CConstaterende datLeudal
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting (versie 2, van 22nov23)

Raadsvergadering 11 december 2023, gemeente LeudalBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan 'Vergroting bouwvlak Karreveld 10' te Heibloem29.763 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Vanwege de aangetroffen verstoringen van het bodemprofiel kan de archeologische verwachtingswaarde voor archeologische resten van jagersverzamelaars uit het Laat-Paleolithicum en het Mesolithicum worden bijgesteld naar laag. Omdat de verwachting voor archeologische sporen van landbouwers uit het Neolithicum tot de Nieuwe tijd op basis van het bureauonderzoek al laag was, blijft deze verwachting gehandhaafd. Op basis van de waargenomen bodemverstoringen kan worden geconcludeerd dat archeologische waarden niet meer in situ worden verwacht. Op grond van de resultaten van het bureau- en veldonderzoek adviseert Econsultancy om het plangebied vrij te geven. Bovenstaand advies vormt een selectieadvies. De resultaten van dit onderzoek zullen eerst moeten worden beoordeeld door het bevoegd gezag (gemeente Leudal), die vervolgens een selectiebesluit neemt. Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethode. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Econsultancy wil de opdrachtgever er daarom ook op wijzen dat, mochten tijdens de geplande werkzaamheden daar toch archeologische waarden worden Bestemmingsplan Vergroting bouwvlak Karreveld 10 | toelichting

85

aangetroffen, er conform artikel 53 van de Monumentenwet uit 1988 een meldingsplicht geldt bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: ARCHISmeldpunt, telefoon 033-4227682), de gemeente Leudal of de Provincie Limburg. De archeologische waarden vormen geen belemmering voor het planvoornemen. Naar aanleiding van de resultaten van het archeologisch onderzoek is de dubbelbestemming archeologie niet overgenomen op de verbeelding.

4.10.

Cultuurhistorie

De provincie Limburg hecht veel waarde aan haar grote schat aan cultuurhistorie. Om deze reden dient er bij de uitbreiding en/of vormverandering van een bouwvlak gekeken worden of hierbij geen cultuurhistorische waarden worden aangetast. De te beschermen waarden zijn aangeduid op de cultuurhistorische waardenkaart Limburg. De Cultuur Historische Waardenkaart bestaat uit de volgende onderwerpen: • • •

Archeologie (werd getoetst in de vorige paragraaf) Bouwkunde Historische geografie

Bouwkunde De bouwkundige gegevens zijn onderverdeeld in: Kapellen, Kruisen, Beelden, Beschermde dorpsgezichten, Monumenten, Rijksmonumenten, Monumenten inventarisatie project. De gegevens over het bouwkundige erfgoed zijn in de Cultuur Historische Waardenkaart aangegeven voor zover bekend, het betreft hier de beschermende indicators als: jaargang, typologie, architectuurstijl, karakteristiek, authentiek, plaatselijke kenmerken.

kaart 18, Cultuurhistorische waardenkaart, onderdeel bouwkunde.

Er zijn geen te beschermen cultuurhistorische waarden binnen het plangebied. Historische geografie Het betreft hier de volgende gegevens:

Bestemmingsplan Vergroting bouwvlak Karreveld 10 | toelichting

86

Cultuurhistorische elementen, Cultuurhistorisch landschap, Grenzen brede stroken, Gemeenten 1860, Groeves, Nederzettingen. Het gaat hier om de nog aanwezige historische elementen in het landschap zoals oude wegen, oude verkavelingspatronen en oude akkergrenzen, bouwwerken zoals vestingwerken, groeves, watermolens, kastelen of resten van kastelen, Het onderzoek betreffende de regio Noord en Midden Limburg is van (dr.J.Renes, Landschappen van Maas en Peel uit 1999). De historische landschappen geven een overzicht van de omvang van de steden en dorpen in de periode 18061840, en geeft tevens aan welke gebieden toen ontgonnen en in gebruik genomen waren. Ook is aangegeven welke gebieden in de periode 1840-1890 ontgonnen zijn en welke gebieden na 1890 ontgonnen zijn: oude en jonge cultuurlandschappen.

kaart 19, Cultuurhistorische waardenkaart, onderdeel historische geografie.

