1-11-2022 Memo aan de raad aanvullende onderbouwing investering basis op orde ambtelijke organisatie (kennisnemen).pdf
Tekst van het document
Memo basis op orde Aan:
de raad
Van:
het college
Betreft:
aanvullende onderbouwing investering basis op orde ambtelijke organisatie.
Datum:
1 November 2022
Inhoudsopgave: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Aanleiding Basis op orde vs. ambities Grip op de bedrijfsvoering? Incidenteel vs. structureel Nadere duiding gevraagde fte basis op orde Effecten “niet doen” per functie basis op orde
1. Aanleiding Tijdens de informatieronde op 20 oktober en een bijeenkomst met de fractievoorzitters eerder die week zijn vragen gesteld m.b.t. de noodzaak van en onderbouwing van de basisop-orde investering die in de begroting wordt voorgesteld. Ook zijn vragen gesteld over het onderscheid structurele en incidentele kosten en -dekking. Met deze memo wordt aanvullende onderbouwing gegeven voor dit deel van het raadsvoorstel om de begroting vast te stellen en wordt ook nadere uitleg over incidenteel vs structureel gegeven. Dit document is ook te beschouwen als een vervanging (en dus deels herhaling) van bijlage 1 bij het CUP, waarin ook al een onderbouwing van de noodzaak basis op orde is gegeven
2. Basis op orde vs. ambities Wij maken nu een onderscheid tussen investeringen in formatie die naar ons inzicht hoe dan ook nodig zijn, los van de ambities in het CUP (basis op orde; bijna 10fte) en formatie die samenhangt met het niveau van onze ambities (ruim 7 fte). Deze memo gaat alleen in op de basis op orde. We realiseren ons dat altijd discussie mogelijk is over het onderscheid. Waar ligt de grens ligt tussen ambities en basis op orde? Zakken we door een ondergrens zonder extra BOA? Is echt een generalist SD nodig om de basis op orde te kunnen houden in het Sociaal Domein? En is het voortzetten van de (tot nu toe incidenteel bekostigde) beleidsfunctie toerisme en recreatie dan juist wel gekoppeld aan de ambitie Leusden op de Kaart, en dus geen onderdeel van de basis op orde? Het college vindt van wel en daarom is het voorstel zoals het is.
3. Grip op de bedrijfsvoering? Wij begrijpen dat de raad een goede afweging wil kunnen maken over de inzet van middelen en daarom voorstellen om in de organisatie te investeren goed wil kunnen begrijpen en
beoordelen. Dat leidt al snel tot veel vragen op een behoorlijk detailniveau over de gemeentelijke bedrijfsvoering. Elk antwoord kan weer een verdiepende vraag uitlokken. In deze memo gaan wij misschien wel dieper op de bedrijfsvoering in dan gebruikelijk is in de samenwerking tussen college en raad. We proberen alle vragen zo goed mogelijk te beantwoorden. Tegelijkertijd vragen we ook om ruimte en rolvastheid. Ruimte voor het management om haar rol te pakken en de organisatie in te richten en te leiden, het college om te besturen en de raad om politieke prioriteiten te stellen, die in kaders te vervatten en daarop te controleren. Naast vragen over de details merken we ook de behoefte om te toetsen op kengetallen en benchmarks. Analyses en benchmarks waarin Leusden zich vergelijkt met andere gemeenten zijn deels gewoon voor eenieder beschikbaar (zie bijvoorbeerbeeld www.waarstaatjegemeente.nl) maar op hoger detailniveau juist tijdrovend en kostbaar om te maken. In de vorige raadsperiode is in 2019 een benchmark naar de kosten van de organisatie gedaan in relatie tot referentiegemeenten. Daaruit bleek dat de kosten per inwoner in Leusden toen precies gelijk waren aan het gemiddelde van de referentiegroep.
