CConstaterende datLeudal
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting + Regels + Verbeelding

Raadsvergadering 16 maart 2021, gemeente LeudalBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Bergerstraat 34' te Neer31.801 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

de uitoefening van het beroep of bedrijf aan huis geen zodanige verkeersaantrekkende werking genereert die kan leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimten; d. de (agrarische) functie van omliggende, niet bij het bedrijf behorende gronden en bebouwing niet wordt belemmerd; e. de belangen van de in de directe omgeving gelegen (agrarische) bedrijven niet worden geschaad; f. sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat;

Bestemmingsplan Bergerstraat 34 - regels

25

8 oktober 2020

g. wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein overeenkomstig het bepaalde in artikel 9.2 Indien niet op eigen terrein in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien, dient te worden aangetoond dat elders in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien. h. geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd een beperkte verkoop in het klein in verband met bedrijfsmatige activiteiten in of bij het hoofdgebouw; i. de maximale oppervlakte van een beroep aan huis in totaal 30 m2 bedraagt; j. de maximale oppervlakte in totaal 80 m² bedraagt; k. op de begane grond maximaal 30% van het vloeroppervlak van de bedrijfswoning ten behoeve van aan huis gebonden bedrijfsmatige activiteiten in gebruik mag zijn.

4.6.4 Landschappelijke inpassing Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van lid 4.1 en een gewijzigde landschappelijke inpassing toestaan, onder de voorwaarden dat: a. sprake is van voortschrijdend inzicht; b. indien sprake is van 'POL belangen' het bevoegd gezag advies inwint bij de kwaliteitscommissie. In andere gevallen kan het bevoegd gezag advies bij de kwaliteitscommissie inwinnen.

Bestemmingsplan Bergerstraat 34 - regels

26

8 oktober 2020

Artikel 5.

Leiding – Hoogspanningsverbinding

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de aanleg, het beheer en onderhoud van een bovengrondse hoogspanningsverbinding. Ter plaatse van de 'hartlijn leiding - hoogspanningsverbinding' is de hart van hoogspanningsverbinding gelegen. Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de diverse (dubbel)bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 13.1.

5.2 Bouwregels 5.2.1 Primair Op de in lid 5.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend overige bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd met een bouwhoogte van niet meer dan 65 meter. 5.2.2 Secundair Ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mogen geen bouwwerken worden gebouwd.

5.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2.2 ten behoeve van de bouw van bouwwerken ten dienste van de andere daar voorkomende bestemmingen, onder de voorwaarde, dat: a. de belangen met betrekking tot de veiligheidsaspecten van de betrokken leidingen dit toelaten; b. alvorens een omgevingsvergunning te verlenen schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de beheerder van de betrokken leiding; c. geen verblijfsfuncties zoals bedoeld in het Bouwbesluit 2012 worden gerealiseerd, tenzij dit plaatsvindt bij een bestaand gevoelig object.

5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1 Vergunningplicht Het is verboden ten behoeve van het leidingbelang ter plaatse van de gronden als bedoeld in lid 5.1 de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen uitvoeren of te laten uitvoeren zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: a. het aanbrengen van hoogopgaande beplanting; b. door het aanleggen van andere kabels en leidingen dan de in artikel 5.1 bedoelde hoogspanningsverbinding en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 5.4.2 Uitzonderingen Het bepaalde in lid 5.4.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die: a. worden uitgevoerd in het kader van het onderhoud en beheer van de leiding; b. van geringe omvang zijn of gericht op en noodzakelijk zijn voor de instandhouding van de leiding; c. niet van ingrijpende betekenis zijn en niet van invloed is op de leiding; d. op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan, in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde en verleende vergunning of anderszins mogen worden uitgevoerd.

5.4.3 Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 5.4.1 zijn slechts toelaatbaar indiendoor die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen het doelmatig functioneren van de in artikel 5.1 bedoelde leiding(en) niet wordt aangetast. 5.4.4 Advies Het bevoegd gezag wint ten behoeve van de beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 5.4.1 schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder. Bestemmingsplan Bergerstraat 34 - regels

27

8 oktober 2020

Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 6 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 7 Algemene bouwregels 7.1 Algemene bepaling m.b.t. ondergronds bouwen 7.1.1 Ondergrondse werken Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen. 7.1.2 Ondergrondse bouwwerken Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende regels: a. Ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak. Indien geen bouwvlak is opgenomen, zijn ondergrondse bouwwerken uitsluitend toegestaan onder gebouwen. b. Ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan onder gebouwen. c. De ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 3,5 meter onder peil. d. Bij het berekenen van de geldende oppervlakte- en inhoudsmaten, wordt de oppervlakte of inhoud van ondergrondse gebouwen niet in aanmerking genomen. 7.1.3 Afwijken van het bestemmingsplan Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.1.2 sub a voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken buiten de het bouwvlak, onder de voorwaarden dat: a. de oppervlakte van de ondergrondse bouwwerken buiten het bouwvlak of indien geen bouwvlak aanwezig is, anders dan onder gebouwen, mag maximaal 10% bedragen van het bestemmingsvlak met een maximum van 150 m²; b.

