CConstaterende datLeudal
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting

Raadsvergadering 1 juni 2021, gemeente LeudalBij agendapunt: Vaststellen gewijzigd bestemmingsplan ‘Partiële herziening bedrijventerrein Heythuysen – oostelijk terreindeel’ te Heythuysen19.706 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Partiële Herziening Bedrijventerrein Heythuysen - Oostelijk Terreindeel Toelichting NL.IMRO.1640.BP20BtHeythuysen-VG01 NL.IMRO.1640.BP20BtHeythuysen-VG02

Afbeelding: plangebied Partiële Herziening Bedrijventerrein Heythuysen - Oostelijk Terreindeel

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1

Inleiding

6

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

11

Hoofdstuk 3

Beleidskader

13

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

27

Hoofdstuk 5

Juridische planopzet

45

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

51

bestemmingsplan Partiële herziening bedrijventerrein Heythuysen - oostelijk terreindeel 3

Toelichting

bestemmingsplan Partiële herziening bedrijventerrein Heythuysen - oostelijk terreindeel 5

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Binnen de gemeente Leudal zijn diverse bedrijventerreinen gelegen. Sinds 2011 heeft de gemeente werk gemaakt van de actualisatie van de bestemmingsplannen voor al deze terreinen, zo ook voor bedrijventerrein Heythuysen. Ter voorbereiding van de actualisering van de bestemmingsplannen voor de bedrijventerreinen heeft de gemeenteraad op 19 april 2011 het 'Kaderplan Bedrijventerreinen' vastgesteld. Hierin zijn concrete beleidsuitgangspunten vastgelegd voor de nieuwe bestemmingsregeling in de te actualiseren bestemmingsplannen. Daaronder ook de volgende beleidsuitgangspunten voor woningen op bedrijventerreinen: I.

Bestaande bedrijfs- en burgerwoningen worden positief bestemd binnen de bestemming 'Bedrijventerrein'; II. Nieuwe woningen zijn uitgesloten; III. Bestaande burgerwoningen omzetten in bedrijfswoning (middels ontheffing), andersom niet. Een bedrijfswoning is een woning die een functionele binding heeft met het bedrijf, waar de woning bij hoort. Een bedrijfswoning mag niet door derden bewoond worden. Dan is er sprake van een reguliere woning. Op binnenstedelijke bedrijventerreinen worden in toenemende mate horeca, sportcentra, detailhandel, zorg- en onderwijsinstellingen, voorzieningen en woonfuncties toegevoegd. Verdringing van bedrijfsruimte door andere functies vindt steeds meer plaats. Andersom willen bedrijven veelal geen woningen op een bedrijventerrein, omdat hiermee het vestigingsklimaat wordt aangetast. Anderzijds zijn sommige terreinen juist gebaat bij functiemenging. Als er buiten kantooruren ook 'leven' is op bedrijventerreinen, heeft dat gunstige invloed op de sociale veiligheid en kan criminaliteit teruggedrongen worden. Nieuwe bedrijfswoningen worden al jaren niet meer toegestaan op bedrijventerreinen. Op basis van voorheen geldende bestemmingsplannen zijn er echter op diverse plekken op bedrijventerreinen bedrijfswoningen gerealiseerd.

Veel van die woningen zijn in de loop van de tijd in gebruik genomen als burgerwoning, omdat de functionele binding van de woning met de daarbij behorende bedrijfsbebouwing is komen te vervallen. Hiervan kan sprake zijn als een eigenaar de bedrijfsbebouwing heeft afgestoten en zelf in de bedrijfswoning is blijven wonen, maar ook wanneer wel de bedrijfswoning, maar niet het bedrijfsgebouw/-terrein is verkocht aan een derde. Het gebruik als burgerwoning is in strijd met de regels van de geldende bestemmingsplannen. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State moet in een dergelijk geval handhavend worden opgetreden (beginselplicht tot handhaving). Daarvan kan slechts worden afgezien als sprake is van een concreet zicht op legalisering of indien handhaving zodanig onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen, dat van optreden in de concrete situatie moet worden afgezien. Een ander probleem is dat bedrijfswoningen lastig verkoopbaar blijken te zijn, aangezien de meeste hypotheekverstrekkers geen financiering geven voor aankoop van een woning als deze niet als burgerwoning mag worden gebruikt. Voornoemde problematiek doet zich binnen de gemeente Leudal voor op het oostelijke deel van bedrijventerrein Heythuysen.

Hier zijn diverse concrete verzoeken ingediend om medewerking te verlenen aan een functiewijziging van bedrijfs- naar burgerwoning. Dit is voor het college aanleiding geweest om onderzoek te doen naar de mogelijkheid om deelgebied Kloosterstraat (gedeeltelijk) te transformeren van een bedrijventerrein naar een gebied met een grotere verwevenheid tussen bedrijfsmatige activiteiten en wonen (gemengd gebied). Dit gebied komt hiervoor in aanmerking vanwege de ligging in het overgangsgebied tussen woongebied ten oosten en sec bedrijventerrein ten westen van de locatie. Nu de kaders voor de gebiedstransformatie helder zijn, kan het bestemmingsplan worden aangepast. Het voorliggende bestemmingsplan vormt daarmee het nieuwe ruimtelijke kader voor het

bestemmingsplan Partiële herziening bedrijventerrein Heythuysen - oostelijk terreindeel 6

oostelijke deel van bedrijventerrein Heythuysen.

1.2

Plangebied

Het bedrijventerrein Heythuysen is gelegen aan de westzijde van de kern Heythuysen. Het terrein wordt aan de noordzijde begrensd door de Noorderbaan en Leveroyseweg en aan de zuidzijde door de weg Arenbos. Rondom het bedrijventerrein zijn aan de west-, noord- en zuidkant voornamelijk agrarische percelen gelegen. Aan de oostzijde sluit het bedrijventerrein aan op de kern Heythuysen. De onderstaande figuur toont de globale ligging en begrenzing van het plangebied.

Afbeelding 1.1. Ligging plangebied in omgeving, blauw aangestipt.

bestemmingsplan Partiële herziening bedrijventerrein Heythuysen - oostelijk terreindeel 7

Afbeelding 1.2. Globale begrenzing plangebied.

De bedrijvigheid op het bedrijventerrein bestaat hoofdzakelijk uit kleinschalige en middelgrote bedrijvigheid. Daarmee is sprake van een gemengd bedrijventerrein, wat zich kenmerkt door een variatie aan bedrijvigheid. De Leveroyseweg en Noorderbaan aan de noordzijde vormen de hoofdontsluiting van het bedrijventerrein. De meer lokale ontsluiting wordt gevormd door Roorveld, Arenbos, Kloosterstraat en Belenbroeklaan. Binnen het plangebied zijn diverse (bedrijfs)woningen gelegen, met name aan de oostzijde van het bedrijventerrein, aan de Kloosterstraat, de Belenbroeklaan en de weg Arenbos. Als gevolg van de kleinschaligheid en het relatief grote aantal aanwezige bedrijfswoningen in het oostelijke deelgebied, is omzetting naar woon-werkgebied niet onwenselijk voor dit deelgebied van het bedrijventerrein. Daarmee vormt dit deel van het bedrijventerrein een logische overgang van de woongebieden in het oosten naar het bedrijventerrein in het westen.

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Momenteel vigeert voor het plangebied het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Heythuysen', door de gemeenteraad van Leudal vastgesteld op 25 juni 2013. Een uitsnede van de huidige verbeelding is opgenomen in onderstaand figuur.

bestemmingsplan Partiële herziening bedrijventerrein Heythuysen - oostelijk terreindeel 8

Afbeelding 1.3. Bestemmingsplan Bedrijventerrein Heythuysen. Plangebied rood omkaderd.

