Toelichting
Tekst van het document
5. De plaats van de projecten. Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de projecten van invloed kunnen zijn, moet in het bijzonder in overweging worden genomen, het bestaande grondgebruik, de relatieve rijkdom aan en de kwaliteit van het regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen van het gebied en het opnamevermogen van het natuurlijk milieu. Hierbij geldt dat in het bijzonder aandacht dient uit te gaan naar de volgende typen gebieden: wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, vogelrichtlijn- of habitatrichtlijngebieden, gebieden waarbij vastgestelde normen inzake milieukwaliteit worden overschreden, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid of landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang. 6. Kenmerken van het potentiële effect. Bij de potentiele aanzienlijke effecten van het project moeten in samenhang met de criteria van bovenstaande punten in het bijzonder in overweging worden genomen: het bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking, het grensoverschrijdende karakter van het effect, de waarschijnlijkheid van het effect en de duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect.
Op basis van bovenstaande vormvereisten zijn in navolgende tabel de relevante kenmerken van het plan weergegeven, alsmede de belangrijkste effecten die het plan op de omgeving zal veroorzaken. In het kader van het nieuwe bestemmingsplan zijn voor deze locatie diverse (milieu)onderzoeken uitgevoerd. Uit deze onderzoeken, waarvan de uitkomsten zijn verwerkt in de toelichting van het bestemmingsplan, blijkt dat het plan slechts beperkte milieueffecten heeft. Omdat sprake is van een vormvrije m.e.r. dient een aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling aangeboden aan het bevoegd gezag en dient een m.e.r.-beoordelingsbesluit te worden genomen.
bestemmingsplan Uitbreiding Sportpark 't Maasveld
31
Kenmerken van het plan Omvang van het project (relatie met drempel D-lijst)
D11.2 : ''de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Het initiatief bestaat uit de realisatie van sportterrein met vier paardenbakken en een kantine met opslag. Gelet op de aard en beperkte omvang van het initiatief worden de indicatieve drempelwaarden uit de D-lijst niet overschreden. Desalniettemin dient te worden aangetoond dat als gevolg van een project geen mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Hieraan wordt onderstaand invulling gegeven.
Cumulatie met andere projecten
Ja, m.b.t. het aspect geluid is sprake van cumulatie. Dit is meegenomen in het uitgevoerde akoestische onderzoek en verantwoord in paragraaf 5.1.6. De uitkomsten van het onderzoek blijven binnen de maximale richtwaarden.
Gebruik natuurlijke hulpbronnen
Nee
Productie afvalstoffen
Nee
Verontreiniging en hinder
Nee
Risico voor ongevallen
Nee
Plaats van de projecten Bestaande grondgebruik
Onbebouwd agrarisch landschap
Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratievermogen natuurlijke hulpbronnen van het gebied
Niet van toepassing
bestemmingsplan Uitbreiding Sportpark 't Maasveld
32
Opname vermogen milieu met aandacht voor wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, H/V richtlijngebieden, gebieden waar milieunormen worden overschreden, gebieden met hoge bevolkingsdichtheid, landschappelijk historisch cultureel of archeologische gebieden van belang.
Op basis van het onderzoek dat in het kader van de planvorming is uitgevoerd blijkt dat het plan geen negatieve effecten veroorzaakt voor de omgeving. Archeologie Ter plaatse van het plangebied geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5'. De drempelwaardes van deze dubbelbestemming worden bij dit voornemen niet overschreden. Er bevinden zich geen cultuurhistorische waarden binnen het plangebied. Ecologie Ten behoeve van flora en fauna is een quickscan uitgevoerd waaruit naar voren is gekomen dat indien de aanbevelingen uit het onderzoek in acht worden genomen er vanuit de gebieds- en soortenbescherming geen bezwaar tegen de uitbreiding van het sportpark. Daarnaast is op basis van een stikstofdepositieonderzoek gebleken dat geen sprake is van een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Akoestiek Ten behoeve van geluid is een onderzoek uitgevoerd waaruit naar voren is gekomen dat de inrichting voldoet aan de richtwaarden en dat ter plaatse van nabij gelegen woningen sprake zal blijven van een goed woon- en leefklimaat. Bodem Voor de beoogde ontwikkeling is een vooronderzoek conform NEN5725 uitgevoerd. Op grond van dit onderzoek is geconcludeerd dat er vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmeringen zijn voor de bestemmingsplanwijziging.
