2025-10-22 RIB financien SD 17 okt_DEF_.pdf
Tekst van het document
Bezoekadres ’t Erf 1 3831 NA Leusden
Postadres Postbus 150 3830 AD Leusden
Telefoon 14 033 gemeente@leusden.nl www.leusden.nl
Aan de gemeenteraad
Uw brief van:
Zaaknummer:
273503
Behandeld door:
- Leegwater
Uw kenmerk:
Telefoonnummer:
14033
Verzonden:
21 oktober 2025
Onderwerp: Raadsinformatiebrief financiën Sociaal Domein 2025 Geachte leden van de raad, Tijdens het zomerreces werd duidelijk dat er sprake was van een mogelijk tekort op het budget van MetMaya over 2025. Na het zomerreces zijn vervolgens ook prognoses gemaakt over verstrekkingskosten c.q. gebruik van voorzieningen in het kader van de Wmo en Participatiewet. Aan het begin van het vierde kwartaal van dit jaar is, ondanks nog een aantal onzekerheden, duidelijk geworden dat we op het Domein Samenleving op een tekort afstevenen. Dat verwachte budgettaire tekort kan oplopen tot € 717.000,- voor het uitvoeren van de Jeugdwet, Wmo en Participatiewet. Gelet op de vele onzekerheden die er op dit moment nog zijn, beschouwt het college dit tekort vooralsnog als incidenteel. Bij de eerstvolgende actualisering van de meerjarenbegroting i.c. de Voorjaarsnota 2026, zal het college op basis van de op dat moment bekend zijnde cijfers met een structurele bijstelling komen. De Najaarsnota 2025 wordt op dit moment voorbereid en zal binnenkort aan uw raad worden aangeboden. In deze Najaarsnota wordt ingegaan op de financiële stand van zaken in de tweede helft van het jaar, inclusief bijgestelde prognoses en relevante beleidsontwikkelingen. Daarbij wordt uiteraard ook het verwachte tekort op het Sociaal Domein nader toegelicht. Daarbij zal aandacht worden besteed aan: • • •
De financiële afwijkingen binnen Jeugdwet, Wmo en Participatiewet; De oorzaken van de afwijkingen; De (beperkte) mate waarin het tekort binnen de bestaande begroting kan worden opgevangen.
De Najaarsnota vormt het laatste formele moment in de Planning & Control-cyclus 2025 waarin de raad wordt meegenomen in de financiële ontwikkeling van het lopende jaar. In het licht van een zorgvuldige en overzichtelijke behandeling van de aanstaande behandeling van de diverse stukken, vinden wij het belangrijk om u nu (extra) te informeren. De ervaring heeft geleerd dat het prognosticeren van de uitgaven in het Sociaal Domein complex is. Tijdens het zomerreces werd duidelijk dat er sprake was van mogelijk een behoorlijk tekort op het budget van MetMaya over 2025. Dit bericht volgde kort op de mededeling (die later bevestigd is met een positieve controleverklaring) dat MetMaya in 2024 bínnen de financiële kaders van het contract heeft kunnen werken. Op basis van de prognoses, gemaakt na de zomerperiode, wordt duidelijk dat het tekort op het Domein Samenleving voor wat betreft het uitvoeren van de Jeugdwet, Wmo en Participatiewet, ondanks verschillende dekkingsopties de genoemde € 717.000,- betreft. Onderstaand volgt op hoofdlijnen een overzicht van deze overschrijding. Onderdeel 1. Zorgkosten Jeugdwet 2. Zorgkosten WMO 3. Pgb's (WMO en Jeugd) 4. Taakstelling (meer begeleiden minder beschikken) 5. Participatie (Bijstand, bijz. bijstand en arbeidsparticipatie) 6. Uitvoeringskosten (Zorgadministratie Amersfoort)
(bedragen x € 1.000)
-605 -300 -54 -400 -590 -90 -2.039
Dekking: a. Stelpost zorgkostenstijging b. Onderbestedingen Sociaal Domein c. Rijksmiddelen Jeugd (sept. Circulaire 2025)
300 200 822
Totaal dekking
1.322
Saldo Najaarsnota, jaarschijf 2025
-717
Toelichting per onderdeel Jeugdzorg Duiding Tijdens het zomerreces werd duidelijk dat er sprake is van een mogelijk tekort op het budget van MetMaya over 2025. U bent hierover in de Raadsinformatiebrief van 24 juli 2025 geïnformeerd. Meer kinderen ontvangen specialistische jeugdhulp dan vooraf ingeschat MetMaya geeft aan dat de situatie waarin zij nu werken een andere is, dan waar bij inschrijving in 2023 van is uitgegaan. Inmiddels heeft MetMaya aan de gemeenten laten weten dat zij in 2025 in de regio meer jeugdigen helpen dan vooraf door de regio is ingeschat. Bij het bepalen van het budget voor 2025, in Q4 2024, is met name het aantal ambulante jeugdhulptrajecten te laag ingeschat. Het jaarbudget was gebaseerd op 3.700 kinderen per maand maar in de praktijk zijn er gemiddeld 4.270 jeugdigen per maand die een ambulant jeugdhulptraject bij MetMaya hebben ontvangen. Duurdere jeugdhulptrajecten Naast een hogere instroom dan verwacht, heeft MetMaya ook aangegeven dat zij te maken hebben met gemiddeld hogere kosten per jeugdhulptraject dan vooraf is afgesproken. Dit geldt met name voor ambulante begeleiding en behandeling. De oorzaken zijn onder andere: - Een deel van de aanmeldingen die binnenkomen bij MetMaya zijn nog niet compleet.
