5-7-2022 Memo meicirculaire 2022 (kennisnemen).pdf
Tekst van het document
MEMO Aan Cc Van Datum Betreft
: De raad : : Het college : maandag 4 juli 2022 : Memo meicirculaire 2022
Doel De raad tijdig informeren over de geactualiseerde prognose n.a.v. de meicirculaire. Hiermee wordt een actuele financiële uitgangspositie geboden voor de aanstaande begroting. Aanleiding Vanwege de meicirculaire 2022 wijzigt het geprognosticeerde financieel perspectief. Normaal gesproken worden de effecten zichtbaar in begroting welke in de novemberraad wordt vastgesteld. Gezien dit bijzondere jaar wordt tussentijds de financiële stand van zaken gegeven voor aanvang van het opstellen van het college uitvoeringsprogramma (CUP). Het CUP zal worden verwerkt in de begroting 2023-2026. Geactualiseerde prognose In het “memo meicirculaire” wordt op basis van de effecten uit de meicirculaire de actuele begrotingspositie weergegeven. Deze begrotingspositie in de meicirculaire is het startpunt voor dit “memo geactualiseerde financiële prognose”. Er worden twee verwachtingen in de prognose toegevoegd, alsvolgt, 1) De opschalingskorting vervalt definitief na 2025. Het voordeel trekken we door. 2) Toevoeging 75% van de meerjarig middelen voor de jeugdzorg vanaf 2023 (inclusief verrekening huidige stelposten). Dit resulteert in onderstaande geactualiseerde prognose. Het structureel saldo vanaf 2027 wijzigt nagenoeg niet ten opzichte van de vorige prognose (informatiedocument financieel meerjaren perspectief 2023-2028).
De extra incidentele middelen in 2023-2025 zijn wel aanzienlijk hoger geworden ten opzichte van de vorige prognose. Dit wordt in onderstaande tabel weergegeven. Toevoeging voor financiele prognose
2023
2024
2025
2026
2027
2028
Begrotingsresultaat na voorjaarsnota 2022 Budgettair effect meicirculaire 2022 Actuele begrotingspositie na meicirculaire (memo mei cir)
-258 2.557 2.299
-789 3.755 2.966
-593 4.356 3.763
-609 375 -234
-609 375 -234
-609 375 -234
19 854 639
19 854 639
610 29
610 29
Aannames voor prognose: WMO en Jeugd Opschalingkorting loopt door na 2025 Begrotingspositie prognose 24 juni 2022
684
576
467
2.983
3.542
4.230
70 854 690
Saldo vorige prognose (Informatiedoc mei 2022) Verschil
2.473 510
1.544 1.998
1.232 2.998
686 4
Toelichting op de geactualiseerde prognose Structureel is de prognose nagenoeg ongewijzigd. Ondanks de toename van het accres wijzigt de structurele prognose nauwelijks. Dit komt doordat in de vorige prognose (Informatiedocument) het structureel saldo al, via aannamen, was verhoogd. Accres neemt verder toe. Het incidentele extra accres in 2023 t/m 2025 is hoger dan in de vorige prognose. Zoals in het “memo meicirculaire” is vermeld komt dit door extra uitgaven in de Rijks-voorjaarsnota bovenop de ambities uit het regeerakkoord. Vervolgens is 23 juni 2022 besloten dit accres te bevriezen, waardoor er zekerheid is over de extra incidentele middelen. De inschatting over het aftoppen van de bedragen in 2023-2025, zoals in de vorige prognose, is hierdoor niet meer nodig. Vrij beschikbaar vermogen wordt hoger. Door het extra accres verdwijnen de eerdere begrotingstekorten(zie begrotingsresultaat voorjaarsnota 2022), zijnde totaal € 2,2 miljoen over 2023-2026. Hiermee neemt het vrij beschikbaar vermogen toe van € 2,3 miljoen naar € 4,5 miljoen. Het is aannemelijk dat door de hoge accressen begrotingsoverschotten ontstaan in de jaren 2023-2025. Begrotingsoverschotten kunnen bijdragen aan het toekomstig vrij beschikbaar vermogen. Dit zal afhankelijk zijn van de geplande uitgaven in het aanstaande CUP en de bestemming van de toekomstige jaarrekeningresultaten over 2023-2025.
De uitkomsten daarvan zijn nog niet bekend en hierdoor nog geen onderdeel van het vrij beschikbaar vermogen. De uitgangspunten in de vorige prognose komen grotendeels overeen met de meicirculaire In het “informatiedocument financieel meerjaren perspectief” zijn een aantal uitgangspunten ofwel verwachtingen gedaan met betrekking tot het accres. Onderstaand worden deze toegelicht.
Herijkinggemeente fonds: deze bedragen zijn gelijk aan de meicirculaire. Dit blijft vooralsnog een korting tot max € 37,50 per inwoner. De inschatting bleek juist en de aanname vervalt hierdoor.