Verkeer en parkeren De voorgenomen ontwikkeling zal niet leiden tot een toenemende parkeerdruk op het openbaar gebied omdat binnen het sportpark voldoende parkeerruimte gerealiseerd wordt. Externe veiligheid Voor de beoogde ontwikkeling is zowel een quickscan externe veiligheid als een CAROLA-berekening uitgevoerd. Daarnaast is een verantwoordingsrapportage in verband met het groepsrisico opgesteld. Uit deze rapportages blijkt dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt. Luchtkwaliteit Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoering van het voorgenomen plan. Stikstofdepositie Uit het uitgevoerde stikstofdepositieonderzoek naar zowel de gebruiksfase als de aanlegfase blijkt dat de stikstofdepositie in beide situaties niet meer dan 0,00 mol
bestemmingsplan Uitbreiding Sportpark 't Maasveld
33
N/ha/jaar bedraagt. Significante negatieve effecten op omliggende Natura 2000-gebieden kunnen daarmee voor wat betreft stikstofdepositie worden uitgesloten. Geurhinder Het aspect geur wordt niet maatgevend geacht in het kader van de voorgenomen ontwikkeling. Dit aspect vormt geen belemmering. Kenmerken van het potentiële effect Bereik van het effect (geografisch en grootte getroffen bevolking)
Niet van toepassing
Grensoverschrijdend karakter
Niet van toepassing
Orde van grootte en complexiteit effect
Niet van toepassing
Waarschijnlijkheid effect
Niet van toepassing
Duur, frequentie en omkeerbaarheid effect
Niet van toepassing
Conclusie
De functiewijziging in dit bestemmingsplan leidt niet tot relevante milieueffecten. Het opstellen van een milieueffectrapport is wordt niet noodzakelijk geacht.
Tabel 2: vormvrije m.e.r.-beoordeling
5.2
Lichthinder
Ter voorkoming van lichthinder door bijvoorbeeld hinderlijke lichtinstraling in woon- of slaapvertrekken kan de gemeente op grond van de zorgplicht optreden. In afwezigheid van normen voor lichthinder wordt de beoordeling overgelaten aan de gemeente. Bij deze beoordeling kan de “Richtlijn lichthinder” van de commissie Lichthinder van de NSVV als uitgangspunt dienen. In deze richtlijn worden grenswaarden geformuleerd voor de verlichtingssterkte (illuminantie) ten gevolge van een verlichtingsinstallatie voor sportaccommodaties ter voorkoming van lichthinder voor omwonenden. Betreffende richtlijn geeft tevens eisen voor de lichtsterkte (intensiteit) van de lichtbronnen. De verticale verlichtingssterkte wordt bepaald ten gevolge van de totale terreinverlichting van het sportpark. In de genoemde richtlijn worden grenswaarden geformuleerd, waarbij gedifferentieerd wordt op basis van een viertal omgevingstypes: E1 natuurgebied, E2 landelijk gebied, E3 stedelijk gebied (ofwel woongebieden in het algemeen) en E4 stadscentrum/industriegebied. Aangezien de verlichting om 23.00 uur dient te zijn uitgeschakeld, zijn alleen de grenswaarden voor de dag- en avondperiode (07.00 23.00 uur) opgenomen.
