CConstaterende datLeusden
Koppel je AI →
Document · PDF

A.3 Raadsinformatiebrief 2021-06.pdf

Uitwisseling 9 september 2021, gemeente LeusdenBij agendapunt: x: Raadsinformatiebrief en ingekomen stukken (A, B, C)10.622 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Raadsinformatiebrief 2021-06 Bibob beleidslijn Leusden 2021 De huidige (oude) Bibob-beleidslijn Horeca en Recreatie-inrichtingen gemeente Leusden 2006/2144 is in 2006 vastgesteld. Om het beleid in overeenstemming te brengen met de nieuwe landelijke wet- en regelgeving en het beleid van gemeenten in de regio wordt het Bibob beleid van de gemeente Leusden geactualiseerd. In de nieuwe beleidslijn wordt de werkingssfeer verder uitgebreid. In de beleidslijn wordt een onderscheid gemaakt tussen situaties waarbij gemeente Leusden standaard in alle gevallen een Bibob-toets zal uitvoeren en situaties waarbij pas een onderzoek wordt ingesteld na voorafgaande signalen (de ‘kan’-bepaling). Dit heeft te maken met de integriteitsrisico’s van de betreffende branche. Sommige branches worden gekwalificeerd als risicovolle(re) branches, omdat deze meer dan andere vatbaar zijn voor criminele beïnvloeding. Een voorbeeld daarvan is de horeca. In het geval van branches die minder vatbaar zijn, maar niet uitgezonderd van criminele beïnvloeding, of in het geval reguliere wetgeving al bepaalde waarborgen biedt, wordt gekozen voor een risicogerichte benadering (‘kanbepaling’). In de beleidslijn wordt in de meeste gevallen de ‘kan’-bepaling toegepast; deze biedt in de praktijk voldoende waarborgen.

Het is via een aanpassing van de APV mogelijk om voor bepaalde - nader aan te wijzen - branches een vergunningsplicht op te leggen. Dit biedt de mogelijkheid om een Bibob-toets uit te voeren voor sommige branches (zoals bijvoorbeeld kapperszaken). Er wordt hier niet voor gekozen. Dit is ook niet nodig omdat er los van het Bibob-beleid ook andere mogelijkheden zijn om toezicht op een specifieke branche te houden, zoals bijvoorbeeld via de inzet van integrale controles. Bepaalde handelsactiviteiten en branches zijn meer dan andere gevoelig voor criminele beïnvloeding. Bij deze risicobranches is het van belang om alert te zijn op mogelijke signalen van ondermijning. Deze lijst van risicobranches kan veranderen aan de hand van nieuwe lokale of regionale prioriteiten en/of inzichten. Daarom is ervoor gekozen de lijst met risicobranches geen onderdeel te laten zijn van de beleidslijn zelf, maar deze lijst jaarlijks (opnieuw) vast te stellen en te actualiseren, aan de hand van signalen van partners zoals de politie en het RIEC, het ondermijningsbeeld voor gemeente Leusden, landelijke- en regionale prioriteiten en andere nieuwe ontwikkelingen.

De lijst met risicobranches en locaties voor 2022 wordt als volgt samengesteld:  Horecabedrijven  Seks- en escortbedrijven  Smartshops  Headshops  Speelautomatenhallen  Fitnesscentra  Vechtsportgala’s  Wellnessbranche (massage- en beautysalons, nagel- en zonnebankstudio’s)  Autobranche (autohandel, garages, lease- en verhuurbedrijven en autodemontage)  Afvalverwerkingsbedrijven  Bedrijventerreinen  Buitengebied

L258180

1

Uitvoering motie Realisatie van zonnevelden In de raad van 3 juni 2021 is de motie Realisatie van zonnevelden unaniem aangenomen. We hebben de motie tot uitvoer gebracht door een motie in te brengen tijdens de Algemene Ledenvergadering van de VNG op 16 juni. De motie ‘Geen (duurzaamheids-)doelen bereiken met dwangarbeid of kinderarbeid is met 100% van de stemmen aangenomen. Met de motie heeft de Algemene Ledenvergadering het VNG bestuur opgedragen om: bij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat aan te dringen op initiatieven die leiden tot transparante materiaalketens, waarmee dwang- en kinderarbeid uitgesloten kan worden in de productketens van onder meer zonnepanelen Bij de ministeries van Buitenlandse Zaken en van Ontwikkelingssamenwerking aan te dringen op diplomatieke druk om mee te werken aan transparantie in e genoemde productketens en het beëindigen van dwangarbeid. In de contacten met de beide ministeries ook op te roepen hierin op Europees niveau samen te werken; Hierover aan de leden te rapporteren. Op onderstaande foto’s is te zien dat burgemeester Bouwmeester de motie toelicht tijdens de ALV en hoe er over de motie is gestemd.

L258180

2

Bestemmingplannen Groot Agteveld Vorig jaar bent u geïnformeerd over het bestemmingsplan dat nog gemaakt moest worden voor het zuidelijk deel van veld 1 van project Groot Agteveld. Tegelijkertijd met en mede naar aanleiding van het vervaardigen van voornoemd bestemmingsplan is echter ook het stedenbouwkundig plan voor de velden 1, 2 en 3 geactualiseerd. Deze actualisatie is het gevolg van een gewijzigde stedenbouwkundige opzet van veld 3 van Groot Agteveld en nieuwe inzichten om het parkeren in het plan op te lossen. De gewijzigde opzet van veld 3 is gewenst om beter op de vraag toegespitste sociale huurwoningen te kunnen bouwen. Dit geldt zowel voor het type woningen (rug-aan-rug woningen die heel geschikt zijn voor o.a. senioren) als het aantal (er komen er meer dan eerder voorzien). De actualisatie hing daarnaast samen met een herschikking van het stedenbouwkundig plan in veld 1 en 2; die was wenselijk omdat er gezien de markt meer vraag is naar betaalbare rijwoningen. Dit product is daarom ontwikkeld, waarbij er ook iets meer woningen worden gerealiseerd dan er vooraf bij de start van het project was bedacht. Als het project af is zullen er 250 woningen zijn gerealiseerd. Omdat het de voorkeur heeft het bestemmingsplan voor het zuiden van veld 1 tezamen met het bestemmingsplan inzake de actualisatie bij de raad aan te bieden, is e.e.a. doorgeschoven in de tijd.

Inmiddels hebben de bestemmingsplannen al wel ter visie gelegen en is de streefplanning verder als onderstaand:  24 aug ’21 aanleveren aan raad  30 sept ‘21 in raad

Visrechten Leusden Voor de wateren in eigendom van de gemeente Leusden binnen de bebouwde kom van de kernen Leusden, Stoutenburg en Achterveld is conform de Visserijwet toestemming nodig van de eigenaar om daar te mogen vissen. De gemeente Leusden wil vissers de gelegenheid bieden om in onze gemeente onder voorwaarden te kunnen vissen. Het college heeft besloten om de Vereniging Sportvisserij Nederland te machtigen om de wateren in eigendom van de gemeente Leusden op te nemen in de Landelijke en Kleine Lijst van Viswateren. Hiermee krijgen vissers toestemming om onder voorwaarden te vissen in de wateren binnen de bebouwde kom in de kernen Leusden, Stoutenburg en Achterveld, mits zij beschikken over een Landelijke of Kleine VISpas of over de online verkrijgbare schriftelijke toestemming van de gemeente Leusden. De schriftelijke toestemming van de gemeente is gratis verkrijgbaar via de website van de gemeente Leusden: https://www.leusden.nl/over-leusden/vissen-in-leusden

Voortgang toezegging gesprek parkeerlocatie Paradijsweg/ Dodeweg In de raadsvergadering van 1 juli 2021 is door het college toegezegd om nogmaals een inspanning te verrichten met het doel om Den Treek- Henschoten (DTH) aan tafel te krijgen voor een gesprek met Rijkswaterstaat, provincie Utrecht en de gemeente Amersfoort. De inspanning is verricht en door zowel de rentmeester als de Raad van Bestuur is ons te kennen gegeven dat zij niet bereid zijn aan te sluiten zo lang de standpunten van de andere partijen niet wijzigen. DTH ziet geen heil in nieuwe gesprekken en af zal wachten wanneer de plannen omtrent knooppunt Hoevelaken concreet worden. DTH erkent dat er nog steeds een inspanningsverplichting is betreffende de opgave parkeren.

