A.2 Bijlage 3 Plan van Aanpak RES.pdf
Tekst van het document
Plan van aanpak RES 1.0 Samen op weg naar een robuust RES Definitieve versie 24 november 2020
Inhoud H1 Inleiding ............................................................................................................................................................. 2 Algemeen ............................................................................................................................................................ 2 Leeswijzer ........................................................................................................................................................... 2 H2 De aanpak op hoofdlijnen.................................................................................................................................. 3 Inleiding .............................................................................................................................................................. 3 Uitgangspunten voor de aanpak......................................................................................................................... 3 Onderdeel a: Kansrijke initiatieven verder uitwerken ........................................................................................ 4 Onderdeel b: Inhoudelijke verdieping van onderwerpen...................................................................................
4 Onderdeel c: Robuuster maken van het RES bod ............................................................................................... 5 H3 Organisatie van de werkzaamheden ................................................................................................................. 6 Projectorganisatie ............................................................................................................................................... 6 Planning, stappen en ijkmomenten .................................................................................................................... 6 Bestuurlijk traject ............................................................................................................................................... 7 Risicoparagraaf ................................................................................................................................................... 8 H4 Producten per ijkmoment.................................................................................................................................. 9 IJkmoment 1: 19 november ................................................................................................................................
9 IJkmoment 2: 17 december ................................................................................................................................ 9 IJkmoment 3: 21 januari ..................................................................................................................................... 9 IJkmoment 4: 18 februari ................................................................................................................................. 10 IJkmoment 5: 18 maart ..................................................................................................................................... 11 IJkmoment 6: 1 juli............................................................................................................................................ 11 H5 Werkwijze per spoor ........................................................................................................................................ 12 Spoor 1: Grootschalig zon-pv op bedrijfsdaken ................................................................................................ 12 Spoor 2: Grootschalig zon-pv op overkapte parkeerterreinen ......................................................................... 13 Spoor 3: Zonne-energie langs infrastructuur (A1, A12 en A28) ........................................................................
14 Spoor 4: Windenergie langs infrastructuur (A12, A28)..................................................................................... 15 Spoor 5: Overige windclusters (voorheen Leusderheide) ................................................................................ 16 Spoor 6: Uitwerking Regionale Structuur Warmte ........................................................................................... 17 Spoor 7: Uitwerking Lokaal eigendom .............................................................................................................. 18 Spoor 8: Economisch belang ............................................................................................................................. 19 Spoor 9: Robuuster maken RES Bod ................................................................................................................. 20 Bijlagen .................................................................................................................................................................. 22 Bijlage 1. Planning RES 1.0 ................................................................................................................................ 22 Bijlage 2. Planning en beknopt verslag bila’s gemeenten................................................................................. 23 Bijlage 3.
Planning Bod van onderop NMU ....................................................................................................... 25 Bijlage 4. Amendementen, afwijkende collegebesluiten en moties concept RES ............................................ 26 Bijlage 5. Adviezen commissie Water n.a.v. RES .............................................................................................. 32
1
H1 Inleiding Algemeen De RES regio Amersfoort bestaat uit de gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Eemnes, Leusden, Soest en Woudenberg. Daarnaast zijn de provincie Utrecht, Waterschap Vallei & Veluwe en netbeheerder Stedin als stakeholders betrokken. De gemeenten in de RES regio Amersfoort hebben zich als doel gesteld om in 2030 minstens 0,5 TWh duurzame energie (grootschalig) op te wekken en op koers te blijven voor de regionale ambitie van 49% co2 reductie in 2030 ten opzichte van 1990. Samen met inwoners, bedrijven en andere belanghebbenden zijn kansrijke initiatieven geformuleerd voor het opwekken van duurzame energie. Op grond hiervan is de doelstelling van 0,5 TWh in het concept bod bepaald. Deze kansrijke initiatieven en mogelijkheden zijn vastgelegd in de Concept Regionale Energie Strategie (RES) (1 oktober 2020). Op weg naar de RES 1.0 worden de kansrijke initiatieven verder uitgewerkt. De wijze waarop we dit gaan doen, is beschreven in dit plan van aanpak waarbij drie onderdelen te onderscheiden zijn die elk vragen om een verschillende aanpak/werkwijze, dit is beschreven in hoofdstuk 2. Deze drie onderdelen zijn verdeeld over negen ‘sporen’. Dit plan van aanpak beschrijft de werkzaamheden (inclusief de organisatie en de planning) om toe werken naar de RES 1.0.
Ook wordt ingegaan op de ijkmomenten gedurende het proces, de risico’s (inclusief de beheersing hiervan), een beschrijving van de rollen en verantwoordelijkheden en het niveau en invulling van de participatie en communicatie.
Leeswijzer In hoofdstuk 2 van dit plan van aanpak wordt de aanpak op hoofdlijnen weergegeven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op de organisatie van de werkzaamheden, de planning en de risico’s. Hoofdstuk 4 gaat in op de ijkmomenten en de (tussen)producten die per ijkmoment worden opgeleverd. Een nadere uitwerking van de werkwijze per spoor is opgenomen in hoofdstuk 5.
2
H2 De aanpak op hoofdlijnen Inleiding In dit hoofdstuk wordt de aanpak op hoofdlijnen uitgewerkt. Allereest wordt ingegaan op de uitgangspunten van onze aanpak en daarna wordt beschreven wat we met de drie onderdelen willen bereiken, te weten: • • •
kansrijke initiatieven verder uitwerken; inhoudelijke verdieping van onderwerpen; het robuuster maken van het bod.
Met het bod wordt bedoeld: het realiseren van 0,5 TWh aan duurzame elektriciteit in 2030. De 0,5 TWh bestaat uit grootschalige opwek van elektriciteit uit wind op land, zon op land en zon op daken.
Uitgangspunten voor de aanpak In dit plan van aanpak zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: •
•
Initiatieven/mogelijkheden die de gemeente(grens) overschrijden, worden geïnitieerd vanuit de regio en in nauwe samenwerking uitgevoerd met de betrokken gemeenten, met mogelijkheid voor maatwerk; Bij initiatieven/mogelijkheden die de regiogrens overschrijven, waarbij locaties naar boven komen vanuit de regionale processen, faciliteert de provincie de afstemming. Deze initiatieven worden in nauwe samenwerking uitgevoerd door de provincie, gemeenten en de regio’s;
•
•
•
•
Participatie en communicatie wordt zoveel mogelijk vanuit de gemeenten aangestuurd, ook wanneer het een regionale opgave is. De regio ondersteunt en is vraagbaak voor communicatie en participatie; In het komend half jaar werken we het bod verder uit en maken we onderscheid in: o Harde plancapaciteit: Onder harde plancapaciteit wordt verstaan dat er geen wezenlijke inhoudelijke en/of procedurele belemmeringen zijn om deze capaciteit te realiseren. Ook is bekend waar de capaciteit (fysiek) gerealiseerd wordt. Het plan kan worden vastgelegd in een bestemmingsplan / omgevingsplan; o Semi-harde plancapaciteit: Onder semi-harde plancapaciteit wordt verstaan dat voor concrete zoekgebieden locaties en vermogens kunnen worden toegekend. Hierbij is dus bekend waar de capaciteit (fysiek) gerealiseerd wordt. Mogelijk zijn er nog inhoudelijke en/of procedurele belemmeringen om de capaciteit te realiseren en is nader onderzoek naar eventuele showstoppers nodig; o Zachte plancapaciteit: Onder zachte plancapaciteit wordt verstaan dat er een zoekgebied in beeld komt/is om grootschalige opwekking van zon- of windenergie te realiseren. Hierbij is het nog niet mogelijk om concrete locaties en vermogens toe te kennen. Vanuit de regio wordt een overzicht bijgehouden welke plannen/initiatieven als “hard, semi-hard en zacht” wordt aangemerkt, dat is de basis voor de netwerkanalyse.