de afstand tot de as van de weg dient minimaal 15 meter te bedragen, behalve wanneer de bebouwing die op het moment van inwerkingtreding vanNota het bestemmingsplan reeds aanwezig is dichter tot de as van de weg staat; in dat geval is die afstand bepalend; c. de ondergrondse bouwwerken dienen geheel onder het maaiveld te worden gebouwd; d. de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 3,5 meter. 7.2 Ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, uitbouwen, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt. 7.3 Algemene bepaling over bestaande afstanden en andere maten 7.3.1 Maximale maatvoering Indien afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die legaal gebouwd zijn, op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden.

7.3.2 Minimale maatvoering In die gevallen dat afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die legaal gebouwd zijn, op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden.

Bestemmingsplan Bergerstraat 34 - regels

28

8 oktober 2020

Artikel 8 Algemene gebruiksregels 8.1 Strijdig gebruik 8.1.1 Algemeen strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt, behoudens voor zover in de specifieke bestemmingsregels anders geregeld, in ieder geval verstaan: a. gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens ten behoeve van een erotisch (getint) bedrijf of (straat)prostitutie, tenzij ter plaatse de aanduiding 'seksinrichting' is opgenomen; b. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij een woning als zelfstandige woningen; c. (permanente) opslag van goederen, materialen en het stallen van machines in de openlucht buiten het bouwvlak of binnen het bouwvlak voor de voorgevelrooilijn; d. buitenopslag; e. het opslaan of bergen van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval buiten het bouwvlak of voor de voorgevelrooilijn; f. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens buiten het bouwvlak of voor de voorgevelrooilijn; g. het opslaan van mest en mestproducten afkomstig van een andere locatie dan de bedrijfslocatie alsmede de mestverwerking hiervan, anders dan vergund.

8.1.2 Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 8.1.1 onder c ten behoeve van uitstalling van goederen en materialen ten behoeve van verkoop voor de voorgevelrooilijn, onder de voorwaarden dat: a. dit noodzakelijk is ten behoeve van de bedrijfsvoering; b. de waarden van de onder- en omliggende bestemmingen niet onevenredig geschaad worden; c. het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast. 8.2 Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen 8.2.1 Parkeernormen In, op of onder gebouwen dan wel op het daarbij behorende terrein dienen voldoende parkeerplaatsen voor auto's aanwezig te zijn. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan als de parkeernormen uit de nota Parkeernormen ,zoals opgenomen in bijlage 3 bij deze regels, worden nageleefd. 8.2.2 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van het aantal parkeerplaatsen en de situering daarvan ten behoeve van een goede parkeerbalans, de verkeerssituatie en/of het stedenbouwkundig beeld.

Bestemmingsplan Bergerstraat 34 - regels

29

8 oktober 2020

Artikel 9 Algemene aanduidingsregels 9.1 Overige zone – kernrandzone Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - kernrandzone' mag geen uitbreiding plaatsvinden van de bestaande intensieve veehouderij. Uitbreiding van het aantal dieren is niet toegestaan. 9.2 Vrijwaringszone - hoogspanningsverbinding 9.2.1 Bouw- en gebruiksregels Voor de gronden ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - hoogspanningsverbinding' is in het kader van de planvoorbereiding afgewogen dat het realiseren van gevoelige objecten aanvaardbaar is. Het realiseren van verblijfsruimtes zoals bedoeld in het Bouwbesluit 2012 is niet toegestaan daar waar binnen deze aanduiding tevens de dubbelbestemming ‘Leiding – Hoogspanningsverbinding’ geldt, tenzij dit plaatsvindt bij een bestaand gevoelig object.

Artikel 10 Algemene afwijkingsregels 10.1 Verleende omgevingsvergunningen of andere toestemmingen Een omgevingsvergunning, vrijstelling, ontheffing of afwijking die ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan is verleend voor een bouw- en/of gebruiksactiviteit waarvoor ingevolge deze regels een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan is vereist, wordt gelijkgesteld met een dergelijke omgevingsvergunning. 10.2 Algemeen Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het volgende: a. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, tot maximum 2 meter, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geeft; b. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, tot maximum 2 meter, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; c. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de bouwhoogte van overige bouwwerken en toestaan dat de bouwhoogte van de overige bouwwerken wordt vergroot tot maximaal 10 meter. onder de voorwaarden dat: d. het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast; e. de belangen en bestemmingen in de omgeving niet onevenredig worden aangetast.

