CConstaterende datLeudal
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting

Raadsvergadering 20 april 2021, gemeente LeudalBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan ‘Fietsbrug Neerbeek’ te Nunhem4.879 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bestemmingsplan 'Fietsbrug Neerbeek'

Ruimtelijke onderbouwing kunstwerk Neerbeek Gemeente Leudal

15 juli 2020 - Versie 1.0

Autorisatieblad

Ruimtelijke onderbouwing kunstwerk Neerbeek

-

Deel I: toelichting van het bestemmingsplan

-

Deel II: regels van het bestemmingsplan

-

Deel III: planverbeelding Gemeente Leudal

Naam Opgesteld door

Akkoord

Megens, JGY

Datum 25-05-2020

Gecontroleerd door Vrijgegeven door

✓

Megens, JGY

15-07-2020

Op dit autorisatieblad ontbreken de handtekeningen wegens de digitale verwerking van ons vrijgaveproces. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.

Versie historie

Versie

Naam

Datum

Korte toelichting

E82-JME-KA-2000042 / Proj.nr. MN000734 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15 juli 2020 Businesslijn Decentrale Overheden/Regio Zuidoost

1/23

Deel I: Toelichting van het bestemmingsplan

E82-JME-KA-2000042 / Proj.nr. MN000734 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15 juli 2020 Businesslijn Decentrale Overheden/Regio Zuidoost

2/23

Inhoudsopgave 1

Inleiding

4

1

4 1.1 Aanleiding 1.2 Geldende bestemmingsplannen 1.3 Doel bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer

4 4 4 4

2

Planbeschrijving 2.1 Ligging plangebied 2.2 Huidige situatie plangebied 2.3 Toekomstige situatie plangebied 2.4 Kadastrale gegevens

6 6 6 7 7

3

Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid

9 9 9 10

4

Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Natuur en ecologie 4.2 Niet-gesprongen explosieven 4.3 Archeologie 4.4 Geluid 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Externe veiligheid 4.7 Water

11 11 15 16 17 17 18 18

5

Wijze van bestemmen 5.1 Inleiding 5.2 Algemene toelichting op de verbeelding 5.3 Algemene toelichting op de regels 5.4 Toelichting regels bestemmingsplan

19 19 19 19 19

6

Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid

21 21

7

Procedure 7.1 Procedure gemeente Leudal

22 22

Colofon

23

Deel II Regels van het bestemmingsplan Deel III Planverbeelding

E82-JME-KA-2000042 / Proj.nr. MN000734 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15 juli 2020 Businesslijn Decentrale Overheden/Regio Zuidoost

3/23

1

1.1 Aanleiding

Inleiding

De provincie Limburg is voornemens om een bestaand kunstwerk (N273) over de Neerbeek te vervangen (zie figuur 2). In de huidige situatie wordt gebruik gemaakt van één kunstwerk voor zowel auto- als fietsverkeer. In de toekomstige situatie worden dit twee aparte kunstwerken. Eén voor het langzame verkeer (fiets) en één voor autoverkeer. Het nieuwe kunstwerk voor het snelverkeer komt op dezelfde locatie als de huidige brug terug. De nieuwe fietsburg wordt direct ten westen van de bestaande fietsbrug gerealiseerd. Ten behoeve van deze ruimtelijke ontwikkeling wordt tijdelijk ten oosten van de bestaande brug een nieuwe tijdelijke brug aangelegd om het auto- en fietsverkeer te kunnen omleiden. Dit wordt gedaan omdat het oude, reeds aanwezige, fietspad niet bereikbaar is tijdens de werkzaamheden. Daarom wordt een tijdelijke fietsbrug (bypass) naast de aanwezige brug neergelegd. Omdat het realiseren van de fietsbrug niet past binnen het ter plaatse geldende bestemmingsplan dient door de gemeente een bestemmingsplanherziening doorgevoerd te worden. Voorliggend document voorziet hierin.

1.2 Geldende bestemmingsplannen

De huidige juridisch-planologische situatie van het plangebied is vastgelegd in een bestemmingsplan. Het gaat om het volgende plan: Reparatie- en veegplan Buitengebied Leudal 2016, gemeente Leudal. Voor de gronden behorend tot het plangebied gelden enkel- en dubbelbestemmingen, te weten: 1. Enkelbestemming Verkeer 2. Enkelbestemming Water 3. Dubbelbestemming Waarde – Archeologie 5 4. Dubbelbestemming Waterstaat – Waterbergend rivierbed 5. Dubbelbestemming Waterstaat - Waterlopen Een deel van de nieuwe fietsbrug valt binnen het gebied van het bestemmingsplan met de functie ‘Enkelbestemming - Water’. De nieuwe fietsbrug over de Neerbeek past niet binnen het geldende bestemmingsplan. Om het realiseren van de fietsbrug mogelijk te maken dient het geldende bestemmingsplan hiervoor op dit punt te worden herzien.