Om aanmeldingen in behandeling te kunnen nemen dienen zij compleet te zijn, dit verloopt echter nog niet optimaal en vraagt extra inzet vanuit MetMaya richting verwijzers; - De zorgzwaarte neemt toe, waardoor de intensiteit en duur van de trajecten en daarmee de kosten per cliënt, hoger zijn dan voorzien. Dit is een landelijke ontwikkeling; Jaarbudget MetMaya 2025 en 2026 Conform het contract ligt het risico op de toename van het aantal jeugdhulptrajecten bij gemeenten. De regio verhoogt daarom het totale jaarbudget voor 2025 voor MetMaya met € 8,2 miljoen door de hogere instroom dan vooraf ingeschat. Daarmee komt het regionale totale jaarbudget voor MetMaya op € 86,7 miljoen. De totale kosten komen daarmee op een vergelijkbaar niveau uit ten opzichte van eerdere jaren. Naast de toename van de kosten door hogere instroom maakt MetMaya in 2025 € 3,5 miljoen extra kosten doordat, zoals hierboven beschreven, jeugdhulptrajecten zwaarder en daarmee duurder zijn dan contractueel is afgesproken. De regiogemeenten hebben bestuurlijk besloten dat zij MetMaya deels tegemoet komen door € 2,5 miljoen van deze extra kosten op zich te nemen. Gemeenten zien de oorzaken en daarmee de hogere kosten per traject grotendeels als incidenteel. Komende tijd zetten zowel gemeenten als MetMaya verbeteracties in om de kosten per jeugdhulptraject waar mogelijk te verlagen.
Voor 2026 stelt de regio het jaarbudget voor MetMaya vast op € 91,1 miljoen op basis van actuele inschattingen van aantallen jeugdigen inclusief indexatie 2026.
Met deze financiële afspraken houdt de regio de aanvullende specialistische jeugdhulp beschikbaar voor jeugdigen die dat nodig hebben. Financiële gevolgen gemeente Leusden 2025 In de financiële prognose wordt uitgegaan van een verdeelsleutel op basis van de inzet in 2024. Jaarbudget 2025 Hogere aantallen: Duurdere jeugdhulptrajecten: Totaal bijstelling jaarbudget 2025
- € 715.000 - € 217.800 - € 932.800
Zoals u kunt zien in de tabel is het nadeel per saldo voor Jeugd € 605.000,-. Dit komt doordat we een voordeel hebben op de PxQ inzet in 2025 doordat minder kinderen dan verwacht of korter dan verwacht, hun traject in 2025 bij een PxQ-aanbieder hebben afgerond. De uiteindelijke afrekening over 2025, welke we verwachten in Q2 2026 kan anders uitvallen na vaststelling van de exacte omvang van de specialistische jeugdhulp in Leusden en de verdeelsleutel over de werkelijke kosten. In Leusden is een trend waarneembaar met een lagere instroom voor alle zorgvragen in het kader van de Jeugdwet die in 2025 ‘terugkeert’ naar de aantallen van 2023. Deze aantallen dalen niet verder, wat ook het landelijke beeld is. Ook de instroom voor specialistische zorg (MetMaya) is gedaald, maar blijft wel boven het niveau van 2023 liggen. De definitieve afrekening van de kosten voor MetMaya en de verdeling over de gemeenten wordt na afloop van 2025 duidelijk. Vervolg De gemeenten, MetMaya en alle andere partners in zorg en onderwijs, werken in lijn met de regiovisie en de Hervormingsagenda jeugd, door aan de transformatie in de jeugdhulp. Dat betekent onder andere nog meer werk maken van preventie en het versterken van de sociale basis en de lokale (wijk)teams. En het onderwijs nauwer betrekken bij passende begeleiding en hulp.
