CConstaterende datLeudal
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting + Regels + Verbeelding

Commissievergadering Fysiek 8 maart 2022, gemeente LeudalBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Aan de Heibloem 1 Heythuysen'25.553 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Enkel de functieaanduidingen “intensieve veehouderij” en “specifieke vorm van agrarisch - mestvergistingsinstallatie” worden verwijderd. Aangezien de bestemming niet wijzigt is het niet noodzakelijk om in het kader van deze bestemmingsplanprocedure een bodemonderzoek uit te voeren.

26

5.1.6 Externe veiligheid Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden te worden met het aspect externe veiligheid. Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. De risiconormen voor inrichtingen zijn vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Het besluit verplicht gemeenten en provincies bij het verlenen van omgevingsvergunningen en het maken van bestemmingsplannen rekening te houden met bepaalde eisen ten aanzien van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. In de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) zijn voorts regels opgenomen betreffende de veiligheidsafstanden en berekening van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. De normen voor het risico dat burgers mogen lopen als gevolg van een ongeval met transport van gevaarlijke stoffen zijn vastgelegd in de Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen (CRVGS). Op basis van deze nota geldt het Basisnet Vervoer voor zowel wegen, spoorlijnen als vaarwegen. Hiermee moet voorkomen worden dat zich externe veiligheidsknelpunten zullen gaan voordoen langs spoor- en waterwegen en het hoofdwegennet.

Het transport van gevaarlijke stoffen middels buisleidingen is gebaseerd op het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Dit besluit verplicht gemeenten en provincies om buisleidingen op te nemen in het bestemmingsplan, inclusief een belemmerende zone. Het Bevb gaat niet uit van bebouwings-, veiligheids- of toetsingsafstanden, maar van grenswaarden voor plaatsgebonden risico en een verantwoordingsplicht voor groepsrisico, vergelijkbaar met het Bevi. De opslag van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik is gereguleerd in de circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik. Hierin worden veiligheidsafstanden gegeven ten opzichte van inrichtingen waar dergelijke stoffen opgeslagen worden. De gemeente is verplicht deze afstanden binnen het bestemmingsplan aan te houden. Dit geldt ook voor veiligheidsafstanden ten behoeve van de opslag van vuurwerk, welke in het Vuurwerkbesluit zijn vastgelegd. Zoals al aangegeven is, wordt getoetst aan een plaatsgebonden- en een groepsrisiconorm die bepalen wat de maximale kans op dodelijke slachtoffers mag zijn in geval van een incident. Deze normen hebben het karakter van grenswaarden (zijnde het maximaal toelaatbaar risico) en richtwaarden in het milieubeleid. Voor ontwikkelingen die plaatsvinden binnen het invloedsgebied van de risicovolle activiteit geldt een verantwoordingsplicht ten aanzien van het groepsrisico.

Deze verantwoordingsplicht geldt ongeacht of normen worden overschreden. Uitgangspunt voor het beleid is dat burgers voor de veiligheid in hun woonomgeving mogen rekenen op een minimum beschermingsniveau (plaatsgebonden risico): er mogen zich dus geen kwetsbare bestemmingen bevinden binnen de zone van het maximaal toelaatbaar risico. De kans op een groot ongeluk met veel slachtoffers (groepsrisico) moet expliciet worden afgewogen en verantwoord.

27

Op een afstand van ruim 250 meter vanaf het bouwvlak is een risicocontour gelegen vanwege de ligging van een propaantank bij een agrarisch bedrijf. De daadwerkelijke contour bedraagt 20 meter. Er wordt dus ruimschoots voldaan. Over de N279 kan vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvinden. De afstand bedraagt ongeveer 600 meter. Door onderhavig planvoornemen wijzigt het aantal woonachtige / werkzame personen binnen het plangebied niet. Wat dat betreft vormt het aspect plaatsgebonden risico geen beperking voor onderhavig initiatief. Een verantwoording in het kader van het groepsrisico is dan ook niet aan de orde.

Afbeelding 5: Uitsnede Risicokaart.

Het aspect externe veiligheid is derhalve geen beperking voor onderhavig initiatief.

5.1.7 Geurhinder en veehouderijen De Wet geurhinder en veehouderijen vormt het exclusieve toetsingskader voor geur afkomstig van veehouderijen. De Wet geurhinder en veehouderijen (hierna Wgv genoemd) en bijbehorende Regeling geurhinder en veehouderijen (hierna Rgv genoemd). Individueel effect Een individuele berekening van de effecten van geur op omliggende woningen is niet aan de orde. In de beoogde situatie worden er bedrijfsmatig geen dieren meer gehouden. Het is daarom niet nodig om de geurbelasting ter plaatse van woningen te berekenen.

28

Voorgrondbelasting Een berekening ten aanzien van de voorgrondbelasting is voor onderhavig initiatief niet aan de orde, er worden geen nieuwe geurgevoelige objecten gerealiseerd. Het aantal woningen binnen het plangebied neemt door onderhavig initiatief niet toe, de reeds aanwezige bedrijfswoning blijft behouden. In de huidige situatie is het eigen bedrijf maatgevend ten aanzien van geurbelasting. Door het saneren van dit bedrijf zal het dichtstbijzijnde omliggende bedrijf met een geuremissie maatgevend worden. Deze belasting zal echter altijd lager zijn dan de huidige belasting uit het eigen bedrijf. Daarmee is de ontwikkeling op basis van de voorgrondbelasting van geur aanvaardbaar. Cumulatieve effecten Een berekening ten aanzien van de achtergrondbelasting is voor onderhavig initiatief niet aan de orde, er worden geen nieuwe geurgevoelige objecten gerealiseerd. Het aantal woningen binnen het plangebied neemt door onderhavig initiatief niet toe, de reeds aanwezige bedrijfswoning blijft behouden. In de huidige situatie is het eigen bedrijf maatgevend ten aanzien van geurbelasting. Door het saneren van dit bedrijf zal de cumulatieve achtergrondbelasting ter plaatse van het plangebied altijd lager worden. De belasting in de beoogde situatie zal dus altijd lager zijn dan de huidige achtergrondbelasting. Daarmee is de ontwikkeling op basis van cumulatieve geurhinder aanvaardbaar.

Conclusie Op basis van voorgaande kan gesteld worden dat er zowel individueel als cumulatief sprake is van een aanvaardbare ontwikkeling, die voldoet aan de geurregelgeving.

5.2 Kabels, leidingen en straalpaden Grotere kabels en leidingen krijgen in een bestemmingsplan veelal een planologische beschermingszone door middel van een dubbelbestemming. Hiermee wordt de bedrijfszekerheid en de veiligheid van desbetreffende leiding gewaarborgd. Een dergelijke dubbelbestemming ontbreekt in de omgeving van het plangebied in de vigerende bestemmingsplannen. Blijkens kaarten van Gasunie, TenneT en Waterschapsbedrijf Limburg bevinden er in of in de nabijheid van het plangebied geen belangrijke (ondergrondse) leidingen. Eveneens zijn er geen straalpaden of laagvliegroutes die beperkingen stellen aan de bouwhoogten.

5.3 Natuur De Europese natuurwetgeving is in Nederland, op het gebied van soort- en gebiedsbescherming, uitgewerkt in de Wet natuurbescherming. Deze wet heeft tot doel alle in Nederland in het wild voorkomende planten- en diersoorten en natuurgebieden (Natura2000-gebieden) te beschermen en in stand te houden. 5.3.1 Flora en fauna De Wet natuurbescherming heeft betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, op een aantal vissen, libellen en vlinders, op enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde diersoorten (uit de groepen kevers, mieren, schelp- en schaaldieren) en op een honderdtal vaatplanten.