1.3 Doel bestemmingsplan

Doel van het bestemmingsplan is het juridisch en planologisch mogelijk maken van de te realiseren fietsbrug.

1.4 Leeswijzer

In de toelichting van het bestemmingsplan wordt de aanleiding van het project beschreven. In hoofdstuk 2 is de planbeschrijving van het project, inclusief een uitleg van de ligging van het gebied en een schets van de toekomstige situatie. In hoofdstuk 3 is het beleidskader voor dit gebied beschreven. In hoofdstuk 4 zijn de milieu- en omgevingsaspecten te lezen, waarop in hoofdstuk 5 de wijze van bestemmen wordt E82-JME-KA-2000042 / Proj.nr. MN000734 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15 juli 2020 Businesslijn Decentrale Overheden/Regio Zuidoost

4/23

beschreven. Hoofdstuk 6 geeft de economische uitvoerbaarheid en grondexploitatie aan. In hoofdstuk 7 worden de procedurele aspecten van het proces beschreven. Deel 2 van het bestemmingsplan bevat de regels en in Deel 3 is de planverbeelding opgenomen.

E82-JME-KA-2000042 / Proj.nr. MN000734 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15 juli 2020 Businesslijn Decentrale Overheden/Regio Zuidoost

5/23

2 2.1 Ligging plangebied

Planbeschrijving

Het plangebied bevindt zich in de provincie Limburg. Het is gelegen tussen de steden Roermond en Venlo en omvat de beek Neerbeek (zie Figuren 1 en 2). De te realiseren fietsburg ligt aan de Napoleonsweg tussen de dorpen Neer en Haelen. Zoals op de afbeelding is te zien, is het fietspad seperaat van de autoweg, maar komt het fietspad nabij de beek tegen de autoweg te liggen. in de toekomst zal dit fietspad in één rechte lijn doorgetrokken worden, waardoor de twee verschillende vervoerstromen van elkaar gescheiden zijn.

Figuur 1: Overzichtskaart van het plangebied in Limburg.

2.2 Huidige situatie plangebied

In de huidige situatie is de Napoleonsweg een verbindingsweg tussen de plaatsen Neer en Haelen. Het betreft de N273, waarbij de autoweg aan iedere zijde één baans is. Parallel aan deze N-weg ligt een fietspad, zodat personen ook per fiets tussen de verschillende plaatsen kunnen pendelen. Over deze weg is een busroute aanwezig (lijn 377). Deze bus stopt bij de plaats Nunhem, halverwege de weg tussen Neer en Haelen. Het plangebied bevindt zich ter hoogte van de beek Neerbeek. In de Neerbeek wordt enkel gebruik gemaakt van klein waterverkeer, doordat er simpelweg geen ruimte (hoogte en diepte) is voor groter waterverkeer. Verder wordt het plangebied omringd door diverse bomen (in het zuidwesten) en weilanden.

E82-JME-KA-2000042 / Proj.nr. MN000734 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15 juli 2020 Businesslijn Decentrale Overheden/Regio Zuidoost

6/23

Figuur 2: Overzichtsfoto van de huidige situatie van de auto- en fietsbrug over de Neerbeek.

2.3 Toekomstige situatie plangebied

Om de doorstroom van het wegverkeer te waarborgen, wordt er tijdens de werkzaamheden gebruik gemaakt van een bypass. Deze bypass wordt aangelegd voor zowel het fietsverkeer als de weggebruikers van de N273. Hiermee wordt voorkomen dat de autoweggebruikers via een omleiding moeten reizen. Dit zorgt er niet alleen voor dat weggebruikers niet of nauwelijks reistijdverlies oplopen, maar hierdoor ontstaan er ook geen drukke, gevaarlijke situaties op de omleidingswegen. De bypass wordt aan de oostzijde van de N273 gerealiseerd. Realisatie van de fietsbrug vindt plaats binnen het gebied zoals weergegeven in figuur 3. Hierbij is te zien dat het fietspad in één rechte lijn is doorgetrokken en op afstand van de (provinciale)weg blijft. Dit zal voor een veiligere situatie zorgen doordat de verschillende vervoersstromen separaat van elkaar liggen.