Hoewel op dit vlak veel gebeurt in al onze gemeente, zijn er extra inspanningen nodig om de instroom naar specialistische jeugdhulp te beperken. Het voorstel is om voor het jaarbudget van 2026 de geprognosticeerde aantallen die MetMaya heeft aangeleverd te gebruiken als uitgangspunt. We gaan met MetMaya nader onderzoeken waardoor er bij de ambulante trajecten op onderdelen sprake is van structurele hogere kosten dan is ingeschreven bij de aanbesteding. Het uitgangspunt is dat tarieven reëel en goed onderbouwd moeten zijn. We gaan met de gezamenlijke regiogemeenten concrete afspraken maken om de aantallen ambulante jeugdhulptrajecten af te laten nemen. Hiermee sluiten we aan op de Hervormingsagenda Jeugd en het VNG uitgangspunt om met concrete transformatiedoelen te werken. Nb. In de septembercirculaire van dit jaar heeft het Rijk aan alle gemeenten compensatiemiddelen beschikbaar gesteld voor de gestegen kosten voor jeugdzorg in 2023 en 2024. Deze middelen zijn toegekend op basis van het advies van de commissie Van Ark. Het Rijk heeft deze middelen ook bedoeld om onder andere de sociale basis te versterken en de lokale teams verder te ondersteunen, in lijn met de Hervormingsagenda. Voor de
gemeente Leusden betreft dit een bedrag van € 822.000. Vooralsnog wordt voorgesteld om dit bedrag in 2025 volledig in te zetten om een gedeelte van het tekort binnen het domein Samenleving te dekken. Daarmee kunnen deze middelen niet worden ingezet voor de bovengenoemde extra versterking van de sociale basis en de lokale teams. Om deze extra versterking wel mogelijk te maken, komt het college op een later moment bij u terug om hiervoor dekking te vinden. WMO Duiding De voornaamste aanleiding van de kostenstijging is te vinden in de toename van de inzet van ambulante begeleiding voor volwassenen. Deze groei is deels te verklaren door demografische ontwikkelingen en toenemende complexiteit van hulpvragen Het gaat bijvoorbeeld om extramuralisering, dubbele vergrijzing en andere maatschappelijke problemen zoals de vastgelopen woningmarkt en de steeds verdere geïndividualiseerde samenleving met toenemende mentale druk op onze inwoners. Hierdoor krijgen we als gemeente steeds meer ondersteuningsvragen die we met ambulante ondersteuning moeten oppakken. Naast deze toename van de inzet van ambulante begeleiding, speelt ook de kwalitatieve uitnutting van indicaties een belangrijke rol in de kostenontwikkeling. Waar voorheen een deel van de toegekende ondersteuning niet volledig werd benut, zien we nu dat zorgaanbieders de indicatie steeds vaker volledig inzetten.
Ook de Hulp bij het huishouden blijft onderhevig aan een kostenstijging die voornamelijk is te wijten aan een hoger aantal aanvragen/indicaties (doelgroep wordt door vergrijzing weer groter) en de tarieven zijn geïndexeerd. Vervolg De huidige aantallen en trends worden geanalyseerd in een nadere verdieping, die tevens zal worden gebruikt voor de nieuwe Wmo-inkoop voor begeleiding. Deze analyse vormt input voor de vaststelling van het budgetplafond in het kader van taakgerichte financiering per januari 2027, evenals voor de inzet van Lariks in datzelfde jaar. Voor Hulp bij het huishouden wordt de huidige toewijzingssystematiek in mei 2026 aangepast door het afbouwen van de Algemene voorziening en weer meer sturen op maatwerkvoorzieningen waarmee (weer) meer controle op de instroom plaatsvindt. Participatie Duiding We zien dat het aantal inwoners met een bijstandsuitkering harder stijgt dan is voorzien in de BUIG-uitkering. Tegelijkertijd zien we een stijging in de kosten voor re-integratietrajecten die samen hangt met een intensievere inzet op begeleiding. Dit is deels het gevolg van een versterkte focus op werk tijdens de inburgering en de inzet op aan het werk helpen van mensen met een loonkostensubsidie (LKS). Het aantal mensen dat via LKS aan de slag gaat, neemt toe, evenals het aantal mensen dat beschut werk doet.