29

Om de mogelijke effecten op beschermde flora en fauna inzichtelijk te maken is een quickscan flora en fauna uitgevoerd, zie bijlage 2. Uit de resultaten van de quickscan blijkt dat door de bestemmingsplanwijziging en de realisatie van de zonneweide geen nadelige gevolgen voor beschermde flora en fauna optreden. Bij de werkzaamheden dient niettemin aandacht te worden besteed aan eventuele verstoring van natuurwaarden in het algemeen. Op grond van de quickscan gelden er geen belemmeringen voor onderhavig planvoornemen.

5.3.2 Natura2000 De Wet natuurbescherming is in werking getreden op 1 januari 2017. Deze wet regelt aanwijzing, beheer en bescherming van gebieden die vanwege bijzondere natuurwaarden zijn aangewezen als Natura2000-gebied. Binnen een straal van 10 kilometer rondom het plangebied zijn vier Natura2000-gebieden gelegen te weten de Groote Peel op 5.2 kilometer afstand, Sarsven & de Banen op ca. 6.5 km afstand, het Leudal op ca. 5.4 kilometer afstand en de Deurnsche Peel en Mariapeel op circa 7.2 kilometer afstand. Zowel de WABO-vergunning als de Wnb-vergunning van het bedrijf zullen gewijzigd worden. De WABO-vergunning wordt volledig ingetrokken voor het houden van dieren. Voor het resterende akker- tuinbouwbedrijf zal een melding worden gedaan in het kader van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Bij de Provincie Limburg is een verzoek gedaan tot intrekking van de verleende vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming, waarbij 15% van de vergunde kilogrammen NH3 worden gereserveerd voor de toekomstige ontwikkeling van het bedrijf. Dit conform de beleidsregels intern en extern salderen van de Provincie Limburg. Daar 85% van de vergunde kilogrammen NH3 zal komen te vervallen, kan gesteld worden dat er in de nieuw beoogde situatie geen negatieve effecten op Natura2000-gebieden te verwachten zijn.

De belasting in de vorm van stikstofdepositie op Natura2000-gebieden is in de huidige situatie vele malen groter dan deze in de nieuw beoogde situatie zal zijn. Het aspect Natura2000-gebieden vormt dan ook geen beperking voor onderhavig initiatief.

5.4 Waterhuishouding In deze paragraaf wordt beschreven op welke wijze het waterhuishoudkundig systeem in het plangebied opgebouwd is en hoe rekening is gehouden met de (ruimtelijk) relevante aspecten van (duurzaam) waterbeheer. Een beknopte beschrijving van de kenmerken van het watersysteem kan het benodigde inzicht geven in het functioneren van dit systeem. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Waterschap Limburg. In het kader van het beleid van zowel de gemeente Leudal als het waterschap dient binnen het plangebied een duurzaam waterhuishoudkundig systeem gerealiseerd te worden. 5.4.1 Beleidskader Relevante beleidstukken op het gebied van water zijn het Waterbeheerplan 2016-2021 van het waterschap, het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL2014), het Nationaal Waterplan, WB21, Nationaal Bestuursakkoord Water en de Europese Kaderrichtlijn Water. Belangrijkste

30

gezamenlijke punt uit deze beleidsstukken is dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening. Water legt een ruimteclaim op het landschap waaraan voldaan moet worden. De bekende drietrapsstrategieën zijn leidend: ▪ vasthouden-bergen-afvoeren (waterkwantiteit); ▪ voorkomen-scheiden-zuiveren (waterkwaliteit). Tevens wordt thans gewerkt met de trits, hergebruik-bergen-infiltreren-afvoeren. Daarnaast is de Beleidsbrief regenwater en riolering nog relevant. Hierin staat hoe het best omgegaan kan worden met het hemelwater en het afkoppelen daarvan. Ook hier gelden de drietrapsstrategieën. Het waterbeleid in het POL2014 sluit aan op de Europese Kaderrichtlijn Water en het Nationaal Waterplan.

Het provinciaal waterbeleid omvat de volgende strategische doelen: ▪ herstel sponswerking: het voorkomen van wateroverlast en watertekort in het regionale watersysteem, anticiperend op veranderde klimatologische omstandigheden; ▪ herstel van de natte natuur: het bereiken van ecologisch gezonde watersystemen en grondwaterafhankelijk natuur; ▪ schoon water: het bereiken van een goede chemische kwaliteit voor water en sediment; ▪ duurzame watervoorziening: het beschermen van water voor menselijke consumptie, zodanig dat voldoende water van de vereiste kwaliteit via eenvoudige zuiveringstechnieken beschikbaar is; ▪ een veilige Maas: het streven naar een acceptabel risico voor overstromingen in het rivierbed van de Maas. De waterkundige waarden zijn in het POL2014 weergegeven op de kaarten ‘Regionaal Water’ en ‘Ondergrond’. Conform deze kaarten gelden er voor het plangebied geen waterkundige waarden. 5.4.2 Kenmerken van het watersysteem (huidige situatie) Bodemgesteldheid en grondwater De bodem in het plangebied is tamelijk vlak. De maaiveldhoogte varieert tussen 30,5 meter +NAP aan de zuidelijke zijde en 30,7 meter +NAP aan de noordelijke De originele bodem bestaat volgens de digitale bodemkaart van Nederland op de overgang van een veldpodzolgrond, die voornamelijk is opgebouwd uit (zwak) lemig fijn zand naar een lemig fijn zand.

Conform de algemene gegevens van het Waterschap Limburg blijkt het plangebied een redelijke tot goede bodemdoorlatendheid te hebben van 0,45 tot 1,50 m/dag. De gemiddeld hoogste grondwaterstand bevindt zich op circa 1,2 meter beneden maaiveld volgens de GHG kaart van het Nieuw Limburgs Peil. Oppervlaktewater In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Ten noorden is op ruime afstand de “Eerste Moost” gelegen, in zuidelijke richting ligt op ruime afstand de watergang “Heibloem. Beiden liggen op ruim 500 meter afstand. Afvalwater / riolering Het vuilwater is aangesloten op het gemeentelijk rioleringssysteem.

31

Grondwaterbescherming Het plangebied is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Limburg 2014. 5.4.3 Water in relatie tot de ontwikkeling (nieuwe situatie) Met onderhavig planvoornemen wordt een bestaande intensieve veehouderij omgeschakeld naar een grondgebonden agrarisch bedrijf. Onderdeel van de regels behorende bij de Srv is dat de dierenverblijven verplicht gesloopt moeten worden Dat betekend dat het oppervlak aan gebouwen en verhardingen fors afneemt. Na sloop resteert er een loods, de woning en erfverharding. Omdat de oppervlakte aan gebouwen en verhardingen afneemt en er geen nieuwe of grotere lozingen plaatsvinden is het plan waterhuishoudkundig gezien niet relevant. Concluderend kan gesteld worden dat door de ontwikkeling geen knelpunten ontstaan tussen grondgebruik en de waterhuishouding.

5.5 Archeologie en cultuurhistorie Sinds 1 september 2007 is de Wet op de Archeologische Monumentenzorg in werking getreden. De Wet op de Archeologische Monumentenzorg is de Nederlandse uitwerking van het Verdrag van Malta (1992). De wet is een raamwet die regelt hoe rijk, provincie en gemeente bij hun ruimtelijke plannen rekening moeten houden met het erfgoed in de bodem. Om te kunnen voldoen aan het gestelde in de Wet op de Archeologische Monumentenzorg dienen de gemeenten te beschikken over archeologiebeleid en een archeologische beleidskaart. De gemeente Leudal heeft de beleidskaart ondertussen doorvertaald in het vigerende bestemmingsplan. Binnen het noordoostelijke deel van het bouw- en bestemmingsvlak is geen bestemming opgenomen die verband houdt met archeologie. In het resterende deel van het bouw- en bestemmingsvlak is een archeologische dubbelbestemming opgenomen, zijnde “Waarde – Archeologie 5”. Kort gezegd houdt deze dubbelbestemming in dat indien er meer dan 1.000 m2 over een diepte van meer dan 40 cm verstoord wordt er een archeologisch onderzoek benodigd is. In onderhavig bestemmingsplan wordt de dubbelbestemming “Waarde -Archeologie 5” 1 op 1 overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan. Onderhavig plan leidt trouwens niet tot een verstoring van de bodem. Er worden gebouwen gesloopt waaronder grotendeels mestkelders aanwezig zijn/waren.