2.4 Kadastrale gegevens

De werkzaamheden vinden plaats op percelen met de kadastrale aanduiding: 1. Haelen, sectie E, perceelnummer 249 2. Haelen, sectie E, perceelnummer 350 3. Haelen, sectie N, perceelnummer 357

E82-JME-KA-2000042 / Proj.nr. MN000734 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15 juli 2020 Businesslijn Decentrale Overheden/Regio Zuidoost

7/23

Figuur 3: toekomstige situatie N273 (1).

E82-JME-KA-2000042 / Proj.nr. MN000734 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15 juli 2020 Businesslijn Decentrale Overheden/Regio Zuidoost

8/23

3

3.1 Rijksbeleid

Beleidskader

Structuurvisie infrastructuur en ruimte Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. Deze structuurvisie geeft een integraal kader voor het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op rijksniveau. In de visie worden ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur sterker dan voorheen met elkaar verbonden. De structuurvisie vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak, de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving en de ruimtelijke doelen en uitspraken in de PKB Tweede structuurschema Militaire terreinen, de Agenda Landschap, de Agenda Vitaal Platteland en Pieken in de Delta. De Structuurvisie Nationaal Waterplan blijft in zijn huidige vorm als uitwerking van de SVIR bestaan. In de structuurvisie schetst het Rijk de ambities voor concurrentiekracht, bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid tot 2040 (lange termijn) en doelen, belangen en opgaven tot 2028 (middellange termijn). Voor de te realiseren fietsbrug is het beleid uit de SVIR niet aan de orde. Gezien de geringe omvang van de te realiseren fietsbrug heeft deze geen ruimtelijke consequenties voor het rijksbeleid.

3.2 Provinciaal beleid

Provinciaal Omgevingsplan Limburg Op 13 augustus 2019 is een geconsolideerde versie van het Provinciaal Omgevingsplan (POL) 2014 vastgesteld door de Provinciale Staten van Limburg. In deze ‘nieuwe’ versie van het POL 2014 wordt een plan gepresenteerd dat verschillende, bestaande plannen voor de fysieke omgeving op de beleidsterreinen milieu, water, ruimte, mobiliteit, cultuur, welzijn en economie integreert. Het bevat de provinciale visie op de ontwikkeling van de kwaliteitsregio Limburg en beschrijft de ambities, de context en de hoofdlijnen van aanpak voor onderwerpen waarbij de provincie een rol speelt. Limburg wordt gedefinieerd als een regio waar het goed en gezond leven, wonen, leren, werken en recreëren is. Een regio die zich bewust is van de unieke kwaliteit van de leefomgeving en de eigen identiteit. En een regio die stevig is ingebed in internationaal verband. De bereikbaarheid van Limburg is over het algemeen redelijk op orde. Om te zorgen dat Limburg ook in de toekomst goed bereikbaar is, zijn op een aantal punten nog verbeteringen gewenst. Het aanleggen van de fietsbrug over de Neerbeek kan hier aan bijdragen.

E82-JME-KA-2000042 / Proj.nr. MN000734 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15 juli 2020 Businesslijn Decentrale Overheden/Regio Zuidoost

9/23

3.3 Gemeentelijk beleid

Structuurvisie gemeente Leudal

Met het in werking treden van de nieuwe Wro (1 juli 2008) vormt de Structuurvisie een belangrijk gemeentelijk beleidsdocument. In de Structuurvisie Leudal (vastgesteld d.d. 2 februari 2010) wordt ingezet op: 'Een groene parel met dynamiek, een gemeente waarin het voor iedereen goed wonen, goed leven en goed werken is, nu en in de toekomst'. In deze structuurvisie ligt bewust de nadruk op de visie van de gemeente op de functionele ontwikkelingen van de diverse, ruimtelijk relevante onderwerpen. De gemeente Leudal hanteert als vertrekpunt dat de gebruiker van het mobiliteits-systeem bepaalt of de locaties bereikbaar zijn, de infrastructuur verkeersveilig is en of dit al dan niet ten koste gaat van de leefbaarheid. De beoordeling hangt hierbij niet alleen af van de vraag of de gebruiker is aangekomen op de eindbestemming, maar ook de moeite die daarvoor gedaan moest worden. De gebruiker bestaat daarbij niet. Afhankelijk van het type gebruiker en het type verplaatsing treedt er een andere gebruikswaarde op. De gebruikswaarde wordt door de gemeente bepaald aan de hand van drie indicatoren: 1. Het motief, waarom men reist 2. De gebiedsniveaus waarop men zich verplaatst 3.