Alle bedrijfspercelen binnen het onderhavige plangebied zijn in het plan bestemd tot 'Bedrijventerrein', met een functieaanduiding op grond waarvan uitsluitend bedrijven in de milieucategorie 2 zijn toegestaan volgens de bij de regels van het bestemmingsplan behorende 'Lijst van bedrijfsactiviteiten'. Op grond van deze lijst zijn 62 soorten bedrijven toegestaan, waaronder - naast gebruikelijk op een bedrijventerrein thuis horende bedrijvigheid - ook soorten bedrijvigheid die niet traditioneel voorkomen op een bedrijventerrein, zoals kerkgebouwen, studio's, bioscopen, theaters en evenementenhallen. Voor bedrijven die niet behoren tot milieucategorie 2 zijn specifieke functieaanduidingen opgenomen. Binnen het onderhavige plangebied betreft dit de hondenkennel aan de Kloosterstraat en het landbouwmechanisatiebedrijf aan de Arenbos. Alle bestaande bedrijfswoningen zijn binnen de bestemming 'Bedrijventerrein' aangeduid als 'bedrijfswoning'. Aan de Belenbroeklaan is één burgerwoning gelegen. Die is binnen de bestemming 'Bedrijventerrein' aangeduid als 'wonen'. Daarmee zijn alle bestaande woningen 'positief' bestemd als bedrijfswoning of als burgerwoning. Nieuwe woningen –in welke vorm dan ook- zijn niet toegestaan.

Het bestemmingsplan bevat géén afwijkings- of wijzigingsbevoegdheid op grond waarvan medewerking kan worden verleend aan nieuwe woningen of aan het wijzigen van de bestemming van bedrijfswoningen naar 'Wonen' ten behoeve van het gebruik als burgerwoning. Het hele plangebied is daarnaast voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5'. De gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, tevens bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. Voor bouwwerkzaamheden of bodemingrepen dieper dan 40 centimeter en groter dan 1.000 vierkante meter is archeologisch onderzoek vereist. Over het noordoosten van het plangebied is de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - lpg' gelegen. Op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - lpg' mogen volgens de regels van de onderliggende bestemming die op die gronden rust, bouwwerken worden gebouwd mits deze niet kunnen worden aangemerkt als kwetsbare objecten of beperkt kwetsbare objecten in de zin van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Over het midden van het plangebied loopt in noord-zuidrichting de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone -

bestemmingsplan Partiële herziening bedrijventerrein Heythuysen - oostelijk terreindeel 9

straalpad', waarbinnen niet hoger dan 60 meter mag worden gebouwd. Straalpaden (straalverbindingspaden) zijn optisch vrije paden, met een breedte van circa 200 meter ten behoeve van telecommunicatie. Voor het berichtenverkeer maken instellingen en bedrijven gebruik van straalverbindingen. Om een ongestoord berichtenverkeer mogelijk te maken dient tussen de zend- en ontvangststations een vrije baan aanwezig te zijn. De straling volgt een vrijwel rechte lijn en niet de kromming van het aardoppervlak. Voor een onbelemmerd gebruik mag bebouwing en beplanting in deze straalpaden een hoogte van 60 meter boven NAP niet overschrijden.

1.4

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 waarin een beschrijving van het plan is opgenomen. De daaropvolgende hoofdstukken vormen de verantwoording van de ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt. In hoofdstuk 3 wordt het Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 4 wordt inzicht gegeven in diverse planologische aspecten die van belang zijn voor het voorliggende bestemmingsplan. In hoofdstuk 5 is de juridische toelichting op de planopzet gegeven. In het laatste hoofdstuk komt de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde.

bestemmingsplan Partiële herziening bedrijventerrein Heythuysen - oostelijk terreindeel 10

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Inventarisatie

Bedrijvigheid Bedrijventerrein Heythuysen heeft een bruto oppervlakte van 14,4 hectare en een netto oppervlakte van 12 hectare. Het terrein is voor een groot deel uitgegeven, en er zijn nog enkele percelen uitgeefbaar. Bedrijvigheid is in het plangebied de belangrijkste activiteit. Het betreft hoofdzakelijk kleinschalige en middelgrote bedrijvigheid, wat tot uitdrukking komt in de variatie aan bedrijfstypen. Op het bedrijventerrein zijn voornamelijk kleinere tot middelgrote bedrijven gelegen, waaronder enkele groothandelsbedrijven, bedrijven gericht op handel en de reparatie van auto`s, een tankstation met LPG, detailhandel en kantoren. Op basis van de Rebis-gegevens (Regionaal Economisch Bedrijventerrein Informatie Systeem) van de provincie Limburg zijn de volgende bedrijven gevestigd op het oostelijk deel van bedrijventerrein Heythuysen (juni 2020), binnen de begrenzing van het onderhavige plangebied. Digital Technology Baexem

OK Systems International BV

Heinz Thissen Porsche service

Motorservice Limburg

Landbouwmechanisatie Lemmen

V.O.F. Claessen Bezsorgservice

Smolenaars Deuren BV

CV Servicebureau Midden-Limburg

Stomerij/Wasserij Joli

EBA Tuning BV

Trafny Auto Onderhoudsbedrijf

Garage Jos de Bock

Soest Trappen

Wonen In 2019 is voor het oostelijk deel van deelgebied Kloosterstraat geïnventariseerd of en zo ja welke eigenaren van bedrijfswoningen de bestemming gewijzigd willen zien in de bestemming 'Wonen' ten behoeve van een burgerwoning. Uit een eerdere analyse was gebleken dat uitsluitend binnen het oostelijk deel van het gebied mogelijkheden bestaan voor omzetting van bedrijfs- naar burgerwoningen. In het westelijk deel van dit deelgebied ligt namelijk een lpg-tankstation met daarbij behorende veiligheidszones. Van de eigenaren van de zes bedrijfswoningen in het oostelijke plandeel hebben vier eigenaren de wens uitgesproken om de functie te wijzigen van bedrijfs- naar burgerwoning. Voor het plangebied heeft in het voorjaar van 2020 een inventarisatie plaatsgevonden. Binnen dit deelgebied zijn acht bedrijfswoningen gelegen, alsmede één burgerwoning die binnen de bedrijfsbestemming is aangeduid als 'wonen'. Zes eigenaren hebben aangegeven de bestemming te willen wijzigen van bedrijfswoning naar burgerwoning, waarvan er één concreet heeft gevraagd om de bestemming te wijzigen. Groen, water en natuur Binnen het plangebied zijn geen grootschalige groenvoorzieningen aanwezig. Langs de rijbaan op het bedrijventerrein zijn daarnaast enkele groenvakken.

Buiten het infiltratiebekken ten noordwesten van het plangebied aan de Leveroyseweg is er geen oppervlaktewater binnen of nabij het plangebied aanwezig. Ook zijn er geen monumentale bomen op het terrein gelegen. Wel is bij diverse woningen sprake van groen in de vorm van tuinen en is er een beperkt aantal bedrijven waar de nodige groenvoorzieningen op eigen terrein aanwezig zijn. Verkeer en parkeren Bedrijventerrein Heythuysen is een relatief klein bedrijventerrein met de Leveroyseweg als

bestemmingsplan Partiële herziening bedrijventerrein Heythuysen - oostelijk terreindeel 11

hoofdontsluiting, aan de noordzijde van het plangebied. In noordoostelijke richting gaat de Leveroyseweg over in de Noorderbaan. De meer lokale ontsluitingswegen worden gevormd door Roorveld, Arenbos, Kloosterstraat en de Belenbroeklaan. Op de bedrijventerreinen geldt deels een 50 km/u regime en aan de zuid- en westzijde van het terrein geldt voor de weg Arenbos een maximale snelheid van 30 km/u. De weg Arenbos gaat in westelijke richting, ten zuiden van het bedrijventerrein, over in een 60 km/u weg. Het parkeren kan op het bedrijventerrein over het algemeen op eigen terrein bij de betreffende woningen en bedrijven, waardoor er geen problemen met betrekking tot de verkeersafwikkeling of het parkeren te verwachten zijn.

