Toelichting
Tekst van het document
Zoals blijkt uit het akoestisch onderzoek en bovenstaande onderbouwing zijn er dan ook gerede gronden voor de gemeente Leudal om in dit geval af te wijken van de geluidnormen voor de overschrijdingen op deze referentiepunten op 50 meter van de inrichting. De gemeente Leudal heeft dan ook besloten om in onderhavig geval af te wijken van de in de beleidsnota opgenomen geluidnormen. Op alle overige punten op gevoelige objecten in de directe omgeving van de inrichting wordt voldaan aan de geluidnormen. Het planvoornemen voldoet daarmee aan de geluidnormen zoals vastgesteld door de gemeente Leudal. Tevens wordt ruimschoots voldaan aan de richtafstanden voor het aspect ‘geluid’ zoals opgenomen in de VNG-brochure “Bedrijven en milieuzonering”. Het aspect ‘geluid’ is dan ook geen belemmering voor het planvoornemen.
Herziening bestemmingsplan Veldstraat 4, Grathem
37
14 januari 2021
3.4.
Bodemkwaliteit
Het planvoornemen heeft geen wijziging van de bestemming tot gevolg. De enkelbestemming ‘Agrarisch’ blijft gehandhaafd. Op de locatie wordt de functieaanduiding ‘Hondenpension’ toegevoegd. Deze functieaanduiding maakt de exploitatie van een hondenpension mogelijk. In de voormalige varkensstal zullen de pensionhonden worden gehouden. Verschillende activiteiten als het wassen, kammen, verzorgen, voeren en controleren van de honden zal in het gebouw plaatsvinden. De activiteiten zijn echter vergelijkbaar met de activiteiten die jaren lang plaats hebben gevonden als onderdeel van de varkenshouderij. Een wijziging van het gebruik van het gebouw in vergelijking met de huidige situatie vind dan ook niet plaats. Een bodemonderzoek is dan ook niet noodzakelijk. Het aspect ‘bodem’ is geen belemmering voor het planvoornemen.
3.5.
Luchtkwaliteit
Wet Luchtkwaliteit Sinds 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden en staan de hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen beschreven in de Wet milieubeheer (Wm, hoofdstuk 5). Artikel 5.16 Wm (lid 1) geeft weer onder welke voorwaarden bestuursorganen bepaalde bevoegdheden (uit lid 2) mogen uitoefenen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: • Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde. • Een project leidt - al dan niet per saldo - niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. • Een project draagt ‘niet in betekende mate’ (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging. • Een project past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of binnen een regionaal programma van maatregelen. Het planvoornemen voorziet niet in de toevoeging van een nieuw gevoelig object in het kader van de Wet luchtkwaliteit. Een toetsing van het hondenpension in het kader van de Wet luchtkwaliteit is niet noodzakelijk. Ook hebben de bedrijfsactiviteiten (het houden, uitlaten en verzorgen van de honden) geen uitstoot van fijnstof tot gevolg. Voor honden zijn daarbij geen fijnstofemissiefactoren vastgeteld.
Het besluit NIBM Wel kunnen bepaalde ontwikkelingen (forse) stijgingen van het aantal verkeersbewegingen tot gevolg hebben. Deze verkeersbewegingen kunnen op zichzelf weer een (niet acceptabele) toename van fijnstof tot gevolg hebben. In artikel 4 van het ‘Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’ en de bijlagen van de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’ is voor bepaalde categorieën projecten met getalsmatige grenzen vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. De regeling 'Niet in betekenende mate' is in het leven geroepen om kleinschalige ruimtelijke ontwikkelingen niet onnodig te frustreren of vertragen. Een project is NIBM wanneer het aannemelijk is, dat het een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m³ voor zowel PM10 als NO2. Met behulp van de NIBM-tool van 28 maart 2019 is berekend of het planvoornemen NIBM is. In deze berekeningen is uitgegaan van een ‘worst-case-scenario’.
Dit worst-case-scenario betreft in dit geval een volledige bezetting van het hondenpension van in totaal 40 honden, inclusief de eigen honden, op één dag. Hierbij is uitgegaan van de aannames dat elke hond afzonderlijk wordt gebracht met een auto en vervolgens op het eind van de dag weer afzonderlijk op wordt gehaald met een auto. In totaal betekent dit 40 auto’s, dus 80 bewegingen, voor het brengen van de honden en 40 auto’s, dus 80 bewegingen, voor het halen van de honden. Daarbij is in dit worst-case-scenario uitgegaan van het feit dat gedurende de dag ook nog twee vrachtauto’s voer en andere bedrijfsgoederen komen brengen. Dit zijn in totaal ook nog twee bewegingen. In totaal is in deze worst-case-berekeningen gerekend met 164 voertuigbewegingen waarvan ca. 3% van deze voertuigbewegingen vrachtverkeer betreft.
Herziening bestemmingsplan Veldstraat 4, Grathem
37
14 januari 2021
In tabel 4 valt te lezen dat dit worst-case-scenario geen overschrijding van de grens voor “Niet In Betekenende Mate” van 1,2 µg/m3 tot gevolg heeft. Het planvoornemen draagt NIBM bij aan de luchtkwaliteit. Het aspect ‘luchtkwaliteit’ is geen belemmering voor het planvoornemen. tabel 4: NIBM-berekening (www.infomil.nl)
Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit Jaar van planrealisatie
2019
Extra verkeer als gevolg van het plan Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde) Aandeel vrachtverkeer
1,0%
NO2 in μg/m3
0,16
PM10 in μg/m3
0,03
Maximale bijdrage extra verkeer Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m3
161
1,2
Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate; geen nader onderzoek nodig
3.6.
Geur
Het hondenpension is geen activiteit die onder de directe werking van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) van 5 oktober 2006 valt. Voor honden zijn geen geuremissiefactoren vastgesteld. Een toetsing aan de Wgv is dan ook niet noodzakelijk. In de VNG-brochure “Bedrijven en milieuzonering” is voor de categorie “Overige dienstverlening: Dierenasiels en –pensions” voor het aspect ‘geur’ een richtafstand van 30 meter tot gevoelige objecten opgenomen. Zoals ook te zien is in figuur 6 van deze toelichting ligt binnen een afstand van 30 meter van de functieaanduiding ‘Hondenpension’ geen gevoelig object. Het dichtstbij gelegen gevoelig object betreft de bedrijfswoning op de Veldstraat 6b die op een afstand van ca. 104 meter van de functieaanduiding ‘Hondenpension’ ligt. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de voor de categorie bedrijven opgenomen richtafstanden voor het aspect ‘geur’. Het aspect ‘geur’ is geen belemmering voor het planvoornemen.
3.7.
Externe veiligheid
Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de richtlijnen voor vervoer gevaarlijke stoffen A vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de risico’s in het projectgebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. De risico’s dienen te worden beoordeeld op twee maatstaven, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. 3.7.1.1.
Plaatsgebonden risico en groepsrisico
Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom A Circulaire Risico Normering Vervoer Gevaarlijke Stoffen, Staatscourant d.d. 4 augustus 2004. Deze Circulaire is gebaseerd op de Risico
Normering Vervoer gevaarlijke stoffen en het Bevi en sluit zoveel als mogelijk aan op het Bevi.
Herziening bestemmingsplan Veldstraat 4, Grathem
37
14 januari 2021
de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn etc.), waarbij de 10 -6 contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde is. Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin de kans op overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (géén norm). Voor elke verandering van het groepsrisico (af- of toename) in het invloedsgebied moet verantwoording worden afgelegd, over de wijze waarop de toelaatbaarheid van deze verandering in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van het groepsrisico moeten andere kwalitatieve aspecten worden meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. 3.7.1.2.
Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (BEVI)
Figuur 7: Uitsnede risicokaart (www.risicokaart.nl)
Er moet getoetst worden aan het Bevi en de richtlijnen voor vervoer van gevaarlijke stoffen wanneer bij een ontwikkeling (beperkt) kwetsbare objecten worden toegestaan. (Beperkt) kwetsbare objecten zijn o.a. woningen, scholen, ziekenhuizen, hotels, restaurantsB. In het kader van het plan moet bekeken worden of er in of in de nabijheid van het plan sprake is van risicovolle activiteiten (zoals Bevi-bedrijven, BRZO-bedrijven en transportroutes), of dat risicovolle activiteiten worden toegestaan. In figuur 8 is een uitsnede van de risicokaart opgenomen. Op een afstand van ca. 70 meter ten noordwesten (Veldstraat 6b) en ca. 300 meter ten oosten van het plangebied liggen de risicocontouren 10-6 van twee propaantanks. Het planvoornemen voorziet echter niet in de toevoeging van gevoelige objecten of van gevoelige activiteiten binnen deze risicocontouren. Het planvoornemen heeft daarmee geen toename van het plaatsgebonden risico tot gevolg. Het planvoornemen voorziet daarnaast niet in de toevoeging van een nieuwe risicovol object of de toevoeging van een risicovolle inrichting. Als gevolg van het planvoornemen is geen toename van het groepsrisico te verwachten. De zelfredzaamheid ter plaatse is goed en ook de bereikbaarheid van de locatie voor de
B Zoals bedoeld in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen.
Herziening bestemmingsplan Veldstraat 4, Grathem
37
14 januari 2021
hulpdiensten bij een eventuele calamiteit is goed. De planontwikkeling is daarmee verantwoord in het kader van de externe veiligheid. Het aspect ‘externe veiligheid’ is geen belemmering voor het planvoornemen.
3.8.
Wet natuurbescherming - PAS
De bescherming van de Nederlandse natuurgebieden is geregeld in de Wet Natuurbescherming (Wnb), welke op 1 januari 2017 in werking is getreden. In deze wet zijn de bevoegdheden van het Rijk overgedragen aan de provincies. In deze wet is zowel de gebiedsbescherming (Natuurbeschermingswet 1998), de soortenbescherming (Flora- en Faunawet) als de bescherming van bosopstanden (Boswet) gecombineerd in een wet. 3.8.1.
Gebiedsbescherming
Er geldt een vergunningplicht op grond van artikel 2.7, tweede lid Wnb voor activiteiten die, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen, de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in een Natura 2000-gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op soorten waarvoor een gebied is aangewezen (artikel 2.7, tweede lid Wnb). De effecten van stikstof zijn een belangrijk aspect. Vanaf 2008 is de vergunningverlening moeizaam verlopen. Weliswaar daalt de stikstofdepositie op landelijk niveau nog steeds, maar voor individuele gevallen kan vaak niet worden aangetoond dat deze geen significante negatieve gevolgen hebben voor de natuur. In 2015 is de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) inwerking getreden om de vergunningverlening in het kader van de Wet Natuurbescherming weer op gang te brengen. Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2019:1603) geconcludeerd dat het PAS niet als toestemming voor activiteiten mag worden gebruikt. Op basis van het PAS wordt ‘vooruitlopend’ op toekomstige positieve gevolgen van maatregelen voor beschermde natuurgebieden, alvast toestemming gegeven voor activiteiten die mogelijk schadelijk zijn voor gebieden. De toebedeling van toekomstige ‘ontwikkelingsruimte’ aan nieuwe projecten is vanaf dat moment niet meer toegestaan.
Voor alle projecten moet worden berekend of deze projecten een mogelijk significant negatief effecten hebben (met betrekking tot stikstof) op omliggende Natura2000-gebieden. Op de locatie werden voorheen weliswaar varkens gehouden. De bijbehorende vergunning voor het houden van varkens is echter in het verleden ingetrokken. Om deze reden is er in de referentiesituatie geen sprake van emissie vanuit de locatie op omliggende Natura2000-gebieden. Om te voorkomen dat als gevolg van het planvoornemen significant negatieve effecten zullen optreden voor omliggende Natura2000-gebieden wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot ‘extern salderen’ en is op 7 januari 2021 een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming ingediend bij de provincie Limburg. De saldo-gevende locatie is de locatie Grathemerweg 3 te Kelpen-Oler met 121,8 kilogram NH 3. Na gebruikmaking van extern salderen neemt de emissie af ten opzichte van de referentiesituatie in het kader van de Wnb. De depositie op omliggende Natura2000-gebieden is berekend met toepassing van de AERIUScalculator. Deze berekeningen zijn onderdeel van de Wnb-vergunningaanvraag die als bijlage 3 bij deze ruimtelijke onderbouwing is bijgevoegd. Uit de verschilberekeningen blijkt dat op de Natura2000-gebieden een afname van de stikstofdepositie zal plaatsvinden.
Daarnaast zullen tijdens de ‘aanlegfase’ (de realisatie van de verschillende onderdelen van het planvoornemen) geen hogere emissies optreden dan vergund zal worden voor de ‘gebruiksfase’ in de Wnbvergunning waarvoor een aanvraag is ingediend. Derhalve wordt hier volstaan met de effecten op de Natura2000-gebieden tijdens de gebruiksfase.
Herziening bestemmingsplan Veldstraat 4, Grathem
37
14 januari 2021
3.8.2.
Emissiegegevens beoogde situatie
In onderstaande tabellen staan de ammoniakemissies per diercategorie, alsmede de totale ammoniakemissie opgenomen. Dit conform de gegevens uit de Rav, laatste wijziging d.d. 16 november 2020, in werking getreden d.d. 21 november 2020. Tabel 5: Emissiegegevens beoogde situatie
De emissie van de paarden is meegenomen in de berekeningen, ondanks dat deze hobbymatig worden gehouden. 3.8.3.
Extern salderen
Het aangevraagde project leidt tot een toename van stikstofdepositie ten opzichte van de bestaande situatie. Op de locatie Grathemerweg 3 te Kelpen-Oler wordt hiervoor een toestemming voor ammoniakemissie deels ingetrokken, het zogenaamde ‘extern salderen’. In de Wnb-vergunningaanvraag, die als bijlage is bijgevoegd aan dit bestemmingsplan, is hiervan een uitgebreide beschrijving opgenomen. Bij een externe saldering mag slechts 70% van de ammoniakemissie van de feitelijk gerealiseerde capaciteit van de saldo-gevende activiteit worden betrokken. In de Wnb-vergunningaanvraag is hiermee rekening gehouden. In de uitgevoerde AERIUS-berekeningen zijn onder andere het houden van honden, personenautobewegingen, vrachtautobewegingen, tractoren, paarden en stookinstallaties meegenomen. Alle voor op de locatie relevante stikstofbronnen zijn in deze berekeningen meegenomen. 3.8.4.
Overige effecten
Naast effecten als gevolg van stikstofdepositie is in deze Wnb-vergunningaanvraag ook beoordeeld of sprake kan zijn van mogelijke andere effecten op Natura2000-gebieden als gevolg van het planvoornemen. Te denken valt hierbij aan verdroging, vernatting, oppervlakteverlies, versnippering, verstoring door geluid, verstoring door licht en bijvoorbeeld verzuring als gevolg van N-emissie. Van andere mogelijke negatieve effecten op omliggende Natura2000-gebieden is geen sprake. 3.8.5.
Conclusie
In onderstaande tabel is een vergelijking van de ammoniakemissie in de beoogde situatie en de referentiesituatie opgenomen. Tabel: Vergelijking ammoniakemissies beoogde situatie en referentiesituatie(s) Wnb Vergunning Beoogde situatie intrekkingsverzoek
Ammoniak (NH3/kg./jr.)
stikstofoxiden (NOx/kg./jr.)