Het vervoersmiddel dat wordt gebruikt Ten aanzien van de veiligheid wil de gemeente Leudal investeren in verkeersveilige en sociaalveilige fietsroutes van huis naar school en vice versa voor leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs. De verkeersinfrastructuur moet hiervoor zoveel mogelijk overeenstemmen in vorm, functie en gebruik. Onderlinge conflicten tussen zwakke en sterke verkeersgebruikers in verkeersstromen worden zoveel mogelijk voorkomen, of worden tenminste gemarkeerd voor alle weggebruikers. Het realiseren van een separate fietsbrug zal hier hoogstwaarschijnlijk aan bijdragen en kan daarom als zeer wenselijk beschouwd worden. Alle openbare wegen in de gemeente Leudal worden onder de verkeersbestemming gebracht. De realisatie van de nieuwe fietsburg is nog niet gesitueerd in de verkeersbestemming en daarom wordt dit bestemmingsplan opgesteld.

E82-JME-KA-2000042 / Proj.nr. MN000734 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15 juli 2020 Businesslijn Decentrale Overheden/Regio Zuidoost

10/23

4 4.1 Natuur en ecologie

Milieu- en omgevingsaspecten

In het kader van het project ‘Fietsbrug N273 Neerbeek’ wordt een nieuwe fietsbrug aangelegd over de Neerbeek. Deze brug zal aansluiten op het reeds bestaande fietspad. Bij een dergelijke ruimtelijke ontwikkeling is het vanuit natuurwetgeving van belang om na te gaan of de werkzaamheden geen negatieve effecten hebben op beschermde natuurwaarden. Movares BV heeft in januari 2020 in opdracht van de provincie Limburg een ‘Quickscan ecologie’ uitgevoerd. Het volgende wettelijk kader is gehanteerd: 1. Wet natuurbescherming: onderdeel beschermde soorten en beschermde gebieden 2. Provinciaal beleid: Binnen de provincie Limburg wordt onderscheidt gemaakt in goudgroene natuurzone (Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland), zilvergroene natuurzone en bronsgroene landschapszone Beschermde natuurgebieden Het plangebied ligt niet binnen een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Leudal bevindt zich op een afstand van ongeveer 300 meter van de nieuwe fietsbrug. Directe negatieve effecten als gevolg van oppervlakteverlies zijn daarmee uitgesloten. Indirecte negatieve effecten (verstoring door trillingen, licht en optische verstoring) door de nieuwbouw van de autobrug en de aanleg van de tijdelijke bypass worden niet verwacht.

De realisatie van de fietsbrug is onderdeel van een vervanging van de gehele brug en daardoor zal deze realisatie geen directe en indirecte negatieve effecten hebben op de nabij gelegen natuurgebieden. Voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden is een AERIUS-berekening uitgevoerd om de stikstof in het plangebied te meten, gedurende de uitvoeringsfase. De stikstofuitstoot blijft gedurende de realisatiefase onder de kritische grens. Er treden geen negatieve effecten op in de nabijgelegen beschermde natuurgebieden.

E82-JME-KA-2000042 / Proj.nr. MN000734 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15 juli 2020 Businesslijn Decentrale Overheden/Regio Zuidoost

11/23

Figuur 4 : De ligging van het projectgebied (rode rechthoek) ten opzichte van de natuurzones, landschapzones en de Natura 2000-gebieden.

Beschermde natuurgebieden zijn in de provincie Limburg aangewezen (figuur 4) en beschermd in de Omgevingsverordening Limburg (2014). Hierin wordt onderscheid gemaakt in 1) de Goudgroene natuurzone, 2) de Zilvergroene natuurzone en 3) de Bronsgroene landschapszone. De bescherming van deze drie landschapszones is respectievelijk opgenomen in Artikel 2.6, 2.13 en 2.7 van de Omgevingsverordening. In Limburg is het Natuurnetwerk Nederland vastgelegd in de Goudgroene natuurzone. Hierin zijn ook de Natura 2000-gebieden opgenomen. De Zilvergroene natuurzone is een samenstel van gebieden grenzend aan en verbindingen vormend tussen gebieden van de Goudgroene natuurzone, waaronder de Natura 2000-gebieden. De Zilvergroene natuurzone omvat ook landbouwgrond waarvoor in het kader van de herijking van de voormalige EHS de taakstelling gericht op ontwikkeling van nieuwe natuur is komen te vervallen. De (potentiële) betekenis voor de natuur en voor de samenhang van het netwerk van natuurgebieden bestaande uit de Goudgroene natuurzone is echter nog steeds relevant. De Bronsgroene landschapszone omvat landschappelijke waardevolle beekdalen (voor zover niet gelegen in goud- of zilvergroen), hellingen en bufferzones rond bestaande natuurgebieden met de daarin gelegen (extensieve) landbouwgebieden, monumenten, kleinere landschapselementen, waterlopen en dergelijke.

