2025-03-06 RIB - Overwegingen college in het kader van de ombuigingen voor 2026.pdf
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad van de gemeente Leusden
Uw brief van:
Zaaknummer:
225555
Behandeld door:
R. van Soest
Uw kenmerk:
Telefoonnummer:
14033
Verzonden:
5 maart 2025
Onderwerp: Overwegingen college in het kader van de ombuigingen voor 2026
Beste leden van de gemeenteraad, Tijdens de beeldvormende raadsinformatieavond op 20 februari 2025. hebben wij u geïnformeerd over de overwegingen en de insteek van het college m.b.t. noodzakelijke maatregelen om het structurele en incidentele financiële tekort in het “ravijnjaar” 2026 te dekken. De slides behorend bij deze briefing zijn u reeds separaat toegezonden. Bij deze bieden wij u ook de integrale tekst van bedoelde briefing aan; e.e.a. om uw beeld te completeren. De in de briefing gebruikte cijfers grijpen terug op de prognose van 19 december 2024. INTEGRALE TEKST PRESENTATIE Overwegingen college in het kader van ombuigingen 2026. Aanleiding. Fijn dat het college vanavond in de gelegenheid wordt gesteld haar overwegingen m.b.t. de ombuigingen in het kader van 2026 met u te delen. Dank aan de hele raad en uiteraard de agendacommissie voor de flexibiliteit die hiervoor noodzakelijk was. Er is een aantal constructieve besprekingen geweest op 9 en 13 januari jl. tussen de raad en de ambtelijke organisatie om de cijfers en de (technische) mogelijkheden toe te lichten. Het college (wethouder financiën) was hierbij vertegenwoordigd als toehoorder. Gezien de voortgang in het denken bij de raad over de materie én de inmiddels daaruit voortgekomen
Pagina 1
vragen vonden wij – het college – het belangrijk om ook onze inzichten tijdig met u te kunnen delen, zodat die ook in de verdere discussie worden meegenomen. Feitelijk draait de hele discussie erom HOE de verdeling van de inzet van de verschillende instrumenten eruit moet zien, m.a.w. hoeveel wil je en kan je draaien aan de knoppen ombuigen, surplus AR en verhogen woonlasten. Bezuinigen. Het college constateert dat na de inwonerraadpleging ook de raad tot de conclusie is gekomen dat bezuinigen “zonder pijn” niet mogelijk is en dat grote bezuinigingen met consequenties voor de voorzieningen en faciliteiten voor de inwoners en bedrijven in Leusden onder de huidige omstandigheden niet gewenst zijn. Met deze knop – waar wat ons betreft ook het kostendekkend maken van bepaalde diensten onder valt – realiseren van een beperkt resultaat zonder voorzieningen aan te tasten is op zich al een uitdaging. Anders is het met de verdeling van het tekort tussen een uitname uit de AR en het verhogen van de woonlasten (OZB). Daar is meer sprake van mogelijkheden om te kiezen. Vuistregel inzet 10% surplus AR. Belangrijk onderwerp tijdens de besprekingen in januari was de vaststelling van de spelregels omtrent de uitname uit de AR ter dekking van een structureel begrotingstekort.
Deze dient – naast de max 10% surplus-norm – verder ingekaderd te worden om potentiële financiële ongelukken te voorkomen. Geformuleerd uitgangspunt hierbij is dat de uitname zoveel mogelijk in lijn wordt gebracht met het te verwachten begrotingstekort. Hierover is aangegeven dat het gemiddelde begrotingsoverschot1 van de afgelopen 4 jaar als startpunt/vuistregel zou kunnen dienen. Maximale uitname uit de AR wenselijk? De (maximale) uitname van 10% van het surplus uit de AR ter dekking van een deel van de structurele lasten is technisch mogelijk en lijkt aantrekkelijk. Dat is het echter slechts voor het bedrag dat overeenkomt met of kleiner is dan een te verwachten overschot op de realisatie van de begroting. Alleen dán vloeit het vanuit de AR ter dekking van structurele lasten ingezette bedrag terug naar de AR. In dat geval worden er feitelijk géén structurele lasten met incidenteel geld (uit de AR) gedekt. Een dergelijke inzet is goed te beargumenteren. Daar staat echter tegenover dat de mogelijkheid van dekking van structurele lasten met incidenteel geld vanuit de AR: a. Tijdelijk is (en dus eindig, termijn onbekend), b. Niet duurzaam is (want incidenteel, het structurele probleem wordt niet opgelost, maar vooruitgeschoven).