2.2

Visie op plangebied

Het voorliggende bestemmingsplan maakt an sich geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Wel wordt gekozen voor een andere plansystematiek, waarbij de feitelijke situatie leidend is voor de wijze van bestemmen. Echter, de gekozen plansystematiek is ingestoken vanuit een gewijzigde visie op het plangebied. In deze paragraaf wordt deze visie op het voorliggende bestemmingsplan nader toegelicht. Het college van B&W heeft met de vaststelling van de beleidsnotitie 'Transformatie Bedrijventerrein Heythuysen, deelgebieden Kloosterstraat en Arenbos' in 2020 gekozen voor een heroverweging van de uitgangspunten van het bestemmingsplan voor het oostelijk deel van bedrijventerrein Heythuysen. Naar aanleiding van de discussie over individuele casussen is onderzocht of en zo ja welke mogelijkheden er zijn om de bestemming van bedrijfswoningen te wijzigen naar reguliere burgerwoningen. In beginsel blijft het ongewenst om de mogelijkheden voor 'wonen' op een bedrijventerrein te verruimen. In dit geval is er echter een aantal overwegingen om hiervan af te wijken voor het plangebied: 1. Als gevolg van het feit dat er al een groot aantal woningen binnen het plangebied is gelegen, is er in de bestaande situatie feitelijk al sprake van een grote mate van versnippering van functies; 2.

Het plangebied grenst direct aan bestaand woongebied in de kern Heythuysen en vormt daarmee een soort overgangsgebied tussen woongebied en bedrijventerrein; 3. De bedrijvigheid op het bedrijventerrein bestaat voornamelijk uit kleinschalige bedrijvigheid; 4. Diverse kavels/percelen binnen het gebied hebben in de bestaande situatie al de uitstraling van burgerwoning (al dan niet met een ruimere 'garage' voor een aan huis gebonden bedrijf). Er is dus qua beeldkwaliteit niet echt sprake van een bedrijventerrein; 5. Diverse bedrijfswoningen worden feitelijk al geruime tijd gebruikt als burgerwoning. Daarmee is sprake van strijd met het geldende bestemmingsplan. In beginsel zou hiertegen handhavend moeten worden opgetreden, tenzij er concreet zicht is op legalisatie. Op grond van voornoemde overwegingen is besloten om het oostelijk deel van het bedrijventerrein te transformeren van een sec bedrijventerrein naar een terrein met een verdere verwevenheid tussen wonen en werken. Daarmee ontstaat een gemengd woon-/werkgebied aan de rand van de kern Heythuysen. Voor het plangebied geldt dus dat geen sprake meer is van sec een bedrijventerrein. Het betreft een gemengd gebied waarin feitelijk al sprake is van een grote verwevenheid tussen de functies wonen en werken, waarbij diverse bedrijfswoningen in de huidige situatie feitelijk al worden gebruikt als burgerwoning.

Er wordt niet verwacht dat deze woningen de komende jaren alsnog weer in gebruik zullen worden genomen als bedrijfswoning. Daarmee blijft sprake van een met het bestemmingsplan strijdige situatie, waartegen in beginsel handhavend moet worden opgetreden. Dit leidt tot onverkoopbare woningen en mogelijk zelfs tot besluiten op grond waarvan eigenaren/bewoners gedwongen hun huis moeten verlaten. Op grond van de hiervoor genoemde argumenten is besloten om het gebied 'van kleur te laten verschieten' en om het gebied niet meer te beschouwen als een bedrijventerrein, maar als een gemengd woon-/werkgebied (gebied met functiemenging), waarin een behoorlijke mate van verwevenheid bestaat tussen beide functies. Binnen die visie voor het gebied past het omzetten van bedrijfswoningen naar burgerwoningen en toevoeging van de mogelijkheid om ook de lagere milieucategorie 1-bedrijvigheid toe te staan binnen het plangebied.

bestemmingsplan Partiële herziening bedrijventerrein Heythuysen - oostelijk terreindeel 12

Hoofdstuk 3

Beleidskader

In dit hoofdstuk wordt het beleidskader dat relevant is voor het plan toegelicht en wordt het plan hieraan getoetst. Er is sprake van een doorwerking van beleid dat is vastgesteld op verschillende niveaus van bestuur. De paragrafen hieronder presenteren de hoofdlijnen van het ruimtelijke beleid op de verschillende bestuurlijke schaalniveau`s en vormen daarmee het beleidskader waaraan het voorliggende bestemmingsplan moet voldoen. Waar nodig is er een toetsing aan de relevante bepalingen uitgevoerd. Daar dit bestemmingsplan in hoofdzaak een conserverend bestemmingsplan is, kan veelal worden volstaan met de actuele kaderstelling, en is toetsing niet direct noodzakelijk.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, vastgesteld op 13 maart 2012, staan de plannen van de rijksoverheid ten aanzien van aspecten op het gebied van ruimte en mobiliteit. Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. Om dit te kunnen bewerkstelligen laat het Rijk de ruimtelijke ordening meer over aan de decentrale overheden (provincie en gemeenten) en komt de gebruiker centraal te staan. Tevens werkt het Rijk aan een eenvoudigere regelgeving. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Het Rijk blijft verantwoordelijk voor het systeem van ruimtelijke ordening. Daarnaast kan een rijksverantwoordelijkheid aan de orde zijn indien: een onderwerp nationale baten en/of lasten heeft en de doorzettingsmacht van provincies en gemeenten overstijgt, bijvoorbeeld het reserveren van ruimte voor militaire activiteiten en het stellen van opgaven in de stedelijke regio's rondom de mainports, brainports, greenports en valleys; over een onderwerp internationale verplichtingen of afspraken zijn aangegaan, bijvoorbeeld het stimuleren van biodiversiteit, duurzame energie, watersysteemherstel of het beschermen van werelderfgoed; een onderwerp provincie- of landsgrensoverschrijdend is en ofwel een hoog afwentelrisico kent ofwel in beheer bij het Rijk is.

Bij dit laatste gaat het bijvoorbeeld om de hoofdnetten van weg, spoor, water en energie, maar ook de bescherming van gezondheid van inwoners is op rijksniveau relevant. Het Rijk kiest drie doelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; het verbeteren en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid en heeft daarom uit bovenstaande drie doelen slechts dertien nationale belangen naar voren laten komen. Voor die belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De dertien belangen van het Rijk zijn: een excellent ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio's met een concentratie van topsectoren; ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en energietransitie; ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen;

bestemmingsplan Partiële herziening bedrijventerrein Heythuysen - oostelijk terreindeel 13

efficiënt gebruik van de ondergrond; een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio's inclusief de achterlandverbindingen; betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem; het instandhouden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem te waarborgen; verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico's; ruimte voor waterveiligheid en duurzame zoetwatervoorzieningen en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling; ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten; ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten; ruimte voor militaire terreinen en activiteiten; zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Conclusie Bij de transformatie van het oostelijk deel van bedrijventerrein Heythuysen naar gebied met functiemenging zijn geen rijksbelangen in het geding. Het bestemmingsplan sluit aan bij de ambities voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat en het verbeteren van de ruimtelijk-economische structuur van het land op lokaal niveau.

