A.5 Bijlage bij RIB 2021-01 Inburgeren in Leusden.pdf
Tekst van het document
INBURGEREN IN LEUSDEN VISIE EN AANPAK
Oktober 2020
Inhoud 1.
Inleiding..........................................................................................................................................1
2.
Visie................................................................................................................................................1
3.
Doelstellingen.................................................................................................................................2
4.
De nieuwe Wet Inburgering...........................................................................................................3 4.1.
Keten......................................................................................................................................4
4.2.
Het inburgeringstraject in de nieuwe wet..............................................................................5
Brede intake...................................................................................................................................6 Persoonlijk plan Integratie en Participatie......................................................................................6 Leerroutes......................................................................................................................................6 Modules..........................................................................................................................................8 Maatschappelijke begeleiding........................................................................................................9 5.
De opdracht aan de gemeente.......................................................................................................9
6.
Inburgeren in Leusden..................................................................................................................11 6.1.
Doelgroepen.........................................................................................................................11
6.2.
Statushouders in Leusden.....................................................................................................11
Taakstellingen...............................................................................................................................12 6.3.
Hoe is het nu in Leusden.......................................................................................................12
6.4.
Hoe moet het zijn in Leusden...............................................................................................12
7.
Hoe gaan we het doen..................................................................................................................13 7.1.
Taken en rollen.....................................................................................................................13
7.2.
Wie doet wat........................................................................................................................14
7.3.
De doelstellingen in pijlers....................................................................................................15
7.4.
Partners................................................................................................................................17
8.
Lokaal, bovenlokaal en regionaal.................................................................................................17
9.
Financiering..................................................................................................................................19
10.
Handhaving...............................................................................................................................19
bijlage: toelichting op de inburgeringsplicht........................................................................................21
1.INLEIDING De nieuwe (of eigenlijk gewijzigde) Wet Inburgering, die per 1 juli 2021 van kracht wordt, brengt de regie over de inburgering van statushouders 1 naar de gemeenten. Het doel van deze nieuwe wet is, dat alle statushouders snel en volwaardig meedoen in de Nederlandse maatschappij, het liefst via betaald werk. Minister Koolmees schrijft hierover aan de Tweede Kamer: “Iedereen doet mee, het liefst via betaald werk en daar moet de inburgering aan bijdragen. Dat is waar de inzet van de inburgeraars, de overheden en andere (maatschappelijke) partners op gericht is. Om deze doelstellingen te bereiken wordt inburgering gepositioneerd als onderdeel van het brede sociaal domein”. 2 In deze notitie zetten wij onze visie neer en wordt beschreven hoe wij in Leusden de inburgering willen vormgeven.
2.VISIE Voor een niet-Nederlander is Nederland een vreemd land, met een vreemde taal, vreemde gewoontes, vreemd eten, misschien ook wel vreemde mensen en waar eigenlijk alles anders is dan hij thuis gewend is. Maar nu is Nederland zijn thuis. Het vreemde moet voor hem het gewone worden. Het moet voor hem gewoon worden om in Nederland te wonen, te werken, met andere Nederlanders om te gaan, kortom, leven in Nederland is voor hem de gewoonste zaak. Hij voelt zich verbonden met Nederland als zijn nieuwe thuisland. Hij hoeft zijn eigen afkomst en achtergrond niet op te geven of te verloochenen, maar hij heeft de Nederlandse normen en waarden geadopteerd en gedraagt zich volgens de Nederlandse spelregels. Hij weet hoe dingen gaan in Nederland. Hij heeft hier een bestaan opgebouwd, hij werkt, hij praat met mensen en gaat om met Nederlanders zoals Nederlanders dat doen. Hij is wellicht sociaal actief in bijvoorbeeld een sportvereniging of in willekeurig welke sociale kring. Om dit te bereiken, moet hij een Nederlandse burger worden: hij moet inburgeren.
1
Elke vreemdeling met een verblijfsvergunning op grond van de Vreemdelingenwet 2000 is een statushouder. Een verblijfsvergunning betekent dat de vreemdeling een status heeft die hem een rechtmatig verblijf in Nederland verschaft. Maar alleen bepaalde (categorieën) statushouders vallen onder de inburgeringsplicht, en zijn dus inburgeringsplichtig, ofwel inburgeraar. Een statushouder die zijn inburgering succesvol heeft afgerond, is nog steeds statushouder. De begrippen “statushouder” en “vergunninghouder” zijn synoniem. In deze notitie spreken we van statushouder, omdat deze term zijn weg heeft gevonden in het algemene spraakgebruik. Maar hier wordt dus specifiek gedoeld op de inburgeringsplichtige statushouder. 2 Kamerbrief van minister Koolmees (SZW), 25 juni 2019, ref. 2019-0000083693.
1 INBURGEREN IN LEUSDEN – VISIE EN AANPAK
3.DOELSTELLINGEN We willen dat de statushouders succesvol inburgeren. We willen dit niet alleen omdat het wettelijk moet. Het is de eerste reden, maar voor ons niet de enige reden. Uit de wettelijke taak volgen de doelstellingen, dat de statushouders de Nederlandse taal leren en werk kunnen vinden en behouden. In de eerste plaats betaald werk, maar wanneer of zolang dit niet mogelijk is, vrijwilligerswerk of een opleiding. Leusden is een kleine gemeente. Binnen een populatie van 30.000 inwoners, die over het algemeen als één gemeenschap samenleeft, zijn statushouders een opvallende verschijning. De cultuurverschillen hebben een invloed op de samenleving in Leusden. We vinden het belangrijk, dat we een samenleving in Leusden hebben, waar de statushouders deel van uitmaken. We willen dat de statushouders zich hier thuis voelen, want Nederland, en Leusden in het bijzonder, is hun nieuwe thuis. We willen ook dat de statushouders zelfredzaam en zelfvoorzienend zijn. De statushouders moeten zonder hulp van anderen hun maatschappelijke en financiële zaken kunnen regelen en in hun eigen inkomen kunnen voorzien. Maar waar de statushouders hulp of begeleiding nodig hebben, moet dit ook aanwezig en beschikbaar zijn. Zeker en in ieder geval in de periode van hun inburgering.