Bestemmingsplan Vergroting bouwvlak Karreveld 10 | toelichting

87

Beleid gemeente Leudal

kaart 20, Cultuurhistorische waardenkaart gemeente Leudal

De uitbreiding vind plaats in een cultuurlandschap dat de aanduiding bouwland kampen heeft. De vormverandering vind plaats in een deel met de aanduiding nieuw cultuur land. In het plangebied zijn geen te beschermen cultuurhistorische waarden.

4.11.

Natuurwaarden en landschapswaarden

De natuurwaarde zijn beoordeeld op basis van de provinciale uitgangspunten. Omdat de gevraagde ontwikkeling niet van invloed is op de totale uitstoot van ammoniak en de emissiepunten is de aanvraag niet van invloed op; • • •

Zeer kwetsbare gebieden (zeer voor verzuring gevoelig) Natura 2000 gebieden Natuurbeschermingswetgebieden.

Het onderhavige plan zal daarom niet verder getoetst worden op deze onderdelen. 4.11.1.

Goudgroene natuurzone (Voorheen EHS).

Het plangebied is gelegen op een afstand van ca. van 220 m. , zie paragraaf 3.3.2., van de goudgroene natuurzone. Het betreffende deel van de betreffende zone is niet aangemerkt als een voor verzuring gevoelig gebied. De gevraagde ontwikkeling heeft geen invloed heeft op de Ecologische hoofdstructuur.

Bestemmingsplan Vergroting bouwvlak Karreveld 10 | toelichting

88

4.11.2.

Natuurbeschermingswet/ Natura 2000

In 1998 is er een nieuwe gewijzigde Natuurbeschermingswet gekomen die uitsluitend gericht is op gebieden, terwijl de soortbescherming is opgenomen in de Flora- en Faunawet. Deze Natuurbeschermingswet 1998 richt zich onder andere op een omvangrijk Europees netwerk: Natura 2000. Rondom deze gebieden is in de wet een uitgebreid instrumentarium gebouwd, dat beheer, herstel en bescherming mogelijk maakt. Kernelementen daarbij zijn: het beheerplan, het vergunningstelsel en de goedkeuring van plannen. In de nabijheid van de locatie liggen de navolgende natura2000-gebieden. • Deurnesche en Mariapeel : 9.400 m. • De Groote Peel : 6.200 m. • Sarsven en de Banen : 6.200 m. • Leudal : 4.800 m. • Swalmdal : 9.400 m. Op de volgende afbeelding zijn de meest nabijgelegen gebieden ten opzichte van de inrichting aangegeven

kaart 21, Natura 2000 gebieden (rood omlijnd)

Als gevolg van de gevraagde herziening blijft de ammoniakemissie gelijk. Het aantal dieren en/of huisvestingssysteem wijzigt niet. De afstand tot de natura 2000 gebieden is dermate groot dat er geen invloed is van andere factoren, zoals fijnstof, geluid, en licht op de te beschermen natuurwaarden in deze gebieden. Een passende beoordeling is niet nodig.

Bestemmingsplan Vergroting bouwvlak Karreveld 10 | toelichting

89

4.11.3.

Natuurbeschermingswetvergunning.

De provincie Limburg heeft op 15 september 2016 een positief besluit genomen inzake de aanvraag van een natuurbeschermingswetvergunning voor de onderhavige inrichting. Dit besluit is nog niet onherroepelijk. Dit besluit is gebaseerd op de feitelijke aantallen dieren die gehouden zijn tussen 1 januari 2012 en 31 december 2014. Gezien de afstand van minimaal 4.800 meter tot het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied is de gevraagde planwijziging is niet van invloed op de instandhoudingsdoelstellingen van een of meerdere natura 2000-gebieden. 4.11.4.

