CConstaterende datLeusden
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-09-05 20230905_memo Groeidocument uitwisseling raad van 21 september.pdf

Uitwisseling 21 september 2023, gemeente LeusdenBij agendapunt: 5: Handelingsperspectief Buitengebied - Regio Amersfoort2.068 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO Aan Cc Van Datum Betreft

: De gemeenteraad van Leusden : : Het college van Leusden : Dinsdag 5 september 2023 : Handelingsperspectief Buitengebied Regio Amersfoort; uitwisseling met raad over Groeidocument op 21 september 2023.

Op 21 september 2023 vindt de uitwisseling plaats over het Groeidocument voor het Handelingsperspectief Buitengebied Regio Amersfoort. Dit Groeidocument gaat hierbij. De gemeenteraad wordt geïnformeerd en kan reageren. Regiobureau Amersfoort heeft adviesbureau BVR de opdracht gegeven het Handelingsperspectief te maken. De agenda voor de uitwisseling luidt: 1. Presentatie door adviesbureau BVR en Regiobureau Amersfoort van het Groeidocument (status, inhoud en vervolgproces). 2. Uitwisseling aan de hand van onder andere de volgende vragen: a. Wat voor beeld roepen de reacties op die overheden, betrokken partijen en de samenleving op het Groeidocument hebben ingediend? b. Ten aanzien van het Groeidocument: • Wat spreekt aan en wat niet? Suggesties voor verbetering? • Wat ontbreekt of moeten we niet vergeten? • Wat zijn volgens u prioriteiten? • Goede voorbeelden? c. Wat is er nog nodig om tegemoet te komen aan inzet en ambities van het startdocument (het maken van soms lastige integrale keuzes en een concreet uitvoeringsprogramma van en voor de betrokken partijen)? d. Welke resterende vragen en reacties wil de gemeenteraad meegeven voor het vervolgproces? Dit memo bestaat uit de volgende onderdelen: 1. Het Handelingsperspectief Buitengebied Regio Amersfoort; 2. Het Groeidocument; 3. Stand van zaken; 4. Reacties van het college op het Groeidocument. 1.

Het Handelingsperspectief Buitengebied Regio Amersfoort. Op 24 januari 2023 stelde het college de startnotitie voor het Handelingsperspectief Buitengebied Regio Amersfoort vast en stemde daarmee in met de gekozen werkwijze en afspraken. De provincie Utrecht en Regio Amersfoort (de gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Eemnes, Leusden, Soest en Woudenberg) zijn opdrachtgever voor het Handelingsperspectief. Het opstellen van een Handelingsperspectief Buitengebied Regio Amersfoort is één van de actiepunten uit het Ontwikkelbeeld Regio Amersfoort van eind 2021.

De inhoud van dit Handelingsperspectief wordt zelfbindend. Van de overheidspartijen wordt verwacht dat zij de inhoud vertalen naar hun beleid (denk aan de omgevingsvisie) en uitvoering geven aan het vervolg (met inzet en (mogelijk) financiële bijdragen). Waarom een Handelingsperspectief Buitengebied Regio Amersfoort? De toekomst van het buitengebied staat onder druk door afname van natuurwaarden, klimaatverandering en de vele ruimtevragers in het buitengebied zoals natuur, recreatie, landbouw of energie-opwek. Voor een vitaal buitengebied zijn meervoudig ruimtegebruik, adaptieve inrichting en robuuste systemen nodig. Met het Handelingsperspectief Buitengebied willen de gemeenten in de regio Amersfoort en de provincie Utrecht de opgaven voor de regio tot 2040 integraal onderzoeken, om vervolgens samen met betrokken belanghebbenden te kiezen: waar moeten we prioriteren en waar kunnen we functies combineren? Het handelingsperspectief biedt bestuurders en gebiedspartijen een perspectief en een routekaart (uitvoeringsprogramma) om een duurzame toekomst en kwalitatieve leefomgeving voor bewoners en ondernemers in de regio te borgen. Een toekomstbestendige inrichting van het buitengebied, passend binnen de kaders die het Rijk en Europa opleggen en bij de opgaven die in het buitengebied spelen.