De kinderen van de statushouders groeien op in hun nieuwe thuisland, en moeten dezelfde kansen krijgen als de Nederlandse kinderen om later volwaardig het volwassen leven in te gaan. We stellen wel grenzen. De begeleiding en ondersteuning kan niet oneindig voortduren. Na drie jaar behoort de statushouder zelfredzaam te zijn. De begeleiding en ondersteuning moet daarop gericht zijn en mag er niet toe leiden dat de statushouder afhankelijk wordt en blijft van de ondersteuning. De taak van de gemeente eindigt in principe drie jaar na aanvang van het inburgeringstraject. Het hoofddoel is de succesvolle inburgering en integratie van elke statushouder. Concreet zijn de doelstellingen voor de inburgering in Leusden: TRAJECT o De Wet Inburgering wordt uitgevoerd. o De statushouder volgt met succes zijn leerroute. o De statushouder volgt met succes de modules. WERK EN OPLEIDING o De statushouder heeft betaald werk. o Wanneer betaald werk (nog) niet beschikbaar of mogelijk is, verricht hij vrijwilligerswerk. 2 INBURGEREN IN LEUSDEN – VISIE EN AANPAK
o
De statushouder in de Onderwijsroute is klaar om met een goede kans van slagen aan zijn opleiding te beginnen.
o o o o o
SAMENLEVING De statushouder is geïntegreerd in de (Leusdense) samenleving. De statushouder is maatschappelijk zelfredzaam. De statushouder maakt deel uit van de samenleving in Leusden, en de samenleving blijft intact. De statushouder voelt zich thuis in Leusden. Kinderen doen mee en kunnen zich volledig ontplooien.
FINANCIEEL o De statushouder is financieel zelfredzaam en zelfvoorzienend. Om deze doelstellingen te bereiken is voor elk onderdeel ondersteuning en begeleiding beschikbaar. Deze doelstellingen worden geacht de gemeenschappelijke doelstellingen te zijn die de gemeente en alle betrokken partners onderschrijven en waar we ons voor inzetten.
4.DE NIEUWE WET INBURGERING In de huidige wet is de statushouder zelf verantwoordelijk voor zijn inburgering en is de rol van de gemeente zeer beperkt. Vanuit de wet had gemeente eigenlijk nauwelijks een rol.
In de nieuwe wet krijgt de gemeente de regie over het inburgeringstraject, en daarmee komt ook de verantwoordelijkheid weer bij de gemeenten. De gemeente gaat dan weer een actieve, vooral sturende rol nemen.
3 INBURGEREN IN LEUSDEN – VISIE EN AANPAK
Vanuit de regierol is de gemeente verantwoordelijk voor de inrichting en vormgeving van het pakket aan voorzieningen voor de inburgering, zowel voor de kwaliteit hiervan als de beschikbaarheid en toegankelijkheid voor de statushouders. De regie ziet ook op de samenwerking met en tussen de partners. De gemeente moet ervoor zorgen dat de statushouder zijn inburgeringstraject kan volgen.
4.1. Keten De keten begint aan de grens. De Koninklijke Marechaussee controleert reizigers die Nederland binnen willen komen. Een vreemdeling, die verblijf in Nederland zoekt, behoort dan asiel aan te vragen. De vreemdeling komt dan terecht bij het COA voor opvang en bij de IND, die zijn asielaanvraag beoordeelt. Het rijk ontwikkelt op dit moment het programma Flexibilisering Asielketen, waarin de ketenpartners, van Marechaussee tot en met de gemeenten, zoveel mogelijk aan elkaar worden geschakeld. Het programma beoogt om te komen tot - een voorspelbaar, inzichtelijk en goed werkend asielproces; - beheersing van de tijd die een asielprocedure kost; - opvangcapaciteit laten aansluiten op schommelingen in de instroom; - aansluiten op wonen en integreren in de gemeenten. Of een goed werkend terugkeertraject.
Eén van de concrete voorstellen in dit programma is om reeds bij aanvang van de asielprocedure een voorlopige inschatting te maken van de kansen op een verblijfstitel. Asielaanvragers met een goede 4 INBURGEREN IN LEUSDEN – VISIE EN AANPAK
kans volgen een route die gericht is op inburgering en die hem al min of meer op weg helpt. Zo worden deze asielzoekers geplaatst in een AZC in de regio waar hij mogelijk zal worden gehuisvest (op basis van b.v. reeds aanwezige familieleden of netwerk) en kan hij het programma Voorbereiding op Inburgering volgen. Asielzoekers met een kleine kans op een verblijfstitel worden voorbereid op een terugkeer naar het land van herkomst. Zodra een asielzoeker een verblijfsstatus krijgt, en dus statushouder wordt, wordt hij gekoppeld aan een gemeente3. Op dat moment neemt de gemeente de regie over.
4.2. Het inburgeringstraject in de nieuwe wet De statushouders krijgt de mogelijkheid om zich vooraf voor te bereiden en als het ware alvast vooruit te werken. Het COA biedt de statushouders een Programma Voorbereiding op Inburgering aan. Het programma bestaat uit (NT2-)taallessen, een training kennis van de Nederlandse Maatschappij, individuele begeleiding en een persoonlijk informatiedossier. De lessen en trainingen maken, dat de statushouders al een beetje Nederlands spreken en begrijpen. Met de begeleiding en het informatiedossier kan de statushouder zich alvast oriënteren op zijn verwachtingen en persoonlijke plannen, waarmee hij beter voorbereid aan zijn daadwerkelijke inburgering kan beginnen. Vanaf het moment dat de statushouder aan de gemeente is gekoppeld, wordt de gemeente verantwoordelijk. Het inburgeringstraject begint op het moment dat de statushouder zijn Persoonlijk Plan Integratie en Inburgering heeft getekend, dat wil zeggen, de termijn (van 3 jaar) voor de inburgering begint vanaf dat moment. Op hoofdlijnen bestaat het traject uit: - Brede intake - Persoonlijk plan Integratie en Participatie - Leerroute - Modules - Maatschappelijke begeleiding De statushouder is succesvol ingeburgerd, wanneer hij – binnen de gegeven termijnen – zijn leerroute en de modules PVT en MAP met goed gevolg heeft afgerond.
De inburgering moet een integrale aanpak zijn waar verschillende partijen, maar ook verschillende gemeenten samenwerken om een compleet aanbod te kunnen doen aan de statushouders. 3
Zodra een asielzoeker een verblijfsvergunning krijgt, heeft het COA 2 weken de tijd om de statushouder aan een gemeente te koppelen. Het COA kijkt daarbij o.a. naar gemeenten in de regio van het AZC, maar vooral ook naar gemeenten waar de statushouder al een netwerk heeft of familie heeft wonen en waar voor de statushouder de beste kansen (op werk of opleiding) liggen. De gemeente heeft dan gemiddeld 10 weken de tijd om een woning of woonruimte te regelen.