Daarnaast zet Amersfoort (Arbeidsintegratie) zelf meer en diverse re-integratie-instrumenten in. Ook binnen de bijzondere bijstand is sprake van een budgetoverschrijding (maar lager dan in 2024) door onder andere de hogere uitgaven voor de gemeentezorgpolis. Daarnaast zien we een structurele stijging in de uitgaven voor de wettelijke studietoeslag.
Nb. De BUIG-uitkering is deels gebaseerd op een objectief verdeelmodel en deels op historische gegevens. Daarom verwachten wij dat een deel van het tekort via het Rijk wordt gecompenseerd (t-2). De exacte oorzaak van de stijging van het aantal inwoners met een bijstandsuitkering is lastig eenduidig vast te stellen. Maar er zijn wel aanwijzingen. Uit de Divosa Benchmark blijkt dat we, in vergelijking met andere gemeenten, een relatief hogere instroom hebben dan andere gemeenten, waaronder ook een opvallend aandeel jongeren. Daar zou ook de groep jonge statushouders onder kunnen vallen, al beschikken we niet over harde cijfers die dit bevestigen. Amersfoort houdt deze gegevens niet bij, mede vanwege de discussie rondom ‘profiling’. Vervolg Naast onze doorgaande inzet werken we momenteel aan een verdieping van het dashboard Werk en Inkomen, waarmee we beter kunnen analyseren wie instroomt en uitstroomt. Dit zal ons helpen om de samenstelling van de bijstandspopulatie beter te duiden, al blijft het deels handwerk. Wat we ook zien, is dat de uitstroom naar werk de afgelopen twee jaar is toegenomen. Dat betekent dat de volumestijging van de bijstand mogelijk nog groter zou zijn geweest zonder deze positieve ontwikkeling. De hogere instroom lijkt dus de belangrijkste verklaring voor het stijgende totaal.
Uitvoeringskosten In 2024 is besloten om de Zorgadministratie onder te brengen bij de gemeente Amersfoort. Een voorlopige conclusie is dat bij de opdrachtverstrekking gewerkt is met gegevens uit twee verschillende systemen, waarbij beschikkingen anders worden geregistreerd en verwerkt. Daarbij zijn verschillende termen en normen gebruikt voor het bepalen van de uitvoeringskosten. Daardoor sluiten de cijfers over meldingen en beschikkingen niet goed op elkaar aan en vallen de kosten hoger uit dan verwacht. Een tweede conclusie is dat er –vooral binnen de Wmo– simpelweg meer beschikkingen worden afgegeven dan eerder ingeschat (zie hierboven). Met de gemeente Amersfoort wordt op dit moment gezocht naar verklaringen voor de onduidelijkheden over de verschillen in werkwijze. Tenslotte Zoals eerder aangegeven zal in de Najaarsnota meer gedetailleerde informatie worden verstrekt over de financiële aspecten. Het is echter waarschijnlijk – en gezien de aard van de ontwikkelingen ook goed verklaarbaar – dat deze informatie specifieke aandacht en duiding vraagt. Wij hechten daarom veel waarde aan een zorgvuldige voorbereiding op de aanstaande debatten binnen de reguliere P&C-cyclus en verkennen op dit moment de mogelijkheden om daar op passende wijze invulling aan te geven. Daarbij wordt op dit moment gedacht aan een technische briefing of een beeldvormende verdiepingssessie.
U kunt aan de griffie uw eventuele wens dan wel voorkeur kenbaar maken.
Met vriendelijke groet, Het college van burgemeester en wethouders, Digitaal ondertekend door Bjørn van den Brink op 22-10-2025
Digitaal ondertekend door Wim Vos op 22-10-2025
R.B. van den Brink directeur secretaris
W.R. Vos locoburgemeester
Bijlage(n): --