Vanuit de SVIR bestaan er geen belemmeringen tegen de voorgenomen herziening van het bestemmingsplan. 3.1.2

AMvB Ruimte

Structuurvisies hebben geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld. De nationale belangen uit de SVIR die juridische borging vragen, zijn geborgd in de AMvB Ruimte, bestaande uit het Barro (Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) en de Rarro (Regeling algemene regels ruimtelijke ordening). Het Barro en Rarro zijn gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgen voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf. Conclusie Het plangebied is gelegen binnen het radarverstoringsgebied van militaire luchthaven Volkel, waarbinnen bouwhoogtebeperkingen gelden voor windturbines. In casus is dat 114 meter ten opzichte van NAP. Verder is het plangebied niet gelegen in of nabij een door het Barro of Rarro beschermde zone. De geborgde belangen in de AMvB Ruimte zijn bij het voorliggende bestemmingsplan derhalve niet in het geding. 3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen”. Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn. Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden. Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling

bestemmingsplan Partiële herziening bedrijventerrein Heythuysen - oostelijk terreindeel 14

niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Analyse jurisprudentie Een bestemmingsplan dat bij recht een stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, maar ten opzichte van het voorgaande planologische regime geen nieuw planologisch ruimtebeslag mogelijk maakt, maar alleen een planologische functiewijziging, voorziet in beginsel niet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, Bro. Van dit uitgangspunt wordt afgeweken als die planologische functiewijziging een zodanige aard en omvang heeft dat desalniettemin sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling (uitspraak van 20 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1075 (Amersfoort)). Hierbij komt betekenis toe aan de ruimtelijke uitstraling van de in het nieuwe plan voorziene functie en die van hetgeen onder het vorige plan mogelijk was (uitspraak van 1 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1503 (Zundert)).

Conclusie Het voorliggende bestemmingsplan maakt geen nieuw ruimtebeslag mogelijk ten opzichte van het huidige bestemmingsplan, dat ziet op een bestaand, reeds ontwikkeld bedrijventerrein. Het omzetten van bedrijfswoningen naar burgerwoningen betreft echter wel een functiewijziging. Met het omzetten van bedrijfswoningen naar burgerwoningen verandert er functioneel niets op de betreffende percelen. In beide situaties is er sprake van wonen in dezelfde omvang. De aard en omvang van deze functiewijziging is zodanig beperkt van invloed, dat deze niet classificeert als een (nieuwe) stedelijke ontwikkeling. De wijziging van de toegestane milieucategorieën is tevens een functiewijziging. Hoewel dat op zichzelf geen nieuwe stedelijke ontwikkeling is, is het afhankelijk van de aard en invloed op de omgeving of het in het kader van de ladder toch als zodanig benaderd moet worden. Met de nieuwe systematiek, gebruikmakend van de op het plangebied toegesneden VNG Staat van bedrijfsactiviteiten voor gebieden met functiemenging, worden uitsluitend bedrijven toegestaan die vallen in milieucategorie 1 en 2 én staan benoemd in de Staat voor bedrijfsactiviteiten voor gebieden met functiemenging onder categorie A en B én voor zover die activiteiten reeds waren toegestaan in het vigerende bestemmingsplan.

Voor de categorie C activiteiten die eerder wel waren toegestaan, kan op grond van de regels vergunning worden verleend, mits wordt aangetoond dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Op deze wijze is het gebruik van de bedrijfspercelen verder toegesneden op de functie van het gebied; een overgang tussen woonwijk en bedrijventerrein. Het aantal mogelijke bedrijfstypen is verkleind ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan en beter passend bij een gebied waarin zowel wordt gewoond als gewerkt. Aangezien de aard en omvang van deze functiewijziging is er derhalve geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarnaast blijft de ruimtelijke uitstraling van het gebied feitelijk gelijk. Gelezen het voorgaande hoeft geen toetsing aan de ladder plaats te vinden. Een en ander is in lijn met recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. 3.1.4

Nationaal Waterplan

Op 10 december 2015 heeft de Minister van I&M het 'Nationaal Waterplan' vastgesteld. Het Nationaal Waterplan (NWP) bevat de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid en de daartoe behorende aspecten van het ruimtelijk beleid. Het kabinet actualiseert het waterbeleid op een aantal terreinen. Het beleid met betrekking tot waterveiligheid en zoetwater is met de vastgestelde deltabeslissingen in 2014 fundamenteel veranderd. Het rijksbeleid dat voortvloeit uit de voorstellen voor deze deltabeslissingen, is in 2014 met een tussentijdse wijziging verankerd in het Nationaal Waterplan 2009-2015 en opgenomen in dit nieuwe Nationaal Waterplan voor de periode 2016–2021. Het kabinet heeft de afgelopen jaren over verschillende beleidsterreinen afspraken gemaakt die raakvlakken hebben met water, zoals afspraken over energie (Energieakkoord), natuur (Natuurvisie), internationale inzet en vernieuwde bestuurlijke verhoudingen (onder meer Structuurvisie Infrastructuur en

bestemmingsplan Partiële herziening bedrijventerrein Heythuysen - oostelijk terreindeel 15

Ruimte, Bestuursakkoord Water en Deltaprogramma). Deze afspraken zijn verwerkt in het Nationaal Waterplan. De betreffende beleidsdocumenten blijven van kracht. Met de vaststelling van het NWP voldoet Nederland tevens aan de Europese eisen om actuele plannen en maatregelenprogramma’s op te stellen volgens de Kaderrichtlijn Water (KRW), de Richtlijn Overstromingsrisico’s (ROR) en de Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRM). Het kabinet bereidt, aansluitend bij de Omgevingswet, een Nationale Omgevingsvisie voor die sectorale visies en beleidsplannen vervangt. Het NWP is daar een belangrijke bouwsteen voor. De Nationale Omgevingsvisie wordt een samenhangende visie op strategisch niveau. In het nieuwe NWP komt een aantal onderwerpen uit het vorige NWP niet terug. Alleen de onderwerpen die in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) als rijksbelang zijn aangemerkt, staan in dit NWP. Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015 en vervangt dit plan én de partiële herzieningen hiervan (Wind op Zee buiten 12 nautische mijl en verankering rijksbeleid Deltabeslissingen). Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie. Het NWP is zelfbindend voor het Rijk. Het Rijk is in Nederland verantwoordelijk voor het hoofdwatersysteem.

In het Nationaal Waterplan legt het Rijk onder meer de strategische doelen voor het waterbeheer vast. Rijkswaterstaat (RWS) neemt in het Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren (Bprw) de condities en maatregelen op voor het operationeel beheer om deze strategische doelen te bereiken. Het NWP is kaderstellend voor het Bprw. Het kabinet vraagt andere overheden het NWP te vertalen in hun beleidsplannen.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Provinciaal omgevingsplan Limburg 2014

Op 12 december 2014 hebben Provinciale Staten van Limburg als onderdeel van een integrale omgevingsvisie het 'Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014' (hierna POL 2014) ‘Voor de kwaliteit van Limburg’ vastgesteld. Het POL 2014 is op 16 januari 2015 in werking getreden. De grote variatie in omgevingskwaliteiten is een kenmerk en sterk punt van Limburg. Om daaraan recht te doen, worden in het POL zeven globaal afgebakende gebiedstypen onderscheiden. Dit zijn zones met elk een eigen karakter, herkenbare eigen kernkwaliteiten, en met heel verschillende opgaven en ontwikkelingsmogelijkheden. Binnen het bebouwd gebied worden de volgende zones onderscheiden: stedelijk centrum; bedrijventerrein; overig bebouwd gebied. In het landelijk gebied gaat het om de zones: goudgroene natuurzone; zilvergroene natuurzone; bronsgroene landschapszone; buitengebied. Volgens de POL kaart 'Integrale zonering Limburg' is het plangebied gelegen in bebouwd gebied binnen de zone 'bedrijventerrein'. Onderstaand is het plangebied rood aangegeven.

bestemmingsplan Partiële herziening bedrijventerrein Heythuysen - oostelijk terreindeel 16

Afbeelding 3.1. Zonering Limburg, POL2014. Paars = Bedrijventerrein, Geel = Buitengebied.