Van de negen gemeenten in de Regio Amersfoort doen de zeven Utrechtse gemeenten mee aan dit traject (Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Eemnes, Leusden, Soest en Woudenberg). De gemeenten Barneveld en Nijkerk sluiten aan bij een vergelijkbaar proces in de regio Foodvalley, met de provincie Gelderland. Om de samenhang tussen de gebieden te borgen wordt overleg gevoerd met de penvoerders in de regio Foodvalley. Het buitengebied houdt immers niet op bij de regiogrenzen, zeker niet wanneer er wordt gedacht vanuit het bodemen watersysteem. Transities die in regio Foodvalley plaatsvinden, hebben invloed op regio Amersfoort. Het Utrechts Programma Landelijk Gebied. Ook op landelijk niveau is er behoefte aan een aanpak voor het landelijk gebied. In juni 2022 heeft het Rijk de startnotitie van het Nationaal Programma Landelijk Gebied gepubliceerd. Dit programma brengt de opgaven op het gebied van stikstof, natuur, water, klimaat en bodem samen en zorgt voor een gecombineerde aanpak voor een vitaal landelijk gebied. Elke provincie levert hiervoor een gebiedsprogramma op, dat de kaders van de opgaven in het buitengebied omschrijft. Wat moeten we als gebruikers van het gebied doen om de (door de landelijke overheid) gestelde doelen te behalen? “Voor het hoe” maakt de provincie Utrecht het Utrechts Programma Landelijk Gebied (het UPLG).

Met het concept-UPLG van 5 juli 2023 heeft de provincie Utrecht aanspraak gemaakt op het landelijk Transitiefonds Landelijk Gebied en Natuur. Het is van belang dat de Regio Amersfoort weet wat zij wil en hoe zij de toekomst van haar buitengebied ziet. Hiermee kan zij het UPLG inhoudelijk beïnvloeden (wat er nu ligt is een eerste concept dat via gebiedsgerichte aanpak meer inhoud moet gaan krijgen) en gelden claimen voor de benodigde transities. 2. Het Groeidocument. Het Groeidocument vormt een tussenstap om de opbrengst van de gebiedsateliers te toetsen bij alle betrokkenen (belanghebbenden, raden en staten). Het bevat mogelijk interessante richtingen, bouwstenen en maatregelen voor het vervolg met de

Pagina 2

gebiedspartijen. Het is mede gebaseerd op de (nationale) opgaven, mogelijkheden en onmogelijkheden uit wet- en regelgeving. Het Groeidocument neemt de partijen mee in wat er speelt en leeft in het gebied en welke kansen er liggen om met alle gebiedspartijen, inclusief de publieke partijen, samen te werken aan de toekomst van het buitengebied. Het is een document waarin staat wat er zou moeten veranderen, zowel in condities als in fysieke ingrepen, om de vele ruimtevragers en transitieopgaven een plek te geven. Het Groeidocument is door adviesbureau BVR gemaakt en werd op 6 juli 2023 vrijgegeven voor reacties. Het wordt niet door de overheidspartijen vastgesteld. De communicatie/participatie werd getrokken door het Regiobureau Amersfoort. In de eerste helft van 2023 werden de gebiedsateliers georganiseerd in Eemland, de Utrechtse Heuvelrug en de Gelderse Vallei. Daarin zijn alle inwoners en ondernemers uit Regio Amersfoort uitgenodigd om mee te praten over de toekomst van het buitengebied. Tijdens de gebiedsateliers zijn de deelnemers met elkaar aan de slag gegaan: grondeigenaren, ondernemers, inwoners, volksvertegenwoordigers, belanghebbenden en toehoorders. Gedurende een aantal dagen werd met hen gesproken over wat er nodig is om te komen tot een toekomstbestendige inrichting van het buitengebied.