Ten tijde van de bouw is de bodem daar reeds verstoord. Nu vindt uitsluitend sloop plaats. Mochten er in de toekomst alsnog bouwwerkzaamheden plaatsvinden die leiden tot verstoring van de bodem, dan zal er op dat moment alsnog een onderzoek plaats moeten vinden.

32

Afbeelding 6. Uitsnede archeologische dubbelbestemming “Waarde Archeologie 5”

Archeologie vormt daarmee geen beperkende factor voor onderhavig initiatief.

5.6 Verkeer en parkeren Het plangebied ligt aan de Aan de Heibloem te Heythuysen. Deze weg ontsluit aan de noordoostelijke zijde op de N279 (Helmond - Roermond). Op relatief korte afstand ligt de N275 (Weert - Venlo). Daarmee is de locatie goed ontsloten. De ruimtelijke ontwikkeling zal niet leiden tot extra verkeersbewegingen, de verwachting is dat het aantal verkeersbewegingen per saldo afneemt. In de huidige situatie vinden er transporten met dieren, mest en diervoerders plaats. Deze komen te vervallen. Er zullen in de beoogde situatie nog steeds bewegingen plaatsvinden met tractoren van en naar de locatie ten behoeve van de akker- en tuinbouwactiviteiten. Daarnaast vinden er bewegingen van en naar de woning plaats. Deze bewegingen zijn er nu ook al. Hier verandert niets aan. Parkeren en laden en lossen vindt, net zoals in de huidige situatie, plaats binnen de begrenzing van het plangebied. Het erf beschikt hiervoor over een voldoende omvang.

33

6. JURIDISCHE ASPECTEN In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de wijze waarop de gewenste ruimtelijke en functionele ontwikkeling van het plangebied in dit bestemmingsplan juridisch is vertaald. In het moederplan, het bestemmingsplan “Reparatie- en veegplan Buitengebied Leudal 2016” heeft de locatie de bestemming ‘Agrarisch met waarden -1’. Deze bestemming blijft gehandhaafd. De functieaanduidingen “intensieve veehouderij” en “specifieke vorm van agrarisch - mestvergistingsinstallatie” worden verwijderd. De dubbelbestemming “Waarde – Archeologie 5” blijft onverkort van toepassing. De gebiedsaanduiding “milieuzone boringsvrije zone” blijft ook van toepassing. Tenslotte wordt ter plaatse van de woning de functieaanduiding “plattelandswoning” opgenomen zodat iemand in de woning kan wonen die geen binding heeft met het ter plaatse gevestigde bedrijf. In de planregels dat binnen het bouwvlak een zonneveld is toegestaan. Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van het bestemmings- en bouwvlak.

De verbeelding vormt samen met de regels het bindende onderdeel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de onderbouwing van het initiatief.

6.1 Toelichting op de verbeelding De verbeelding geeft met kleuren en tekens aan welke bestemmingen voor de gronden gelden. De bestemming is aangegeven met een gekleurd vlak met de letters van de bestemming. Voor de gronden kunnen meerdere tekens gelden, dit betreffen aanduidingen of dubbelbestemmingen. De aanduidingen betreffen in dit geval gebruiks-, gebieds- of maatvoeringsaanduidingen. Als een aanduiding of dubbelbestemming is opgenomen zijn daarvoor in de regels specifieke bepalingen van toepassing. Uit de verbeelding kan afgeleid worden op welke gebied het bestemmingsplan betrekking heeft. De analoge verbeelding is getekend op een bijgewerkte en digitale kadastrale ondergrond, schaal 1:1.000. Op de analoge verbeelding wordt door middel van bouwvlakken en matrices specifieke informatie weergegeven.

6.2 Toelichting op de planregels Dezelfde regels als uit het moederplan zijn voor de bestemmingen ‘Agrarisch met waarden – 1’ en ‘Waarde – Archeologie 5’ van toepassing.

34

7. UITVOERBAARHEID, INSPRAAK EN PROCEDURE

7.1 Economische uitvoerbaarheid De kosten verbonden aan de realisering van dit project zijn geheel voor rekening van initiatiefnemer; Heibloem Hoeve B.V. Afspraken, tussen gemeente en initiatiefnemer over planschade en landschappelijke inpassing zijn vastgelegd in een anterieure overeenkomst. Ambtelijke kosten worden afgewikkeld via het heffen van leges voor het vaststellen van het bestemmingsplan. Voor de gemeente Leudal zal de ontwikkeling kostenneutraal verlopen.

7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een bestemmingswijziging moeten Burgemeester en Wethouders overleg plegen met het waterschap, andere gemeenten van wie de belangen bij het plan betrokken zijn, en met betrokken rijks- en provinciale diensten. Van dit vooroverleg kan worden afgezien indien de betrokken diensten aangeven dat overleg niet noodzakelijk is. 7.2.1 Inspraakprocedure Het bestemmingsplan wordt niet ter inzage gelegd ten behoeve van de wettelijke inspraakprocedure. 7.2.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro Met de provincie Limburg en het Waterschap Limburg zal vooroverleg gepleegd worden. 7.2.3 Zienswijzenprocedure Het ontwerpbestemmingsplan heeft van … tot en met … ter inzage gelegen. In deze periode zijn er wel/geen zienswijzen ingebracht.

7.3 Procedure Een bestemmingsplan doorloopt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure die is vastgelegd in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Deze procedure houdt in dat het ontwerpbestemmingsplan na behandeling in het college van burgemeester en wethouders wordt gepubliceerd in een in de gemeente verspreid huis aan huis-blad op en op de gemeentelijke website en zes weken ter inzage wordt gelegd. Eenieder kan in die zes weken zijn of haar zienswijze kenbaar maken bij de gemeente. Binnen acht weken na afloop van de termijn dat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen moet gemeenteraad het bestemmingsplan vaststellen. Daarbij worden de eventueel ingediende zienswijzen betrokken. Tegen de vaststelling van een bestemmingsplan staat rechtstreeks beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het vastgestelde bestemmingsplan treedt daags na het aflopen van de beroepstermijn in werking.

35

FOT

O1

FOT

zone groen beukenhaag fagus sylvatica (bestaand) t.p.v. de woning hg. 1,0m

O2

FOTO 3

FOTO 4

FOTO 1

FOTO 2

FOTO 5 (brandput)

LEGENDA

PV panelen op dak van bestaande stal e Aan d

oem Heibl

FO TO A

3

zone groen beukenhaag fagus sylvatica (bestaand) t.p.v. de zonneveld hg. 1,5m

R

A

L

F

O

M

OE

1

M

O

OE

R

F

A

L

A

FO

m

TO

loe

eib eH

4

arding erfverh ) rs e k n (kli

nd

Aa

2100

soort beplanting - fagus sylvatica hg. 1,0m - fagus sylvatica hg. 1,5m

2100

omvormers plaatsing onder zonnepanelen

(bestaand) (bestaand)

beheer en onderhoud - De haag dient zeker 1 x per jaar gesnoeid worden. In juni zal de nieuwe groei al gauw 10 cm bedragen. Deze maand is ook de beste tijd om de beukenhaag terug te snoeien. In augustus, maar niet later kun je de haag nog een keer een lichte knipbeurt geven.

