Uitvoeringsplan mobiliteit gemeente Leudal (concept)
Tekst van het document
Uitvoeringsplan mobiliteit gemeente Leudal
Uitvoeringsplan mobiliteit gemeente Leudal
‘Samen op de goede weg’
Gemeente Leudal Afdeling Ruimte 19 maart 2024
Uitvoeringsplan mobiliteit gemeente Leudal
2
Uitvoeringsplan mobiliteit gemeente Leudal
Inhoudsopgave Voorwoord .......................................................................................................................... 4 1
Inleiding ....................................................................................................................... 5 1.1
Leeswijzer ............................................................................................................ 5
2
Mobiliteitsplan ............................................................................................................... 6
3
Beleidsuitvoering ........................................................................................................... 8 3.1 3.1.1
Risico-gestuurd werken ....................................................................................... 8
3.1.2
Data-gestuurd werken ........................................................................................ 9
3.1.3
Samenwerken en netwerken ................................................................................ 9
3.2
4
Werkwijzen ........................................................................................................... 8
Overkoepelende thema’s ....................................................................................... 10
3.2.1
STOP-principe ................................................................................................... 10
3.2.2
30, tenzij…-principe ........................................................................................... 11
3.2.3
Elektrisch rijden ................................................................................................ 12
3.2.4
Burgerinitiatieven .............................................................................................. 12
Projecttabellen ............................................................................................................. 14 4.1
Verbonden voorzieningen....................................................................................... 15
4.2
Toegankelijk systeem ............................................................................................ 16
4.3
Bewust mobiel ...................................................................................................... 18
4.4
Monitoring en evaluatie ......................................................................................... 19
5
Monitoring en evaluatie ................................................................................................. 20
6
Conclusie ..................................................................................................................... 21
Bijlagen ............................................................................................................................ 22
3
Uitvoeringsplan mobiliteit gemeente Leudal
Voorwoord Beste inwoner, Onze gezamenlijke missie is duidelijk: in 2035 willen we bewijzen dat ons landelijk gebied kan functioneren met een mobiliteitssysteem waarin de auto niet langer het uitgangspunt is. Hoewel 2035 misschien nog ver lijkt, moeten we nú stappen zetten om deze missie te verwezenlijken. Met trots presenteren we daarom het Uitvoeringsplan mobiliteit, dat onze eerste stappen markeert in de richting van het behalen van deze missie. Op een typische maandagochtend, kijkend naar buiten, stel ik mezelf vaak dezelfde vraag: 'Is het vandaag een mooie dag om te fietsen? Of moet ik vanwege het natte weer toch de auto nemen?' Dit dilemma zal voor velen van u herkenbaar zijn. Het maken van bewuste keuzes over hoe we ons verplaatsen en welk vervoermiddel we daarvoor gebruiken, is één van de centrale pijlers van ons Mobiliteitsplan, dat we in 2021 hebben vastgesteld. Het Mobiliteitsplan is echter slechts het begin; we willen namelijk uiteindelijk onze doelen bereiken. Daarom ligt voor u het Uitvoeringsplan mobiliteit. Dit plan vormt de basis voor de maatregelen, projecten, processen en communicatiemiddelen die nodig zijn om onze ambities op gebied van mobiliteit te realiseren. In onze Strategische Visie van 2021 staan kernwaarden als groen, rust en ruimte centraal. Het Uitvoeringsplan mobiliteit sluit naadloos aan bij deze waarden.
We streven naar meer rust door actieve vormen van transport, zoals fietsen en lopen, te bevorderen en meer ruimte door minder afhankelijk te zijn van de auto als vervoermiddel. Deze bewuste keuzes dragen bij aan verduurzaming, vergroening en schone lucht voor ons allemaal. Een veilige route van A naar B met 0 verkeersdoden is daarbij ons uitgangspunt. De toekomst van mobiliteit in Leudal brengt ongetwijfeld uitdagingen met zich mee, maar ook kansen om onze gemeente nóg mooier te maken. Laten we deze kansen samen benutten en ons inzetten voor duurzame en veilige mobiliteit in de gemeente Leudal: samen op de goede weg! Ing. Heleen Wijers - van der Linden Wethouder verkeer & vervoer
4
Uitvoeringsplan mobiliteit gemeente Leudal
1
Inleiding
Op 21 december 2021 is het Mobiliteitsplan gemeente Leudal vastgesteld (bijlage 1). Het raamwerk van het Mobiliteitsplan is gebaseerd op drie ontwikkelrichtingen: verbonden voorzieningen, toegankelijk systeem en bewust mobiel. Op welke manier deze ontwikkelrichtingen invulling krijgen, is verder uitgewerkt in het Uitvoeringsplan mobiliteit (hierna: Uitvoeringsplan). Het Uitvoeringsplan geeft inzicht in de concrete maatregelen, projecten, processen en communicatiemiddelen die uitvoering geven en bijdragen aan de doelen – met name gericht op verkeersveiligheid en duurzaamheid – uit het Mobiliteitsplan. Het Uitvoeringsplan beslaat de periode 2024 tot en met 2027. Door te werken met een duidelijke prioritering (per jaar), monitoring en bijstelling is het plan steeds actueel en sluit het aan op (veranderende) ontwikkelingen, behoeften en eisen; het Uitvoeringsplan is dynamisch van aard en wordt waar nodig jaarlijks aangepast of geactualiseerd middels een monitoringsprogramma.
1.1
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt allereerst een kort overzicht gegeven van het Mobiliteitsplan. Hoofdstuk 3 beschrijft de beleidsuitvoering; in dit hoofdstuk wordt onze werkwijze uiteengezet en worden de onderwerpen die thema-overstijgend zijn en vragen om een duidelijk richtinggevend kader beschreven. Hoofdstuk 4 geeft vervolgens de projecttabellen van het Uitvoeringsplan weer; welke projecten gaan we van 2024 tot en met 2027 uitvoeren om de doelen uit het Mobiliteitsplan te behalen? In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de wijze van monitoring en evaluatie. Tot slot vormt hoofdstuk 6 de conclusie.
5
Uitvoeringsplan mobiliteit gemeente Leudal
2
Mobiliteitsplan
Het Mobiliteitsplan gemeente Leudal (bijlage 1) is de vervanger van het vorige Gemeentelijk Verkeer en Vervoer Plan (GVVP), dat in 2015 is vastgesteld en in 2020 afliep. De Planwet Verkeer en Vervoer verplichtte gemeenten tot de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024 zorg te dragen voor het voeren van een samenhangend en uitvoeringsgericht verkeers- en vervoersbeleid, dat richting geeft aan de te nemen besluiten aangaande verkeer en vervoer. De hoofdlijnen van het te voeren beleid blijven gelden totdat een gemeentelijke Omgevingsvisie van kracht wordt. Het Mobiliteitsplan is daar het middel voor. De missie van het Mobiliteitsplan luidt als volgt: ‘In 2035 laat gemeente Leudal zien dat een landelijk gebied ook kan functioneren met een mobiliteitssysteem waarin de auto niet het uitgangspunt is.’ We organiseren vanuit de actieve verkeersdeelnemer, bijvoorbeeld de voetganger of de fietser. Zij zijn richtinggevend in al wat we doen. We geven prioriteit aan het verbeteren van de infrastructuur en de verkeersveiligheid voor alle typen actieve verkeersdeelnemers. Hierdoor zijn we in 2035 minder afhankelijk van de auto – daarbij is de auto niet uit het straatbeeld verdwenen, maar zijn er veilige alternatieven voor handen.
Hierbij is duurzaamheid van mobiliteit een belangrijk uitgangspunt; actieve en duurzame mobiliteit dragen bij aan een schone lucht (in juli 2020 verbonden we onszelf aan het Schone Lucht Akkoord). Het verplaatsen in Leudal in 2035 is dusdanig veilig dat er geen verkeersslachtoffers vallen. Iedereen voelt zich veilig, ongeacht de manier waarop iemand deelneemt aan het verkeer. Om de missie te bereiken, zetten we in op drie verschillende ontwikkelrichtingen: verbonden voorzieningen, toegankelijk systeem en bewust mobiel (zie afbeelding 1). De ontwikkelrichtingen vormen de kapstok voor het Mobiliteitsplan. De ontwikkelrichtingen komen voort uit (1) de landelijke ontwikkelingen, (2) de ambities en gemaakte keuzes, (3) de gedeelde waarden achter mobiliteit en (4) onze missie. De ontwikkelrichting verbonden voorzieningen richt zich op de relatie tussen ruimtelijke ontwikkeling en mobiliteit. Centraal staat de vraag hoe we dit met elkaar organiseren en verankeren in de organisatie en flankerende beleidsvelden. De doelstelling bij verbonden voorzieningen is het creëren van veilige en logische verbindingen tussen (clusters van) voorzieningen, waarbij toegankelijkheid centraal staat. Het draait hierbij om de rol van mobiliteit in de fysieke leefomgeving.