10.3 Verkoopstandplaats Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van de regels van het bestemmingsplan voor het innemen van een verkoopstandplaats voor zelfgemaakte, - bewerkte, - gekweekte, en/of - geteelde agrarische producten, met dien verstande dat de verkoopstandplaats uitsluitend in de maanden april tot en met juli mag worden ingenomen. 10.4 Servicepunten Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van de regels van het bestemmingsplan voor de realisatie van een servicepunt ter bevordering van de leefbaarheid mits: a. voldaan wordt aan de bouwregels behorende bij de betreffende bestemming; b. sprake is van de aanduiding 'overige zone - kernrandzone'; c. maximaal 30% van de vloeroppervlakte van de begane grond van het hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken mag worden gebruikt ten behoeve van het servicepunt, met een maximum van 80 m²; d. er geen milieuhygiënische belemmeringen zijn voor de realisatie van het servicepunt; e. de waarden van de onder- en omliggende bestemmingen niet onevenredig geschaad worden; f. voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid. 10.5 Antenne-installaties Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van de regels van het bestemmingsplan voor het oprichten van: a.

antenne-installaties op daken van bestaande gebouwen, voor zover niet vergunningsvrij, waarbij plaatsing op gebouwen niet zijnde woningen de voorkeur heeft, en geen sprake is van: 1. een monument; 2. aantasting van het stedenbouwkundige beeld ter plaatse; 3. aantasting van het woonklimaat. Bestemmingsplan Bergerstraat 34 - regels

30

8 oktober 2020

b. vrijstaande antenne-installaties die niet op bestaande gebouwen worden opgericht, mits: 1. de bouwhoogte van de antenne-installatie maximaal 40 meter bedraagt; 2. de antenne-installatie inclusief de bijbehorende technische installaties en de bedrading worden ingepast in de omgeving; 3. geen sprake is van landschappelijk en/of ruimtelijke verstoring; 4. zo veel mogelijk gebruik wordt gemaakt van: • site sharing; • plaatsing op bestaande overige bouwwerken; • enkele hoge masten in plaats van meerdere lage masten; 5. bij het oprichten van antenne-installaties wat betreft plaatsing daarvan de hier genoemde volgorde wordt aangehouden: • in eerste instantie moet de antenne-installatie worden geplaatst op, aan of bij infrastructurele werken; • indien plaatsing zoals genoemd onder I. om technische redenen niet mogelijk is, wordt de antenne-installatie bij gebouwen geplaatst; • indien plaatsing zoals genoemde onder I. en II. niet mogelijk is, wordt plaatsing aan de rand van bossen voorgestaan; • indien plaatsing zoals genoemd onder I., II., en III. niet mogelijk is, wordt plaatsing in open gebied toegestaan. 10.6 Erfafscheiding Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van de bestemmingsbepalingen en hogere erfafscheidingen voor de voorgevel toestaan, onder de voorwaarde dat: a. de bouwhoogte maximaal 2 meter bedraagt; b.

uitsluitend transparante (draad)omheiningen en/of (draad)erfafscheidingen worden toegepast, eventueel met haagdragende constructie; c. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; d. de verkeerssituatie het plaatsen van de erfafscheiding toelaat; e. het straat- en bebouwingsbeeld niet onevenredig worden geschaad; f. advies ingewonnen wordt bij de kwaliteitscommissie. 10.7 Kortlopende evenementen Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van de bestemmingsbepalingen en kortlopende evenementen toestaan, onder de voorwaarde dat: a. een evenement duurt maximaal 7 dagen, inclusief het opbouwen en afbreken; b. er maximaal 3 evenementen per jaar per afzonderlijk perceel plaatsvinden; c. er geen sprake is van een onevenredig effect op de natuurlijke waarden.

Artikel 11 Algemene wijzigingsregels 11.1 Algemeen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van: a. overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3 meter, het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot en activiteiten ten behoeve van intensieve veehouderijen niet binnen het extensiveringsgebied zijn toegestaan; b. overschrijding van bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geeft. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3 meter. Uitbreiding van activiteiten ten behoeve van intensieve veehouderijen zijn binnen het extensiveringsgebied niet toegestaan; c. het wijzigen van de lijst van bedrijfsactiviteiten, indien technologische ontwikkelingen of vernieuwde inzichten hiertoe aanleiding geven; d.

het aanpassen van opgenomen bepalingen in de voorafgaande artikelen, waarbij verwezen wordt naar bepalingen in wettelijke regelingen, indien deze wettelijke regelingen na het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan worden gewijzigd.

Bestemmingsplan Bergerstraat 34 - regels

31

8 oktober 2020

11.2 Nota Kwaliteit Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de als Bijlage 1 bij deze regels opgenomen Nota Kwaliteit te wijzigen indien na het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan een actuelere versie is vastgesteld, met dien verstande dat alsdan de actuelere versie de als Bijlage 1 opgenomen Nota Kwaliteit vervangt. 11.3 Nota Parkeernormen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de als Bijlage 3 bij deze regels opgenomen Nota Parkeernormen te wijzigen indien na het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan een actuelere versie is vastgesteld, met dien verstande dat alsdan de actuelere versie de als Bijlage 3 opgenomen ‘Nota Parkeernormen’vervangt.