De zone bedrijventerrein betreft specifiek ingerichte gebieden voor grotere bedrijvigheid met ruimte voor bedrijvigheid en met het accent op optimale bereikbaarheid en duurzame inrichting en gebruik. Op de POL-kaart 'Economie' is het bedrijventerrein Heythuysen aangeduid als 'overige bedrijventerrein'. Dit zijn alle bedrijventerreinen die niet zijn aangeduid als campus, als terrein met havenfaciliteiten, als terrein voor vestiging van HMC (hogere milieucategorie) of als grootschalig logistiek bedrijventerrein en/of productgielocatie van (boven)regionaal belang. De overige bedrijventerreinen completeren daarmee het bedrijventerreinenpalet, waarbij met name de bedrijventerreinen in stedelijk gebied kansen bieden voor meer functiemenging. Op de bedrijventerreinen streeft Limburg naar dynamisch voorraadbeheer en duurzaam ruimtegebruik.

Opties die passen bij een zorgvuldig ruimtegebruik zijn onder meer: Multi-use bouw, ofwel het casco zo weinig mogelijk bedrijfsspecifiek bouwen, zodat het snel geschikt te maken is voor de vestiging van andere bedrijven; ’Alles op de eigen kavel’ (alle aan het bedrijf gerelateerde activiteiten vinden plaats op de eigen kavel inclusief opslag en parkeren); Delen van gezamenlijke voorzieningen en dubbel ruimtegebruik in de tijd (bijvoorbeeld parkeervoorzieningen voor functies die niet gelijktijdig van die voorzieningen gebruik maken); Geen overmatige reserveruimte verkopen aan bedrijven; Terughoudend omgaan met de vestiging van (bedrijfs)woningen op bedrijventerreinen, zodat deze geen obstakel vormen voor het functioneren van bedrijven en bij eventuele herstructureringsoperaties; eventuele vestiging van nieuwe bedrijfswoningen moet wel passen binnen de regionale woningbouwprogrammering; Stimuleren dat bedrijven die weinig hinder (milieucategorieën 1 en 2) met zich meebrengen zich vestigen in de woonomgevingen en niet op bedrijventerreinen. De ruimte op bedrijventerreinen dient zorgvuldig en duurzaam gebruikt te worden. Functiemenging op bedrijventerreinen kan bijdragen aan de kwaliteit van die terreinen en aan een optimaal ruimtegebruik. Dat geldt zeker op campussen waar een menging van functies bijdraagt aan een uitnodigende werkomgeving.

Op grote logistieke en productielocaties is functiemenging minder voor de hand liggend. Daar moet juist heel zorgvuldig omgegaan worden met de invulling van het terrein, rekening houdend

bestemmingsplan Partiële herziening bedrijventerrein Heythuysen - oostelijk terreindeel 17

met de specifieke functie en segment daarvan. De bedrijventerreinen met een overwegend lokale functie bieden juist weer meer mogelijkheden. Het onderhavige bestemmingsplan, waarmee een deel van een lokaal bedrijventerrein wordt omgevormd tot gebied met functiemenging (wonen en werken) past daarmee binnen de provinciale beleidskaders en de Limburgse uitgangspunten voor de bedrijventerreinen zoals die zijn vastgelegd in het POL 2014. 3.2.2

Omgevingsverordening Limburg 2014

Op 12 december 2014 is de 'Omgevingsverordening Limburg 2014' vastgesteld en in werking getreden. Nadien is een aantal wijzigingen vastgesteld, waarna op 30 december 2016 een geconsolideerde versie van de verordening inclusief de wijzigingsverordeningen is geplaatst op www.ruimtelijkeplannen.nl. In de Omgevingsverordening zijn de ambities uit de Omgevingsvisie juridisch bindend doorvertaald. De voorheen geldende, op 1 januari 2011 in werking getreden Omgevingsverordening Limburg was een samenvoeging van de Provinciale milieuverordening, de Wegenverordening, de Waterverordening en de Ontgrondingenverordening. De Omgevingsverordening is in 2014 gewijzigd, vanwege de vaststelling van POL 2014, waarin is bepaald dat er een nieuw hoofdstuk Ruimte aan de Omgevingsverordening wordt toegevoegd. Dat hoofdstuk Ruimte is gericht op de doorwerking van het ruimtelijke beleid van POL 2014 naar gemeentelijke ruimtelijke plannen. Behalve de toevoeging van het hoofdstuk Ruimte zijn in de Omgevingsverordening Limburg 2014 ook de verordeningen Veehouderijen en Natura 2000 (van oktober 2013) en Wonen Zuid-Limburg (van juli 2013) opgenomen. Hiermee zijn alle verordeningen die betrekking hebben op het omgevingsbeleid ondergebracht in één document. Tenslotte is van de gelegenheid gebruik gemaakt om diverse technische aanpassingen en verbeteringen in de overige onderdelen aan te brengen.

Toetsing Uit de verordening zijn enkele passages relevant voor het bestemmingsplan. Zo moet er rekening worden gehouden met de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Midden-Limburg mag namelijk niet voorzien in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Structuurvisie Wonen, Zorg en Woonomgeving Midden-Limburg. De gronden waaraan in dit bestemmingsplan een woonbestemming wordt toegekend betreft de reeds bestaande locaties van bedrijfswoningen. Per saldo worden geen nieuwe woningen toegevoegd. Ook voor bedrijventerreinen zijn de bestuursafspraken van belang. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Midden-Limburg mag namelijk ook niet voorzien in de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor bedrijventerreinen aan de bestaande voorraad bedrijventerreinen alsmede aan de bestaande planvoorraad bedrijventerreinen anders dan in overeenstemming met de algemene opgaven en de thematische principes zoals beschreven in paragraaf 5.2 van POL2014, het beleidskader werklocaties Midden-Limburg en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Midden-Limburg.

Het voorliggende bestemmingsplan voorziet niet in de toevoeging van nieuwe vestigingsmogelijkheden voor bedrijventerreinen, en is daarmee niet in strijd met de Omgevingsverordening. Verder is het plangebied gelegen in boringsvrije zone Roerdalslenk zone III. Binnen deze zone is het verboden een boorput, een bodemenergiesysteem of een aardwarmtesysteem te maken of hebben of de grond te roeren, dieper dan de bovenkant van de Bovenste Brunssumklei. Ook verboden is het uitvoeren van werken op of in de bodem waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van de Bovenste Brunssumklei kunnen aantasten. Het voornemen tot het maken van een boorput, het aanleggen van een bodemenergiesysteem of het roeren van grond in de Roerdalslenk dieper dan 80 meter tot aan de Bovenste Brunssumklei moet vier weken tevoren schriftelijk worden gemeld aan gedeputeerde staten.

bestemmingsplan Partiële herziening bedrijventerrein Heythuysen - oostelijk terreindeel 18

In het bestemmingsplan is het verboden de grond te roeren dieper dan 80 meter beneden het maaiveld. Dit verbod is niet van toepassing op werken waarvoor GS ontheffing heeft verleend.