L258180

3

Meicirculaire 2021 De meicirculaire laat voor Leusden in de jaren 2021 t/m 2024 een voordelig effect op onze begrotingspositie zien. Dit wordt veroorzaakt door de hogere uitkeringsfactor en door de verwachte structurele toename van de ruimte onder het BCF plafond. Aan de andere kant verwacht het Rijk de komende jaren negatieve accressen als gevolg van een neerwaartse bijstelling van de loon- en prijsstijgingen en een lager verwacht uitgavenniveau op de rijksbegroting. Vanaf 2025 zorgt dit voor een lagere Algemene Uitkering dan begroot. Per saldo leiden deze ontwikkelingen tot het volgende resultaat:(bedragen x € 1.000) Resultaat na voorjaarsnota 2021 Nieuw beleid Saldo maatregelen Stelpost rijksmiddelen Jeugdzorg/ WMO abonnementstarief Saldo Kadernota Effect meicirculaire 2021 Actuele begrotingspositie na meicirculaire

2021 -115,5 -

2022 -497,0 -40,0 355,0 182,0

2023 -819,8 -40,0 405,0 182,0

2024 -1.264,5 -40,0 455,0 182,0

2025 -1.380,3 -40,0 505,0 182,0

-115,5 394,0 278,5

402,3 402,3

-273,0 235,6 -37,4

-667,0 66,3 -600,7

-733,0 -20,9 -753,9

Voor de jaarschijven 2021 en 2022 ontstaat een incidenteel begrotingsoverschot. Voor de jaarschijven 2023 en 2024 wordt het begrotingstekort neerwaarts bijgesteld. Voor 2025 en verder neemt het begrotingstekort licht toe. Ten opzichte van de Voorjaarsnota 2021 geeft de meicirculaire 2021 de volgende mutaties: (b edragen x € 1.000)

Samenvatting Stand voorjaarsnota 2021 Begroting meicirculaire 2021 Saldo resultaat Analyse verschillen: Accres en ontwikkeling Uitkeringsbasis WOZ aanpassingrekentarief Extra middelen aanpak problematiek Jeugdzorg IU/DU's Taakmutaties Verschil ten opzichte van voorjaarsnota

2021 37.076,8 38.163,9 1.087,1

2022 37.391,6 38.002,1 610,5

2023 37.687,2 38.140,0 452,8

2024 38.432,5 38.733,0 300,5

2025 39.258,7 39.484,0 225,3

410,1 0,0 592,0 64,0 21,0 1.087,1

310,5 234,0 0,0 -69,0 135,0 610,5

143,8 239,0 0,0 -82,0 152,0 452,8

-25,5 242,0 0,0 -86,0 170,0 300,5

-112,7 243,0 0,0 -92,0 187,0 225,3

De meicirculaire geeft dus een hogere algemene uitkering van € 1.087.100 in 2021. Voor de jaren 2022, 2023, 2024 en 2025 neemt deze toename langzaam af tot respectievelijk € 610.500, € 452.800, € 300.500 en € 225.300. Dit is echter niet het budgettaire effect van de meicirculaire omdat veel bedragen vooruitlopend op bestedingsvoorstellen worden gereserveerd of op een stelpost worden geraamd. Het budgettaire effect i.c. het netto effect op de begrotingspositie kan als volgt worden weergegeven: (bedragen x € 1.000)

Budgettair resultaat 1. Bijstelling accressen en Uitkeringsfactor 2. BCF plafond Budgettair resultaat

2021 286,1 108,0 394,1

2022 310,5 91,8 402,3

2023 143,8 91,8 235,6

2024 -25,5 91,8 66,3

2025 -112,7 91,8 -20,9

De budgettaire gevolgen van de meicirculaire voor 2022 en verder worden verwerkt in de meerjarenbegroting 2022-2025. De gevolgen voor de jaarschijf 2021 worden verwerkt in de komende najaarsnota 2021.

L258180

4

Het gemeentefonds is volop in beweging en het nieuw te vormen kabinet zal voor een aantal belangrijke onderwerpen structurele duidelijkheid moeten geven richting de gemeenten. Het gaat dan onder meer om de herijking van het gemeentefonds, het al dan niet afschaffen van de opschalingskorting, het afschaffen/heroverwegen van het WMO abonnementstarief, de normeringsmethodiek en de structurele compensatie aan gemeenten voor de tekorten op de jeugdzorg.

Uitstel vernieuwing rechtmatigheidsverantwoording Het College van B&W is binnen de gemeente verantwoordelijk voor de naleving van de regelgeving. Binnen de provincie vervult het College van Gedeputeerde Staten dezelfde rol. In de huidige situatie geeft de accountant in de controleverklaring een oordeel over de rechtmatigheid van het handelen van de gemeente. In de toekomstige situatie legt het College van B&W/GS rechtstreeks verantwoording af over de (financiële) rechtmatigheid van het gevoerde bestuur, aan de hand van de rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening. De accountant controleert vervolgens de rechtmatigheidsverantwoording op getrouwheid. De accountant kijkt dus of hetgeen het College meldt in de rechtmatigheidsverantwoording, juist en volledig is. Het idee van een rechtmatigheidsverantwoording was reeds in 2014 door de commissie Depla geopperd. In de afgelopen jaren is door gemeenten en provincies hard gewerkt aan de voorbereidingen. In de onderlinge samenwerking tussen de VNG, IPO, de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants en het rijk zijn handreikingen ter beschikking gesteld. Sommige gemeenten hebben ook al intern ‘proefgedraaid’ met de rechtmatigheidsverantwoording. Het ‘proefdraaien’ is overigens zeer aan te bevelen.

Inmiddels is de nota van wijziging bij het wetsvoorstel versterking decentrale rekenkamers (kamerstuk 35298), waar de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording onderdeel van uitmaakt, ingediend bij de Tweede Kamer. Dit roept de vraag op in welk verslagjaar de jaarrekening voor de eerste keer een rechtmatigheidsverantwoording moet bevatten? Voorheen werd uitgegaan van het verslagjaar 2021. Om de volgende redenen is dat niet meer haalbaar:  Door corona zijn de verantwoording en controle voor dit jaar al complexer geworden, waardoor de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording op korte termijn niet opportuun is.  Gemeenten en provincies kunnen nu te laat kennisnemen van veranderingen, zoals de nog door te voeren wijzigingen in de regelgeving, in onder meer het Besluit begroting en verantwoording (BBV) en het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (BADO).  De (interne en externe) controlewerkzaamheden voor de jaarrekening 2021 zijn al begonnen. Daarom zullen gemeenten en provincies naar verwachting voor het verslagjaar 2022, voor de eerste keer een rechtmatigheidsverantwoording op moeten nemen in de jaarrekening. Ook dit laatste is vanzelfsprekend onder voorbehoud van parlementaire goedkeuring. Voor waterschappen geldt een afwijkend tijdpad voor invoering, waarover nog overleg wordt gevoerd met de betrokken partijen.

L258180

5

Bestemmingsplan, verkoop Twijnderij 32 en renovatie brandweerkazerne In de laatste Raadsinformatiebrief (RIB) bent u geïnformeerd dat het college voornemens is het ontwerpbestemmingsplan medio 2021 ter visie te leggen en in het najaar aan de gemeenteraad aan te bieden ter vaststelling in december. Inmiddels is de participatie inzake dit bestemmingsplan afgerond en zijn de benodigde studies en onderzoeken verricht. Het college is voornemens het ontwerpbestemmingsplan in augustus 2021 ter visie te leggen. Het participatietraject maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan, de verslagen van het participatieproces worden u toegezonden. De wettelijke mogelijkheid voor het indienen van zienswijzen blijft gehandhaafd. Het college heeft op 29 juni een besluit genomen om de verkoop van de locatie via een Europese aanbesteding te starten. Na het doorlopen van de gunningsfase zal er in september/oktober meer zekerheid zijn ten aanzien van de marktbereidheid van partijen om de locatie te verwerven voor een marktconforme prijs. Ook zullen wij u in een later stadium informeren over de wijze en voortgang van verkoop van de locatie aan een projectontwikkelaar. De voorbereidingen t.b.v. de renovatie van de brandweerkazerne zijn sinds enige tijd opgestart. Gestreefd wordt naar het kunnen contracteren van een aannemer in het 4e kwartaal van dit jaar.

Uitvoering van de renovatiewerkzaamheden is vooralsnog beoogd in 2022.

