Was-wordt overzicht
Tekst van het document
Bijlage (versie 30092024) Wijziging Algemene verordening Was-wordt-tabel met toelichting en aanleiding per artikel
I.
Artikel 2.5.1.2, lid 8 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat wordt met een toevoeging als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst Artikel 2.5.1.2 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat
Nieuwe tekst Artikel 2.5.1.2 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat
8. Als een bedrijf in strijd is met het verbod uit het derde lid van dit artikel wordt geëxploiteerd of dien een van de situaties als bedoeld in het zevende lid, sub a tot en met i van dit artikel van toepassing is, kan de burgemeester de sluiting van het bedrijf bevelen.
8. Als een bedrijf in strijd is met het verbod uit het derde lid van dit artikel wordt geëxploiteerd of dien een van de situaties als bedoeld in het zevende lid, sub a tot en met i van dit artikel van toepassing is, kan de burgemeester de sluiting van het bedrijf bevelen. 8a. De burgemeester brengt een afschrift van het besluit tot sluiting aan op of nabij de toegang van het bedrijf. 8b. Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is.
Toelichting: Lid 8 van het bestaande artikel tot het tegengaan van ondermijning wordt aangevuld. Naast de reguliere bekendmaking van de sluiting van het bedrijf aan belanghebbenden moet ook aan of nabij het bedrijf een afschrift van het besluit tot sluiting worden aangebracht. Aanleiding: De VNG heeft deze bekendmaking in het ondermijningsvergunning artikel opgenomen in de model-APV (najaar 2023). In het huidige artikel in de Algemene verordening is dit niet opgenomen. II.
Na artikel 2.5.1.2 wordt een nieuw Artikel 2.5.1.3 Sluiting voor publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf toegevoegd en komt als volgt te luiden:
Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 2.5.1.3 Sluiting voor publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf 1.De burgemeester kan in het belang van de openbare orde of ter voorkoming of beperking van overlast of nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat besluiten tot de gehele of gedeeltelijke sluiting van een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf. 2.Het eerste lid is niet van toepassing op artikel 13b van de Opiumwet. 3.De burgemeester brengt een afschrift van zijn besluit aan op of nabij de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of het bij dat gebouw behorende erf.
1
4. Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is. 5. De burgemeester kan een sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid zal plaatsvinden.
Toelichting: Dit artikel is een toevoeging van de sluitingsbevoegdheid van de burgemeester voor publiek openstaande bedrijfspanden ter bestrijding van ondermijning. De burgemeester heeft de mogelijkheid over te gaan tot sluiting van een voor het publiek openstaand gebouw of daarbij behorend erf als daarin of van daaruit overlast, verstoring van de openbare orde of aantasting van het woon – en leefklimaat dreigt. Artikel 2.5.1.2 AV bevat een sluitingsbevoegdheid bij vergunningplicht. Op grond van artikel 2.5.1.3 AV kan er worden gesloten als er geen vergunningplicht van toepassing is op een voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf. De burgemeester kan met behulp van dit artikel optreden als in of vanuit een voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf strafbare feiten plaatsvinden waardoor de openbare orde of het woon- of leefklimaat nadelig wordt beïnvloed of als ondernemers van (dienstverlenende) bedrijven zoals garages, autoverhuurbedrijven, uitzendbureaus of winkels, overlast (blijven) veroorzaken of ter plaatse strafbare feiten plegen, deze faciliteren, gedogen of op andere wijze toestaan.
Daarbij moet de burgemeester afwegen of de sluiting voldoet aan de eisen van proportionaliteit (rechtvaardigt de sluiting het daarmee beoogde doel bijvoorbeeld van het herstel van de openbare orde?) en subsidiariteit (is het niet mogelijk het doel met minder vergaande middelen te bereiken?). Aanleiding: De VNG adviseert dit artikel toe te voegen waarin de sluitingsbevoegheid voor publiek openstaande bedrijfspanden zonder vergunningsverplichting ter bestrijding van ondermijning is opgenomen. III.