Wanneer er activiteiten in de Goudgroene natuurzone en de Bronsgroene landschapszone plaatsvinden die de natuur- en landschapswaarden aantasten, moet dit worden gecompenseerd. Er hoeven tijdens de realisatie van de fietsburg geen bomen gekapt te worden, waardoor deze regel niet van toepassing is binnen dit project. Daarnaast is de omvang van het project dusdanig klein dat er geen compensatie nodig is.

E82-JME-KA-2000042 / Proj.nr. MN000734 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15 juli 2020 Businesslijn Decentrale Overheden/Regio Zuidoost

12/23

Beschermde soorten Tijdens het veldbezoek zijn geen vissen waargenomen. Wel zijn zoetwatermossels waargenomen waarmee het water geschikt kan zijn voor een soort als bittervoorn. Deze is echter niet beschermd door de Wet natuurbescherming (Wnb). Wel geldt de zorgplicht voor deze soort. Een beschermde soort, zoals de beekdonderpad, wordt hier niet verwacht. Deze soort gebruikt kunstmatige structuren, zoals kribben en stortstenen, als biotoop. Deze structuren zijn niet aanwezig binnen het plangebied. Binnen het plangebied is biotoop aanwezig waar beschermde dier- en plantsoorten kunnen worden aangetroffen, waarvoor geen algemene vrijstelling geldt. Het gaat om soorten uit de volgende soortgroepen: vaatplanten, algemene broedvogels, vogels met jaarrond beschermd nest, grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, reptielen en amfibieën. Waarnemingen van beschermde soorten vaatplanten in (de omgeving van) het plangebied zijn niet bekend. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde plantsoorten aangetroffen op planlocatie. Tabel 1 geeft een overzicht weer van de soortgroepen met bijbehorende informatie. Soortgroep

Beschermde soorten? Misschien

Nader Ontheffing wet onderzoek? natuurbescherming nodig? Vaatplanten Ja Ja, indien tijdens vervolgonderzoek beschermde vaatplanten worden aangetroffen. Dit onderzoek houdt in dat een bezoek plaatsvindt in de periode 27 april en 30 september (Protocol trefkansonderzoek vaatplanten, Floron). Dit onderzoek zal voor de aanvang van de werkzaamheden plaatsvinden. Algemene Ja Nee Nee, mits maatregelen worden broedvogels getroffen. Vogels met Ja Nee Nee, er worden geen nesten jaarrond en/of essentieel leefgebied beschermd nest aangetast door de werkzaamheden. Grondgebonden Ja Nee Nee, voor de algemeen zoogdieren vrijgestelde soorten (door provincie Limburg). Wel dient rekening gehouden te worden met algemene zorgplicht (artikel 1.11) Vleermuizen Nee, het betreft Nee Nee, maar om tijdelijke (Figuur 5) geen essentieel verstoring van foeragerende en foerageergebied, overvliegende dieren te essentiële voorkomen dient uitsluitend vliegroutes tussen zonsopgang en zonsondergang gewerkt te E82-JME-KA-2000042 / Proj.nr. MN000734 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15 juli 2020 Businesslijn Decentrale Overheden/Regio Zuidoost

13/23

Soortgroep

Beschermde soorten?

Nader Ontheffing wet onderzoek? natuurbescherming nodig? worden of gebruik te worden gemaakt van gerichte verlichting.

Reptielen Amfibieën

Ja Ja, het plangebied vormt mogelijk leefgebied voor de poelkikker

Nee Ja

Nee Ja, indien in aanvullend onderzoek naar voren komt dat de poelkikker in het plangebied naar voren komt. In de periode tussen mei en september (meest optimaal mei-juni) dienen twee bezoeken plaats te vinden (minimaal 10 dagen tussen bezoeken) op zonnige dagen met weinig wind. Dit dient door een expert gedaan te worden (Netwerk Groene Bureaus, werkgroep 'Standaarden en protocollen', 2017; Kennisdocument Poelkikker, 2017). Dit betreffen avondbezoeken waarbij naar kooractiviteit wordt geluisterd. Dit onderzoek zal voor de aanvang van de werkzaamheden plaatsvinden.

Tabel 1: overzicht van de soortgroepen met bijbehorende informatie.