Artikel 12 Algemene procedureregels 12.1 Nadere eisen Bij het stellen van nadere eisen als bedoeld in deze regels gelden de volgende procedureregels: a. het ontwerpbesluit ligt gedurende tenminste twee weken voor een ieder ter inzage ter gemeentesecretarie; b. burgemeester en wethouders maken de terinzagelegging van het ontwerpbesluit tevoren bekend in een of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen, die in de gemeente worden verspreid en voorts op de gebruikelijke wijze; c. de bekendmaking houdt in de bevoegdheid van belanghebbenden tot het naar keuze schriftelijk of mondeling indienen van zienswijzen bij burgemeester en wethouders tegen het ontwerpbesluit gedurende de onder a. genoemde termijn; d. burgemeester en wethouders delen aan hen die hun zienswijzen hebben ingediend de beslissing daaromtrent mede.

Artikel 13 Overige regels 13.1 Verhouding tussen bestemmingen a. Waar een enkelbestemming samenvalt met een dubbelbestemming geldt primair het bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming. 13.2 Natura 2000 (coördinatiebepaling) Het bevoegd gezag zal bij het toestaan van bouwwerken en werken en werkzaamheden rekening houden met de specifieke bestemming en instandhouding van Natura2000-gebieden, zoals die zijn weergegeven op de kaart die als Bijlage 4 bij deze regels is gevoegd, door voorkomen van significant negatieve aantasting van de natuurlijke kenmerken van de gebieden, zodanig dat er geen strijd met de Natuurbeschermingswet 1998 zal zijn. 13.3 Verbetering omgevingskwaliteit Indien bij een ontwikkeling invulling moet worden gegeven aan een verbetering van de omgevingskwaliteit, gelden de volgende bepalingen: a. er dient voldaan te worden aan de eisen die gesteld worden in de Nota Kwaliteit, zoals opgenomen in 'Bijlage 1 Nota kwaliteit' bij de regels; b. indien een ontwikkeling niet is opgenomen binnen de Nota Kwaliteit dient sprake te zijn van een landschappelijke inpassing van de bebouwing al dan niet gecombineerd met andere te verrichten kwaliteitsverbeterende maatregelen. Dit dient voorzien te zijn van een advies van de kwaliteitscommissie.

Bestemmingsplan Bergerstraat 34 - regels

32

8 oktober 2020

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 14 Overgangsrecht 14.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk, dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag voor de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig afwijken van het bepaalde onder a voor het vergroten van de inhoud van het bouwwerk als bedoeld in het bepaalde onder a met maximaal 10%. c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken, die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 14.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde in sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 14.3 Hardheidsclausule Voor zover toepassing van het overgangsrecht gebruik leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard voor een of meer natuurlijke personen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan grond en opstallen gebruiken in strijd met het voordien geldende bestemmingsplan kunnen burgemeester en wethouders ten behoeve van die persoon of personen van dat overgangsrecht afwijken.

Artikel 15 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan ‘Bergerstraat 34'.

Bestemmingsplan Bergerstraat 34 - regels

33

Inpassingsplan Planbeschrijving Aan de Bergerstraat 34 in Neer wordt de bestemming gewijzigd. Er is nu een intensieve veehouderij/akkerbouwbedrijf gevestigd. De intensieve veehouderijtak wordt beëindigd en de akkerbouwtak wordt als nietvolwaardige agrarisch tak voortgezet. De varkensstal wordt afgebroken en de bestemming wijzigt in de bestemming "wonen" waarbij twee woningen zijn toegestaan. De bedrijfsmatige activiteiten worden gemaximeerd zodat er geen volwaardig agrarisch bedrijf meer kan worden geëxploiteerd. De verdere beschrijving is weergegeven in de toelichting bij het bestemmingsplan die is toegevoegd. Tevens is er een flora- en fauna onderzoek uitgevoerd. De bestaande woning blijft behouden en de exacte invulling van de tweede woning is nu nog niet bekend. Vooralsnog wordt er van uitgegaan dat deze in de oude koeienstal wordt gerealiseerd. De wijziging van de gebouwensituatie betreft enkel het slopen van de varkensstal. Voor dit initiatief is geen tegenprestatie nodig in de vorm van groencompensatie. Er is een voorstel voor een landschappelijke inpassing bijgevoegd dat grotendeels bestaat uit het vastleggen van de bestaande inpassing. Aan de zuidzijde van de locatie, ter plekke van de te slopen varkensstal, wordt een bomenrij toegevoegd als nieuwe inpassing voor die zijde van deze locatie.

De initiatiefnemer hecht er aan om de zichtlijnen vanuit de bestaande woning naar het omliggende gebied zoveel mogelijk open te houden. Om die reden is gekozen voor een bomenrij aan de zuidzijde.