Artikel 2.6.1, lid 4 Betreden gesloten woning of lokaal wordt aangevuld en ziet er volgt uit:
Bestaande tekst Artikel 2.6.1 Betreden gesloten woning of lokaal
Nieuwe tekst Artikel 2.6.1 Betreden gesloten woning of lokaal
4. Het is verboden een krachtens artikel 2.5.1.2 van deze Verordening gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een
4. Het is verboden een krachtens artikel 2.5.1.2 of artikel 2.5.1.3 van deze Verordening gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij de die
2
bij die woning of dat lokaal behorend erf, te betreden.
woning of dat lokaal behorend erf of bedrijf te betreden.
Toelichting en aanleiding: Door de toevoeging van artikel 2.5.1.3 Sluiting voor publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf wordt lid 4 van artikel 2.6.1 Betreden gesloten woning of lokaal gewijzigd en zodanig uitgebreid om te betreden. IV.
Artikel 2.6.6 Verboden gebruik lachgas vervalt:
Bestaande tekst Artikel 2.6.6 Verboden gebruik lachgas
Nieuwe tekst Artikel 2.6.6 (vervallen)
Het is verboden in het openbaar gebied lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, als daardoor hinder ontstaat voor personen of de openbare orde , de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.
Toelichting: Omdat lachgas vanaf 1 januari 2023 een softdrug is, wordt het verboden gebruik ervan duurzaam geregeld in artikel 2.9.2 Openlijk drugsgebruik Algemene verordening gemeente Leudal. Hiermee is de juridische legitimatie van het specifiek lachgasartikel vervallen. Aanleiding: op advies van de VNG kan artikel 2.6.6 vervallen in de Algemene verordening gemeente Leudal (Wijziging model APV, najaar 2023).
V.
Voor Artikel 2.6.11 (vervallen) wordt Artikel 2.6.11 Messen en andere voorwerpen als steekwapen opgenomen:
Bestaande tekst Artikel 2.6.11 (vervallen)
Nieuwe tekst Artikel 2.6.11 Messen en andere voorwerpen als steekwapen 1.Het is verboden op door het college aangewezen openbare plaatsen of in daaraan grenzende voor het publiek openstaande gebouwen of op bij die gebouwen behorende erven messen of andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt, bij zich te hebben. 2.Het verbod geldt niet voor messen of voorwerpen die zodanig zijn ingepakt dat zij niet voor onmiddellijk gebruik gereed zijn.
3
3. Dit artikel is niet van toepassing voor zover het wapens betreft als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie.
Toelichting: Het wapenbezit in het algemeen en het gebruik van steekwapens in het bijzonder is fors toegenomen in Nederland. Het doel van het artikel is preventief bescherming te bieden tegen mogelijke aantasting van de openbare orde en veiligheid door het bij zich hebben (dragen) van messen en andere voorwerpen die als steekwapens kunnen worden gebruikt te verbieden. Een dergelijke gebiedsaanwijzing voor het messenverbod gaat vaak samen met de aanwijzing van een gebied als overlastgebied. Met het artikel kan aantasting van de openbare orde zo nodig preventief worden voorkomen en wordt de veiligheid bevorderd. Het artikel is een aanvulling op de Wet wapens en munitie (hierna te noemen: Wwm) en verbiedt het bij zich hebben van andere dan in de Wwm aangeduide messen of voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt. Hierdoor kan de aantasting van de openbare orde preventief worden voorkomen en wordt de veiligheid bevorderd. Volgens het arrest van de HR van 15 december 2020 (ECLI:NL:HR:20202:1993) is het in belang van de openbare orde en veiligheid mogelijk om een messenverbod op te nemen in de A(P)V. Deze bepaling mag niet wapens of voorwerpen betreffen die als steekwapen gebruikt kunnen worden zoals opgenomen in artikel 2 Wwm (lid 3).