Gebiedsbescherming

Op 1 april 2002 is de Flora- en Faunawet in werking getreden. Op basis van deze wet moet bij alle ruimtelijke ingrepen worden nagegaan of er schade wordt toegebracht aan beschermde dier- en plantensoorten in hun natuurlijke leefgebied. Als gevolg van ruimtelijke ingrepen is het mogelijk dat beschermde soorten beschadigd, verstoord of vernietigd worden. Als op basis van onderzoeksgegevens blijkt dat beschermde soorten voorkomen, kan dit consequenties hebben voor de voorgenomen ruimtelijke ingreep. De uitbreiding van het bedrijf vindt plaats buiten het bestaande bouwblok. Door het jarenlange gebruik van de betrokken locatie als landbouwgrond is de kans op de aanwezigheid van bijzondere planten- en dierensoorten op de locatie zeer beperkt. De plantensoorten op de locatie worden grotendeels door mensen gereguleerd. Voor diersoorten geldt dat er gedurende een lange reeks van jaren een dusdanige verstoring plaatsvond, verkeer en menselijke activiteit, dat de betreffende locatie niet geschikt is als leefgebied. Deze locatie is geen geschikt vestigings- en/of permanent leefgebied voor soorten uit de eerste en tweede categorie. Hooguit zullen een of meer van de algemeen voorkomende beschermde soorten hier bij tijd en wijle verblijven.

Mogelijk dat de landschappelijke inpassing van de installatie, de infiltratiesloot en de erfbeplanting, een aantal kleinere diersoorten een nieuwe habitat biedt. Gezien de aard van de ontwikkelingen zal de externe invloed op de omliggende natuur niet significant zijn. De beschermde soorten worden als volgt onderscheiden: • • •

de rode lijst – soorten niet bedreigde maar wel minder algemeen voorkomende soorten algemeen voorkomende soorten.

Als soorten uit de eerste categorie door het project schade zullen leiden, is het de vraag of het project wel doorgang kan vinden. Bij soorten uit de tweede categorie zal in ieder geval aangetoond moeten worden dat geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort. Pas dan zal ontheffing verkregen kunnen worden. Voor de soorten uit de derde categorie geldt een algemene vrijstelling, waarbij de algemene zorgplicht uit de Flora- en Faunawet centraal staat. Ten zuid-westen van de bestaande stallen is de rode lijst soort de gele kwikstaart gesignaleerd. Ten Noordoosten is de gele lijstsoort de graspieper gesignaleerd. Alle waarnemingen dateren van 1999. De directe omgeving van het bedrijf is in de tussen liggende jaren in gebruik geweest als akkerland.

Bestemmingsplan Vergroting bouwvlak Karreveld 10 | toelichting

90

kaart 22 Beschermde broedvogels

De broedvogelgids van de ANWB zegt het volgende over deze vogelsoorten; •

•

Gele kwikstaart De gele kwikstaart is een opvallend vogeltje dat zich vooral op ophoud in open landschap. Zijn natuurlijke biotoop is blijvend grasland. In een modern intensief weiland voelt hij zich niet thuis. Hij zoekt vooral bloeiende kruiden en insecten. Hij bouwt zijn nest vooral in ruige bermen en greppels. Door de veranderingen in de landbouw broeden ze de laatste jaren ook wel eens op akkerland. Momenteel ligt het bedrijf in open akkerland. Een verre van ideale biotoop voor de Gele Kwikstaart. De kans dat hij verstoort wordt in zijn broedgedrag is dan ook zeer beperkt. Door de geplande landschappelijk inpassing van het bedrijf (BOM+) worden de leefomstandigheden voor de gele kwikstaart positief beïnvloed. De graspieper Het wemelt van de graspiepers in Nederland. Ze leven vooral in het open landschap. Ze leven van insecten en zitten vaak op paaltjes. Ze broeden in een nest verborgen onder een graspol of andere planten, in een slootkant of greppel. Ze leven in een open landschap in

Bestemmingsplan Vergroting bouwvlak Karreveld 10 | toelichting

91

gras- of bouwland duinen open kwelders enz. Door de ontwikkelingen in de landbouw is hun aantal de laatste jaren teruggelopen. Door de aanleg van een zaksloot in combinatie met een erfbeplanting komen er meer nest mogelijkheden voor de graspieper. De uitbreiding van het bedrijf heeft een positieve invloed op de populatie van de graspieper. Beschermde soorten planten

kaart 23 Beschermde plantensoorten

Uit bovenstaande kaart blijkt dat er geen beschermde plantsoorten in de directe nabijheid van de uitbreiding voorkomen. Ook zijn er geen Vegetatietypen van de 1ste of 2de kartering. De kans dat voornoemde vormverandering invloed heeft op het leefgebied van deze vogels is vrijwel nihil. Zie hiervoor ook de eerder genoemde ruimtelijke onderbouwing d.d. 2007 zoals opgesteld ten behoeve van de gevoerde art. 19 lid 1 procedure

4.12.