5 INBURGEREN IN LEUSDEN – VISIE EN AANPAK
In het kader van de Wet Inburgering geeft het rijk op enkele onderdelen een nadere invulling. Hiermee stuurt het rijk op de kwaliteit en de uitvoering. Zo zullen er nadere regels komen over de inhoud en de vorm van de Z-route, van de maatschappelijke begeleiding, de brede intake en het Persoonlijk Plan Inburgering en Participatie. Het rijk bepaalt ook de inhoud en vorm van de leerbaarheidstoets en de examens en toetsen bij de leerroutes.
Brede intake Het traject begint met een brede intake, zodra de statushouder is toegewezen aan de gemeente, meestal dus nog voordat hij zich daadwerkelijk in de gemeente heeft gevestigd. In deze intake wordt in ieder geval in kaart gebracht: a. het taalniveau; b. de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie; en c. de mate van zelfredzaamheid. De brede intake moet een beeld geven van de mate waarin de statushouder de mogelijkheden heeft om aan de inburgeringsplicht te voldoen. Er wordt onderzocht – met een leerbaarheidstoets – in welke mate de statushouder in staat is om de Nederlandse taal te leren. Deze toets bepaalt in hoofdzaak de leerroute, die de statushouder geacht wordt te kunnen volgen. De gemeente (de klantmanager) kan naar het AZC gaan, maar de statushouder kan ook worden uitgenodigd om naar de gemeente te komen voor de intake. Dit laatste heeft de voorkeur.
Persoonlijk plan Integratie en Participatie Samen met de statushouder wordt een persoonlijk plan opgesteld, waarin onder meer zijn traject wordt beschreven. Dit plan, afgekort het PIP, wordt opgesteld op basis van de brede intake en het resultaat van de leerbaarheidstoets. Het PIP bestrijkt een periode van (maximaal) 3 jaar en geeft aan welke leerroute de statushouder kan volgen. Verder beschrijft het PIP de verplichte onderdelen van de inburgering. Het PIP bevat ook de rechten en plichten van de statushouder en de ondersteuning en begeleiding die hij mag verwachten en de voorzieningen en activiteiten waar hij gebruik van kan maken. Het PIP vormt als het ware de leidraad voor zijn inburgering. Periodiek wordt de voortgang van de inburgering getoetst aan het PIP. Dit kan ertoe leiden dat de statushouder extra aansporing en/of ondersteuning nodig heeft, of dat het PIP moet worden aangepast.
Leerroutes De nieuwe wet legt de nadruk op het leren van de taal en de toeleiding naar werk. Dit gebeurt via leerroutes. De leerroute is het centrale element in de inburgering. Er zijn drie leerroutes beschikbaar, waarin het leren van de taal en de toeleiding naar werk specifiek zijn benoemd. De leerroute kan de volle 3 jaar van het inburgeringstraject duren.
6 INBURGEREN IN LEUSDEN – VISIE EN AANPAK
Uiterlijk binnen anderhalf jaar na aanvang van de inburgering kan de leerroute nog – eenmalig – worden gewijzigd, naar een hoger of een lager niveau.
B1-route In beginsel is de B1-route (ook genoemd de taalroute) de reguliere route, die de meeste statushouders zullen volgen. Het leren van de taal is hierin het belangrijkste, maar wel in combinatie met(vrijwilligers)werk en maatschappelijke participatie. Het taalniveau is gesteld op B1-niveau (middelbare school). Voorheen was dit A2 (basisschool), maar in de praktijk is gebleken dat B1-niveau nodig is om te kunnen functioneren in een werkomgeving. B1 biedt dan ook meer en betere kansen op het verkrijgen en behouden van werk. Om deze reden is B1-niveau als norm gesteld, maar het kan ook A2 of B2 zijn, afhankelijk van de leervaardigheden van de statushouder. De B1-route wordt afgesloten met een inburgeringsexamen. In dit examen wordt de statushouder getoetst op zijn mondelinge en schriftelijke taalvaardigheden en op zijn kennis van de Nederlandse maatschappij. Hij krijgt bij goed gevolg een diploma uitgereikt. Z-route De Z(elfredzaamheids)route is bedoeld voor statushouders die niet in staat zijn om de B1-route te volgen, ook niet op A2-niveau. In deze route wordt nog steeds taalonderwijs gevolgd, maar er wordt ook veel en vooral aandacht gegeven aan participatie en maatschappelijke zelfredzaamheid. Het doel is, dat de statushouder via participatie zinvol bezig is en weet “hoe dingen werken” in Nederland. Naar verwachting zal ook dit om een grote groep statushouders gaan.
De Z-route wordt afgesloten met een mondelinge taaltoets, waarna de statushouder, bij goed gevolg, een certificaat ontvangt.
7 INBURGEREN IN LEUSDEN – VISIE EN AANPAK
Onderwijsroute Een relatief kleine groep heeft voldoende competenties en vaardigheden dat ze een hoger taalniveau kunnen bereiken en een opleiding met succes kunnen volgen. Deze opleiding kan variëren van een MBO-opleiding tot een universitaire studie. Deze route is alleen toegankelijk voor statushouders tot 28 jaar. Er is – naast veel ruimte voor taalonderwijs – ook veel aandacht voor specifieke onderwijsvaardigheden, om de statushouder zo goed mogelijk voor te bereiden op zijn opleiding. In beginsel start de statushouder na afronding van zijn inburgering met de opleiding, maar vanuit een praktische benadering kan hij ook eerder starten, wanneer hij daar klaar voor is. Met deze route volgt de statushouder een taalschakeltraject. Onder het taalschakeltraject wordt verstaan een taalopleiding die is gericht op het begeleiden van anderstaligen richting het beroeps- of wetenschappelijk onderwijs. De onderwijsroute wordt afgesloten met een NT2-examen, waarmee het taalschakeltraject wordt afgerond.