E82-JME-KA-2000042 / Proj.nr. MN000734 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15 juli 2020 Businesslijn Decentrale Overheden/Regio Zuidoost

14/23

Figuur 5: leefgebieden van laatvlieg en dwergvleermuis. 4.2 Niet-gesprongen explosieven

In februari 2020 heeft Cees van den Akker Advies in opdracht van Movares onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van eventuele conventionele explosieven (CE) in het plangebied. Het onderzoek is gestart met een inventarisatie van eerder uitgevoerde vooronderzoeken CE ter plaatse en/of omgeving. Vervolgens is een inventarisatie van bronnen uitgevoerd, waarin mogelijk informatie over oorlogshandelingen binnen het onderzoeksgebied en omgeving is te vinden. Relevante informatie is verzameld, beoordeeld en per bron opgetekend in het rapport. Vervolgens is op basis van feitelijke aanwijzingen het onderzoeksgebied (of delen daarvan) aangemerkt als verdacht/ niet verdacht van CE. Op basis van bronnenmateriaal (literatuur en archieven) kan gesteld worden dat er onvoldoende feitelijke aanwijzingen zijn aangetroffen welke verwijzen naar Conventionele Explosieven of delen daarvan binnen het onderzoeksgebied. Het onderzoekgebied bruggen over de Neerbeek in de N273 is onverdacht van CE.

E82-JME-KA-2000042 / Proj.nr. MN000734 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15 juli 2020 Businesslijn Decentrale Overheden/Regio Zuidoost

15/23

4.3 Archeologie

Onafhankelijk onderzoeks- en adviesbureau RAAP heeft in de periode april 2020 een bureauonderzoek uitgevoerd voor de locatie van een nieuwe brug over de Neerbeek, ter plaatse van de N273 te Neer (gemeente Leudal). De locatie is in onderstaande figuur met de zwarte stippellijn weergegeven.

Figuur 6: Geomorfologische kaart omgeving, inclusief grenzen plangebied

Uit het onderzoek is gebleken dat het plangebied grotendeels in het beekdal van de Neerbeek ligt, waar leek-/woudeerdgronden voorkomen. Hier is er een onbekende (of middelhoge) archeologische verwachting voor natte landschappen. Dergelijke resten kunnen bestaan uit afvaldumps, rituele deposities, resten van molens, etc. De huidige beekovergang is op het kadastrale Minuutplan al aanwezig en gaat terug tot de aanleg van de Napoleonsweg, omstreeks 1811. Hierdoor is er een hoge archeologische verwachting voor het aantreffen van resten van deze beekovergang.

E82-JME-KA-2000042 / Proj.nr. MN000734 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15 juli 2020 Businesslijn Decentrale Overheden/Regio Zuidoost

16/23

De zuidoostelijke randzone van het plangebied bevindt zich waarschijnlijk ter plaatse van een dalvlakteterras waar daalbrikgronden voorkomen. Hier is een hoge verwachting voor droge landschappen. Vanwege de ligging nabij het beekdal, in een gradiëntzone (overgang van nat naar droog), is het een gunstige ligging voor nederzettingslocaties van zowel vindplaatsen van jagers en verzamelaars (laatPaleolithicum t/m Mesolithicum) als van landbouwers (Neolithicum t/m Nieuwe tijd). Ter plaatse van het plangebied kunnen archeologische resten in principe vanaf het maaiveld voorkomen. Deze zullen leesbaar zijn onder de bouwvoor. Aangezien de ingrepen (voornamelijk) plaats zullen vinden ter plaatse van een bestaande weg, waar in het verleden de zwarte grond reeds is verwijderd ten behoeve de fundering van de bestaande weg, zal er vermoedelijk geen bouwvoor meer aanwezig zijn. Archeologische resten worden hier direct onder aanwezige stollagen verwacht. Specifiek voor het beekdal geldt dat archeologische resten op meerdere niveaus aangetroffen worden, ingebed in beekafzettingen. Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat in het plangebied (mogelijk) archeologische resten bedreigd worden door de voorgenomen bodemingrepen. Aangezien planaanpassing niet mogelijk is, dient er een archeologisch vervolgonderzoek plaats te vinden.

Aangezien het om wegwerkzaamheden gaat is de meest praktische manier van vervolgonderzoek een intensieve archeologische begeleiding. Wanneer tijdens de archeologische begeleiding een vindplaats wordt aangetroffen zal deze worden opgegraven (behoud ex situ) binnen het te verstoren vlak, indien deze niet in situ behouden kan blijven. In het plangebied zijn kansen aanwezig om het wegprofiel (weggreppels en dijklichaam) en mogelijk nog aanwezige restanten van de houten brug te onderzoeken. Daarom wordt geadviseerd - indien de werkzaamheden zich daartoe lenen - om een profielsleuf haaks op de weg aan te leggen om het wegprofiel te documenteren. Alvorens met de werkzaamheden van de te realiseren fietsbrug wordt aangevangen wordt het hiervoor genoemde nader onderzoek in het plangebied uitgevoerd.