Plantage bestemmingsplan Oostrand Bedrijventerrein De Plantage is een gebiedsontwikkeling van Van Wijnen die al ca. 10 jaar loopt. De ontwikkeling is opgestart in de nasleep van de kredietcrisis. Beoogd was een bedrijventerrein te realiseren met een hoogwaardig groen karakter en een mix van bedrijvigheid en hoogwaardige kantoren aan de zijde van de Groene Zoom. Inmiddels is een groot deel van de gronden bestemd voor bedrijvigheid onder optie of zelfs verkocht en ook daadwerkelijk bebouwd. Van de beoogde kantoren aan de Groene Zoom zijn er twee gerealiseerd. Hoewel zich af en toe een enkele belangstellende heeft gemeld, blijkt het ontwikkelen van de kantoren niet van de grond te komen gezien de geringe vraag uit de markt. Complicatie tot op heden is dat Van Wijnen de beoogde kantoorgebouwen moet realiseren conform de afgegeven omgevingsvergunning, omdat de bestemming van de gronden op grond van bevoegdheid van de provincie anders verkleurt naar ‘groen’. Voorgaande in het kader van het beperken van het aantal m2 kantooroppervlakte in de provincie Utrecht (Thematische Structuurvisie Kantoren gevolgd door een provinciaal inpassingsplan). Gezien de dus voortdurend slechte markt voor kantoren heeft Van Wijnen het voorstel gedaan na te denken over een andere bestemming op deze plek.

Onderzoek wijst uit dat er in Leusden een tekort aan bedrijfsruimte ontstaat (functioneel bedrijventerrein). De markt is in dit segment zeer krap, er is voor Leusdense ondernemers nauwelijks schuifruimte. In aansluiting op de reeds bestaande bedrijfskavels op de Plantage, wordt de komende tijd verkend of en hoe de gemeente het maken van een nieuw bestemmingsplan ten behoeve van bedrijvigheid, anders dan kantoren, kan faciliteren. De afstemming met de regio Amersfoort en de provincie Utrecht is geborgd in het regionaal programma werken. De raad wordt in eerste instantie via de RIB op de hoogte gehouden van de voortgang van dit traject.

L258180

6

Economische ontwikkeling en impact corona Jaarlijks doen wij via de RIB verslag van de economische ontwikkelingen in de provincie, de regio Amersfoort en Leusden. Het vinger aan de pols houden is dit jaar, met het oog op de coronacrisis en de gevolgen die nog niet volledig zichtbaar zijn, des te belangrijker. Daarbij baseren wij ons op cijfers van 2020 en 2021, oftewel: hoe staan wij ervoor na een jaar coronacrisis? Is al duidelijk wat er is gebeurd? Economische groei en werkgelegenheid  Daar waar Barneveld, Nijkerk en Bunschoten het industriële hart van de regio vormen, sluiten Leusden en Amersfoort meer aan bij de sectorstructuur in de hele provincie. Daar ligt de nadruk op groot- en detailhandel, zakelijke diensten en ICT. Leusden onderscheidt zich daarnaast nog door veel financiële dienstverlening en Amersfoort door veel zorg-gerelateerde werkgelegenheid.  De werkgelegenheid in de regio is sinds 2016 stabiel gestegen. In 2020 telde de regio ruim 215.000 banen.  In september 2020 is zowel het aantal arbeidsplaatsen als het aantal bedrijfsvestigingen, ondanks corona, gestegen. Het aantal bedrijfsvestigingen is met 8% gestegen naar 3.493, waarbij een kwart van de groei zelfs plaatsvond na de uitbraak van corona. Het aantal arbeidsplaatsen is met 2,3 % gestegen tot 15.568 in september 2020. Opvallend is dat het grootste deel van deze groei plaatsvond na april 2020.

 In Leusden hebben wij nog altijd te kampen met een krappe arbeidsmarkt. Met een werkloosheidspercentage van rond de 3% is er geen sprake van een gezonde werking van de arbeidsmarkt (waarvoor een werkloosheidspercentage van 5% nodig is).  Personeelstekort is in de provincie Utrecht het grootste probleem voor de groei van ondernemingen. Op dit moment groeit het aantal vacatures in groot- en detailhandel, zorg en zakelijke dienstverlening. De impact van corona  Landelijke berekeningen gingen vorig jaar uit van een grote economische krimp van 6% voor 2020. Inmiddels is duidelijk dat deze voorspelling niet uit is gekomen: de economie in Utrecht kromp in 2020 met “slechts” 3%. Daarmee is de provincie iets minder hard getroffen dan Nederland als geheel. Stedelijke gebieden die meer afhankelijk zijn van leisure, toerisme en retail zijn harder geraakt dan gebieden waar zich meer bouw, industrie, handel en zakelijke dienstverlening bevindt.  Eenderde van de Nederlandse bedrijven maakt gebruikt van minimaal 1 steunmaatregel. In Leusden ligt dat percentage iets lager, te weten op 26%.  Bedrijven met 2 of meer medewerkers maken relatief vaker gebruik van steunmaatregelen. De helft van de werkgevers vraagt steun aan.  De meest gebruikte maatregel is uitstel van belastingen. In Leusden nemen ruim 400 ondernemers een schuldenlast mee naar de herstelperiode.

Daarbij gaat het om een 30-tal horecaondernemingen en voor meer dan de helft om ZZP-ers.  In 2020 is er geen sprake van meer faillissementen dan in voorgaande jaren. Het is onzeker of dit aantal de komende periode op zal lopen.

L258180

7

Al met al stemmen de economische ontwikkelingen toch positief. Uit onderzoek van CBS, KvK en ondernemersorganisaties blijkt dat Utrechtse ondernemers weer wat optimistischer worden: het aandeel bedrijven dat mensen denkt aan te nemen (16%) is groter dan het aantal bedrijven dat mensen laat vetrekken (13%). De krimp in de horeca is echter nog niet ten einde.

Doornseweg 29b Op 10 december 2020 heeft uw raad besloten niet mee te werken aan het verzoek van omwonenden de aanduiding ‘camping toegestaan’ van de plankaart van het bestemmingsplan Buurtschappen te verwijderen. Tegen dit besluit is door omwonenden een bezwaarschrift ingediend. Op donderdag 27 mei jl. heeft uw raad – overeenkomstig het advies van de adviescommissie bezwaarschriften - besloten de bezwaren tegen uw besluit van 10 december 2020 ongegrond te verklaren en het bestreden raadsbesluit in stand te houden. 8 juli jl. ontvingen wij van de Raad van State een brief dat er beroep is aangetekend namens omwonenden inzake het raadsbesluit van 27 mei jl.

Sociaal domein Leusdens Sport- en Beweegakkoord: verbinding en mooie resultaten ondanks corona Het eerste seizoen waarin wij met elkaar aan de slag gingen om de ambities van het Leusdens Sport- en Beweegakkoord te realiseren, zit erop. Een bijzonder seizoen! De coronacrisis leidde tot sluiting van de sportlocaties en vroeg van iedereen om andere aandacht, andere initiatieven en ander vormen van samenkomsten dan wij vooraf hadden bedacht. Resultaten Niettemin kunnen wij het seizoen positief afsluiten. In de eerste plaats natuurlijk omdat de sportlocaties weer open zijn! Maar ook met mooie resultaten dankzij de inzet van vele vrijwilligers van sport- en wijkverenigingen en de buurtsportcoaches van LeusdenFit. Mooie projecten zijn gerealiseerd waarin diverse partners met elkaar samenwerken. Het Platform Sport en Bewegen i.s.m. Makelaar Sport & Bewegen vervullen hierbij een stimulerende en initiërende rol. Zij brengen partijen bij elkaar, stimuleren afstemming en samenwerking en enthousiasmeren partijen om projectvoorstellen te doen en indien nodig financiële ondersteuning aan te vragen.

Samenwerking, kennisdeling, zichtbaarheid en uitwisseling Er wordt vooruitgang geboekt in het bereiken van de ambities op alle thema’s, maar het verbeteren van de onderlinge samenwerking, kennisdeling en zichtbaarheid van de partners van het Leusdens Sport- en Beweegakkoord is de kritische succesfactor. Wij zijn dan ook blij dat binnen deze ambitie binnenkort enkele grote stappen mijlpalen behaald kunnen worden: Een nieuw opgericht Leusdens Sportnetwerk komt met ingang van 14 september elke 14e van de maand bij elkaar. En daarnaast gaat dit najaar een online social community platform Sport & Bewegen de lucht in; een interactieve website waarmee het totale Leusdense sporten beweegaanbod via één ingang inzichtelijk wordt voor elke Leusdenaar en waarmee sporten beweegaanbieders prachtige mogelijkheden krijgen om hun club en activiteiten te promoten.