Referentiesituatie Nbw1
54,96 85,26
33,42 -
HR/VR
1 HR = Habitatrichtlijngebied, VR = Vogelrichtlijngebied
Uit de depositieberekeningen is gebleken dat het planvoornemen een toename in stikstofdepositie tot gevolg heeft. Ten aanzien van vermesting en verzuring is een significant negatief effect niet uit te sluiten. Om significante negatieve effecten op de omliggende Natura 2000-gebieden te voorkomen, is elders ammoniak
Herziening bestemmingsplan Veldstraat 4, Grathem
37
14 januari 2021
gesaldeerd. Dit betreft de Grathemerweg 3 te Kelpen-Oler met een inzet ten behoeve van extern salderen van 85,26 kilogram ammoniak. Uit de depositieberekeningen inclusief bovengenoemde saldering, blijkt dat de stikstofdepositie op alle omliggende Natura 2000-gebieden afneemt danwel gelijk blijft ten opzichte van de referentiesituatie. De stikstofdepositie in de beoogde (aangevraagde) situatie op alle omliggende Natura 2000-gebieden neemt af of blijft gelijk ten opzichte van de referentiesituatie. Er zijn daarom geen significant verstorende effecten te verwachten. Op de overige (a)biotische factoren heeft dit initiatief door de grote afstand van de Natura 2000gebieden geen significant verstorend effect. Vergunningverlening in het kader van de Wet natuurbescherming is derhalve mogelijk en voor het planvoornemen is dan ook een Wnb-vergunningaanvraag ingediend bij de provincie Limburg. 3.8.6.
Soortenbescherming
In de Wet natuurbescherming is tevens de bescherming van dier- en plantensoorten opgenomen. Deze bescherming wordt op verschillende manieren uitgevoerd. Zo is er een verbod om beschermde planten te plukken en beschermde dieren te doden en te vangen. Ook andere handelingen die dier- en plantsensoorten kunnen bedreigen zijn verboden of slechts onder voorwaarden toegestaan. De Wet natuurbescherming schrijft voor dat iedereen de algemene zorgplicht voor de in het wild levende planten en dieren in acht moet nemen. Dit houdt in dat handelingen die niet noodzakelijk verband houden met het beoogde doel, maar nadelig zijn voor de flora en fauna, achterwegen moeten blijven. Op grond van artikel 1.11 van de wet (die de algemene zorgplicht regelt) moet schade aan soorten zoveel mogelijk worden voorkomen of worden beperkt. Van bedreigde planten- en diersoorten worden lijsten gepubliceerd. De voorgenomen activiteiten betreffen het regelen van de planologische toestemming voor de exploitatie van een hondenpension.
Deze planologische toestemming heeft feitelijk de volgende fysieke ingrepen tot gevolg voor de directe omgeving: • In gebruik nemen van een hondenweide/uitlaatweide op gronden die nu al in gebruik zijn als agrarische gronden/tuin; • Interne verbouwing van een voormalige varkensstal waarin nu opslag van bedrijfsgoederen plaatsvindt; • Aanleg van parkeerplaatsen (als semi-verharding) aan de voorzijden; • Aanleg van een grondwal en de aanplant van groen op gronden die nu al in gebruik als agrarische gronden/tuin. De gronden waarop de activiteiten plaatsvinden wordt in de huidige situatie al intensief gebruikt. Dit maakt de gronden in de basis ongeschikt voor (waardevolle) flora en fauna om zich te vestigen. Ook de bestaande stal die wordt omgebouwd tot hondenpension wordt in de huidige situatie intensief gebruikt waardoor dit geen geschikte nestel- of schuilplaats is voor dieren. Ook ontbreken in de stal loze ruimtes als zolders of spouwmuren die dieren kunnen gebruiken als geschikte nestel- of schuilplaats. Het planvoornemen voorziet niet in de sloop van gebouwen of bouwwerken. Het uitvoeren van een quickscan flora en fauna wordt door het ontbreken van geschikte nestel-, vestigings-, fourageer- of schuilplaatsen flora en fauna dan ook niet noodzakelijk geacht.
Het planvoornemen heeft geen negatieve invloed op de gunstige instandhouding van (waardevolle) flora en fauna in de directe omgeving. De kap van houtopstanden als onderdeel van het planvoornemen is niet aan de orde. 3.8.7.
Conclusie
De Wet natuurbescherming is geen belemmering voor het planvoornemen.
Herziening bestemmingsplan Veldstraat 4, Grathem
37
14 januari 2021
3.9.
Water
Relevante beleidsstukken op het gebied van water zijn het Waterbeheerplan van het Waterschap Limburg, het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL2014), de Vierde Nota Waterhuishouding, WB21, Nationaal Bestuursakkoord Water en de Europese Kaderrichtlijn Water. Belangrijkste gezamenlijke punt uit deze beleidsstukken is dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening. Water legt een ruimteclaim op het (stads)landschap waaraan voldaan moet worden. De bekende strategieën zijn leidend: • vasthouden-bergen-afvoeren (waterkwantiteit); • voorkomen-scheiden-zuiveren (waterkwaliteit). Daarnaast is de Beleidsbrief regenwater en riolering nog relevant. Hierin staat hoe het best omgegaan kan worden met het hemelwater en het afkoppelen daarvan. Ook hier gelden de drietrapsstrategieën. 3.9.1.
Kenmerken watersysteem
3.9.1.1.
Afvalwater
Het afvalwater bestaat uit waswater dat gebruikt wordt bij het verzorgen en wassen van de honden en bij het schoonmaken van de kennels. Dit water wordt centraal opgevangen in de bestaande oude mestkelder onder de hondenkennel. Twee keer per jaar wordt deze oude mestkelder geleegd om vervolgens gecontroleerd te worden geloosd op een punt van de bestaande riolering. Op de locatie is geen aansluiting op het gemeentelijk riool aanwezig. Vanwege de aanwezigheid van o.a. hondenharen in het afvalwater is niet zomaar mogelijk om dit water uit te rijden of te lozen op een van de bestaande oppervlaktewateren in de omgeving. 3.9.1.2.
Hemelwater
Het planvoornemen voorziet in het mogelijk maken van dit hondenpension is planologisch-juridische zin. Ten behoeve van het hondenpension wordt de bestaande bebouwing op het bedrijf gebruikt. Er is dan ook geen sprake van toename van de verharding. De parkeerplaatsen die mogelijk in de toekomst worden aangelegd aan de voorzijde van het bedrijf, zullen bestaan uit waterdoorlatende semi-verharding. De aanleg van een infiltratievoorziening op de locatie is niet noodzakelijk. Het water afkomstig van de bebouwing en verharding krijgt ook in de huidige situatie op de locatie zelf de mogelijkheid om te infiltreren in de bodem. Een negatieve beïnvloeding van de waterkwantiteit en –kwaliteit, het grondwaterpeil of de waterhuishouding is, gezien het bovenstaande, als gevolg van het planvoornemen niet te verwachten. Concluderend kan daarom worden gesteld worden dat bij de realisatie van het planvoornemen geen knelpunten ontstaan tussen grondgebruik, bestemmingen of waterhuishoudkundige functies in relatie tot waterbeheer.
Herziening bestemmingsplan Veldstraat 4, Grathem
37
14 januari 2021
3.10.
Woon- en leefklimaat
Naast alle hierboven benoemde relevante milieuaspecten is ook de beoordeling van het woon- en leefklimaat en de invloed die het planvoornemen heeft op het woon- en leefklimaat in de omgeving van belang. Het woonen leefklimaat en de ervaring van het woon- en leefklimaat is subjectief en niet te vangen in het voldoen aan normen die zijn opgenomen in wet- en regelgeving. Wel vormen deze normen, vooral in relatie tot het aspect ‘geluid’, een kader om het woon- en leefklimaat te kunnen beoordelen. Het woon- en leefklimaat wordt niet alleen beoordeeld aan de hand van de ervaring van ‘overlastveroorzakende activiteiten’, maar ook aan de hand van de huidige situatie, gebiedskenmerken, en natuurlijke barrières die deze mogelijke overlast weer beperken. Omgeving De omgeving rondom het plangebied (hiervoor is in dit geval een straal van ca. 300 meter genomen), kenmerkt zich als een hoofdzakelijk agrarische omgeving. Het plangebied ligt midden in het buitengebied tussen de kernen Grathem, Kelpen-Oler en Baexem. Dit deel van het buitengebied van de gemeente Leudal heeft zich vanaf de jaren ’70 ontwikkeld tot een van de gebieden waar de agrarische sector zich steeds verder heeft ontwikkeld. Het gebied kenmerkt zich dan ook door de aanwezigheid van een aantal grootschalige agrarische bedrijven. De structuur van het gebied heeft zich gezet naar deze ontwikkelingen.
