interessante passages: (te vinden op link) ➔ 2:00 Uitleg Energieakkoord en uitwerking tot Res Opgave van 35TWu grootschalig op land. ➔ 2:30 doelstelling 2030: 70% duurzame elektriciteit. Tot 2030 stijgt E-verbruik nauwelijks daarna snelle groei. ➔ 3:25 PBL (Planburo Leefomgeving): Nu 28 TWu bereikt, nog 7 te gaan. Er zijn plannen die dit verhogen tot 31,2 tot 45,7, maar die zijn nog onvoldoende uitgewerkt om meegenomen te worden ➔ 4:20 wat mag worden meegenomen: alles waar SDE subsidie voor is toegekend, dan is er al vergunning door gemeente en sinds kort toestemming van energienet. Dit heet de pijplijn. ➔ 6:58 MV: ik kom op 33,2 TWu met nog 9 jaar om de 35 te halen. ➔ 7:15 Daar komt nog bij 4GW aangemelde zon die tot nu toe voor 50% realiseert. Dit is al genoeg voor de 35TWh. Maar omdat van nu af alleen met toestemming energienet wordt meegerekend verwacht men meer realisatie dan 50%. ➔ 7:45 Verschil wordt verklaard omdat MV 2020 meeneemt, toen kwam na eerdere stagnatie veel Z&W in productie of in de pijplijn. PBL baseert zich op 2019. ➔ 9:10 MV: ontwikkeling nu razend snel, peildatum beter zo actueel mogelijk ➔ 10:00 MV: PBL neemt pijplijn onvoldoende mee. ➔ 10:20 Grafiek van MV moet veel verhelderen, te vinden op twitter.
➔ 11:40 MV: paniek om 35 TWu te halen niet nodig ➔ 12:30 MV: meer optimisme dan 50% gerechtvaardigd over doorgaan Zonprojecten. ➔ 13:00 Laatste zoekgebied Wind Weesp afgeschoten, wethouder afgetreden ➔ 13:30 MV: paniek onnodig bij focus op de 35TWu. ➔ 13:40 MV: paniek ontstaat bij gemeenten met te hoge eigen ambitie ➔ 14:15 MV: Hogere productie nu kunnen we niet kwijt. Meer dan 70% Zon en Wind levert teveel problemen door onvermijdbare fluctuatie. Capaciteit moet dan te vaak uitgezet. ➔ 14:25 Pas na 2030 als de vraag enorm gaat toenemen wordt de vraag acuut naar extra duurzame productie. Die vraag kunnen we later beantwoorden. Nu eerst klimaatakkoord. ➔ 15:00 Olongren: rest naar zee ➔ 15:20 Pieter Boot directeur PBL: 35 TWu maken we af, daarna Zee/import/kernenergie ➔ 15:50 MV: Draagvlak WoZ steeds groter ➔ 16:00 MV: aanzienlijk goedkoper geworden, concurreert met WoL. Trend zet door. ➔ 16:20 Denemarken bouwt WoL af. ➔ 17:30 Niet met stoom en kokend water nu nog WoL doordrukken: holt draagvlak uit en creëert steeds meer weerstand tegen de hele transitie. Maakt meer kapot dan u lief is. ➔ 18:15 Nog niet meegerekend: oude Windturbines worden vervangen door modernere. Die leveren veel meer op. ➔ 19:30 PBL erkent: update zou cijfers in de buurt van MV brengen.
42 Tijd voor een wind-op-land moratorium, 07-07-2021
Annex 5. Brief Minister EZK aangaande additionele opgave (28 april 2021)
43 Tijd voor een wind-op-land moratorium, 07-07-2021
Annex 6
TNO visie: wind doelstelling kan beter naar zee De heer Harm Jeeninga, Director Market bij TNO Energie Transitie 9 mei 2021 op een expert meeting in Doetinchem, www.windalarm.org/tno (voor video)
(tekst tussen haakjes en cursief van Windalarm / NLOW) Het is van belang dat je een balans hebt tussen zon en wind en ook andere vormen van energie. Dan is het veel makkelijker om het energie systeem te balanceren. Voor wind maakt het in de basis niet zo ontzettend veel uit je dit nu op land of op zee zet. Ik zou het me best wel voor kunnen stellen dat op het moment dat we met zijn allen besluiten dat we een versnellingsslag op zee doen, dat we dan minder wind-op-land neer kunnen zetten. De ruimte voor het plaatsen van wind-op-zee is buitengewoon veel groter. Je kunt er grote windturbines kwijt, de windcondities zijn ook gunstiger. Je hebt ook nog kans dat de vergunningstrajecten sneller lopen. Maar nogmaals, dan zou je wel het plaatsen van minder windturbines op land moet compenseren door een versnellingslag op zee Het is van belang dat je de energievraag en productie heel dicht bij elkaar brengt, en het zodanig in elkaar past dat je het goed met elkaar af kunt stemmen. Een hele belangrijke (toekomstige) energievraag in de bebouwde omgeving is toch je elektrische auto en je verwarming. Dat kan je lokaal combineren met Zon-pv (zon op dak, bebouwde omgeving), en dat heb je een systeem wat heel goed uitgebalanceerd is.