L258180

8

Meer informatie hierover is te lezen op: https://leusdeninbeweging.nl/resultaten/ Leefstijlakkoord LeusdenFIt 2021-2023 In 2018 heeft het Rijk het Nationaal Preventieakkoord opgesteld, ondertekend door meer dan 70 partners. Dit akkoord bevat maatregelen om roken, overgewicht en overmatig alcoholgebruik tegen te gaan. De gemeenten worden ook gestimuleerd om op lokaal niveau aan de slag te gaan. In het beleidskader ‘Focus en Transparantie’ 2019- 2022 is opgenomen dat wij stimuleren dat inwoners de regie nemen over hun leven. Dit betekent dat zij een gezonde leefstijl nastreven, bewegen/sporten en meedoen aan de samenleving. Met dit leefstijlakkoord dragen wij bij aan deze doelstellingen. De gemeente heeft het leefstijlakkoord LeusdenFit 2021- 2023 opgesteld. Er zijn met meer dan 30 lokale organisaties afspraken gemaakt om roken, overgewicht en overmatig alcoholgebruik tegen te gaan. Dit is aanvullend en afgestemd op het huidige programma LeusdenFit en het Sport- en Beweegakkoord. Voor uitvoering van het Leefstijlakkoord ontvangt de gemeente jaarlijks € 20.000,- voor de periode van 2021, 2022 en 2023. Wij hebben dit leefstijlakkoord samen met onze partners opgesteld, waaronder wijkverenigingen, sportverenigingen, sportmakelaar, SESA, de bibliotheek, de GGD, RWA Amfors en de voedselbank.

Wij hebben lokale organisaties gevraagd waar hun energie zit om te werken aan een rookvrije generatie, alcoholmatiging en een gezond gewicht. Organisaties hebben daarop meer dan 10 projecten ingediend, waar zij weer andere partijen - waaronder bedrijven en scholen - bij hebben betrokken. Voor 2022 kunnen partijen nog aanvragen indienen voor het Leefstijlakkoord. Samenhang met Sport - en Beweegakkoord In afstemming met het platform Sport en Bewegen, sportmakelaar en buurtsportcoaches hebben wij diverse projecten gekozen. Enkele projecten worden zowel uit het sport -en beweegakkoord als uit het leefstijlakkoord gefinancierd ter bevordering van een gezonde leefstijl en hiermee wordt de integraliteit bevordert tussen de verschillende akkoorden. Bijlage: Leefstijlakkoord LeusdenFit Bijlage Leefstijlakkoord LeusdenFit 2021-2023.docx

De Klepper in Leusden De Klepper biedt wekelijks een vorm van vrije tijdsbesteding aan mensen met een (verstandelijke) beperking in de Til te Leusden. De gasten eten samen en daarna wordt er een activiteit aangeboden zoals een bingo, disco etc. Er komen wekelijks ongeveer tussen 80 en 100 mensen met een verstandelijke beperking naar de Klepper uit de gehele regio Utrecht en zelfs bovenregionaal. Van de vaste bezoekers komen 8 tot 10 mensen uit Leusden. Vanwege de Coronapandemie is de Klepper gesloten sinds maart 2020. Abrona coördineert de Klepper. Om dit alles te organiseren kost het hen wekelijks 8 tot 10 uur professionele begeleiding. Abrona coacht de vrijwilligers, maakt een planning en er is een professional aanwezig tijdens de avond.

L258180

9

Financiering van de Klepper Abrona kan de kosten van de inzet van de professionele begeleiding niet declareren bij de WLZ of onder een andere financieringsstructuur omdat dit valt onder een vorm van vrijetijdsbesteding. De voorgaande jaren heeft Abrona de kosten zelf kunnen opvangen. Helaas is dit niet meer mogelijk. Gesprek met Amersfoort, Abrona en Gemeente Leusden Uit gesprek blijkt dat er vanuit de RISB geen middelen beschikbaar zijn voor financiering van de Klepper of andere vormen van vrije tijdsbesteding. Om het project in de huidige vorm structureel voort te zetten, zou Abrona een totaalbedrag nodig hebben van circa € 25000,per jaar voor professionele begeleiding van Abrona. Omdat er geen financiering op korte termijn beschikbaar is, heeft Abrona besloten om tot 1 januari ‘De Klepper’ niet te heropenen na de Coronapandemie. Abrona onderzoekt de mogelijkheden om ‘de Klepper’ om te vormen naar een stichting. In de regio zijn hier goede voorbeelden van zoals ‘de Paraplu’ in Zeist. De bezoekers en vrijwilligers zijn door Abrona geïnformeerd. Gemeente Leusden biedt hulp aan (mogelijk) gedupeerden kinderopvangtoeslagaffaire Vanaf eind februari 2021 tot heden zijn er 24 (mogelijk) gedupeerden aangemeld bij de gemeente Leusden. Hiervan kwamen er 22 binnen via de Belastingdienst/toeslagen en 2 hebben zichzelf gemeld.

De (mogelijk) gedupeerden hebben een brief ontvangen van de gemeente dat er hulp mogelijk is op verschillende leefgebieden als wonen, schulden, werk en zorg. De minimacoach is ingezet om contact te leggen met deze (mogelijk) gedupeerden en waar mogelijk hulp te bieden. Afspraken Met 9 (mogelijk) gedupeerden zijn nadere afspraken gemaakt. Enkelen zijn langs gekomen om hun verhaal te vertellen en waren blij met een luisterend oor. Het bleek dat ze nog steeds stress ondervinden omdat ze niet weten of ze als gedupeerde erkend worden. Voor sommigen kon er hulp geboden worden met een financiële bijdrage voor acute nood, bijvoorbeeld een fiets of een wasmachine. Ook heeft de minimacoach regelmatig contact gelegd met het UHT (Uitvoering Herstel Toeslagen). De (mogelijk) gedupeerden vonden het moeilijk om zichzelf aan te melden of te vragen hoe de stand van zaken is rondom hun zaak. Een aantal bleken ook schulden te hebben. Zij worden verwezen naar de financiële hulpverlening van Stadsring51. Daar zijn enkele medewerkers speciaal bezig om de (mogelijk) gedupeerden te helpen met de schulden. Nu sinds kort bekend is geworden dat het Rijk zowel de publieke als private schulden van gedupeerden gaat vergoeden, gaat Stadsring51 alvast met deze gedupeerden de schulden inventariseren. Geen hulp Uit contact met 9 (mogelijk) gedupeerden bleek dat zij geen hulp wilden.

Zij vertelden bijvoorbeeld dat zij er zelf weer bovenop zijn gekomen en dat ze nog wachten op de € 30.000,-- compensatie en de integrale zaakbehandeling. Verder hopen enkelen dat er nog iets geregeld gaat worden voor de kinderen, omdat deze ook onder de situatie geleden hebben. “Er was nooit geld voor een uitje of kleding”, aldus een gedupeerde.

L258180

10

Geen contact Tot slot is er met 6 (mogelijk) gedupeerden nog geen contact geweest. Zij zijn telefonisch niet bereikbaar of reageren niet op brieven. Er worden nog enkele pogingen ondernomen om hen te bereiken. Zij kunnen ook bellen met 14033 en vragen naar de minimacoach. (Mogelijk) gedupeerden kunnen zich nog tot 1 januari 2024 aanmelden bij het UHT. Verlenging en verruiming TONK Begin dit jaar heeft het kabinet de tijdelijke noodmaatregel TONK beschikbaar gesteld om zo huishoudens die te maken hebben met een terugval in hun inkomen als gevolg van de coronacrisis te ondersteunen. De TONK heeft als doel huishoudens te ondersteunen in de betaling van hoge noodzakelijke woonkosten. Onder woonkosten wordt verstaan: huur, hypotheekrente en kosten voor gas, licht en water. De maatregel betrof in eerste instantie de periode van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021 en is recent met drie maanden verlengd tot 1 oktober 2021. Tot nu toe zijn er minder aanvragen gedaan en toegekend dan waar vooraf rekening mee werd gehouden. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft gemeenten opgeroepen om de TONK ruimhartig toe te passen en de bekendheid met en het bereik van de TONK te vergroten. Het college heeft besloten de regels ruimhartiger te gaan toepassen om daarmee het bereik te vergroten.