Dit overzicht zal worden bijgehouden in de vorm van een longlist; In dit plan van aanpak zijn zes ijkmomenten voorzien. Bij ijkmoment 2 (17 december 2020) en ijkmoment 3 (21 januari 2021) wordt aan de hand van de longlist getoetst of het bod van 0,5 TWh haalbaar blijft. Wanneer blijkt dat de haalbaarheid onder druk komt te staan, wordt dit besproken in het kernteam en bestuurlijk overleg. Alle betrokken
3
•
•
partners in de regio zullen zich gezamenlijk inspannen om te zoeken naar mogelijkheden om het bod in stand te houden; In januari 2021 komt het PBL met een doorrekening van de concept RES. De doorrekening kan tot gevolg hebben dat het PBL vraagt om het bod aan te passen (bijvoorbeeld op te hogen). In spoor 9 (robuuster maken van het bod) wordt in beeld gebracht welke mogelijkheden de regio heeft om het bod te verhogen; We zoeken in de regio naar een evenwichtige verdeling tussen de opwekking van zonneenergie en windenergie.
Op 6, 9 en 10 november zijn bilaterale gesprekken gevoerd met de gemeenten in de regio. Uit deze gesprekken blijkt dat alle gemeenten werken aan een (vorm van) uitnodigingskader en/of participatie voor grootschalige opwekking van duurzame energie, maar dat de ene gemeente verder is dan andere. Er is ook geconstateerd dat het uitnodigen en verleiden van partijen/inwoners om mee te participeren in het opwekken van grootschalige opwekking van duurzame energie om zorgvuldigheid vraagt. Bij de totstandkoming van de RES 1.0: • • •
Respecteren we dat zorgvuldigheid nodig is en dat de ene gemeente verder is in het proces dan andere gemeenten; Zullen we ervaringen met het opstellen van het uitnodigingskader en participatieproces met elkaar delen; Levert elke gemeente een bijdrage om het bod robuust te maken.
Onderdeel a: Kansrijke initiatieven verder uitwerken Onderdeel a betreft de nadere uitwerking van kansrijke initiatieven zoals aangegeven in het concept bod RES. In dit onderdeel wordt beoordeeld/getoetst of de inschatting zoals gedaan in het concept bod RES realistisch is. De nadere uitwerking heeft betrekking op de volgende sporen: • • • • •
Spoor 1: Grootschalige zon-pv op bedrijfsdaken; Spoor 2: Grootschalig zon-pv op overkapte parkeerterreinen; Spoor 3: Zonne-energie in geluidschermen langs infrastructuur (waaronder A1, A12 en A28); Spoor 4: Windenergie langs infrastructuur A12 en A28; Spoor 5: Overige windclusters (voorheen Leusderheide).
Voor spoor 1 en 2 faciliteert de regio. Individuele gemeenten gaan met lokale bedrijven en eigenaren aan de slag om in beeld te brengen welke bijdrage kan worden ingeboekt voor de RES 1.0. Spoor 3 en 4 worden vanuit de regio geïnitieerd met uitzondering van windenergie langs de A12. Dit (sub)spoor wordt vanuit de provincie gefaciliteerd. Spoor 5 is deels regionaal (onderzoek TNO), maar de participatie en communicatie ligt bij de gemeenten.
Onderdeel b: Inhoudelijke verdieping van onderwerpen Onderdeel b betreft een inhoudelijke verdieping van de onderstaande drie sporen: • • •
Spoor 6: Uitwerking regionale structuur warmte; Spoor 7: Uitwerking lokaal eigendom; Spoor 8: Uitwerking economisch belang. 4
In het komend half jaar brengen we in beeld hoe de regionale structuur warmte vorm kan krijgen, hoe lokaal eigendom wordt geregeld en wat de economische impact is van de energietransitie. De uitwerking van deze drie sporen wordt opgepakt vanuit de regio en de regio faciliteert de individuele gemeenten. Deze sporen hebben geen directe invloed op de hoogte van het bod.
Onderdeel c: Robuuster maken van het RES bod In de concept RES is een inschatting gemaakt welke mogelijkheden te ontplooien zijn om 0,5 TWh te realiseren in onze regio. Naar verwachting zullen initiatieven afvallen (bijvoorbeeld x windmolens op de Leusderheide) en daarom is het van belang om op regionaal en lokaal niveau in beeld brengen of er nog meer realistische kansen en mogelijkheden zijn die voor 2030 een (extra) bijdrage kunnen leveren aan de doelstelling om 0,5 TWh aan grootschalige opwekking te realiseren. Naast dat we in de regio de kansrijke initiatieven verder uitwerken en duidelijk wordt wat de opbrengst is van de regionale uitnodigingskaders, gaan we gezamenlijk op zoek naar manieren om 0,5 TWh te realiseren in onze regio. Met andere woorden: welke mogelijkheden zijn er om het bod robuuster te maken. Dit onderdeel heeft betrekking op spoor 5 (overige windclusters) en spoor 9 (het robuust maken van het bod). De intentie is om het robuuster maken van het bod zoveel mogelijk in te initiëren door participatie/initiatieven vanuit de samenleving aan te jagen. Uit bilaterale gesprekken (zie bijlage 2 voor beknopte verslagen) met de gemeenten blijkt dat alle gemeenten hieraan invulling (gaan) geven (bijvoorbeeld het ontwikkelen van een ontwikkelingskader). De initiërende en uitvoerende rol voor de sporen 5 en 9 ligt bij de gemeenten.
Vanuit de provincie wordt spoor 5 gestimuleerd en gefaciliteerd waarbij de focus ligt op windenergie en vanuit de regio gebeurt dit voor spoor 9 waarbij de focus ligt op zonne-energie. Parallel aan het zoeken van initiëren van initiatieven vanuit de overheid, ontplooien diverse partijen (zoals NMU in samenwerking met de energie coöperaties en LTO) initiatieven om te kijken waar mogelijkheden liggen voor grootschalige opwekking van energie in de regio. De regio zal de afstemming en aansturing van deze initiatieven verzorgen en de uitkomsten hiervan terug leggen aan de betreffende gemeenten. In nauw overleg met de provincie, de gemeenten en Stedin wordt afgestemd of deze initiatieven realistisch zijn en worden meegenomen in het bod.
5
H3 Organisatie van de werkzaamheden Projectorganisatie De projectorganisatie om toe te werken naar de RES 1.0 blijft grotendeels gehandhaafd. We houden vast aan een vierwekelijks BO RES en een tweewekelijks overleg in het kernteam. Het projectteam vanuit bureau Regio Amersfoort houdt het overzicht en faciliteert vanuit de regio. Het projectteam is verantwoordelijk voor de voortgang voor de RES 1.0. Aanvullend op de huidige werkwijze is dat er tweewekelijks een bilateraal overleg plaats vindt met de (individuele) gemeenten en provincie. Doel van de bilaterale overleggen is om de voortgang te bewaken, resultaten van de studies te bespreken, ervaringen uit te wisselen en met elkaar “de vinger aan de pols” te houden. We verwachten dat hiermee de tijdsbesteding van de partners effectief blijft. Wanneer het nodig is om met een aantal partners samen te komen, wordt dit direct georganiseerd. In het hoofdstuk 5, werkwijze per spoor, zijn de rollen en verantwoordelijkheden per spoor nader uitgewerkt.
Planning, stappen en ijkmomenten In bijlage 1 is de detailplanning opgenomen. Hierin zijn alle kernteam overleggen en BO RES opgenomen. Datzelfde geldt voor webinars en (digitale) regionale raads-, en statenleden bijeenkomsten. In de onderstaande tabel zijn de planning van de 5 stappen, het ijkmoment van elke stap en de belangrijkste te toetsen aspecten op het ijkmoment weergegeven.
Stap
Beschrijving stap
Doorlooptijd
IJkmoment
Activiteit
1
Opstellen en vaststellen plan van aanpak RES 1.0
1 november 2020 tot en met 10 november 2020
1: 19 november 2020
Vaststellen plan van aanpak
2
Kansrijke initiatieven verder uitwerken; Inhoudelijke verdieping van onderwerpen; Robuuster maken van het bod
16 november 2020 tot en met 15 januari 2021
2: 17 december 2020
1e Toetsing van het bod en hoe om te gaan met moties en amendementen
3: 21 januari 2021
2e Toetsing van het bod en wat is de impact van het advies van PBL Zijn de investeringen om het bod te realiseren maatschappelijk acceptabel?