2100 2100

FOTO 5

bestaande bebouwing

bouwvlak opstelling PV panelen (11.680m²)

terrein verharding (klinkers) grasweide

trafostation conform detailtekening ALFEN

wadi opstelling TAS (tankautospuit)

brandput met minimale capaciteit van 60m³/h 2100

SITUATIE

2100

1a

OE

M O R

OE

ALF

lo

n

Aa

H de

eib

O R M

K 429

1

Heibloe

m

120450

K 428 A ALF

em

A

Kad.gemeente : Heythuysen sectie : K sectienr. : 202, 226, 428 en 429 schaal : 1:2000

Aan de

1a

7200

lak bouwv

K 226

7

K 202

g PV-p opstellin

anelen

9a

28m.) eedte 1

(br

N 11

W

O

5000

Z

wadi DE GEHELE CONSTRUCTIE UITVOEREN VOLGENS TEKENINGEN EN BEREKENINGEN VAN DE CONSTRUCTEUR ALLE MATEN IN HET WERK TE CONTROLEREN OPDRACHTGEVER: Heibloem Hoeve B.V.

TEKENING NO:

5572470

Heide 12 6088 PD Roggel

20-009

BOUWPLAN:

Aanleg "Zonneveld"

SCHAAL:

Aan de heibloem 1 te Heythuysen

FORMAAT:

Technisch Ontwerp "Zonneveld" situatie en overzichtstekening

DATUM GETEKEND:

ONDERDEEL:

A1

WIJZ. 1:

02-03-2020 / TL

Villa Flora Sint Jansweg 20d 5928 RC Venlo

WIJZ. 2:

06-03-2020 / TL

T. 0478 578257 I. www.arvalis.nl

WIJZ. 3: WIJZ. 4:

&

1:500

26-02-2020 / TL

Bezoek/ -pos a tdres

O N T W E R P

TO1

B O U W A D V I E S

WIJZ. 5:

QUICK SCAN FLORA EN FAUNA

Aan de Heibloem 1, Heythuysen

Datum

: 26 juli 2021

Rapportnummer

: 221-HAH1-nw-v1

Koolweg 64 5759 PZ Helenaveen Tel: 0493-539803 E-mail: mena@m-en-a.nl NL46 INGB 0007735427 KvK: 67445519

Project

: Quick scan flora en fauna in de omgeving Aan de Heibloem 1 in Heythuysen

Opdrachtgever

: Pijnenburg Advies

Datum rapport

: 26 juli 2021

Van toepassing zijnde certificaat Van toepassing zijnde protocollen Nummer certificaat

: NEN-EN-ISO 9001, 2015 : -: EC-KWA-00044

Projectleider Collegiale toets

: Dhr. Ir. W.A. van Aerle : Mevr. Ing. A. van der Vleuten

Voor akkoord: W.A. van Aerle

Voor akkoord: A. van der Vleuten

Aan de Heibloem 1, Heythuysen

M&A Omgeving BV

Inhoudsopgave Hfdst.

Titel

Blz.

1.

Inleiding

1

2. 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8

Inventarisatie flora en fauna Algemeen Beschrijving literatuuronderzoek Natuurnetwerk Nederland Vleermuizen Veldonderzoek door M&A Informatie door de KNNV Resultaten literatuuronderzoek Potentiële natuursoorten en relatie met ontwikkeling

2 2 3 4 5 6 7 8 9

3.

Conclusie

12

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3

: Situatietekening en luchtfoto : Foto’s locatie en omgeving : Natuurgegevens provincie Limburg

Aan de Heibloem 1, Heythuysen

M&A Omgeving BV

1. Inleiding Op 10 juni 2021 is door Pijnenburg Advies aan M&A Omgeving BV opdracht verleend tot het uitvoeren van een quick scan flora en fauna voor het omzetten van de agrarische bestemming intensive veehouderij naar agrarisch grondgebonden en tevens het realiseren van een zonneweide op een perceel Aan de Heibloem 1 in Heythuysen. In verband met de ruimtelijke procedure en aanvraag omgevingsvergunning op de locatie dient te worden aangetoond dat er geen negatieve consequenties gelden voor de natuurwaarden in het gebied. De onderzoekslocatie is gesitueerd in het buitengebied ten westen van de bebouwde kom van Heibloem (gemeente Leudal). Dit natuurwaardenonderzoek beschrijft of het voornemen van de zonneweide en wijzigen van de bestemming consequenties kunnen hebben voor de in het gebied aanwezige beschermde flora en fauna en met name voor jaarrond beschermde soorten. De luchtfoto en situatietekening van de locatie is weergegeven in bijlage 1.

1

Aan de Heibloem 1, Heythuysen

M&A Omgeving BV

2. Inventarisatie flora en fauna 2.1 Algemeen In dit onderzoek zijn de huidige natuurwaarden onderzocht middels actuele literatuurgegevens. Hiervoor kan op een drietal manieren informatie worden verkregen: 1. Literatuuronderzoek door gegevens op te vragen bij het Natuurhistorisch Genootschappen, de provincie, SOVON, Vlinderstichting, RAVON, FLORON, VZZ en EIS. 2. Literatuuronderzoek middels het nemen van contact met plaatselijke natuur- en milieu instanties als IVN-afdelingen, vogelwachten, kringen van het Natuurhistorisch Genootschap etc. 3. Aanvullende hierop, het uitvoeren van een veldonderzoek. In onderhavige situatie zijn in eerste instantie stappen 1 en 3 uitgevoerd. Het opnemen met plaatselijke natuurverenigingen was ons inziens in dit geval niet noodzakelijk, daar de inventarisatie voldoende duidelijke gegevens opleverde. Algemeen doel van het onderzoek is een beeld te krijgen van de aanwezige flora en fauna. Daarbij is de nadruk gelegd op beschermde, bedreigde en schaarse soorten en soorten die specifieke milieuomstandigheden indiceren.

2

Aan de Heibloem 1, Heythuysen

M&A Omgeving BV

2.2 Literatuuronderzoek Bij het literatuuronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd; 1. Het Natuurloket (SOVON, De Vlinderstichting, RAVON, EIS Nederland, FLORON, VZZ, BLWG, NMV) 2. Ministerie EZ; Vogel- en Habitatrichtlijngebieden 3. Natuurnetwerk Nederland (natuurbeheerplan Provincie Limburg) 4. Wet natuurbescherming (van kracht per 1-1-2017) Vervolgens is gekeken naar de status van de waarnemingen binnen de Wet natuurbescherming (Wnb), Commissie van Bern en de Nederlandse Rode Lijst. Voor deze en een aantal extra soorten geldt het “Nee, tenzij” principe als deze soorten in het plangebied voorkomen en bij ingrepen die het leefgebied aantasten. Indien beschermde vogel- en/of zoogdiersoorten voorkomen, gelden binnen de Wet natuurbescherming bij de aanleg van een nieuwe functie in een gebied de voorwaarden van hoofdstuk 3. Hierin wordt voor soorten volgens de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn het verbod om dieren te doden en verwonden, te verontrusten en de nesten, holen of andere voortplantings- of vaste verblijfplaatsen van deze dieren te verstoren, te beschadigen of weg te nemen. Dit betekent voor permanente nest- en/of verblijfplaatsen van beschermde soorten dat altijd een ontheffing van de Wnb aangevraagd dient te worden bij Gedeputeerde Staten. Binnen het broedseizoen wordt geen ontheffing verleend voor de verstoring hiervan.

Voor beschermde soorten die alleen in het broedseizoen op de locatie nestelen en/of verblijven, betekent dit dat geen bouw- en sloopwerkzaamheden kunnen worden uitgevoerd in deze periode. Over het algemeen betreft deze periode het voorjaar en begin van de zomer, globaal van 15 maart tot 15 juli. Indien binnen deze periode bouw- en / of sloopwerkzaamheden worden verricht, dan moet een ontheffing in het kader van de Wnb bij Gedeputeerde Staten worden aangevraagd.