Lid 2 waarborgt dat messen en voorwerpen die zijn ingepakt, bijvoorbeeld omdat deze in een winkel zijn gekocht en nog in de verpakking zitten, niet onder het verbod vallen. De aanschaf van bijvoorbeeld een keukenmes moet mogelijk blijven. Het mes moet dan wel zodanig zijn verpakt dat het niet onmiddellijk kan worden aangewend. Aanleiding: op advies van de VNG opnemen in de Algemene verordening gemeente Leudal (model-APV najaar 2023).
VI.
Artikel 2.10.4 Gebiedsontzeggingen leden 1 en 2 worden juridisch-technisch, redactioneel gewijzigd en de leden 3 en 4 worden toegevoegd. Artikel 2.10.4 Gebiedsontzeggingen wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst Artikel 2.10.4 Gebiedsontzeggingen
Nieuwe tekst Artikel 2.10.4 Gebiedsontzeggingen
1.De burgemeester kan in het belang van:
1.De burgemeester kan in het belang van:
a.de openbare orde;
a.de openbare orde;
b.het voorkomen of beperken van overlast;
b.het voorkomen of beperken van overlast;
c.het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat;
c.het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat;
d.de veiligheid van personen of goederen;
d.de veiligheid van personen of goederen;
e.de gezondheid of de zedelijkheid,
e.de gezondheid of de zedelijkheid,
4
aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste twaalf weken, niet anders dan in een openbaar middel van vervoer, in één of meer delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.
aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste twaalf weken, niet anders dan in een openbaar middel van vervoer, in één of meer delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.
2. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw strafbare feiten of op openbare orde verstorende handelingen verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste acht weken niet in één of meer delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.
2. Het is verboden te handelen in strijd met een krachtens het eerste lid opgelegde verbod. 3. Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste lid.
Toelichting: Het betreft juridisch-technische en redactionele wijzigingen op advies van de VNG. Het “bevel geven om zich op te houden” wordt gewijzigd in “besluit- tijdelijk verbod opleggen”. Juridisch gezien is een gebiedsontzegging niet een bevel waarvan het niet nakomen een misdrijf is (artikel 184 Wetboek van Strafrecht), maar een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) waarvan niet nakoming een overtreding is. Op het besluit van de burgemeester zijn de waarborgen van de Awb van toepassing. Door de toevoeging van het tweede lid in combinatie met de strafbaarstelling in artikel 4.1.1 is het mogelijk een boete op de leggen aan degene die een gebiedsontzegging overtreedt. Bij een proces-verbaal moet een kaart van het betreffende gebied worden meegestuurd. Het gebied waarop de ontzegging doelt moet duidelijk kenbaar zijn. Het derde lid is toegevoegd omdat er een overlap kan ontstaan tussen de bevoegdheid van de officier van justitie om met een gedragsaanwijzing op grond van artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a van het Wetboek van Strafvordering op te treden en de bevoegdheid van de burgemeester op grond van deze bepaling met een gebiedsontzegging op te treden. Het vierde lid geeft voorrang aan een gedragsaanwijzing door de officier van justitie boven een gebiedsontzegging van de burgemeester.
Aanleiding: Op advies van de VNG worden juridisch-technische, redactionele wijzigingen en aanvullingen van leden 2 en 3 voorgesteld (wijziging model APV zomer 2024). VII.
Aan artikel 2.14.4 Kampeermiddelen en andere voertuigen wordt een nieuw tweede lid toegevoegd, en worden de leden 2 en 3 vernummerd tot de leden 3 en 4. Artikel 2.1.4.4 Kampeermiddelen en andere voertuigen wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst Artikel 2.14.4 Kampeermiddelen en andere voertuigen
Nieuwe tekst Artikel 2.14.4 Kampeermiddelen en andere voertuigen
1.Het is verboden zonder vergunning van het college een voertuig dat voor recreatie of op
1.Het is verboden zonder vergunning van het college een voertuig dat voor recreatie of op
5
andere wijze voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:
andere wijze voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:
a.langer dan vijf achtereenvolgende dagen op wegen binnen de bebouwde kom te plaatsen of te hebben, of
a.langer dan vijf achtereenvolgende dagen op wegen binnen de bebouwde kom te plaatsen of te hebben, of
b.binnen een straal van 500 meter van een eerder ingenomen locatie van het kampeermiddel te plaatsen of te hebben.
b.binnen een straal van 500 meter van een eerder ingenomen locatie van het kampeermiddel te plaatsen of te hebben.
