Was- wordt lijst Gewijzigde Verordening maatschappelijke ondersteuning
Tekst van het document
Gewijzigde Verordening maatschappelijke ondersteuning Leudal 2023: was-wordt-lijst Artikelnummer
Artikel 12, lid 2 onder d
Artikel 12, lid 2 onder e
Artikel 12, lid 5 Artikel 16, lid 1
Toelichting artikel 12, lid 2
Was voor categorie D maximaal het uurloon dat afgeleid is van het wettelijk minimumloon (inclusief vakantiegeld en vakantie-uren) per 1 juli van het voorafgaande kalenderjaar geldt, vermeerderd met 3%, en daarna vermeerderd met 20% van dat loon ten behoeve van werkgeverslasten; voor categorie E het uurloon dat is afgeleid van het wettelijk minimumloon (inclusief vakantiegeld) per 1 juli van het voorafgaande kalenderjaar geldt, vermeerderd met 3%. De tarieven als bedoeld in lid 1, lid 2 en lid 4 worden jaarlijks gepubliceerd op overheid.nl. Voor voorzieningen die niet genoemd worden in lid 2 tot en met 6 bedraagt de hoogte van het abonnementstarief voor een of meerdere voorzieningen tezamen € 19,- per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënt tezamen. Bij verstrekking van het pgb geldt dat de hoogte toereikend moet zijn om ondersteuning bij tenminste één aanbieder in te kopen. Gemeenten hebben ook de mogelijkheid om differentiatie aan te brengen in de hoogte van het pgb. Gemeenten kunnen verschillende tarieven hanteren voor verschillende vormen van ondersteuning en voor verschillende typen hulpverleners.
Gemeenten kunnen bij het vaststellen van tarieven bijvoorbeeld onderscheid maken tussen ondersteuning die wordt geleverd door het sociale netwerk, door hulpverleners die werken volgens de kwaliteitsstandaarden en hulpverleners die dat niet doen (zoals werkstudenten, zzp’ers zonder diploma’s e.d.). Per 2018 geldt het recht op wettelijk minimumloon en de minimumvakantiebijslag
Wordt voor categorie D de hoogste periodiek voor de benodigde hulp in de desbetreffende cao geldt, vermeerderd met de vakantiebijslag en tegenwaarde van de verlofuren;
voor categorie E de hoogste periodiek voor de benodigde hulp in de desbetreffende cao geldt, vermeerderd met de vakantiebijslag en tegenwaarde van de verlofuren. De tarieven als bedoeld in lid 1, lid 2 en lid 4 worden gepubliceerd op www.overheid.nl. Voor voorzieningen die niet genoemd worden in lid 2 tot en met 6 bedraagt de hoogte van het abonnementstarief voor een of meerdere voorzieningen tezamen het bedrag genoemd in artikel 2.14 lid 3 en artikel 2.1.4a lid 4 Wmo 2015 per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënt samen. Bij verstrekking van het pgb geldt dat de hoogte toereikend moet zijn om ondersteuning bij tenminste één aanbieder in te kopen. Gemeenten hebben ook de mogelijkheid om differentiatie aan te brengen in de hoogte van het pgb. Gemeenten kunnen verschillende tarieven hanteren voor verschillende vormen van ondersteuning en voor verschillende typen hulpverleners. Gemeenten kunnen bij het vaststellen van tarieven bijvoorbeeld onderscheid maken tussen ondersteuning die wordt geleverd door het sociale netwerk, door hulpverleners die werken volgens de kwaliteitsstandaarden en hulpverleners die dat niet doen (zoals werkstudenten, zzp’ers zonder diploma’s e.d.). De CRvB heeft twee uitspraken gedaan over het tarief voor pgb van het sociale netwerk (CRvB 16-8-2023, ECLI:NL:CRVB:2023:1394 en CRvB 16-8-2023, ECLI:NL:CRVB:2023:1580).
Hieruit blijkt dat het tarief minimaal overeen moet komen met de hoogste periodiek in de
Toelichting artikel 16, lid 1
(Wml) voor alle personen die tegen beloning arbeid verrichten op basis van een overeenkomst van opdracht, tenzij deze arbeid wordt verricht vanuit de uitoefening van een bedrijf of in de zelfstandige uitoefening van een beroep. Met betrekking tot het Wettelijk minimumloon (Wml) wordt een indexactie van 3% bepaald. Het Wettelijk minimumloon wijzigt van rechtswege twee keer per jaar, op 1 januari en op 1 juli. Dit betekent dat ook de informele hulpverleners (bijvoorbeeld iemand uit het eigen netwerk) minimaal het minimumloon en minimum vakantiebijslag betaald moeten krijgen als zij vanuit een persoonsgebonden budget worden betaald. Budgethouders dienen tijdig, maar uiterlijk drie maanden voor het einde van een kalenderjaar, op de hoogte te worden gesteld van het persoonsgebonden budget voor het daarop volgende kalenderjaar. Aangezien het Wml pas op 1 januari bekend is, zal er worden gewerkt met een percentage op het Wml van het voorafgaande kalenderjaar. Daarmee wordt voorkomen dat budgethouders niet tijdig zijn geïnformeerd over het te besteden pgb. In lid 1 is geregeld voor welke algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen het zogenaamde abonnementstarief van € 19,- per maand geldt. Uit de wet volgt [..]
desbetreffende cao, vermeerderd met vakantiebijslag en tegenwaarde van verlofuren. Voor hulp bij huishouden is dit de specifiek hiervoor in het leven geroepen salarisschaal hulp bij huishouden uit de cao VVT, voor begeleiding is dit FWG30 uit de cao VVT. Uit de uitspraak CRvB 25-07-2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX5446 blijkt dat bij de tegenwaarde van verlofuren uitgegaan moet worden van het vastgestelde aantal verlofuren uit de cao VVT.
In lid 1 is geregeld voor welke algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen het zogenaamde abonnementstarief geldt. Uit de wet volgt [..]