Modules Daarnaast volgt de statushouder enkele modules, die ook in de huidige wet reeds deel uitmaken van de inburgering. Voor de modules PVT en MAP geldt een termijn van 18 maanden. Voor de maatschappelijke begeleiding geldt geen termijn. Dit kan voortduren zolang de gemeente dit verantwoord acht. Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM) De statushouder leert in deze module de Nederlandse waarden en normen, over de geschiedenis en inrichting van Nederland en praktische zaken over onder andere wonen en werken. Participatieverklaringstraject (PVT) Ook hierin staat het leren van de Nederlandse kernwaarden centraal, maar wordt het benaderd vanuit de praktische kant. Zo is een excursie of een activiteit met betrekking tot één van de kernwaarden een onderdeel van deze module. De module wordt, bij goed gevolg, afgesloten met het ondertekenen van een Participatieverklaring, Module Arbeidsmarkt & Participatie (MAP) Via deze module wordt de statushouder begeleid bij zijn oriëntatie en participatie op de arbeidsmarkt. De oriëntatie is erop gericht om de competenties en arbeidskansen van de statushouder op de arbeidsmarkt in beeld te brengen en vaardigheden te leren over hoe men een baan vindt. Het participatie-gedeelte betreft het inzetten van een of meerdere praktische activiteiten, waardoor de statushouder kennis maakt met de arbeidsmarkt en die zijn kansen op werk vergroten.
Deze module is niet verplicht voor statushouders die een taalschakeltraject (de onderwijsroute) volgen.
8 INBURGEREN IN LEUSDEN – VISIE EN AANPAK
Maatschappelijke begeleiding Het gaat hier om ondersteuning en begeleiding in praktische zaken en voorlichting over leefgebieden en maatschappelijke instanties van de Nederlandse samenleving. De begeleiding is gericht op de integratie in de Nederlandse samenleving. De maatschappelijke begeleiding bevat in ieder geval praktische hulp bij het regelen van basisvoorzieningen: ondersteuning en begeleiding bij het regelen van praktische zaken ten aanzien van voorzieningen zoals onder andere wonen, zorg, werk, inkomen, verzekeringen, onderwijs en kennismaking met de lokale woonomgeving. En voorlichting over basisvoorzieningen in de Nederlandse samenleving, zoals onder andere wonen, inkomen, werk, zorg, onderwijs, opvoeding en kennismaking met maatschappelijke organisaties. 4 Deze begeleiding start direct bij vestiging in de gemeente, en omvat vooral het regelen van de eerste noodzakelijke voorzieningen, zoals een uitkering, zorgverzekering, huur- en zorgtoeslag, inschrijven van kinderen op een school, en dergelijke. Via een pakket aan activiteiten en ondersteuning worden statushouders begeleid richting zelfredzaamheid en het leven in Nederland en Leusden. Het kan gaan om uitgebreide programma’s en om kleine, vooral leuke, maar in ieder geval leerzame activiteiten. Sommige programma’s en activiteiten kunnen verplicht worden gesteld, zoals het leren budgetteren.
Deze programma’s en activiteiten worden verzorgd door zowel de professionele organisaties als door vrijwilligersorganisaties.
5.DE OPDRACHT AAN DE GEMEENTE De gemeente (het college) heeft de opdracht om een compleet inburgeringsaanbod samen te stellen. Met dit aanbod kan de statushouder zijn inburgeringstraject volgen, met name zijn leerroute en de modules, en de maatschappelijke begeleiding. Dit aanbod moet beschikbaar zijn voor de statushouder, die inburgeringsplichtig is. Hieronder vallen ook de nareizigers. Het aanbod en de beschikbare middelen zijn voor beiden bedoeld, aangezien zij beiden inburgeringsplichtige statushouders zijn. Daarnaast zijn er statushouders, aan wie een beperkt aanbod kan worden gedaan. Dit zijn de gezinsmigranten en de “overige” migranten. 5 Onder overige migranten vallen met name de geestelijke bedienaren. 4
Deze verplichte onderdelen zijn benoemd in het concept Besluit Inburgering, en kan zich dus nog wijzigen. Een nareiziger is een persoon, die zich in het kader van gezinshereniging in Nederland voegt bij de reeds in Nederland verblijvende statushouder. Een gezinsmigrant is een persoon, die zich in het kader van gezinsvorming in Nederland voegt bij een persoon, die de Nederlandse nationaliteit heeft. Een gezinsmigrant wordt geacht zich te hebben voorbereid op de komst naar Nederland en via de Wet Inburgering Buitenland al een inburgeringstraject heeft gevolgd. 5
9 INBURGEREN IN LEUSDEN – VISIE EN AANPAK
AANBOD
STATUSHOUDERS GEZINS- EN OVERIGE MIGRANTEN
Maatschappelijke begeleiding
X
Ontzorging
X
Begeleiding bij inburgering (intake, PIP, advies, voortgang)
X
Alfabetisering (voor zover opgenomen in PIP)
X
Leerroute
X
Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM)
X
Module Arbeid & Participatie (MAP)
X
X
Participatieverklaringstraject (PVT)
X
X
Overige ondersteuning en begeleiding (maatwerk)
X
i.g.v. Pw
X
Brede intake De gemeente moet een brede intake afnemen. Persoonlijk plan inburgering en participatie De gemeente moet een PIP opstellen. Maatschappelijk begeleiding De gemeente voorziet in de maatschappelijke begeleiding van de statushouder. Deze maatschappelijke begeleiding begint op de dag dat de statushouder in de basisregistratie (BRP) van de gemeente is ingeschreven. De maatschappelijke begeleiding helpt de statushouder om te leven in de Nederlandse samenleving en om zelfredzaam te zijn. Hierin wordt ook gewerkt aan de integratie in de samenleving. Ontzorgen De vaste lasten (huur, gas-licht-water, zorgverzekering) worden ingehouden op de uitkering en doorbetaald, gedurende de eerste zes maanden na huisvesting. Dit kan uiteraard alleen wanneer de statushouders een bijstandsuitkering heeft. Hiermee moet worden voorkomen dat de statushouder al direct betalingsachterstanden oploopt. Na deze zes maanden moet hij zijn financiële zaken zelf kunnen regelen. Hierbij wordt hij, in het kader van de maatschappelijke begeleiding, waar nodig ondersteund, bijvoorbeeld via coaching. Ondersteuning en begeleiding bij de leerroute De gemeente maakt afspraken en koopt taalonderwijs in bij onderwijsinstellingen en andere instellingen die taallessen verzorgen of daar ondersteuning in bieden.
Op basis van het PIP kan de statushouder gebruik maken van het geschikte onderwijs en de ondersteuning daarbij. Samenwerking De gemeente werkt samen met alle instanties die een bijdrage kunnen leveren aan het bereiken van de doelstellingen. 10 INBURGEREN IN LEUSDEN – VISIE EN AANPAK
Dit zijn de professionele partners, de regio (Amersfoort) en afzonderlijke gemeenten en lokale partners (zoals vrijwilligersorganisaties). Deze samenwerking kan zijn beslag krijgen in een inkooprelatie of in afspraken of convenanten.