2.Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet voor voertuigen:
2. Het is verboden zonder vergunning van het college een aanhangwagen die voor verkeersdoeleinden wordt gebruikt:
a.betrokken bij uitvoering van infra- en/of bouwwerkzaamheden gedurende deze werkzaamheden;
a. langer dan vijf achtereenvolgende dagen op wegen binnen de bebouwde kom te plaatsen of te hebben, of
b.van kermisexploitanten gedurende de kermis.
b.binnen een straal van 500 meter van een eerder ingenomen locatie van de aanhangwagen te plaatsen of te hebben.
3.Op de vergunningaanvraag is paragraaf 4.1.3.3 van de Awb (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
3. Het in het eerste en tweede lid bedoelde verbod geldt niet voor voertuigen: a.betrokken bij uitvoering van infraen/of bouwwerkzaamheden gedurende deze werkzaamheden; b.van kermisexploitanten gedurende de kermis. 4.Op de vergunningaanvraag is paragraaf 4.1.3.3 van de Awb (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Toelichting en aanleiding: Op verzoek van de BOA’s wordt voorgesteld dit artikel te wijzigen. Op dit moment kan er door hen geen handhaving plaatsvinden op aanhangwagens die gedurende langere termijn geparkeerd staan op de weg of op locaties die tot de weg horen.
VIII.
Artikel 3.7.1.1 Definities wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst Artikel 3.7.1.1 Definities
Nieuwe tekst Artikel 3.7.1.1 Definities
In deze paragraaf wordt in afwijking van de in bijlage 1 opgenomen begrippenlijst verstaan onder:
In deze paragraaf wordt in afwijking van de in bijlage 1 opgenomen begrippenlijst verstaan onder:
-Activiteitenbesluit milieubeheer: Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat
-Activiteitenbesluit milieubeheer (vervallen)
6
luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet
Aanleiding en toelichting: Het Activiteitenbesluit milieubeheer waarvan sprake is in de Algemene verordening gemeente Leudal is per 31 december 2023 vervallen. De betreffende artikelen waar naar verwezen wordt zijn inmiddels opgenomen in het Omgevingsplan gemeente Leudal.
IX.
Artikel 3.7.1.2 leden 1, 2 en 7 Collectieve festiviteiten worden als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst Artikel 3.7.1.2 Collectieve festiviteiten
Nieuwe tekst Artikel 3.7.1.2 Collectieve festiviteiten
1.De geluidnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 3.7.1.4 van deze verordening, gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten én voor de volgende dagen:
1.De geluidnormen als bedoeld in de artikelen 22.63, 22.67 en 22.69 van het Omgevingsplan gemeente Leudal en artikel 3.7.1.4 van deze verordening, gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten én voor de volgende dagen:
-Nieuwjaarsdag, 1 januari;
-Nieuwjaarsdag, 1 januari;
-de carnavalsdagen van carnavalsvrijdag tot en met carnavalswoensdag;
-de carnavalsdagen van carnavalsvrijdag tot en met carnavalswoensdag;
-Eerste en Tweede Paasdag;
-Eerste en Tweede Paasdag;
-Koningsnacht/-dag;
-Koningsnacht/-dag;
-Bevrijdingsdag;
-Bevrijdingsdag;
-Hemelvaartsdag;
-Hemelvaartsdag;
-Eerste en Tweede Pinksterdag;
-Eerste en Tweede Pinksterdag;
-Eerste en Tweede Kerstdag;
-Eerste en Tweede Kerstdag;
-Oudejaarsavond 31 december, en
-Oudejaarsavond 31 december, en
-de dagen waarop kermis wordt georganiseerd door de Stichting Traditionele kermisorganisatie in de desbetreffende kern van de gemeente Leudal.