De infrastructuur beperkt zich tot hoofdzakelijk erftoegangswegen die al jaren gebruikt worden door zwaar verkeer(vrachtverkeer en landbouwverkeer). Ook in dit deel van het buitengebied is echter de schaalvergroting in de agrarische sector zichtbaar. Deze verdere groei van de toch al grote bedrijven gaat gepaard met het stoppen van veelal kleine agrarische bedrijven (voornamelijk intensieve veehouderijen). Een deel van deze bedrijven is volledig gestopt, een ander deel is omgeschakeld naar andere (al dan niet buitengebied-gebonden bedrijfsactiviteiten) en een laatste categorie is omgeschakeld naar (kleinschalige) akker- of tuinbouwactiviteiten. Alle hierboven beschreven ontwikkelingen zijn in de directe omgeving van het plangebied zichtbaar. Direct ten noorden van het planvoornemen is een bronsgieterij gevestigd (Veldstraat 6). Sinds kort beschikt deze locatie over een omgevingsvergunning voor de oprichting en exploitatie van een theehuisje. De locaties Veldstraat 2 en 8 en de Kuiperweg 1 zijn (nog) bestemd als ‘Agrarisch’. Enkele andere locaties in de directe omgeving hebben de enkelbestemming ‘Wonen’ en ‘Recreatie’. Om een goed beeld te krijgen van de in de directe omgeving uitgevoerde activiteiten is ook gekeken naar welke ‘bedrijven’ in de directe omgeving van het plangebied staan ingeschreven.
De planologische status zou immers leidend moeten zijn voor de activiteiten die worden ontplooid. In de praktijk blijkt dat, zeker op (voormalige) agrarische locaties, in veel gevallen vaak andere bedrijfsactiviteiten worden uitgevoerd. Al deze bedrijfsactiviteiten hebben hun eigen invloed op de omgeving en de ervaring van het woon- en leefklimaat. In onderstaande tabel zijn de ingeschreven bedrijven op de verschillende locaties weergegeven. Inschrijvingen KVK Locatie Veldstraat 2, Grathem
Ingeschreven bedrijven 2
Bedrijfsactiviteiten
Veldstraat 6, Grathem
4
Veldstraat 8, Grathem
1
• •
Kuiperweg 1, Grathem
2
•
Kuiperweg 6, Grathem
2
Kuiperweg 8, Grathem
Geen
• • •
• • • • •
Imkerij Teelt van granen, peulvruchten en oliehoudende zaden Bronsgieterij Cafés Gieten van overige nonferrometalen Chaletbouw Teelt van granen, peulvruchten en oliehoudende zaden Teelt van granen, peulvruchten en oliehoudende zaden Overige dienstverlening Veterinaire dienstverlening Geen
Enkelbestemming Agrarisch
Bedrijf
Agrarisch Agrarisch Wonen Agrarisch
Bovenstaande tabel laat zien dat in de directe omgeving veel verschillende activiteiten worden uitgevoerd. Een aantal van deze activiteiten heeft betrekking op die van agrarische bedrijven. Dagelijks brengen Herziening bestemmingsplan Veldstraat 4, Grathem
37
14 januari 2021
agrarische bedrijven activiteiten met zich mee die invloed en impact hebben op de directe omgeving. Denk hierbij aan verkeersbewegingen met zwaar verkeer, het op locatie laden en lossen, schoonmaken en sorteren van agrarische producten en het onderhoud aan machines. De bronsgieterij op een afstand van 100 meter van het plangebied en direct aangrenzend aan de Veldstraat 8 in Grathem brengt ook specifieke activiteiten met zich mee. Ook hier zijn verkeersbewegingen leidend, bij het gieten van brons en het maken van de verschillende producten vind ook geluiduitstraling op de directe omgeving plaats. Sinds kort is op de locatie tevens een theehuis vergund. Ook dit theehuis brengt geluiduitstraling met zich mee. Het betreft hier onder andere verkeersbewegingen, maar belangrijker nog, het stemgeluid van bezoekers. Zeker gedurende de zomermaanden als bezoekers buiten zitten kan het stemgeluid onregelmatig en harder klinken in de omgeving dan normaal het geval zou zijn op deze locatie. Van andere omliggende (agrarische) bedrijven is net als andere agrarische bedrijven geluiduitstraling en mogelijke geurhinder te verwachten als gevolg van de dagelijkse en normale bedrijfsactiviteiten. De gronden tussen het plangebied en de verschillende andere locaties zijn daarbij allen als agrarische gronden in gebruik.
Met uitzondering van de winterperiode (oktober tot en met januari) vinden hier structureel activiteiten plaats. Gedurende het jaar worden de gronden intensief gebruikt en bewerkt met zware en moderne machines. Denk hierbij aan het bemesten, ploegen, cultiveren, zaaien, bestrijding van onkruid, frequente beregening van de percelen en het oogsten van de agrarische producten. Geluiduitstraling vanuit de omgeving is dan ook vanwege meerdere activiteiten constant aanwezig. Ook kan de vraag worden gesteld van welke activiteiten mag worden aangenomen dat deze in een omgeving als het buitengebied normaal gesproken zouden kunnen plaatsvinden. Zo is te rechtvaardigen dat in een stadcentrum effecten van toeristen, terrasjes, eetgelegenheden en winkels kan plaatsvinden. Op een industrieterrein kunnen effecten van transportbedrijven, industrie en logistieke functies worden ondervonden en in het buitengebied in ieder geval van agrarische activiteiten. Anders dan in dorpen, steden of op industrieterreinen staat het buitengebied voor een opgave. Deze opgave betreft het tegengaan van leegstand, ruimte bieden aan tal van (buitengebied gebonden) bedrijfsactiviteiten en een steeds verdere vermenging van functies die elkaar mogelijk kunnen belemmeren. Dit deel van het buitengebied kenmerkt zich nog steeds door een grote mate van agrarische bedrijvigheid.
Het grondgebruik rondom het plangebied wordt door schaalvergroting alleen maar intensiever. Daarnaast liggen in de directe omgeving verschillende functies die allemaal hun eigen effecten hebben op de omgeving. Een bronsgieterij, een recreatief bedrijf, verschillende agrarische bedrijven en verschillende woonbestemmingen maken dat tal van bedrijfsactiviteiten effecten kunnen veroorzaken in de directe omgeving. Het planvoornemen betreft het oprichten van een hondenpension bij een bestaand agrarisch bedrijf en kan in dat kader worden gezien als een verbreding van de activiteiten zonder dat hierbij een agrarisch bedrijf verloren gaat. De aard van het hondenpension, gericht op het houden en verzorgen van dieren is een activiteit die in de basis perfect past op een agrarische locatie. De afstand tot omliggende objecten is relatief groot en door de exploitatie van het hondenpension wordt bestaande leegstaande agrarische bedrijfsbebouwing op goede wijze hergebruikt. Het hondenpension kan daarbij worden gezien als een van de nieuwe economische motors in het buitengebied. Zeker gezien het feit dat er een maximum is aan het aantal agrarische locaties dat kan worden herbestemd als recreatieve bestemming of een woonbestemming die een belemmering zal vormen voor de omliggende agrarische bedrijven die wel blijven behouden en blijven bestaan.