3
Doorrekening door Stedin en opstellen concept RES 1.0.
18 januari 2021 tot en met 12 februari
4: 18 februari 2021
4
Definitief RES 1.0
5: 18 maart 2021
5
Besluitvorming RES 1.0
19 februari tot en met 18 maart 19 maart tot en met 1 juli
6: 1 juli 2021
Vaststellen RES 1.0 in BO RES Besluitvorming in gemeenteraden, algemeen bestuur Waterschap en Staten over de RES 1.0
6
Bestuurlijk traject Tijdens het proces worden gemeenteraden, algemeen bestuur van het Waterschap en Provinciale Staten geïnformeerd over de stand van zaken. Dit gebeurt met nieuwsbrieven rond elk ijkmoment. Zo wordt ook dit plan van aanpak aan de raadsleden toegestuurd met een nieuwsbrief. Daarnaast wordt er tweemaal een regionale raads- en statenleden bijeenkomst georganiseerd. De eerste op 18 januari 2021 en de tweede begin maart 2021. In de planning zijn ook alle BO RES opgenomen, dat geldt ook voor de BO RES in het besluitvormingstraject vanaf eind maart tot 1 juli. In bijlage 4 zijn de alle amendementen, afwijkende collegebesluiten en moties over de concept RES opgenomen. In bijlage 5 bevat de adviezen van het waterschap. Tijdens het tweede ijkmoment (17 december 2020) ligt er vanuit het projectteam een voorstel hoe om te gaan met de moties en amendementen (aan welke moties en amendementen kan invulling worden gegeven en aan welke niet) en de adviezen van het waterschap. Deze worden verwerkt tijdens het derde ijkmoment (21 januari 2021). In het BO RES is een verzoek gedaan tot meer interactie tussen gemeenteraden, mede om het solidariteitsgevoel te vergroten op dit thema. Hier wordt de komende tijd nader invulling aan gegeven door het projectteam.
7
Risicoparagraaf In het proces op weg naar RES 1.0 bestaan er een aantal risico’s. Hieronder zijn meest denkbare risico’s opgenomen in een tabel. De risico’s zijn niet geprioriteerd op nummer. De risico’s en beheersmaatregelen worden iedere vier weken in het projectteam beoordeeld en indien nodig bijgesteld.
Nr. Risico 1.
2
Bod zoals vastgesteld in Bij uitwerking van de concept RES is niet kansrijke initiatieven haalbaar blijkt dat bijdrage van dit initiatief lager uitvalt dan gedacht. Participatieproces van De uitwerking in de onderop gefrustreerd RES 1.0 zorgt voor door hele concrete verrassing bij uitwerking in de RES 1.0 deelnemers van participatieprocessen
3
Participatie lokaal vs. regionaal
5
Uit onderzoek blijkt dat locaties voor windenergie niet inpasbaar zijn vanwege ecologische randvoorwaarden en/of hinder (geluid, slagschaduw) voor de omgeving Grote discussie in de samenleving over het bod van derden (bijvoorbeeld NMU)
6
7
Oorzaak
Gevolg
(Preventieve) acties
De doelstelling wordt Op tijd signaleren dat er niet waargemaakt sporen lager uitvallen, om alternatieven te bedenken
Er ontstaat in de samenleving discussie of er daadwerkelijk sprake is van een participatieproces Participatie wordt Onnodig veel regionaal opgepakt in weerstand plaats van lokaal of opgeroepen door andersom een verkeerde aanpak van participatie Onvoldoende gedegen Windenergie komt onderzoek niet van de grond en daardoor is het bod van 0,5 TWh is niet haalbaar
In de RES 1.0 niet met ‘verrassingen’ komen;
Bod van onderop Voortgang van opgesteld door andere processen derden sluit niet aan wordt gefrustreerd bij het beeld/wensen van de (lokale) politiek of lokale bevolking.
In nauw contact blijven met andere actoren (bijvoorbeeld NMU) die aan een eigen bod werken. Goede communicatiestrategie wanneer informatie openbaar wordt Tijdig informeren en communiceren
Initiatieven ontstaan die De uitwerking in de nog niet gedeeld zijn RES 1.0 zorgt voor met colleges /raden verrassing bij gemeenteraden
Draagvlak voor de RES wordt ondermijnd
Heldere randvoorwaarden en doelstelling meegeven aan het participatieproces Goede afstemming onderling over de juiste participatieaanpak
Voor de potentieel geschikte locaties deugdelijk onderzoek naar showstoppers. Beleidsruimte voor windenergie in beeld brengen
8
H4 Producten per ijkmoment Belangrijk in de planning zijn de ijkmomenten. Deze ijkmomenten zijn voorgesteld om het proces te bewaken en zodat op tijd bijsturing kan plaats vinden. De ijkmomenten lopen logischerwijs parallel met de te nemen stappen in het proces. De ijkmomenten zijn gelijktijdig met de BO RES. Hieronder is per ijkmoment beschreven welke producten / activiteiten moeten zijn uitgevoerd. In hoofdstuk 5, werkwijze per spoor, is in detail aangeven wat er (per spoor) per ijkmoment wordt verwacht.
IJkmoment 1: 19 november Tijdens het eerste ijkmoment wordt het voorliggende plan van aanpak vastgesteld.
IJkmoment 2: 17 december Tijdens het tweede ijkmoment zijn de volgende producten gereed en liggen voor ter bespreking/vaststelling in het BO RES: • • • •
Wordt een voorstel gedaan hoe we met de amendementen, afwijkende collegebesluiten en moties over het concept RES omgaan en de adviezen van het waterschap; Bespreken we de eerste resultaten van de uitwerking van kansrijke initiatieven; Bespreken we de stand van zaken met betrekking tot het robuuster maken van het bod; Presenteren we een eerste overzicht met harde en zachte plancapaciteit en toetsen we dit met het bod.
IJkmoment 3: 21 januari Tijdens ijkmoment drie op 21 januari zijn de volgende producten gereed: • • • • •
Uitwerking van voorstel amendementen, afwijkende collegebesluiten en moties over het concept RES omgaan en de adviezen van het waterschap; Toets of de uitwerking van de kansrijke initiatieven de beoogde opbrengsten leveren; Het bod/uitwerking van de NMU; De resultaten van het robuuster maken van het bod; Een aangepast overzicht met harde en zachte plancapaciteit en een toets op het bod van de concept RES.
Het overzicht met harde, semi-harde en zachte plancapaciteit wordt door Stedin gebruikt om de netwerkanalyse uit te voeren.
9
IJkmoment 4: 18 februari Voor dit ijkmoment rekent Stedin de aangeleverde initiatieven door (netwerkanalyse, hard, semihard en zacht, zie hoofdstuk 2), zijn de locaties (wind) beoordeeld op basis van de Interim Omgevingsverordening en wordt duidelijk in hoeverre het bod robuuster gemaakt is. De activiteiten zijn nader uitgewerkt in hoofdstuk 5, werkwijze per spoor. Het concept RES 1.0 bestaat uit onderstaande eindproducten (per spoor):
Concept RES 1.0 - 11 feb Spoor 1 Grootschalig zon-pv op bedrijfsdaken
Eindproducten per spoor Een realistische inschatting hoeveel zon-op-dak we kunnen realiseren tot 2030 in de RES 1.0 (percentage van de potentie)
Spoor 2 Grootschalig zon-pv op overkapte parkeerterreinen
Een realistische inschatting hoeveel zon op overdekte parkeerplaatsen we kunnen realiseren tot 2030 in de RES 1.0 (percentage van de potentie) GO/NO GO moment om door te gaan naar de volgende fase op basis van resultaten onderzoeken; Inschatting of / hoeveel hier kan worden gerealiseerd voor in het bod RES 1.0 Verkenning windenergie: (In welke mate) Is windenergie kansrijk langs de A12 en de A28? Verkenning windenergie: waar is windenergie mogelijk in de Regio? De mogelijkheid van de Leusderheide blijft behouden en daarnaast gaan wij op zoek naar nieuwe toevoegingen voor wind uit regionale en lokale processen. Inschatting op basis van toolkit provincie, initiatieven gemeenten en afstemming Stedin Warmte: Aangeven wat we gaan doen tot 2030 en in welke mate (bandbreedte) spoor 6 bijdraagt aan de opgave. Ook in relatie tot lokale warmtetransitie visies Afwegingskader voor projecten - inclusief juridische afdwingbaarheid
Spoor 3 Zonne-energie langs infrastructuur (A1, A12 en A28) Spoor 4 Spoor 4: Windenergie langs infrastructuur (A12 en A28) Spoor 5 Overige windclusters (voorheen Leusderheide)
Spoor 6 Uitwerking Regionale Structuur Warmte Spoor 7 Uitwerking lokaal eigendom Spoor 8 Economisch belang Spoor 9 Robuuster maken RES bod Proces overall
Document met economische aandachtspunten voor nieuwe initiatieven Het RES 1.0 bod moet verder gevuld zijn met lokale initiatieven (zie harde/semi-harde/zachte plancapaciteit, Hoofdstuk 2) Communicatie over RES 1.0 Digitale inspraak over RES 1.0
10
IJkmoment 5: 18 maart Behandeling RES 1.0 in BO RES. De aangepaste versie van de RES 1.0 wordt op 18 maart behandeld in het BO RES.