Uitvoering en onderhoud inpassing De uitvoering en het onderhoud aan de inpassing ziet er als volgt uit, waarbij de nummers verwijzen naar het kaartje waarop de maatregelen zijn weergegeven. 1: Groensingel, drie rijen beplanting met inlandse soorten, 1 x per vier jaar terugsnoeien, en weer laten uitlopen. Totaal 192 stuks, bestaande uit essen (30%), zomereik (30%), cornoelje (10%), vuilboom (10%), vlierbes (10%), beuken (10%) (reeds aanwezig). 2: Nog aan te planten notenbomen. Starten met 7 stuks en over zes jaar terugbrengen naar vier stuks; geen onderhoud nodig. 3: Fruitbomen (7 stuks) ged. hoogstam (kersen, 2 stuks) en ged. laagstam (pruimen/appel 5 stuks), beukenbomen (6 stuks) en bessenstruiken (4 stuks), afgaande beplanting, hoe verder van de weg hoe lager in verband met de hoogspanningsleiding. Onderhoud: jaarlijkse snoeibeurt (reeds aanwezig). 4. Lei-linden, 3 stuks, elk jaar nieuwe aangroei terugzetten. Onderbeplanting van ligusterhaag (1 m hoog, 14 m1, 3 stuks/m1), driemaal per jaar snoeien (reeds aanwezig). 5. Ligusterhaag (1 m hoog, 9 m1, 3 stuks/m1), driemaal per jaar snoeien (reeds aanwezig). Hemelwaterafvoer Afstromend water van verhardingen stroomt op natuurlijke wijze óf naar de weg (voorste helft van verhardingen) naar het aanwezige hemelwaterafvoersysteem dat gescheiden is van het vuilwaterriool.

Afstromend water van de achterste helft van de verhardingen stroomt op natuurlijk wijze naar het achterliggend weiland en wordt daar geïnfiltreerd. Ter plekke van de blauwe lijn op bovenstaand kaartje is een waterscheiding aanwezig als gevolg van hoogteverschil. Voor de aanwezig daken is er een gelijk systeem. Het water van de voorste helft van de bebouwing wordt in goten opgevangen en stroomt af naar het hemelwaterafvoersysteem op de Bergerstraat en het water van de achterste helft van de bebouwing stroomt af richting het weiland en wordt daar geïnfiltreerd. Vanuit ervaring kan worden geconstateerd dat dit geen probleem is. Ter plekke is de grondwatertrap VIII, waardoor de GHG > 1,4 m is. Er is sprake van een hangwaterprofiel. De grondwaterstand vormt derhalve geen belemmering voor infiltratie ter plekke. In de nieuwe situatie wordt er door de sloop van de varkensstal, het verhard oppervlakte op deze locatie verkleind in vergelijking met de huidige situatie.

Bijlage: Kaart met landschappelijke inpassing en foto's

1

4 5

3 productiegrasland 2

bouwland

rode lijn: eigendomsgrens

Rapport vooronderzoek Bergerstraat 34 te Neer

Bezoekadres Postcode en plaats Telefoon e-mail internet

Projectnaam Projectnummer Opdrachtgever Postadres

Contactpersoon Status Versie Aantal pagina’s Datum Samenstelling rapport en kwaliteitscontrole

Paraaf

Bergerstraat 34 te Neer B2369 Dhr P. van Lier Bergerstraat 34 6086 BM Neer Dhr P. van Lier Definitief 1 6 (exclusief bijlagen) 25 november 2019 dhr. M. Gloudemans

Jekschotstraat 12 5465 PG Veghel 0413 287068 info@bodem-inzicht.nl www.bodem-inzicht.nl

Inhoud 1 INLEIDING ................................................................................................................................................................. 3

2

3

1.1

Algemeen ................................................................................................................................................................ 3

1.2

Aanleiding en doel van het onderzoek.................................................................................................................... 3

1.3

Partijdigheid ............................................................................................................................................................ 3

1.4

Opbouw van het rapport ........................................................................................................................................ 3

VOORONDERZOEK .................................................................................................................................................... 4 2.1

Beschrijving onderzoekslocatie ............................................................................................................................... 4

2.2

Voormalig gebruik ................................................................................................................................................... 4

2.3

Huidig gebruik ......................................................................................................................................................... 5

2.4

Toekomstig gebruik................................................................................................................................................. 5

2.5

Beschikbare onderzoeksgegevens .......................................................................................................................... 5

2.6

Bodem- en geohydrologische gegevens ................................................................................................................. 5

CONCLUSIE ............................................................................................................................................................... 6