Tabel 3:
Grenswaarde (dag- en avondperiode) verlichtingssterkte en lichtsterkte
Parameter
Omgevingszone
Parameter
E1 natuurgebied
E2 landelijk gebied
E3 stedelijk gebied
E4 stadscentrum/ industriegebied
Ev [lux] op de gevel
2
5
10
25
7.500
10.000
25.000
I [cd] van elk armatuur 2.500
Gezien de ligging van het plangebied kan de omgeving getypeerd worden als zowel, een landelijk als
bestemmingsplan Uitbreiding Sportpark 't Maasveld
34
stedelijk gebied, waarbij dient te worden getoetst aan de grenswaarden voor omgevingstype E2/E3. In voorliggend geval wordt uitgegaan van een worst-case scenario, en dus omgevingstype E2. In het ruimtelijk spoor bestaat geen wettelijk kader dat lichtgevoelige functies definieert. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zal voor het aspect lichthinder bepalend zijn of mensen mogelijk langdurig op een bepaalde locatie aanwezig zijn. In onderhavige situatie worden omliggende woningen om die reden als lichtgevoelig aangemerkt. In het voorliggende geval wordt bij de veldverlichting gebruik gemaakt van led-verlichting. Een belangrijk kenmerk van ledverlichting bij sportvelden is dat er in vergelijking met conventionele verlichting, niet of nauwelijks sprake is van strooilicht. Ledverlichting is beter te bundelen en gerichter te sturen dan conventionele verlichting. Deze kenmerken zorgen ervoor dat met het gebruik van ledverlichting in de omgeving van sportvelden over het algemeen minder lichthinder wordt ervaren dan wanneer gebruik wordt gemaakt van conventionele verlichting. Gelet op de afstand tussen de woningen en de te verlichten paardenbakken (zie ook paragraaf 3.3), kan redelijkerwijs worden aangenomen dat met gebruik van led-verlichting ter hoogte van de paardenbakken, geen sprake zal zijn van onevenredige lichthinder ter hoogte van de bestaande woningen.
Om voorgaande inzichtelijk te maken is een lichthinderberekening uitgevoerd (zie bijl.12 ). In deze berekening is de lichtinder op de meest nabij gelegen woningen aan de Veurtje (nr. 34 en 36) en de Vilgert (nr. 12). Uit de berekening komt naar voren dat de lichthinder ruim valt binnen de eisen m.b.t. lux en candela. Daarbij is geen rekening gehouden met aanwezige opgaande begroeiing, waardoor de gemeten waardes in de praktijk lager kunnen uitvallen. Relevantie voor het plan Het aspect lichthinder vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
5.3.1
Inleiding
De Wet natuurbescherming is van kracht sinds 1 januari 2017 en regelt zowel de bescherming van planten- en diersoorten, als de bescherming van Natura 2000-gebieden en houtopstanden. Daarmee vervangt de Wet natuurbescherming de inmiddels vervallen Flora- en faunawet, Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. Op grond van de Wet natuurbescherming zijn aan Gedeputeerde Staten van de provincies diverse bevoegdheden toegekend. De provincies zijn met ingang van de Wet natuurbescherming (in de meeste gevallen) bevoegd gezag voor ontheffingen, vergunningen en meldingen op grond van deze wet. De provincies hebben allen voor hun eigen provincie de bevoegdheden uitgewerkt in verordeningen of beleidsregels. In de provinciale regelingen komen de volgende thema's aan de orde: faunabeheer, jacht, schadebestrijding, vrijstelling soorten, gebiedsbescherming, houtopstanden en natuurbeleid. Voor de beoogde ontwikkeling is een verkennend flora- en faunaonderzoek7 uitgevoerd om de mogelijke effecten van het initiatief en de uit te voeren werkzaamheden in kaart te brengen. Het volledige onderzoek is als Bijlage 9 opgenomen. Hierna is een korte weergave van het onderzoek opgenomen en is aangegeven wat vanuit dit onderzoek relevant is voor dit bestemmingsplan. 5.3.2
Gebiedsbescherming
Wettelijke gebiedsbescherming Het projectgebied bevindt zich op circa 1,3 kilometer van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Swalmdal. Directe effecten van de ingreep op Natura 2000-gebieden zijn hierdoor op voorhand uit te sluiten. De ingreep betreft de uitbreiding en het gebruik van een bestaand sportpark. Ook externe effecten zoals verstoring door licht, geluid en trillingen zijn door de ruime afstand uitgesloten. Wel is het mogelijk dat als gevolg van de werkzaamheden rondom de aanleg van de uitbreiding sprake is van een tijdelijke toename in stikstofdepositie. Om na te gaan of er sprake is van een daadwerkelijke toename is
bestemmingsplan Uitbreiding Sportpark 't Maasveld
35
er een stikstofdepositie onderzoek8 uitgevoerd. In de Aerius berekening is met de volgende uitgangspunten gerekend: Voertuigbewegingen: elke les 10 voertuigen (20 bewegingen) naar het plan zullen komen en vertrekken. Dit komt per jaar neer op 8.320 bewegingen waarbij worst-case is gerekend met middelzwaar verkeer. Lesuren: maximaal gedurende 52 weken per jaar op 4 dagen les worden gegeven in twee tijdvakken van 1 uur. Dit komt neer op jaarlijks 416 uur waarbij 8 paarden aanwezig zijn; Uit de uitgevoerde berekeningen naar de gebruiksfase en de aanlegfase blijkt dat de stikstofdepositie in beide situatie niet meer dan 0,00 mol N/ha/jaar bedraagt. Het onderhavige plan zal afzonderlijk – of in combinatie met andere plannen – geen relevante significante cumulatieve effecten kunnen veroorzaken ter plaatse van nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Voor meer informatie wordt verwezen naar de als Bijlage 10 opgenomen rapportage van het stikstofdepositieonderzoek.