-de dagen waarop kermis wordt georganiseerd door de Stichting Traditionele kermisorganisatie in de desbetreffende kern van de gemeente Leudal.
2. De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen en kernen.
2. De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 2.239 van het Omgevingsplan gemeente Leudal gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen en kernen.
7
(…..)
(…..)
7.Op de dagen, als bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van muziek hoger dan de geluidnorm, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 3.7.1.4 van deze Verordening, uiterlijk beëindigd om 02:00 uur in een horecabedrijf en 01:30 uur in een feesttent en in de openlucht.
7.Op de dagen, als bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van muziek hoger dan de geluidnorm, bedoeld in de artikelen 22.63, 22.67 en 22.69 van het Omgevingsplan gemeente Leudal en artikel 3.7.1.4 van deze Verordening, uiterlijk beëindigd om 02:00 uur in een horecabedrijf en 01:30 uur in een feesttent en in de openlucht.
Aanleiding en toelichting: Het Activiteitenbesluit milieubeheer waarvan sprake is in de Algemene verordening gemeente Leudal is per 31 december 2023 vervallen. De betreffende artikelen waar naar verwezen wordt zijn inmiddels opgenomen in het Omgevingsplan gemeente Leudal.
X.
Artikel 3.7.1.3 leden 1, 2 en 7 Incidentele festiviteiten worden als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst Artikel 3.7.1.3 Incidentele festiviteiten
Nieuwe tekst Artikel 3.7.1.3 Incidentele festiviteiten
1.Het is een inrichting toegestaan maximaal zes dagen per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden waarbij de geluidnormen, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 3.7.1.4 van deze Verordening, niet van toepassing zijn. Dit mag echter alleen als de houder van de inrichting dit minstens twee weken voor het begin van de festiviteit schriftelijk meldt bij het college via het daarvoor door het college vastgestelde meldformulier.
1.Het is een inrichting toegestaan maximaal zes dagen per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden waarbij de geluidnormen, bedoeld in de artikelen 22.63, 22.67 en 22.69 van het Omgevingsplan gemeente Leudal en artikel 3.7.1.4 van deze Verordening, niet van toepassing zijn. Dit mag echter alleen als de houder van de inrichting dit minstens twee weken voor het begin van de festiviteit schriftelijk meldt bij het college via het daarvoor door het college vastgestelde meldformulier. 2.Het is een inrichting toegestaan om maximaal 12 dagen per kalenderjaar in verband met incidentele festiviteiten de verlichting aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 22.239 van het Omgevingsplan gemeente Leudal niet van toepassing is. Dit mag echter alleen als de houder van de inrichting dit minstens twee weken het begin van de festiviteit schriftelijk meldt via het daarvoor door het college vastgestelde meldformulier.
2.Het is een inrichting toegestaan om maximaal 12 dagen per kalenderjaar in verband met incidentele festiviteiten de verlichting aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing is. Dit mag echter alleen als de houder van de inrichting dit minstens twee weken het begin van de festiviteit schriftelijk meldt via het daarvoor door het college vastgestelde meldformulier.
(…..) (…..) 7.Op de dagen, als bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van muziek hoger dan de geluidnorm, bedoeld in de artikelen 22.63, 22.67 en 22.69 van het Omgevingsplan gemeente Leudal en artikel
7.Op de dagen, als bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van muziek hoger dan de geluidnorm, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19a en 2.20 van het
8
Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 3.7.1.4 van deze Verordening, uiterlijk beëindigd om 02:00 uur in een horecabedrijf en 01:30 uur in een feesttent en in de openlucht.