BIJLAGEN Bijlage 1: Topografische ligging onderzoekslocatie Bijlage 2: Situatietekening

rapport B2369 Bergerstraat 34 te Neer

2

1

INLEIDING

1.1

Algemeen

In opdracht van Dhr P. van Lier te Neer heeft Bodeminzicht een vooronderzoek uitgevoerd op het perceel Bergerstraat 34 te Neer (gemeente Leudal). Het onderzoek is uitgevoerd op basis van de richtlijnen zoals deze zijn opgesteld in de Nederlandse Norm (NEN) 5725 [NNI, oktober 2017]. De NEN 5725 (versie oktober 2017) beschrijft de werkwijze voor het uitvoeren van het vooronderzoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van verontreinigingen in en de verwachte milieuhygiënische kwaliteit van de landbodem. Daarnaast dient het milieuhygiënisch vooronderzoek als basis voor de hypothese over veld- en laboratoriumonderzoek. 1.2

Aanleiding en doel van het onderzoek

Aanleiding voor het historisch bodemonderzoek is de voorgenomen bestemmingswijziging op de onderzoekslocatie. Het doel van het onderzoek is het bepalen of sprake is van verdachte deellocaties die de bodemkwaliteit mogelijk negatief beïnvloeden ter plaatse van de onderzoekslocatie. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn aannames gedaan over het al dan niet aanwezig zijn van potentiële verontreinigingsbronnen en is een onderzoekshypothese opgesteld. 1.3

Partijdigheid

Bodeminzicht en partijen die een bijdrage hebben geleverd aan de totstandkoming van dit rapport hebben op geen enkele wijze een relatie met de opdrachtgever en zijn geen belanghebbenden bij de onderzochte locatie. Bodeminzicht garandeert hiermee derhalve dat een volledig onafhankelijk en onpartijdig onderzoek is uitgevoerd. 1.4

Opbouw van het rapport

In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: Vooronderzoek (hoofdstuk 2) Conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 5)

rapport B2369 Bergerstraat 34 te Neer

3

2

VOORONDERZOEK

Onderdeel van een verkennend bodemonderzoek op basis van de NEN 5740 vormt een vooronderzoek, uit te voeren conform NEN 5725 [NNI, oktober 2017]. Hierbij zijn de volgende bronnen geraadpleegd: A. Opdrachtgever B. Dossiers van gemeente Leudal C. Kadastrale kaarten D. Topografische kaarten E. Grondwaterkaarten F. www.bodemloket.nl G. Locatiebezoek 2.1

Beschrijving onderzoekslocatie

adres onderzoekslocatie kadastrale registratie oppervlakte ligging onderzoekslocatie huidige functie beschrijving bebouwing

beschrijving maaiveld

2.2

bron A C C D G

bijlage 1 1 1 1 2

G

2

G

2

bron

Bergerstraat 34 te Neer Neer M 167 en 512 4.144 m² op de rand van de bebouwde kom van Neer agrarisch bedrijf met woning, erf en bedrijfsgebouwen. De activiteiten bestaan uit akkerbouw en varkenshouderij. op het erf staan een woning met geschakelde garage. Ten zuiden van de woning zijn een werktuigenloods en een varkensstal aanwezig. De varkensstal is voorzien van asbesthoudende golfplaten. De overige bebouwing bevat geen asbesthoudende daken. rond de woning met garage is een verharding aanwezig van grind en straatwerk van klinkers. De klinkers zijn doorgelegd tot de achterliggende varkensstal.

Voormalig gebruik

voormalig gebruik locatie algemeen

(sloot-)dempingen ophogingen bebouwing

bodembedreigende activiteiten opslagtanks opslag bodembedreigende stoffen

tot de jaren zestig was sprake van agrarisch bouwland en een Antoniuskapel. De bedrijfswoning is opgericht in 1963 en de varkensstal is in 1970 gebouwd. De werktuigenloods is in 2016 gebouwd ter vervanging van een voormalige werktuigenloods. nee nee de voormalige werktuigenloods en een tweede bijgebouw zijn in 2016 gesloopt na deskundige verwijderding van de asbesthoudende golfplaten. nee

B

aanpassing strategie -

B, D B B, D

-

B

-

er zijn geen voormalige onder-of bovengrondse opslagtank voor brandstoffen bekend bij de gemeente Leudal. niet bekend.

B

-

B

-

rapport B2369 Bergerstraat 34 te Neer

4

2.3

Huidig gebruik

bodembedreigende activiteiten opslagtanks

opslag bodembedreigende stoffen puin op maaiveld aanwezig asbest

2.4

bron A, G

aanpassing strategie -

Op de onderzoekslocatie word diesel opgeslagen in een bovengrondse dubbelwandige tank met een inhoud van 2.500 liter in de werktuigenloods. naast de opslag van diesel worden geen bodembedreigende stoffen opgeslagen.

G

G, H

de opslag van diesel wordt als bodembedreigend beschouwd. -

niet waargenomen

G

-

het hemelwater dat op de varkensstal valt, komt op het naastgelegen onverharde maaiveld terecht.