Opschalingskorting: Deze wijzigt beperkt. Door wijzigingen van de verdeelsleutels in de algemene uitkering is dit bedrag gewijzigd van € 909.000 naar € 854.000 in 2025. De aanname dat de opschalingskorting geheel vervalt na 2025 blijft gehandhaafd in de huidige prognose en wordt doorgetrokken na 2025, zijnde € 854.000 per jaar.
Korting woningbouw: Deze wijzigt ook beperkt. Door wijzigingen van de verdeelsleutels in de algemene uitkering is dit bedrag gewijzigd van € 337.000 naar € 315.000 in de periode 2023-2025. De eerdere aanname dat deze korting gecompenseerd wordt door de nieuw subsidie vervalt in huidige prognose. Uiteraard blijft de ambitie van de woningbouwplannen in gemeente Leusden overeind, maar financieel gezien is er geen noodzaak de al hoge saldi in 2023-2035 verder met aannames te verhogen.
Pagina 2
Aftoppen en doortrekken accres: De aanname met betrekking tot het aftoppen van de bedragen in 2023-2025 vervalt, doordat deze accressen per 23 juni jl. zijn bevroren. Het doortreken van een hoger accres na 2025 vervalt ook. Het werkelijke structurele bedrag vanaf 2026 in de meicirculaire is hoger dan de aanname, zijnde € 1,52 miljoen versus € 1,24 miljoen. Hiermee vervalt ook deze aanname in de huidige prognose. Dit levert een structureel voordeel op per 2026 van € 280.000 t.o.v. de eerdere prognose.
De uitgangspunten voor Jeugdzorg en WMO zijn gewijzigd Dit dossier is en blijft volop in beweging. Vorige jaar heeft het AEF haar rapport opgeleverd over het tekort bij de jeugdmiddelen. Vervolgens zijn er in 2021 extra middelen toegezegd. Ook zijn gespreken opgestart tussen VNG en het Rijk over de 12 besparingsmaatregelen. Deze gesprekken zijn gaandeweg vastgelopen, waardoor het proces binnenkort opnieuw wordt opgestart. Procesmatig zijn we hierdoor terug bij af en financieel technisch ook. Vorig jaar mochten gemeenten, met toestemming van de provincie, 75% van de jeugdmiddelen opnemen in hun begroting. Gemeente Leusden heeft dat toen nog niet gedaan vanwege alle onzekerheden. In de prognoses werd daar wel rekening mee gehouden. In de meicirculaire 2022 worden alleen voor 2023 de jeugdmiddelen vrij gegeven. Dit bedrag is inclusief een korting van € 475.000 (-25%) voor de dossiers waarover overeenstemming is. Met deze korting in 2023 was niet eerder rekening gehouden, wel vanaf 2024. In de eerdere prognoses werd uitgegaan van 100%, waarbij de kortingen vanaf 2024 min of meer geheel werden gecompenseerd door eigen bijdragen. Dit op basis van gepubliceerde Rijksinformatie. Voor de aanstaande begroting 2023-2026 worden de jeugdmiddelen nu meerjarig opgenomen, echter met 75% in plaats van 100%.
Structureel gezien betekent deze teruggang in het onderhandelingsproces “jeugdmiddelen” per 2026 een nadeel € 196.000 op het geprognosticeerde begrotingssaldo. In de navolgende tabel wordt een totaal overzicht geven wat per saldo het resultaat is van de extra jeugdmiddelen in de begroting. Dit in combinatie met reeds vooruit genomen gemeentelijke besluiten in de bestaande begroting met een beoogde dekking uit deze jeugdmiddelen. Hierbij wordt opgemerkt dat het de vraag is of er daadwerkelijk sprake is van extra middelen of eigenlijk een verschuiving tussen boekjaren. De worsteling tussen de VNG en Den Haag laat zien dat er per saldo geen middelen bijkomen, extra toegezegde middelen worden ‘teruggehaald’ via een bijbehorende Rijksagenda (lees maatregelen). Dit is zichtbaar in de vorm van de plannen tot eigen bijdragen door inwoners of extra kortingen in latere boekjaren. Hiermee blijft het totaalbedrag in Den Haag ongewijzigd. De oorspronkelijke bezuinigingsdoelstelling uit 2015 lijkt hierdoor onverkort overeind te blijven. Dit verklaart mogelijk het lastige onderhandelingsproces met het Rijk.