3.7.1.4 van deze Verordening, uiterlijk beëindigd om 02:00 uur in een horecabedrijf en 01:30 uur in een feesttent en in de openlucht.
Aanleiding en toelichting: Het Activiteitenbesluit milieubeheer waarvan sprake is in de Algemene verordening gemeente Leudal is per 31 december 2023 vervallen. De betreffende artikelen waar naar verwezen wordt zijn inmiddels opgenomen in het Omgevingsplan gemeente Leudal. XI.
Artikel 3.7.1.4, lid 1 aanhef Onversterkte muziek wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst Artikel 3.7.1.4 Onversterkte muziek
Nieuwe tekst Artikel 3.7.1.4 Onversterkte muziek
1.Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, als bedoeld in artikel 2.18, eerste lid, onder f en vijfde lid van het Activiteitenbesluit milieubeheer, binnen inrichtingen, is de in dit lid opgenomen tabel van toepassing, waarbij geldt dat:
1.Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, als bedoeld in artikel 22.70, eerste lid onder i van het Omgevingsplan gemeente Leudal, binnen inrichtingen, is de in dit lid opgenomen tabel van toepassing, waarbij geldt dat: a.de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet van toepassing zijn als de gebruiker van deze gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren van geluidmetingen;
a.de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet van toepassing zijn als de gebruiker van deze gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren van geluidmetingen;
b. (vervallen);
b. de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein;
(….)
(….)
Aanleiding en toelichting: Het Activiteiten besluit milieubeheer waarvan sprake is in de Algemene verordening gemeente Leudal is per 31 december 2023 vervallen. De betreffende artikelen waar naar verwezen wordt zijn inmiddels opgenomen in het Omgevingsplan gemeente Leudal. XII.
Artikel 3.7.1.5 lid 2 Overige geluidhinder wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst Artikel 3.7.1.5 Overige geluidhinder
Nieuwe tekst Artikel 3.7.1.5 Overige geluidhinder
2.Bij de beoordeling of sprake is van geluidhinder gelden de geluidsnormen in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer. De beoordeling vindt plaats aan de hand van de Handleiding meten en rekenen Industrielawaai, 1999.
2.Bij de beoordeling of sprake is van geluidhinder gelden de geluidsnormen in de artikelen 22.63, 22.64, 22.65 en 22.66 van het Omgevingsplan gemeente Leudal. De beoordeling vindt plaats aan de hand van de Handleiding meten en rekenen Industrielawaai, 1999.
9
Aanleiding en toelichting: Het Activiteitenbesluit milieubeheer waarvan sprake is in de Algemene verordening gemeente Leudal is per 31 december 2023 vervallen. De betreffende artikelen waar naar verwezen wordt zijn inmiddels opgenomen in het Omgevingsplan gemeente Leudal.
XIII. Bijlage 1 Definities wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Consumentenvuurwerk
Consumentenvuurwerk
Vuurwerk van categorie F1, F2 of F3 dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier vuurwerk.
Vuurwerk dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier vuurwerk
Gevoelige gebouwen Geluid gevoelige gebouwen
Hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit, zoals dat luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet
Hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 3.21 van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving
Gevoelige terreinen Hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van het Activiteitenbesluit, zoals dat luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet
Gevoelige terreinen (vervallen)
Veehouderij Veehouderij
Hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit, zoals dat luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet
Inrichting voor het kweken, fokken, mesten, houden of verhandelen van landbouwhuisdieren
Toelichting: In de ministeriële regeling op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is bepaald welk vuurwerk aan particulieren beschikbaar wordt gesteld. De toevoeging van de categorieaanduidingen F1, F2 of F3 is in de definitie overbodig geworden. Aanleiding: Op advies van de VNG worden de categorieaanduidingen van het vuurwerk weggelaten (model APV wijziging najaar 2023). Het Activiteiten besluit milieubeheer waarvan sprake is in de Algemene verordening gemeente Leudal is per 31 december 2023 vervallen. De overige wijzigingen houden hier verband mee.
10