Het hondenpension is dan ook passend in het buitengebied. Daarbij mag worden aangenomen dat de al aanwezige functies in het buitengebied bepaalde bedrijfsactiviteiten, en zeker bepaalde effecten van deze bedrijfsactiviteiten, accepteren. De te realiseren opgave waar het buitengebied van de gemeente Leudal de komende jaren mee geconfronteerd wordt zal namelijk door iedereen in dit buitengebied moeten worden gedragen en ten dele moeten worden geaccepteerd. Het hondenpension is daarbij een activiteit die gezien de effecten op de omgeving niet geschikt is om uitgeoefend en geëxploiteerd te worden in kernen of steden. Ook de industrieterreinen en op de industriegebieden zijn vanwege het karakter van de activiteit, het is geen echte industriële, logistieke of transport-gerelateerde activiteit, geen geschikte locaties voor dergelijke bedrijfsactiviteiten. In beide gevallen, of het nu om kernen of steden of industrieterrein en industriegebieden gaat, de afstanden tot andere objecten is veel te klein om milieukundig te kunnen voldoen aan alle wet- en regelgeving. Het buitengebied is daarom het enige gebied, en dit wordt nog versterkt door het feit dat dieren worden gehouden en verzorgd, waar deze bedrijfsactiviteiten op een goede manier en zonder al te veel hinder voor de directe omgeving kunnen worden uitgevoerd en kunnen worden geëxploiteerd.
Het hondenpension kan op verschillende manieren het woon- en leefklimaat beïnvloeden. Het woon- en leefklimaat kan onder andere beïnvloed worden door een veranderingen in de volgende invloedsfactoren: • Geur Herziening bestemmingsplan Veldstraat 4, Grathem
37
14 januari 2021
• • • • •
Geluid Fijnstof Bodem(kwaliteit) Visuele aspecten Externe veiligheid en andere gevaarsaspecten
Geur Het hondenpension heeft geen geuremissie op de directe omgeving tot gevolg. Hoewel honden een specifieke geur hebben zal dit gezien de grote ruimte tussen het bedrijf en de omliggende objecten geen geurhinder tot gevolg hebben. De lucht wordt vanuit de hondenkennel ook niet onder druk of via een specifieke ventilatieopening uitgestoten waardoor een geleidelijke en over het terrein verdeelde verspreiding van geur plaatsvindt. Uitwerpselen van de honden worden op de locatie verzameld en opgevangen in de oude mestput onder de hondenkennel. Deze mestput is afgesloten en de inhoud van de mestput zal op een aantal momenten in het jaar op een centraal punt in het riool worden geloosd. Geuremissie vanuit de uitwerpselen vindt dan ook niet plaats. Uitwerpselen in de hondenuitloopweides worden na het gebruik verzameld en in de mestput opgeslagen. De bedrijfsactiviteiten hebben dan ook geen negatieve beïnvloeding van de geursituatie of – beleving tot gevolg. Geluid De bedrijfsactiviteiten voldoen, door alle extra genomen maatregelen, aan de Wet geluidhinder, de uitgangspunten in de beleidsnota van de gemeente Leudal en de geluidsnormen in het Activiteitenbesluit. Ondanks het feit dat wordt voldaan aan alle relevante geluidsnormen kan toch hinder worden ervaren als gevolg van het geblaf van honden.
Of activiteiten als hinderlijk worden ervaren hangt sterk af van degene die wordt blootgesteld aan deze geluidhinder. Wat voor de ene persoon hinderlijk is, is voor de ander ‘normaal’. In die zin is het dan ook niet mogelijk om een bedrijfssituatie te creëren die door niemand in de omgeving als ‘hinderlijk’ wordt ervaren. De initiatiefnemers hebben echter wel getracht om in de bedrijfsvoering zo veel mogelijk rekening te houden met de omgeving. Door de tijdstippen van het brengen en halen van de honden te beperken tussen 08.00 – 09.00 uur en tussen 17.00 – 18.00 uur. Deze tijdstippen vallen, zowel bij akoestische beoordelingen en milieuwetgeving als in de maatschappij, in de ‘normale daguren’. In de akoestische beordeelingen is de ‘dagperiode’ de periode tussen 07.00 uur en 19.00 uur. Normaal gesproken mag worden aangenomen dat in deze periodes geluiduitstraling als gevolg van bedrijfsactiviteiten kan én mag plaatsvinden. Het brengen en halen van de honden is gedurende één uur geconcentreerd om al te veel geluiduitstraling tijdens langere periodes te laten plaatsvinden. Daarnaast zijn ook de uitlaattijden, de tijden dat de honden gebruik kunnen maken van de hondenuitloopweides, beperkt tot een aantal momenten op de dag. Het geblaf van honden kan vanwege de hoogte van het geluid en de vaak langer aanhoudende harde tonen als hinderlijk worden ervaren.
Door de breng- en haaltijden en ook de uitlaattijden te beperken wordt voorkomen dat deze geluiduitstraling gedurende de hele dag kan plaatsvinden. Gedurende het verblijf in de kennels is de geluiduitstraling daarbij zeer beperkt. Daarnaast zal in de bedrijfsvoering constant toezicht en controle plaatsvinden op de honden als deze zich buiten de kennel begeven. Honden die te veel geluid produceren, dat wil zeggen blaffen of huilen, zullen apart worden gezet van de groep of weer terug in de kennels worden geplaatst. Het geluid van verkeersbewegingen is ook gedurende de dagperiode een geluid dat voor de omgeving niet vreemd is en ook niet als hinderlijk zal worden ervaren. De afstanden zijn dermate groot dat het geluid van verkeersbewegingen niet hard genoeg is om als hinderlijk te worden ervaren. De hoogste feitelijke geluidsuitstraling vind plaats op de gevoelige objecten Veldstraat 6 en Veldstraat 8. Beide objecten liggen ten noord(westen) van het planvoornemen. De bedrijfswoning op de Veldstraat 6 vormt onderdeel van een bronsgieterij en een theehuis. Deze bedrijfsactiviteiten brengen vanuit zichzelf geluidproductie met zich mee. Dit geldt ook in het bijzonder voor het geluid dat geproduceerd wordt door bezoekers van het theehuis. Dit geluid is onregelmatig en vindt ook plaats gedurende de daguren.
Op de locatie Veldstraat 8 wordt een agrarisch bedrijf geëxploiteerd dat, weliswaar minder frequent gedurende de dagperiode, geluidproductie tot gevolg heeft. Denk hierbij aan de verkeersbewegingen van zwaar verkeer, onderhoud aan machines en het laden, lossen, sorteren en schoonmaken van agrarische producten. Deze activiteiten beperken zich in veel gevallen niet tot enkel de dagperiode maar zullen ook tijdens de zaai- en oogstperiode gedurende de avond- en/of nachtperiode plaats kunnen vinden. Voor beide locaties waar in vergelijking tot de overige objecten de hoogste geluidsuitstraling plaatsvindt dus, geldt dus dat op het bedrijf
Herziening bestemmingsplan Veldstraat 4, Grathem
37
14 januari 2021
activiteiten (kunnen) plaatsvinden die gezien de hoogte en de locatie de geluidsproductie van het hondenpension zullen overstijgen. Beide locaties worden daarnaast gescheiden van het plangebied door een bosje. De woningen liggen vanaf de Veldstraat op een afstand van respectievelijk 70 meter en 80 meter vanaf de openbare weg. De ruimte tussen het plangebied en de bedrijfswoning op de Veldstraat 6 in volledig begroeid met bos, zoals ook te zien is op de figuren 9 en 10. De ruimte tussen het plangebied en de Veldstraat 8 bestaat uit een grote landschapstuin die aan de voorzijde wordt afgeschermd door enkele grote bomen en onderbeplanting.
Figuur 8: Cyclorama-foto voorzijde Veldstraat 6, vanaf Veldstraat gezien datum: 16 mei 2019 (www.cyclomedia.nl)
Herziening bestemmingsplan Veldstraat 4, Grathem
37
14 januari 2021
Figuur 10: Cyclorama-foto voorzijde Veldstraat 8, vanaf Veldstraat gezien datum: 16 mei 2019 (www.cyclomedia.nl)
Figuur 9: Luchtfoto omgeving plangebied Veldstraat 4, Grathem (www.cyclomedia.nl)
Hoewel in akoestische beoordelingen geen rekening kan worden gehouden met de afschermde werking van objecten als groenelementen is dit wel iets dat kan worden meegenomen in de beoordeling van het woonen leefklimaat. Er mag namelijk wel worden aangenomen dat de aanwezigheid van deze hoeveelheid beplanting positieve effecten zal hebben op de geluidsbeleving op deze locaties, zowel in als rondom de bedrijfswoning.