Na het afronden van de gebiedsateliers volgde op 5 juni het regioatelier, waar BVR Adviseurs de resultaten van de drie gebiedsateliers presenteerde. Er werd ook een doorkijk naar de toekomst gegeven op basis van alle inzichten en opbrengsten uit de ateliers. Hier konden gebiedspartners en belanghebbenden hun eerste reactie delen. BVR heeft de reacties verzameld en ervoor gezorgd dat alle belangen een plek hebben gekregen in het Groeidocument. 3. Stand van zaken. In de startnotitie voor het Handelingsperspectief staat: Het eindresultaat van het Handelingsperspectief is een perspectief voor het buitengebied waarin ruimtevragers zijn geprioriteerd en waar mogelijk gecombineerd. Inzichtelijk is waar en hoe het areaal natuur, recreatie, landbouw, klimaatadaptatie, water, cultuurhistorie en energie een plek heeft en hoe die zich tot elkaar verhouden. Voor de uitvoering van het Handelingsperspectief bevat het een uitvoeringsprogramma. De inhoud van het Groeidocument is vooral een weergave van de Europese en nationale opgaven, de wensen van de deelnemers aan het gebiedsateliers en daarop gebaseerde bouwstenen voor het Handelingsperspectief. Het interactieve proces met betrokken partijen om integrale afwegingen en moeilijke keuzes te maken is nog niet/onvoldoende gepakt. Daarmee is er voor het maken van een uitvoeringsprogramma nog een weg te gaan.

Welke vragen zijn bijvoorbeeld nog niet beantwoord: hoe gaat de Regio Amersfoort met draagvlak en zicht op haalbaarheid aan de slag met het concept-Utrecht Programma Landelijk Gebied? Wat te verstaan onder water en bodem zijn sturend en wat gaat dat concreet betekenen voor de beekdalen die in Leusden sterk aanwezig zijn? Vervolgproces. • Adviesbureau BVR en Regiobureau Amersfoort organiseren in augustus/september verdiepende gesprekken met georganiseerde belanghebbenden en belangenvertegenwoordigers van de agrarische sector, natuurorganisaties, landgoedeigenaren, de recreatiesector, waterbeheerorganisaties en onze buurregio Foodvalley.

Pagina 3

• •

Daarna volgt in september/begin oktober een consultatieronde langs de gemeenteraden, provinciale staten en het waterschap (21 september in gemeenteraad Leusden). Met de opbrengst van zowel de schriftelijke reacties, de verdiepende gesprekken als de consultatie worden de denklijnen en voorstellen op realisme en bruikbaarheid getest, en wordt waar nodig aangevuld. Daarna wordt het stuk aangescherpt tot het uiteindelijke Handelingsperspectief dat eind dit jaar ter besluitvorming aan de gemeenteraden, Provinciale Staten en het waterschap wordt voorgelegd. Dit wordt voorafgegaan door bespreking in de colleges en bestuurlijk overleg binnen de Regio Amersfoort.

Volgens de startnotitie zouden de raden, staten en het Algemeen Bestuur van het waterschap voor de zomervakantie een 80%-versie van het Handelingsperspectief ontvangen. Het proces was echter niet genoeg gevorderd om dit na te komen. Daarom is voor een Groeidocument in plaats van een 80%-versie gekozen. De provincie heeft gesteld dat het Handelingsperspectief wel eind 2023 door de raden moet zijn vastgesteld omdat het anders te laat komt om goed mee te liften in het Utrechts Programma Landelijk Gebied. Om niet het risico te lopen kansen en financiën (landelijk transitiefonds) te missen blijft het de inzet om het Handelingsperspectief eind 2023 in de raden vast te stellen. 4. Reacties van het college op het Groeidocument. Deze zijn naar het Regiobureau Amersfoort gestuurd en gaan o.a. over: • Het ruimtevraagstuk; o Welke vraag wordt in het Groeidocument nog niet beantwoord: wat gaat prioriteren en combineren van functies betekenen voor de ruimteverdeling in het buitengebied? ▪ In bijlage 1 worden doelen die ruimteclaims kennen benoemd (voor bijvoorbeeld woningbouw, energietransitie en bedrijventerreinen en voor het realiseren van provinciale doelen voor water, klimaat, natuur (stikstof) en landbouw) maar die zijn nog niet naar de inhoud vertaald.