3

Aan de Heibloem 1, Heythuysen

M&A Omgeving BV

2.3 Natuurnetwerk Nederland Natuurnetwerk Nederland (voorheen ecologische hoofdstructuur) is een netwerk van natuurgebieden en verbindingszones. Planten en dieren kunnen zich zo van het ene naar het andere gebied verplaatsen. Op plekken waar gaten in het netwerk zitten, legt de provincie nieuwe natuur aan. In de omgeving van de onderzoekslocatie zijn geen ecologische verbindingszones of Natura 2000 gebieden aanwezig. De gronden van de onderzoekslocatie zijn niet aangewezen als gewenste nieuwe natuur of te verwerven percelen in het kader van natuurbeheer. De afstanden tot de EVZ en beschermde natuurgebieden zijn voldoende groot, om te kunnen stellen dat de invloed van de activiteiten op het perceel niet relevant is voor genoemde gebieden. Via de Atlas Limburg zijn de gegevens van inventarisaties van broedvogels bestudeerd. Uit de laatste inventarisatieronde (2012) is aangegeven dat de Holenduif, Boomkruiper, Grasmus en Waterhoen op of nabij het perceel zijn waargenomen. In 2000 is de Zwarte Roodstaart op het perceel gespot.

4

Aan de Heibloem 1, Heythuysen

M&A Omgeving BV

2.4 Vleermuissoorten De meest voorkomende soorten in Nederland volgens de ‘Verspreidingsatlas vleermuizen’, maar ook in het betreffende gebied, zijn de Bruine Grootoorvleermuis, de Gewone Dwergvleermuis en de Ruige Dwergvleermuis. Verder komen in de regio de Laatvlieger, Rosse Vleermuis en Baardvleermuis veelvuldig voor in de bebouwde omgeving.

Gewone Dwergvleermuis

Bruine Grootoorvleermuis

De vleermuissoorten hebben een divers leefgebied (bossen, begroeide landschappen, nabij open water etc.). Vleermuizen hebben hun habitat (winter-, kraam-, zomer- en paar-verblijfplaatsen) vaak in bebouwing, bomen of opgaande gewassen. Foerageergebieden en vlieg-/migratieroutes zijn afhankelijk van landschappelijke kenmerken zoals water, lijnvormige landschapselementen (kust, dijken, duinen, rivierdalen en waterpartijen) en kleinschalige groenelementen (parken, kleine bossen). Mogelijke verblijfplaatsen van de zoogdieren zijn gebouwen, bomen, grotten, groeves, kelders, bruggen, tunnels of andere objecten met ruimte.

5

Aan de Heibloem 1, Heythuysen

M&A Omgeving BV

2.5 Veldonderzoek door M&A Op 24 juni 2021 zijn veldonderzoeken uitgevoerd op de onderzoekslocatie, door W.A. van Aerle. De heer van Aerle heeft deskundigheid op het gebied van flora en fauna en in het bijzonder in inheemse zoogdieren en broedvogels. De buitentemperatuur bedroeg op 24 juni 2021 ongeveer 20 °C, luchtvochtigheid 70% en 5/8 bewolkingsgraad. Er was geen neerslag. In de avondperiode bedroeg de temperatuur nog 15 °C. Broedvogelsoorten Tijdens de veldbezoeken is gekeken naar flora en fauna. Daarbij is rondom de bebouwing (woning en loods) rastermatig het gebied verkend. De milieuhinder (geluid, geur, luchtkwaliteit, licht etc.), door de realisatie van de zonneweide zal reeds op een afstand van 100 meter minimaal zijn. Eventuele natuurwaarden op grotere afstand zullen geen enkele invloed meer ondervinden van de werkzaamheden. Tijdens het veldonderzoek zijn een aantal inheemse soorten (Buizerd, Spreeuw, Roodborst, Houtduif, Vink, Koolmees) waargenomen. Tijdens het veldonderzoek in de dagperiode zijn geen verblijfplaatsen / nesten van jaarrond beschermde soorten zoals bijvoorbeeld Huismussen of Gierzwaluwen waargenomen. De gebouwen op het perceel zijn onderzocht op eventuele nesten / verblijfplaatsen van vogels en vleermuizen. Hierbij is niets aangetroffen.

Bij de inventarisatie is ook speciale aandacht besteed aan andere kenmerken van broedende vogelsoorten, zoals uitwerpselen en achtergelaten nestmateriaal. Kieren en gaten in de muren van de woning en de aansluitingen van het dak op de gevels zijn met behulp van een camera (Novascope) geïnspecteerd. Hierbij is gelet op aanwezigheid van soorten, nesten en sporen van broedvogels en vleermuizen. Hierbij zijn geen aanwijzingen aangetroffen voor de aanwezigheid van fauna.

6

Aan de Heibloem 1, Heythuysen

M&A Omgeving BV

Vleermuizen Bij het veldbezoek is met name speciaal gelet op de aanwezigheid van verblijfplaatsen voor vleermuizen. Deze zijn echter niet aangetroffen in de bebouwing op het perceel of in de bomen en struiken rond de percelen. Bij het veldbezoek op 24 juni in de avondperiode (van 18.30 uur tot ongeveer 22.00 uur) is gebruik gemaakt van een vleermuisdetector van het type Baton en een laptop met BatScan-software voor het herkennen van vleermuisspectra. Met de detector zijn ter plaatse van de onderzoekslocatie geen waarnemingen van vleermuissoorten gedaan. In de omgeving zijn wel waarnemingen gedaan van de Gewone Dwergvleermuis. Deze gebruiken de omgeving waarschijnlijk als foeragegebied. Het gebruik van de detector in de avondperiode is uitgevoerd om te verifiëren of er sprake is van vleermuizen die de gebouwen gebruiken als verblijfplaats. Dit is hier niet het geval. Ons inziens is geen verder onderzoek noodzakelijk volgens het vleermuisprotocol van het NGB. Andere hulpmiddelen, zoals een mistnetonderzoek of boomcamera zijn niet toegepast omdat met onderhavig onderzoek reeds voldoende informatie is verkregen over de aanwezigheid van vleermuizen.

7

Aan de Heibloem 1, Heythuysen

M&A Omgeving BV

2.6 Informatie door het KNNV Bij het KNNV te Zeist, Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging, een vereniging voor veldbiologie, is navraag gedaan over informatie met betrekking tot natuurdata over de locatie Aan de Heibloem 1 in Heythuysen. Uit dit telefonisch contact is duidelijk geworden dat de vereniging van de omgeving geen nadere natuurinformatie heeft.

8

Aan de Heibloem 1, Heythuysen

M&A Omgeving BV

2.7 Resultaten literatuuronderzoek 2.7.1 Vogel- en Habitatrichtlijngebieden Via het ministerie van EZ zijn de Vogel- en Habitatrichtlijnkaarten beschouwd en hieruit kan worden geconcludeerd dat er geen Natura 2000 gebieden in de omgeving aanwezig zijn. De dichtst bij gesitueerde Natura 2000 gebieden betreffen ‘Sarsven de Banen’ op een afstand van 6,4 km ten zuidwesten en “De Groote Peel’ op een afstand van 5,4 km ten noordwesten van het onderzoeksgebied. De ontwikkelingen op het perceel hebben gezien de afstand tot de gebieden geen invloed op beschermde natuurgebieden. Het omzetten van de agrarische bestemming en de realisatie van de zonneweide zal geen negatieve invloed hebben op Natura 2000 gebieden.