Kabels en leidingen

In of nabij het plangebied liggen geen kabels of leidingen, die ten behoeve van het gebruik en/of de veiligheid planologische bescherming behoeven. Kabels en Leidingen vormen daarmee geen belemmering voor het planvoornemen vormen.

Bestemmingsplan Vergroting bouwvlak Karreveld 10 | toelichting

92

4.13.

Verkeer en infrastructuur

De beoogde locatie is gelegen aan het karreveld 10 te Roggel. De ontsluiting van de locatie is goed te noemen. De locatie ligt 650 meter van de provinciale weg, de N269, van Horn naar Meijel. Deze 650 m. is, een rustige eenbaansweg met een duidelijke agrarische functie. Langs de voornaamste aan en afvoerroute vanaf de locatie naar de provinciale weg is een woning gelegen. Vrachtverkeer Doordat het aantal dieren gelijk blijft zal ook de mestproductie gelijk blijven. Het vrachtverkeer naar en van de inrichting zal hierdoor niet wijzigen. Overig landbouwverkeer Het vele landbouwverkeer over het karreveld tussen Karreveld 4 en Aan de Heibloem vormt al jaren een punt van zorg voor alle partijen. Om deze reden vormt het verleggen van de uitrit van Karreveld 4 een onderdeel van de geplande bedrijfsontwikkeling op de betreffende locatie. Daarnaast kan een deel van de bezwaren ook weggenomen worden door de betreffende machines niet te stallen op de locatie Karreveld 4 maar op de Locatie Karreveld 10. De betreffende machines maken dan aanmerkelijke minder gebruik van het betreffende wegvak. Het landbouwverkeer over het wegvlak tussen Aan de Heibloem en Karreveld 10 zal daardoor toenemen. Dit betekend een aanmerkelijk verbetering van de problematiek ter plaatse.

Vanwege de totale omvang van het bedrijf, minder dan 500 werknemers, is een preventieplan voor het beperken van verkeer- en vervoerbewegingen niet nodig.

4.14.

Brandveiligheid

Om brand te voorkomen wordt uitsluitend gewerkt met goedgekeurde installaties en worden de gebouwen conform het bouwbesluit gebouwd. Er zijn voldoende vluchtwegen en brandblusmiddelen aanwezig. Voor de primaire bluswatervoorziening dient er op maximaal 40 meter vanaf de gebouwen een voor blusvoertuigen goed toegankelijke bluswatervoorziening te worden aangelegd met een capaciteit van ten minste 60 m3/uur. Een dergelijke voorziening zal bij uitvoering van de plannen in overleg met de afdeling brandpreventie worden aangelegd.

4.15.

Afvalstoffen die in de inrichting ontstaan

Reinigingswater: Het reinigingswater van de afdelingen wordt opgevangen in de kelders onder de stallen. Het poetswater van veewagens en de kadaverkar (wordt ook op de spuitplaats gereinigd) wordt opgevangen in een aparte put van 20 m3. Het reinigingswater wordt met het drijfmest afgevoerd. Drijfmest: De afvoer van deze drijfmest vindt plaats met behulp van vrachtwagens of combinatie van tractor met giertanks (loonwerker)