Herziening bestemmingsplan Veldstraat 4, Grathem
37
14 januari 2021
Ten zuiden van het plangebied ligt op een afstand van net iets meer dan 100 meter het agrarisch bedrijf op de Kuiperweg 1. Ook op dit bedrijf is geluidsuitstraling van eigen bedrijfsactiviteiten gedurende de dag-, avond- en nachturen te verwachten. Deze geluidsproductie zal de geluidsproductie van het hondenpension gedurende verschillende momenten per dag waarschijnlijk overstijgen.
Figuur 11: Luchtfoto plangebied en omgeving zuidelijke richting (www.cyclomedia.nl)
Tussen het plangebied en de Kuiperweg 1 liggen geen natuurlijke barriéres die de geluidsuitstraling kunnen breken of beperken. De aanwezigheid van een bestaande veldschuur en uitbouw aan de oude L-vormige boerderij zorgen er wel voor dat het geluid op de bedrijfswoning wordt gebroken. Het woongedeelte, of de bedrijfswoning, is namelijk gesitueerd in het meest zuidwestelijk liggende deel van de boerderij. De woning aan de Kuiperweg 6 in Grathem ligt op een afstand van ca. 220 meter van het planvoornemen. Ook hier ontbreekt een ‘natuurlijke barriére’ tussen het plangebied en de burgerwoning. Gezien de afstand, die meer dan 2 keer de richtafstand van 100 meter bedraagt, en gezien de berekende geluidsbelasting op deze woning, mag worden aangenomen dat geen verslechtering van het woon- en leefklimaat plaatsvindt door geluidsuitstraling. De aanleg van een grondwal maakt echter dat het plangebied ook voor de Kuiperweg 6 wordt afgeschermd. Deze geluidwal heeft, zoals ook berekend is in het akoestisch onderzoek, een afschermende werking. Fijnstof Het bedrijf en het planvoornemen hebben geen emissie van fijnstof tot gevolg. Bodem Het planvoornemen heeft geen gevolgen voor de bodemkwaliteit ter plaatse. Uitwerpselen worden dagelijks verzameld, opgeslagen in de oude, bestaande mestput en enkele keren per jaar afgevoerd en geloosd op het riool.
Voor het overige vinden geen bodembedreigende activiteiten plaats die gevolgen zouden kunnen hebben voor het woon- en leefklimaat van omwonenden in de directe omgeving van het plangebied. Externe veiligheid en andere gevaarsaspecten Het planvoornemen voorziet op geen enkele wijze in de realisatie of exploitatie van risicovolle objecten of inrichtingen. Gevaarsaspecten kunnen invloed hebben op het woon- en leefklimaat van omwonenden en op de ervaring van een veilige woon- en leefomgeving. Zo kan de oprichting van een grote opslaglocatie van gevaarlijke stoffen de beleving van het woongenoten van omwonenden en daarmee dus het woon- en leefklimaat ernstig verstoren. Het planvoornemen voorziet echter op geen enkele wijze in het oprichten van dergelijke voorzieningen. In het hondenpension worden nadrukkelijk geen vechthonden, of honden die op enige andere wijze zijn opgeleid Herziening bestemmingsplan Veldstraat 4, Grathem
37
14 januari 2021
voor gevaarstaken, opgevangen. De hondenkennels staan daarbij onder constant toezicht van de eigenaren, danwel medewerkers. De hondenuitloopweides worden afgezet en afgerasterd om te voorkomen dan honden kunnen ontsnappen. Het woon- en leefklimaat zal op basis van dit aspect dan ook niet negatief worden beïnvloed. Visueel Visueel kan hinder ontstaan door de plaatsing of bouw van objecten die het woongenot van omwonenden negatief kunnen beïnvloeden. Zo kan de schaduw van een groot flatgebouw of bijvoorbeeld de plaatsing van een windturbine negatief worden ervaren door omwonenden en daarmee direct het woon- en leefklimaat negatief beïnvloeden. Het hondenpension wordt echter binnen de bestaande bedrijfscontouren en binnen de bestaande bebouwing op de locatie geëxoploiteerd. Als gevolg van het planvoornemen neemt het ruimtegebruik van het bedrijf dan ook nauwelijks toe. Ook wordt geen nieuwe bebouwing opgericht die tot visuele hinder kan leiden voor omwonenden. De aanleg van een grondwal zou mogelijk visuele hinder kunnen veroorzaken. Deze grondwal wordt aan de noord- en westzijde aangelegd en heeft een hoogte van ca. 2,10 meter. De grondwal wordt vervolgens, als onderdeel van verplichting tot landschappelijke inpassing, aangeplant met groen. Hierdoor zou voor de locaties op de Veldstraat 6 en 8 in principe het zicht kunnen worden belemmerd.
Op de figuren 8, 9, 10 en 11 is echter duidelijk te zien dat de forse aanplant aan de voorzijde van deze bedrijfswoningen, in de richting van de grondwal, het uitzicht vanuit de bedrijfswoningen en de tuinen fors beperkt of zelfs volledig wordt afgeschermd. Ten westen van het bedrijf waar ook nog een deel van de grondwal zal worden aangelegd ligt de woning op de Kuiperweg 6. De afstand van de woning tot de grondwal bedraagt ca. 200 meter. Op een dergelijke afstand is de grondwal echter verwaarloosbaar in het geval van mogelijke visuele hinder. Op dit moment wordt vanuit noordelijke en westelijke richting direct uitgekeken op de bedrijfsbebouwing. De aanleg en aanplant van de grondwal kan in de toekomst het uitzicht in vergelijking met de huidige situatie, zelfs verbeteren. In zuidelijke richting wordt geen grondwal aangelegd maar zal wel, net als rondom de rest van het bedrijf als onderdeel van de verplichte landschappelijke inpassing, groen worden aangeplant dat de locatie aankleed en een positieve werking heeft op de uitstraling van het bedrijf en de directe omgeving. Een negatieve beïnvloeding van het woon- en leefklimaat als gevolg van mogelijke visuele hinder wordt niet verwacht als gevolg van het planvoornemen.
Conclusie Op basis van bovenstaande, in combinatie met de beoordeling van alle voorgaande milieu-aspecten, wordt geconcludeerd dat een negatieve beïnvloeding van het woon- en leefklimaat als gevolg van het planvoornemen niet aan de orde is.
3.11.
Archeologie en cultuurhistorie
3.11.1.
Archeologie
In de Wet op de Archeologische Monumentenzorg is een raamwerk gegeven dat regelt hoe rijk, provincies en gemeenten om moeten gaan met het aspect ‘archeologie’ in ruimtelijke plannen. De uitgangspunten van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg zijn als volgt: • De archeologische waarden dienen zoveel mogelijk in de bodem te worden bewaard. • Er dient vroeg in het proces van ruimtelijke ordening al rekening te worden gehouden met het aspect ‘archeologie’. Het archeologisch beleid is middels dubbelbestemmingen opgenomen in het vigerend bestemmingsplan voor het buitengebied. In het bestemmingsplan is voor een deel van het plangebied een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’ opgenomen om de archeologische waarden te beschermen en te behouden. Binnen de dubbelbestemming geldt een verbod voor het uitvoeren van grondbewerkingen waaronder vergraven, afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van drainage en ontginning bij een bodemingreep van groter dan 1000 m2. Het planvoornemen voorziet niet in bodemverstoringen die groter zijn dan 1000 m2. Binnen het plangebied worden ten behoeve van dit planvoornemen geen nieuwe gebouwen of bouwwerken opgericht. De mogelijk in de toekomst aan te leggen parkeerplaatsen aan de voorzijde van het bedrijf bestaan uit semi-verharding waarvoor geen bodemverstoring dieper dan 40 cm onder maaiveld noodzakelijk is.