2.8. Potentiële natuursoorten en relatie met ontwikkeling De fysieke ontwikkeling ter plaatse betreft de sloop van de loods (de stallen waren reeds gesloopt op het perceel, waarvan de puin op een hoop op het terrein lag) en de realisatie van de zonneweide. Het aantal verkeersontwikkelingen zal door de werkzaamheden uiteindelijk afnemen. De emissie van geluid, geur of stof zal door de nieuwe ontwikkeling ruimschoots binnen de te stellen normering blijven. Het wegvallen van de stikstofproductie van de varkenshouderij heeft zelfs een gunstige invloed op de natuurgebieden. Per natuursoort zal worden aangegeven wat de invloed van de ontwikkeling is op de mogelijk voorkomende natuursoorten zal zijn. Flora Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde soorten planten aangetroffen. Er is dus geen invloed van de ontwikkeling hierop.

9

Aan de Heibloem 1, Heythuysen

M&A Omgeving BV

Vogels Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat het onderzoeksgebied geschikt is als onderdeel van het foerageergebied. Er is weinig begroeiing (enkele bomen en beukenhagen) aanwezig op het perceel, zodat broedplaatsen op het perceel schaars zijn. Er zijn tijdens het veldonderzoek een aantal inheemse soorten waargenomen. Er zijn in de loods en de woning geen broed- / verblijfplaatsen aanwezig. De woning en loods zijn zodanig geïsoleerd dat deze hermetisch afgesloten zijn van de buitenlucht. Omdat bij de inventarisatie geen schaarse of bedreigde soorten zijn waargenomen, is het niet waarschijnlijk dat verstoring optreedt bij de werkzaamheden. In de nieuwe situatie blijven de foerageermogelijkheden aanwezig, zodat er netto geen wijzigingen in het gebied optreden. De zonnepanelen worden boven de grond op een stellage geplaatst. Hieronder is volop ruimte voor broedvogels om te verblijven, broeden en foerageren. Ook in de omgeving blijven ruimschoots voldoende mogelijkheden over, zodat de invloed op de vogels buiten het broedseizoen te verwaarlozen is. Vooral het bosperceel ten westen biedt volop kansen voor broedvogels. Zoogdieren Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat het onderzoeksgebied niet geschikt is voor grondgebonden zoogdieren, omdat het perceel gedeeltelijk verhard of bebouwd is. Bovendien is door de sloop van de stallen het terrein bewerkt.

Tijdens het veldbezoek zijn ook geen sporen aangetroffen van beschermde zoogdieren. Rondom het plangebied zijn geen sporen of mogelijk verblijfplaatsen aangetroffen van vleermuizen. De bebouwing is hierop degelijk onderzocht. Het is wel mogelijk dat het gebied wordt gebruikt als foerageergebied. De werkzaamheden tijdens de realisatie van de zonneweide zullen dus geen verstoring betekenen van eventueel vleermuizen. Ook hiervoor geldt dat er voldoende mogelijkheden in de directe omgeving resteren, zodat de invloed van de ontwikkeling op genoemde soorten als klein beschouwd kan worden.

10

Aan de Heibloem 1, Heythuysen

M&A Omgeving BV

Reptielen en amfibieën Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat de omgeving van het onderzoeksgebied niet geschikt is als onderdeel van het leefgebied van zowel reptielen als amfibieën. De voorwaarde hiervoor is de aanwezigheid van water in de onmiddellijke nabijheid en dat is hier niet het geval. Voor reptielen die op droge gronden habiteren is het perceel en omgeving minder geschikt, vanwege het feit dat het perceel en de omgeving (tuin, wei- en akkerlanden) regelmatig bewerkt worden. Vlinders en libellen Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat het onderzoeksperceel zelf minder geschikt is als onderdeel van het leefgebied van zowel vlinders als libellen, vanwege het ontbreken van waadplanten op het perceel. In de omgeving van het onderzoeksgebied is wel een juiste biotoop voor vlinders en libellen aanwezig. Tijdens het veldbezoek zijn geen soorten geconstateerd. Mieren en kevers of overige ongewervelden Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat het onderzoeksgebied niet geschikt is voor beschermde soorten kevers, omdat er geen geschikte biotopen aanwezig zijn. Voor het voorkomen van beschermde soorten mieren is de aanwezigheid van open naaldbossen een voorwaarde. Tijdens het veldbezoek zijn geen soorten geconstateerd.

Ook hier geldt dat de ontwikkeling op het perceel geen invloed heeft op de aanwezigheid van mieren, kevers of overige ongewervelden in het gebied. Vissen Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat in de omgeving van het onderzoeksgebied geen vissen kunnen voorkomen, omdat er geen water in de directe nabijheid aanwezig is.

11

Aan de Heibloem 1, Heythuysen

M&A Omgeving BV

3. Conclusie De uitvoering van de quick scan is een eerste stap om te vermijden dat soorten verstoord of vernietigd kunnen worden bij de uitvoering van nieuwe ontwikkelingen. Met een bureauonderzoek en veldwerkonderzoeken wordt vastgesteld of er bij de plannen sprake kan zijn op overtreding van de Wet natuurbescherming, of dat deze met eenvoudige maatregelen zijn te voorkomen. Door het literatuuronderzoek van de inventarisatie is aangetoond dat het mogelijk is dat in het gebied beschermde flora of fauna (voornamelijk vleermuizen, broed- en wintervogels) voor kunnen komen (zie inventarisatie Natuurloket). In de nabijheid van het perceel zijn tijdens het veldbezoek in juni 2021 echter geen waarnemingen gedaan van schaarse soorten. Ook rondom het perceel zijn bij de inventarisaties geen waarnemingen gedaan van beschermde soorten (waaronder jaarrond beschermde soorten, zoals bijvoorbeeld Huismussen, Gierzwaluwen, uilen en vleermuisssoorten). Het veldonderzoek, uitgevoerd in de dag- en avondperiode op 24 juni 2021, is binnen het broedvogelseizoen uitgevoerd. Desondanks is er speciale aandacht besteed aan andere kenmerken van broedende vogelsoorten. Onder andere uitwerpselen van broedvogelsoorten, achtergebleven nestmaterialen en vraatsporen zijn kenmerken waarop speciaal is gelet. Het veldonderzoek kan daarom als vrij uitvoerig worden beschouwd.

Bij de inventarisatie is ook aandacht besteed aan verblijfplaatsen van vleermuizen en nestkasten en -mogelijkheden in het gebied. Bij de inventarisatie van de vleermuizen is extra aandacht besteed aan mestsporen, keutels en vraatsporen. De kieren en openingen in de bebouwing zijn onderzocht met een camera (Novascope) en hierbij zijn geen aanwijzingen aangetroffen voor verblijfplaatsen van fauna. De afstanden tot de ecologische verbindingszones en waardevolle natuurgebieden zijn voldoende groot om te kunnen stellen dat de ontwikkelingen in het plangebied geen negatieve invloed zullen hebben op deze gebieden.

12

Aan de Heibloem 1, Heythuysen

M&A Omgeving BV

Door het omzetten van de agrarische bestemming en de realisatie van de zonneweide, wordt het karakter van het gebied positief beïnvloed door het slopen van de agrarische bebouwing en het wegvallen van de stikstofdepositie op de natuurgebieden. Het open karakter in de omgeving wordt versterkt, omdat de zonnepanelen op relatief lage stellages wordt gerealiseerd. Er verdwijnen geen verblijfs- of broedmogelijkheden. Bij de werkzaamheden dient niettemin aandacht te worden besteed aan eventuele verstoring van natuurwaarden in het algemeen. Door extra zorg hieraan de besteden tijdens de sloop- en bouwwerkzaamheden, wordt vermeden dat de dieren hiervan teveel hinder zullen ondervinden. Op grond van deze inventarisatie gelden er geen belemmeringen voor de plannen op grond van de natuurwaarden.