Bij gebiedsontwikkelingen wordt gewerkt met het STOP-principe: stappen, trappen, openbaar vervoer en personenwagens, in volgorde van prioriteit. Daarnaast organiseren we verkeersveiligheid vanuit de risico-gestuurde aanpak. Bij de tweede ontwikkelrichting, toegankelijk systeem, ligt de focus op de infrastructuur en het mobiliteitssysteem. Bij toegankelijk systeem is de doelstelling dat voor inwoners en bezoekers van Leudal het mogelijk is om zich te verplaatsen, als dat nodig is, doordat er verschillende vervoersvormen mogelijk en beschikbaar zijn die op een slimme manier verbonden zijn, waardoor inwoners en bezoekers een keuze in de vorm van verplaatsing hebben. Binnen deze ontwikkelrichting werken we aan de toegankelijkheid van infrastructuur. Voor deze ontwikkelrichting richt verkeersveiligheid zich op het in kaart brengen van risicolocaties. De derde ontwikkelrichting stelt de reiziger en de daadwerkelijke verplaatsingen centraal: bewust mobiel. De doelstelling bij bewust mobiel is het actief inzetten op het verminderen van de autoafhankelijkheid. Inwoners en bezoekers worden – bewust en onbewust – aangezet om na te denken over hun reisgedrag. Duurzaam reisgedrag is niet alleen het verplaatsen van A naar B per elektrische auto, openbaar vervoer, fiets of te voet, maar ook de keuze om niet te reizen wanneer reizen niet noodzakelijk is.
Verkeersveiligheid richt zich bij bewust mobiel op het gedrag van verkeersdeelnemers. De basisafspraken en concrete acties die volgen uit de keuzes per ontwikkelrichting zijn verder vormgegeven in dit Uitvoeringsplan.
6
Uitvoeringsplan mobiliteit gemeente Leudal
Afbeelding 1: overzicht van de drie ontwikkelrichtingen uit het Mobiliteitsplan Veiligheid is als belangrijkste waarde van mobiliteit naar voren gekomen uit het Mobiliteitsplan. Voorwaarde voor de uitvoering van het Mobiliteitsplan is dan ook verkeersveiligheid. Het uitgangspunt hierbij is een veilige route van A naar B, waarbij we ons richten op 0 verkeersdoden. We doen dit door te werken met een risico-gestuurde aanpak, waarbij de risico’s verkleind worden of worden weggenomen. De basis voor deze aanpak van verkeersveiligheid vormt de Risicoanalyse gemeente Leudal (bijlage 2). In paragraaf 3.1.1 wordt de risico-gestuurde aanpak van verkeersveiligheid uitgebreider beschreven. Om een goed beeld te hebben van de (actuele) stand van zaken van mobiliteit in onze gemeente, zetten we een doorlopend monitoringsprogramma op (zie hoofdstuk 5). Dit doorlopende monitoringsprogramma wordt gebruikt om het beleid van de gemeente aan te sturen en per ontwikkelrichting te bekijken in hoeverre de doelstellingen worden gehaald. De monitoring gebruiken we ook voor het opstellen en bijsturen van het Uitvoeringsplan.
7
Uitvoeringsplan mobiliteit gemeente Leudal
3
Beleidsuitvoering
Het Mobiliteitsplan geeft de wijze van ontwikkeling op het vlak van mobiliteit langs de drie ontwikkelrichtingen aan. In dit hoofdstuk, de beleidsuitvoering, wordt beschreven op welke wijze we uitvoering geven aan het Uitvoeringsplan. Eerst wordt ingegaan op drie werkwijzen die voor het Uitvoeringsplan leidend zijn: risico-gestuurd werken, data-gestuurd werken en samenwerken en netwerken. Vervolgens worden vier overkoepelende thema’s uitgewerkt – deze thema’s beslaan de totale scope van het Mobiliteitsplan: het STOP-principe, het 30, tenzij…-principe, elektrisch rijden en burgerinitiatieven.
3.1
Werkwijzen 3.1.1 Risico-gestuurd werken
Bij verkeersveiligheidsbeleid is een verschuiving zichtbaar van beleid op basis van ongevallencijfers (reactief) naar een risico-gestuurd verkeersveiligheidsbeleid (proactief). Proactief werken aan verkeersveiligheid helpt wegbeheerders om vroegtijdig risico’s in het verkeerssysteem te detecteren en gericht effectieve maatregelen te nemen om de risico’s te verkleinen of weg te nemen. Hierdoor zullen er uiteindelijk ook minder slachtoffers vallen; dit alles onder het motto ‘voorkomen is beter dan genezen’. Deze risico-gestuurde aanpak is samengevat in het landelijk Strategisch Plan Verkeersveiligheid (SPV) 2030. De basis van het risico-gestuurd werken is het benoemen en in kaart brengen van de belangrijkste risicosituaties en gedragingen in het verkeerssysteem: een risicoanalyse. De Risicoanalyse gemeente Leudal (bijlage 2) is een doorvertaling van het gedachtegoed van het SPV naar de gemeentelijke context en praktijk. De Risicoanalyse is begin 2022 opgeleverd en geeft inzicht in negen risicothema’s die in de gemeente Leudal spelen: 1. 30 km/uur-wegen 2. 60 km/uur-wegen 3. Landbouwverkeer in het buitengebied 4. Oudere fietser 5. Jongere automobilisten (18-24 jaar) 6. Rijden onder invloed 7. Snelheid in het verkeer 8. Afleiding in het verkeer 9.
Verkeersovertreders Niet alle thema’s zijn lokaal gebonden; het gedrag van jongeren in het verkeer of de kwetsbaarheid van ouderen in het verkeer is een landelijk aandachtspunt. Voorgaande neemt niet weg dat concrete maatregelen in Leudal kunnen bijdragen aan een betere verkeersveiligheid. Een integrale aanpak van deze risico’s is het meest effectief om de verkeersveiligheid te verbeteren. Eén van de pijlers van het SPV is een integrale aanpak op de drie E’s: education (voorlichting en campagnes), engineering (infrastructuur en technische ontwikkelingen) en enforcement (handhaving). In de projecttabellen van het Uitvoeringsplan is daarom een koppeling gemaakt tussen de risicothema’s uit de Risicoanalyse, de drie E’s en de projecten. Vervolgens zijn de inzichten uit de Risicoanalyse gemeente Leudal vertaald naar maatregelen om de verkeersveiligheid te verbeteren (door risico’s en ongevallencijfers te verlagen). Dit is gedaan door het opstellen van een integraal maatregelpakket (uitvoeringsagenda) waarbij infrastructurele maatregelen en gedragsbeïnvloedingsmaatregelen op elkaar zijn afgestemd (de driehoek mens, weg en voertuig in balans). Dit maatregelpakket heeft een ambtelijke status en dient een tweetal doelen: 1.
