A.16 Raadsinformatiebrief plan van aanpak RES 2.0 Regio Amersfoort.Pdf
Tekst van het document
Collegebesluit
Titel Regionale Energie Strategie 2.0 (RES 2.0) Regio Amersfoort Beslispunten Het college besluit: 1) In te stemmen met het plan van aanpak voor RES 2.0. 2) De raadsinformatiebrief vast te stellen.
Raadsinformatiebrief
Titel Regionale Energie Strategie 2.0 (RES 2.0) Regio Amersfoort Kennisnemen van Plan van aanpak voor RES 2.0 Aanleiding De decentrale overheden zijn al geruime tijd aan de slag met een belangrijk onderdeel van het Klimaatakkoord: de Regionale Energie Strategieën (RES). Samen werken zij in 30 energieregio’s aan plannen voor het opwekken van 35 TWh duurzame energie op land in 2030. Ook brengen ze vraag en aanbod van warmtebronnen in kaart in de regio, zodat deze efficiënt benut kunnen worden. De RES Regio Amersfoort bestaat uit de gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Eemnes, Leusden, Soest en Woudenberg. Daarnaast zijn de provincie Utrecht, Waterschap Vallei & Veluwe en netbeheerder Stedin betrokken. RES 1.0 De gemeenten in de RES Regio Amersfoort hebben zich het doel gesteld om in 2030 minstens 0,5 terawattuur (TWh) elektriciteit (grootschalig) op te wekken met hernieuwbare energiebronnen. De kansrijke initiatieven en mogelijkheden zijn vastgelegd in de Regionale Energie Strategie 1.0 (RES 1.0) die rond de zomer van 2021 is vastgesteld door de gemeenteraden, Provinciale Staten en algemeen bestuur van het waterschap. Daarnaast heeft de regio de ambitie uitgesproken om in 2030 een CO₂reductie van 49% te realiseren. RES 2.0 De RES 2.0 is een doorontwikkeling van de RES 1.0 én een volgende stap in het realiseren van de opgaven voor 2030.
De rol en aanpak die we als regio hierin willen spelen, is uitgewerkt in het plan van aanpak voor de RES 2.0. Dit plan van aanpak beschrijft de visie en de aanpak op hoofdlijnen, waarmee we als regio toewerken naar de RES 2.0, vast te stellen op 1 juli 2023.
De opgave voor de RES is niet beperkt tot het opwekken van hernieuwbare energie uit zon of wind. In de RES-opgave worden ook de mogelijkheden op regionale schaal in beeld gebracht voor de inzet van de duurzame energiebronnen geothermie en aquathermie. Ook kijken we binnen de RES wat de impact is op de netwerkinfrastructuur en wat hier voor nodig is aan uitbreiding. CO2 -reductie Er ligt momenteel (op regionale schaal) een sterke focus op de RES om CO₂ -reductie te behalen. Parallel aan dit plan van aanpak zijn we gestart met de opzet van een regionaal programma Minder CO₂ (werktitel). In het programma Minder CO₂ zal met name worden gefocust op de thema’s van de energietransitie binnen de klimaattafels die tot nu toe geen aandacht in de RES krijgen en gemeentegrens overschrijdend zijn, zoals bijvoorbeeld de besparingskant van de tafel Gebouwde Omgeving. Voor het programma Minder CO2 zal in een later stadium een apart plan van aanpak opgesteld worden. Doelstelling van dit programma zal zijn: ‘CO2 reducerende activiteiten in kaart hebben én aanvullend ten uitvoer brengen waar regionale samenwerking meerwaarde heeft om een bijdrage te leveren aan de CO2-ambitie van de regio’.