Provinciale gebiedsbescherming Het plangebied is niet gesitueerd binnen een door de provincie Limburg aangewezen beschermde natuur- of landschapszone. Door de aard en omvang van de ingreep en de ruime afstand tot deze provinciaal beschermde gebieden zijn negatieve effecten van de voorgenomen ingreep op deze gebieden uitgesloten. 5.3.3
Soortenbescherming
Als gevolg van de nieuwe bestemming in het plangebied treden mogelijk negatieve effecten op algemeen voorkomende zoogdieren en amfibieën op. Voor overige beschermde soorten worden negatieve effecten als gevolg van de werkzaamheden en het toekomstige gebruik van de paardenbakken niet verwacht. Broedvogels - rekening houden met broedseizoen De herinrichting van het plangebied leidt mogelijk tot negatieve effecten op algemene broedvogels, zoals het doden of verwonden van vogels (Wnb artikel 3.1 lid1) en het vernielen van nesten of eieren (Wnb artikel 3.1 lid 2). Het is hiernaast mogelijk dat als gevolg van de werkzaamheden vogels verstoord worden (Wnb artikel 3.1 lid 4). Doordat de staat van instandhouding van de te verwachten vogelsoorten binnen het projectgebied gunstig is, als gevolg van een grote hoeveelheid geschikt leefgebied in de omgeving, leidt het verstoren van vogels niet tot een overtreding van de Wet natuurbescherming. In gebruik zijnde nesten zijn streng beschermd en mogen daarom niet worden vernield ten behoeve van ruimtelijke ontwikkelingen. Hiervoor is geen ontheffing van de Wet natuurbescherming mogelijk. Er dient daarom voorkomen te worden dat nesten van vogels vernield worden bij de werkzaamheden. De werkzaamheden dienen daarom uitgevoerd of op zijn minst aangevangen te worden buiten het broedseizoen van in de omgeving voorkomende broedvogels.
Het broedseizoen duurt globaal van half maart tot half juli. Deze periode is echter afhankelijk van de weersomstandigheden en de betreffende vogelsoort, waardoor het mogelijk kan zijn dat vogelsoorten eerder tot broeden komen binnen het plangebied of langer broeden dan half juli. Als broedtijd van vogels wordt de periode tussen de bouw van het nest en het uitvliegen van de jongen beschouwd. Indien het niet mogelijk is om de werkzaamheden uit te voeren of aan te vangen buiten het broedseizoen, kan middels een broedvogelschouw onderzocht worden of in gebruik zijnde nesten aanwezig zijn in het plangebied. Indien nesten afwezig zijn, kunnen deze locaties vrijgegeven worden voor de werkzaamheden. Algemeen voorkomende zoogdieren - rekening houden met zorgplicht Tijdens de werkzaamheden rondom de herinrichting en uitbreiding van het sportpark dient rekening te worden gehouden met de in het plangebied algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren. Het is mogelijk dat als gevolg van de werkzaamheden algemeen beschermde zoogdiersoorten worden gedood (Wnb artikel 3.10 lid 1). De te verwachten algemeen voorkomende soorten zijn in de provinciale verordening van de provincie Limburg vrijgesteld van ontheffing voor het vernielen van vaste rust- en verblijfplaatsen. Het doden van
bestemmingsplan Uitbreiding Sportpark 't Maasveld
36
individuen van deze soorten blijft verboden, maar het verjagen of vangen, met het oog op het verplaatsen van de soort, is daarentegen wel vrijgesteld van ontheffing. Het is slechts toegestaan om dieren te vangen wanneer het niet redelijkerwijs mogelijk is om de dieren te verdrijven. De dieren dienen vrijgelaten te worden in het aanliggend gebied, buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden. Door middel van zorgvuldig handelen wanneer er algemeen voorkomende diersoorten worden aangetroffen tijdens de uitvoering van de werkzaamheden kan een overtreding van de Wet natuurbescherming voorkomen worden. Overige soortgroepen Voor de volgende soortgroepen geldt dat bij de herinrichting van het plangebied geen negatieve effecten verwacht worden: flora, vleermuizen, overige grondgebonden zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen en ongewervelden. 5.3.4
Houtopstanden
Binnen het plangebied worden er geen houtopstanden gekapt. Daarmee is artikel 4.2 Houtopstanden van de Wet natuurbescherming niet van toepassing. Relevantie voor het plan Indien de hiervoor genoemde regelingen uit de Wet natuurbescherming worden nageleefd, vormt het aspect flora en fauna geen belemmering voor de uitbreiding van sportpark 't Maasveld.