Pagina 3
Extra middelen jeugdzorg 100% (bron 2021) Maatregelen hervormings agenda AEF rapport: Korting dossiers met overeenstemming (-25%) Korting dossiers zonder overeenstemming Eigen bijdragen Subtotaal netto extra middelen
2022
2023
2024
2025
2026
2027
1.779
-475 pm pm 1.494
-462 pm pm 1.386
-426 pm pm 1.277
-293 pm pm 880
-276 pm pm 829
-276 pm pm 829
-415 -180 -215
-415 -180 -215
-415 -180 -215
-415 -180 -215
-415 -180 -215
-415 -180 -215
1.779
Af: stelpost jeugdzorg (300 mln) uit 2018 Af: effect regeerakkoord stelpost WMO HH uit 2018 Af: stelpost WMO/ jeugdzorg (kadernota 2022) Nw beleid: Investeringsplan Lariks (Raad nov 2021) Subtotaal eerdere mutaties begroting
-215 -515 -730
Totaal effect in prognose juni 2022
1049
Reeds verwerkt in de begroting: Nw beleid: Investeringsplan Lariks (Raad nov 2021) Restbedrag extra middelen jeugdzorg
1.969
1.848
1.703
1.173
1.106
2028
1.106
-810
-810
-810
-810
-810
-810
684
576
467
70
19
19
-515 169
-515 61
-515 -48
-515 -445
-515 -496
-515 -496 x € 1.000
Waarom is het accres in 2023-2025 zo hoog en incidenteel? De hoge fluctuaties in het accres ontstaan doordat het Rijk werkt met een kasstelsel en lokale overheden met een baten en lasten stelsel. Bij een baten en lasten stelsel worden de kosten van investeringen verspreid over de levensduur, ofwel het afschrijvingen van de waarde in de toekomstige boekjaren. Bij een kasstelsel wordt de totale uitgave in een betreffend jaar in één keer in het betreffende boekjaar opgenomen. Bijvoorbeeld, het Rijk gaat extra investeren in militair materieel. De uitgaven in een betreffend jaar vallen in zijn geheel in dat boekjaar. Stel € 1 miljoen. Bij een gemeente zou een dergelijke investering worden afgeschreven over de levensduur. Stel 20 jaar, dat resulteert in € 50.000 aan afschrijvingskosten per jaar. In deze situatie heeft het Rijk € 1 miljoen in de boeken staan en een gemeente € 50.000. Het Rijk is voornemens in 2023-2025 heel veel te gaan investeren. Door de trap op trap af methode profiteren lokale overheden daar nu extra van mee. Doordat de huidige regering is aangesteld tot 2025, zijn er vanaf 2026 geen grote investeringen gepland. Door de trap op trap af methode dalen hiermee ook de inkomsten voor de lokale overheden. Hierdoor kunnen de tijdelijk extra hoge inkomsten gezien worden als een (forse) incidentele meevaller vanwege het gehanteerde kasstelsel in Den Haag.
Structureel is sprake van een beperkte toename. Wanneer het Rijk ook een baten en lasten stelsel zou hanteren zou de toename van het accres in 2023-2025 er aanzienlijk lager uitzien, maar ook structureel stabieler en reëler zijn. Deze trap op trap af methode wordt ook wel de normeringsmethode genoemd. Deze methode zal vervangen worden door andere methode. De verwachting is vanaf 2026 met het aantreden van de nieuwe regering. Het doel is om een stabiele financiering van lokale overheden te bereiken.
Pagina 4
Hoe gaan we om met de huidige inflatie? Een ander actueel onderwerp is de huidige inflatie. Dit onderwerp heeft indirect een plaats gekregen in de geactualiseerde prognose en nog niet zozeer op specifieke begrotingsonderdelen. In het memo meicirculaire wordt bij het onderdeel “loon- en prijsontwikkeling”(pagina 3) de stelpost loon- en prijsstijgingen toegelicht. Via de gebruikelijke berekening is er € 2,6 miljoen structureel beschikbaar om kostenstijgingen in de begroting 2023 op te vangen. Deze stelpost is via het “budgettair resultaat” van de meicirculaire, onderdeel van deze nieuwe prognose. Wanneer op een zeker moment duidelijkheid ontstaat over een specifieke kostenstijging wordt dit opgenomen in de begroting en verrekend met deze stelpost. Over een jaar zal dan duidelijk worden of deze stelpost voldoende toereikend is. Conclusie De structurele middelen nemen beperkt toe, vooral door de aanname dat de opschalingskorting definitief wordt afgeschaft vanaf 2026. Dit maakt dat, gelijk als bij de vorige prognoses, het advies blijft om terughoudend te zijn met het aangaan structurele verplichtingen. Voor uitgaven met een incidentele aard, is er extra financiële ruimte beschikbaar via de te verwachten begrotingsoverschotten in 2023-2025 en het geactualiseerde vrij beschikbare vermogen van € 4,5 miljoen.
De ontwikkelingen binnen de nieuwe taken van het sociaal domein (Jeugdzorg en WMO huishoudelijke hulp) blijven onverkort onzeker en onvoorspelbaar. Het risicoprofiel is en blijft hoog. Tekorten blijven ten laste komen van de algemene dienst.
Pagina 5