Dat kun je koppelen met een heel groot stuk wind-op-zee waardoor je hopelijk toch de hele energievoorziening in Nederland samen meteen stuk flexibiliteit in de industrie (door afschakelen van bijvoorbeeld de aluminium smelterijen tijdens windstilte en gebrek aan zon) goed op elkaar aan laat sluiten. Dus het feit dat je juist in de bebouwde omgeving veel samenbrengt op wijkniveau geef je ook de sturingsmogelijkheden om te voorkomen dat je congestie problemen krijgt (die nu overal ontstaan vanwege windturbines en zonneweides in de haarvaten van het net, kleinere dorpen. Dit leidt tot 2 miljard aan netverzwaringskosten die je dus kunt voorkomen, door juist windop-zee en zon-op-dak te doen) Harm Jeninga, Linkedin profiel Als Director Market verantwoordelijk voor de onderzoeksprogrammering, programmamonitoring en evaluatie en acquisitie. Onderhouden van de contacten met de belangrijkste accounts waaronder Topsector Energie (TKIdirecties) en Ministerie van Economische Zaken. Bestuurs- en adviesfuncties:
Klimaatakkoord: lid elektriciteitstafel, 2018 – heden TKI (Top sector Energie) Wind op Zee, bestuurslid, 2017 – heden Lid Strategische Programma Advies Commissie (SPAC) van de TKI EBI, 2017 – heden Bestuurslid Advanced Dutch Energy Materials Innovation (ADEM), 2016 – heden Far and Large Offshore Wind (FLOW), bestuurslid, 2016 – 2017 European Strategy Forum on Research Infrastructures (ESFRI), nationale vertegenwoordiger Energie, 2015 – heden
44 Tijd voor een wind-op-land moratorium, 07-07-2021
Annex 7
45 Tijd voor een wind-op-land moratorium, 07-07-2021
46 Tijd voor een wind-op-land moratorium, 07-07-2021
Annex 8 Urgenda rapport: Tussen Kolen en Parijs https://www.urgenda.nl/lancering-tussen-kolen-parijs/ Aankondigingstekst op website en dus kern van de boodschap volgens Urgenda, “Urgenda presenteert “Tussen Kolen en Parijs”, een gids waarin we laten zien dat er regionaal veel meer kan dan je denkt. De gids is bedoeld voor spelers in de regionale energietransitie, de zogenoemde RES’en. Met bijvoorbeeld allerlei vormen van kleinschalige zonne-energieprojecten alleen al valt een opbrengst van 57 TWh te realiseren – veel meer dan de 35 TWh die aan de RES’en gevraagd wordt. Samen met windenergie die er al staat of al is toegezegd en bestaande grote zonnevelden, hoeft er niet veel meer aan grootschalig zon en wind toegevoegd te worden. Het kan veel creatiever en zonder vele mensen tegen de energietransitie in het harnas te jagen. Ook zonder houtige biomassa en zonder kernenergie." https://res.urgenda.nl/wp-content/uploads/Tussen-kolen-en-Parijs.pdf
Teksten uit het rapport: We kunnen met heel veel verschillende vormen van kleinschaligere zonneprojecten, plus de winden zonprojecten die al gerealiseerd zijn, veel meer doen dan nu gevraagd wordt (35 TWh). Als we alle bovenbeschreven trajecten inzetten, dan kunnen we samen met veel meer wind op zee meer dan voldoende duurzame energie opwekken om ook veel scherpere doelen te halen in 2030. (pagina 3) Als we minder op land willen en meer op zee dan hier geschetst, dan kan dat ook, als we bereid zijn om de consequenties te aanvaarden. Dat gesprek zouden we vaker moeten voeren, met getallen en gevolgen bij de hand. (pagina 43)
Dat wil niet zeggen dat iedere gemeente per se 9 windturbines moet plaatsen. Als er op de Maasvlakte veel meer kunnen staan, dan kun je het groene hart ontzien. Als je er meer kunt plaatsen in de Amsterdamse haven, dan kun je er elders minder neerzetten. Of toch meer turbines op zee. Voor de 35 TWh die de RES’en moeten realiseren aan grootschalig zon en wind is al zo’n 10 TWh aan wind geplaatst en zit er nog eens bijna 12 TWh in de pijplijn van reeds toegekende SDE-subsidies. Meer dan voldoende: meer wind op land is dan niet nodig. (pagina 43) We doen ook veel op zee dus je hoeft niet alles in je eigen gemeente op te wekken (pagina 44)
Er staan nu genoeg windturbines op land voor 9,7 TWh en er is nog SDE subsidie voor zeker 11,9 TWh extra verstrekt. Als al die turbines geplaatst worden leveren ze samen dus 21,9 TWh op. Bijna genoeg voor het Urgenda scenario 100 % duurzame energie in 2030! pagina 75
47 Tijd voor een wind-op-land moratorium, 07-07-2021
48 Tijd voor een wind-op-land moratorium, 07-07-2021
www.boerenbusiness.nl/energie/artikel/10892951/urgenda-meer-windmolens-nietmeer-nodig
Urgenda: meer windmolens niet meer nodig Gisteren 12:00 uur - Jurphaas Lugtenburg - 3 reacties Urgenda pleit in een vandaag (donderdag 24 juni) gepresenteerd plan 'Tussen kolen & Parijs' voor minder zonne- en windenergie op agrarische grond en in de natuur. De organisatie wil het Nederlandse landschap beschermen door zonnepanelen voornamelijk op zee en op daken te plaatsen. Windmolens op land zijn er voldoende om de klimaatambities waar te maken volgens de klimaatorganisatie. "Er zijn genoeg daken en andere harde oppervlakken beschikbaar in Nederland om tegen 2030 23,6 terawattuur aan zonne-energie te hebben", zegt Marjan Minnesma, directeur van Urgenda, bij Nu.nl. De organisatie presenteert daarmee een plan dat veel ambitieuzer is dan de voorstellen van het demisionaire kabinet. De regering wil de CO2 uitstoot in 2030 met 49% verminderen. Urgenda denkt dat een reductie van 98% haalbaar is. Maar daarvoor moet vooral in zonne-energie moet nog behoorlijk wat gebeuren. Windmolens op land zijn er voldoende, volgens de klimaatorganisatie.