13

Aan de Heibloem 1, Heythuysen

Bijlage 1 : Situatietekening en luchtfoto

M&A Omgeving BV

W

Z

N

1a

O

Kad.gemeente : Heythuysen sectie : K sectienr. : 202, 226, 428 en 429 schaal : 1:2000

SITUATIE

Aa

em

K 202

lak bouwv

iblo He e nd

K 226

K 429

1

K 428

7

m Heibloe Aan de

1

9a

REFERENTIE FOTO'S OPSTELLING PV-PANELEN

Aan de Heibloem 1, Heythuysen

Bijlage 2 : Foto’s locatie en omgeving

M&A Omgeving BV

Aan de Heibloem 1, Heythuysen

M&A Omgeving BV

Bijlage 3 : Natuurgegevens provincie Limburg

Planregels

Inhoudsopgave

Hoofdstuk 1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1 Begrippen In deze regels wordt verstaan onder:

1.1 plan het

bestemmingsplan

'Aan

de

Heibloem

1

Heythuysen'

met

identificatienummer

NL.IMRO.1640.BP21HyAdHeibloem1-ON01 van de gemeente Leudal.

1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en daarbij behorende bijlagen.

1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.5 aan agrarisch gelieerde dagrecreatieve activiteiten verbreedde

agrarische

activiteiten

in

de

vorm

van

educatieve/recreatieve

rondleidingen

gecombineerd met horeca, interactief wandelpad, workshops koken c.q. worsten maken.

1.6 achtererfgebied erf aan de achterkant en de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1 meter van de voorkant, van het hoofdgebouw.

1.7 achtergevel de van de openbare weg en/of fiets- en voetpad afgekeerde gevel van een hoofdgebouw.

1.8 achtergevel hoekwoning de gevel van een hoekwoning die qua vormgeving van de woning en het perceel alsmede de situering ten opzichte van de omliggende bebouwing als achtergevel wordt aangemerkt.

1.9 achtergevelrooilijn denkbeeldige lijn van de achtergevel van een hoofdgebouw (evenwijdig aan de openbare weg), die is doorgetrokken naar de zijdelingse perceelgrenzen van het bouwperceel, met dien verstande dat: a.

indien op het bouwperceel sprake is van een woning, niet zijnde een bedrijfswoning, met bijbehorende bouwwerken, de woning als hoofdgebouw in de zin van de onderhavige begripsbepaling aangemerkt moet worden;

b.

indien op het bouwperceel sprake is van een bedrijfswoning met bedrijfsgebouwen, de bedrijfswoning als hoofdgebouw in de zin van de onderhavige begripsbepaling aangemerkt moet worden;

c.

indien sprake is van een hoek(bedrijfs)woning, sprake is van één achtergevelrooilijn;

d.

indien sprake is van meerdere (bedrijfs)woningen op een (niet gekoppeld) bouwperceel, de (bedrijfs)woning die het dichtst bij de openbare weg, fiets en/of voetpaden ligt, als hoofdgebouw in de zin van de onderhavige begripsbepaling aangemerkt moet worden.

e.

indien sprake is van meerdere (bedrijfs)woningen met bedrijfsgebouwen op een gekoppeld bouwperceel, een bedrijfswoning op ieder afzonderlijk bouwvlak als hoofdgebouw in de zin van de onderhavige begripsbepaling aangemerkt moet worden.

1.10 agrarisch bedrijf een bedrijf dat in hoofdzaak is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren, een paardenhouderij hieronder begrepen.

1.11 agrarisch hobbymatig gebruik kleinschalig agrarisch gebruik, anders dan ten behoeve van een agrarisch bedrijf.

1.12 agrarisch hulp- en nevenbedrijf een niet-industrieel bedrijf voor productie of levering van goederen of diensten ten behoeve van agrarische bedrijven, respectievelijk voor ver- of bewerking, op- of overslag, vervoer of verhandeling van agrarische producten voor derden.

1.13 agrarisch hulpgebouw een bij een agrarisch bedrijf behorend agrarisch bedrijfsgebouw dat is gesitueerd buiten het agrarisch bouwvlak en dat bijvoorbeeld dient voor het melken van vee, voor de opslag van goederen en materieel en/of ter beschutting tegen weersinvloeden.

1.14 ambachtelijk bedrijf het bedrijfsmatig, geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, ver-/bewerken, herstellen of installeren van goederen, alsook het verkopen en/of leveren, als ondergeschikte activiteit, van goederen die ter plaatse worden vervaardigd, ver- of bewerkt, waarbij de omvang van de activiteit zodanig is, dat als deze in een woning en daarbij behorende bijgebouwen worden uitgeoefend de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd.

1.15 antenne-installatie zendinstallatie ten behoeve van telecommunicatie.

1.16 arbeidsmigrant economisch actieve migrant wiens doel het is op eigen initiatief en op vrijwillige basis arbeid en inkomen te verwerven in een immigratieland.

1.17 archeologische waarde de aan een gebied toegerekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit oude tijden.

1.18 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

1.19 bebouwingspercentage een op de verbeelding of in de regels aangegeven percentage, dat de grootte aangeeft van het deel van het bouwperceel dat ten hoogste mag worden bebouwd.

1.20 bed & breakfast een binnen een (bedrijfs)woning gelegen voorziening gericht op het bieden van de mogelijkheid tot overnachting en het serveren van ontbijt, als toeristisch-recreatieve activiteit, ondergeschikt aan de betreffende bestemming, met een maximum verblijfsduur van 6 weken. Een bed & breakfast functioneert door de bouwkundige opzet, indeling en maatvoering niet als zelfstandige woning. Een

aparte kookgelegenheid bij de voorziening niet is toegestaan. Onder een bed & breakfastvoorziening wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid, zonder kookgelegenheid.

1.21 bedrijf een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen.

1.22 bedrijf aan huis het verrichten van een bedrijfsmatige activiteit dan wel naar aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen bedrijvigheid, die door zijn beperkte omvang in een woning en/of daarbij behorende bijbehorende bouwwerk(en) met behoud van het wonen als overwegende functie kan worden uitgeoefend, zulks met uitzondering van:

•

erotisch getinte bedrijvigheid

•

detailhandel, anders dan beperkte verkoop van artikelen verbandhoudende met de activiteiten.

1.23 bedrijfsgebouw een gebouw dat dient voor de uitoefening van een of meer (agrarische) bedrijfsactiviteiten.

1.24 bedrijfsvloeroppervlak de totale overdekte vloeroppervlakte van de begane grond en eventuele verdieping(en) van kantoren, winkels of bedrijven met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten.

1.25 bedrijfswoning een woning die een functionele binding heeft met het bedrijf, de instelling of de inrichting, ten behoeve van beheer van en/of toezicht op het bedrijf, de instelling of de inrichting.

1.26 beeldkwaliteit het optimaal op elkaar afstemmen van bebouwing met de karakteristieken van de locatie en omgeving door middel van aandacht voor stedenbouwkundige aspecten, architectuur, cultuurhistorie en landschap.

1.27 beperkt kwetsbaar object a. 1. verspreid liggende woningen, woonschepen en woonwagens van derden met een dichtheid van maximaal twee woningen, woonschepen of woonwagens per hectare, en 2. dienst- en bedrijfswoningen van derden; b.

kantoorgebouwen, met uitzondering van kantoorgebouwen met een bedrijfsvloeroppervlak van meer dan 1500 m² per object;

c.

hotels en restaurants, met uitzondering van hotels met een bedrijfsvloeroppervlak van meer dan 1500 m² per object;

d.

winkels, met uitzondering van complexen waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk bedrijfsvloeroppervlak meer dan 1000 m² bedraagt en winkels met een totaal bedrijfsvloeroppervlak van meer dan 2000 m² per winkel, voor zover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd;

e.

sporthallen, sportterreinen, zwembaden en speeltuinen;

f.

kampeerterreinen en andere terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden, met uitzondering van kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen;

g.

bedrijfsgebouwen, met uitzondering van gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn;

h. objecten die met de onder a tot en met e en g genoemde gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daarin doorgaans aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval, voorzover die objecten geen kwetsbare objecten zijn, en i.

objecten met een hoge infrastructurele waarde, zoals een telefoon- of elektriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur, voorzover die objecten wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdienen tegen de gevolgen van dat ongeval.