G

de druppelzones worden als asbestverdacht beschouwd

Geen

Toekomstig gebruik bron

bestemming

bodembedreigende activiteiten opslagtanks opslag bodembedreigende stoffen 2.5

nee nee

A

A, G, H A, H A, H

-

bron

aanpassing strategie -

-

Beschikbare onderzoeksgegevens

onderzoek op locatie onderzoek in directe omgeving 2.6

de opdrachtgever wil de bedrijfsmatige activiteiten staken en de varkensstal slopen. Na bestemmingswijziging wordt een woning opgericht. nee

aanpassing strategie -

de locatie is niet eerder onderzocht bodemonderzoeken in de directe omgeving zijn niet bekend.

B A, B

Bodem- en geohydrologische gegevens

deklaag eerste watervoerend pakket scheidende laag diepte freatisch grondwater stromingsrichting

Bodemopbouw fijn tot matig grof zand. Plaatselijk komt leem, klei en veen voor. matig tot zeer grove grindrijke zanden, met plaatselijk een kleilaag. kleihoudende afzettingen hydrologie 6,0 m-mv

Nuenengroep

0-5 m-mv

Formatie van Sterksel/Veghel Kedichem/Tegelen

5-20 m-mv 20-60 m-mv

oostelijk tot zuidoostelijk

rapport B2369 Bergerstraat 34 te Neer

5

3

CONCLUSIE

Door middel van het uitgevoerde vooronderzoek is inzicht gekregen in verdachte locaties ten aanzien van bodemverontreinigingen op de onderzoekslocatie Bergerstraat 34 te Neer. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek wordt de hypothese gesteld dat de onderzoekslocatie, behoudens de bodem ter plaatse van de dieseltank en de toplaag naast de varkensstal, onverdacht is met betrekking tot bodemverontreiniging en derhalve geen belemmering vormt voor de aanstaande bestemmingswijziging ter plaatse. Op de onderzoekslocatie is sprake van opslag van diesel in een bovengrondse tank in de werktuigenloods als bodembedreigend wordt beschouwd. Hierbij wordt opgemerkt dat de dieseltank inpandig is opgesteld op een betonvloer van zeer goede kwaliteit. Het doorboren van deze vloer in het kader van bodemonderzoek wordt niet wenselijk geacht. Op basis van het vooronderzoek de druppelzones naast de stal als verdacht beschouwd voor aanwezigheid van asbest in de bodem.

rapport B2369 Bergerstraat 34 te Neer

6

Bijlage 1 Topografische ligging onderzoekslocatie

Uittreksel Kadastrale Kaart

Uw referentie: B2369

848 433 7 84

784

43

534 41

435 39

876

1

363

37c

1a

436

870

37b

t r st r aa Ber ge

875

34

32

845 508

167 512 166 511 846

509

172

0m

Deze kaart is noordgericht Perceelnummer 25 Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens Bebouwing Overige topografie Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 25 november 2019 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

12345

10 m

50 m

Schaal 1:1000 Kadastrale gemeente Sectie Perceel

Neer M 167

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

Omgevingskaart

Klantreferentie: B2369

0m

125 m

Deze kaart is noordgericht. Hier bevindt zich Kadastraal object Neer M 167 Bergerstraat 34, 6086BM Neer CC-BY Kadaster.

625 m

Schaal 1: 12500

Bijlage 2 Situatietekening met boorpunten

41 39

37c

r aat t s r e Ber g

32

bovengrondse dieseltank dubbelwandig 2.500 l s lood

igen

tu werk

al

nsst

e vark

druppelzones asbesthoudend dak voomalige bebouwing

Situatietekening met boorlocaties Project:

Bergerstraat 34 te Neer Projectnummer:

B2369 0m

Legenda: Begrenzing onderzoekslocatie Boringen t.b.v. bovengrond Boringen t.b.v. boven- en ondergrond Boring met peilbuis Asbestgat/sleuf 50 m

Datum:

25-11-2019 klinkers

grind

tegels

beton

onverhard

asfalt

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie na wijziging bestemming Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl. RxBoae1dbrF3 (28 november 2019) pagina 1/8

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

P.S.J. van Lier

Bergerstraat 34, 6086 BM Neer

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Situatie na wijziging bestemming RxBoae1dbrF3