Het onderzoek was als bijlage 6 bij de kadernota 2020 gevoegd, zie https://gemeentebestuur.leusden.nl/Vergaderingen/Raadsvergadering/2019/11juli/20:00/Bijlage-6-1-Benchmark-formatie-en-kosten-3.pdf. Daarnaast is vorig jaar een rapportage “verkenning t.b.v. discussie prioriteitstelling” aan de raad ter hand gesteld (zie https://gemeentebestuur.leusden.nl/Vergaderingen/Uitwisseling/2021/11maart/19:30/Prioriteitendiscussie) waarin onze inkomsten en uitgaven vergeleken worden met de theoretische verdeling die ten grondslag ligt aan de algemene uitkering gemeentefonds en in vergelijking met een aantal geselecteerde referentiegemeenten.
4. Incidenteel vs. structureel Tijdens de informatiemarkt en ook al eerder zijn vragen gesteld over het incidenteel of structureel toekennen van budget, welke keuzevrijheden we hebben en welke effecten keuzes hebben op ons meerjarig begrotingsperspectief. Eén misverstand willen we graag uit de wereld helpen: structureel-incidenteel in de begroting is niet hetzelfde als vaste en tijdelijke dienstverbanden in de organisatie. Het BBV (de set regels rondom begroten en verantwoorden) verplicht de gemeente om structurele kosten structureel te ramen. Alle taken die niet duidelijk en expliciet een van te voren bepaald einde in de tijd hebben kwalificeren daarbij als ‘structureel’. Dus ook werkzaamheden in de vorm van een pilot of beleidstaken waarvan we nog niet weten of we ze over 3 jaar nog relevant vinden of subsidies waarvan nog onzeker is of ze al dan niet in de toekomst worden voortgezet. De eis is echt: alleen naar hun aard eenmalige en eindige taken mogen incidenteel begroot worden, al het overige moet structureel begroot worden. Aan deze eis houdt Leusden zich nog niet zo goed. De belangrijkste reden hiervoor is dat we meestal veel makkelijker incidentele middelen kunnen vrijmaken dan structurele. De verleiding is dan groot om politieke ambities (eerst) incidenteel te bekostigen en de discussie over de structurele kosten een paar jaar vooruit te schuiven.
De Provincie, in de rol van toezichthouder, spreekt ons hier op aan. De raad heeft het budgetrecht en kan dus sturen op zowel incidentele als structurele middelen. Bij structurele uitgaven kan de uitvoering van wettelijke taken in veel gevallen worden versoberd. Alle structureel begrote niet wettelijke taken kunnen door de raad in
theorie zelfs geheel naar believen al dan niet worden voortgezet. Wel geldt voor verreweg de meeste zaken dat ombuigingen niet met 1 druk op de knop te realiseren zijn. Dat geldt zowel voor interne kosten (personeel) als extern, zoals contracten met verbonden partijen. Veranderingen doorvoeren, zowel om uit te breiden als om te bezuinigen kost in de meeste gevallen tijd en transitiekosten. Het is een misverstand te denken dat ombuigingen sneller realiseerbaar zijn of tegen lagere transitiekosten als de raad kiest om bepaalde taken incidenteel te bekostigen in plaats van structureel. Hoe moeilijk of juist makkelijk valt bij te sturen ligt aan de taak zelf, niet aan het label incidenteel of structureel, dat is slechts de noemer waaronder we de post in de begroting opnemen. Het is ook niet zo dat op incidentele taken alleen externe inhuur of mensen met een tijdelijk contract geplaatst worden (al kan dat wel voorkomen). De taak, de verwachte doorlooptijd, de arbeidsmarkt, het verwachte toekomstige verloop en schuifruimte in de organisatie: dat alles speelt een rol bij de invulling van formatie met vaste of tijdelijke dienstverbanden of met externe inhuur. Arbeidsrechtelijk geldt dat wij net zo goed verantwoordelijk zijn voor de WW van werknemers met een (afgelopen) tijdelijk contract als voor de transitie van boventallige vaste medewerkers.