1 Het begrotingsoverschot (als uitkomst van de jaarrekening) gecorrigeerd voor tussentijdse uitnames
uit de Algemene reserve ter dekking van incidentele uitgaven en dekking van een begrotingstekort.
Pagina 2
Daarnaast dient ook het – op basis van het 4-jarig gemiddelde – geprognotiseerde overschot te worden genuanceerd. In de eerste plaats moet dit worden gecorrigeerd voor tussentijdse uitnames uit de AR ten behoeve van tussentijdse onvoorziene incidentele uitgaven. Deze worden namelijk niet zichtbaar in de realisatie van de begroting en de jaarrekening. Ook de onlangs doorgevoerde scherperstelling van enkele begrotingsposten (BCF en renteinkomsten op liquide middelen) moeten in mindering worden gebracht. Die bijstellingen werken immers ook structureel door. Het op basis van extrapolatie van begrotingsjaren te verwachten overschot krimpt daarmee verder. Daarnaast zijn er nog andere overwegingen om de Algemene Reserve niet tot de maximale 10% te willen belasten: a. Maximaal belasten van de AR beperkt de ruimte om bij eventualiteiten met een structureel karakter in de lopende begroting in aanvullende dekking vanuit de AR te voorzien, omdat dan de dekking van de 10% surplus “wegvalt”. b. Maximaal belasten van de AR beperkt de flexibiliteit om de financiële ruimte die de AR gewoonlijk biedt in te zetten voor andere, onvoorziene doeleinden. Een dergelijke onttrekking van middelen uit de AR betekent immers dat de 10% surplus-grens lager komt te liggen dan de feitelijke uitname ter dekking van structurele lasten in de lopende begroting. c.
Er dienen zich op korte termijn grote investeringen (o.m. De Nieuwe Korf, zwembad) aan waarbij, naar alle waarschijnlijkheid, vanuit de AR in een deel van de financiering zal moeten worden voorzien om de kapitaallasten binnen de perken te houden. Dit impliceert dat de AR (mogelijk al vanaf 2027/2028) substantieel wordt afgebouwd, wellicht tot het niveau dichtbij de risicoreserve. d. Er is in de Nederlandse economie een kostenopdrijvende cyclus waar wij ons toe moeten verhouden. Tegenvallers op diverse terreinen zijn niet uit te sluiten. Behoud van flexibiliteit om tegenvallers op te vangen is noodzakelijk en verhoudt zich niet met een – nu al – maximale inzet van het surplus van de AR. e. Er is naast het structurele tekort ook een incidenteel tekort dat ten laste van de AR komt. Het college is, mede op basis van deze overwegingen én vanuit haar verantwoordelijkheid voor de financiële houdbaarheid op lange(re) termijn dat een groter deel van het geprognotiseerde probleem reeds nu moet worden opgelost. Omdat het niet mogelijk is om: ▪ ▪
“zonder pijn” te bezuinigen, Flexibiliteit moet worden behouden v.w.b. inzet van de AR
houdt dat in dat een oplossing niet in een zo klein of zo groot mogelijke, maar wél in een meer substantiële, volgens ons nog steeds redelijke verhoging van de woonlasten moet worden gezocht.
