CConstaterende datLeudal
Koppel je AI →
Document · PDF

Vragen bij agendapunt 5a Com Fysiek d.d. 25 november 2025 door Elle Snijders CDA

Commissievergadering Fysiek 25 november 2025, gemeente LeudalBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen Omgevingsvisie 'Leudal, Natuurlijk!1.376 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VRAGEN COMMISSIE FYSIEK

Datum:

21 november 2025

Onderwerp:

Vragen horende bij agendapunt ‘5a Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!

Van:

Mevrouw Elle Snijders

Fractie:

CDA

Behandelen in:

Commissie Fysiek van 25 november 2025

Mevrouw Elle Snijders (CDA) heeft de volgende vragen horende bij agendapunt 5a Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’tijdens de commissie Fysiek van 25 november 2025. Inleiding De Omgevingsvisie “Leudal, Natuurlijk!” beschrijft de koers voor Leudal richting 2040. De visie bevat sterke ambities op het gebied van wonen, mobiliteit, natuurherstel, water- en bodembeheer, biodiversiteit, klimaatadaptatie en een gezonde leefomgeving. Tegelijkertijd constateert de CDA-fractie dat de visie op meerdere onderdelen een onevenwichtige nadruk legt op ecologische bescherming, terwijl het economisch perspectief, ondernemerschap en de toekomst van de agrarische sector minder concreet uitgewerkt of onvoldoende geborgd lijken. Leudal is van oudsher een ondernemende plattelandsgemeente. De agrarische sector vormt een belangrijke economische drager, lokale MKB-bedrijven en maakindustrie zorgen voor banen en innovatie, en recreatie en toerisme dragen bij aan leefbaarheid en aantrekkelijkheidskracht. Deze sociaaleconomische fundamenten verdienen duidelijk perspectief in de Omgevingsvisie. De visie bevat echter grote ruimtelijke claims – zoals groene jassen, beekdalherstel, natuurzones, stiltegebieden, waterbuffers, energielandschappen en klimaatmaatregelen – die druk zetten op de ruimte voor economische ontwikkeling.

Begrippen zoals “kwalitatieve groei”, “gebiedseigen bedrijven” en “passende locaties” worden onvoldoende gedefinieerd. Het CDA vindt het essentieel dat de Omgevingsvisie niet leidt tot een situatie waarin ondernemers en agrariërs méér beperkingen dan kansen ervaren. Daarom worden de volgende vragen gesteld. VRAGEN A. Wonen 1. Het betreft een visie richting 2040, waarom worden er dan, anders dan op alle andere deelgebieden, geen zoekfuncties omschreven waar toekomstige woningbouw mogelijk is? 2. Hoe wordt omgegaan met bouwtitels die niet gerealiseerd worden? 3. Er wordt gesteld inbreiding voor uitbreiding? Onder welke voorwaarden kan uitbreiding dan gerealiseerd worden?

Pagina 1 van 4

B. Algemeen economisch perspectief 1. Kan het college inzichtelijk maken hoe de toenemende ecologische ruimtelijke claims zich verhouden tot de ruimte voor economische activiteiten? % of oppervlakte in ha in de huidige situatie en na vaststellen van deze omgevingsvisie. 2. Wat is de huidige oppervlakte primair landbouwgebied en wat wordt de oppervlakte met de ambities vastgesteld in de omgevingsvisie? 3. Zijn de economische effecten van deze ruimtelijke keuzes in kaart gebracht? Zo ja, kunt u deze uitwerkingen ons doen toekomen. 4. Hoe wordt de afwaardering van gronden gecompenseerd? 5. Hoe borgt het college een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor ondernemers? 6. Op pagina 9 schrijft u Eigendom is niet leidend, wat wordt hier mee gesuggereerd? 7. Pagina 9: duurzaam en toekomstbestendig Leudal: zoeken naar gebieden om bos aan te leggen om CO2 op te vangen. Waar komt deze ambitie vandaan en wat is de ambitie qua oppervlakte? 8. Pagina 10: Alle belangen moeten worden gemeten. Terwijl er net voor staat dat het principe ja, mits toegepast wordt. Kan niet beter worden aangegeven dat alleen bij zwaarwegende belangen/argumenten een ontwikkeling wordt afgewezen? 9. Pagina 28: Bedrijven zijn duurzaam: groen, energiezuinig, klimaat adaptief en circulair.