IJkmoment 6: 1 juli Nadat de RES 1.0 in het BO RES is behandeld, gaat het besluitvormingstraject bij alle partijen lopen. Op 1 juli moet de RES 1.0 zijn behandeld en vastgesteld bij de partijen in de regio.
11
H5 Werkwijze per spoor Spoor 1: Grootschalig zon-pv op bedrijfsdaken Het projectteam levert een handreiking: een document met relevante informatie voor gemeenten om mogelijke initiatiefnemers te benaderen. Faciliteiten vanuit de regio voor initiatiefnemers van zon-op-dak zijn bijvoorbeeld ondersteuning voor de subsidieaanvraag en een ‘dakcheck’ vanuit de provincie Utrecht. Daarnaast heeft het projectteam een uitvraag uitgezet bij het Kadaster (via expertpool NP RES). Het Kadaster is gevraagd om voor de regio (per gemeente) te onderzoeken welke daken geschikt zijn voor zonnepanelen (technische haalbaarheid). De uitkomst hiervan wordt gedeeld met alle partijen. De planning van het Kadaster is om binnen zes werkweken de analyse voor zonpotentie en parkeerplaatsen op te leveren. Zonder tegenbericht is dat in week 53. Het eindproduct van het Kadaster bestaat uit een rapportage voor de drie deelselecties (bedrijventerreinen, agrarisch vastgoed en overheidsbezit) over de potentie van zon op daken, uitgesplitst naar type eigenaar, type gebouw en locatie (gemeente). Daarbij wordt tevens onderscheid gemaakt in schuine en platte daken en in grootschalige en kleinschalige opwek. Hiermee krijgt de RES Amersfoort per pand de potentie voor zonne-energie en de aanwezigheid van panelen in beeld.
Alle gemeenten gaan verder (of starten) met het benaderen van lokale ondernemers (verenigingen en – kringen), agrariërs of lokale collectieven van agrariërs. De coördinatie en uitvoering van deze gesprekken liggen bij de gemeenten. Gemeenten zullen hiervoor actief partijen moeten benaderen. Dit vraagt om een (tijds)inspanning, waarbij het niet realistisch is om in deze korte periode tot de RES 1.0 alle mogelijke partijen te benaderen. Mogelijkheden voor zon-op-dak worden met Stedin gedeeld. In ieder geval tijdens ijkmoment 3 leveren de gemeenten een inschatting aan, Stedin kan vervolgens aangeven waar wel/misschien/geen kansen liggen. Bij voorkeur via een kaart met groen/geel/rode kleuren. Bovenstaande activiteiten gecombineerd leiden tot een realistische inschatting hoeveel zon-op-dak er gerealiseerd kan worden en in welk tijdsframe. Dit geeft inzicht in mogelijke realisatie voor zonop-dak tot 2025 en wat daarna te verwachten is. In dit spoor hebben de individuele gemeenten en Stedin een belangrijke rol. Schematische weergave # 1
Acties Opdracht richting Kadaster instellen voor een inventarisatie
Planning Gedaan in week 47
Actiehouder Projectteam
2
Een document met relevante informatie / subsidies voor initiatiefnemers zodat regio/gemeenten deze (online) kunnen verspreiden (format met ruimte voor lokale aanvulling) Uitkomst aanvraag Kadaster (dit wordt zo snel mogelijk gedeeld)
IJkmoment 2 (17 dec)
Projectteam
Week 53
Gemeenten
Gemeenten hebben in kaart gebracht met wie het gesprek aan te gaan, een eerste inschatting van gemeenten over zon-opdak Inzicht in (on)mogelijkheden net via Stedin verkrijgen
IJkmoment 3 (21 jan)
Gemeenten
Concept RES 1.0 (18 feb) Concept RES 1.0 (18 feb)
Stedin
3 4
5 6
Een realistische inschatting zon-op-dak (percentage van de potentie)
Projectteam
12
Spoor 2: Grootschalig zon-pv op overkapte parkeerterreinen Dit spoor heeft veel overeenkomsten met spoor 1. Vanuit de regio is er ondersteuning door het bundelen van informatie en het aanbieden van een provinciebrede applicatie om lokale mogelijkheden in kaart te brengen. Ook worden de kaders voor een businesscase in kaart gebracht. Daarnaast heeft het projectteam een uitvraag bij het Kadaster uitgezet (combinatieaanvraag met spoor 1). Deze informatie helpt om de inschatting voor grootschalig zon-pv op overkapte parkeerterreinen realistisch te maken. Het eindproduct van het Kadaster bestaat uit een rapportage waarin wordt ingegaan op de aantallen, omvang en eigendomssituatie van alle parkeerplaatsen in de regio. Daarnaast wordt een bestand beschikbaar gesteld waarin alle parkeerplaatsen zijn opgenomen. Daarnaast wordt de applicatie van de provincie (scan parkeerterreinen) ook gebruikt om de potentie van dit spoor in kaart te brengen. Alle gemeenten gaan verder (of starten) met het benaderen van lokale ondernemers (verenigingen en – kringen) en terreinbeheerders. De coördinatie en uitvoering van deze trajecten wordt opgepakt door individuele gemeenten. Gemeenten zullen hiervoor actief partijen moeten benaderen. Dit vraagt om een (tijds)inspanning, waarbij het niet realistisch is om in deze korte periode tot de RES 1.0 alle mogelijke partijen te benaderen.
Mogelijkheden voor zon op overkapte parkeerplaatsen worden met Stedin gedeeld. In ieder geval tijdens ijkmoment 3 leveren de gemeenten een inschatting aan, Stedin kan vervolgens aan geven waar wel/misschien/geen kansen liggen. Bij voorkeur via een kaart met groen/geel/rode kleuren. Dit leidt tot een realistische inschatting hoeveel zon op overkapte parkeerterreinen we kunnen realiseren en in welk tijdsframe. Dit geeft een inzicht in mogelijke realisatie voor zon-op-dak tot 2025 en wat daarna te verwachten is. Ook in dit spoor hebben de individuele gemeenten en Stedin een belangrijke rol.