Pagina 3
Stijging woonlasten. Waarom en tot welk niveau is een toename van de woonlasten redelijk? Leusden heeft een goed voorzieningenniveau en wil dat graag zo houden. De inwonerraadpleging bevestigt dit en biedt ruimte voor een lastenverhoging om het voorzieningenniveau op peil te houden. Tegelijkertijd is het woonlastenniveau laag te noemen, want onder het landelijk en nog ruimer onder het provinciaal gemiddelde2. De afstand tot die gemiddelden bedraagt respectievelijk (inmiddels meer dan) ca. € 1 miljoen en € 3 miljoen, waarbij de toename van de kosten voor de inwoners respectievelijk € 50 of € 150 per jaar bedragen. Een verhoging van de woonlasten naar een niveau tussen het landelijk en provinciaal gemiddelde is dan ook goed te beargumenteren. Een opbrengst van € 1,5 miljoen leidt voor een gemiddelde woning tot een verhoging van € 75 (€ 6,25 per maand). Naast de positionering van Leusden als hierboven spelen ook de volgende argumenten een rol: a. Ook andere gemeenten zetten woonlastenverhoging in ter demping van het tekort. In Utrecht betreft dit de overgrote meerderheid; de gemeenten die dit instrument niet gebruiken hebben al hoge woonlasten, b. De koers van de landelijke overheid is onduidelijk, maar er ligt in Den Haag een voorstel op tafel om het instrument verhoging van de OZB te beperken.
Of en hoe dit handen en voeten gaat krijgen is onduidelijk, maar het vooruitschuiven van een (op termijn) onontkoombare substantiële woonlastenverhoging vormt een groot risico voor houdbare financiën op de lange(re), mede ook gezien de noodzakelijke investeringen aan het eind van dit decennium. c. In 2026 zijn er verkiezingen en in het voorjaar treden er een nieuwe raad en een nieuw college aan. Het doorschuiven van vrijwel het gehele structurele tekort naar raad en bestuur in een nieuwe setting met een – gegeven de verkiezingen – beleidsarme kadernota is onwenselijk. Het voorgaande leidt tot het volgende overzicht met concrete cijfers: 1. Het voor 2026 te verwachten totale begrotingstekort bedraagt volgens de meest recente prognose € 3,6 miljoen; het structurele deel daarin is € 3 miljoen; het incidentele bedraagt € 0,6 miljoen. 2. De Algemene Reserve bedraagt naar verwachting ca. € 28 miljoen; het surplus ca. € 20 miljoen. 10% daarvan (€ 2 miljoen) zou mogen worden ingezet ter dekking van structurele tekorten. 3. Het 4-jarig gemiddelde overschot op de jaarrekening bedraagt € 2,8 miljoen; gecorrigeerd voor tussentijdse (in de exploitatie onzichtbare) uitnames en recent doorgevoerde
2 De relatief lage woonlasten zijn voornamelijk het gevolg
een relatief lage afvalstoffen- en
rioolheffing.
Pagina 4
structurele ophoging van baten (BCF en rente-inkomsten) resteert een te verwachten overschot in de jaarrekening 2026 van € 2,2 miljoen. Het college stelt voor om het begrotingstekort 2026 te dichten door: 1. Bezuinigingsmogelijkheden met een omvang van € 0,5 miljoen te realiseren. 2. Vanuit de AR € 1 miljoen in te zetten ter gedeeltelijke dekking van het structurele begrotingstekort. 3. De woonlasten te verhogen met € 1,5 miljoen (= € 75/jr of € 6,25/mnd). 4. Eventuele afwijkingen die zich nog aandienen vóór de begroting verwerken in de verhouding 1:2:3 (ombuigen: inzet AR : OZB) . 5. Eventuele verdere tegenvallers op te vangen vanuit het resterende surplus van de AR. Ik dank u voor uw aandacht. EINDE INTEGRALE TEKST PRESENTATIE Met vriendelijke groet, Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leusden, Digitaal ondertekend door Bjørn van den Brink op 05-03-2025
Digitaal ondertekend door Gerolf Bouwmeester op 06-03-2025
R.B. van den Brink directeur – secretaris
G.J. Bouwmeester burgemeester
Pagina 5