6.INBURGEREN IN LEUSDEN Met de regie die aan de gemeente is toebedeeld, is het ook aan de gemeente om vorm te geven aan de inburgering, binnen de wettelijke en financiële kaders.
6.1. Doelgroepen In de eerste plaats bestaat de doelgroep uit de – op aanwijzing van de DUO – inburgeringsplichtige statushouders, die vanaf 1 juli 2021 in de BRP van de gemeente zijn ingeschreven. Daarnaast zijn er statushouders, die al eerder in de gemeente zijn komen wonen, en die nog volgens de oude (=huidige) wet moeten inburgeren. Deze groep wordt aangeduid als de “ondertussengroep”. Zij zijn zelf verantwoordelijk voor hun inburgering en voeren ook zelf de regie daarover. Hiervoor moeten zij leningen afsluiten bij de DUO. Binnen deze groep is een subgroep die het meest ondersteuning nodig heeft, namelijk de “Einde Lening nog Inburgeringsplichtigen”, ofwel de “ELIP’s”. De nieuwe wet kent geen overgangsbepalingen, waardoor statushouders, die vóór 1 juli 2021 zich vestigen geen gebruik kunnen maken van het aanbod volgens de nieuwe wet. Dit schept een tweedeling in de begeleiding en ondersteuning bij de inburgering. De statushouders die het allemaal nog zelf moeten regelen en de nieuwe statushouders die onder de regie van de gemeente komen. Het rijk zal nadere voorstellen uitwerken hoe de ondertussengroep kan worden geholpen. Op dit moment onderzoekt het rijk hoe groot deze groep is en welke oplossingen mogelijk zijn. Vooralsnog streven wij in Leusden ernaar, om deze groep zoveel mogelijk mee te nemen in het aanbod volgens de nieuwe wet.
6.2. Statushouders in Leusden Op dit moment (mei 2020) zijn 63 statushouders bezig met hun inburgeringstraject. Naar verwachting zullen er op 1 juli 2021 nog circa 20 tot 25 statushouders nog met hun inburgering bezig zijn. Dit is de omvang van de ondertussengroep. Op 1 juli zal pas duidelijk zijn hoeveel statushouders tot de ELIP’s behoren.
11 INBURGEREN IN LEUSDEN – VISIE EN AANPAK
Taakstellingen De gemeente huisvest statushouders op basis van de taakstelling die door het rijk wordt opgelegd. Het COA koppelt dit aantal statushouders aan de gemeente. De taakstelling wordt halfjaarlijks bepaald. Voor het tweede half jaar van 2020 is de taakstelling voor Leusden bepaald op 11 personen. De taakstelling wordt in Leusden ruim gehaald. Op dit moment (mei 2020) lopen we zelfs voor op de taakstelling.
6.3. Hoe is het nu in Leusden De inburgering is ingericht volgens de huidige wet. De statushouder is helemaal zelf verantwoordelijk voor zijn inburgering en wordt hierin begeleid door Integratiewerk (v/h NVA). Integratiewerk is voor Leusden de professionele partner voor de inburgering. Deze begeleiding betekent in hoofdzaak dat hij geholpen wordt bij het regelen van voorzieningen (uitkering, toeslagen, school) en dat hij de verplichte modules en taallessen kan volgen. Feitelijk dus het inburgeringstraject dat moet leiden tot een geslaagde inburgering. Naast de formele taallessen zijn er ook informele gelegenheden waar de statushouder zijn taalvaardigheden kan oefenen en verbeteren, vaak ondersteund door o.a. taalcoaches. Onder meer de Bibliotheek en Het Gilde zijn hierin actief. Kinderen hebben de mogelijkheid om eerst een jaar een schakelklas te volgen, waarin zij de taal leren, kunnen wennen aan het Nederlandse onderwijs en de samenleving. Deze schakelklas wordt aangeboden door Taalschool Voila. Vanuit het Werkbedrijf wordt hij naar werk toegeleid. Coaches van Integratiewerk en ReconnAct helpen statushouders bij het verkrijgen van werk en begeleiding op de werkplek. Het SMS van Lariks helpt statushouders bij het invullen van formulieren en helpt hen wegwijs te maken in de beschikbare voorzieningen.
Daarnaast zijn er diverse burgerinitiatieven, die de statushouder helpen om maatschappelijk te integreren.
6.4. Hoe moet het zijn in Leusden De inburgering is ingericht volgens de nieuwe wet. De statushouder is al bekend nog voordat hij zich daadwerkelijk in Leusden heeft gevestigd, er wordt nadrukkelijk en intensief (samen)gewerkt om hem zo snel en zo goed mogelijk Nederlands te leren en hij krijgt mogelijkheden om – liefst – betaald werk te verkrijgen, of vrijwilligers werk of op zijn minst sociaal actief te zijn.
12 INBURGEREN IN LEUSDEN – VISIE EN AANPAK
De voorzieningen die nodig zijn voor het volgen van zijn leerroute en zijn PIP zijn aanwezig en beschikbaar. Zijn vorderingen in zijn inburgering worden gevolgd en hij wordt bijgestuurd en ondersteund om binnen de gestelde tijd (van drie jaar) zijn inburgeringsexamen te hebben gehaald. Hij leert om zelfredzaam te zijn, zowel maatschappelijk als financieel. Hij weet hoe de dingen gaan in Nederland, hij kent de weg in Leusden en omgeving, hij weet hoe hij zijn eigen zaken moet regelen, hij weet hoe hij moet rondkomen met zijn inkomen en hij weet financiële problemen te vermijden. Er zijn verschillende activiteiten die hij kan gebruiken en waar hij aan kan deelnemen, die hem helpen om de Nederlandse maatschappij te leren kennen en om Leusden te leren kennen. Er zijn maatjes die hem daarbij helpen en die hij om hulp kan vragen. Maatjes die met hem op stap gaan en die hem bekend maken met de alledaagse dingen. Hij kent zijn buren en zijn buren kennen hem. Hij is een buurtgenoot. Er is een aanspreekpunt waar hij terecht kan met al zijn vragen over zijn inburgering, waar hij met klachten terecht kan en waar hij suggesties voor verbeteringen kan leveren. De gemeente werkt nauw samen met de gemeenten in de regio. Waar mogelijk of wenselijk worden voorzieningen gezamenlijk, regionaal of bovenlokaal, ingekocht of ontwikkeld.
Met de professionele en vrijwilligersorganisaties worden afspraken gemaakt en subsidies verleend om het aanbod compleet te maken. Met name wordt het aanbod voor de maatschappelijke begeleiding ingevuld.