Conclusie In het vervolg van de Omgevingsverordening zijn nog enkele instructieregels opgenomen over de normering van regionale wateroverlast (1:100) waarop de bergings- en afvoercapaciteit van regionale wateren moet zijn afgestemd, ontgrondingen en grondwateronttrekking. Deze zijn voor het voorliggende bestemmingsplan echter niet relevant. Geconcludeerd kan worden dat wordt voldaan aan de bepalingen uit de provinciale omgevingsverordening. 3.2.3

Beleidsregel Limburgs Kwaliteitsmenu

Het Limburgs Kwaliteitsmenu 2012 (LKM 2012) is een beleidsregel in de zin van artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht. De beleidsregel LKM 2012 regelt de 'extra' condities en voorwaarden waaronder bepaalde ontwikkelingen in het landelijk gebied buiten de plattelandskernen mogelijk zijn. Het LKM 2012 vormt geen nieuw ruimtelijk beleid maar was oorspronkelijk een uitwerking van het kwaliteitsdeel uit het POL2006 en de POL-aanvulling 'Verstedelijking, gebiedsontwikkeling en kwaliteitsverbetering'. Via het LKM wordt dan ook geen nieuwe of extra ruimte geboden voor ontwikkelingen buiten de contour. Met de inwerkingtreding van het POL 2014 zijn POL 2006 en de genoemde POL-aanvulling komen te vervallen. Het Limburgs kwaliteitsmenu is door Gedeputeerde Staten op 12 januari 2010 vastgesteld. In 2012 is dit geactualiseerd tot het LKM 2012. De provincie Limburg heeft de Limburgse gemeenten verzocht om het LKM 2012 over te nemen en uit te werken in het eigen gemeentelijke ruimtelijk beleid. In de gemeente Leudal is hieraan invulling gegeven middels de vaststelling van de 'Structuurvisie Leudal' en de 'Nota Kwaliteit'. 3.2.4

Provinciaal Waterplan

Op 11 december 2015 hebben Provinciale Staten van Limburg het provinciaal Waterplan Limburg 2016-2021 'Samen werken aan water' vastgesteld. Het is de opvolger van het Provinciaal Waterplan Limburg 2010-2015 en een uitwerking van het strategisch waterbeleid in POL2014, teneinde te voldoen aan de vereisten van de Europese Kaderrichtlijn Water en aanvullende nationale kaders, waaronder het Nationaal Waterplan en het Deltaprogramma. Samen met het Nationale Waterplan 2016-2021 van het Rijk en het Waterbeheersplan Limburg 2016-2021 van het Waterschap Limburg vormt het een onderdeel van het tweede Stroomgebiedbeheersplan Maas 2016-2021. In het plan wordt ingegaan op de volgende inhoudelijke opgaven voor het regionale waterbeleid: Een veilige en aantrekkelijke Maasvallei. Dit gaat over hoogwaterbescherming langs de Maas, nu en in de toekomst als gevolg van de klimaatverandering, mede in het licht van het Nationaal Deltaprogramma en in relatie tot behoud en ontwikkeling van de woon- en werkomgeving. Een veerkrachtig en klimaatbestendig regionaal watersysteem. Hierin staat de aanpak van regionale wateroverlast en watertekort in landelijk en stedelijk gebied centraal, mede in het licht van de klimaatverandering en het Nationaal Deltaprogramma. Behoud en herstel natte natuur en verbetering waterkwaliteit.

Dit onderdeel handelt over de verbetering van het ecologische functioneren van onze beken en plassen (ecologische doelen van oppervlaktewateren, beek(dal)herstel) en natte natuurterreinen (herstel van verdroogde grondwaterafhankelijke natuur), als ook de verbetering van de fysisch-chemische kwaliteit van het oppervlaktewater, deels vanuit de Europese Kaderrichtlijn Water en Natura 2000. Duurzame drinkwatervoorziening en grondwaterbeheer. Centraal in dit hoofdstuk staat de bescherming van hoeveelheid en kwaliteit van onze grondwatervoorraden ten behoeve van diverse functies, met speciale aandacht voor het gebruik voor menselijke consumptie, waaronder de voorraden en bescherming daarvan voor de openbare drinkwatervoorziening, e.e.a. eveneens mede als opdracht vanuit

bestemmingsplan Partiële herziening bedrijventerrein Heythuysen - oostelijk terreindeel 19

de Europese Kaderrichtlijn Water.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Regiovisie 2008 - 2028: Het oog van Midden-Limburg

In de 'regiovisie “Het oog van Midden-Limburg”' is de gebiedsvisie uitgewerkt in een achttal beleidsthema's. Dit zijn: Toerisme en Recreatie, Maasplassen, Natuurontwikkeling, Landschap en Ecologie, Landbouw, Bedrijvigheid, Wonen, Zorg en Mobiliteit. Vervolgens zijn deze thema's in het najaar van 2008 verdiept en verder uitgewerkt in de programmalijnen: Maasplassen, Ontwikkelingsas N280 Weert-Roermond, Wonen, Natuur en Recreatie. De visie op de regio is te vertalen tot drie onontkoombare, concrete strategische keuzes: Benutten en versterken regionale economie. In dat kader onder andere de inrichting van regionale bedrijventerreinen; Versterking van de sociale structuur. In dat kader onder andere leefbaar houden van het platteland; Verbetering van het vestigingsklimaat. In dat kader onder andere herstructurering van bedrijventerreinen; Midden-Limburg is sterk in het midden- en kleinbedrijf; er zijn nauwelijks grote bedrijven. De innovatiekracht van die bedrijven is beperkt, de gebondenheid aan Midden-Limburg gering. Investeringen zijn nodig om de ondernemingskracht te vergroten.

Dat betekent allereerst een investering in goede bedrijfsterreinen: slimme profilering, geen onderlinge concurrentie tussen gemeenten met leegstand als gevolg, herstructurering van zwakke terreinen en daarmee de creatie van ruimte voor andere functies, als ook de ontwikkeling van een aantal goed ontsloten hoogwaardige regionale bedrijfsterreinen. Over de gemeente Leudal is het volgende opgenomen: “De gemeente Leudal vormt het hart van Midden-Limburg. Het bestaat uit zestien dorpen en een groot buitengebied dat wordt geroemd om z'n ruimte, kwaliteit en woonklimaat. Heythuysen vormt een subregionale kern met een sterke centrumfunctie voor een groot verzorgingsgebied. Het is van belang dat deze centrumfunctie wordt versterkt en het voorzieningenniveau op peil blijft. Daarnaast heeft Leudal diverse dorpskernen waar de voorzieningen onder druk staan. Een actief kleine kernenbeleid is noodzakelijk waarin aandacht gegeven wordt aan de leefbaarheid en een adequate woningvoorraad". De centrale ligging van Leudal maakt dat het profiteert van bijna alle ontwikkelingen die worden voorgesteld in deze regiovisie. Gelegen aan de Maasplassen liggen er volop kansen om recreatieve en toeristische activiteiten te ontwikkelen en deze te verbinden met het natuurgebied Leudal en het te ontwikkelen regiopark.” 3.3.2

Structuurvisie Wonen, Zorg en Woonomgeving Midden-Limburg 2018 - 2021

Op 11 november 2014 heeft de raad van Leudal de intergemeentelijke 'Structuurvisie Wonen, Zorg en Woonomgeving Midden-Limburg' vastgesteld. Naast de gemeente Leudal hebben ook de regiogemeenten Echt-Susteren, Maasgouw, Nederweert, Roerdalen, Roermond en Weert deze structuurvisie vastgesteld. De 'Structuurvisie Wonen, Zorg en Woonomgeving Midden-Limburg' vormde de basis voor het geven van sturing aan en voeren van regie over het in de regio te voeren beleid op het vlak van wonen, zorg en woonomgeving. De Structuurvisie is een antwoord op de vraag hoe om te gaan met de actuele en te verwachten demografische en economische ontwikkelingen. Op 25 juni 2019 heeft de gemeenteraad van Leudal de opvolger van deze structuurvisie vastgesteld, met het thema 'Bouwen aan de toekomst'. In het onderhavige bestemmingsplan zijn bedrijfswoningen uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'. Enkele bedrijfswoningen zijn omgezet naar reguliere woning of kunnen middels het voorliggende bestemmingsplan worden omgezet naar burgerwoning, gebruikmakend van

bestemmingsplan Partiële herziening bedrijventerrein Heythuysen - oostelijk terreindeel 20

een wijzigingsbevoegdheid in de regels. Het aantal woningen is per saldo gelijk en het toevoegen van nieuwe (bedrijfs-)woningen is niet toegestaan. De 'Structuurvisie Wonen, Zorg en Woonomgeving Midden-Limburg 2018 - 2021' vormt dan ook geen belemmering voor het onderhavige bestemmingsplan. 3.3.3