Daar komt bij dat in de huidige arbeidsmarkt tijdelijke vacatures vaak lastig in te vullen zijn. Alle nu onder de noemer “basis-op-orde” beschreven benodigde structurele formatie is naar zijn aard ook echt structureel. Indien de raad dan toch zou beslissen om hiervoor slechts incidentele middelen beschikbaar te stellen heeft dat de volgende effecten: •
•
•
•
•
•
De raad kan verweten worden zich niet aan de wet (BBV) te houden, met mogelijk negatieve reacties van toezichthouder (Provincie) tot gevolg. Die heeft immers juist op dit punt de raad specifiek gevraagd (dus eigenlijk: opgedragen) om beter en consequenter het onderscheid tussen structureel en incidenteel te maken. Er ontstaat schijnbaar, -maar niet werkelijk- structurele begrotingsruimte. We houden onszelf dan voor de gek: door structurele taken incidenteel te begroten ontstaat op papier een positiever beeld van de meerjarenbegroting. Daarmee kan de schijn gewekt geworden van toename van toekomstige investeringsruimte. in werkelijkheid zijn we gelijk of waarschijnlijk zelfs duurder uit met ‘serieel-incidenteel’ begrotingsbeleid. De raad beslist uiteindelijk zelf hoeveel risico’s en optimistische aannames over de toekomstige financiële ruimte hij verantwoord vindt, daarvoor is dit ‘foefje’ dus niet nodig. In alle gevallen kijkt de toezichthouder natuurlijk wel mee. We creëren extra onzekerheid in de organisatie met mogelijk een hoger personeelsverloop (“ze hebben me straks niet meer nodig”) en lastiger in te vullen vacatures (“is maar tijdelijk”); tot gevolg.
We creëren extra werk voor organisatie, college en raad door tegen het einde van de incidentele middelen opnieuw een besluitvormingstraject, dekkingsvraagstuk, HRM afwikkeling te moeten organiseren om te voorkomen dat de functie komt te vervallen. Dit document en besluitvormingstraject is daar een voorbeeld van. Er is GEEN lineair verband met het aantal vaste en flexibele contracten in de organisatie. Arbeidsrechtelijk is het mogelijk om een vast dienstverband te hebben en toch een incidenteel bekostigde functie te vervullen en ook andersom. Er is GEEN rechtstreekse relatie met transitiekosten: Gemeente moet ook WW betalen voor medewerkers met tijdelijke contracten die aflopen, net als voor vaste medewerkers die boventallig zouden worden.
•
Er is GEEN toename van de sturingsmogelijkheden van de raad op de organisatie. Ook structurele formatie kan worden aangepast als keuzes worden gemaakt om te reorganiseren, fuseren, uit te besteden, bezuinigen enz. enz.
5. Nadere duiding gevraagde fte basis op orde Om de dienstverlening aan inwoners, raad en college in stand te houden is het nodig de organisatie te versterken, structurele taken structureel in te vullen en balans tussen capaciteit en gewenst niveau van dienstverlening te creëren. Een deel van de investering is nodig omdat we in het verleden structurele taken incidenteel begroot hebben en nu dus opnieuw moeten begroten. Dat is het geval voor 3,12 fte, oftewel 1/3 van het totaal. 2/3 betreft dus ‘echte’ uitbreiding/versterking. Elke functie heeft zijn eigen duiding wat betreft de noodzaak van deze uitbreiding. In het algemeen gaat het om de noodzaak om de toename van de complexiteit van de samenleving te kunnen bijbenen en om nieuwe taken te kunnen accommoderen. Daarnaast speelt natuurlijk ook gewoon de groei van het dorp (aantal bewoners, bedrijven, gebouwen enz. enz.) een rol. De organisatie groeit niet automatisch mee, daarvoor zijn dit type besluiten nodig. Het grootste deel van de uitbreiding leidt tot extra belasting van de begroting. Dat is echter niet zo bij de projectleider gebiedsontwikkeling. Die wordt betaald uit de projecten waar nu ook de externe inhuur voor die projecten uit betaald wordt. Voor de andere functies kan ook een verband met (afname van) externe inhuur verondersteld worden. Dat verband is echter hooguit partieel en niet in de begroting zichtbaar.