Schematische weergave #
Acties
Planning
Actiehouder
1
Opdracht richting Kadaster instellen voor een inventarisatie
Gedaan in week 47
Projectteam
2
Een document met kaders voor een businesscase, met daarbij een voorbeeld businesscase
IJkmoment 2 (17 dec)
Projectteam
3
Uitkomst aanvraag Kadaster (dit wordt zo snel mogelijk gedeeld)
Week 53
Gemeenten
4
Gemeenten hebben in kaart gebracht met wie het gesprek aan te gaan; Een eerste inschatting gemeenten over zon-op-overkapte parkeerterreinen Inzicht in (on)mogelijkheden net via Stedin verkrijgen Een realistische inschatting zon op overkapte parkeerterreinen (percentage potentie)
IJkmoment 3 (21 jan)
Projectteam
Concept RES 1.0 (18 feb) Concept RES 1.0 (18 feb)
Stedin Projectteam
5 6
13
Spoor 3: Zonne-energie langs infrastructuur (A1, A12 en A28) Spoor 3 vraagt om een combinatie van een lokale en regionale aanpak. Enkele jaren geleden is er gestart met onderzoek naar zonne-energie langs de A1. Dit bouwen we verder uit. Een goede samenwerking tussen Baarn, Eemnes, Amersfoort en Rijkswaterstaat is belangrijk voor dit spoor, daarom zal in de eerste stap de medewerking van RWS worden gezocht (via programma RWS). Vervolgens kunnen onderzoeken worden opgestart. De regio neemt de trekkersrol voor dit spoor. Als eindresultaat voor de RES 1.0 zien we graag of er een GO/NO GO komt voor een volgende stap wat betreft zonne-energie langs de snelwegen. Zonne-energie langs de A28 is in een verder stadium. Hier is een quickscan al uitgevoerd, dit spoor richt zich op zonne-energie, de quickscan betreft zon en wind. De quickscan is het uitgangspunt. Voor zonne-energie langs de A28 willen we naar hetzelfde eindresultaat toewerken als langs de A1. Een GO/NO GO om naar de volgende fase toe te gaan voor zonne-energie langs de A28. De regio neemt de trekkersrol voor dit spoor. De gemeente Zeist heeft de trekkersrol namens de regio U16. Een belangrijke rol is hier weggelegd voor RWS. Vanuit het projectteam gaan we het gesprek aan met RWS over de mogelijkheden langs de A1 en A12. Voor de A12 wordt de gemeente Woudenberg nauw betrokken en geïnformeerd.
Op dit spoor ligt ook een kans voor lokaal eigendom, we verwachten weinig weerstand vanuit de omgeving op dit spoor. Ervaringen vanuit dit proces en het proces van spoor 4 worden samengevoegd en met elkaar gedeeld om van te leren.
Schematische weergave # 1
Acties A1 en A12: Medewerking RWS - Toewerken naar een gezamenlijke uitvraag en aanbesteding quickscan (vergelijkbaar met A28) A28: Stand van zaken - uitkomst quickscan is uitgangspunt. Daarna lopen stappen gelijk met A1
Planning IJkmoment 2 (17 dec)
Actiehouder Projectteam
IJkmoment 2 (17 dec)
Projectteam,
3
Tijdens ijkmoment 2 moet alles in gang zijn A1, A12 en A28
IJkmoment 2 (17 dec)
Projectteam
4
Eerste inschatting hoeveel we langs snelwegen kunnen realiseren tot 2030 voor in RES 1.0 haalbaarheidsonderzoek en businesscase (komt voort uit resultaten quickscan)
IJkmoment 3 (21 jan)
Projectteam
5
GO/NO GO moment om door te gaan naar de volgende fase op basis van resultaten onderzoeken; Inschatting of / hoeveel hier kan worden gerealiseerd voor in het bod RES 1.0
Concept RES 1.0 (18 feb)
Projectteam
2
14
Spoor 4: Windenergie langs infrastructuur (A12, A28) In de gemeente Woudenberg ligt een zoekgebied voor windenenergie langs de snelweg A12. Van dit zoekgebied is bekend dat de afstand tot een onderstation van netbeheerder Stedin (om een eventueel windpark op het net te kunnen aansluiten) relatief groot is. Daarnaast is de dichtheid van onderstations rond de A12 laag. Dit betekent dat de komst van een windpark in het zoekgebied in de gemeente Woudenberg de aansluitmogelijkheden van andere nieuwe windparken langs de A12 kan beïnvloeden, of andersom. De rest van de A12 in de provincie Utrecht valt in het gebied van de RES regio’s U16 en Foodvalley. Het afgelopen halfjaar heeft de provincie Utrecht een overleg gefaciliteerd tussen o.a. de gemeenten aan de A12 ten oosten van de stad Utrecht (binnen de Utrechtse provinciegrenzen) en netbeheerder Stedin. Eén van de uitkomsten van dit afstemmingsoverleg is een scenariostudie van Stedin naar de aansluitmogelijkheden en -opties van (vooralsnog) fictieve windparken langs de A12, zoals dit zoekgebied in de gemeente Woudenberg. In het kader van dit overleg wordt ook met Rijkswaterstaat gesproken over de mogelijkheden van zonnepanelen langs de A12. Eind dit jaar vindt bestuurlijk overleg plaats over wat opgehaald is, en worden vervolgafspraken geformuleerd.
Ook langs de A28 is windenergie mogelijk kansrijk, dit wordt ook meegenomen tijdens de bespreking. Tijdens dit overleg wordt ook de rol- en taakverdeling besproken tussen de provincie, gemeenten en RES regio’s. Voor dit spoor is er dus sprake van een bovenregionale aanpak, samen met de U16 en Foodvalley regio’s. Processtappen moeten worden afgestemd met de U16 en Foodvalley regio’s en de provincie zal hierin een faciliterende rol vervullen. Voor ons bod sturen we erop dat wij bij het 3e ijkmoment duidelijkheid hebben over (technische en economische) kansen van dit spoor.
Schematische weergave # 1 3.
3.
4
5
Acties Stand van zaken besproken met Provincie, Stedin en betreffende gemeenten Start onderzoeken om locaties concreter te maken (technische en economische haalbaarheid)
Planning IJkmoment 2 (17 dec)
Actiehouder Projectteam
IJkmoment 2 (17 dec)
Projectteam
Voortgang onderzoeken waar mogelijk bekend (radarreflectie, ecologie, netwerk, externe veiligheid en businesscase) GO/NO GO moment om door te gaan naar de volgende fase op basis van resultaten onderzoeken; Inschatting of / hoeveel hier kan worden gerealiseerd voor in het bod RES 1.0 Verkenning windenergie: (In welke mate) Is windenergie kansrijk langs de A12?
IJkmoment 3 (21 jan)
Projectteam
Concept RES 1.0 (18 feb)
Projectteam
Concept RES 1.0 (18 feb)
Projectteam
15
Spoor 5: Overige windclusters (voorheen Leusderheide) In het besluitvormingstraject van de concept RES bleek in Leusden dat er geen draagvlak is voor het realiseren van 14 windturbines op de Leusderheide. Ook het Rijksvastgoedbedrijf (RVB/defensie) heeft aangegeven geen ruimte te zien voor 14 windturbines. Op weg naar de RES 1.0 onderzoeken we waar mogelijk wel draagvlak is voor windenergie (in combinatie met het radaronderzoek door TNO). Hiervoor gaan wij op zoek naar alternatieven. De locatie van de Leusderheide blijft wel een zoekgebied in de RES 1.0. Regionaal lopen er op dit spoor gesprekken met het Rijksvastgoedbedrijf (RVB/defensie) en zijn we in afwachting van onderzoeksresultaten van TNO naar radarverstoring. Als wij deze resultaten hebben, zal duidelijk worden welke vervolgstappen we kunnen zetten. Met hulp van de digitale toolkit windenergie (Ontwerp Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht) kunnen kansrijke locaties voor windenergie in beeld worden gebracht. Op dit moment werkt de provincie aan een onderzoek naar vliegroutes van trekvogels en vleermuizen in de provincie Utrecht om de toolkit verder compleet te maken. Gemeenten werken aan een lokaal uitnodigingskader voor zon en wind. Mogelijk is dat hierbij kansrijke locaties voor wind naar voren komen. Als dat het geval is bekijken we vanuit de regio of dat bij spoor 5 te betrekken is.
Vanuit de regio kan ondersteuning worden geboden aan de gemeentes met hulp bij onderzoeken en participatie. De trekkersrol hiervoor ligt bij de individuele gemeenten. De nieuwe locaties die gemeenten inbrengen zullen vervolgens door Stedin worden doorgerekend, om de economische en technische haalbaarheid te bepalen. Als eindresultaat op dit spoor moet blijken waar windenergie mogelijk is in de regio om op te nemen in de RES 1.0, om ook op deze manier het bod robuuster te maken.