Wij verwachten dat wij met de versoepeling van de criteria in de huidige beleidsregels meer huishoudens kunnen ondersteunen. Voor de versoepeling werd de voorwaarde gesteld dat het inkomensverlies ten gevolgen van de coronacrisis ten minste 25% moet zijn om in aanmerking te komen voor de TONK. Dat percentage wordt nu losgelaten. Voorwaarde blijft dat er sprake moet zijn van een inkomstenterugval als gevolg van de coronacrisis, maar wij gaan die niet meer meten. Er zijn meer gemeenten die voor de inkomstenterugval geen minimumpercentage hanteren, zoals de gemeente Amsterdam. Daarnaast wordt de vermogensgrens conform de Participatiewet (voor een alleenstaande € 6.295,00; voor alleenstaande ouders en gehuwden € 12.590,00) vervangen door de vermogensgrens die wordt gehanteerd door de Belastingdienst voor de huurtoeslag (€ 31.340,- voor een alleenstaande en € 62.680,- voor (echt)paren). Een te hoog vermogen leidt nu soms tot een afwijzing van een aanvraag. Door de vermogensgrenzen te verhogen, komen meer mensen in aanmerking voor de regeling en zullen inwoners eerder een aanvraag voor de TONK doen. De uitvoering van de Sociale Dienst Amersfoort zal alle aanvragen met terugwerkende kracht tot 1 januari 2021 opnieuw in behandeling nemen en beoordelen aan de hand van de nieuwe regels. Inwoners die eerder een afwijzing hebben ontvangen hoeven niet opnieuw contact op te nemen.

Zij zullen vanuit de Sociale Dienst benaderd worden als zij door de gewijzigde regels in aanmerking komen voor de TONK. Vooralsnog geldt de regeling TONK tot 1 oktober 2021. Geen wijziging in de individuele inkomenstoeslagen voor Leusdenaren Begin juni verschenen in de media berichten over de wijziging van de Individuele Inkomenstoeslag (IIT) voor inwoners van de gemeente Amersfoort. De IIT is een regeling waarbij inwoners die langdurig (Amersfoort 5 jaar, Leusden 3 jaar) een inkomen hebben op bijstandsniveau, een jaarlijks geldbedrag krijgen.

L258180

11

De gemeente Amersfoort heeft de regeling doelgroep van de regeling uitgebreid van 100 procent van de bijstandsnorm naar 110 procent van de bijstandsnorm, zodat meer huishoudens er gebruik van kunnen maken. Ook heeft er, naar aanleiding van de bevindingen uit een minimum-effectrapportage, een herverdeling plaatsgevonden tussen het bedrag wat verschillende huishoudtypes (zoals alleenwonenden, gezinnen met kinderen jonger dan 12 jaar en gezinnen met kinderen ouder dan 12 jaar) krijgen. De wijziging bracht enige onrust met zich mee onder Leusdense IIT ontvangers. Deze wijziging geldt echter niet voor Leusdense inwoners. Het college heeft momenteel geen plannen een voorstel voor aanpassing van de IIT-regeling te doen aan de raad. Regionale inzet steun- en herstelmaatregelen arbeidsmarkt Het kabinet heeft eind 2020 een sociaal pakket aangekondigd om de gevolgen van coronacrisis voor de arbeidsmarkt zoveel mogelijk op te vangen. Eind september, na de eerste brief over het steunpakket, is de arbeidsmarktregio Amersfoort gestart met de voorbereidingen en uitvoering van extra maatregelen om de gevolgen van de coronacrisis op de arbeidsmarkt zoveel mogelijk op te vangen. Bestaande activiteiten en inzet op het gebied van bestaanszekerheid en arbeidsmarkttoeleiding zijn geïntensiveerd en er zijn nieuwe instrumenten ontwikkeld.

In aanvulling op de regiogemeenten, het UWV en de werkgeversen werknemersorganisaties hebben ook onderwijsinstellingen en de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs (SBB) meegewerkt. Dit is gedaan vanuit de volgende gedeelde visie: Wij zetten in op het gezamenlijk oppakken van de opgaven waar wij binnen de arbeidsmarktregio voor staan, waarbij wij over organisatiegrenzen en gemeentegrenzen heenstappen om te kunnen doen wat nodig is, waar dat nodig is. Wij zorgen ervoor dat de extra incidentele middelen vooral ten goede komen aan de mensen waarvoor ze bedoeld zijn (werkgevers, werknemers, werkzoekenden) en willen snel handelen. Daarom sluiten wij voor de aansturing en organisatie aan bij de sterke basis die wij samen al hebben in onze regio en versterken die waar dat nodig is. Ook het bestaande ondersteuningsaanbod geldt als uitgangspunt, dat wordt aangevuld of versterkt op basis van de vraag. Hieronder vindt u kort meer informatie over de inzet per bouwsteen zoals opgenomen in het sociaal pakket. Op 14 oktober wordt de raad in een uitwisseling bijgepraat over ontwikkelingen. 1.

Intensieve ondersteuning en begeleiding naar nieuw werk - Regionale mobiliteitsteams Op 30 november 2020 is een landelijke intentieverklaring tot stand gekomen waarin ministeries, UWV, gemeenten, werkgeversorganisaties, vakbonden, onderwijsinstellingen en SBB oproepen om in iedere arbeidsmarktregio de krachten te bundelen binnen een mobiliteitsteam. Door een gezamenlijke aanpak in een mobiliteitsteam willen genoemde partijen passende begeleiding bieden naar werk voor mensen, die als gevolg van COVID-19 ontslagen zijn of gaan worden en extra ondersteuning nodig hebben naar (ander) werk. Om de inrichting van een mobiliteitsteam in onze regio voor te bereiden en vorm te geven heeft Amersfoort als centrumgemeenten een incidentele uitkering ontvangen bij de decembercirculaire. Deze inrichting gebeurt in nauw overleg met alle partners in de arbeidsmarktregio, waarvoor het Bestuurlijk Overleg (BO) Werkbedrijf als opdrachtgever optreedt. Voor dit doel wordt de samenstelling van dit overleg uitgebreid met een vertegenwoordiging vanuit de mbo-onderwijsinstellingen

L258180

12

Het mobiliteitsteam zal als team met een bijzondere opdracht worden verbonden aan het regionaal Werkgeversservicepunt en gaat aanvullend werken op de bestaande werknemersen werkgeversdienstverlening. Voor de advisering over de aanvullende dienstverlening aan de verschillende doelgroepen draagt iedere partij de verantwoordelijkheid voor de eigen doelgroep. De sociale partners zijn verantwoordelijk voor met werkloosheid bedreigde werknemers, UWV voor mensen die instromen in de WW en gemeenten voor mensen in de Participatiewet en ondernemers die zich willen heroriënteren en niet-uitkeringsgerechtigden. - Flankerend beleid zelfstandigen Vanaf 1 januari 2021 wordt van gemeenten verwacht dat zij ondernemers met een hulpvraag ondersteunen als zij problemen hebben om hun huidige bedrijf in de nieuwe tijd economisch rendabel te maken. Gemeenten hebben de opdracht om samen met zelfstandig ondernemers te inventariseren of, en welke ondersteuning van de zelfstandig ondernemer nodig is. Dit kan bijvoorbeeld gaan om coaching, advies, bij- of omscholing en heroriëntatie. In de regio Amersfoort is ervoor gezorgd dat zij, afhankelijk van de ondersteuningsvraag, ondersteuning kunnen krijgen bij het Geldloket, het WSP en het Leerwerkloket.

Bij deze ingangen wordt ingezet op het verhelderen van de vraag, het bieden van de eerste begeleiding, en indien nodig, doorverwijzing naar de juiste aanvullende dienstverlening. - Tijdelijke impuls voor de doelgroep van de banenafspraak De crisisdienstverlening beoogt ook mensen met een arbeidsbeperking, die onder de banenafspraak vallen en met werkloosheid worden bedreigd of hun baan zijn verloren bij de arbeidsmarkt, betrokken te houden. Als de arbeidsmarkt weer aantrekt kunnen ze daardoor sneller regulier werk vinden. Hiervoor is tijdelijk extra budget beschikbaar gesteld binnen het aanvullend sociaal pakket. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van extra maatregelen door het inzetten van dit extra budget is door het Rijk neergelegd bij het UWV. Hierover vindt afstemming plaats via het BO Werkbedrijf. 2. Scholing en ontwikkeling voor behoud van werk Omdat voor een deel van de beroepsbevolking door de coronacrisis scholing en/of omscholing nodig is om aan het werk te blijven of weer een baan te vinden of opdrachten te krijgen (in geval van zelfstandigen) zet het kabinet ook in op scholing en ontwikkeling. Dit gebeurt via verschillende routes. Voor de gemeente is vooral het extra beschikbare budget voor ‘praktijkleren in het MBO’ van belang.