4.4 Geluid

Voor de bouw van de fietsbrug is het aspect niet van toepassing. Er is geen sprake van een reconstructie van een weg in het kader van de Wet geluidshinder. Daarnaast vindt er geen vestiging plaats van geluidsgevoelige objecten. Het realiseren van de fietsbrug heeft wel enige invloed op verkeersafwikkeling van gemotoriseerd verkeerd in de omgeving. Door het realiseren van een tijdelijke bypass aan de westzijde van de huidige weg, zullen er enkele maatregelen, zoals plaatselijke snelheidsvermindering, getroffen moeten worden. In de uiteindelijke situatie zal de verkeersafwikkeling van gemotoriseerd verkeer in de omgeving weer worden zoals het in de beginsituatie is.

4.5 Luchtkwaliteit

De te realiseren fietsbrug wordt enkel gebruikt door fietsers en heeft geen effect op de luchtkwaliteit.

E82-JME-KA-2000042 / Proj.nr. MN000734 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15 juli 2020 Businesslijn Decentrale Overheden/Regio Zuidoost

17/23

4.6 Externe veiligheid

Voor de bouw van de fietsbrug is het aspect externe veiligheid niet van toepassing. Er is geen sprake van de vestiging van een beperkt of kwetsbaar object binnen de invloed gebied van een in de omgeving gelegen risicobron (bedrijf dat gevaarlijke stoffen gebruikt, opslaat of produceert of transportas van gevaarlijke stoffen)

4.7 Water

De Neerbeek is een beek in Limburg die in het plaatsje Neer uitmondt in de Maas. De fietsbrug ligt deels over de Neerbeek. De Neerbeek is in de legger van het waterschap aangewezen als beek. Er komen voor de nieuwe fietsbrug twee landhoofden in het water. Dit zal echter geen invloed hebben op de doorstroming van de beek en het natte doorstroomprofiel blijft gelijk. Tijdens het veldbezoek zijn geen vissen waargenomen. Wel zijn zoetwatermossels waargenomen waarmee het water geschikt kan zijn voor een soort als bittervoorn. Deze is echter niet beschermd door de Wnb. Wel geldt de zorgplicht voor deze soort. Een beschermde soort, zoals de beekdonderpad, wordt hier niet verwacht. Deze soort gebruikt kunstmatige structuren, zoals kribben en stortstenen, als biotoop. Deze structuren zijn niet aanwezig binnen het plangebied.

Waterkwaliteit Het aanwezige grond- en oppervlaktewater in het plangebied biedt leef-, verblijf-, en voortplantingsmogelijkheden voor de (aquatische) flora en fauna. De deels chemische toestand van het aanwezige water vormt hier geen belemmering voor. Het belangrijkste beleidsdossier voor oppervlaktewater is de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). De KRW beschermt de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater. Het realiseren van de bypass en de nieuwe fietsbrug op deze locatie mag de bestaande waterkwaliteit niet aantasten. Waterkwantiteit Met het realiseren van de fietsbrug wordt, ten opzichte van de huidige situatie, het verhard oppervlakte vergroot. Voor de leggerwatergangen geldt dat de verlegging of aanpassing geen negatieve gevolgen mag hebben voor de afvoercapaciteit en de ontwateringsfunctie van het betreffende oppervlaktewater. Daarnaast moet het onderhoud goed kunnen blijven plaats vinden. Binnen het beheersgebied van het waterschap Limburg wordt geen primair of secundair oppervlaktewater gedempt of gegraven (c.q. verlegd). Wel worden overige watergangen verlegd en deels extra gegraven. Het waterschap heeft geen beleid en regels voor de niet-legger watergangen. Het aanleggen van de fietsbrug heeft geen invloed op de doorstroom van de beek Neerbeek. Waterveiligheid In het plangebied bevinden zich geen primaire waterkeringen.

Het realiseren van de fietsbrug heeft dan ook geen effect op de waterveiligheid.

E82-JME-KA-2000042 / Proj.nr. MN000734 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15 juli 2020 Businesslijn Decentrale Overheden/Regio Zuidoost

18/23

5

Wijze van bestemmen

5.1 Inleiding

Onderhavig bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels die vergezeld gaan van een toelichting. De verbeelding en de regels zijn juridisch bindend. De toelichting maakt geen onderdeel uit van het juridisch plangedeelte. Wel fungeert de toelichting als interpretatiekader voor de uitleg van de regels, indien hierover interpretatieverschillen blijken te bestaan.