Het maatregelpakket is input voor de bestuurlijke gemeentelijke programmering van projecten, omdat ze mee worden genomen in onder andere begrotingen en formele, bestuurlijke beleidsprogramma’s. 2. Het maatregelpakket dient als basis voor het aanvragen van subsidie in het kader van de impulsgelden van het SPV. De Risicoanalyse en het maatregelpakket vormen mede de basis voor de processen en projecten zoals benoemd in dit Uitvoeringsplan. De komende jaren gaan we aan de slag met het aanpakken van de risicothema’s, die terugkomen in de projecten in het Uitvoeringsplan. 8
Uitvoeringsplan mobiliteit gemeente Leudal
3.1.2 Data-gestuurd werken Het belang van actuele en gedetailleerde data in het dagelijks beheer van de openbare ruimte en mobiliteitsdata is de afgelopen jaren steeds duidelijker geworden. Vanuit de visie op informatievoorziening en ICT, veranderende wet- en regelgeving en het groeiend aantal landelijke, regionale en lokale opgaven, realiseert de gemeente Leudal zich dat het beschikbaar hebben en beschikbaar stellen van actuele, betrouwbare en complete data steeds belangrijker wordt. Daarnaast levert de digitalisering van de fysieke leefomgeving kansen op. Data-gedreven werken, burgerparticipatie en beleidsontwikkeling naar een duurzame en veilige omgeving kunnen alleen met actuele, volledige en betrouwbare data. De gemeente Leudal heeft hierover een visie opgesteld: ‘Visie op beheerdata’. In de afgelopen beheerperiode hebben we belangrijke stappen gezet in het op orde brengen van alle beheerarealen. De gemeente heeft nu de basis grotendeels op orde in het riool-, weg- en groenbeheer. Dit geldt nog niet voor mobiliteit. Hierin staan we nog in de beginfase, waarbij er nog kritisch nagedacht moet worden welke informatie bruikbaar gaat zijn. Denk hierbij aan het in kaart brengen van verkeerstellingen of het in kaart brengen van bebording en markering.
Met een actueel inzicht, betrouwbare informatie en een compleet beeld van de kapitaalgoederen in de openbare ruimte kan de gemeente continuïteit en effectiviteit in de beheerpraktijk borgen. Om grip te krijgen op deze verschillende belangen en om in de openbare ruimte de kwaliteit te bewaken, moet specifieke aandacht besteed worden aan revisie en mutatie van de gegevens in de beheersystemen. Hiermee kan een efficiënt ingerichte beheerorganisatie onderhoud plegen waar, wanneer en hoe het gevraagd wordt. Door de verschillende beheerdomeinen met elkaar te vergelijken, kunnen planningen afgestemd worden en middelen (tijd, geld) zo efficiënt mogelijk gestuurd worden om integraal voordelen te verschaffen. Voor het mobiliteitsaspect kunnen er analyses gemaakt worden om de juiste inzichten te krijgen en op basis hiervan feitelijke keuzes te kunnen maken. Op lange termijn wordt toegewerkt naar een meer uniforme werkwijze voor datauitwisseling rondom mobiliteitsdata. De komende jaren zullen wij inzetten op deze kwaliteitsslag in de organisatie. Aandachtspunten hierbij zijn het toetsen van datasets volgens vaste procedures op het gebied van juistheid, volledigheid en actualiteit.
Ook zal met de inzet van een generiek beheersysteem, waarin vrijwel alle data uit de openbare ruimte en mobiliteit samengebracht kunnen worden, een optimaal flexibele omgeving gecreëerd worden voor de organisatie, (keten)partners en inwoners. Zie hiervoor projectnummer 24 van de projecttabel monitoring en evaluatie (project ‘data’).
3.1.3 Samenwerken en netwerken Mobiliteit stopt niet bij de gemeentegrenzen. Om als lokale overheid en plattelandsgemeente goed te kunnen functioneren, is een goede (regionale) bereikbaarheid noodzakelijk. Dit betekent dat wij, samen met de regiogemeenten (Midden-Limburg, of breder, bijvoorbeeld zuidoost Noord-Brabant of België) moeten samenwerken en samen werken aan de opgave voor een goede bereikbaarheid. Om die reden nemen wij deel aan diverse regionale en bovenregionale samenwerkingsverbanden, bijvoorbeeld het Regionaal Mobiliteitsoverleg (RMO) Midden-Limburg. Verschillende projecten die aansluiten bij doelstellingen vanuit het RMO (Jaarplan) worden uitgevoerd door het programmabureau Midden Limburg Bereikbaar (MLB). Het programmabureau Midden Limburg Bereikbaar wordt gefaciliteerd, in samenwerking met de provincie Limburg, door zeven gemeentes in Midden-Limburg, waaronder Leudal. Het programmabureau geeft invulling aan de bereikbaarheidsopgave door de regio Midden-Limburg middels duurzame mobiliteit op een veilige en gezonde manier bereikbaar te houden. MLB voert verschillende mobiliteitsprojecten uit, ook in en voor onze gemeente (middels een samenwerkingsovereenkomst). Deze mobiliteitsprojecten, onderdeel van het Uitvoeringsplan van Midden Limburg Bereikbaar, zijn gericht op verkeersveiligheid, fietsstimulering en mobiliteitsmanagement (verduurzaming van mobiliteit).
Enkele projecten sluiten daarnaast aan op één of meer risicothema’s uit de Risicoanalyse, zoals het programma ‘Doortrappen 60+’ (risicothema 4: oudere fietser).
9
Uitvoeringsplan mobiliteit gemeente Leudal
3.2
Overkoepelende thema’s
Een aantal thema’s op gebied van mobiliteit leveren een positieve bijdrage aan de drie in het Mobiliteitsplan opgenomen ontwikkelrichtingen: verbonden voorzieningen, toegankelijk systeem en bewust mobiel. Deze overkoepelende thema’s zijn het STOP-principe, het 30, tenzij…-principe, elektrisch rijden en burgerinitiatieven.
3.2.1 STOP-principe STOP: Stappen – Trappen – Openbaar Vervoer – Personenauto (zie afbeelding 2). In deze volgorde worden de modaliteiten uitgewerkt bij ruimtelijke plannen. Er wordt gezorgd dat er voldoende ruimte is voor de voetganger en de fietser. Wij stimuleren hiermee de meest duurzame vervoersvormen en zorgen ervoor dat deze weggebruikers zich zo veilig en vrij mogelijk kunnen bewegen.
Afbeelding 2: STOP-principe Het STOP-principe is opgenomen in het proces van een goede ruimtelijke ordening, namelijk de ruimtelijke ladder. Per 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking en worden ruimtelijke ontwikkelingen beoordeeld op basis van een Evenwichtige Toedeling van Functies aan Locaties (ETvFaL). In het beoordelingsproces doorlopen wij een beoordelingsladder. Deze houdt achtereenvolgens in: 1. Draagt het initiatief bij aan een (lange termijn-)opgave en sluit dit aan bij de gemeentelijke ambities en beleidsuitgangspunten? 2. Welke locaties zijn voor het initiatief geschikt (welke omgevingskwaliteiten zijn voor het initiatief nodig)? 3. Wanneer één of meer geschikte locaties zijn gevonden, wordt gekeken naar het laadvermogen van die locaties (de draagkracht en de belasting). 4. Vervolgens wordt het initiatief op die locatie vormgegeven aan de hand van ontwerpprincipes. 5. Tot slot wordt de uitvoering (materialisatie, uitstraling) bekeken. Hierbij is relevant dat ieder initiatief bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit. Dit betekent dat niet alleen een functionele meerwaarde, maar ook een toekomstbestendige situatie moet bestaan en de belevingswaarde moet worden versterkt. Mobiliteit speelt in deze afweging een belangrijke rol.
Een goede, toekomstbestendige, duurzame en veilige bereikbaarheid is immers essentieel voor een goede inpassing en een toekomstbestendige situatie. Het STOP-principe is daarmee een werkwijze die wordt toegepast in het proces van ruimtelijke ontwikkelingen. Bij de (her)ontwikkeling van woningbouwplannen (meer dan 11 woningen), bedrijventerreinen (dit kunnen ook bedrijfskavels zijn waar werkgelegenheid wordt geboden aan meer dan 20 werknemers) en recreatieve of maatschappelijke ontwikkelingen (die verkeersaantrekkend werken), wordt het STOP-principe toegepast. Daarbij wordt zowel naar fysieke maatregelen als naar gedragsmaatregelen gekeken. Elke ontwikkeling dient in de aanvraag te omschrijven hoe men uitvoering geeft aan het STOP-principe.