Dit budget kan worden gebruikt door de regionale mobiliteitsteams om werkenden en werkzoekenden, die in deze periode extra ondersteuning nodig hebben, te begeleiden naar nieuw werk. Maar het budget kan ook worden ingezet door gemeenten en UWV in aanvulling op hun reguliere dienstverlening bij het begeleiden van werkzoekenden naar werk in deze tijd. Bij praktijkleren in het MBO wordt werken in een leerbedrijf gecombineerd met het volgen van een deel van een MBO-opleiding. Deze opleidingen worden uitgevoerd in de zogenaamde derde leerweg (geen OCW-bekostiging). Het gaat om trajecten van maximaal 9 maanden die gericht zijn op het behalen van een praktijkverklaring, een certificaat of diploma. Iedere arbeidsmarktregio kan tot een door het Rijk bepaald plafond dit soort trajecten inkopen, ongeacht uit welke doelgroep een kandidaat komt (dit maakt onderdeel uit van het zogenaamde ontschotte budget). Binnen de arbeidsregio maken wij hierover nadere afspraken met de werkgeversorganisaties, UWV en gemeenten, die ieder voor een andere doelgroep verantwoordelijk zijn. 3. Bestrijding van jeugdwerkloosheid Amersfoort heeft als centrumgemeente ten behoeve van de arbeidsmarktregio een incidentele uitkering ontvangen voor de ondersteuning naar werk van MBO-schoolverlaters (gediplomeerd of zonder startkwalificatie). Deze groep wordt door de coronacrisis relatief

L258180

13

hard geraakt. Over de inzet maken wij in regionaal verband afspraken en is de samenwerking gezocht met de MBO’s omdat ook zij voor de ondersteuning van deze groep een extra subsidie hebben aangevraagd. Vooralsnog gaan wij inzetten op het op school leggen van contacten met de jongeren vanuit ons regionaal Jongerenloket. Wij maken nadere afspraken met de MBO’s over hoe wij dat het beste kunnen doen. Ook zorgen wij voor opvolging door het Jongerenloket van de ondersteuningsvragen die in de individuele gesprekken met jongeren naar boven komen. Hiertoe zal de capaciteit van het Jongerenloket worden uitgebreid door inzet van een deel van de incidentele uitkering voor de regio gedurende twee jaar. Gedurende deze twee jaar zullen via het portefeuillehoudersoverleg Werk en Inkomen de resultaten worden gemonitord en indien nodig worden bijgestuurd. Ontwikkelingen Samen Veilig Midden Nederland In de vorige RIB informeerden wij u over het onderzoek dat de Inspecties Gezondheid en Jeugd en Justitie en Veiligheid eind 2019 hebben uitgevoerd, naar de vraag of de Gecertificeerde Instellingen in de jeugdbescherming en jeugdreclassering in Nederland erin slagen hun wettelijke taken te vervullen. Naar aanleiding van dit rapport stelden de Utrechtse regio’s en Flevoland - met Samen Veilig Midden Nederland (SVMN) - het Versterkplan op, welke inmiddels is uitgevoerd.

Vervolgtoezicht Om inzicht in het effect van de aanpak te krijgen heeft de inspectie een verdiepende toets uitgevoerd. Er is dossieronderzoek gedaan en er zijn gesprekken gevoerd met kinderen, ouders en professionals om te beoordelen of tijdige en passende hulp ingezet wordt. De bevindingen zijn samengebracht in het rapport ‘Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd. Landelijk rapport 2021, vervolgtoezicht’. De inspectie heeft geconstateerd dat er veel verbeterd is binnen de Gecertifieerde Instellingen en jeugdreclassering. Tegelijkertijd blijft de vitale functie van jeugdbescherming zeer kwetsbaar. Wat betreft de jeugdbeschermingsregio Utrecht & Flevoland is geconstateerd dat zij erin geslaagd zijn elke jeugdige met een maatregel en hun ouders tijdig een vaste jeugdbeschermer te bieden en tijdig een gedragen koers te bepalen. Echter zijn zij er niet in geslaagd om elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig van passende hulp te voorzien. De inspecties hebben voldoende aanwijzingen dat de betrokken partijen, onder regie van de accounthoudende regio, er alsnog op korte termijn in slagen om elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp te bieden. De inspecties volgen dit vanuit het reguliere toezicht. De inspectie heeft besloten in sommige jeugdbeschermingsregio’s verscherpt toezicht uit te gaan voeren.

Dit geldt niet voor de jeugdbeschermingsregio Utrecht & Flevoland. Koersprogramma ‘Samen doen wat helpt’. Voortbouwend op het Versterkplan is er inmiddels vanuit SVMN een koersprogramma ‘Samen doen wat helpt’ gepubliceerd. Het Koersprogramma geeft specifiek aandacht aan de rol van de cliënt en van de medewerker. SVMN wil actiever aansluiten bij de leefwereld en de behoefte van kinderen en volwassen cliënten. Zodat professionals samen met hen kunnen zorgen voor hulp die helpt en bijdraagt aan herstel van een veilige thuissituatie en waardoor gezinnen op eigen kracht verder kunnen. SVMN wil medewerkers optimaal in staat stellen om gezinnen goed te ondersteunen. Dat vraagt de komende periode de nodige aandacht voor deskundigheidsontwikkeling en groei van vakmanschap, een belangrijk element voor

L258180

14

effectieve jeugdbescherming en jeugdreclassering. Het Koersprogramma sluit aan op de bredere beweging om te komen tot vereenvoudiging en verbeteringen in de jeugdbeschermingsketen, zoals beschreven in het toekomstscenario kind- en gezinsbescherming1. Die is gericht op veiligheid en tijdige inzet van passende hulp voor de kinderen en volwassenen in het gezin. Wij zien een doordacht Koersprogramma dat een antwoord biedt op de geconstateerde problemen en op een goede manier richting geeft aan de benodigde cultuurverandering van SVMN. SVMN bouwt hierbij voort op reeds ingezette acties, die in goed overleg met gemeenten tot stand zijn gekomen. Vervolg SVMN voert het Koersprogramma nu al uit en het wordt gaandeweg bijgesteld in een lerende praktijk en continu proces van ontwikkelen. SVMN verwacht meerdere jaren nodig te hebben om de veranderingen duurzaam te verankeren in de cultuur van de organisatie. Bij de totstandkoming van het Koersprogramma zijn stakeholders betrokken geweest en ook in de verdere uitwerking blijft die betrokkenheid belangrijk. Wij blijven u informeren over de ontwikkelingen. Kansrijke Start Kansrijke Start is een programma van het Ministerie van VWS en is gericht op het verbeteren van de ‘eerste 1000 dagen’ van een kind. Doel is om meer kinderen een kansrijke start geven. Dit gaat om de perioden van voor, tijdens en ná de zwangerschap: -9 maanden tot 2 jaar.

Inzet op de eerste 1000 dagen van een kind, sluit goed aan op het Beleidskader Sociaal Domein Leusden, waarin preventie, het versterken van voorliggende voorzieningen voor kinderen met een risicofactor en het organiseren van nauwere samenwerking van partijen centraal staat. Gemeenten konden een financiële impuls aanvragen om lokale coalities te vormen of te versterken. Deze coalities bestaan uit organisaties vanuit het Sociaal Domein en het Medisch Domein. Gemeente Leusden heeft deze impuls aangevraagd en is in november 2020 afgetrapt met een Kick-off bijeenkomst. In 2021 is in meerdere sessies gewerkt aan het vormen van een lokale coalitie Leusden met de GGD, verloskundigen, Lariks, POH-GGZ vanuit de huisartsen en kinderopvangorganisaties. Vanuit de Coalitie Kansrijke Start is verkent wat er al goed gaat en waar, in de eerste 1000 dagen van een Leusdens kind, nog kansen liggen en waar organisaties elkaar mogelijk nog beter en eerder kunnen vinden. Uit de gezamenlijke (data)analyse is naar voren gekomen dat er al een hoop gebeurt in Leusden, maar er tegelijkertijd ook nog winst te behalen is. Op basis van de analyse zijn doelstellingen geformuleerd en is gezocht naar passende interventies die wij de komende periode gezamenlijk tot uitvoering willen brengen.