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

28 november 2019, 10:08

2019

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Situatie 1

NOx

15,41 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Toelichting

Situatie na wijziging bestemming

Resultaten

Situatie na wijziging bestemming

RxBoae1dbrF3 (28 november 2019) pagina 2/8

Resultaten

Locatie Situatie na wijziging bestemming

Emissie Situatie na wijziging bestemming

Resultaten

Bron Sector

Emissie NH3

Emissie NOx

verkeer nieuwe woning Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

< 1 kg/j

verkeer nieuwe woning 2 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

< 1 kg/j

verkeer bewoners Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

< 1 kg/j

verkeer bewoners 2 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

< 1 kg/j

vrachtverkeer 2 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

< 1 kg/j

vrachtverkeer Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

< 1 kg/j

Situatie na wijziging bestemming

RxBoae1dbrF3 (28 november 2019) pagina 3/8

Resultaten

Bron Sector

Resultaten

Emissie NH3

Emissie NOx

verkeer tractor Mobiele werktuigen | Landbouw

-

6,40 kg/j

verkeer tractor 2 Mobiele werktuigen | Landbouw

-

6,40 kg/j

CV bestaande woning Wonen en Werken | Woningen

-

1,00 kg/j

CV nieuwe woning Wonen en Werken | Woningen

-

1,00 kg/j

Situatie na wijziging bestemming

RxBoae1dbrF3 (28 november 2019) pagina 4/8

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Situatie na wijziging bestemming

NOx NH3

Soort

Voertuig

Standaard

Licht verkeer

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Soort

Voertuig

Standaard

Licht verkeer

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Soort

Voertuig

Standaard

Licht verkeer

Situatie na wijziging bestemming

verkeer nieuwe woning 197481, 363556 < 1 kg/j < 1 kg/j

Aantal voertuigen Stof

Emissie

3,0 / etmaal NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

verkeer nieuwe woning 2 197386, 363536 < 1 kg/j < 1 kg/j

Aantal voertuigen Stof

Emissie

3,0 / etmaal NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

verkeer bewoners 197497, 363559 < 1 kg/j < 1 kg/j

Aantal voertuigen Stof

Emissie

3,0 / etmaal NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

RxBoae1dbrF3 (28 november 2019) pagina 5/8

Resultaten

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Soort

Voertuig

Standaard

Licht verkeer

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Soort

Voertuig

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Soort

Voertuig

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

Situatie na wijziging bestemming

verkeer bewoners 2 197403, 363541 < 1 kg/j < 1 kg/j

Aantal voertuigen Stof

Emissie

3,0 / etmaal NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

vrachtverkeer 2 197403, 363541 < 1 kg/j < 1 kg/j

Aantal voertuigen Stof

Emissie

1,0 / etmaal NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

vrachtverkeer 197497, 363559 < 1 kg/j < 1 kg/j

Aantal voertuigen Stof

Emissie

1,0 / etmaal NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

RxBoae1dbrF3 (28 november 2019) pagina 6/8

Resultaten

Naam Locatie (X,Y) NOx

Voertuig

Omschrijving

AFW

Tractor

Brandstof verbruik (l/j)

Naam Locatie (X,Y) NOx

Voertuig

Omschrijving

AFW

Tractor

Brandstof verbruik (l/j)

Naam Locatie (X,Y) Uitstoothoogte Warmteinhoud Temporele variatie

Spreiding (m)

Warmte Stof inhoud (MW)

Emissie

3,5

3,5

0,0 NOx

6,40 kg/j

verkeer tractor 2 197403, 363541 6,40 kg/j

Uitstoot hoogte (m)

Spreiding (m)

Warmte Stof inhoud (MW)

Emissie

3,5

3,5

0,0 NOx

6,40 kg/j

CV bestaande woning 197487, 363542 5,3 m 0,000 MW Continue emissie 1,00 kg/j

Naam

CV nieuwe woning 197481, 363538 6,3 m 0,000 MW Continue emissie

Uitstoothoogte Warmteinhoud Temporele variatie NOx

Situatie na wijziging bestemming

Uitstoot hoogte (m)

NOx

Locatie (X,Y)

Resultaten

verkeer tractor 197497, 363559 6,40 kg/j

1,00 kg/j RxBoae1dbrF3 (28 november 2019) pagina 7/8

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019_20191018_c53b8fdaa8 Database versie b429880a81 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/uitleg

Resultaten

Situatie na wijziging bestemming

RxBoae1dbrF3 (28 november 2019) pagina 8/8

QUICK SCAN FLORA EN FAUNA

Bergerstraat 34, Neer

Datum

: 2 december 2019

Rapportnummer

: 219-NBe34-nw-v1

Koolweg 64 5759 PZ Helenaveen Tel: 0493-539803 E-mail: mena@m-en-a.nl NL46 INGB 0007735427 KvK: 67445519

Project

: Quick scan flora en fauna in de omgeving Bergerstraat 34 te Neer

Opdrachtgever

: Dhr. P. van Lier

Datum rapport

: 2 december 2019

Van toepassing zijnde certificaat Van toepassing zijnde protocollen Nummer certificaat

: NEN-EN-ISO 9001, 2015 : -: EC-KWA-00044

Projectleider Collegiale toets

: Dhr. Ir. W.A. van Aerle : Mevr. Ing. A. van der Vleuten

Voor akkoord: W.A. van Aerle

Voor akkoord: A. van der Vleuten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leudal&id=fa5cb450-fa80-40fe-a160-4277fa5d5f5e