1.28 beroep aan huis een beroep of het verlenen van diensten op administratief, consument verzorgend, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch, of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend. Detailhandel, anders dan beperkte verkoop van artikelen verbandhoudende met de activiteiten, is niet toegestaan.

1.29 bestaand a.

bestaand gebruik: het gebruik van de gronden en bouwwerken zoals krachtens een omgevingsvergunning voor het gebruik is toegestaan op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan; daaronder valt niet het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan;

b.

bestaande bouwwerken: bouwwerken die op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig zijn krachtens een omgevingsvergunning of krachtens een omgevingsvergunning kunnen worden gebouwd;

c.

bestaande stikstofemissie: De stikstofemissie ten gevolge van het gebruik van gebouwen en overkappingen ten behoeve van het houden van vee in de omvang zoals op het tijdstip van vaststelling van dit bestemmingsplan is toegestaan overeenkomstig:

▪

een onherroepelijke vergunning als bedoeld in artikel 19d Natuurbeschermingswet 1998 respectievelijk artikel 2.7, tweede lid

van de Wet natuurbescherming en waarvoor een passende beoordeling is gemaakt, dan wel

▪

een onherroepelijke omgevingsvergunning die is verleend met toepassing van hoofdstuk IX, titel 2 van de Natuurbeschermingswet 1998 respectievelijk artikel 6.10a van het Besluit omgevingsrecht en waarvoor een passende beoordeling is gemaakt.

▪

indien geen sprake is van een onherroepelijke vergunning als hiervoor bedoeld, is de bestaande stikstofemissie de stikstofemissie ten gevolge van het gebruik van gebouwen en overkappingen ten behoeve van het houden van vee in de omvang zoals feitelijk aanwezig en planologisch legaal in de periode van 1 jaar voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan, gebaseerd op de gegevens zoals opgenomen in de fiscale jaarrekening en rekening houdend met de op dat tijdstip feitelijk aanwezige stalsystemen en voorzieningen ter beperking van de stikstofemissie.

1.30 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak.

1.31 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

1.32 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak, met uitzondering van overkappingen.

1.33 boomkwekerij een agrarisch bedrijf gericht op het bedrijfsmatig kweken/telen van bomen. Onder bomenteelt wordt tevens verstaan bomenteelt in potten.

1.34 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.

1.35 bouwgrens de grens van een bouwvlak.

1.36 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder.

1.37 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

1.38 bouwperceelsgrens

een grens van een bouwperceel.

1.39 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.

1.40 bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

1.41 bruto vloeroppervlak (b.v.o.) het totale gebouwde vloeroppervlak van de ruimte die wordt gebruikt voor de in het plan aangegeven doeleinden, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke.

1.42 buitenopslag het opslaan van goederen in de buitenlucht.

1.43 chalet een gebouw, geen recreatiewoning zijnde en niet fungerende als hoofdverblijf, bestemd voor tijdelijk recreatief verblijf door één persoon of meerdere personen, die elders zijn/hun hoofdverblijf heeft/hebben, met dien verstande dat het gebouw geen vaste verankering aan de grond heeft en binnen 24 uur demontabel is alsmede grotendeels uit hout of kunststof bestaat.

1.44 co-vergisting het gelijktijdig vergisten van verschillende biomassastromen in een vergistingsinstallatie tot eindproducten krachtens de Meststoffenwet, waarbij biogas, elektriciteit en warmte als bron voor duurzame energie wordt geproduceerd. Het bewerkingsprocedé bestaat uit het vergisten van tenminste 50% dierlijke mest aangevuld met eigen of van derden afkomstige co-substraten (organische materialen zoals maïs, gras, glycerine, restproducten uit de voedingsmiddelenindustrie).

1.45 containerveld een specifieke vorm van een permanente teeltondersteunende voorziening waarbij grond is voorzien van een afdeklaag van plastic, antiworteldoek, beton en/of andere materialen, ten behoeve van de teelt van gewassen. De gewassen worden op deze afdeklaag los van de ondergrond geteeld in potten.

1.46 cultuur en ontspanning het bedrijfsmatig verrichten van activiteiten gericht op spel, vermaak en ontspanning waaronder: a.

ateliers; en/of

b.

attractieparken; en/of

c.

bioscopen; en/of

d.

bowlingbanen; en/of

e.

casino's; en/of

f.

creativiteitscentra; en/of

g.

dansscholen; en/of

h. dierentuinen; en/of i.

evenemententerreinen; en/of

j.

kinderboerderijen; en/of

k.

musea; en/of

l.

muziekscholen; en/of

m. muziektheaters; en/of n. sauna; en/of o.

speeltuinen; en/of

p.

theater; en/of

q.

wellness.

1.47 cultuurhistorische waarde de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt, zoals dat onder meer tot uitdrukking komt in reliëf, verkaveling, slotenpatroon of architectuur. Archeologische waarden zijn hieronder begrepen.

1.48 dagrecreatie activiteiten ter ontspanning in de vorm van sport, spel, toerisme en educatie, waarbij overnachting niet is toegestaan.

1.49 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen, die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, zulks met uitzondering van horecabedrijven.

1.50 duurzame locatie Een duurzame locatie betreft in ieder geval een locatie waar een intensieve veehouderij is gevestigd. Bij de beoordeling van de duurzaamheid van een locatie worden de volgende criteria gehanteerd: a.

ligging in of ten opzichte van extensiveringsgebied;

b.

ligging in of ten opzichte van EHS, POG en/of natuurbestemming;

c.

de afstand tot burgerwoningen en kernen;

d.

goed woon- en leefklimaat van omringende functies;

e.

uitbreidingspotentie van de locatie;

f.

goede ontsluiting;

g.

passend in het landschap en goede ruimtelijke inpassing in de omgeving.

Ook wordt rekening gehouden met toekomstige ontwikkelingen in de nabijheid van de locatie.

1.51 erf al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en het bestemmingsplan die inrichting niet verbiedt.

1.52 erotisch (getint) bedrijf de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden.

Onder een erotisch (getint) bedrijf wordt in elk geval verstaan een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een

parenclub, of een

prostitutiebedrijf, waaronder begrepen

een

erotische

massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.

1.53 evenementen een voor het publiek toegankelijke verrichting van vermaak op het gebied van sport, muziek, kunst, hobby, tuin, vrije tijd en sociaal cultureel vlak.

1.54 extensief agrarisch medegebruik een vorm van grondgebonden landbouw, zoals beweiding in lage veebezetting en de verbouw van akkerbouwproducten, in hoofdzaak gericht op de instandhouding en/of vergroting van de landschappelijke waarden.

1.55 extensief recreatief medegebruik recreatief gebruik van gronden, zoals wandelen, fietsen, varen, zwemmen, vissen en daarmee gelijk te stellen activiteiten die geen specifiek beslag leggen op de ruimte, behoudens ruimtebeslag door voet-, fiets- en ruiterpaden met wegbewijzering en rust- en picknickplaatsen met bijbehorend meubilair.

1.56 extensieve veehouderij het bedrijfsmatig houden van dieren waarbij kleine groepen dieren gevoed worden op grote oppervlaktes land.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leudal&id=5a91f674-bc80-45da-9d1b-ca6b44795be8