Wet Inburgering 2022
Tekst van het document
Wet Inburgering 2022 Het nieuwe inburgeringsstelsel beoogt een bijdrage te leveren aan het maatschappelijke doel van inburgering: alle inburgeringsplichtigen doen snel en volwaardig mee in de Nederlandse maatschappij, liefst via betaald werk. De wet is sterk regulerend en biedt weinig tot geen ruimte voor afwijkend beleid. Dit doel vertaalt zich in een specifiek beleidsdoel voor het nieuwe inburgeringsstelsel: inburgeringsplichtigen bereiken het voor hen hoogst haalbare taalniveau (liefst niveau B1) en kennis van de Nederlandse maatschappij, in combinatie met gerichte inspanningen op participeren naar vermogen vanaf de start van het inburgeringstraject. Ambitie Vanuit de visie op de nieuwe Wet inburgering is het de bedoeling dat de inburgeraar zo snel mogelijk volwaardig deel uitmaakt van de Nederlandse maatschappij. Hieraan is in de arbeidsmarktregio MiddenLimburg de volgende doelstelling verbonden: Wij brengen de inburgeraars en hun mogelijkheden voor meedoen in Nederland direct in beeld en wij zorgen voor activering vanaf dag 1. De keten (van AZC tot aan meedoen in de gemeente) verloopt naadloos en is afgestemd op de maat van de inburgeraar. Wij willen dat daarmee het resultaat van de inburgering wordt verbeterd (meer mensen doen vanaf het begin mee, sluiten de inburgering op niveau af en kunnen voor einde inburgering op eigen benen staan).
In Leudal is dit zo lokaal mogelijk gerealiseerd. Lokaal versus regionaal Onze gemeente kan inburgeraars veel bieden. We hebben een goed netwerk opgebouwd voor de uitvoering van een deel van de taken die op de gemeente af komen: goede begeleiding vanuit het uitvoeringsteam sociaal domein van de gemeente tot een ondersteunende keten van maatschappelijke organisaties die een vangnet kunnen zijn. Denk aan Vluchtelingenwerk, Synthese, Bibliotheken en ons eigen MensOntwikkel Bedrijf. Taalonderwijs Als het gaat om de formele faciliteiten zoals het taalonderwijs, werken we samen met andere gemeenten. Want hoewel de Wet Inburgering een complexe wet is op inhoud, is de omvang van de doelgroep relatief klein en kan niet alles naast de deur worden aangeboden. Daarom zullen inburgeraars soms moeten reizen naar plekken buiten de gemeentegrenzen. Net als andere inwoners doen om naar school, studie of werk te komen. Het taalonderwijs voor de B1- en Z-route is ingekocht bij Gilde Educatie in Roermond. Hiervoor heeft een aanbesteding plaatsgevonden met de gemeenten Echt-Susteren, Maasgouw, Roerdalen, Roermond en Leudal. De onderwijsroute is ingekocht bij Gilde Opleidingen. Hiervoor heeft een aanbesteding plaatsgevonden met alle 8 gemeenten in de arbeidsmarktregio Roermond. Leerroutes Alle inburgeraars worden ingedeeld in één van de volgende leerroutes.
Onderwijsroute: De Onderwijsroute is bedoeld voor inburgeraars met een hoge leerbaarheid, die gemotiveerd zijn om een opleiding in het Nederlandse onderwijs te volgen. Concreet gaat het om inburgeraars met de potentie én de wil om een mbo-, hbo- of wo opleiding te voltooien. In combinatie met de wetenschap dat iemand met een startkwalificatie meer kans maakt op een baan, kan het volgen van een onderwijsroute voor alle leeftijdscategorieën de best passende leerroute zijn. De B1 Route: De B1 route verwijst naar het B1 niveau dat nodig is om goede aansluiting te vinden op de arbeidsmarkt. Op dit niveau kunnen inburgeraars zelfstandig met taal omgaan in dagelijkse situaties en op de arbeidsmarkt. Niveau B1 is bijvoorbeeld nodig voor mbo-opleidingen (niveau 2 en 3). De Z-route: De Zelfredzaamheidsroute is nieuw, zal grotendeels lokaal invulling moeten krijgen en betreft de grootste uitdaging voor gemeenten omdat deze route gericht is op de meest kwetsbaren in de doelgroep. In het nieuwe stelsel is de Z-route bestemd voor inburgeraars van wie wordt verwacht dat zij het niveau A2 niet binnen 3 jaar kunnen halen. In het oude stelsel zou het grootste deel van deze groep (na aantoonbaar geleverde inspanning) van de inburgeringsplicht worden ontheven. Die optie voor ontheffing bestaat in het nieuwe stelsel niet meer. Iedereen moet meedoen.