Ter illustratie: In 2022 zal het centraal knelpuntenbudget (bedoeld voor inhuur bij ziekteverzuim) verdubbeld moeten worden t.o.v. de begroting. Ook is het budget voor de flexibele schil in oktober al volledig ingezet terwijl het jaar nog niet om is. Dat illustreert dat we er op dit moment niet onder uit komen om veel in te huren en daarin budgetten overschrijden. Als de formatie basis op orde wordt toegekend en het vervolgens ook lukt de vacatures in te vullen (dat is allerminst vanzelfsprekend in de huidige arbeidsmarkt) dan is dus een niet nader te onderbouwen afname (of eigenlijk een minder sterkte stijging) van de kosten externe inhuur te verwachten t.o.v. van het niet begroten van deze formatie.
6. Effecten “niet doen” per functie basis op orde Hieronder wordt per gevraagd onderdeel van de formatie basis op orde toegelicht waarom het nodig is en wat de consequenties zijn van het niet toekennen. Dit hoofdstuk vervangt daarmee ook bijlage 2 van het CUP en komt er deels mee overeen.
APV/evenementenvergunningen 0,67 fte schaal 8: Uitbreiding van de formatie. De kosten bedragen structureel € 45.000. Er is sprake van onderbezetting bij de evenementenvergunningen. Er is structureel meer werk dan huidige capaciteit. Niet doen leidt tot niet tijdig, niet zorgvuldig of zelfs helemaal niet kunnen afhandelen van aanvragen en daarmee van het onvoldoende invullen van een wettelijke taak waarvan de omvang nauwelijks beïnvloedbaar is. Om dat te voorkomen kan ook gekozen worden voor continuering huidige externe inhuur. Dat is duur en onzeker in beschikbaarheid. Ter
illustratie: In 2022 zal voor meer dan €100.000 externe inhuur plaatsvinden op deze taak vanwege incidentele en structurele capaciteitstekorten en uitval/ziekte.
Medewerker publiekszaken 1 fte schaal 7 De kosten bedragen structureel € 60.000. De bezetting bij burgerzaken is te krap gelet op de taken. Dit wordt nu opgevuld door structureel overwerk en inhuur maar moet structureel goed geregeld worden. Niet doen laat bestaande probleem in stand. Structureel overwerk verhoogt het risico van uitval/ziekte en kan ook leiden tot vertrek medewerkers.
Uitbreiding griffie De huidige bezetting van de griffie is niet voldoende. De griffie is in staat om de minimum dienstverlening te leveren (regelmatig met overwerken), maar eens een stapje meer of dieper lukt niet. Een extra ontwikkeling gaat meteen ten koste van de basis. Uitbreiding van de formatie met 0,5 fte met kosten van structureel € 39.000 is wel een minimum dat nodig is om de ondersteuning te blijven bieden. Dit blijkt eveneens op basis van landelijke rapportage, onderzoeken en recente ontwikkelingen: • •
•
de griffie van Leusden zit in landelijke benchmarks over bezettingsgraad in de lagere regionen (lees: onderbezetting). op basis van rapporten van Raad voor het Openbaar Bestuur, rapporten van Vereniging van Raadsleden in samenwerking met Vereniging van Griffiers zijn verklaringen aangedragen waarom er op de griffies meer bezetting nodig is. Dit heeft te maken met de toegenomen complexiteit in het bestuurlijke speelveld. Er tekent zich een grote aardverschuiving af in het Leusdens raadswerk waardoor de dienstverlening van de griffie onder druk is komen te staan: o De raad is gegroeid naar 23 raadsleden per maart 2022; o De raad van Leusden wordt bestuurd door 8 fracties sinds maart 2022. In maart 2018 waren dit nog 5 fracties; o De gemeenteraad bestaat sinds maart 2022 voor meer dan de helft uit nieuwe raadsleden; o Er zijn twee, nieuwe, lokale, fracties in de raad gekomen. Uit onderzoek is gebleken dat fracties van lokale partijen een groter beroep doen op de ondersteuning van de griffie, omdat zij niet een beroep kunnen doen op een landelijk partijbureau.