Schematische weergave # 1 2
3.
4 5
Acties Afstemming met Defensie en TNO over voortgang onderzoeken Met hulp van de provinciale toolkit windenergie brengen gemeenten kansrijke windlocaties in beeld Wanneer uitnodigingskader van gemeenten kansen biedt voor windenergie wordt dit meegenomen in de doorrekening (in combinatie spoor 9) Stedin rekent door wat nieuwe locaties kunnen opbrengen; Toets provinciaal kader
Planning IJkmoment 1 (19 nov)
Actiehouder Projectteam
IJkmoment 3 (21 jan)
Gemeenten
IJkmoment 3 (21 jan)
Gemeenten
Concept RES 1.0 (18 feb)
Stedin, Provincie
Verkenning windenergie: waar is windenergie mogelijk in de Regio? Inschatting op basis van toolkit provincie, initiatieven gemeenten en afstemming Stedin
Concept RES 1.0 (18 feb)
Projectteam
16
Spoor 6: Uitwerking Regionale Structuur Warmte Op dit spoor zal nog veel duidelijk moeten worden. Hierop is in een eerder stadium een regionale aanpak voorgesteld. Wij zullen vanuit de regio starten met een inventarisatie van de plannen van Lardarel, Tulp en Van de Groep. Hierbij is het belangrijk om de doorlooptijd van de initiatieven in kaart te brengen. Aan de hand daarvan kunnen wij bepalen of het realistisch is om de plannen op te nemen in de RES 1.0 tot 2030. Op dit moment is het niet goed in te schatten of onderstaande planning haalbaar is. De komende maanden zal duidelijk worden welke stappen gezet kunnen worden op dit spoor. Als het niet mogelijk blijkt om stappen te zetten op dit spoor, is dat ook een conclusie. Een aandachtspunt hierbij is de relatie met de lokale warmte visies. Dat geldt ook voor de plannen met betrekking tot grootschalige aquathermie (Eemmeer/Nijkerkernauw/Nieuwland/Eem). Een voorbeeld/inspiratie voor dit spoor is de aanpak van de RES U16: warmtespoor.
Schematische weergave # 1
2
3.
Acties Inventarisatie van de plannen van Lardarel (vraag Eemnes), Tullip (vraag gemeente Amersfoort) en Van de Groep zijn (Inventarisatie) Zijn de plannen realiseerbaar en kunnen ze worden meegenomen in het bod van de RES 1.0? De stappen waar mogelijk in beeld brengen (doorlooptijd) Aangeven wat je wel gaat doen tot 2030? In relatie tot lokale warmte transitie visies
Planning IJkmoment 2 (17 dec)
Actiehouder Projectteam
IJkmoment 3 (21 jan)
Projectteam
Concept RES 1.0 (18 feb)
Gemeenten
17
Spoor 7: Uitwerking Lokaal eigendom Vanuit de regio gaan we in overleg met andere partijen (o.a. NMU, Energie Samen, Projectenbureau Energie Corporaties Utrecht, LTO, Eemland 300, Jong RES) om ideeën op te halen voor de uitwerking van het lokaal eigendom waarbij ruimte is voor maatwerk per gemeente. Vanuit het projectteam gaan wij ook op zoek naar goede voorbeelden van andere regio’s. Energie Samen levert goede voorbeelden aan voor dit spoor en is nauw betrokken. Spoor 7 en 8 hebben geen directe invloed op hoogte van het bod. Het eindresultaat is een afwegingskader voor projecten – inclusief juridische afdwingbaarheid. Dit is een format wat gemeenten kunnen gebruiken. Het streven is om bij te dragen aan de eenheid in de regio, waarbij er dus voor de gemeenten ruimte is voor maatwerk. Op deze manier moet er lokaal geprofiteerd worden van de projecten in onze regio. Als Stedin de plannen vanuit de andere sporen heeft doorgerekend, dan willen we ook de uitkomst daarin meenemen. Op deze manier moet het lokaal eigendom geborgd zijn en blijven, een mogelijkheid hiervoor is de uitwerking van een gebiedsfonds. Een aandachtspunt hierbij is de besluitvorming in de raden, dit wordt uitgewerkt in een bijgevoegde notitie bij het afwegingskader. De raden worden hierover tijdig geïnformeerd middels een nieuwsbrief.
Schematische weergave # 1
Acties Overleg met andere partijen in de regio afgerond uitvoerbare voorstellen moeten we verwerken inventarisatie mogelijkheden Concept afwegingskader voor projecten is ingebracht in kernteam (en evt. BO RES) 2e versie afwegingskader wordt gedeeld met gemeenten in kernteam (en evt. BO RES)
Planning IJkmoment 2 (17 dec)
Actiehouder Projectteam
IJkmoment 2 (17 dec)
Projectteam
IJkmoment 3 (21 jan)
Projectteam
4
Notitie toevoegen voor besluitvorming raden
IJkmoment 3 (21 jan)
Projectteam
5
Afwegingskader voor projecten - inclusief juridische afdwingbaarheid
RES 1.0 concept (18 feb)
Projectteam
2 3
18
Spoor 8: Economisch belang Voor spoor 8 geldt hetzelfde als spoor 7. Toch houden we de sporen apart, omdat we in dit spoor het economisch belang (kans en impact) centraal stellen. Ook hiervoor gaan we op zoek naar goede voorbeelden. Spoor 7 en 8 hebben geen directe invloed op de hoogte van het bod. Het eindresultaat is hier een document met economische aandachtspunten voor nieuwe initiatieven. Aandachtspunten hierbij zijn o.a. het verdienmodel en ook de mogelijke gevolgen voor de energierekening (verhoging energierekening bij grote investeringen Stedin / consequenties voor landbouwvrijstelling agrariërs).
Schematische weergave # 1
2 3
Acties Overleg met andere partijen in de regio afgerond uitvoerbare voorstellen moeten we verwerken inventarisatie mogelijkheden Concept document economisch belang in kernteam (en evt. BO RES) Aangepast document met economische aandachtspunten voor nieuwe initiatieven
Planning IJkmoment 2 (17 dec)
Actiehouder Projectteam
IJkmoment 3 (21 jan)
Projectteam
RES 1.0 concept (18 feb)
Projectteam
19
Spoor 9: Robuuster maken RES Bod Dit spoor vraagt om zorgvuldige participatieprocessen van de individuele gemeenten. Dit is door de gemeenten ook aangekaart in het kernteamoverleg van 3 november 2020 en in de bilaterale overleggen die daarop volgden. In bijlage 2 zijn de planningen (voor zover bekend) en (beknopte) verslagen van de bilaterale gesprekken weergegeven. Deze planningen lopen niet altijd parallel met het RES 1.0 proces, maar worden zo goed mogelijk gestroomlijnd. Onderstaande kansenkaart komt uit de Concept RES. De enige wijziging is het ‘afvallen’ van het Eemmeer, vanwege N2000 gebied. Deze kansenkaart bevat de kansrijke zones die zijn bepaald in de vorige RES fase. De kaart is (beter leesbaar) ook te vinden in de concept RES Regio Amersfoort (p.44). Het doel van dit spoor is deze kansenkaart verder aan te gaan vullen.
20
De gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitwerking van dit spoor. Vanuit de regio willen wij gemeenten niet beperken, maar juist ervoor zorgen dat in iedere gemeente een participatietraject op gang komt. Hierin faciliteert de regio ook met eerder genoemde informatie (o.a. handreiking zonop-dak, resultaten uitvraag Kadaster, provinciale toolkit wind). Tijdens de ijkmomenten zal blijken of dit daadwerkelijk in iedere gemeente van de grond komt. In het vervolg (december en januari) worden bila’s ingepland met de individuele gemeenten om dit te bespreken. In dit spoor vallen dus ook de ‘losse’ windmolens en zonnevelden, die niet expliciet zijn opgenomen in voorgaande sporen. Bij het tweede ijkmoment bieden de gemeenten (voor zover mogelijk) een eerste tussentijdse opbrengst aan bij Stedin (hard/semi-hard/zacht) met mogelijke nieuwe initiatieven voor de RES 1.0. De tussentijdse opbrengst wordt in de vorm van een longlist gedeeld met Stedin. Dit doen gemeenten ook tijdens het derde ijkmoment. Op deze manier kan Stedin een actieve rol innemen in het proces. Stedin levert ook zijn kaders en richtlijnen aan voor nieuwe initiatieven (kaart met groen/oranje/rode locaties). Het projectteam, gemeenten en Stedin overleggen onderling in de periode december/januari over de stand van zaken. Ook verwachten wij in deze periode een bod van onderop van NMU.