Het college heeft besloten tot de inzet van interventies CenteringPregnancy en Stevig Ouderschap in 2021 en 2022 om meer Leusdense kinderen een kansrijke start bieden, door de eerste 1000 dagen van hun leven te verbeteren door middel van extra ondersteuning voor kwetsbare (toekomstige) ouders. Beoogd effect van beide interventies is dat de inzet van vroegtijdige steun ervoor zorgt dat problemen tijdig worden gesignaleerd en erger voorkomen wordt. Wij verwachten dat vroegtijdig inzet op passende ondersteuning op de lange termijn kostenbesparend zal zijn.

1

Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming | Tweede Kamer der Staten-Generaal

L258180

15

Peuteropvang en voor- en vroegschoolse educatie 2022 Het college wil zorgdragen voor een geactualiseerd en toekomstgericht beleid Peuteropvang en Voor- en vroegschoolse educatie (vve) met structurele financiële dekking om vanaf 1 januari 2022 te voldoen aan de nieuwe wettelijke voorwaarden. Peuteropvang en Voor- en vroegschoolse educatie Leusden In 2017 heeft de gemeenteraad het beleid Peuteropvang en Voor- en Vroegschoolse Educatie 2018 Leusden vastgesteld en incidenteel budget beschikbaar gesteld voor de uitvoering van het beleid. Op 15 oktober 2020 bent u in de raadsuitwisseling door het college geïnformeerd over de evaluatie van het huidige beleid en de toekomstscenario’s. Wettelijke kaders Op 20 september 2019 is het wettelijk besluit tot wijziging van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie genomen. Het betreft twee belangrijke wijzigingen. Allereerst een uitbreiding van voorschoolse educatie van 10 naar 16 uur, zodat Voorschoolse Educatie (VE) nog meer effect kan sorteren. De uitbreiding van uren Voorschoolse Educatie is een extra stap in de richting van een zo veel mogelijk gelijke start op de basisschool voor alle kinderen. Ten tweede wordt het aanbod van Voorschoolse Educatie verbeterd met de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker.

Het doel van deze maatregelen is het versterken van de intensiteit en de kwaliteit van de Voorschoolse Educatie, zodat de ontwikkeling van peuters met een risico op een onderwijsachterstand verder wordt gestimuleerd en onderwijsachterstanden zoveel mogelijk worden voorkomen. Met de maatregelen wordt uitvoering gegeven aan de afspraak in het regeerakkoord 2017–2021 ‘Vertrouwen in de toekomst’, waarin de uitbreiding van het aanbod Voorschoolse Educatie is aangekondigd2. De wetswijzigingen noodzaken tot een herijking van het gemeentelijk beleid ten aanzien van voorschoolse voorzieningen, passend bij de lokale setting van de gemeente Leusden. Collegebesluit Het college heeft besloten om het beleid Peuteropvang en Voor- en vroegschoolse educatie 2022 vast te stellen en het voorkeursmodel, zoals toegelicht tijdens de raadsuitwisseling op 15 oktober 2020, is gekozen als model voor de verlening van subsidie voor peuteropvang en Voorschoolse Educatie vanaf 1 januari 2022. Voor de structurele bekostiging van het voorkeursmodel is een aanvullend budget van € 40.000 en voor de wettelijke verplichte inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker vve incidenteel € 12.000, aangevraagd – en door u toegekend - via de procedure Nieuw beleid 2022.

Bestemmingsplan locatie voormalig sporthal De Meent In de laatste RIB bent u geïnformeerd dat de ontwikkeling van de locatie van voormalig sporthal De Meent door WSL is gestart. De participatie voor het bestemmingsplan is door WSL doorlopen in de maanden juni en juli 2021. Alvorens het bestemmingsplan ter vaststelling aan te bieden, wordt aan de raad een stedenbouwkundig kader, waarin o.a. de uitkomsten van de participatie zijn verwerkt, voorgelegd. De streefplanning inzake het kader en bestemmingsplan is als onderstaand: 2

Vertrouwen in de toekomst, Regeerakkoord 2017 – 2021, VVD, CDA, D66 en ChristenUnie,

L258180

16

1. Stedenbouwkundig kader op basis van participatie, ontwerp en eerder gecommuniceerde randvoorwaarden (te verzorgen door WSL in overleg en na ambtelijke check gemeente):  24 aug. ’21 aanleveren kader aan de raad  30 sept. ’21 behandelen kader in raad 2.   

Bestemmingsplan Vanaf ca. okt ’21 ter visie leggen door college 11 jan ’22 aanleveren aan raad 3 feb ’22 vaststellen in raad

Hof van Liz Voor de woningbouwontwikkeling Hof van Liz zijn alle omgevingsvergunning onherroepelijk en is gestart met de bouw van de woningen. Daarbij is gestart met de bouw van de ruim 50 sociale huurwoningen (in twee appartementengebouwen). De start van de bouw van de andere twee appartementengebouwen en de grondgebonden woningen zijn daaraan aansluitend/parallel. In het kader van de veiligheid en om de overlast van het bouwverkeer zoveel mogelijk te beperken, is er een tijdelijke uitgang gemaakt voor het bouwverkeer op de Groene Zoom. Via deze route, en onder begeleiding van een verkeersregelaar, verlaat het grote bouwverkeer daar het terrein. De verwachting is dat de eerste woningen aan het einde van 2022 opgeleverd zullen worden.

De Groene Belevenis: resultaten 2020 Stichting De Groene Belevenis (DGB) zet zich in voor een groene, gezonde en duurzame leefomgeving. De organisatie werkt via educatie, communicatie en participatie aan een duurzame basishouding bij kinderen en stimuleert een duurzame leefstijl bij volwassenen. DGB heeft de koers bepaald in haar beleidsplan 2020-2025. In 2020 gaf DGB invulling aan haar doelen met 6 medewerkers (3,3 fte), 5 vrijwillige bestuursleden en ± 5.500 uur aan vrijwilligersondersteuning. In het jaarverslag 2020 is een rapportage opgenomen van de inhoudelijke en financiële resultaten. Algemeen beeld is dat de prestaties uit de subsidie overeenkomst zijn achter gebleven door de coronacrisis. In mei 2020 heeft het college vanwege corona besloten om voor alle gesubsidieerde instellingen de subsidies 2020 in stand te houden en niet af te rekenen op het eventueel achterblijven van de prestaties als er wel kosten zijn gemaakt. Het aantal contactmomenten met de Leusdense scholen, de activiteiten en de duurzame initiatieven was in 2020 minder dan gepland. Ongeveer de helft van de lessen en een groot deel van de activiteiten werd geannuleerd. Het werken in de struintuin door de vrijwilligers ging wel door. In 2020 startte ‘De Buitenschool’ met 2 scholen in Leusden.

L258180

17

Er werden in 2020 4 duurzame initiatieven ondersteund met een bijdrage uit het Fonds Duurzame Initiatieven. DGB vulde 11 keer de Groene Pagina in de Leusder Krant. Een totaaloverzicht van activiteiten is opgenomen in de Infografic ‘Terugblik 2020’ die DGB eind mei 2021 naar de raad heeft verzonden en op haar website heeft geplaatst. Hierin is ook informatie opgenomen over de projecten in 2020, zoals de organisatie van het energieloket, de begeleiding van het eerste wijkwarmteplan en een nieuwe samenwerking met Kiwanis voor de ondersteuning van kwetsbare kinderen. De inkomsten uit de projecten bedroegen in 2020 € 86.000. In financieel opzicht heeft DGB in 2020 een licht positief resultaat weten te behalen van € 8.285. Dit resultaat is toegevoegd aan de reserve van DGB. De financiële schade als gevolg van de coronacrisis is hierdoor in 2020 beperkt gebleven voor DGB. Het beeld voor de 1e helft van 2021 is dat door de coronacrisis lessen en activiteiten zijn geannuleerd en prestaties hierdoor achterblijven. DGB spant zich in om de gevolgen van de coronacrisis voor de prestaties te beperken. Monitoring vindt plaats via de kwartaalrapportages. Dit wordt besproken tijdens het bestuurlijk overleg tussen DGB en gemeente.