10
Uitvoeringsplan mobiliteit gemeente Leudal
Initiatiefnemer(s) voor bedrijfslocaties of recreatieve of maatschappelijke voorzieningen dienen inzichtelijk te maken op welke wijze zij het principe van ‘stappen en trappen’ kunnen stimuleren, door bijvoorbeeld de aanleg van goede en veilige fietsenstallingen en oplaadpunten voor elektrische fietsen. Daarnaast worden bedrijven gestimuleerd om alternatieve vervoerswijzen aan te bieden voor personeel, zoals collectief vervoer van een bedrijventerrein naar de treinstations in Weert en/of Roermond. Het hiervoor omschreven STOP-principe wordt verankerd in de randvoorwaarden als onderdeel van de (anterieure of samenwerkings-/realisatie-)overeenkomst met de ontwikkelende partij of het meewerken aan een vergunning of omgevingsplan. Wanneer de gemeente zelf als ontwikkelende partij optreedt (verkoop bouwrijpe grond), verwerkt de gemeente het STOP-principe in haar civieltechnische uitwerking (voorontwerp en definitief ontwerp). In het op 25 april 2022 vastgestelde beleidsdocument ‘Technische inrichtingsrichtlijnen voor de aanleg van de openbare ruimte’ wordt verwezen naar het gemeentelijk Mobiliteitsplan en de CROWparkeernormen. Bij het op termijn herzien van deze inrichtingsrichtlijnen dient het STOP-principe een plek te krijgen in deze richtlijnen.
Tot die tijd wordt bij herinrichtingsplannen aan de openbare ruimte extra aandacht gegeven aan het STOP-principe en dient daar bij de ontwerpen rekening mee te worden gehouden. De Nota Parkeren wordt geactualiseerd waarbij we kritisch kijken naar de parkeernormen (projectnummer 1). Zo ontstaat meer ruimte voor onder andere lopen (stappen) en fietsen (trappen). Daarnaast worden initiatieven voor deelauto’s gestimuleerd om het autobezit terug te dringen en het aantal benodigde parkeerplaatsen in de openbare ruimte te verlagen (projectnummer 22). Zo kan de openbare ruimte ingericht worden voor de actieve verkeersdeelnemer.
3.2.2 30, tenzij…-principe In oktober 2020 heeft een meerderheid van de Tweede Kamer ingestemd met een plan om binnen de bebouwde kom een standaard snelheidslimiet van 30 kilometer per uur in te voeren. Aanleiding hiervoor is een onderzoek uit 20191 van Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV), een stichting die onderzoek doet naar verkeersveiligheid. Hieruit is gebleken dat zowel het aantal als de ernst van ongelukken afneemt bij een snelheidslimiet van 30 km/uur binnen de bebouwde kom. In april 2022 is een nieuwe motie aangenomen in de Tweede Kamer. Deze motie gaat in op de inrichtingskenmerken van een 30 km/uur-omgeving. Waar voorheen de standaard maximumsnelheid binnen de bebouwde kom 50 km/uur was, wordt dit nu omgedraaid naar 30 km/uur. Dit wordt het ’30, tenzij…-principe’ genoemd. Het betekent dat alle wegen binnen de bebouwde kom in de regel een snelheidslimiet van 30 km/uur hebben, tenzij er gegronde redenen zijn om hiervan af te wijken. De weginrichting wordt aangepast op de nieuwe snelheid door smallere rijbanen, het verwijderen van markering, gelijkwaardige kruispunten, het toepassen van snelheidsremmers, enzovoorts. Ook worden overgangszones ingesteld indien een 80 km/uur-weg vanuit buiten de bebouwde kom aansluit op een 30 km/uur-weg binnen de bebouwde kom om het verschil in maximumsnelheid te overbruggen.
Het 30, tenzij…-principe is wettelijk verankerd in artikel 22 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV) 1990. Dit artikel geeft gemeentes de bevoegdheid om binnen de bebouwde kom de snelheidslimiet te verlagen naar 30 km/uur. Door wegen in te richten volgens het 30, tenzij…-principe verbetert ten eerste, zoals uit onderzoek van het SWOV blijkt, de verkeersveiligheid. Veiligheid is de belangrijkste waarde voor gemeente Leudal en voorwaardelijk voor de uitvoering van ons Mobiliteitsplan. Ten tweede wordt de leefbaarheid binnen de bebouwde kom van onze dorpen vergroot. Ten derde wordt er meer ruimte voor de actieve verkeersdeelnemer gecreëerd. Volgens de SWOV is het 30, tenzij…-principe van groot belang voor de veiligheid van fietsers. Het STOP-principe sluit hier bovendien nauw op aan (zie paragraaf 3.2.1). Een veelvoorkomende misvatting over het 30, tenzij…-principe is dat er helemaal geen 50 km/uurwegen meer blijven bestaan. Deze blijven echter wél bestaan, mits deze 50 km/uur-wegen veilig zijn 1
Dijkstra, A. & Van Petegem, J.W.H. (2019). Naar een algemene snelheidslimiet van 30 km/uur binnen de bebouwde kom? (rapportnummer R-2019-24). Den Haag: SWOV
11
Uitvoeringsplan mobiliteit gemeente Leudal
ingericht en aan bepaalde criteria voldoen. Daarnaast heeft 70% van alle wegen in de bebouwde kom in Nederland al een snelheidslimiet van 30 km/uur. Ook een groot deel van de wegen binnen de bebouwde kom in de gemeente Leudal heeft reeds een standaard snelheidslimiet van 30 km/uur. Het 30, tenzij…-principe is als project opgenomen in de projecttabellen (projectnummer 13) en heeft als projectnaam ‘Langzaam veiliger’; door langzamer te rijden, maken we de weg veiliger. Er wordt gekeken naar wegen in onze gemeente met een snelheidslimiet van 50 km/uur die in aanmerking komen voor een snelheidslimiet van 30 km/uur met bijbehorende weginrichting. Op basis van nader onderzoek en het ‘afwegingskader 30 km/h’ van het CROW wordt bepaald welke wegen hiervoor in aanmerking komen.
3.2.3 Elektrisch rijden Elektrisch rijden sluit aan op de gemeentelijke ambitie om mobiliteit te verduurzamen. Elektrisch rijden maakt het mogelijk om zonder grote veranderingen in ons verplaatsingsgedrag onze vervoerswijze te verduurzamen en neemt dan ook steeds meer toe in onze gemeente. Als gemeente hebben we, naast het stimuleren, de taak om elektrisch rijden te faciliteren door middel van de plaatsing van publieke laadinfrastructuur – zo realiseren we bijvoorbeeld in elk dorp van Leudal een laadpaal. Onder leiding van de provincies Limburg en Noord-Brabant nemen we deel aan een collectieve concessie voor de plaatsing van publieke laadinfrastructuur. Een collectieve concessie heeft namelijk verschillende voordelen, bijvoorbeeld het borgen van de plaatsing en exploitatie van laadpalen en daarmee het voorzien in de laadbehoefte in de gemeente, het profiteren van schaalvoordelen en uniformiteit met buurgemeentes. Separaat stellen wij in 2024 onze Laadvisie vast (projectnummer 6). Het doel van deze integrale Laadvisie is het bepalen van een strategie waarmee tijdig een passende laadinfrastructuur voor alle elektrische voertuigen wordt gerealiseerd. Met deze Laadvisie willen we in de toenemende laadvraag voorzien en richting geven aan de transitie naar elektrisch vervoer.
We herijken – waar nodig of wenselijk – onze Laadvisie elke twee jaar, zodat we nieuwe inzichten en ontwikkelingen tijdig meenemen en op het juiste moment een passende laadinfrastructuur hebben. Als uitgangspunt voor de Laadvisie geldt dat wij ons inzetten om een toegankelijke, betaalbare, betrouwbare en veilige laadinfrastructuur te realiseren. Daarnaast staat in de Laadvisie ons plaatsingsbeleid beschreven; dit is een uitwerking van de keuzes die in de integrale Laadvisie zijn gemaakt. Het beschrijft hoe we concreet als gemeente Leudal invulling aan de (toenemende) laadvraag gaan geven. Het plaatsingsbeleid richt zich op de uitrol van laadinfrastructuur voor de gebruikersgroep personenauto’s (bewoners en bezoekers) en helpt de gemeente bij de uitvoering.
