Wijzigingen bestemmingsplan (concept)
Tekst van het document
Voorstel: Wijzigingen bestemmingsplan ‘Vergroting Bouwvlak Karreveld 10 Heibloem’ IDN: NL.IMRO.1640.BP14HbKarreveld10-VG02 WIJZIGINGEN EN AANVULLINGEN Verbeelding 1. 2.
Op de verbeelding wordt het bouwvlak ingetekend, conform bijlage 1 bij deze Nota van Wijzigingen. De exacte naamgeving van de aanduidingen gelijk trekken met de benaming en omschrijving in de regels en toelichting (specifieke vorm van agrarisch of specifieke vorm van agrarisch met waarden).
Planregels In de definities worden de termen ‘mengen van voer’ verduidelijkt c.q. toegevoegd en in de juiste (alfabetische) volgorde geplaatst: 1. Artikel 1.68: ‘het maken en bewerken van (droog)voer’: het door middel van een mengvoerinstallatie, hamermolen, pletmachine, cracker, menger of andere productiec.q. mengmachines samenstellen van (droog) mengvoer (malen, pletten en/of cracken) voor varkens, uit één of meerdere grondstoffen. 2. Artikel 1.69: ‘mengen van brijvoer’: het vermengen van (elders geproduceerd) (kracht)voer met water en één of meer restproducten, zonder dat daarbij enige andere bewerking aan het (kracht)voer of de grondstoffen plaatsvindt dan het bijeenvoegen en roeren van deze onderdelen. Aan de planregels wordt (bij strijdig gebruik) toegevoegd: 1. Artikel 3.5.4., onder m: het houden van dieren ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden – geen dieren’ Toelichting In de toelichting wordt gewijzigd dan wel aangevuld: 1. Paragraaf 4.3.4, toevoeging na de laatste zin van deze paragraaf: De vergroting van het bouwvlak voor de realisatie van de loods houdt immers geen wijziging in voor wat betreft de dierenverblijven.
Dit is verzekerd door het opnemen van een aanduiding op de verbeelding en een planregel in de regels, waaruit volgt dat ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden – geen dieren’ geen dieren mogen worden gehouden. Dit betekent dat de vergroting van het bouwvlak niet van invloed is op de geuremissie, die ontstaat door het (intensief) houden van dieren (varkens). 2. Paragraaf 5.4, vierde bullet en verder: in aanvulling op het (regulier) strijdig gebruik zijn twee situaties aangemerkt, te weten: het houden van dieren en het mengen van (droog) voer (zoals gedefinieerd in artikel 1.68 van de planregels) ter plaatse van de aanduidingen ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden – geen dieren’ respectievelijk ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden – mengen van voer’. Hiertoe overweegt de raad het volgende. a. De planwijziging is toelaatbaar, omdat de geuremissie vanuit de dierverblijven niet wijzigt. Dit is verzekerd door het opnemen van een aanduiding op de verbeelding en een planregel in de regels, waaruit volgt dat ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden – geen dieren’ geen
3.
dieren mogen worden gehouden. Dit betekent dat de vergroting van het bouwvlak niet van invloed is op de geuremissie, die direct ontstaat door het (intensief) houden van dieren (varkens). Het alsnog gebruiken van die delen van het plangebied voor het houden van dieren, brengt strijdig gebruik met zich mee. b. Het door middel van een mengvoerinstallatie, hamermolen, pletmachine, cracker, menger of andere productie- c.q. mengmachines samenstellen van mengvoer voor varkens uit één of meerdere grondstoffen wordt als strijdig gebruik aangemerkt. Een dergelijk gebruik is niet noodzakelijk voor de uitoefening van de primaire bestemming, een intensieve varkenshouderij. Het mengen van (droog) voer leidt tot wijzigingen in de aard van de vervoersbewegingen, de aantallen vervoersbewegingen en de locatie van de vervoersbewegingen (de huidige levering vindt plaats aan de voorzijde, het verst weg van de bestaande woningen aan de noordzijde. De toekomstige levering vindt plaats aan de uiterste zijde, het dichts bij de bestaande woningen en omwonenden hebben in de zienswijzen en beroepsgronden juist de vervoersbewegingen als belemmerend c.q. overlast gevend aangeduid). Bovendien is hier relevant de wijziging in de locatie voor het laden en lossen.
Voorgaande wijzigingen kunnen niet zodanig worden gerealiseerd dat hierin geen wijziging optreedt ten opzichte van het woon- en leefklimaat van de binnen de invloedssfeer van het plangebied gelegen (reguliere) woningen. Bovendien zijn voor dit proces onder andere een hamermolen, cracker en pletter nodig. Deze machines (industriële installaties) produceren in ieder geval geluid, stof en het proces levert ook een (beperkte) toename van (industriële) geur. Het mengen van (droog) voer is mede gelet op het vorenstaande een industriële activiteit. Het industriële karakter zit opgesloten in de wijze van bewerking. Het voer wordt niet alleen gemengd maar ook gemalen, geplet en gecrackt. De effecten dienen te worden gewogen in het kader van een goede ruimtelijke ordening en een Goed woon- en leefklimaat. Niet kan worden uitgesloten dat het mengen van (droog) voer een negatieve invloed heeft op het woon- en leefklimaat. In het belang van een goede ruimtelijke ordening en een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet een belangenafweging worden gemaakt. Enerzijds het belang van het bedrijf om een beter bedrijfseconomisch proces te kunnen realiseren en anderzijds het belang van mens, natuur en milieu. Het bestaande woon- en leefklimaat (en de overbelasting van de omliggende woningen) kan daarbij niet los worden gezien van deze belangenafweging.
Gelet op het feit dat de activiteit niet noodzakelijk is voor de uitvoering van de bestemming, de gemeenteraad eerder heeft uitgesproken geen verdere uitbreiding te wensen van de bedrijfsactiviteiten in deze omgeving én het gegeven dat niet kan worden uitgesloten dat er geen effecten optreden, wordt het mengen van (droog) voer aangemerkt als strijdig gebruik. Het mengen van brijvoer, voor de eigen dieren, op de bestaande wijze en in de huidige omvang is toegestaan.
Bijlagen Geen wijzigingen in de bijlagen, de onderzoeken of de rapporten.
BIJLAGEN 1.
Analoge versie verbeelding, IDN: NL.IMRO.1640.BP14HbKarreveld10-VG01