Toelichting op agendapunt 4
Tekst van het document
6
Agenda openbare vergadering Commissie fysiek 19 oktober 2021
Toelichting
Spreekrecht voor niet-commissieleden
agendapunt 4 Belangstellenden voor het spreekrecht kunnen zich tot de aanvang van de commissievergadering melden bij de griffier. Het spreekrecht is geregeld in de 'Verordening op de raadscommissies 2014' en wel in artikel 17 van die verordening. Artikel 17. Spreekrecht burgers 1. Burgers hebben spreekrecht. Zij kunnen het woord voeren in de commissievergadering over geagendeerde onderwerpen. Indien een spreker de commissie liever niet mondeling wil toespreken of verhinderd is de commissievergadering bij te wonen, dan kan hij/zij z’n inspreektekst voorafgaande aan de commissievergadering schriftelijk aan de commissie aanreiken, door tussenkomst van de commissiegriffier; de commissie behandelt die schriftelijke inbreng als ware ze mondeling ingebracht tijdens het spreekrecht. 2. Het woord kan niet gevoerd worden over: a.
een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan;
b. c.
benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet
bestuursrecht kan of kon worden ingediend. 3. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit voor de aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren. 4. De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De commissievoorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. 5. De spreker spreekt naar zijn/haar keuze bij ofwel het agendapunt ‘Spreekrecht voor nietcommissieleden’ ofwel bij aanvang van het agendapunt naar aanleiding waarvan hij/zij de commissie wil toespreken. De spreker voert het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter kan de deelnemers aan de commissievergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering. 6. De commissievoorzitter of een commissielid kan een voorstel doen voor de behandeling van de inbreng van de burger. In verband met het hierboven in artikel 17, tweede lid, sub c, bepaalde treft u hieronder de tekst aan van artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 9:1 Algemene wet bestuursrecht luidt: 1 Een ieder heeft het recht om over de wijze waarop een bestuursorgaan zich in een bepaalde aangelegenheid jegens hem of een ander heeft gedragen, een klacht in te dienen bij dat bestuursorgaan. 2.
Een gedraging van een persoon, werkzaam onder de verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan, wordt aangemerkt als een gedraging van dat bestuursorgaan.