5.2 Algemene toelichting op de verbeelding

Op de verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien, en voor zover, deze in de regels daaraan wordt gegeven. Daarnaast is ten behoeve van de leesbaarheid enige informatie, bijvoorbeeld topografische gegevens, op de verbeelding opgenomen. Deze ondergrond heeft geen juridische status. Deze informatie is weergegeven bij de verbeelding.

5.3 Algemene toelichting op de regels

De regels zijn ondergebracht in een drietal hoofdstukken: − Hoofdstuk 1 (inleidende regels), met daarin een aantal regels die van belang zijn voor de toepassing en interpretatie van de regels in de overige hoofdstukken en de wijze van meten − Hoofdstuk 2 (bestemmingsregels), met daarin per bestemming onder meer een bestemmingsomschrijving, bouwregels en afwijkingsregels − Hoofdstuk 3: overige regels zoals de regels voor de gebiedsaanduidingen milieuzone boringsvrije zone, milieuzone extensiveringsgebied intensieve veehouderij en overige zone beekdal − Hoofdstuk 4 (overgangs-en slotregels), met daarin het overgangsrecht en de slot regels.

5.4 Toelichting regels bestemmingsplan

In het bestemmingsplan komen 3 bestemming voor, namelijk: 1. Verkeer 2. Waarde – Archeologie 5 3. Waterstaat – Waterlopen

Verkeer De bestemming ‘Verkeer’ is toegekend aan de nieuwe fietsbrug met de daar bijbehorende gronden, zoals parkeer-, groen- en speelvoorzieningen en waterhuishoudkundige doeleinden, waterberging en waterlopen. Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan voor de wegaanduiding, geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, geldt een maximale bouwhoogte van 5 meter. De bouwhoogte van lichtmasten, bewegwijzering en verkeersregulering mag niet meer bedragen dan 12 meter.

E82-JME-KA-2000042 / Proj.nr. MN000734 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15 juli 2020 Businesslijn Decentrale Overheden/Regio Zuidoost

19/23

Waarde – Archeologie 5 (dubbelbestemming) De voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Indien het oprichten van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning ten behoeve van het bouwen wordt gevraagd, kan leiden tot aantasting van archeologische waarden, wordt de omgevingsvergunning pas verleend nadat de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. Dit is niet van toepassing wanneer de grootte van de bodemingreep groter is dan 1.000 m² en de verstoring zich beperkt tot 40 cm onder het oppervlak. Waterstaat – Waterlopen (dubbelbestemming) De voor 'Waterstaat - Waterlopen' aangewezen gronden zijn, behalve voor de aan de andere aan de grond gegeven bestemmingen, mede bestemd voor het beheer en onderhoud van de binnen het plangebied gelegen waterloop, alsmede voor de ontwikkeling en bescherming van de ecologische waarden van de waterloop. Ter bescherming van de waterbelangen binnen het plangebied is de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterlopen’ opgenomen.

Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd anders dan ten behoeve van beheer en onderhoud van de betreffende watergang, met dien verstande dat de maximale bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3,5 meter.

E82-JME-KA-2000042 / Proj.nr. MN000734 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15 juli 2020 Businesslijn Decentrale Overheden/Regio Zuidoost

20/23

6 6.1 Economische uitvoerbaarheid

Uitvoerbaarheid

De reden van dit project is dat de huidige brug aan het einde van zijn levensduur is en daarom kan gesproken worden van een vervangingsinvestering. Dit wordt gefinancierd door de provincie Limburg. De economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan wordt hiermee geacht aangetoond te zijn. Conclusie: De economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan wordt hiermee geacht aangetoond te zijn.

E82-JME-KA-2000042 / Proj.nr. MN000734 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15 juli 2020 Businesslijn Decentrale Overheden/Regio Zuidoost

21/23

7 7.1 Procedure gemeente Leudal

Procedure

Op de bestemmingsplanprocedure ia afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Het ontwerpbestemmingsplan zal voor een periode van zes weken ter inzage liggen. In deze periode kan een ieder zienswijzen indienen. De gemeenteraad kan het bestemmingsplan aanpassen na ontvangst van de zienswijzen. De zienswijzen worden allemaal verantwoord en al dan niet verwerkt in het plan. Wanneer alle beroepszaken zijn afgerond en er een gerechtelijke uitspraak is gedaan, is het bestemmingsplan onherroepelijk. De procedure is vastgelegd in zowel de Wro (Wet Ruimtekijke ordening) als de Algemene wet bestuursrecht.

E82-JME-KA-2000042 / Proj.nr. MN000734 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15 juli 2020 Businesslijn Decentrale Overheden/Regio Zuidoost

22/23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leudal&id=c6a7099c-71da-47fa-a9fb-d7d2b88bc5f2