3.2.4 Burgerinitiatieven De verhoudingen tussen overheid, markt en samenleving veranderen continu. In toenemende mate werken wij als overheid samen met inwoners, ondernemers en partners uit de samenleving. Dit is een landelijke tendens: de participatiesamenleving. De overheid treedt daarbij steeds meer terug en verwacht dat de inwoners zelf meer invulling geven aan de samenleving. Zij ontplooien zelf initiatieven op terreinen waar voorheen de overheid een taak op zich nam, bijvoorbeeld inwoners die zelf de publieke ruimte inrichten, de veiligheid in de wijk bewaken of de opvang van asielzoekers op zich willen nemen. In toenemende mate is sprake van dit soort initiatieven; wij noemen dit burgerinitiatieven. Niet langer plant de overheid vóór de inwoners, maar samen met de inwoners. Ook op het gebied van mobiliteit willen wij inwoners, ondernemers en partners stimuleren en faciliteren zelf activiteiten op te zetten en initiatief te nemen. Een voorbeeld is het zelf ter hand nemen van het vervoer van ouderen uit het dorp naar het ziekenhuis. Een idee is zo bedacht; inwoners en ondernemers zijn immers vaak creatief. De ontwikkeling en uitvoering is vaak lastiger. Wij willen inwoners en ondernemers echter stimuleren en faciliteren om deze ideeën toch te uiten en verder vorm te geven.
Omdat dit soort initiatieven vaak nieuw is, meer voorbereiding of uitwerking vraagt en soms financiële consequenties kent, kunnen wij niet alle 12
Uitvoeringsplan mobiliteit gemeente Leudal
initiatieven (tegelijk) oppakken. Daarom maken wij keuzes. Deze keuzes betekenen niet dat een initiatief niet goed is, maar dat een initiatief niet past binnen onze doelen of niet op het juiste moment komt. Er wordt of worden gedurende de looptijd van het Uitvoeringsplan één of meer thema’s op gebied van mobiliteit in relatie tot leefbaarheid gekozen waaraan via burgerinitiatieven aandacht wordt besteed. Dit zijn initiatieven op het gebied van ofwel (1) verkeersveiligheid in relatie tot leefbaarheid, waar bij voorkeur wordt aangesloten op (één van) de risicothema’s uit de Risicoanalyse gemeente Leudal (bijlage 2), ofwel (2) vervangende maatregelen voor het regulier openbaar vervoer in relatie tot leefbaarheid. Verkeersveiligheid loopt als rode draad door het Mobiliteitsplan heen. Met betrekking tot burgerinitiatieven is het van belang dat de gemeente ook inwoners, ondernemers en partners wil uitdagen mee te denken over verkeersveiligheid. Initiatieven van inwoners, ondernemers of partners die bijdragen aan een goede leefbaarheid door het verhogen van de verkeersveiligheid willen wij stimuleren en faciliteren. Bij voorkeur sluit het burgerinitiatief aan op (één van) de risicothema’s. Het organiseren van regulier openbaar vervoer is de taak en rol van de provincie. De gemeente heeft hierin geen actieve rol.
Voor de leefbaarheid in onze dorpen speelt een goede bereikbaarheid echter een essentiële rol. Wij willen dat iedereen toegang heeft tot openbare voorzieningen, hulp en/of zorg en persoonlijke ontmoeting. Daarbij kunnen wij elkaar helpen en versterken door goed nabuurschap. Initiatieven van inwoners, ondernemers of partners die bijdragen aan het vergroten van de leefbaarheid door het bieden van vervangende maatregelen voor het regulier openbaar vervoer willen wij stimuleren en faciliteren. Een voorbeeld hiervan is het organiseren van een deelconcept, zoals het gezamenlijk organiseren van een deelfiets of -auto. Een burgerinitiatief op het gebied van mobiliteit moet voldoen aan de volgende randvoorwaarden: 1. Het initiatief past binnen de thema’s die voor de looptijd van het Uitvoeringsplan zijn benoemd (ofwel verkeersveiligheid, ofwel vervangend openbaar vervoer, beide in relatie tot leefbaarheid). 2. De initiatiefnemer(s) licht(en) toe wat het initiatief inhoudt en hoe dit past binnen het Mobiliteitsplan. 3. Binnen het initiatief is duidelijk wat de initiatiefnemer(s) doet (doen), wat van anderen wordt verwacht en wat van de gemeente wordt verwacht. Daar waar wij spreken over stimuleren en faciliteren bedoelen wij het bieden van ambtelijke ondersteuning aan de initiatiefnemer(s) over hoe het initiatief het best kan worden uitgewerkt, ontwikkeld en gerealiseerd.
Hieronder verstaan wij niet automatisch het uitvoeren van eigen activiteiten, het treffen van (verkeers)maatregelen of het financieren van het initiatief. Wanneer één of meer van deze vormen van ondersteuning gewenst is, dient dit onderdeel te worden van het initiatief en nemen wij hierover een besluit.
13
Uitvoeringsplan mobiliteit gemeente Leudal
4
Projecttabellen
Dit hoofdstuk geeft de projecten uit het Uitvoeringsplan weer. Het Uitvoeringsplan is per ontwikkelrichting – met bijbehorende doelstelling – uitgewerkt: de projecten die uitgevoerd gaan worden van 2024 tot en met 2027 zijn per ontwikkelrichting in tabelvorm (projecttabel) op hoofdlijnen weergegeven (zie ook bijlage 3). Ook is een projecttabel opgenomen voor de monitoring en evaluatie (paragraaf 4.4). De projecten zijn in chronologische volgorde weergegeven zonder een waardeoordeel aan het project toe te kennen. De eerste vier kolommen geven informatie over het project zelf: het projectnummer, de projectnaam, de projectomschrijving en de inhoud van het project. Vervolgens is in de vijfde kolom aangegeven bij welk(e) risicothema(‘s) uit de Risicoanalyse het project aansluit en op welke wijze (zie paragraaf 3.1.1 en bijlage 2). Kolom zes geeft aan voor welk jaar of voor welke jaren het project gepland is, vanaf de start tot en met de afronding van het project. Sommige projecten zijn over meerdere jaren gepland; dit betekent dat het project meerdere jaren in beslag neemt van start tot afronding. De zevende kolom geeft de kostenraming weer, de achtste kolom het (eind)product van het project en tot slot de negende en laatste kolom (‘aanleiding’) uit welk (beleid)stuk of initiatief het project afkomstig is. Zowel de planning als het geraamd budget per project zijn een inschatting.
Projecten kunnen vanwege bijvoorbeeld koppelkansen met andere geplande werkzaamheden eerder of later uitgevoerd worden. Ook kunnen projecten vanwege vertraging of versnelling eerder of later afgerond zijn. Daarnaast is het geraamd budget een richtinggevend uitgangspunt; het definitieve realisatiebudget zal te allen tijde via de gebruikelijke raadsprocedure plaatsvinden. Sommige projecten vallen budgettair gezien niet onder de projecten van het Uitvoeringsplan, omdat zij lopen via een apart krediet(voorstel), maar hebben wel een link met de ambities met betrekking tot mobiliteit. Volledigheidshalve zijn deze projecten, die gepland zijn in de periode 2024 tot en met 2027, ook in de projecttabellen opgenomen. In de kolommen ‘kostenraming’ en ‘product’ staat bij deze projecten de naam van het project.
14
Uitvoeringsplan mobiliteit gemeente Leudal
4.1
Verbonden voorzieningen
15
Uitvoeringsplan mobiliteit gemeente Leudal
4.2
Toegankelijk systeem
16
Uitvoeringsplan mobiliteit gemeente Leudal
17
Uitvoeringsplan mobiliteit gemeente Leudal
4.3
Bewust mobiel
18
Uitvoeringsplan mobiliteit gemeente Leudal
4.4
Monitoring en evaluatie
19
Uitvoeringsplan mobiliteit gemeente Leudal
5
Monitoring en evaluatie
Meten is weten. In het Mobiliteitsplan (pagina 21) staat dat we een doorlopend monitoringsprogramma opzetten met als doel het verkrijgen van een goed beeld van de (actuele) stand van zaken op gebied van mobiliteit in onze gemeente. In dit hoofdstuk wordt het monitoringsprogramma uiteengezet. We gebruiken het monitoringsprogramma om bij te sturen op het beleid van de gemeente en (de projecten van) het Uitvoeringsplan waar nodig of wenselijk. We bekijken hiermee in hoeverre de doelstellingen per ontwikkelrichting worden gehaald. Op deze wijze wordt inzichtelijk welke maatregelen werken en welke aangepast moeten worden. Daarnaast maakt een doorlopende monitoring het mogelijk om tijdig in te springen indien er knelpunten ontstaan. Alvorens we de voortgang monitoren en evalueren, voeren we een nulmeting uit en ontsluiten we de resultaten. Op basis hiervan monitoren we structureel de voortgang. Hierbij geldt de Risicoanalyse als nulsituatie voor de verkeersveiligheid. We monitoren en evalueren aan de hand van verschillende indicatoren, uitgesplitst naar drie thema’s: gebruik en bezit, infrastructuur en verkeersveiligheid (zie tabel 1). Het gaat hierbij om indicatoren waar we direct invloed op hebben, maar ook indicatoren om bij te houden of het reisgedrag van onze inwoners verandert.