Moet het niet zijn bedrijven zijn financieel gezond, aantrekkelijk voor de arbeidsmarkt en dragen bij aan de leefbaarheid van onze inwoners. En dan ruimte krijgen om te verduurzamen. C. Ondernemerschap in kernen, kernrandzones en buitengebied 1. Waarom zouden bedrijven met zakelijke aanloop alleen nog maar in de kernrandzone zich mogen vestigen? Is onderzocht wat de beperkingen betekenen voor startende ondernemers en lokale voorzieningen? 2. Hoe voorkomt het college dat strikte zonering leidt tot minder flexibiliteit voor ondernemers? Is maatwerk mogelijk? 3. Met eerder beleid wordt gesteld dat flankerend beleid zou worden toegepast. Is dit uitgevoerd en zo ja hoe? Daarnaast stelt u in de zienswijze dat er een financiële compensatie is getroffen voor de intensieve veehouderijbedrijven in de kernrandzone. Kunt u dit bevestigen? 4. Hoe wordt het flankerend beleid voor bedrijven in de kernrandzones of bij natuur uitgevoerd om een sterfhuisconstructie te voorkomen? 5. Waar en welke afstand voor de kernrandzones wordt gehanteerd? 6. Legt de kernrandzone rondom de Leistert een beperking op voor bestaande bedrijven? 7. Gaat de kernrandzone rondom de Leistert geen beperking opleveren voor eventuele woningbouw aan de noordzijde van Roggel/Heverstraat. 8. Pagina 32: verplaatsten bedrijven naar bedrijventerreinen.

Hoe wil het college dit realiseren? De huidige bedrijventerreinen zijn vol of er is geen netcapaciteit? D. Agrarische sector – perspectief en uitvoerbaarheid 1. Hoeveel agrarische bedrijven hebben tot 2040 ontwikkelruimte op hun huidige locatie met een economisch perspectief? 2. Hoe definieert het college “gebiedseigen bedrijven” (pagina 32 en 33) 3. Op pagina 33 stelt u te werken aan een evenwichtige toedeling van functies aan locatie, waarbij alle nieuwe ontwikkelingen gericht op een specifieke activiteit of specifieke plek een nadere beoordeling vragen. Deze zijn uitgewerkt in de gebiedspaspoorten, waarna weer wordt verwezen naar hoofdstuk 2. U geeft aan waar kansen en ruimtes liggen, maar kunt u dit concreet maken. Het is nu erg onduidelijk wat nu wel kan en waar.

Pagina 2 van 4

4. Zijn duurzame verplaatsingslocaties daadwerkelijk beschikbaar? Hoe kunnen wij duurzame locaties waar geen opvolging is behouden om verplaatsing hiernaartoe mogelijk te maken? 5. Welke perspectieven worden geboden aan bedrijven die niet kunnen uitbreiden? U geeft aan bestaande vergunningen blijven behouden, maar vanwege wijzigingen in wet- en regelgeving zijn er altijd aanpassingen nodig. Hoe gaat u hiermee om? 6. Is inzichtelijk hoeveel agrarische bedrijven opvolgers hebben? Hebben deze locaties nog ontwikkel perspectief? Zo nee, vind u niet dat er een morele plicht is om met deze ondernemers naar een opvolgersperspectief te kijken, waarbij een economisch gewin mogelijk is? 7. Definitie van teeltondersteunende voorzieningen. Kunt u toelichten wat u onder een constructie verstaat. Een minitunnel is nml een constructie en dus zou dat grote consequenties hebben voor de teelt van asperges, prei, wortel, courgette en overige vollegronds teelten. 8. Pagina 32, Kwalitatieve groei: dit betekent niet dat veehouderijen helemaal verdwijnen, maar wel een beweging gaan zien naar combinatiebedrijven, circulariteit en extensivering. Heeft het college doorgerekend of dit economisch perspectief geeft voor de circa 325 agrarische bedrijven in onze gemeente? 9. Pagina 47, Stimuleren teelt van bio-based bouwmaterialen, maar dan liefst geen monocultuur.