Bestemmingsplan Vergroting bouwvlak Karreveld 10 | toelichting

93

TL-Lampen: De kapotte TL-lampen (klein chemisch afval) worden 1x/jr afgevoerd naar een erkende inzamelaar. Totaal ca. 10 stuks. Kadavers: Per week worden de kadavers opgehaald. De hoeveelheid per jaar bedraagt ca. 4.000 kg. De kadavers worden iedere week vlak voor het ophalen aangeboden op de kadaver aanbiedplaats en vervolgens opgehaald door een vrachtwagen van Rendac. Papier en metaal: Oud papier wordt maandelijks afgevoerd via een erkend inzamelaar. Op jaarbasis bedraagt het ca. 500 kg. Oud ijzer wordt jaarlijks opgehaald door een erkend inzamelaar en bedraagt ca. 200 kg op jaarbasis. Huishoudelijk afval: Dit wordt opgeslagen in een container en 1 keer per 2 weken opgehaald door een erkend inzamelaar. De hoeveelheid op jaarbasis bedraagt ca. 2.000 kg Spuiwater luchtwassers Het spuiwater wordt opgevangen in een aparte put met een inhoud van 50 m3. Per jaar wordt ca. 150 m3 spuiwater afgevoerd en verwerkt door een erkend bedrijf. Dit gebeurt met een vrachtwagen.

4.16.

Energie

Het geschatte elektraverbruik bedraagt ca. 500.000 kWh. per jaar. Dit ligt onder de norm vanwege een aantal maatregelen ter beperking van het elektriciteitsverbruik. Met behulp van klimaatcomputers draaien de ventilatoren nooit harder dan noodzakelijk is. Er wordt gebruik gemaakt van centrale afzuiging, waarbij de ventilatoren worden aangestuurd middels een frequentieregeling die elektriciteit bespaard. Ook zijn de nieuwe ventilatoren zodanig van omvang dat ze de weerstand door het ventilatiesysteem goed kunnen overbruggen en wordt er ook overcapaciteit geïnstalleerd. Hierdoor hoeven de ventilatoren nooit op volle toeren te draaien wat in combinatie met de frequentieregeling een efficiënter (dus lager) energieverbruik geeft. Ook geeft dit een lager geluidsniveau. Verder worden ook hier door managementmaatregelen de installaties periodiek gecontroleerd en onderhouden. Dit houdt o.a. in dat versleten lagers in ventilatoren tijdig vervangen worden en dat klimaatcomputers, regelapparatuur en instellingen jaarlijks worden gecontroleerd. Een deel van de elektriciteit wekt het bedrijf zelf op door de installatie van zonnepanelen. Daarnaast heeft het bedrijf voor zijn energie voorziening een overeenkomst met voor de levering van elektriciteit en warmte die opgewekt wordt middels (co-)vergisting.

Bestemmingsplan Vergroting bouwvlak Karreveld 10 | toelichting

94

4.17.

Bedrijfstijden

De varkenshouderij zal volcontinu in bedrijf zijn. Echter binnen de inrichting zal de arbeid meestal in de dag periode plaatsvinden tussen 7.00 uur in de ochtend en 19.00 uur in de avond. Incidenteel is het mogelijk dat vleesvarkens ’s nachts worden afgevoerd. Ook silo’s kunnen incidenteel in de nacht worden gevuld. Hierbij zal voldaan worden aan de voorwaarden die hieraan gesteld worden binnen de wet milieubeheer.

4.18.

Toekomstige ontwikkelingen

Na voltooiing van het complete plan zijn er geen verdere ontwikkelingen op het gebied van uitbreiding in capaciteit te verwachten.

4.19.

Ongewone voorvallen

Stroomuitval: Tot de bijzondere risico’s op een zeugenbedrijf hoort in de 1e plaats het uitvallen van de netspanning en het daarmee stilvallen van de ventilatie in de stallen. Ingeval van het uitvallen van één enkele ventilator of de gehele netspanning, treedt een alarmering in werking die de ondernemer waarschuwt waardoor een back-up systeem in werking treedt en de elektriciteits- en warmtevoorziening intact blijft. Brand: Een 2e risico is het optreden van brand. Om brand te voorkomen wordt uitsluitend gewerkt met goedgekeurde installaties en worden de gebouwen conform het bouwbesluit gebouwd. Er zijn voldoende vluchtwegen en brandblusmiddelen aanwezig. Vervoersverbod bij veewetziekten: Bij het uitbreken van een veewetziekte zoals varkenspest wordt het bedrijf van rechtswege tijdelijk afgesloten. Gedurende die periode mogen er geen dieren worden vervoerd en zal de stal vol raken. Door de ruimere bezetting zijn de mogelijkheden tot het opschorten van het afleveren groter. Om dit soort risico’s op het bedrijf zelf zoveel mogelijk te voorkomen is het bedrijf zo opgezet en uitgevoerd dat geen vreemden van buiten in de stal kunnen komen. Voor diegenen die wel in de stal gaan, gelden strikte hygiënemaatregelen.

