Verslag overleg Spolt 060121 definitief
Tekst van het document
Overleg SPOLT inzake huisvesting onderwijs Volgnummer
Datum Eenheid Notulist Aanwezig
2
woensdag 6 januari 2021 Samenleving P. Leunissen CONCEPT Namens schoolbestuur SPOLT de heer Zeegers. Namens de gemeente wethouder de heer Martens en ambtelijk mevrouw Leunissen en de heer Rademakers
Afwezig
Aanleiding: Dit extra overleg vond plaats naar aanleiding van het voorgenomen besluit van schoolbestuur SPOLT tot sluiting basisscholen in Heibloem, Buggenum en Kelpen-Oler. De gemeenteraad heeft in zijn vergadering van 22 december 2020 twee moties aangenomen met betrekking tot dit besluit. Voorgenomen besluit De heer Zeegers heeft voornoemd besluit begin december mondeling meegedeeld en toegelicht aan de medezeggenschapsraden en teams van de betreffende scholen. De afgelopen jaren hebben Zeegers en de vorige bestuurder van SPOLT, de heer Gubbels jaarlijks met medezeggenschaps- en dorpsraden, schoolteams gesproken over de dalende leerlingenaantallen en de mogelijke gevolgen daarvan. Tijdens die gesprekken spraken de bestuurders van SPOLT steeds hun zorgen uit over het toekomstperspectief en werd overlegd over mogelijke scenario’s. Steeds werd daarbij ook de vraag gesteld in hoeverre ouders, leerkrachten en leden van de dorpsraad die zorgen (h)erkenden. Men was stelselmatig optimistisch en hoopvol; zo werd er gerefereerd aan de wensen van de dorpsraden om extra woningen te bouwen. Daarnaast waren de betrokken ouders en medewerkers van mening dat de aanhoudende daling van het leerlingenaantal geen belemmering zou gaan vormen voor de continuïteit van goed onderwijs op hun school.
In 2016 is SPOLT, middels een notitie, ‘toekomst scholen SPOLT’ het gesprek over mogelijke toekomstscenario’s aangegaan met het directeurenoverleg (DO), de Gemeenschappelijke MedezeggenschapsRaad (GMR) en de Raad van Toezicht (RvT). In die notitie sprak SPOLT nog over een ondergrens van 60 leerlingen. De dalende trend van de leerlingenaantallen is helaas nog niet gestabiliseerd, de zorgen over de continuïteit van onderwijs bij SPOLT zijn gebleven. De opheffingsnorm van 51 leerlingen, zoals de rijksoverheid die heeft geformuleerd, is een absolute ondergrens. Indien het aantal leerlingen drie jaar lang onder de opheffingsnorm komt, dan vervalt de financiering van de school door de rijksoverheid. De Heihorst (47) duikt nu voor het tweede jaar onder die opheffingsnorm en zal daar ook volgend jaar onder blijven. SPOLT mag voor deze school, omdat de dichtstbijzijnde school op een afstand van meer dan vijf kilometer ligt, een uitzondering maken. En, hoewel de basisscholen in Kelpen-Oler (53) en Buggenum (64) met hun leerlingenaantal nog boven de opheffingsnorm zitten, ziet SPOLT onvoldoende toekomstperspectief voor het zelfstandig voortbestaan van genoemde scholen. SPOLT ontvangt voor betreffende scholen een zogenaamde “kleine scholen toeslag”. Deze loopt op naarmate de school kleiner wordt en bedraagt € 76.723 (Antoniusschool), €90.385 (St.
Liduina) en voor de Heihorst is dat €106.716. Met de wetenschap dat het inzetten van een full time leerkracht om en nabij de €68.000 kost, dan wordt duidelijk dat alle drie de scholen kunnen beschikken over extra budgetten bovenop de reguliere middelen voor formatie om de school personeel goed in te richten. Het is van belang om te vermelden dat de kleine scholentoeslag geen onderdeel uitmaakt van de reguliere lumpsumbekostiging. Het verlengen van deze extra toeslag blijft sterk afhankelijk van de landelijke politiek. Het voortbestaan van deze toeslag is al wel diverse keren ter discussie gesteld. Afbouw en beëindiging van die toeslag wordt verwacht. Als dit gebeurt, heeft dit direct ingrijpende consequenties voor de personeelsformatie van de kleine scholen.
SPOLT heeft in de gesprekken van de afgelopen jaren het financiële belang steeds ondergeschikt gemaakt aan het belang van de kinderen. Door een geringe instroom van leerlingen in de kleutergroepen, ontstonden er uiterst kleine jaargroepen (met name op de Heihorst en St. Liduina) van soms maar 1, 2 of drie kinderen. Dat leidde vervolgens tot oplossingen waarbij drie jaargroepen van 9, 10 of 11 kinderen, die op pragmatische gronden werden samengevoegd. SPOLT acht het van belang dat kinderen de kans krijgen om in gemengde groepen kennis te maken en samen op te trekken met een zo groot mogelijke diversiteit aan kinderen. Naast de zorgen over de pedagogisch effecten, zijn die er ook didactisch. Scholen zijn er om kinderen optimale kansen te bieden om samen te spelen en te leren en samen te werken, ook daar waar het de dagelijkse lessen betreft. Door het geringe aantal leerlingen werden die mogelijkheden beperkt. Ondanks de lage leerlingenaantallen in een groep ervaren de betreffende leerkrachten een hoge werkdruk. Daarnaast is er nog de druk op de materiële bekostiging voor genoemde scholen. Verder signaleert SPOLT een afname van de middelen in het kader van passend onderwijs (Samenwerkingsverband 3102; voorheen €75,- per leerling, nu nog €25, per leerling) en onderwijsachterstanden. Het zijn de kleine scholen die dat direct voelen.