7.HOE GAAN WE HET DOEN 7.1. Taken en rollen Regie De gemeente heeft de regie. Vanuit deze rol: - is de gemeente verantwoordelijk voor de inrichting en vormgeving van het aanbod aan voorzieningen voor de inburgering, zowel voor de kwaliteit hiervan als de beschikbaarheid en toegankelijkheid voor de statushouders. - zorgt de gemeente ervoor, dat alle partijen samenwerken aan de realisatie van de doelstellingen. - stuurt de gemeente de partners aan en monitort de prestaties. - ontvangt de gemeente de middelen van het rijk en financiert hiermee de partners en de activiteiten. De gemeente legt ook de verantwoordingen af aan het rijk. Coördinatie 13 INBURGEREN IN LEUSDEN – VISIE EN AANPAK
De coördinator ziet tot op de uitvoering: Dit houdt dat de coördinator: - de statushouder opvangt en hem aanstuurt. - met de statushouder de voortgang van zijn inburgering monitort, aan de hand van zijn PIP, en zo nodig extra aanspoort of het PIP bijstelt. - er voor zorgt dat de statushouder zijn inburgeringstraject met succes doorloopt. - de plek is waar de statushouder met al zijn vragen terecht kan en waar hij zijn klachten kwijt kan. - met de uitvoerende partners in voortdurend contact is op casusniveau. - in mandaat boetebesluiten neemt. - de DUO adviseert over op te leggen boetes. Uitvoering Een keur aan partners verzorgt onderdelen van het aanbod en activiteiten binnen een onderdeel. Het zijn professionele en vrijwilligersorganisaties, zowel lokaal als regionaal. De uitvoerende partners: - verzorgen een compleet onderdeel of een activiteit binnen een onderdeel van het aanbod. - stemmen hun capaciteiten af op de realisatie van doelstellingen. - rapporteren aan de coördinator en leggen verantwoording af aan de gemeente. De regie is en blijft bij de gemeente. De taak van coördinator is op dit moment nog in ontwikkeling. De keuze is om deze taak in eigen beheer van de gemeente te nemen of te beleggen bij een externe partner. De overwegingen zijn nog niet afgerond. De uitvoering ligt zo goed als volledig bij externe partners. Bepaalde onderdelen zijn nu al toe te wijzen.
Zo zal de ontzorging bij WIZ Amersfoort liggen, aangezien het gaat om inhoudingen op de uitlering en doorbetaling aan de providers. Het formele taalonderwijs zal – na een aanbesteding – bij een professionele aanbieder worden belegd, terwijl voor het informele taalonderwijs benut wordt wal al aanwezig is en goed werkt, namelijk het Taalcafé en de taalmaatjes.
7.2. Wie doet wat De gemeente zet de taken uit en ziet toe op de juiste uitvoering hiervan. Brede intake De brede intake is een uitvoerig en diepgravend gesprek. Het is ook een uiterst belangrijk gesprek, aangezien hierin de basis wordt gelegd voor het PIP en daarmee voor het gehele verdere inburgeringstraject. De brede intake moet daarom in ieder geval worden uitgevoerd door een professional. Daarbij is het raadzaam dat deze professional ervaring heeft, of krijgt, in het voeren van deze gesprekken. Deze ervaring is alleen op te doen door regelmatig intake-gesprekken te voeren. Leusden heeft een geringe taakstelling (jaarlijks 20 tot 24 personen). Omdat het voor het grootste deel gezinnen betreffen, zal het aantal inburgeringsplichtige statushouders tamelijk klein zijn, wellicht te klein om deze gesprekken zelf uit te voeren. 14 INBURGEREN IN LEUSDEN – VISIE EN AANPAK
Daarom zal worden gezocht naar een regionale partner. Persoonlijk plan Integratie en Participatie Het PIP zet de koers uit voor het gehele traject. Ook het opstellen van het PIP wordt gezien als een professionele taak. Omdat het PIP voortvloeit uit de brede intake, is het logisch om ook het opstellen van het PIP te beleggen bij de partner die ook de brede intake uitvoert. Leerroutes: taal en werk De leerroutes bestaan uit meerdere onderdelen. Voor de taallessen willen we gezamenlijk met de regiogemeenten een inkooptraject uitvoeren. Afhankelijk van de precieze inhoud en omvang is het mogelijk dat hier een aanbestedingstraject voor verplicht is. Maar er zijn reeds gesprekken gevoerd met het MBO te Amersfoort via de regiocoördinator. Lokaal is er de bestaande taalondersteuning via onder meer de Taalcoaches en het Taalcafé. De toeleiding naar betaald werk is in feite een onderdeel van de Participatiewet, en wordt daarom door Amersfoort (afdeling WIZ) uitgevoerd. Ook het WSP is hierbij betrokken. Lokaal kan de toeleiding naar vrijwilligerswerk worden verzorgd. Modules De modules bestaan nu ook al in de huidige wet inburgering en zijn praktisch ongewijzigd. Deze modules worden verzorgd door Integratiewerk. Het ligt dan ook voor de hand dat Integratiewerk dit onderdeel zal voortzetten.
Ontzorgen De inhouding en doorbetaling van de vaste lasten vanuit de bijstandsuitkering zal worden uitgevoerd door WIZ Amersfoort, als uitvoerder van de Participatiewet voor Leusden. Maatschappelijke begeleiding De maatschappelijke begeleiding bestaat in ieder geval uit ondersteuning en begeleiding bij het regelen van praktische zaken ten aanzien van basisvoorzieningen zoals onder andere wonen, zorg, werk, inkomen, verzekeringen, onderwijs en kennismaking met de lokale woonomgeving. En voorlichting over basisvoorzieningen in de Nederlandse samenleving: voorlichting over basisvoorzieningen en thema’s zoals onder andere wonen, inkomen, werk, zorg, onderwijs, opvoeding en kennismaking met maatschappelijke organisaties 6. Dit willen we uitbreiden met een verzameling van grotere en kleinere activiteiten. Bepaalde activiteiten kunnen een verplicht karakter hebben (b.v. budgetcoaching), andere activiteiten kunnen de statushouders naar eigen interesse en voorkeuren kiezen. Hier kunnen tal van partners, professionals en vrijwilligers, bij betrokken zijn.
6
Deze ondersteuning en voorlichting is in het (concept) Besluit Inburgering voorgeschreven.