Regionaal Beleidskader Werklocaties Midden-Limburg

3.3.3.1 Inleiding In de regionale bestuursafspraken POL 2014 is vastgelegd dat er een Visie Werklocaties zal worden opgesteld. Hieraan wordt invulling gegeven middels het 'Regionaal Beleidskader Werklocaties Midden-Limburg', vastgesteld door de raden van de gemeenten in de regio Midden-Limburg. De gemeenteraad van Leudal heeft het beleidskader vastgesteld op 21 mei 2019. Het doel van het regionaal beleidskader is om vraag en aanbod van werklocaties in de regio naar de toekomst toe in balans te brengen en de bijbehorende afspraken vast te leggen. Daarnaast is het gewenst mogelijkheden te bieden voor sterke economische initiatieven en kansen op dat vlak te benutten. 3.3.3.2 Uitgangspunten toekomstige structuur Het Regionaal Beleidskader Werklocaties is opgesteld in de geest van de uitgangspunten van het POL 2014. De essentie van de thematische uitgangspunten worden als inhoudelijke basis onderschreven in de regionale uitwerking: I. Bestaande bedrijvigheid als basis voor sterke toekomststructuur II. Prioriteit bovenregionale clusters III. Onderscheid stedelijke gemeenten t.o.v. landelijke gemeenten. IV. De marktvraag blijft bepalend.

3.3.3.3 Verschillende uitgangssituaties Om zowel met respect met bestaande gebruikers en locaties om te gaan, als ook naar een betere toekomstige vraag-aanbod verhouding toe te groeien, wordt er op verschillende wijzen omgegaan met verschillende categorieën van ruimtelijke situaties. Het sturingsvraagstuk is hierbij belangrijk. Er wordt onderscheid gemaakt in: Bestaande voorraad: In de bestaande voorraad zijn de bedrijven gevestigd die de economische basis van Midden-Limburg vormen. De kwaliteit van het vestigingsmilieu bepaalt mede de ontwikkelingskansen van die bedrijven. Deze locaties en de gevestigde bedrijven worden gerespecteerd en blijven daarmee behouden. Bestaande (harde) plannen: Harde plannen betreffen plannen waarvoor een vastgesteld bestemmingsplan geldt. Op deze plannen rusten bouwtitels en ze maken onderdeel uit van exploitaties van gemeenten en particulieren. Ten aanzien van bestaande harde plannen geldt dat deze in beginsel worden gerespecteerd. Eventueel is wel denkbaar dat bestaande harde plannen uit de markt worden genomen, teneinde de ontwikkeling van nieuwe terreinen elders mogelijk te maken (verevening). Nieuwe plannen: Alle type nieuwe plannen worden hetzelfde behandeld. Initiatieven met een omvang boven de drempelwaarden worden via de regionale afstemmingsprocedure behandeld.

Daarbij dient voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied conform de uitgangspunten van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking te worden onderbouwd waarom het initiatief niet in bestaande voorraad kan worden opgevangen. Tevens dient te worden onderbouwd waarom achterblijvende locaties niet tot onaanvaardbare leegstand leiden.

bestemmingsplan Partiële herziening bedrijventerrein Heythuysen - oostelijk terreindeel 21

Drempelwaarden: Voor nieuwe plannen (die niet passen binnen bestaande bestemmingsplannen) geldt dat bij de benodigde ruimtelijke procedure de Ladder voor Duurzame Verstedelijking doorlopen dient te worden. Hierbij dient een initiatiefnemer aan te tonen dat het nieuwe plan voorziet in een behoefte, wat betekent dat er sprake is van een marktvraag en dat deze niet in de bestaande voorraad kan worden opgevangen.

3.3.3.4 Dynamisch voorraadbeheer In het kader van het dynamisch voorraadbeheer worden in Midden-Limburg vier hoofdlijnen uitgezet die moeten leiden tot een passende kwantitatieve en kwalitatieve verhouding tussen vraag en aanbod. Het tegengaan van overaanbod en voorkomen van tekorten zijn daarbij de uitgangspunten. ‘Bestaand vóór nieuw’ als uitgangspunt. Voor alle typen ruimtevragers wordt het principe van 'bestaand vóór nieuw' toegepast, waarbij eerst (in samenwerking tussen initiatiefnemer en gemeente) naar ruimte in bestaand vastgoed wordt gezocht om de behoefte op te vangen. Vervolgens wordt restcapaciteit op bestaande werklocaties benut. Saldering. Bij de uitwerking van het dynamisch voorraadbeheer in het POL2014 is het inwisselen van bestaand programma voor nieuw programma onderdeel van het beschikbare instrumentarium. Voorzienbaarheid. Het afbouwen van niet benutte bestemmingen en bouwtitels op bestaande werklocaties zal bijdragen aan het realiseren van een gezonder en meer marktconforme vraag-aanbodverhouding. Afbouwen solitaire locaties. Gemeenten maken werk van het afbouwen van verspreid gelegen solitaire locaties, zowel bestaande bebouwing als onbebouwde percelen. Nieuwe solitaire vestigingen worden niet meer toegestaan. Initiatieven worden opgevangen op de bestaande werklocaties, binnen leegstand, restcapaciteiten op bestaande werklocaties en harde plannen.

Uitwisselbaarheid programma. Om middels saldering elders een nieuwe ontwikkeling mogelijk te maken is het, indien het gaat om transformatie, van belang dat bestaand programma kan worden ingewisseld voor andere vormen van gebruik. Op die manier kan een locatie (een deel van) de waarde behouden. Zonder nieuwe programmatische mogelijkheden verliest de locatie vrijwel haar gehele waarde. Die mogelijkheden zijn vaak beperkt. Voor te transformeren of uit de markt te nemen locaties is dan ook van belang om mogelijke nieuwe programmavormen in beeld te brengen.

3.3.3.5 Visie bedrijventerreinen Aanvullend op de hiervoor genoemde uitgangspunten, gelden voor bedrijventerreinen de volgende uitgangspunten: Het aanbod aan restcapaciteiten, leegstand, onbenutte (maar wel uitgegeven) kavels en plannen biedt in kwantitatief opzicht voldoende mogelijkheden om nog geruime tijd in de behoefte aan bedrijfslocaties te voorzien. De bestaande locaties en plannen zijn het vertrekpunt van waaruit naar een verbeterd evenwicht tussen vraag en aanbod (het dynamisch voorraadbeheer) wordt toegewerkt. Met het oog op het voorkomen van concurrentie met regionaal of lokaal georiënteerd aanbod aan bedrijventerreinen handhaven gemeenten met bovenregionale bedrijventerreinen het bijzondere profiel van deze bedrijventerreinen (voor grootschalige logistieke bedrijven of ‘biobased agriculture’); Gemeenten moeten ruimte kunnen blijven bieden aan behoud en de groei van bestaande bedrijven; Groei van bestaande gevestigde bedrijven wordt voor zover mogelijk binnen de eigen gemeente

bestemmingsplan Partiële herziening bedrijventerrein Heythuysen - oostelijk terreindeel 22

opgevangen, indien hier op bestaande locaties, in de restcapaciteit, leegstand of binnen de harde plannen ruimte voor is. Bovenregionale terreinen zijn de natuurlijke opvanggebieden voor nieuwe grootschalige vestigers en grootschalige verplaatsers binnen de thematisering van de bovenregionale / regionale terreinen. Onder bedrijfsruimte wordt niet verstaan ruimten bedoeld voor de uitoefening van een ‘beroep aan huis’.