4.20.

MER-(beoordelings)plicht

De eerste vraag die beantwoord dient te worden is of dit bestemmingsplan een kader stelt voor latere m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten, in welk geval voor het bestemmingsplan een planMER moet worden opgesteld. Getoetst wordt of er belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn als gevolg van het ter plaatse herzien van het bestemmingsplan ten behoeve van een Bestemmingsplan Vergroting bouwvlak Karreveld 10 | toelichting

95

varkenshouderij met bijbehorende voorzieningen, die aanleiding geven tot het nader beoordelen van de vraag of er voor de verlening van de omgevingsvergunning (voorheen: milieuvergunning) een m.e.r.-procedure moet worden doorlopen. Het bestemmingsplan “Vergroting bouwvlak Karreveld 10” gaat een kader stellen voor een activiteit als bedoeld in het Besluit milieueffectrapportage, onderdeel D (nr. 2, 3 en 4.), zoals van kracht tot 1 april 2011: De drempelwaarde bedraagt in de onderhavige situatie; 1. 2000 stuks mestvarkens (Rav cat. D.3), 2. 750 stuks zeugen (Rav cat. D.1.2, D.1.3 en D.3 voor zover het opfokzeugen betreft), 3. 2700 stuks gespeende biggen (biggenopfok) (Rav cat. D.1.1), De onderhavige activiteit valt ónder deze drempelwaarde, zodat formeel op grond van het Besluit m.e.r., zoals van kracht tot 1 april 2011, geen m.e.r.-beoordelingsplicht geldt noch dit bestemmingsplan plan-m.e.r.-plichtig is, . In oktober 2009 is door het Europese Hof van Justitie bepaald dat Nederland ook bij activiteiten die onder de drempelwaarde bleven van het Besluit m.e.r. wegens strijd met artikel 3:46 Awb. een nadere motivering dient te eisen voor de reden waarom geen MER is opgesteld. Ter uitvoering van die uitspraak van het Hof is per 1 april 2011 het Besluit m.e.r. gewijzigd. De belangrijkste wijziging is dat de drempels voor de m.e.r.-beoordeling zijn aangemerkt als indicatieve waarden.

Dat betekent dat er nu als een zogenaamde ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’ beoordeeld moet worden of er voor het later te nemen besluit een m.e.r.-beoordeling nodig is. De indicatie dat een activiteit beneden de drempel ligt, betekent dat er waarschijnlijk geen sprake is van aanzienlijke milieugevolgen. In dit geval betreft dit bestemmingsplan de activiteit van een zeugenhouderij. De gevraagde planherziening heeft betrekking op de uitbreiding en vormverandering van het bouwvlak. Het plangebied is onderverdeeld in een deel met de aanduiding IV en een deel zonder de aanduiding IV. De gevraagde uitbreiding en vormverandering is niet van invloed op de oppervlakte van het plangebied met de aanduiding IV. Het planvoornemen voorziet niet in een uitbreiding van het aantal dieren binnen het plangebied. Op grond van de beschreven kenmerken van de gevraagde ontwikkeling en de gekozen locatie zijn er geen zodanige milieugevolgen dat het opstellen van een MER noodzakelijk is. In dit hoofdstuk is ingegaan op de gevolgen van het project op het gebied van geluid, luchtkwaliteit (fijnstof, stikstof, stikstofdepositie), bodem, water, externe veiligheid, archeologie, groen (natuur, landschappelijke inpassing en flora & fauna) en verkeer en parkeren. Voor het planvoornemen is geen m.e.r.-beoordeling noodzakelijk. Er hoeft voor dit kaderstellende bestemmingsplan geen planMER te worden opgesteld.