Wie zijn de inburgeringsplichtigen Asielstatushouders: De grootste doelgroep voor de Wet Inburgering in onze gemeente zijn de asielstatushouder. Statushouders zijn asielzoekers die als vluchteling worden erkend. Nagenoeg alle statushouders maken in eerste instantie gebruik van een Participatiewet-uitkering. Nareizigers: Iets minder dan de helft van de inburgeraars is nareiziger. Personen die hier naar Nederland zijn gekomen vanwege hereniging met gezinsleden die erkende vluchteling zijn (statushouders dus) noemen we nareizigers. Gezinsmigranten: Personen die naar Nederland komen om te trouwen met een in Nederland gevestigde partner die geen vluchteling was/is worden gezinsmigranten genoemd. Inburgering voor deze groep begint al buiten Nederland, doordat zij in het land van herkomst het basisexamen inburgering buitenland moeten afleggen. Eenmaal in Nederland dienen zij vervolgens het inburgeringsexamen te halen. Overige migranten: Dit is een diverse en zeer kleine groep die niet nader wordt toegelicht en voor wat betreft verplichtingen gelijkgeschakeld wordt met de gezinsmigranten. Regierol gemeente De nieuwe wet beoogt een goede begeleiding van inburgeraars, zodat zij zo snel mogelijk kunnen meedoen in de samenleving. Goede begeleiding aan inburgeraars is een opgave. Deze start bij de klantregisseur van de gemeente, de centrale spil in deze regierol.
De klantregisseur blijft de inburgeraar volgen vanaf de dag van vestiging in de gemeente tot het behalen van het inburgeringsexamen. Ieder traject is maatwerk. En indien nog een uitkering Participatiewet wordt verstrekt daarna totdat uitstroom richting werk of verhuizing heeft plaatsgevonden. Module Arbeid en Participatie (MAP) Gemeenten organiseren deze module op basis van verplichte onderdelen. Inhoudelijk komen zaken aan de orde als competenties, arbeidskansen en vaardigheden om een baan te vinden. Ook praktische activiteiten en het kennismaken met de (lokale) arbeidsmarkt, digitale vaardigheden, het opdoen van werkervaring. Mensontwikkelbedrijf Centrale spil in het web van de inburgering in Leudal is het MensOntwikkelbedrijf. De inburgeringswet gaat uit van duale trajecten (werken en leren). De praktijk- en de theoriecomponent van de B1 en de Z-route worden uitgevoerd in het MensOntwikkelBedrijf. Hier is een programma ontwikkeld dat aansluit bij de taken die het MOB thans al heeft voor mensen in de Participatiewet. Het programma in de Inburgeringswet sluit hier nauw op aan. Het cursusaanbod van beroepenoriëntatie tot sollicitatietraining is opgebouwd dat aanvullend is op de theoriecomponent van de module arbeid en participatie.
Ook wordt hier aanvullend taalonderwijs geboden (vaktaal op de werkvloer) en worden in samenwerking met Vluchtelingenwerk cursussen ‘Omgaan met geld’ gegeven. De coaches van het MensOntwikkelbedrijf en de klantregisseurs volgen de inburgeraar en de door hem te behalen resultaten nauwgezet. En sturen, indien nodig meteen bij. Nauwe contacten worden onderhouden met de aanbieder van het taalonderwijs (Gilde opleidingen) en de maatschappelijke begeleiders van Vluchtelingenwerk. Het integratietraject van Vluchtelingenwerk en de inburgering dienen op elkaar aan te sluiten. Het project Aan de Slag wordt ook ingezet voor de inburgering. Het project begeleidt inwoners van het AZC en statushouders die al in Leudal gevestigd zijn naar vrijwilligerswerk in Leudal. Inburgeraars, die niet naar werk kunnen, worden ingezet in vrijwilligerswerk om te kunnen voldoen aan de eisen van de Z-route. Vanuit het MensOntwikkelbedrijf wordt direct de verbinding gelegd met de arbeidsmarkt in Leudal en de regio. De participatie krijgt met name vorm bij de bedrijven en instellingen in Leudal. De overstap naar werk wordt hierdoor verkleind. Het WSP Roermond en Weert wordt eveneens ingezet om inburgeraars te plaatsen op werk, zodra ze hier klaar voor zijn. Resultaat De nieuwe inburgering leidt er toe dat de integratie van de statushouders wordt versneld.
Ze worden geactiveerd om deel te nemen aan vrijwilligerswerk. De inzet op de arbeidsmarkt staat vanaf dag 1 centraal. Het MOB heeft hierin een centrale rol.