Niet doen betekent een raad die het met (te) weinig ondersteuning moet doen. Dat is slecht voor de democratie en de kwaliteit van de besluitvorming.
Uitbreiding formatie dataspecialist SD (0,17 fte schaal 11) De medewerker is in dienst voor 32 uur waarvan 6 uur (= 0,17 fte) incidenteel gedekt is dat nu afloopt. Het betreft dus geen uitbreiding maar behouden wat we al hebben. De taken zijn echter structureel van aard. Het meer data gestuurd werken binnen het sociaal domein heeft met de komst van de informatiespecialist in mei 2021 een goede ontwikkeling doorgemaakt. Deze ontwikkeling moet verder doorgezet worden en vraagt ook de komende jaren deze inzet. De kosten bedragen structureel € 20.000
Niet doen leidt tot slechtere datavoorziening SD waardoor fin. ontwikkelingen en risico’s slechter gemonitord kunnen worden. Ook is de kans groot dat de huidige medewerker dan vertrekt. Het zou een zeer lastig te vervullen vacature zijn.
Junior beleidsadviseur SD (0,33 schaal 9) Betreft incidenteel gefinancierde structurele formatie die dus opnieuw moet worden toegekend om in stand te blijven. De medewerker is nu in dienst voor 32 uur waarvan 12 uur (= 0,33 fte) via een tijdelijk contract. De kosten bedragen structureel € 26.000. Niet doen zal leiden tot achterstanden en/of fouten bij de subsidieverlening aan tal van maatschappelijke partners SD. Of anders externe inhuur (duurder, minder zeker). Kans op vertrek huidige medewerker.
Generalist SD 1 fte schaal 11 Uitbreiding van de formatie met 1 fte, schaal 11. De kosten bedragen structureel € 98.000. De gemeente heeft de grote opgave om de transformatie in het sociaal domein vorm te geven waarbij wij ondersteuning op maat willen bieden voor mensen die het zelf niet kunnen organiseren; zodat zij mee kunnen blijven doen of weer mee kunnen doen in de samenleving. Tegelijkertijd vraagt het om grip te houden op de kostenontwikkeling. De afgelopen jaren is gebleken dat de huidige formatie erg krap is en nauwelijks ruimte biedt om flexibel en snel in te kunnen spelen op ontwikkelingen die op ons afkomen. Uitbreiding van de formatie weerspiegelt dus de toename van de complexiteit in het SD, maar ook onze groei in bevolking, en is nodig om het huidige niveau van sociale voorzieningen in Leusden in stand te kunnen houden. Niet toekennen houdt in dat risico’s toenemen dat we onverwachte ontwikkelingen niet kunnen bijbenen, minder goed financieel in control zijn, inwoners minder goed kunnen ondersteunen en raad en college minder goed kunnen informeren en betrekken bij keuzes. Vanuit team SD zal vaker ‘nee’ verkocht moeten worden.
Medewerker BAG-GI BGT (0,5 schaal 8) Uitbreiding van de formatie met 0,5 fte, schaal 8 in verband met structurele toename van wettelijke taken. De kosten bedragen structureel € 34.000. Het belang van de kwaliteit van basisregistraties voor de (digitale) overheid is groot. De gegevens worden gebruikt in onze primaire processen, zoals vergunningverlening, toezicht en handhaving en belastingheffing. De samenhang tussen basisregistraties is van essentieel belang omdat gebruikers de gegevens gecombineerd toepassen in processen. De basisregistraties moeten op orde zijn en dat kunnen we nu niet garanderen. Niet doen betekent onvoldoende kwaliteit basisregistraties. Fouten in basisregistraties leiden tot fouten in andere processen, zoals bijvoorbeeld belastingheffing. Dat kan weer leiden tot het mislopen van inkomsten of juist kostbare bezwaarzaken en kostbare hersteloperaties van de basisregistraties. Dit probleem op z’n beloop laten heeft een hoge prijs.