De lijst van indicatoren is niet uitputtend, maar geeft een indicatie van de indicatoren die gebruikt worden om per thema de voortgang inzichtelijk te maken. Gebruik en bezit Motorvoertuigenbezit Motorvoertuigengebruik Fietsgebruik OV-gebruik
Infrastructuur Aantal km wegen en fietspaden Aantal autoparkeerplaatsen Aantal fietsparkeerplaatsen Aantal OV-haltes
Aantal laadpalen Aantal deelauto’s
Parkeer(druk)onderzoek
Verkeersveiligheid Verkeerssnelheid (objectief) Verkeersintensiteit (objectief) Ongevallenanalyse (objectief) Enquête verkeersveiligheid (subjectief) Meldingen (subjectief)
Tabel 1: indicatoren per thema De indicatoren van het thema gebruik en bezit zijn voornamelijk (bestaande) data omtrent het gebruik en bezit van (elektrische) voertuigen en de fiets en het gebruik en bezit van (elektrische) (deel)auto’s. Bij het thema infrastructuur zijn de indicatoren gericht op het aantal van bepaalde soorten infrastructuur, zoals het aantal kilometer wegen en fietspaden en het aantal parkeerplaatsen voor auto en fiets. Het thema verkeersveiligheid is onderverdeeld in objectieve en subjectieve indicatoren, omdat verkeersveiligheid zowel objectief (via bijvoorbeeld tellingen) als subjectief (via bijvoorbeeld enquêtes) te meten is. Dit wil niet zeggen dat het een beter is dan het ander. Ten behoeve van het thema verkeersveiligheid is een telprogramma opgezet; elk jaar wordt een aantal van de belangrijkste wegen in onze gemeente geteld. Dit leidt ertoe dat per cyclus van vijf jaar alle belangrijke wegen in onze gemeente zijn geteld. Zo kunnen we de snelheid en intensiteit op onze wegen monitoren. Data is een cruciale factor in het monitoringsprogramma. We maken gebruik van een combinatie van bestaande data (bijvoorbeeld CBS-data, verkeersveiligheidsdata en data van de provincie Limburg), eigen data (zie paragraaf 3.1.2) en eigen onderzoek (bijvoorbeeld parkeer(druk)onderzoek en enquêtes onder bewoners).
Data is onmisbaar voor het monitoringsprogramma en daarmee (indirect) een succesfactor voor het Uitvoeringsplan; zonder data kunnen we de indicatoren per thema niet meten, waardoor monitoring niet mogelijk is. In dit kader is de monitoring en evaluatie als aparte projecttabel opgenomen (paragraaf 4.4). Eén keer per jaar verwerken we de verworven inzichten met betrekking tot monitoring en evaluatie in een raadsinformatiebrief. We communiceren hierin over de successen die we hebben behaald en uitdagingen die ons te wachten staan op gebied van mobiliteit.
20
Uitvoeringsplan mobiliteit gemeente Leudal
6
Conclusie
Onze gezamenlijke missie is te laten zien dat gemeente Leudal als landelijk gebied in 2035 ook kan functioneren met een mobiliteitssysteem waarin de auto niet het uitgangspunt is. 2035 klinkt misschien ver weg, maar om deze missie te behalen, moeten we nú stappen zetten. Met dit Uitvoeringsplan mobiliteit zetten we de eerste stappen in de richting van het behalen van deze missie; de projecten, werkwijzen en monitoring hebben tot doel het bijdragen aan het behalen van de ambities en doelen uit het Mobiliteitsplan. Verkeersveiligheid is daarbij voorwaardelijk met als uitgangspunt een veilige route van A naar B, waarbij we ons richten op 0 verkeersdoden. Kortom, om onze doelen te behalen, zijn we samen op de goede weg.
21
Uitvoeringsplan mobiliteit gemeente Leudal
Bijlagen Bijlage 1: Mobiliteitsplan gemeente Leudal Bijlage 2: Risicoanalyse gemeente Leudal Bijlage 3: Projecttabellen Uitvoeringsplan mobiliteit
22
Uitvoeringsplan mobiliteit gemeente Leudal
Bijlage 1: Mobiliteitsplan gemeente Leudal
EINDRAPPORT
In opdracht van: Gemeente Leudal Projectnummer: M06679-R-E Datum: 1 maart 2022
Mobiliteitsplan gemeente Leudal
Pagina 1 van 31
Mobiliteitsplan gemeente Leudal
1.
VOORWOORD
4
2.
INLEIDING
5
2.1
Aanleiding
5
2.2
Aanpak
5
2.3
Leeswijzer
7
3.
HET MOBILITEITSPLAN IN PERSPECTIEF – WAAROM?
8
3.1
Trends en ontwikkelingen
8
4.
MOBILITEITSVISIE LEUDAL 2035
13
4.1
Missie
13
4.2
Visie
13
4.3
Van waarom naar hoe
14
5.
KEUZES PER ONTWIKKELRICHTING – HOE?
15
5.1
Verbonden voorzieningen
15
5.2
Toegankelijk systeem
16
5.3
Bewust mobiel
20
5.4
Monitoring en evaluatie
21
5.5
Van hoe naar wat
21
6.
ROLLEN VAN DE GEMEENTE
22
6.1
Rollen van de gemeente
22
7.
BIJLAGEN
23
7.1
Bijlage 1 Beleidskader
23
7.2
Bijlage 2 Leden Klankbordgroep
29
7.3
Bijlage 3 Waardenkaart Mobiliteit
30
Pagina 2 van 31
Mobiliteitsplan gemeente Leudal
Colofon
Copyright Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form, by print, photoprint, microfilm or any other means without written permission from the publisher.
Pagina 3 van 31
Mobiliteitsplan gemeente Leudal
1.
VOORWOORD
Het is prettig wonen in Leudal! Inwoners van Leudal voelen zich thuis in de gemeente. We genieten van het groen, onze tradities en het verenigingsleven. De steden Weert of Roermond zijn goed bereikbaar, maar ook een bezoek aan Duitsland of België gaat eenvoudig en snel. De kwaliteit van wonen en leven is hoog. We hebben het goed. De wereld staat echter niet stil. Verduurzaming, ICT-ontwikkelingen, vergrijzing, vereenzaming, maar ook economische ontwikkelingen raken de bereikbaarheid en toegankelijkheid van voorzieningen en elkaar. De Covid-pandemie noopte tot thuiswerken en zorgde versneld voor een betere digitale dienstverlening. Deze ontwikkelingen hebben directe invloed op mobiliteit in Leudal. Mijn wens is dat mobiliteit en mobiliteitsbeleid meer is dan infrastructuur en normen. Ik zou graag laten zien dat een landelijk gebied ook kan functioneren met een mobiliteitssysteem waarin de auto niet het uitgangspunt is. Waarin we lopen, fietsen, het OV-gebruiken of andere (deel)vervoersvormen kiezen of combineren. En als we dan toch de auto pakken, dan gebeurt dat bewust en duurzaam. Een mooie uitdaging. Een uitdaging die niet alleen bij de gemeente ligt. Ik roep u daarom op om mee te werken aan het verwezenlijken van deze missie.
Stan Backus, Wethouder Verkeer en vervoer
Pagina 4 van 31
Mobiliteitsplan gemeente Leudal
2.