Impact op het elektriciteitsnetwerk
De relatie van de RES en het programma Minder CO₂ is in onderstaand figuur weergegeven. Landelijk
ambitie 49% CO2-reductie
Regio Amersfoort
ambitie 49% CO2-reductie
Elektriciteit
RES 2.0
Gebouwde Omgeving
RSW RES-opgave
Mobiliteit
Industrie
Landbouw
Programma Minder CO2 (met focus op energietransitie )
Lokaal
Kernboodschap De besturen in de energieregio Amersfoort beschouwen de energietransitie als een cruciale en urgente opgave voor de komende decennia. De regionale ambities zijn er niet alleen omdat het nationaal Klimaatakkoord dit voorschrijft voor alle regio’s in Nederland. De bestuurders van de decentrale overheden in de Regio Amersfoort zijn zelf (lokaal en regionaal) overtuigd van de urgentie. Vanuit die overtuiging wil de regio stappen zetten om in 2030 tenminste 49% CO₂ -reductie te realiseren t.o.v. 1990. Door 0,5 TWh elektriciteit met hernieuwbare bronnen op te wekken, levert de RES een belangrijke bijdrage aan die opgave. Relatie met Leusdense aanpak In Leusden werken we via de routekaart aan een energieneutraal Leusden in 2040. De routekaart laat voor de vier belangrijkste energiethema’s in stappen van vijf jaar zien hoe we deze ambitie kunnen realiseren. Deze vier thema’s zijn de “gebouwde omgeving”, “duurzame mobiliteit”, “bedrijven” en
“duurzame opwek in het buitengebied/buiten de bebouwde kom”. De inzet in Leusden is om maximaal energie te besparen (met name volgens aanpak Transitievisie Warmte en wijkaanpakken) en op te wekken in bebouwd gebied, langs infrastructuur en op de daken. Het restant van de benodigde energie moet dan worden opgewekt buiten de bebouwde kom. De ruimte die we daartoe willen geven is afgelopen december voor de komende twee jaar vastgesteld in het uitnodigingskader zonne-energie en onderzoek windenergie. Daarmee geven we met onze lokale inspanningen invulling aan de RES en het programma minder CO2. De RES bestaat uit twee opgaven; nl. de warmteopgave (afstemming van warmtebronnen) en de opgave van grootschalige opwek van elektriciteit. In Leusden geven we invulling aan de lokale en regionale warmteopgave via onze Transitievisie Warmte en de bijbehorende wijkaanpakken. De opgave van het grootschalig opwekken van elektriciteit vullen we onder andere in met de bedrijvenaanpak (Maak werk van zon), het ‘uitnodigingskader zonne-energie en onderzoek windenergie’ en de in oprichting zijnde ‘taskforce boerendaken’. Onder andere met de lokale inzet op het besparen van energie en het verduurzamen van mobiliteit geven we invulling aan de regionale ambitie om de uitstoot van CO2 te beperken.
Consequenties De vijf werksporen van NP RES In de handreiking van het Nationaal Programma RES (NP-RES) zijn vijf ‘werksporen’ gedefinieerd om toe te werken naar de RES 2.0. Deze werksporen moeten ondersteunen bij het realiseren van de regionale doelen voor 2030 en moeten zorgen voor meer grip op de uitvoering. Deze werksporen zijn: 1. Borgen van het gezamenlijk uitvoeren in en tussen regio’s in een uitvoeringsagenda; 2. Bijdragen aan het gezamenlijk programmeren van duurzame energieopwek in samenhang met het regionale energiesysteem; 3. Verankeren van RES 1.0 en RES 2.0 in het omgevingsbeleid, inclusief lokaal eigendom; 4. Gedragen besluiten en uitvoering: permanente dialoog in een democratisch proces; 5. Inzicht in de voortgang en bereikte resultaten via monitoring en verantwoording. De ijkmomenten naar RES 2.0 In de RES 2.0 worden regionale projecten uitgewerkt die bijdragen aan de regionale doelstelling om in 2030 0,5 TWh elektriciteit grootschalig op te wekken met hernieuwbare energiebronnen. Ook wordt in beeld gebracht of en welke duurzame warmtebronnen regionaal ingezet kunnen worden. Deze bijdrage wordt gerealiseerd door: • • • •
Zon-op-dak; De ontwikkeling van energieopwekking op land door wind- en zonne-energie; De ontwikkeling van de regionale warmtetransitie in de gebouwde omgeving en utiliteitsbouw met de Regionale Structuur Warmte (RSW); De ontwikkeling van de benodigde opslag- en energie-infrastructuur.
Om sturing te geven aan deze opgaven wordt toegewerkt naar vier ijkmomenten tussen nu en de zomer van 2023: 1. Bij het eerste ijkmoment (eerste kwartaal 2022) vindt een eerste check plaats of we op koers liggen om de doelstelling van 0,5TWh grootschalige opwek te halen. 2. Bij het tweede ijkmoment (eind tweede kwartaal 2022) wordt de status van initiatieven in beeld gebracht en of de coalitieakkoorden gevolgen hebben voor het doel.