De conclusie van de in dit hoofdstuk uitgevoerde toetsing is dat zich bij de onderhavige zeugenhouderij geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zullen voordoen die noodzaken tot een passende beoordeling en/of een nadere m.e.r.-beoordeling. De belangrijkste overwegingen hierbij zijn dat de negatieve milieugevolgen, met inachtneming van de ligging en de kenmerken van het project, nihil zijn. Dit te meer daar bij de uitwerking van het bestemmingsplan compenserende maatregelen wat betreft natuur en landschap worden genomen.

Bestemmingsplan Vergroting bouwvlak Karreveld 10 | toelichting

96

Op grond hiervan wordt geconcludeerd dat een MER geen meerwaarde heeft en een nadere beoordeling daarover ten tijde van de vergunningverlening niet nodig is. Het opstellen van een planMER voor het bestemmingsplan “Vergroting bouwvlak Karreveld 10” is daarom niet noodzakelijk.

Bestemmingsplan Vergroting bouwvlak Karreveld 10 | toelichting

97

5.

Juridische aspecten

5.1.

Algemeen

In een bestemmingsplan zijn de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor een bepaald gebied opgenomen. Het onderhavige bestemmingsplan regelt de inrichting van het gebied op hoofdlijnen door de gronden te beleggen met een bestemming. Het juridische deel van de planologische afwijking bestaat uit de verbeelding (kaart) in samenhang met de regels. In deze paragraaf wordt het juridische deel van de planologische afwijking nader toegelicht.

5.2.

Planvorm

Het bestemmingsplan “Vergroting bouwvlak Karreveld 10” is opgesteld conform de SVBP 2012 alsmede de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro.). Tevens is de terminologie van de op 1 oktober 2010 van kracht geworden Wabo gebruikt. Als gevolg hiervan wordt in het bestemmingsplan niet meer gesproken over een plankaart, maar over een analoge of digitale verbeelding. Tevens is de benaming van de planregels gewijzigd in regels, een bouwblok heet een bouwvlak en ontheffingen heten voortaan afwijkingen. Het bestemmingsplan ‘Vergroting bouwvlak Karreveld 10’ is vervat in een verbeelding, regels, en een toelichting. Het plan is zodanig opgezet dat het huidige agrarische gebruik en de te realiseren woning met varkensstallen positief worden bestemd.

5.3.

De planverbeelding

De verbeelding is getekend op een bijgewerkte en digitale kadastrale ondergrond, schaal 1:1.000 en bestaat uit één kaart. Op de verbeelding wordt de bestemming met bijbehorende informatie weergegeven. Bepaalde functiemogelijkheden worden via functieaanduidingen geregeld. Aan op de verbeelding opgenomen ondergrondgegevens, zoals gebouwen, kunnen geen rechten worden ontleend. Daar staat tegenover dat het ontbreken van dergelijke ondergrondgegevens ook niet leidt tot een beperking van rechten. De ondergrondgegevens hebben dus uitsluitend een illustratief karakter. De verbeelding visualiseert het plangebied. Uit de verbeelding blijkt de begrenzing en de ligging van het plangebied. De verbeelding is vervaardigd conform de wettelijke eisen en bevat, afgezien van de ondergrond, alleen informatie die juridisch relevant is. Ze is opgesteld conform de geldende standaarden.

5.4.

Regels

Op het onderhavige bestemmingsplan zijn gebaseerd op de regels van het Veeg en Reparatiebestemmingplan Leudal. Op de navolgende onderdelen zijn de regels aangepast; • •

Onderdelen die niet van toepassing zijn op het planvoornemen zijn verwijderd. De Landschappelijke inpassing dient conform het ontwerpplan binnen het bouwvlak plaats te vinden. In de onderhavige situatie is een deel van het bouwvlak gelegen binnen het extensiveringsgebied. Dit betekend dat het bouwvlak daar niet uitgebreid kan worden ten