Hoe reëel is de doelstelling om aan te geven dat ‘nieuwe’ teelten voor bio-based bouwmaterialen worden gestimuleerd? 10. Kan het college toelichten waarom, als de milieukwaliteit in Leudal goed tot aanvaardbaar is, striktere normen moeten gaan gelden dan landelijk vereist? 11. Pagina 32: Uitgangspunt is de natuurlijke situatie van de bodem en het water. Suggestie om hierbij aan te vullen dat innovatieve en technische toepassingen die minimaal de waardes gelijk houden of verbeteren kunnen worden toegepast zodat er geen beperkingen voor toepassing bemesting en bewatering behoeven te worden opgelegd. E. Verbreding, multifunctionele bedrijvigheid en recreatie 1. Welke ruimte krijgen ondernemers voor multifunctionele landbouw en recreatievormen? Is dit alleen gebiedsgebonden? 2. Is er rekening gehouden met bestaande locaties en toekomstperspectief? 3. Wat is de definitie van aantrekkelijke groene (horeca)pleinen? 4. U stelt: ‘In de kernen is voldoende binnen-en buitenruimte voor culturele activiteiten.’ Hoe wordt dit bepaald? 5. Waar ligt de grens tussen gewenste en ongewenste recreatieve ontwikkelingen 6. Pagina 37: Specifiek wordt hier fietsbrug genoemd. Zou het niet beter zijn i.v.m. de onderzoeksfase om dit aan te passen naar: een verbinding over de Maas tussen het Maasdal en Leudal met Roermond en de Meinweg? F. Leegstand en ondermijn 1.

Waarom kiest het college voor beleid dat economische activiteiten beperkt, zowel door beperkingen van bedrijvigheid in het buitengebied, alswel bijv. Sportscholen in de kernrandzones, terwijl dit leegstand kan vergroten? 2. Herbestemming kan alleen bij kleinschalige activiteiten met geringe invloed op de omgeving. Wat is de definitie van een ‘kleinschalige activiteit’? Wordt hierdoor niet verpaupering in de hand gewerkt? 3. Is inzichtelijk hoeveel agrarische bebouwing binnenkort vrijkomt en welk deel herbestemd kan worden?

Pagina 3 van 4

G. Ruimtelijke bijdragen en kosten 1. Zijn de financiële gevolgen van ruimtelijke bijdragen, denk aan het groenfonds en kwaliteitsfonds, voor ondernemers onderzocht? H. Rechtszekerheid & uitvoeringsprogramma 1. Hoe garandeert het college rechtszekerheid zolang uitvoeringsprogramma’s ontbreken? 2. Wanneer worden de criteria voor “kwalitatieve groei” en “duurzame locaties” concreet? 3. Hoe voorkomt het college dat de visie alsnog als beperkend toetsingskader fungeert? I. Slotvraag 1. Hoe borgt het college dat Leudal in 2040 economisch vitaal blijft met ruimte voor ondernemerschap? 2. Gezien de vele individuele indieners van de zienswijze, zou het correct zijn deze een persoonlijk schrijven te doen toekomen. Op welke termijn kunnen de indieners dit verwachten?

Pagina 4 van 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leudal&id=d1219bac-c584-4108-a578-619dfdb589b3