3. Bij het derde ijkmoment (eerste kwartaal 2023) beoordelen we de status van initiatieven en hoe deze in de RES 2.0 worden verankerd. 4. Bij het vierde ijkmoment (tweede kwartaal 2023) wordt de RES 2.0 vastgesteld door de colleges van B&W, GS en DB Waterschap. Treden en betrokkenheid van raden In de RES 1.0 is onderscheid gemaakt in de kansrijkheid van de initiatieven in de regio. De initiatieven zijn ingedeeld in vier treden (niet te verwarren met de treden van de Leusdense zonneladder)We hanteren de volgende tredebenadering om de voortgang te bewaken: o
o
o
o
Trede 4: te verkennen om het bod robuuster te maken. Voor deze zones is nog veel onbekend. Hierbij moet een verkenning nog worden opgestart. Een project komt na vaststelling van de verkenning met een collegebesluit van de gemeente(n) waar het betrekking op heeft in trede 3 terecht. Trede 3: in onderzoek; Kansrijke zones die in lijn met wet- en regelgeving realiseerbaar lijken. Nader onderzoek is noodzakelijk om de ecologische, economische en maatschappelijke impact in kaart te brengen. Een project komt na vaststelling van het onderzoek met een raadsbesluit van de gemeente(n) waar het betrekking op heeft in trede 2 terecht. Trede 2: richting besluitvorming over uitvoering; In trede 2 zijn de kansrijke projecten opgenomen, welke richting besluitvorming over uitvoering kunnen gaan. Besluitvorming vindt plaats met een raadsbesluit van de gemeente(n) waar het betrekking op heeft. Na vergunningverlening komt een project in trede 1 terecht. Trede 1: gerealiseerd of in uitvoering; Gerealiseerde en lopende initiatieven waarvoor vergunning is verleend. Inbreng van gemeenteraden, provinciale staten of algemeen bestuur van het waterschap door moties en/of amendementen of regionale bijeenkomsten voor volksvertegenwoordigers wordt verwerkt in de loop van het proces tot de besluitvorming over RES 2.0 rond de zomer van 2023.
Duurzaamheid De RES is een strategie op regionaal niveau voor de opwek van hernieuwbare elektriciteit, het potentieel aan duurzame warmtebronnen en concrete plannen om vraag en aanbod van elektriciteit en warmte door middel van infrastructuur bij elkaar te brengen. Bij de regionale afstemming over het warmtegebruik wordt een directe koppeling gelegd met de Transitie Visies Warmte van de afzonderlijke gemeenten. De effecten van de overige klimaattafels (industrie, landbouw en landgebruik, en mobiliteit) worden uitgewerkt in een regionaal programma ‘Minder CO2’. De besparingskant van de klimaattafel Gebouwde Omgeving wordt hierin meegenomen. Financiën Vooralsnog volstaan voor de regionale rol de beschikbaar gestelde budgetten van Rijk, provincie Utrecht en gemeenten. Er is voor 2022 voor de RES-regio’s weer eenzelfde budget beschikbaar vanuit het Rijk om verder te
werken aan de uitvoering van de RES 1.0 en het uitwerken van de RES 2.0. Of er in de jaren na 2022 geld beschikbaar komt is aan het nieuwe Kabinet. Als er voor de uitvoering van de RES aanvullende middelen nodig zijn, wordt dit op een later moment met financiële dekkingsmogelijkheden aan de raden, ter integrale afweging, voorgelegd. Risicoparagraaf 1
2
3
Op 12 oktober 2021 heeft TenneT voor de provincie Utrecht netwerkcongestie afgekondigd over de transportcapaciteit voor teruglevering voor grootverbruik (> 3x80 ampère). Dit betekent dat aansluitingen wel gerealiseerd kunnen worden, maar dat er geen teruglevering kan plaatsvinden. De verwachting is dat de capaciteit op het netwerk de komende jaren schaars blijft. Dit heeft een grote impact op het elektriciteitsnetwerk van de regio en de uitvoerbaarheid van de RES. Systeemefficiëntie, transportcapaciteit en netuitbreiding zijn daarom belangrijke randvoorwaarden voor de haalbaarheid van de doelstelling van 0,5 TWh voor 2030. Parallel wordt ook gezocht naar alternatieve oplossingen voor de netcongestie. Per gemeente en/of locatie kan er onvoldoende draagvlak zijn voor de realisatie van grootschalige opwek. Door de lokale uitnodigingskaders voor zon en wind en de participatie over concrete locaties ontstaat meer betrokkenheid, begrip en acceptatie. Amersfoort, Baarn, Leusden en Soest beschikken inmiddels over een vastgesteld uitnodigingskader. Zorgen om de impact op de gezondheid door windturbines resulteren in weerstand tegen de plannen. In het nationaal Coalitieakkoord 2021-2025 zijn passages opgenomen over de afstandsnormen voor de bouw van windmolens op land, en over multifunctioneel gebruik van land als voorwaarde voor zonnepanelen op land.