NMU organiseert in november en december een aantal werksessies met de eigen achterban. De resultaten komen hiervan in januari beschikbaar (zie bijlage 3). Vanuit het projectteam en de provincie is de communicatie met de NMU geregeld en wordt dit gedeeld met de gemeenten. Dat geldt ook voor de communicatie met bijvoorbeeld Eemland 300 en LTO, dit wordt ook regionaal verzorgd. De input van deze partijen wordt waar mogelijk ingebracht als zachte plancapaciteit in de RES 1.0. Bij het aanbieden van de concept RES 1.0 heeft Stedin bovenstaande initiatieven doorgerekend en wordt duidelijk in hoeverre het bod robuuster gemaakt is. Als deze planning niet haalbaar is/blijkt dan stemmen de desbetreffende gemeente en projectteam/RES-coördinator onderling af tijdens de bilaterale overleggen.
Schematische weergave # 1
Acties 1e opbrengst gemeenten wordt tussentijds aangeboden bij Stedin
Planning IJkmoment 2 (17 dec)
Actiehouder Gemeenten, Stedin
2
2e opbrengst gemeenten wordt tussentijds aangeboden bij Stedin
IJkmoment 3 (21 jan)
Gemeenten, Stedin
3
Stedin rekent door en geeft wat er mogelijk is
Stedin, Projectteam
4
Het RES 1.0 bod is voor zover mogelijk verder gevuld met lokale initiatieven
Concept RES 1.0 (18 feb) Concept RES 1.0 (18 feb) en Definitief RES 1.0 (18 maart)
Projectteam
21
Bijlagen Bijlage 1. Planning RES 1.0 Zie bijgevoegd bestand met de planning.
22
Bijlage 2. Planning en beknopt verslag bila’s gemeenten Amersfoort De planning van Amersfoort komt binnenkort. Het participatieplan van Amersfoort is op 16 november 2020 in de staf met de wethouder besproken en wordt gedeeld met de RES partners. In Amersfoort zijn er een aantal initiatieven voor nieuwe duurzaamheidsprojecten. De bekendste is Soesterwijk Wiek, met als doel om de wijk energieneutraal te maken met windmolens op het industriegebied naast de wijk. Ook andere initiatieven, voornamelijk gericht op ‘kleinschalig zon’, komen naar voren in Amersfoort.
Baarn De planning in Baarn is nog niet bekend. Een nieuwe projectleider en nieuwe communicatiemedewerker duurzaamheid zijn gestart in de week van 16 november in Baarn. Vanaf 16 november is Baarn aan de slag met een plan van aanpak voor een participatietraject. De verwachting is dat in zes weken een plan van aanpak wordt opgeleverd. Dan kan er gestart worden met een participatietraject in Baarn. De toezegging is gedaan dat de regio tijdig wordt geïnformeerd wanneer zich nieuwe initiatieven aandienen. Het streven is om tijdens het derde ijkmoment (21 januari) een eerste inschatting naar Stedin te sturen.
Bunschoten Vanuit Bunschoten is de volgende planning met de regio gedeeld: Voorlopige planning afwegingskader: - dec/nov ’20: inventarisatie belemmeringen, peiling inwoners - jan-mrt ‘21: schets op hoofdlijnen - apr-jun ‘21: werkateliers, concept - jun-sep ‘21: definitieve versie afwegingskader - sep-dec ‘21: besluitvorming over kader en evt. locaties Ook voor Bunschoten geldt dat het streven is om tijdens het derde ijkmoment (21 januari) een eerste inschatting naar Stedin te sturen.
Eemnes Een planning vanuit Eemnes is nog niet realistisch. Vanuit de gemeentelijke coalitie is er op het moment geen animo voor nieuwe initiatieven. In december is er een raadsoverleg over de huidige doelstelling van Eemnes: klimaatneutraal worden. De mogelijkheden voor nieuwe initiatieven (tweede zonnepark) zijn afhankelijk van de uitkomst van dit overleg. Wind lijkt geen optie op dit moment. Als er nieuwe initiatieven mogelijk blijken vanaf december, kunnen deze worden meegenomen in de concept RES 1.0 Daarnaast is gebleken dat er weinig capaciteit is in Eemnes om voor spoor 1 en 2 een inspanning te leveren. Alle ondersteuning op dit gebied is welkom vanuit de regio, hierin zullen we vanuit de regio faciliteren met de stappen die zijn beschreven bij spoor 1 en 2. Op korte termijn probeert Eemnes de personele capaciteit te vergroten.
23
Leusden Leusden heeft aangegeven zelf aan de lat te willen staan voor het participatietraject. De regio is verantwoordelijk voor gemeente overstijgende initiatieven en moet zorgen voor een solidariteitsgevoel. In Leusden wordt gewerkt aan het uitnodigingskader voor de opwek van duurzame energie (zon- en wind). Dit proces is gereed op 1 april 2021 (dwz: Er ligt op 1 april 2021 een eindproduct dat met betrokkenheid van inwoners tot stand is gekomen en door college en raad is/wordt vastgesteld). Tussentijds brengt Leusden mogelijke initiatieven in tijdens de ijkmomenten. Ook is aangegeven dat de werkzaamheden voor spoor 1 en 2 (tijds)intensief zijn.
Soest Er ligt een uitgebreide en gedetailleerde planning (met o.a. workshops met inwoners en betrokkenen, internetconsultatie en verdiepingssessies) voor het uitnodigingskader. Deze planning is (door Soest) gedeeld met de regio, de provincie en de overige gemeenten. Het gemeentelijke traject en de opbrengst daarvan wordt zo goed mogelijk verwerkt in de RES 1.0 en voor het vervolg in de RES 2.0. In week 2 van 2021 bespreekt het college van Soest het stuk voor de wegingssessie dat (ook) naar de raad gaat. Dat is vlak voor ons derde ijkmoment (21 jan). De raadsbijeenkomst in Soest over de wegingssessie ligt voor het vierde ijkmoment (18 feb) in dit plan van aanpak. Het collegebesluit in Soest over het Uitnodigingskader ligt vlak voor het vijfde ijkmoment (18 mrt) in dit plan van aanpak. De uitkomsten van dit proces worden tussentijds informeel gedeeld met de regio, onder voorbehoud dat het college de raad eenduidig zijn (geen politieke gevoeligheid). Bij deze informatie wordt voor de volledigheid steeds verwezen naar het moment van besluitvorming in Soest. Een goede communicatie tussen Soest en het regionale projectteam is belangrijk om ervoor te zorgen dat de inbreng (voor zover mogelijk) vanuit Soest (harde/semi-harde/zachte plancapaciteit) op een zo goed mogelijke manier in de RES 1.0 wordt verwerkt.
Dit wordt gezamenlijk door (het projectteam van) de regio en de gemeente Soest op een zo goed mogelijke manier gestroomlijnd.
Woudenberg De gemeenteraad in Woudenberg wil een realistisch bod in de RES 1.0, dat is het belangrijkste. In januari zal moeten blijken wat een reëel bod is. Kansen in Woudenberg liggen er bij zon-op-dak en kleine windmolens (max 25m) bij agrariërs. Dit is ook benoemd in de raad. Aangegeven is dat technische en economische gegevens eerst kenbaar moeten zijn, voordat initiatiefnemers benaderd worden / in actie komen. Nu zijn er bijvoorbeeld vaak technische problemen bij het aansluiten van agrarische bedrijven. Daardoor haken deze bedrijven af. De planning van Woudenberg is dan ook afhankelijk van het beschikbaar komen van informatie. Woudenberg heeft aangegeven tijdens het 2e en 3e ijkmoment mogelijke initiatieven in te brengen in de RES.