5.4
Landschap
Landschapskader Noord- en Midden Limburg Het Landschapskader heeft tot doel op een beknopte wijze inzicht te geven in het hoe en waarom van het huidige landschap en daarmee grip te krijgen op de kansen die dat zelfde landschap biedt voor de toekomst. Het vormt hiermee een inspiratiebron om tot kwaliteitsverbeteringen te komen voor het Noorden Midden-Limburgse landschap. Aan de hand van zowel kenmerkende beelden van de huidige situatie als aansprekende ontwikkelingsmogelijkheden voor de toekomst inspireert het Landschapskader initiatiefnemers en beleidsmakers tot passende ruimtelijke ontwikkelingen die bijdragen aan een aantrekkelijker landschap om in te wonen, te werken en te recreëren. Initiatiefnemers van zowel aan landbouw en natuur (groene), aan water (blauwe), als aan bebouwing en infrastructuur (rode) gerelateerde ontwikkelingen, kunnen aan de hand van het Landschapskader nagaan welke ontwikkelingen op een bepaalde plek landschappelijk gezien wenselijk en mogelijk zijn.
bestemmingsplan Uitbreiding Sportpark 't Maasveld
37
Afbeelding 10: Uitsnede kaart landschappen, sportpark geel omlijnd, plangebied paars omlijnd (bron: Atlas Limburg) Het plangebied is alleen gelegen binnen het landschap 'velden'. De visie is om de karakteristieke openheid van dit resterende cultuurhistorisch waardevolle landschapstype zoveel mogelijk te behouden, te versterken en te herstellen voor de toekomst.
bestemmingsplan Uitbreiding Sportpark 't Maasveld
38
Met betrekking tot het ruimtegebruik is het wenselijk dat op de velden de openheid gewaarborgd wordt en tegelijk aangesloten wordt bij de cultuurhistorische betekenis. Het ruimtegebruik dat het beste bij deze karakteristiek aansluit zijn grondgebonden teelten en activiteiten, die het zicht niet belemmeren. Op het open veld komen in principe geen landschapselementen voor anders dan een enkele solitaire boom of boomgroep en kruidenrijke akkerranden. In de verdichte rand rondom het veld passen daarentegen wel landschapselementen. Zo staan daar bomenrijen langs de weg en nabij bebouwing staat erfbeplanting. Binnen de bestaande bebouwingslinten kan op een enkele plek nog ruimte gevonden worden voor verdichting. Hierbij moet uiterst zorgvuldig omgegaan worden met het doorzicht naar het achtergelegen open bouwland en met de beeldkwaliteit in deze vaak oude linten. Relevantie voor het plan De beoogde uitbreiding sportpark 't Maasveld is gelegen binnen het landschapsgebied 'velden'. Binnen dit gebied is er weinig ruimte voor verdere uitbreiding van bebouwing omdat men wil dat de cultuurhistorische karakterastieken worden behouden. De voorgenomen uitbreiding betreft echter een grondgebonden activiteit welke goed past binnen het agrarische karakter van het gebied.