15 INBURGEREN IN LEUSDEN – VISIE EN AANPAK
7.3. De doelstellingen in pijlers De doelstellingen vertalen zich naar vier pijlers, waarop de inburgering komt te rusten. Binnen deze pijlers stellen we het aanbod samen. Met de projecten en activiteiten binnen deze pijlers kan de statushouder zijn leerroute volgen en zijn de mogelijkheden beschikbaar voor (arbeids)participatie en integratie.
16 INBURGEREN IN LEUSDEN – VISIE EN AANPAK
INBURGERING TRAJECT
BREDE INTAKE - Intakegesprek voeren. - Leerbaarheidstoets. PIP - Opstellen PIP. TAAL Taalonderwijs: - m.n. MBO, ROC. - Taalcoaches en – maatjes. - Taalcafé. Toegang tot studiecoaching voor de Onderwijsroute. MODULES - Programma-aanbod voor elke module. - Training en begeleiding bij elke module
SAMENLEVING
WERK
Activiteiten waarbij de statushouder: - In contact komt met zijn buren en zijn buurt. - Leert over Leusden. - Leert hoe hij zich kan inpassen in de Nederlandse samenleving. - Verbonden raakt met Leusden en Nederland. - Bekend raakt met het Nederlandse schoolsysteem en zijn kinderen kan ondersteunen met school. - Schakelklassen voor kinderen als voorbereiding op regulier onderwijs. - buitenschoolse activiteiten voor kinderen, gericht op hun toekomstperspectieven.
Toeleiding en behoud van betaald werk - Arbeidstoeleiding. - Coaching en begeleiding. - Vakinhoudelijke cursussen en trainingen. Toeleiding en behoud van vrijwilligerswerk - Oriëntatie en toeleiding naar passend vrijwilligerswerk, op basis van affiniteiten, interesses en mogelijkheden voor doorstroom naar betaald werk, persoonlijke ontwikkeling en maatschappelijke integratie. 17
INBURGEREN IN LEUSDEN – VISIE EN AANPAK
FINANCIEEL
Ontzorgen: - doorbetaling van de vaste lasten vanuit de uitkering. Financiële coaching: - budgetcoaching - bekendheid met regelingen, belastingen, voorzieningen. - bekendheid met formulieren.
Traject In de pijler Traject plaatsen we alle onderdelen die verplicht zijn voor de inburgering, te beginnen met de brede intake en het PIP. Regionaal wordt het taalonderwijs ingekocht, terwijl lokaal de ondersteuning hierbij wordt georganiseerd. De modules bestaan al in de huidige inburgeringswet en worden al door Integratiewerk uitgevoerd. De nieuwe wet brengt (vrijwel) geen inhoudelijke verandering aan in deze modules. Werk Werk en participatie krijgen binnen de leerroutes nadrukkelijk aandacht, dus ook in ons aanbod. Lokaal, maar vooral regionaal zetten we in op de toeleiding naar betaald werk. Wanneer betaald werk (nog) niet mogelijk is, maken we mogelijkheden voor vrijwilligerswerk dicht bij huis, dus lokaal. Samenleving In deze pijler draait het om de integratie van de statushouder. Dit vraagt in de eerste plaats inspanningen van de statushouder om te integreren, maar ook om activiteiten die moeten leiden tot de acceptatie van statushouders door de Nederlandse buurtgenoten. Het gaat dus om meer dan integratie; het gaat om het samenleven met elkaar. Financieel Ervan uitgaande, dat alle statushouders in ieder geval in de eerste maanden na huisvesting van een bijstandsuitkering afhankelijk zullen zijn, worden de vaste lasten doorbetaald vanuit de uitkering. Dit is ook wettelijk voorgeschreven.
De statushouder moet echter zo snel mogelijk zijn financiële zaken zelf kunnen regelen en bewust en verantwoord met zijn inkomen om kunnen gaan.
7.4. Partners De realisatie van de onderdelen in de pijlers, feitelijk de uitvoering van de inburgering en integratie, wordt in handen gegeven van partners die daarvoor de expertise hebben. Dit kunnen regionale partners zijn (b.v. onderwijsinstellingen), partners in een andere gemeente (die b.v. een bepaalde activiteit verzorgen) of lokale partners (voor m.n. de maatschappelijke en financiële pijlers).
8.LOKAAL, BOVENLOKAAL EN REGIONAAL Het rijk dringt aan op regionale samenwerking. Op veel onderdelen is dit ook vanzelfsprekend. Maar op andere onderdelen, met name op de onderdelen die inhoud geven aan de maatschappelijke begeleiding, heeft een lokale invulling de voorkeur.
18 INBURGEREN IN LEUSDEN – VISIE EN AANPAK
Wanneer bovenlokale samenwerking voordelen biedt op efficiëntie en effectiviteit is deze samenwerking te verkiezen. Op hoofdlijnen wordt de samenwerking bepaald op basis van: 1) Inkooptrajecten en aanbestedingsverplichtingen 2) Aantallen statushouders 3) Aanwezigheid van bestaande voorzieningen bij andere gemeenten 4) Lokale sociale kaart Inkooptrajecten en aanbestedingsverplichtingen Met name voor het taalonderwijs zijn de opleidingsinstellingen in de regio de aangewezen partner, waarbij vooral de MBO’s en ROC in beeld zijn. Omdat dit regionale instellingen zijn, en alle gemeenten dus met deze instellingen afspraken moeten maken, spreekt het voor zich dat regionaal wordt samengewerkt. De inkoop van het taalonderwijs wordt regionaal verzorgd. Ook op het gebied van arbeidstoeleiding is een regionale samenwerking het meest voor de hand liggend. Vooral omdat deze regionale samenwerking reeds bestaat in de vorm van het Werkbedrijf en het WSP. Aantallen statushouders Leusden heeft een relatief lage taakstelling. Deze taakstelling geeft het aantal te huisvesten personen aan, en niet het aantal inburgeringsplichtige personen. Wanneer een eenoudergezin met 3 kinderen zich vestigt, en de partner komt als nareiziger naar Nederland, dan zijn er weliswaar 5 personen gehuisvest, maar er is maar 1 persoon volledig inburgeringsplichtig, voor wie het gehele aanbod beschikbaar hoort te zijn.