Uitbreiding accountmanagement bedrijven (0,2 schaal 10A)
Voor accountmanagement is 34 uur beschikbaar, verdeeld over 2 accountmanagers voor 18 en 16 uur. Een van de accountmanagers is tevens verantwoordelijk voor het economisch beleid (eenpitter). Dat maakt dat accountmanagement uitgevoerd moet worden onder druk van beleidsmatige zaken die bestuurlijk urgente aandacht vragen. Met het toevoegen van 0,2 fte (schaal 10a) kan het accountmanagement pro-actiever uitgevoerd worden, conform de vastgestelde strategie. Verwachte kosten op jaarbasis: € 18.000 structureel. Doelen die daarmee binnen bereik komen zijn: •
•
• •
Benadering en versterking de ICT sector. Leusden staat op de 10e plaats van Nederland als het gaat om het aantal ICTbedrijven aanwezig binnen de gemeente. We streven ernaar om deze sector te versterken, zodat we ons daar steeds duidelijker mee kunnen profileren en aanverwante bedrijven kunnen aantrekken. Afas kan daarin een verbindende rol spelen (ICT valley). De samenwerking hierin met de Ruimtelijke Ontwikkelingsmaatschappij Utrecht (ROM) en U-tech Community is al opgestart en sluit naadloos aan op de ambities van de provincie Utrecht en het regionaal economische beleid. Voor Leusden liggen hier kansen die alleen verzilverd kunnen worden als we voldoende tijd beschikbaar hebben om met de ICT-sector aan de slag te gaan. Het uitbouwen van een specifieke benadering ten aanzien van de grote bedrijven in Leusden (netwerk van grote werkgevers, lokale verankering, meerwaarde aan elkaar). Het reeds aangeschafte CRM-systeem goed in te richten, systematisch te gaan gebruiken Het aantal afgesproken bedrijfsbezoeken af te leggen;
Niet doen betekent dat bovenstaande resultaten niet haalbaar zijn. Ondernemers en ook de raad kunnen dan minder goed gefaciliteerd worden.
Teamleider financiën BLNP (0,67 schaal 12) Betreft structureel maken van nu incidenteel begrootte formatie. Uitbreiding van de formatie met 0,67 fte, schaal 12. De kosten bedragen structureel € 74.000. Tot najaar 2023 is hier incidentele dekking voor; in 2023 zijn de kosten daardoor € 19.000. Niet doen levert onwerkbare span of control op en daardoor weer risico’s op zaken als niet goed belegd zijn van taken in P&C cyclus, financieel beheer, service aan collega’s en verantwoording aan college en raad. Dat levert uiteindelijk weer risico op m.b.t. rechtmatigheid en en/of doelmatigheid & efficiency van bestedingen. Niet doen zou ook neerkomen op niet nakomen van een afspraak in BLNP verband. Alle vier de gemeenten moeten een aandeel leveren conform de verdeelsleutel die afgesproken is.
Rechtmatigheidsverantwoording VIC (50k per jaar) Met ingang van het verslagjaar 2023 veranderen de regels en wordt de verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders (‘college’) voor de rechtmatigheid benadrukt doordat het college een verantwoording over rechtmatigheid af moet gaan geven in plaats van de accountant. Dit zorgt voor een verschuiving van werkzaamheden van de accountant naar de ambtelijke organisatie. Niet doen levert het risico op dat het college geen
juiste rechtmatigheidsverantwoording kan opstellen. Omdat de accountant de verantwoording nog wel op juistheid controleer kan dit leiden tot een afkeurende controleverklaring van de accountant bij de jaarrekening. De hoogte van de kosten is nog niet goed vast te stellen. Vooralsnog nemen we een stelpost om van structureel € 50.000 die kan worden gebruikt om de formatie uit te breiden dan wel een bijdrage te leveren aan BLNP.