Herziening bestemmingsplan Veldstraat 4, Grathem
37
14 januari 2021
Een archeologisch onderzoek naar eventuele archeologische waarden in de bodem is dan ook niet noodzakelijk. 3.11.2.
Cultuurhistorie
Ook zijn in het bestemmingsplan ter borging van eventuele cultuurhistorische waarden in het buitengebied verschillende aanduidingen opgenomen ter plaatse van cultuurhistorische objecten. Op de locatie en in de directe omgeving van het planvoornemen zijn geen cultuurhistorisch waardevolle objecten aanwezig. Met het planvoornemen worden dan ook geen cultuurhistorische waarden in de omgeving geschaad.
3.12.
Kabels en leidingen
Blijkens het geldende bestemmingsplan en de risicokaart komen op, of in de directe omgeving van het plangebied geen boven- of ondergrondse leidingen voor met een dusdanige omvang dat hiervoor een veiligheidsafstand geldt. Bij de realisatie van onderhavig planvoornemen hoeft hiermee dan ook geen rekening te worden gehouden.
3.13.
Verkeer en parkeren
3.13.1.
Verkeer
Het hondenpension biedt maximaal plaats aan 40 honden, inclusief de eigen honden. Worst-case betekent dit dat per dag 40 honden gebracht en gehaald worden. Het planvoornemen heeft daarmee maximaal 80 verkeersbewegingen ’s morgens en 80 verkeersbewegingen laat in de middag tot gevolg. Zowel het brengen als halen brengt namelijk telkens 2 verkeersbewegingen met zich mee. De verkeersbewegingen zullen zich voornamelijk concentreren tot de Veldstraat in zowel noordelijke als zuidelijke richting en de Kuiperweg uit westelijke richting. Alle toegangswegen zijn erftoegangswegen met één enkele rijbaan. Op deze wegen is voldoende ruimte beschikbaar voor voertuigen om elkaar te kunnen passeren. Doordat het bedrijf vanuit minimaal twee richtingen bereikbaar is, zullen de verkeersbewegingen gespreid plaatsvinden en ontstaat als gevolg van het planvoornemen geen enorme druk op een deel van de Veldstraat. De bestaande infrastructuur is in staat dit aantal verkeersbewegingen goed af te kunnen wikkelen. Naast deze bewegingen van personenauto’s neemt ook het aantal vrachtbewegingen als gevolg van het planvoornemen met maximaal 4 verkeersbewegingen per week toe. Dit aantal vrachtbewegingen kan door de huidige infrastructuur goed worden afgewikkeld. Het planvoornemen heeft geen negatieve gevolgen voor de verkeersafwikkeling of verkeersveiligheid te plaatse. 3.13.2.
Parkeren Op de locatie worden indien noodzakelijk op eigen grond parkeerplaatsen voor brengen en halen van de honden aangelegd. Op de locatie zijn op dit moment al meerdere parkeerplaatsen beschikbaar. Mocht de toekomstige situatie aanleiding geven om extra parkeerplaatsen aan te leggen dan zullen deze op eigen gronden worden aangelegd. In figuur 4 van deze toelichting is de huidige parkeerruimte aangegeven. De beschikbare parkeerruimte bestaat aan de voorzijde van de langgevelboerderij uit een strook van circa 22 meter lang bij circa 7 meter diep. Deze strook bestaat uit semi-verharding bestaand uit kiezels. Op deze strook kunnen in totaal, mede door twee grote bomen, 5 tot 6 auto’s tegelijk worden geparkeerd. Achter de toegangspoort tot het bedrijf is daarnaast nog ruimte beschikbaar om tijdens piekmomenten voertuigen te kunnen parkeren. Deze ruimte die volledig verhard is is circa 25 meter breed en circa 5 meter diep. In totaal kunnen hier 5 auto’s worden geparkeerd. Dit brengt het totaal aantal auto’s op 10 tot 11 auto’s die tegelijk op eigen perceel kunnen worden geparkeerd. In totaal kunnen 40 honden inclusief de eigen honden worden opgevangen. Dit betekent dat in totaal in het ‘worst-case scenario’ 40 auto’s op één dag het hondenpension aan doen.
Om de intake en ontvangst van de honden soepel te laten verlopen worden afspraken met klanten gemaakt hoe laat de honden gebracht worden. Op deze manier wordt niet alleen een spreiding in de intake zelf maar ook in de parkeerdruk bewerkstelligd. Vanwege de ontvangst en intake van de honden is het niet mogelijk meer dan 12 honden per uur te ontvangen. In één uur komen 12 auto’s naar het hondenpension. Op het moment dat de laatste auto’s in het uur aankomen zijn de eerste 6 auto’s alweer vertrokken. Met 6 parkeerplaatsen en 5 extra parkeerplekken achter de poorten van het bedrijf zijn dan ook ruim voldoende parkeerplekken beschikbaar op het bedrijf om de parkeerdruk op een goede manier af te kunnen handelen en
Herziening bestemmingsplan Veldstraat 4, Grathem
37
14 januari 2021
aan te kunnen. Mochten extra parkeerplaatsen noodzakelijk zijn dan kunnen deze in de toekomst worden aangelegd aan de voorzijde van de bestaande loods. Geconcludeerd wordt dat het planvoornemen geen negatieve gevolgen heeft voor de parkeersituatie op het agrarisch bedrijf.
3.14.
Dialoog
In het kader van het planvoornemen heeft een omgevingsdialoog plaatsgevonden met de omgeving. De direct omwonenden hebben aangegeven voornamelijk bezorgd te zijn over de geluidsbelasting op hun woningen en daarmee een beperking of verslechtering van het woongenot in de directe omgeving. De ondernemers proberen hier op in te spelen door de breng- en haaltijden, en de momenten dat de honden naar buiten mogen, aan te passen aan de situatie voor de directe omgeving van het planvoornemen en hierin tegemoet te komen aan de wensen uit de buurt. Zo zijn de breng- en haaltijden en uitlaattijden beperkt tot enkele vaste momenten op de dag. Op basis van de uitvoerige dialoog die, tijdens meerdere momenten, met de buurt heeft plaatsgevonden hebben de initiatiefnemers overwogen om het plan bij te stellen naar een totaal aantal van 20 honden. Een aantal van 20 honden is echter te beperkt om de investeringen financieel haalbaar te maken en voldoende inkomen te kunnen genereren. Daarnaast heeft een halvering van het aantal honden akoestisch gezien maar een minimale invloed op de directe omgeving. Deze argumenten hebben de ondernemers dan ook doen besluiten om de aanvraag voor 40 honden, inclusief de eigen honden, te handhaven.
Ondanks de vele tegemoetkomingen van initiatiefnemers aan de buurt waaronder een eerste omgevingsvergunningaanvraag voor een tijdelijke omgevingsvergunning voor een periode van 4 jaar (inclusief jaarlijkse evaluatiemomenten) is de weerstand vanuit de buurt groot gebleven. Dit heeft geleid tot verschillende ‘mediation-sessies’ tussen de buurt en de initiatiefnemers. Deze mediation-sessies hebben niet geleid tot overeenstemming over het planvoornemen. Door het voeren van open en duidelijke communicatie met de buurt kunnen voortdurend aanpassingen aan de bedrijfsvoering plaatsvinden als deze mogelijke overlast voor de omgeving kunnen beperken. Mits dat deze aanpassingen geen onevenredige afbreuk doen aan de bedrijfsvoering van de initiatiefnemers. Normale instrumenten als handhaving blijven in deze periode dat de omgevingsvergunning van kracht is voor de buurt behouden. Door een aanpassing van de uitlaattijden, de eerste uitlaattijd in de morgen is verlaat ten opzichte van het oorspronkelijke planvoornemen, wordt tevens tegenmoet gekomen aan wensen van de buurt.