Bestemmingsplan Vergroting bouwvlak Karreveld 10 | toelichting

98

•

•

behoeve van de landschappelijke inpassing. Conform het vooroverleg en het vigerende bestemmingsplan mag de landschappelijke inpassing gerealiseerd worden buiten het bouwvlak. De regels zijn zodanig aangepast dat de landschappelijke inpassing ook buiten het bouwvlak gerealiseerd mag worden. De maximale omvang van een bouwvlak is aangepast conform de voorschriften van het bij het ontwerpplan vigerende bestemmingsplan voor het buitengebied van de voormalige gemeente Roggel en Neer. In aanvulling op het (regulier) strijdig gebruik zijn twee situaties aangemerkt, te weten: het houden van dieren en het mengen van (droog) voer (zoals gedefinieerd in artikel 1.68 van de planregels) ter plaatse van de aanduidingen ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden – geen dieren’ respectievelijk ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden – mengen van voer’. Hiertoe overweegt de raad het volgende. a. De planwijziging is toelaatbaar, omdat de geuremissie vanuit de dierverblijven niet wijzigt. Dit is verzekerd door het opnemen van een aanduiding op de verbeelding en een planregel in de regels, waaruit volgt dat ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden – geen dieren’ geen dieren mogen worden gehouden. Dit betekent dat de vergroting van het bouwvlak niet van invloed is op de geuremissie, die direct ontstaat door het (intensief) houden van dieren (varkens).

Het alsnog gebruiken van die delen van het plangebied voor het houden van dieren, brengt strijdig gebruik met zich mee. b. Het door middel van een mengvoerinstallatie, hamermolen, pletmachine, cracker, menger of andere productie- c.q. mengmachines samenstellen van mengvoer voor varkens uit één of meerdere grondstoffen wordt als strijdig gebruik aangemerkt. Een dergelijk gebruik is niet noodzakelijk voor de uitoefening van de primaire bestemming, een intensieve varkenshouderij. Het mengen van (droog) voer leidt tot wijzigingen in de aard van de vervoersbewegingen, de aantallen vervoersbewegingen en de locatie van de vervoersbewegingen (de huidige levering vindt plaats aan de voorzijde, het verst weg van de bestaande woningen aan de noordzijde. De toekomstige levering vindt plaats aan de uiterste zijde, het dichts bij de bestaande woningen en omwonenden hebben in de zienswijzen en beroepsgronden juist de vervoersbewegingen als belemmerend c.q. overlast gevend aangeduid). Bovendien is hier relevant de wijziging in de locatie voor het laden en lossen. Voorgaande wijzigingen kunnen niet zodanig worden gerealiseerd dat hierin geen wijziging optreedt ten opzichte van het woon- en leefklimaat van de binnen de invloedssfeer van het plangebied gelegen (reguliere) woningen. Bovendien zijn voor dit proces onder andere een hamermolen, cracker en pletter nodig.

Deze machines (industriële installaties) produceren in ieder geval geluid, stof en het proces levert ook een (beperkte) toename van (industriële) geur. Het mengen van (droog) voer is mede gelet op het vorenstaande een industriële activiteit. Het industriële karakter zit opgesloten in de wijze van bewerking. Het voer wordt niet alleen gemengd maar ook gemalen, geplet en gecrackt. De effecten dienen te worden gewogen in het kader van een goede ruimtelijke ordening en een Goed woon- en leefklimaat. Niet kan worden uitgesloten dat het mengen van (droog) voer een negatieve invloed heeft op het woon- en leefklimaat. In het belang van een goede ruimtelijke ordening en een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet een belangenafweging worden gemaakt. Enerzijds het belang van het bedrijf om een beter bedrijfseconomisch proces te

Bestemmingsplan Vergroting bouwvlak Karreveld 10 | toelichting

99

kunnen realiseren en anderzijds het belang van mens, natuur en milieu. Het bestaande woon- en leefklimaat (en de overbelasting van de omliggende woningen) kan daarbij niet los worden gezien van deze belangenafweging. Gelet op het feit dat de activiteit niet noodzakelijk is voor de uitvoering van de bestemming, de gemeenteraad eerder heeft uitgesproken geen verdere uitbreiding te wensen van de bedrijfsactiviteiten in deze omgeving én het gegeven dat niet kan worden uitgesloten dat er geen effecten optreden, wordt het mengen van (droog) voer aangemerkt als strijdig gebruik. c. Het mengen van brijvoer, voor de eigen dieren, op de bestaande wijze en in de huidige omvang is toegestaan.

Bestemmingsplan Vergroting bouwvlak Karreveld 10 | toelichting

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leudal&id=19b43ac2-171c-4e9e-9116-0d0d133065dc