Op jaarbasis is uit te gaan van hooguit 5 inburgeringsplichtigen. Dit zijn erg kleine aantallen. Wanneer daar ook de statushouders uit de ondertussengroep worden toegevoegd, dan blijft het een tamelijk beperkte groep van hooguit 20 personen. Het is dan niet efficiënt om voor dergelijke kleine aantallen uitgebreid lokaal aanbod samen te stellen. Een regionale of bovenlokale samenwerking is dan effectiever, ook qua kosten. Aanwezigheid van bestaande voorzieningen bij andere gemeenten Het kan zijn dat in een bepaalde gemeente reeds een voorziening aanwezig is, die past binnen onze doelstellingen. Bijvoorbeeld een plek om computervaardigheden op te doen. Het is dan voordeliger om van die voorziening gebruik te maken, en daarvoor afspraken te maken met die gemeente, dan om zelf zo’n voorziening op te zetten. Andersom kunnen er in Leusden voorzieningen zijn, waar andere gemeenten interesse voor kunnen hebben. Een voorbeeld is de Taalschool Voila, waar ook kinderen van statushouders uit de gemeente Woudenberg gebruik van maken. Lokale sociale kaart Met name voor de maatschappelijke begeleiding streven we naar zoveel mogelijk lokale activiteiten, en dus lokale partners. We willen deze activiteiten het liefst zo dicht mogelijk bij huis, dus in Leusden zelf, kunnen aanbieden. 19 INBURGEREN IN LEUSDEN – VISIE EN AANPAK
9.FINANCIERING We beogen om de inburgering binnen de beschikbare budgetten in te richten. Het ministerie van SZW heeft in overleg met de VNG de macro-budgetten afgestemd. Voor de structurele kosten komt jaarlijks € 105,2 miljoen beschikbaar, boven de budgetten die nu reeds beschikbaar zijn voor inburgering. Dit wordt uitgekeerd als een specifieke uitkering. Voor de invoeringskosten ten behoeve van de implementatie komt eenmalig € 36,5 miljoen beschikbaar in het gemeentefonds. Tenslotte reserveert het rijk € 25,5 miljoen ten behoeve van de ondertussengroep. Vooralsnog is voor Leusden beschikbaar: 2020 € 59.783 (incidenteel, voor invoeringskosten) 2021 € 40.729 (structureel, voor uitvoeringskosten, halfjaar) 2022 € 90.522 (structureel, voor uitvoeringskosten) 2023 € 99.585 (structureel, voor uitvoeringskosten) Deze middelen zijn opgenomen in de Integratie Uitkering SD. Op een later moment zullen, via een specifieke uitkering, middelen bekend worden gemaakt voor de kosten van de maatschappelijke begeleiding.
10. HANDHAVING Een verplichting om in te burgeren betekent ook, dat moet worden toegezien op de naleving daarvan. Gemeenten en DUO hebben beide een handhavende rol in het nieuwe stelsel. De gemeente handhaaft het Plan Inburgering en Participatie en het verloop van het inburgeringstraject en zet in op het behalen van de inburgeringsplicht binnen de daarvoor gestelde termijn. Hiertoe zijn er regelmatig contacten met de statushouder over zijn voortgang en worden eventuele knelpunten opgelost. DUO stelt de inburgeringsplicht voor iedereen vast en handhaaft deze plicht. Indien iemand verwijtbaar niet binnen de termijn inburgert kan DUO, ná advies van de gemeente, besluiten over een passende boete of daarvan afzien. DUO weegt in deze beslissing zowel objectieve maatstaven mee als de input van de gemeente, over de voortgang van het traject en eventuele eerdere boetes die zijn opgelegd.
20 INBURGEREN IN LEUSDEN – VISIE EN AANPAK
21 INBURGEREN IN LEUSDEN – VISIE EN AANPAK
BIJLAGE: TOELICHTING OP DE INBURGERINGSPLICHT Niet elke statushouder is inburgeringsplichtig. En er zijn omstandigheden waaronder een inburgeringsplichtige statushouder ontheffingen of vrijstellingen kan krijgen. De DUO is de instantie die bepaalt of iemand wel of niet inburgeringsplichtig is en of er een vrijstelling of ontheffing kan worden toegepast. De Wet Inburgering geeft aan (art. 3 lid 1): Inburgeringsplichtig is de vreemdeling, die rechtmatig verblijf verkrijgt in de zin van artikel 8, onderdelen a en c, van de Vreemdelingenwet 2000, die 16 jaar of ouder is en de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt, en: a. anders dan voor een tijdelijk doel in Nederland verblijft; of b. geestelijke bedienaar is.
Een statushouder is niet inburgeringsplichtig, wanneer hij: - ten minste acht jaar (in Nederland) leerplichtig of kwalificatieplichtig is geweest; - beschikt over een bij ministeriële regeling aangewezen diploma, certificaat of ander document waaruit blijkt dat diegene beschikt over de vaardigheden en kennis op het niveau van de B1route; - leerplichtig of kwalificatieplichtig is; of - een opleiding volgt waarvan de afronding leidt tot uitreiking van een bij ministeriële regeling aangewezen diploma, certificaat of ander document waaruit blijkt dat diegene beschikt over de vaardigheden en kennis op het niveau van de B1-route.
Evenmin zijn inburgeringsplichtig, onderdanen van een EU-lidstaat of een Verdragsstaat: - de persoon die onderdaan is van een lidstaat van de Europese Unie, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland; - het familielid van deze persoon, wanneer dit familielid onderdaan is van een derde staat en dat uit hoofde van richtlijn 2004/38/EG, de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen, gerechtigd is Nederland binnen te komen en er te verblijven; - de vreemdeling die ingevolge de wetgeving van een lidstaat van de Europese Unie of een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte heeft voldaan aan een inburgeringsvereiste om de status van langdurig ingezetene in de zin van richtlijn 2003/109/EG van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen (PbEU L 16), gewijzigd door richtlijn 2011/51/EU van het Europees Parlement en de Raad teneinde haar werkingssfeer uit te breiden tot personen die internationale bescherming genieten (PbEU 2011, L 132) te verkrijgen; 22 INBURGEREN IN LEUSDEN – VISIE EN AANPAK
-
de persoon die anderszins op grond van bepalingen van verdragen of besluiten van volkenrechtelijke organisaties geen inburgeringsplicht kan worden opgelegd.
Een statushouder kan ontheffing krijgen van de inburgeringsplicht wanneer - hij aantoonbaar door een psychische of lichamelijke belemmering, of een verstandelijke handicap, blijvend niet in staat is aan de inburgeringsplicht te voldoen; of - hij al voldoende is ingeburgerd. - het gelet op de bijzondere individuele omstandigheden van de inburgeringsplichtige onmogelijk of uiterst moeilijk is om te voldoen aan de inburgeringsplicht.
23 INBURGEREN IN LEUSDEN – VISIE EN AANPAK