INLEIDING
2.1 Aanleiding Het huidige Gemeentelijk Verkeer en Vervoer Plan (GVVP) van de gemeente Leudal inclusief uitvoeringsprogramma is vastgesteld in 2015 en loopt in 2020 af. Volgens de Planwet Verkeer en Vervoer moet de gemeente zorgdragen voor het voeren van een samenhangend en uitvoeringsgericht verkeers- en vervoersbeleid, dat richting geeft aan de te nemen besluiten aangaande verkeer en vervoer. Het Mobiliteitsplan is hier het middel voor. Daarnaast vinden er zowel binnen de mobiliteitswereld als daarbuiten diverse trends plaats die vragen om nieuw mobiliteitsbeleid. Hierbij moet gedacht worden aan ontwikkelingen als verduurzaming, ICT-ontwikkelingen, diverse sociale ontwikkelingen (zoals toenemende vergrijzing en vereenzaming), maar ook economische ontwikkelingen (zoals veranderingen in de agrarische sector, de toename van toerisme en ook de gevolgen van krimp). Ook is de gemeente Leudal momenteel bezig met een gemeentelijke omgevingsvisie en is er een regionale mobiliteitsvisie in de maak. Om de aansluiting bij deze twee processen te houden is een actualisatie van het mobiliteitsbeleid van belang. De ontwikkelrichtingen die volgen uit de genoemde visies, vragen om actualisatie van het mobiliteitsbeleid. In dit mobiliteitsplan wordt concreet gemaakt hoe mobiliteit in Leudal er de komende jaren uit gaat zien.
Dit mobiliteitsplan benadert de uitdagingen waar de gemeente Leudal voor staat door deze te beredeneren vanuit onderliggende waarden achter mobiliteit. Deze waarden achter mobiliteit stellen ons in staat om op basis van gedeelde morele waarden een lange termijnvisie en concrete uitwerking te formuleren voor Leudal. Zo kunnen we mobiliteit bijvoorbeeld benaderen vanuit de waarde ‘welzijn’ waarbij we mobiliteit zien als een voorwaarde om actief deel te nemen aan de samenleving. Hierover meer in paragraaf 2.4.
2.2 Aanpak Het mobiliteitsplan is tot stand gekomen op basis van de methodiek van ‘the Golden Circle’ van Simon Sinek. Deze methodiek gaat uit van een ‘waarom, hoe en wat’ benadering (zie figuur 1). Dit betekent dat de strategie als eerste is geformuleerd door antwoord te geven op de vraag: ‘Waarom werken we aan een nieuw mobiliteitsplan?’. Op basis hiervan en een brede inventarisatie bepaalden we de strategie. Het raamwerk van het mobiliteitsplan is gebaseerd op drie ontwikkellijnen (de ‘hoe’). Op welke manier deze ontwikkellijnen uiteindelijk invulling krijgen (de ‘wat’) is verder uitgewerkt in het uitvoeringsprogramma. Door deze manier van werken is het voor alle betrokkenen duidelijk waar naartoe gewerkt wordt en met welk doel bepaalde maatregelen genomen worden.
Pagina 5 van 31
Mobiliteitsplan gemeente Leudal
Figuur 1 Waarom - hoe - wat (gebaseerd op Simon Sinek) 2.2.1
Proces
Het mobiliteitsplan is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met stakeholders binnen en buiten de gemeentelijke organisatie van de gemeente Leudal: • Het kernteam, bestaande uit medewerkers van de gemeente Leudal. • De klankbordgroep, bestaande uit medewerkers van verwante beleidsvelden en externe partners. • Regionale partners, namelijk buurgemeenten, de provincie en regio, regionale politie en Arriva. • Inwoners en ondernemers. • Gemeenteraad. Het kernteam bestond uit uitsluitend medewerkers van de gemeente Leudal. In de klankbordgroep zaten zowel medewerkers van de gemeente van verschillende beleidsvelden, als externe partners. Zie bijlage 2. Met de klankbordgroep zijn de gezamenlijke, onderliggende waarden bij mobiliteit bekeken en is gekeken hoe deze invulling kunnen krijgen in de context van Leudal. De klankbordgroep is daarnaast betrokken geweest bij het opstellen van het tactisch plan en het uitvoeringsprogramma. Regionale partners zijn betrokken aan de start van het proces, om goed uiteen te zetten wat de huidige situatie is en welke ontwikkelingen de komende jaren zullen plaatsvinden. Ook in de eindfase zijn de regionale partners geconsulteerd om te borgen dat het mobiliteitsplan wat nu voor u ligt een helder en coherent verhaal is. Inwoners en ondernemers zijn actief betrokken door middel van ons online participatieplatform: de Belangenbrouwerij.
Op het platform van de Belangenbrouwerij konden belanghebbenden deelnemen aan een aantal discussies over geselecteerde onderwerpen op het gebied van mobiliteit. Op deze manier hebben we geprobeerd te achterhalen wat inwoners en ondernemers in Leudal nu echt over deze onderwerpen vinden. Naderhand is er ook nog telefonisch contact geweest met enkele inwoners en ondernemers.
Pagina 6 van 31
Mobiliteitsplan gemeente Leudal
In onderstaand overzicht is te zien welke stakeholders in welke fase betrokken zijn: Fase 1: Startfase Fase 2: Inventarisatiefase Fase 3: Strategisch
Fase 4: Tactisch Fase 5: Operationeel
Fase 6: Afronding
• • • • • • • • • • • • • • • •
Startoverleg met kernteam Documentstudie Telefonische interviews met regionale partners Klankbordgroep bijeenkomst Uitwerken strategische visie Kernteam bijeenkomst Strategische visie terugkoppelen in raad (informele bijeenkomst) Klankbordgroep bijeenkomst Kernteam bijeenkomst Participatie in de dorpen (met de Belangenbrouwerij) Klankbordgroep bijeenkomst Kernteam bijeenkomst Informele raadsinformatiebijeenkomst Collegebesluit Raadsbesluit Presenteren in de gemeenteraad/raadscommissie
2.3 Leeswijzer In dit hoofdrapport leest u hoe het mobiliteitsplan van Leudal tot stand is gekomen en waar we de komende jaren op inzetten. In hoofdstuk 2 leest u waarom we met het mobiliteitsplan aan de slag gaan en welke ontwikkelingen hieraan ten grondslag liggen en het vertrekpunt bepalen. In hoofdstuk 3 beschrijven we de missie, waaruit blijkt waar we als gemeente in 2035 willen staan. Vervolgens beschrijven we op hoofdlijnen de weg hiernaartoe in de mobiliteitsvisie, bestaande uit drie ontwikkelrichtingen. In hoofdstuk 4 kijken we naar de hoe, door de keuzes toe te lichten die de komende jaren richtinggevend zullen zijn voor de organisatie van mobiliteit in Leudal. De concrete acties (wat) die volgen uit de keuzes per ontwikkelrichting, hebben gestalte gekregen in de vorm van projectbladen. Deze zijn opgenomen in een apart document – het mobiliteitsprogramma. Als gemeente hebben we verschillende rollen in te vullen bij het uitvoeren van deze acties, deze worden toegelicht in hoofdstuk 5.
Pagina 7 van 31
Mobiliteitsplan gemeente Leudal
3.
HET MOBILITEITSPLAN IN PERSPECTIEF – WAAROM?
Dit hoofdstuk schetst het Mobiliteitsplan in perspectief en beschrijft daarmee het waarom van het document. Hierbij gaan we in op de landelijke ontwikkelingen, ambities van en ontwikkelingen die we zien in de gemeente Leudal en de gedeelde waarden achter mobiliteit. Deze vormen namelijk het vertrekpunt voor de keuzes die gemaakt worden in dit Mobiliteitsplan.
3.1 Trends en ontwikkelingen Voordat we de ambities voor Leudal formuleren, is het van belang te kijken naar ontwikkelingen in de wereld om ons heen. Leudal staat als gemeente niet op zichzelf maar bevindt zich in een wereld die continu in beweging is. De belangrijkste trends en (beleids)ontwikkelingen worden in dit hoofdstuk benoemd. Hierbij wordt aangegeven wat de relevantie is voor de gemeente Leudal en welke beleidsplannen en -programma’s relevant zijn voor het mobiliteitsplan. In de bijlage is het uitvoerige beleidskader te lezen. 3.1.1
Het belang van duurzame mobiliteit neemt toe
Om de opwarming van de aarde te beperken, ondertekenden in 2015 192 landen het klimaatakkoord van Parijs. Nederland heeft in juni 2019 de eerste grote stap gezet door het klimaatakkoord te sluiten tussen veel grote organisaties en bedrijven in Nederland. Doel van dit akkoord is de CO2-uitstoot in 2030 met 49% te verminderen. Verduurzaming van mobiliteit is steeds belangrijker en met de gevolgen voor het klimaat zelfs noodzakelijk geworden. Het klimaatakkoord is per sector uitgewerkt aan zogenaamde tafels. Door de mobiliteitstafel is een visie opgesteld waarbij alle vervoersvormen en de infrastructuur optimaal worden ontwikkeld en benut én uiteindelijk alle vervoersvormen schoon zijn. Hiermee wordt niet alleen voldaan aan de afspraken van Parijs, maar wordt ook een significante bijdrage geleverd aan de terugdringing van overige milieuschade zoals luchtvervuiling. Relevantie voor Leudal Mobiliteit is een grote veroorzaker van CO2-uitstoot in de gemeente Leudal. Daarnaast ligt het energieverbruik in de verkeer- en vervoersector boven het Nederlands gemiddelde1. Dit betekent dat er mede in dit mobiliteitsplan kansen liggen om een bijdrage te leveren aan de klimaatambities en het terugdringen van het energieverbruik in het gemotoriseerde verkeer en vervoer.