Ook de locatie naast de kernrand van Neer en het sportpark zorgt ervoor dat de visuele eigenschappen van het landschap nauwelijks veranderen door deze ontwikkeling. Het aspect landschap vormt daarmee geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
5.5
Waterparagraaf
Om inzichtelijk te maken hoe met het hemelwater dient om te gaan ter hoogte van het plangebied, is er een watertoets9 uitgevoerd, die als Bijlage 11 bi deze toelichting is opgenomen. Deze watertoets geeft duidelijkheid over het vigerende beleid en wat de waterbergingsmogelijkheden zijn binnen het plangebied. Beleid Het beleid van het Waterschap Limburg schrijft voor de afhandeling van regenwater de trits 'opvangen, bergen en infiltreren' voor. Dit beleid is opgenomen in de Keur van het waterschap. De norm houdt in dat 100mm/24 uur per m2 verhard oppervlak opgevangen dient te worden binnen het plangebied. Oppervlaktewater Met behulp van de leggerkaart van Waterschap Limburg is nagegaan of er zich in de omgeving van de projectlocatie oppervlaktewateren bevinden. In de directe omgeving van de het perceel zijn geen leggerwatergangen gelegen. Op circa 150 meter ten zuidoosten van het perceel is de primaire watergang Wijnbeek gelegen. Regenwatersysteem / omgang met hemelwater en afvalwater Deze aanbeveling is gebaseerd op een aanname dat de grond slecht doorlatend is (worst case). Om een beter onderbouwde bergingsvoorziening te dimensioneren wordt een infiltratie onderzoek aanbevolen. Regenwatersysteem / omgang met hemelwater en afvalwater Berging De verwachte toename van de verharding bedraagt 400 m2.
Over dit oppervlak dient conform de Keur van Waterschap Limburg een neerslaghoeveelheid van 100 mm geborgen te worden. Dit komt overeen met een hoeveelheid van 40 m3. Aangezien er geen infiltratieonderzoek uitgevoerd is, is het onbekend hoe goed water in de bodem infiltreert. Hierom wordt geadviseerd om een lange waterbergingsvoorziening te maken voorzien van lava (porositeit van 48 %) wat bij een sleuf van 1 m bij 1 m een inhoud geeft van 0,48 m³ per strekkende meter. Bij een lengte van 83,5 meter geeft dit een berging van ongeveer 40,08 m³. Deze sleuf zou
bestemmingsplan Uitbreiding Sportpark 't Maasveld
39
bijvoorbeeld aan de westzijde van het perceel geplaatst kunnen worden, rekening houdend met de beschermingszone van de ondergrondse gastransportleiding. Overstort-/escapemogelijkheid Verder kan er ook gekeken worden naar een verlaging van het maaiveld ten zuiden van de paardenbak. Hier is een deel van het terrein nog niet ingericht en dit deel kan eventueel gebruikt worden voor het realiseren van een buffer. Relevantie voor het plan Het aspect 'Water' vormt geen belmmering voor de voorgenomen ontwikkeling wanneer er rekening wordt gehouden met de eerder genoemde aanbevelingen. Deze aanbeveling is gebaseerd op een aanname dat de grond slecht doorlatend is (worst case). Om een beter onderbouwde bergingsvoorziening te dimensioneren wordt een infiltratie onderzoek aanbevolen.
5.6
Archeologie en cultuurhistorie
5.6.1
Cultuurhistorie
Uit de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Leudal en de provincie Limburg blijkt dat er zich in of in de directe omgeving van het plangebied geen rijks- of gemeentelijke monumenten of overige cultuurhistorische waarden bevinden waarop de voorgenomen ontwikkeling negatieve effecten kan hebben. Er zijn daarmee geen belemmeringen op het gebied van cultuurhistorie. 5.6.2
Archeologie
Binnen het hele plangebied geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5'. In relatie tot mogelijk aanwezige archeologische waarden is er geen omgevingsvergunning nodig wanneer werkzaamheden worden voorzien voor een gebied dat kleiner is dan 1.000 m2 of indien een bodemingreep groter is dan 1.000 m², niet dieper gaat dan 40cm beneden het maaiveld.
bestemmingsplan Uitbreiding Sportpark 't Maasveld
40
Afbeelding 11: Uitsnede dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5', plangebied blauw omlijnd (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Uit de cultuurhistorische verwachtingskaart van de provincie Limburg blijkt dat het plangebied binnen de aanduiding 'Provinciale archeologische aandachtsgebieden' valt. Dit heeft tot gevolg dat er omtrent voorgenomen ontwikkeling bij bodemverstorende werkzaamheden afstemming dient plaats te vinden met de provincie Limburg.