Regionaal programmeren wonen en werken Algemeen In de Provinciale Omgevingsvisie is aangegeven dat voldoende ruimte voor wonen en werken belangrijk is. Tegelijkertijd streeft de provincie (en ook gemeenten) ook naar woningen van goede kwaliteit en efficiënt gebruik van bestaande bedrijventerreinen. Om hieraan inhoud te geven is in de Provinciale Omgevingsvisie geen concreet verstedelijkingsprogramma opgenomen. Hiervoor wordt het instrument “regionaal programmeren” ingezet. De opgaven ten aanzien van woningbouw en bedrijventerreinen kunnen niet door een enkele partij alleen worden opgepakt. Samenwerking tussen gemeenten (en de provincie) is noodzakelijk, ieder vanuit z’n eigen rol, verantwoordelijkheid en instrumentarium. In de regio Amersfoort is een dergelijk programma opgesteld en bestuurlijk vastgesteld. Opname in dit programma is noodzakelijk, omdat in de Interim Omgevingsverordening (van de provincie Utrecht) is opgenomen dat bestemmingsplannen voor nieuwe woningbouw- en bedrijventerreinontwikkeling hierbinnen moeten passen. Proces regionale programmering Voorafgaand aan het opstellen van het regionale programma hebben Provinciale Staten hiervoor kaders meegegeven. Hierin is onder andere aangegeven hoeveel woningen en hectares bedrijventerreinen geprogrammeerd kunnen worden, en wordt ook aandacht gevraagd voor kwalitatieve aspecten.

In het regionale programma is voor zowel wonen en werken een onderscheid gemaakt in een deel realisatie en een deel pijplijn. Het realisatiedeel betreft het eigenlijke programma; de plannen die daarin zijn opgenomen zijn openbaar. Voor Leusden zijn dit de plannen, zoals die naar verwachting voor 2026 worden opgeleverd. Voor het pijplijndeel worden alleen de totalen per (sub)regio opgenomen. Hierin zitten nog deels vertrouwelijke plannen en minder concrete plannen. Voor Leusden zijn dat de bouwplannen voor na 2026 (binnenstedelijk en de drie aangewezen zoekgebieden). Het college heeft gevraagd deze woningbouwopgave voor Leusden meer specifiek te benoemen.

L258180

18

Voor plannen die zijn opgenomen in het realisatiedeel wordt in regionaal verband en met de provincie via ondersteuning, monitoring en eventuele bijstelling gestuurd op realisatie. Regionale programmering is een cyclisch proces: jaarlijks vindt actualisatie plaats. Op dat moment kunnen nieuwe plannen (vanuit het deel ‘pijplijn’) aan het realisatiedeel worden toegevoegd. Voor de kwalitatieve aspecten zijn gezamenlijke ambities en afspraken geformuleerd. Deze gaan voor wat betreft wonen over de integrale stedelijke kwaliteit, de betaalbaarheid en toegankelijkheid van de woningbouw, de evenwichtige ontwikkeling van rood en groen en de verduurzaming. Voor bedrijventerreinen wordt een relatie gelegd met de verduurzaming en intensivering van het ruimtegebruik op bestaande terreinen. Voor het regionale programma wonen wordt de planmonitor wonen als basis gebruikt. Deze planmonitor wordt door gemeenten gevoed en geactualiseerd. Voor werklocaties zijn al eerder planologisch aanvaardbare locaties in beeld gebracht en nagenoeg allemaal opgenomen in het regionale programma. Het eerste programma dat nu voorligt focust op de korte/middellange termijn. Bij volgende actualisaties zal dit verder worden aangevuld, waarbij het Ontwikkelbeeld regio Amersfoort 2030 – 2040 hiervoor de basis is. Vanwege de noodzakelijke flexibiliteit is een tussentijdse beoordeling van projecten mogelijk.

Omdat de werkwijze nieuw is wordt in het najaar het proces van deze eerste cyclus te geëvalueerd en het toekomstige (cyclische) proces op basis daarvan goed uitgelijnd.

Inzameling van de luiers en het incontinentiemateriaal In het Grondstoffenbeleidsplan 2021-2025 heeft de gemeenteraad vastgesteld dat de inzameling van luiers en incontinentiematerialen in de zomer van 2021 wordt ingevoerd. Het contract met de verwerker (ARN in Weurt) is getekend. De inzameling gaat starten op 1 augustus 2021. Remondis gaat de inzameling en het transport verzorgen. Het financiële plaatjes is anders dan in het geschetste overzicht in het grondstoffenbeleidsplan. De verwerkingskosten zijn bijgesteld en de inzameling is goedkoper geworden doordat wij onze inzamelroute laten aansluiten bij de route van Wijk bij Duurstede. Wij hadden aangenomen dat de inzameling van de luiers een licht positief voordeel zou opleveren (afgerond €11.000 = ongeveer €0,80 per huishouden) en naar nu blijkt zijn wij van de verkeerde calculatie uitgegaan en vallen de verwerkingskosten hoger uit. Er ontstaat nu een licht nadeel van €2.850. In totaal zijn er 9 luiercontainers over Leusden en Achterveld. Om vanaf 1 augustus toegang te krijgen tot de nieuwe service moet de milieupas geactiveerd worden. Dit kost eenmalig tien euro. Na aanmelding kunnen de huishoudens onbeperkt luiers en incontinentiemateriaal wegbrengen. Dit levert een grote financiële besparing op voor de huishoudens met luiers of incontinentiematerialen, doordat zij veel minder restafval tegen betaling hoeven weg te brengen.

De invoering van de inzameling van luiers en incontinentiematerialen levert een belangrijke bijdrage om de doelstelling uit het grondstoffenbeleidsplan 2021-2025 te halen: wij zijn op weg naar max. 50 kg restafval per persoon per jaar in 2025. In december volgt een advies voor de aanpassing van de regeling voor kwijtschelding van medisch afval.

L258180

19

Onderwerpen natuur en landschap Tankkering op de Engweg. In de week van 7 juli is op het landgoed de Horst de gerestaureerde tankkering geplaats. Na twee jaar onderzoeken en voorbereiden is Leusden weer een bijzonder stukje Grebbelinie rijker. De zes gerestaureerde blokken van de tankkering staan aan de Engweg en zijn publiekelijk toegankelijk. Het klompenpad “Het Stoutenburgerpad” loopt er langs.

De plaatsing en restauratie is een onderdeel van het uitvoeringsprogramma van het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) waarin de Grebbelinie als belangrijkste drager van het Leusder landschap beter zichtbaar moet worden. KLE-project, Kleine Landschapselementen De gemeente Leusden is samen met het Agrarisch collectief van de Agrarische natuurvereniging trekker van het project Kleine Landschaps Elementen (KLE). Kleine landschapselementen zijn bijvoorbeeld poelen, houtsingels, bosjes of knotwilgen. Ze dragen bij aan een aantrekkelijk landschap en versterken biodiversiteit. Via de provincie Utrecht is ruim € 40.000 beschikbaar dit jaar. Er zijn al tien poelen aangelegd en ruim 300 meter houtsingel aangeplant of hersteld. Fase 4 Valleipark Voor fase 4 van het Valleipark is er een ontwerp gemaakt voor een park. Het ontwerp op de voormalige vuilstort is gemaakt door REDscape-landschapsarchitecten. Om het park mogelijk te maken komt er eerst een afdeklaag om te voorkomen dat er vervuiling in contact komt met de omgeving. Het ontwerp bestaat uit een verhoging waarover men kan wandelen om het landschap en het Valleikanaal te beleven. Binnenkort worden bewoners van het Valleipark geïnformeerd. De aanleg komt als dat past binnen de planning van andere nog uit te voeren werkzaamheden in het Valleipark.

L258180

20

Resultaten Natuurontwikkeling bij Vander Valk/De Mossel In 2019 heeft de gemeente Leusden een forse investering gedaan voor de natuurontwikkeling in het gebied “De Mossel” bij het Hotel Van de Valk. Interessant is om eens te kijken welke resultaten dat inmiddels heeft opgeleverd. In het gebied is de zwarte toplaag in 2019 afgegraven en afgevoerd. Daarmee werd het gebied lager en dus natter en werd de bodem schraal. Het is daarna ingestrooid met maaisel uit natuurgebieden zoals de Schammer en Den Treek. Er is daardoor nu al bijzondere en zeldzame flora te vinden zoals Stijve ogentroost, Blauwe knoop, Grote ratelaar en Moeraskartelblad. Dit zijn indicaties dat er een mooie ontwikkeling is en dat het gebiedje een steeds hoger natuurwaarde krijgt. Het beheer wordt gedaan door een groep vrijwilligers.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.leusden.nl/api/v1/meetings/3201/documents/29340