24
Bijlage 3. Planning Bod van onderop NMU De NMU wil de komende tijd samen met de achterban een tegenbod van onderop organiseren. Het doel daarvan: 0,5 TWh grootschalig opwek in deze regio uit zon en wind, met aandacht voor natuur & landschap. De ideeën worden samengevat in een manifest (met gebieden, locaties en spelregels) en worden aangeboden aan de regio. Hierbij werkt de NMU samen met Energie Samen. In een aantal stappen wordt het bod samengesteld. Dit gebeurt onder andere tijdens een drietal online werksessies op 17 november, 1 december en 15 december. In januari 2021 leveren ze vervolgens het bod aan.
25
Bijlage 4. Amendementen, afwijkende collegebesluiten en moties concept RES In de besluitvorming over de concept RES zijn 2 amendementen, 2 afwijkende collegebesluiten en 22 moties aangenomen:
Onderstaand zijn de amendementen, collegebesluiten en moties weergegeven onderverdeeld naar de 9 sporen van RES 1.0.
Zon Spoor 1: Grootschalig zon-pv op bedrijfsdaken Spoor 2: Grootschalig zon-pv op overkapte parkeerterreinen Spoor 3: Zonenergie in geluidsschermen langs infrastructuur (A1 en A28) M7 - Bunschoten i. Door toezending van deze motie ‘salderingsregeling’ aan de minister van EZK een krachtige oproep te doen om de afbouw van de salderingsregeling terug te draaien en deze oproep te delen met de VNG, het bureau Regio Amersfoort alsmede omliggende gemeenten. M16 – Woudenberg
26
Door toezending van deze motie aan de minister van EZK een krachtige oproep te doen aan de minister om de afbouw van de salderingsregeling terug te draaien en deze oproep te delen met de VNG, bureau Regio Amersfoort en de raden van de regiogemeenten. M17 – Woudenberg Het college te verzoeken de vraag naar juridische mogelijkheden om bij nieuwbouw voldoende draagkracht te eisen van platte daken voor het plaatsen van zonnepanelen mee nemen naar de regio, zodat dit vraagstuk vanuit de regio opgepakt kan worden.
Wind Spoor 4: Windenergie langs infrastructuur (A12) Spoor 5: Overige windclusters in de regio A2 – Leusden In te stemmen met het ‘addendum Leusden bij concept Regionale Energie Strategie (RES) Regio Amersfoort 1.0 waarin is vastgelegd dat: • •
de haalbaarheid van een groot windturbinecluster op Leusderheide op dit moment onwaarschijnlijk is; daarom in de uitwerking naar een definitief RES-bod 1.0 in de hele regio wordt gezocht naar andere zoekgebieden voor duurzame grootschalige opwek.
In de ontwikkeling van de RES 2.0 het succes van het solidariteitsprincipe te evalueren. C1 – Leusden Bij de uitwerking van het concept-bod RES naar een definitief bod RES 1.0 moeten er naast het zoekgebied voor windturbines op de Leusderheide ook elders zoekgebieden voor grootschalige opwek worden aangewezen, ook in andere gemeenten, zodat de RES meer in balans is en de Leusderheide substantieel minder wordt belast met windturbines. M19 – Woudenberg In samenwerking met de andere gemeenten in de Regio Amersfoort : Het kansgebied voor windmolens op de Leusderheide te heroverwegen en in de uitwerking naar een definitief RES-bod 1.0 regionaal onderzoek te doen naar meer haalbare, realistische zoekgebieden voor duurzame opwek, waarbij 1. de Leusderheide wel onderdeel zou kunnen zijn van een integrale oplossing om de ambitie te halen 2.
de ambitie van 0,5 TWh als doelstelling blijft gelden voor de Regio Amersfoort M21 – Woudenberg Het college te verzoeken in samenwerking met de gemeenten in de regio Amersfoort: - Te onderzoeken of er beleid kan worden opgesteld voor het plaatsen van “kleine” windturbines dat bijdraagt aan het behalen van de doelstellingen van het klimaatakkoord en de regionale Energie Strategie; - LTO Noord, Gelderse Vallei te consulteren tijdens dit onderzoek Bij dit onderzoek te betrekken: - aan welke voorwaarden voldaan dient te worden om dergelijke turbines te plaatsen 27
- onder welke voorwaarden de business case voor agrariërsrendabel is De uitkomsten te delen met de Raad
Warmteplannen Spoor 6: Uitwerking Regionale Structuur Warmte M6 - Bunschoten i. Om bij nieuwbouw- en ombouwprojecten de geluidsproductie van warmtepompen mee te nemen in de besprekingen met projectontwikkelaars en bouwers.
Lokaal (economisch) belang Spoor 7: Uitwerking Lokaal eigendom Spoor 8: Economisch belang A1 – Bunschoten Het college te verzoeken om een financieel participatiekader op te stellen waardoor Bunschoten deelgenoot kan worden van de verduurzaming van Bunschoten. Hiermee worden inwoners, verenigingen en de gemeente zelf bedoeld. De uitvoering van de Regionale Energie Strategie is een opgave voor de gehele samenleving. Daarvoor moet de gehele samenleving investeren, maar zij moet ook de uiteindelijke opbrengsten kunnen ontvangen.’ M1 – Amersfoort 1. Naar letter en geest de communicatie over het RES-traject met de Amersfoortse burgers voortvarend ter hand te nemen, ook wat betreft het bereik van de boodschap. 2. Kaders op te stellen waardoor burgers en lokale bedrijven zoveel als mogelijk kunnen participeren in het ontwikkelen en exploiteren van alternatieve energiebronnen. 3. Binnen honderd dagen met een plan over de communicatie en participatie met bijbehorende kaders bij de raad te komen. M10 – Bunschoten Binnen de regio aan te geven dat de instemming van de gemeente Bunschoten als indicatief en kaderstellend moet worden gezien en pas definitief kan worden beschouwd wanneer er de garantie is dat de uitvoering voor de gemeente Bunschoten kosten neutraal zal zijn.
M14 – Leusden Om een financieel participatiekader op te stellen waardoor inwoners, organisaties en de gemeente zelf deelgenoot kunnen zijn van de verduurzaming van Leusden. M22 – Woudenberg om in samenwerking met de gemeenten in de in Regio Amersfoort te onderzoeken of het mogelijk is om bij initiatieven in de regio/regiogemeenten ten behoeve van de RES in de geest van het klimaatakkoord 50% lokaal eigendom te bereiken.
28
Lokale trajecten Spoor 9: Robuuster maken RES Bod C2 – Soest College kan conform instemmen mits in het Concept-bod op pagina 18 onder het kopje Soest de tekst wordt aangevuld met: “Om de ruimtelijke inpassing van grootschalige elektriciteitsopwekking in ieder geval tot 2030 zo zorgvuldig mogelijk te realiseren, stellen we een Uitnodigingskader elektriciteitsopwekking op. Daarbij geldt voor de gemeente Soest één duidelijk kader: niet in de polder.” M2 – Amersfoort Het RES bod te verhogen tot een bod waarbij de ambitie om minimaal een 49% CO2-reductie te realiseren wordt behaald M3 – Amersfoort In het RES bod 1.0 de voorgenomen zonnevelden in Vathorst Noord op te nemen. M4 – Baarn Om in de zoektocht naar overige kansrijke gebieden ter realisatie van 49% CO2-reductie in 2030 vast te houden aan de uitdrukkelijke wens om de volgende gebieden niet aan te wijzen als mogelijke zoeklocatie voor het plaatsen van windturbines en zonneweiden: NNN-gebieden, N2000- gebieden en gebieden nabij ecopassages, zoals de bossen van Baarn en Lage Vuursche en het open landschap Arkemheen. M5 – Bunschoten In samenwerking met de andere gemeente in de Regio Amersfoort te onderzoeken: i. Hoe innovatie in de Regionale Energie Strategie (RES) een grotere en strategischer rol kan krijgen bij het behalen van de doelstellingen. ii.