Consequenties voor Leudal • groeiende vraag naar laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen; • meer aandacht voor regionale fietsverbindingen en fietssnelwegen; • meer aandacht voor de rol van deelmobiliteit. 3.1.2
De vraag naar mobiliteit verandert
Het speelveld van mobiliteit is continu in verandering. Het is de afgelopen jaren steeds drukker geworden op de weg, in het openbaar vervoer en op de fietspaden. Ook de voertuigen die we op de weg zien, veranderen.
1 Https://klimaatmonitor.databank.nl/dashboard/dashboard/mobiliteit/
Pagina 8 van 31
Mobiliteitsplan gemeente Leudal
Denk bijvoorbeeld aan de komst van de elektrische auto, de elektrische fiets en de speed-pedelec. In 2019 werden er ruim 420.000 nieuwe elektrische fietsen verkocht, wat ervoor zorgt dat deze fietsen steeds normaler worden in het straatbeeld. Daarnaast komen speed-pedelecs ook steeds vaker voor op de fietspaden. Deze (nieuwe) typen fietsen gaan echter over het algemeen harder dan reguliere fietsen, wat de toenemende snelheidsverschillen op het fietspad een nieuwe uitdaging maakt. Mobiliteit stelt ons in staat om actief deel te nemen aan de samenleving. Iedereen wil zich graag kunnen verplaatsen. Voor werk, studie of recreatieve doeleinden. Goede mobiliteit maakt ons leven prettiger en draagt bij aan ons algemene geluksgevoel; in de eigen woonomgeving, onderweg en doordat we in staat zijn om de gewenste bestemmingen te kunnen bereiken. Bovendien is mobiliteit van groot belang voor de economie, de werkgelegenheid en het vestigingsklimaat. Tijdens de totstandkoming van het Mobiliteitsplan hebben we te maken gekregen met een nieuw normaal door de coronacrisis. Deze periode laat zien dat nabijheid een andere betekenis krijgt. We zijn aangewezen op onze eigen directe omgeving en we leren dat we niet meer altijd op weg hoeven. Als we op weg gaan, gebruiken we zo min mogelijk het openbaar vervoer.
Dit leidde ertoe dat meer mensen in de auto stapten of toch de elektrische fiets aanschaften voor de langere afstand. Het is onzeker wat de impact is op de lange termijn voor het openbaar vervoer. De relevantie voor Leudal Veel inwoners van de gemeente Leudal zijn voor een groot deel van hun mobiliteit afhankelijk van de auto. Dit komt door een gebrek aan aantrekkelijke alternatieven voor de auto en de grote afstanden die moeten worden overbrugd. Zonder aanpassingen in het beleid zal de groei van mobiliteit in Leudal voor een groot deel worden opgevangen door meer autogebruik. Dit gaat ten koste van de ruimtelijke kwaliteit en het milieu, maar heeft ook negatieve invloed op de verkeersveiligheid en leefbaarheid in de kernen. Om de groei op duurzame wijze op te kunnen vangen, en de alternatieven beter te faciliteren, is het nodig om een omslag in mobiliteit te realiseren. Nieuwe alternatieven moeten een plek krijgen in het straatbeeld en bestaande alternatieven moeten aantrekkelijker worden. De grootschalige komst van de elektrische auto en de speed-pedelec laten in Leudal nog enigszins op zich wachten. Het aandeel van elektrische auto’s op de totale Leudalse vloot ligt onder het Nederlandse gemiddelde en met een totaalaantal van 25 speed-pedelecs in de gemeente liggen hier ook nog kansen2. Consequenties voor Leudal • fietsinfrastructuur aanpassen op nieuwe gebruikers (o.a.
e-bikes, speed-pedelecs); • verbeteren ov-verbindingen met de regio; • stimuleren van vervoerwijzen anders dan de auto. 3.1.3
Risicogestuurde verkeersveiligheidsaanpak
Verkeersveiligheid raakt ons allemaal. In een dichtbevolkt land als Nederland is het een grote uitdaging om ervoor te zorgen dat alle weggebruikers veilig aan het verkeer kunnen deelnemen. De situatie is landelijk de laatste jaren verslechterd; het aantal ernstig verkeersgewonden blijft stijgen en ook het aantal verkeersdoden neemt weer toe. Er is al veel kennis over het ontstaan van ongelukken maar de kennis over de preventie van ongelukken blijkt vaak niet volledig te zijn of is verspreid over verschillende partijen.
2 https://klimaatmonitor.databank.nl/dashboard/dashboard/mobiliteit/
Pagina 9 van 31
Mobiliteitsplan gemeente Leudal
Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft in 2018 daarom het Strategisch Plan Verkeersveiligheid (SPV 2030) gelanceerd waar ze zichzelf het doel heeft gesteld het aantal verkeersgewonden en doden terug te brengen en te streven naar nul verkeersslachtoffers. Dit beleid is risico-gestuurd, wat betekent dat niet alleen wordt gekeken naar ongevallen en slachtoffers, maar naar welke wegkenmerken, situaties of gedragingen van verkeersdeelnemers een potentieel gevaar vormen voor de verkeersveiligheid. De relevantie voor Leudal Ook de gemeente Leudal maakt een punt van nul verkeersslachtoffers. In de periode 2015 – 2019 is het aantal geregistreerde ongevallen helaas niet substantieel gedaald in de gemeente Leudal. In Leudal valt het op dat jongeren tussen de 16 en 24 jaar gemiddeld vaak betrokken zijn bij ongevallen. Daarnaast blijft de gemeente Leudal de komende jaren te maken hebben met een sterk vergrijzende bevolking. In 2050 zal 21,1% procent van de totale bevolking 75 jaar of ouder zijn. Landelijk bedraagt dit aandeel 15,9% in 20503. In de periode 2015 – 2019 zijn er in de groep 60+ers de meeste verkeersdoden te betreuren geweest. Gezien de vergrijzende bevolking en het aantal verkeersslachtoffers onder deze groep is dit een aandachtspunt. De verkeersveiligheid van ‘kwetsbare verkeersdeelnemers’, (elektrische-) fietsers, voetgangers e.d. is ook een aandachtspunt.
42% van de betrokkenen bij een ongeval in Leudal behoorde tot de kwetsbare verkeersdeelnemers. De veiligheid van deze groep is dus ook een aandachtspunt. Consequenties voor Leudal • richten op 0 verkeersdoden in 2030; • risico-gestuurde aanpak met aandacht voor inrichting, gedrag en hoog-risicogroepen; • meer aandacht voor verkeerseducatie (o.a. voor jongeren en ouderen). 2.3 Beleidskeuzes met impact op mobiliteit In Leudal hebben we al verschillende beleidskeuzes gemaakt die van invloed zijn op dit Mobiliteitsplan. Mobiliteit is hiermee een middel om onze doelen te behalen: mobiliteit zorgt ervoor dat we op visite gaan bij familie een paar dorpen verderop, naar het ziekenhuis kunnen als dat nodig is en in Leudal wonen terwijl we buiten de gemeente werken. Mobiliteit heeft alles te maken met welke voorzieningen je wil bereiken. Dit regelen we in onze ruimtelijke ordening. Dit kunnen we dan ook niet los zien van ons Mobiliteitsplan. Het is niet vanzelfsprekend dat je mobiel bent. En de manier waarop je op weg kan, ligt ook niet vast. In de strategische visie ‘Leven in Leudal’ zeggen we dat we waarde hechten aan de sterke sociale cohesie, bereikbaar en toegankelijk willen zijn en de rust en het groen zoveel mogelijk willen behouden.