Er wordt in het Groeidocument geconstateerd dat hierbij lastige keuzes aan de orde zijn maar die zijn (voor zover die worden gemaakt) niet naar concrete ruimteclaims en kaartbeelden vertaald. • De overzichtskaart op de pagina’s 8 en 9; o Enkele reacties: ▪ Het Groene Valleilint als brede ecologisch verbinding ontbreekt. ▪ Waarop is “recreatiegebied” (concentreren drukte en meer groen en gezondheid) rondom De Schammer gebaseerd en wat wordt daarmee beoogd? ▪ Het buitengebied van Leusden kent meer verscheidenheid en dus meer deelgebieden dan de overzichtskaart laat zien. • De bouwstenen voor het Handelingsperspectief in hoofdstuk 4; o Deze vormen volgens de tekst een voorschot op wat prioriteren en combineren kan betekenen. Enkele reacties: ▪ Het omzetten van deze bouwstenen naar een concreet Handelingsperspectief vraagt om nader overleg met gebiedspartijen en het maken van soms lastige keuzes.

Pagina 4

Een voorbeeld van een tekstpassage die vragen oproept: bij de kwestie beschikbare landbouwgrond staat dat het Handelingsperspectief helderheid moet scheppen over de gebieden waar ruimte moet blijven voor de landbouw en in de mate waarin gronden die vrijkomen binnen de sector blijven. Zo zouden we als regio bijvoorbeeld een verdeelsleutel kunnen bepalen voor de vrijkomende gronden, zoals: 80% blijft agrarisch, 10% natuur en 10% voor recreatie. Over het vraagstuk van beschikbare landbouwgrond zal nog indringend moeten worden gesproken. Het ruimtelijk perspectief voor de Regio Amersfoort in hoofdstuk 5 (wat zijn de grootste veranderingen en wat moet er gebeuren); o Dit hoofdstuk bevat een schets van de ruimtelijke perspectieven voor Eemland, Utrechtse Heuvelrug en Gelderse Vallei als richtpunt. Hier wordt ingegaan op “wat zijn de grootste veranderingen en wat moet er gebeuren”. Verder is de volgende tekst opgenomen: op basis van alle gesprekken en beschikbare documentatie is per deelgebied een kansrijke balans gezocht van opgaven en belangen. Er is geprioriteerd en gecombineerd. Het is geen blauwdrukplan maar eerder een ‘moodboard’ van de gezamenlijke toekomstwensen. Dit ruimtelijk perspectief geeft richting aan de ontwikkeling van het gebied en kan dienen als basis voor de verschillende afspraken die de komende periode zullen moeten worden gemaakt.

Enkele reacties: ▪ Met betrekking tot “wat zijn de grootste veranderingen en wat moet er gebeuren”: deze zijn herkenbaar op basis van de gevoerde gesprekken tijdens de gebiedsateliers en het uitgangspunt “de Regio richt zich naar de landelijke wet- en regelgeving en nationale opgaven”. Maar over de geschetste ruimtelijke perspectieven en bijbehorende maatregelen hebben de gebiedspartijen nog geen gesprek/discussie met elkaar gehad. ▪ Er ontbreekt een legenda bij de schets van ruimtelijke perspectieven. ▪ Bij deelgebied Utrechtse Heuvelrug staat “windturbines op de heuvelrug langs de A28 zijn in 2040 noodzakelijk voor een goede energiebalans”. Onderzoek moet echter uitwijzen of dat zo is en besluitvorming moet nog uitwijzen of dit haalbaar is. ▪ Voor De Gelderse Vallei wordt een wensbeeld geschetst dat nog moet worden getoetst op draagvlak en haalbaarheid. De financieringsmogelijkheden in hoofdstuk 6; o In dit hoofdstuk zijn verschillende bouwstenen benoemd die kunnen helpen bij het verkrijgen van financieringsmogelijkheden. Ook worden partijen of mogelijke subsidies genoemd waaraan kan worden gedacht. Dit zijn allemaal opties om samen nader te verkennen. Tijdens de consultatieronde moet duidelijk worden welke voorstellen op draagvlak kunnen rekenen en welke niet. ▪

•

•

Pagina 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.leusden.nl/api/v1/meetings/3477/documents/38465