Mochten eventuele klachten uit de buurt komen met betrekking tot het planvoornemen dan kan tevens in overleg met de buurt worden besloten om de uitlaattijden en tijden dat de honden buiten verblijven aan te passen aan de meest wenselijke situatie voor de directe omgeving en de initiatiefnemers om zo de mogelijke overlast voor de buurt tot een minimum te beperken. Daarnaast hebben de initiatiefnemers gekozen voor de realisatie van de uitloopweides aan de zuidzijde van het hondenpension. Aan de zuidzijde is de afstand tot omliggende gevoelige objecten het grootst waardoor mogelijke overlast voor de directe omgeving tot een minimum beperkt blijft als gevolg van het planvoornemen voor de directe omgeving. De omgevingsdialoog is in meerdere sessies, vormen en samenstellingen, en met aanwezigheid van de gemeente Leudal, gevoerd.
3.15.
Duurzaamheid
3.15.1.
Niet-uitlogende materialen
Het planvoornemen voorziet in ‘hergebruik’ van bestaande agrarische bedrijfsbebouwing. Het oprichten van nieuwe gebouwen, en het gebruik van vele materialen hiervoor, is niet aan de orde. Hergebruik van bestaande locaties en gebouwen en bouwwerken is in dit geval duurzamer dan het oprichten van nieuwe gebouwen en/of bouwwerken. Het ruimtegebruik en de impact op de omgeving blijft als gevolg van het hergebruiken van bestaande agrarische locaties beperkte tot de huidige omvang. Het afvalwater wordt opgevangen en, uiteindelijk, via het riool afgevoerd. Mochten als gevolg van het planvoornemen de parkeerplaatsen moeten worden uitgebreid dan worden hiervoor materialen gebruikt die geen verontreiniging van hemel- of grondwater Herziening bestemmingsplan Veldstraat 4, Grathem
37
14 januari 2021
of de bodem tot gevolg hebben. Bij het plaatsen van het hekwerk wordt gebruik gemaakt van niet-uitlogende materialen die geen verontreiniging van het hemel- of grondwater of de bodem tot gevolg hebben.
Herziening bestemmingsplan Veldstraat 4, Grathem
37
14 januari 2021
4.
Haalbaarheid
4.1.
Economische uitvoerbaarheid
De kosten voor het te realiseren planvoornemen zijn geheel voor rekening van de initiatiefnemers. Ook voor het overige zijn er geen gemeentelijke financiën met het project gemoeid. Het plan betreft geen bouwplan in het kader van de GREX. Overeenkomstig de bepalingen in hoofdstuk 6 van de Wet ruimtelijke ordening is voor voorliggende ontwikkeling geen exploitatieplan noodzakelijk. Kostenverhaal vindt plaats via leges. Als gevolg van een herziening van het bestemmingsplan bestaat voor belanghebbenden op basis van artikel 6.1 Wro de mogelijkheid om een verzoek tot planschade in te dienen indien zij van mening zijn door het planvoornemen schade te lijden die redelijkerwijs niet voor eigen rekening dient te blijven. De gemeente Leudal heeft bepaald dat bij planologische procedures altijd een planschadeverhaalsovereenkomst getekend dient te worden. Ook in voorliggende situatie zal hieraan invulling gegeven worden en zal tussen de initiatiefnemers en de gemeente Leudal een planschadeverhaalsovereenkomst worden gesloten.
4.2.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Het planvoornemen voorziet in het planologisch-juridisch mogelijk maken van een hondenpension ter plaatse van een bestaand agrarisch bouwvlak. Met de directe omgeving hebben een uitvoerige en uitgebreide dialoog, inclusief enkele mediation-sessies, plaatsgevonden. Vanuit de directe omgeving is de weerstand tegen het planvoornemen groot. De initiatiefnemers, inclusief de gemeente Leudal, hebben al het mogelijke gedaan om deze weerstand weg te nemen. Zo is in een vroegtijdig stadium gestart met deze omgevingsdialoog. In 2018 is overleg met de gemeente Leudal gekozen voor een tijdelijke omgevingsvergunning voor een periode van maximaal 4 jaar, inclusief jaarlijkse evaluatie-momenten met de buurt. Op basis van deze evaluatiemomenten zouden jaarlijks aanpassingen kunnen worden gedaan aan de bedrijfsvoering om mogelijke klachten op te lossen. Ook tegen deze tijdelijke omgevingsvergunning was vanuit de omgeving veel weerstand. Ondanks dat ook in deze toelichting is aangetoond dat het planvoornemen aan alle noodzakelijke wet- en regelgeving voldoet. Het planvoornemen heeft daarnaast geen negatieve invloed op het woon- en leefklimaat in de directe omgeving. Ook ruimtelijk gezien is de keuze voor een hondenpension op deze locatie een gewenste en goed te motiveren keuze. Dit wordt ook door de gemeente Leudal ondersteund.
Alle bezwaren vanuit de omgeving mogen geuit worden en waar mogelijk wordt aan deze bezwaren tegenmoet gekomen in de bedrijfsvoering. De bedrijfsvoering is aan de hand van opmerkingen van de omgeving al op verschillende punten aangepast. Zoals is gebleken uit de omgevingsdialoog en de mediation-sessies is het echter voor de initiatiefnemers onmogelijk gebleken om alle bezwaren voor de directe omgeving weg te nemen. De maatschappelijke uitvoerbaarheid moet in dit kader dan ook worden bezien in een breder perspectief. De locatie is een uitermate geschikte locatie voor het planvoornemen. Het hondenpension in combinatie met het agrarisch bedrijf, het hergebruik van bestaande agrarische bebouwing, en het tegengaan van leegstand en verloedering in het buitengebied, en de steeds maar toenemende vraag naar hondenpensions maken dat deze ontwikkeling maatschappelijk uitvoerbaar is. Conform de gebruikelijke procedure is dit plan zes weken in ontwerp ter inzage gelegd. Gedurende deze termijn zijn door belanghebbenden zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen hebben geleid tot aanpassingen in het planvoornemen.
Zo zijn onder andere de volgende onderdelen aangepast in het vastgesteld bestemmingsplan: • Het toegestane aantal honden is aangepast van 40 honden exclusief eigen honden naar 40 honden inclusief eigen honden; • De realisatie van de geluidswal is als voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels van het bestemmingsplan; • De breng- en haaltijden in de morgen zijn aangepast van 08.00 – 09.00 naar 07.00 -09.00 om het brengen en halen beter te kunnen verspreiden en daarmee de mogelijke geluidsbelasting op de omgeving zoveel mogelijk te beperken; • Het houden van honden die voorkomen in de top 10 van de Lijst hoog risico honden van de Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA.2017.031 ‘Hondenbeten aan de kaak gesteld’) is als verbodsbepaling opgenomen in de gebruiksregels van het bestemmingsplan. • De grondwal is als voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels van het vastgesteld bestemmingsplan.
Herziening bestemmingsplan Veldstraat 4, Grathem
37
14 januari 2021
Het akoestisch onderzoek is op een aantal punten verder aangepast en verduidelijkt naar aanleiding van de ingediende zienswijzen. En ook hebben nog enkele tekstuele aanpassingen plaatsgevonden naar aanleiding van de ingediende zienswijzen. Daarnaast is op 7 januari 2021 voor het planvoornemen tevens een aanvraag in het kader van de Wet natuurbescherming ingediend bij de provincie Limburg in het kader van stikstofdepositie op omliggende gevoelige Natura2000-gebieden. Een uitgebreide beschrijving is opgenomen in paragraaf 3.8 van deze toelichting. De Wnb-aanvraag zelf is tevens als bijlage 3 bijgevoegd aan deze toelichting. Het gewijzigde vastgestelde bestemmingsplan wordt conform de procedure zes weken voor een ieder ter inzage gelegd. Tijdens deze periode kunnen belanghebbenden die overwegende bezwaren hebben een beroep indienen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. (ABRvS). Het planvoornemen zal gezien het bovenstaande niet leiden tot overwegende planologische bezwaren waardoor de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het planvoornemen gegarandeerd is.