Beheer kantoorautomatisering 0,5 fte Uitbreiding van de formatie. Het betreft een nieuwe functie die voortvloeit uit de implementatie van Microsoft365 als KA omgeving met de applicaties Sharepoint, Power BI en Teams in de Cloud omgeving. Hier moet in Leusden en bij voorkeur vanuit BLNP gezamenlijk uitvoering aan gegeven worden. Momenteel is er geen capaciteit om dit functioneel te beheren. Vanuit Leusden moet er iemand verantwoordelijk worden voor het beheer van de Microsoft365 tenant. Vanuit deze functie moeten functionaliteiten van de Microsoft365 onderdelen goed uitgedragen worden zodat deze optimaal benut kunnen worden. Dit vereist een proactieve benadering. Door de jaren heen is de kantoorautomatisering wat ingewikkelder geworden. Het beheer daarvan is eerder niet meegenomen in de bestaande functies. De werkzaamheden passen niet bij het systeembeheer (andersoortige werkzaamheden) en niet bij de Helpdesk. Hier is geen ruimte voor in de functie. De kosten van 0,5 fte worden geraamd op € 46.000. Niet doen leidt tot slechtere functionaliteit ICT en daarmee tot de volgende risico’s: • • •
verlies van productiviteit in de organisatie. Onvoldoende informatieveiligheid Niet voldoen aan wettelijke eisen (BIO, AVG, Archiefwet, WOO)
BOA 1 fte schaal 7 Uitbreiding van de formatie van 2 naar 3. De kosten bedragen structureel € 60.000. Boa’s moeten op een steeds breder terrein inzetbaar zijn. Ook neemt de noodzakelijke inzet toe. Er worden prioriteiten gesteld om het meest belangrijke te doen, maar daarmee is er continue te weinig aandacht voor andere onderdelen van de taken. De reden dat deze taak in de CUPopdracht Robuuste en slagvaardige dienstverlening is opgenomen, is dat er geen sprake kan zijn van “communicerende vaten” in relatie tot eventuele uitbreiding dan wel bezuiniging op politietaken. Het BOA-werkveld gaat over de aanpak van kleine overlast gevende feiten in de openbare ruimte. Dit betreft een ander taakveld dan dat van de politie, die zich richt op openbare orde en veiligheid. Ter vergelijking: Woudenberg (half zo groot als Leusden) heeft uitgebreid van 1 naar 2 BOA’s. Baarn en Bunschoten hebben elk 3 BOA’s. Leusden zit dus onder het gemiddelde. Niet doen betekent nog scherpere keuzes maken bij handhavingsprioriteiten. Acceptatie van een laag niveau ambities veiligheid en openbare orde. Accepteren dat veel wensen van de raad en samenleving m.b.t. toezicht en handhaving niet uitvoerbaar zijn. Risico dat zaken als ondermijning (nog) minder snel worden opgemerkt.
Werkvoorbereider civiel (1 fte schaal 9)
Dit betreft uitbreiding van de formatie met kosten van structureel € 77.000. Werkvoorbereiding civiel betreft: het opstellen van bestekken/werkomschrijvingen, maken van bijbehorende tekeningen en kostencalculaties. Dit betekent een medewerker met brede (allround) civiele/groene kennis, die inhoudelijk wordt gevoed door de vakspecialisten per discipline. Met een eigen bestekschrijver/-tekenaar wordt deze taak gemakkelijker en houden we de voortgang op projecten er beter in. Nu wordt voor dit werk regelmatig capaciteit ingehuurd hetgeen minder effectief is en duurder. De reden dat de huidige bezetting hier nu onvoldoende aan toekomt is enerzijds omdat de organisatie in de loop van de tijd anders is ingericht en we steeds meer taken verschoven hebben naar beheerders. En anderzijds omdat de samenleving steeds meer vraagt aan inzet en juist hier wordt veel op ingezet in het kader van de samenleving voorop. We zien daardoor dat we steeds meer moeite hebben om het werk vanuit de IBOR rapportage tijdig te organiseren en een deel wordt daarom niet meer gedaan. Ook gaat de kwaliteit van het geleverde achteruit en komt op enig moment ook de veiligheid in het gedrang. Met een te krappe bezetting lopen we het risico onze budgetten onvoldoende te kunnen inzetten, daarmee niet te realiseren wat we voor ogen hadden. Met iedere ontwikkeling is er capaciteit nodig in de uitvoering.