3.3.3.6 Afspraken In het beleidskader is een aantal afspraken vastgelegd. Voor wat betreft de bedrijventerreinen zijn de enkele afspraken van belang, zoals dat vraag en aanbod van werklocaties minimaal jaarlijks worden gemonitord, om tijdig in te kunnen spelen op gewijzigde verhoudingen en eventuele bijstelling van de regionale visie en afspraken. Daarnaast vormt de regionale monitor een vertrekpunt voor gemeentelijke aanpak van herstructurering of transformatie van werklocaties..

3.3.3.7 Afweging regionaal beleidskader Het voorliggende bestemmingsplan betreft een bestemmingsplan, waarmee geen nieuwe bedrijfskavels worden mogelijk gemaakt, maar waarmee een gedeelte van een bedrijventerrein spreekwoordelijk van kleur verschiet. Door het oostelijk deel van bedrijventerrein Heythuysen aan te merken als gemengd gebied voor wonen en werken, wordt een bijdrage geleverd aan de kwaliteit van het gebied en ontstaat er een logische planologische overgang van de woonkern Heythuysen naar het aangrenzende bedrijventerrein. Hiervoor is een nieuwe visie op het gebied vastgesteld, waarin is gekozen voor een andere indeling van de toegestane milieucategorieën, passend bij een gemengd gebied. Op deze wijze wordt, in lijn met de visie, een verbeterde balans tussen vraag en aanbod gecreëerd, zonder dat bestaande bedrijven in hun bedrijfsvoering of ontwikkelwensen worden beperkt. Het bestemmingsplan is daarmee in overeenstemming met de ambities uit de regionale visie.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Beleidsnotitie Transformatie Bedrijventerrein Heythuysen, deelgebieden Kloosterstraat en Arenbos Op 24 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leudal de beleidsnotitie voor de transformatie van bedrijventerrein Heythuysen, deelgebieden Kloosterstraat en Arenbos, vastgesteld. Voor onderhavig plangebied geldt dat geen sprake meer is van sec een bedrijventerrein. Het betreft een gemengd gebied waarin feitelijk al sprake is van een grote verwevenheid tussen de functies wonen en werken, waarbij diverse bedrijfswoningen in de huidige situatie feitelijk al worden gebruikt als burgerwoning. Er wordt niet verwacht dat de komende jaren deze woningen alsnog weer in gebruik genomen zullen worden als bedrijfswoning. Daarmee blijft sprake van een met het bestemmingsplan strijdige situatie, waartegen in beginsel handhavend opgetreden zou moeten worden. Dit leidt tot onverkoopbare woningen en mogelijk zelfs tot besluiten op grond waarvan eigenaren/bewoners gedwongen hun huis zullen moeten verlaten. Omdat het plangebied direct grenst aan woongebied is gekozen om beide deelgebieden 'van kleur te laten verschieten' en om beide deelgebieden niet meer te beschouwen als sec een bedrijventerrein maar als een gemengd woon-/werkgebied (gebied met functiemenging) waarin een behoorlijke mate van verwevenheid bestaat tussen beide functies.

Binnen die visie voor het gebied past het omzetten van bedrijfswoningen naar burgerwoningen en toevoeging van de mogelijkheid om ook de lagere milieucategorie 1-bedrijvigheid toe te staan binnen beide deelgebieden. Het voorliggende bestemmingsplan is de uitwerking van de beleidsnotitie.

bestemmingsplan Partiële herziening bedrijventerrein Heythuysen - oostelijk terreindeel 23

3.4.2

Structuurvisie Leudal

Op 2 februari 2010 is de 'Structuurvisie Leudal' vastgesteld. Met de structuurvisie wil de gemeente regie voeren op de ontwikkelingen en processen die voor de toekomst van Leudal van belang zijn. Ontwikkelingen die het goed wonen, leven en werken ondersteunen en verbeteren wil de gemeente kunnen faciliteren en stimuleren. Voor sommige ontwikkelingen zal ze daarbij zelfs initiatiefnemer willen zijn. Voor andere ontwikkelingen is zij ook afhankelijk van initiatieven van derden, zoals ondernemers, woningcorporaties, instellingen, en burgers. Ontwikkelingen die afbreuk doen aan de toekomst van Leudal wil de gemeente waar mogelijk voorkomen. Op de kaart behorende bij de structuurvisie is het volledige plangebied aangeduid als werkgebied. In de structuurvisie wordt voor wat betreft het beleid voor economie en werkgelegenheid aangegeven dat de kwaliteit in Leudal wordt bepaald door een compleet aanbod voor wonen, werken, voorzieningen en recreatie. De gemeente wil ook een economisch sterke gemeente in de regio zijn. Ruimte voor dynamiek en ruimtelijke ontwikkeling is gericht op het op peil houden van het aantal arbeidsplaatsen in Leudal en een sterke positionering in de regio Midden-Limburg.

Afbeelding 3.2. Structuurvisiekaart 'Structuurvisie Leudal, met aanduiding van het plangebied (rode pijl).

In het onderhavige bestemmingsplan is geen sprake van nieuwe ontwikkelingen die niet eerder al juridisch-planologisch zijn geregeld, behoudens de gewijzigde regeling voor enkele bedrijfswoningen. Ondanks dat binnen het plangebied nu enkele reguliere woningen aanwezig zijn, classificeert het gebied nog altijd als werkgebied, door het mengen van de werkfunctie met woonfuncties, aansluitend bij de feitelijke situatie aan de rand van Heythuysen. Aangezien ook dit gedeelte reeds in de structuurvisie is aangewezen als werkgebied, is het bestemmingsplan in lijn met de structuurvisie.

bestemmingsplan Partiële herziening bedrijventerrein Heythuysen - oostelijk terreindeel 24

3.4.3

Nota Parkeernormen

In verband met een wijziging van de Woningwet zijn de stedenbouwkundige voorschriften uit de bouwverordening vervallen. Het is niet meer mogelijk te verwijzen naar landelijke naslagwerken zoals publicaties van het CROW. Dit betekent dat parkeernormen moeten worden opgenomen in bestemmingsplannen. In de bestemmingsplannen voor de bedrijventerreinen, die allen vóór 2015 zijn vastgesteld, zijn nog geen normen opgenomen. In het onderhavig bestemmingsplan is de parkeernormering wel geregeld. In plaats van de normen op te nemen in de regels van het bestemmingsplan zelf, wordt in dit plan verwezen naar de als bijlage bij de regels gevoegde gemeentelijk vastgestelde parkeernormen/beleidsregels. Dat heeft het voordeel dat in geval van wijziging(en) van de normen\beleidsregels gedurende de werking van het bestemmingsplan ook rekening moet worden gehouden met die wijzigingen. Om die reden is de Nota Parkeernormen door de raad vastgesteld. In de nota zijn de parkeernormen opgenomen die de gemeente Leudal hanteert voor nieuwe bouwplannen en (her)ontwikkelingen. Onderscheid is gemaakt naar ontwikkelingen binnen de bebouwde kom en buiten de bebouwde kom. Parkeernormen zijn nodig om een hoge parkeerdruk in openbaar gebied te voorkomen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. De parkeernormen zijn niet bedoeld voor reeds bestaande bouwwerken en functies.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leudal&id=5e9ddba1-9d07-459f-bf9d-a9cbf31707d3