49 Tijd voor een wind-op-land moratorium, 07-07-2021
Bijval van LTO Noord LTO Noord steunt de oproep van Urgenda. De Nederlandse klimaatambities worden uitgewerkt in Regionale Energie Strategieën (RES). Volgens LTO Noord ontstaat daardoor een onwenselijke lappen deken van heel divers gemeentelijk zon- en windbeleid door heel Nederland. "Zonnepanelen op landbouwgrond zijn de minst wenselijke optie, maar in de praktijk trekt de financiële verlokking om zonnepanelen op landbouwgrond te plaatsen de ontwikkelingen scheef. Hierdoor komt er van de voorkeursvolgorde weinig tot niets terecht", zegt Ben Haarman, bestuurder bij LTO Noord, in een verklaring. LTO Noord pleit daarom voor meer (landelijke) regie voor dat de maatschappelijke kosten ontsporen, het elektriciteitsnetwerk destabiliseert en kostbare landbouwgrond verloren gaat. "Bij ons ligt een belangrijke sleutel om duurzame energie op te wekken. Als de juiste keuzes worden gemaakt kunnen we als landbouwsector flink bijdragen aan de energietransitie. Denk bijvoorbeeld aan de daken van onze stallen, die vol gelegd kunnen worden met zonnepanelen. Graag gaan we daarover in gesprek", zegt Haarsma.
50 Tijd voor een wind-op-land moratorium, 07-07-2021
Klimaatorganisatie Urgenda presenteert donderdag een plan - een "boek" zoals ze het zelf noemt - waarin ze ervoor pleit minder zonne- en windenergie in weilanden en de vrije natuur te produceren. "Er zijn genoeg andere plekken waar dat kan", zegt directeur Marjan Minnesma tegen NU.nl. "Bovendien hebben we op land al genoeg windmolens om de klimaatdoelstellingen te halen." Met het plan komt Urgenda tegemoet aan de verzuchtingen van veel Nederlanders die liever geen windmolens in hun buurt willen omdat die het uitzicht minder mooi maken. Daarnaast wil de organisatie vrije natuur en weilanden beschermen door windmolens voornamelijk in de zee te plaatsen en zonnepanelen vooral op bijvoorbeeld grote sporthallen. "Er zijn genoeg daken en andere harde oppervlakken beschikbaar in Nederland om tegen 2030 de CO2-uitstoot te verminderen met 49 procent", zegt Minnesma. Dat is de doelstelling van het kabinet, in lijn met de afspraken uit het Parijse klimaatakkoord. 51 Tijd voor een wind-op-land moratorium, 07-07-2021
Er moeten nog wel inspanningen geleverd worden, zegt Minnesma. "Als we puur kijken naar de doelstelling van het kabinet moeten er op land geen windmolens meer gebouwd worden", klinkt het. Maar om andere klimaatdoelstellingen te halen moet er nog wel wat gebeuren, vindt de organisatie. Urgenda roept de overheid op om zeker nog extra windmolens te bouwen, maar op zogenaamd lelijke plekken, zoals industrieterreinen, en niet op plekken waar mensen ze niet willen, zoals weilanden. In het "boek", dat Urgenda donderdag ook overhandigt aan demissionair staatssecretaris Dilan Yesilgöz-Zegerius (Klimaat), staan ook nog tips over hoe Nederland minder energie kan verbruiken. Zo wil de organisatie bijvoorbeeld meer inzetten op elektrisch rijden. /////
52 Tijd voor een wind-op-land moratorium, 07-07-2021