Dit heeft consequenties voor de uitvoerbaarheid en haalbaarheid van de initiatieven van de RES. De impact hiervan wordt de komende periode in beeld gebracht.
Communicatieboodschap In de zomer van 2021 hebben gemeenteraden, Provinciale Staten en het algemeen bestuur van het waterschap de RES 1.0 vastgesteld. Tot 1 juli 2023 wordt gewerkt aan RES 2.0: de doorontwikkeling van de RES 1.0 in concrete projecten én een volgende stap in het realiseren van de opgaven voor 2030. De energie die we nodig hebben, willen we zo duurzaam mogelijk opwekken, vooral met zon- op- dak en langs infrastructuur. Als we al deze opties benutten, blijft er nog een opgave over die we vooralsnog moeten realiseren met zonnevelden en door wind. Zodra er nieuwe technieken beschikbaar komen zullen we die zo goed mogelijk inzetten. Dat is nodig om op termijn CO2-neutraal te worden. Naast het opwekken van duurzame energie vraagt dit ook om aanpassing van onze mobiliteit, een andere manier van verwarming van onze gebouwen en het terugdringen van uitstoot van industrie en landbouw. Vanuit het Rijk heeft iedere regio een opdracht gekregen om samen duurzaam energie op te wekken. De regiogemeenten (Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Eemnes, Leusden, Soest en Woudenberg), Stedin, Waterschap Vallei en Veluwe, en Provincie Utrecht werken samen met natuur- en milieuorganisaties aan de Regionale Energie Strategie (RES).
Betrokken partijen Naast de betrokken overheden zijn marktpartijen, maatschappelijke organisaties, coöperaties en inwoners van groot belang in de uitvoering en realisatie van de RES. Zij kunnen adviseren,
afstemmen met en informeren van hun achterban, initiatieven ontwikkelen en uitvoering geven aan de RES. We voorzien de betrokkenheid van stakeholders op bestuurlijk, project en lokaal niveau. Op bestuurlijk niveau richten we een klankbordgroep in met nader te bepalen regionale stakeholders die betrokken zijn bij de RES Regio Amersfoort, denk hierbij aan onder andere Energie van Utrecht, LTO, en de NMU. Ook wordt jongeren gevraagd deel te nemen via JongRES om zo hun ideeën in te brengen. De klankbordgroep reflecteert en adviseert de bestuurders van de RES Regio Amersfoort op strategisch niveau. Vervolgstappen In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de RES iedere twee jaar wordt bijgesteld met de inzichten van dat moment. Dat betekent dat RES 2.0 op 1 juli 2023 moet worden vastgesteld. De effecten van de overige klimaattafels (industrie, landbouw en landgebruik, en mobiliteit) worden uitgewerkt in het regionaal programma ‘Minder CO2’. Daarnaast is in het Klimaatakkoord afgesproken dat de omgevingsvergunningen voor de zon- en windprojecten op 1 januari 2025 moeten zijn verleend om realisatie voor 2030 mogelijk te maken. De uitwerking van de locaties en projecten is vooral aan gemeenten en gebeurt in nauw overleg met belangenorganisaties als NMU en LTO, JongRES, grondeigenaren en inwoners.
Bijlagen Plan van Aanpak voor RES 2.0 Overzicht moties en amendementen bij RES 1.0 en de wijze waarop deze verwerkt zijn in het plan van aanpak voor RES 2.0.