De capaciteit die wij daar nu op inzetten is te mager om de realisatie voldoende vorm te geven. Niet doen betekent dat het huidige patroon zich voortzet: • • • •
niet (tijdig) realiseren van projecten groot onderhoud en vervanging veel externe inhuur op projectbasis Achteruitgang van de kwaliteit van onze infrastructuur Vertraging in projecten klimaatadaptatie
Inhoudsdeskundige vastgoed: 1 fte vooralsnog tijdelijk, maar structureel te begroten Er loopt een onderzoek naar de manier waarop onze organisatie de Vastgoed-kolom heeft georganiseerd. En vooral waar het beter kan. Wat op dit moment al duidelijk is, is dat we op operationeel/tactisch gebied geen bezetting hebben. Er is een medewerker die zich met beheer bezighoudt, en er zijn medewerkers die zijn aangesteld voor het beleid vastgoed. Wat we niet hebben en ook niet in andere functies hebben georganiseerd of kunnen organiseren de komende twee jaar is inhoudelijk/specialistisch tactisch/operationele inzet. Dit is een hiaat in de organisatie, waarvan we op de diverse dossiers last van hebben. Afgelopen jaren huurden we hier lange tijd voor in. Daarvoor is het inhuurbudget echter niet toereikend. Met het onderzoek willen we mede investeren in “de goede dingen doen op de goede plek”, maar daar kunnen we met de werkzaamheden op het gebied van Vastgoed niet op wachten. Daarom stellen we voor voorlopig voor 2 jaar iemand aan te nemen die de tactisch-operationele taken kan vervullen, waarna we bezien hebben of de functie ook daarna structureel in stand moet blijven. Begrotingstechnisch gaat het wel om structurele kosten. Er is immers geen duidelijk einde van de taak, en geen beslissing om op termijn weer te bezuinigen of om te buigen.
Effecten niet doen: vertraagt de hoogst noodzakelijke orde-op-zaken acties m.b.t. vastgoed die nu worden ingezet. Huidige (hoge) niveau van externe inhuur blijft dan ook hoog (en dus kostbaar en kwetsbaar). Huidige hoge afbreukrisico’s vastgoed (technisch, juridisch, financieel) worden niet lager.
Projectleider gebiedsontwikkeling
Projecten gebiedsontwikkeling kunnen door de samenleving, marktpartijen en de gemeente zelf geïnitieerd worden. Elk project is eindig (incidenteel) maar er is een continue stroom van nieuwe projecten die de komende jaren niet lager zal worden. Afgelopen jaren hebben we veel extern ingehuurd omdat we slechts geringe formatie projectleider gebiedsontwikkeling hebben. Om de continuïteit te waarborgen willen we een deel van de inhuur kunnen omzetten naar vaste formatie. Dekking is voorzien vanuit de opbrengsten van de anterieure overeenkomsten en de grondexploitaties; er zijn dus geen begrotingseffecten. Niet doen betekent meer externe inhuur op de projecten of anders vertraging bij projecten. Niet doen levert geen geld op; ook niet begrotingstechnisch omdat de dekking voor zowel inhuur als vaste formatie uit de projecten komt (grondexploitaties en/of anterieure overeenkomsten)