Met betrekking tot de personele bekostiging is het van belang om te weten dat SPOLT, in de huidige bekostigingssystematiek meer middelen voor de groep 4 t/m 7 jarige leerlingen ontvangt, dan voor de 8 t/m 12-jarigen. In de kleine scholen zien we een teruglopende instroom van jonge leerlingen en relatief grote bovenbouwgroepen. Deze tendens was enkele jaren geleden de aanleiding om te komen tot een fusie van de basisscholen uit Hunsel, Ittervoort en Neeritter. Een eventuele financiële bijdrage van derden voor het in standhouden van de scholen zal daarbij niet tot een oplossing leiden. De continuïteit van het onderwijs op de drie kleine scholen is de afgelopen jaren onder druk komen staan en die druk loopt verder op. Aangezien de prognoses niet wijzen op een kentering van die negatieve demografische tendens, constateert SPOLT dat het noodzakelijk en onvermijdelijk is om in te grijpen. De heer Zeegers wijst er op dat de laatste teldatum een forse afwijking laat zien van de leerlingenprognoses. Er zijn aanzienlijk minder leerlingen in Heibloem, Buggenum en KelpenOler dan verwacht. De geboortecijfers van de afgelopen vier jaren worden door de gemeente opgevraagd om de prognose van het aantal leerlingen de komende jaren in beeld te brengen respectievelijk te staven.
SPOLT en de gemeente spreken af om die prognoses tussentijds sneller te actualiseren, om realistische beelden te schetsen. Uit de meest recente inspectierapporten blijkt dat de kwaliteit van deze scholen voldoende is. De heer Zeegers geeft aan dat het niet wenselijk is om af te wachten tot de resultaten verslechteren. In de aanloop naar besluitvorming heeft de aandacht en zorg voor de leerling voortdurend centraal gestaan. En dat blijft ook in de toekomst het geval. Wat ook heeft meegespeeld in de overwegingen, is dat SPOLT zich gelukkig prijst dat zij voor kinderen uit de kleine kernen goede alternatieven heeft. Voor de kinderen uit Heibloem zijn dat de Zjwiek in Roggel en de Neerakker in Heythuysen. De kinderen uit Kelpen Oler zijn van harte welkom op de Verrekijker in Ell en op de Klink in Grathem, en de kinderen uit Buggenum kunnen op de Leerlingst in Haelen en de Kwir in Neer rekenen op goed onderwijs. Onderwijshuisvesting De sluiting van de scholen leidt niet tot problemen in de onderwijshuisvesting. Er is voldoende plaats op de scholen in de naburige dorpen. Daar is nu geen uitbreiding van gebouwen nodig. De overlegdeelnemers concluderen dat de besluitvorming over sluiting of fusie een verantwoordelijkheid is van Spolt. De gemeente heeft geen bemoeienis met kwaliteit van onderwijs. Dit is een verantwoordelijkheid van Spolt.
De heer Zeegers geeft aan bestaanszekerheid te kunnen bieden met een toekomstbestendig palet, bestaande uit de bestaande scholen in Baexem, Ell, Grathem, Haelen, Heythuysen, Horn, Neer, Roggel en Heel en het nieuw te bouwen kindcentrum in Leudal-west.
Uitstel sluiting De wethouder stelt aan de orde of een sluiting per 1 augustus 2021 haalbaar is gezien de te voeren procedure en adviesrecht MR voor sluiting van scholen. Hij geeft in overweging om de voorgenomen sluiting met één jaar uit te stellen. De wethouder geeft aan dat de dorpsraden en de MR-en zijn overvallen door het voorgenomen besluit. Een jaar uitstel kan gebruikt worden om de overgang soepeler te laten lopen. De heer Zeegers geeft aan dat de aankondiging van het voorgenomen besluit ertoe zal leiden dat ouders van jonge kinderen zich per direct zullen wenden tot scholen in de directe nabijheid, waardoor de instroom op de genoemde kleine scholen stagneert. Mogelijk doet men dat ook voor de kinderen die nu in de onderbouw van die scholen onderwijs volgen. Medewerkers van de betreffende scholen zullen intern en extern solliciteren op vrijkomende banen. Hij acht het derhalve niet wenselijk om voor een dergelijk proces ruim anderhalf jaar uit te trekken. De heer Zeegers geeft aan dat uitstel in principe alleen plaats zal vinden als het procedureel niet anders kan, maar neemt het voorstel van de wethouder in overweging. Het zelfstandig voortbestaan van de scholen houdt dus op. De heer Zeegers heeft de medezeggenschapsraden, conform wet- en regelgeving, om advies gevraagd voor dit voorgenomen besluit.
SPOLT heeft de medezeggenschapsraden van de betrokken scholen ook laten weten met een fusievoorstel te komen. Door de te sluiten scholen te laten fuseren met een nabije SPOLT-school ontvangt men gedurende zes jaar compensatie van de rijksoverheid die het SPOLT mogelijk maken om de overgang van kinderen en personeel soepel te laten verlopen. Vervolgstappen ● Namens SPOLT gaat de heer Zeegers de komende weken in gesprek medezeggenschapsraden van de betreffende scholen; ● Mede op grond van de door de gemeenteraad aangenomen motie gaat de wethouder de medezeggenschapsraden en dorpsraden aanbieden om met hem in overleg te gaan.