bestemmingsplan Uitbreiding Sportpark 't Maasveld
41
Afbeelding 12: Uitsnede Provinciale archeologische aandachtsgebieden kaart Relevantie voor het plan De locatie voor de ontwikkeling betreft een terrein van 7.070 m2. Hoewel het terrein groter is dan 1.000 m², zijn voor de ontwikkeling echter geen werkzaamheden voorzien waarvoor men voor een oppervlakte van meer dan 1.000 m² dieper dan 40 cm de grond in hoeft. De dubbelbestemming zal worden gehandhaafd in voorliggend plan en indien sprake is van vergunningplichtige werkzaamheden zal een omgevingsvergunning aangevraagd worden bij het bevoegd gezag, waarbij wordt getoetst aan dedubbelbestemming. Tevens zal indien nodig afstemming plaatsvinden met de provincie Limburg. Gelet op de beperkte omvang van de bodemingrepen kan geconcludeerd worden dat de aspecten archeologie en cultuurhistorie geen belemmering vormen voor de voorgenomen ontwikkeling.
5.7
Verkeer en parkeren
Verkeer De hoofdontsluiting van de uitbreiding van het sportpark loopt via de Waije naar de Maasweg. Het grootste deel van het verkeer zal via deze route geleid worden. Overig verkeer zal via de Waije richting het noordoosten rijden. De verkeerstromen zullen in geringe mate toenemen op de Waije. Deze geringe toename zal echter geen problemen creëren voor de verkeersdoorstroming. Het fietsverkeer zal dezelfde route gaan gebruiken. Het plan leidt niet tot extra verkeersgeneratie want er is sprake van het verplaatsen van een bestaande functie naar een nieuwe locatie aangrenzend op het bestaande sportpark. De parkeergelegenheid blijft binnen het bestaande sportpark waardoor, uitgezonderd incidentieel verkeer, geen nieuwe verkeersbewegingen zullen plaatsvinden naar het plangebied.
bestemmingsplan Uitbreiding Sportpark 't Maasveld
42
Parkeren Voor de gebruikers en bezoekers van het terrein is parkeergelegenheid voorzien op eigen terrein. Indien in een uitzonderlijk geval nodig, kunnen er enkele auto's geparkeerd worden op het huidige sportpark. Ook wordt er op het terrein, nabij het clubgebouw, voorzien in voldoende fietsparkeervoorzieningen. Relevantie voor het plan Vanuit het aspect verkeer en parkeren zijn er geen bezwaren voor de beoogde uitbreiding van sportpark 't Maasveld.
bestemmingsplan Uitbreiding Sportpark 't Maasveld
43
Hoofdstuk 6 6.1
Opbouw bestemmingsplan
Algemeen
De in deze toelichting beschreven aspecten hebben als basis gediend voor het opstellen van een juridisch plan, dat zoveel mogelijk is afgestemd op de geldende bestemmingsplannen binnen de gemeente Leudal. Teneinde het voorgenomen initiatief te kunnen realiseren heeft een juridische vertaling van het plan in planregels en verbeelding plaatsgevonden. De planregels zijn gerelateerd aan de verbeelding. Verbeelding en planregels dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast conform de bepalingen in Wro, Bro en SVBP 2012.
6.2
Verbeelding
Op de verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn opgenomen. Deze aanduidingen hebben juridische betekenis indien en voor zover deze daaraan in de planregels wordt gegeven. Een aantal aanduidingen heeft geen juridische betekenis en is uitsluitend op de verbeelding aangegeven ten behoeve van de leesbaarheid, zoals kadastrale en topografische gegevens.
6.3
Planregels
De planregels zijn opgesteld op basis van de landelijke standaarden zoals vastgelegd in het rapport Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen. De planregels zijn conform deze standaard verdeeld in vier hoofdstukken, te weten hoofdstuk 1 Inleidende regels, hoofdstuk 2 Bestemmingsregels, hoofdstuk 3 Algemene regels en hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels. Voor de planregels is zoveel als mogelijk aangesloten bij het voor het huidige sportterrein geldende bestemmingsplan 'Woonkernen Leudal 2017'. Regelingen die in dit kader niet relevant zijn, zijn achterwege gelaten. 6.3.1
Inleidende regels
Artikel 1 Begrippen In dit artikel zijn bepalingen (begrippen) opgenomen welke in het algemeen spraakgebruik onvoldoende vastliggen en waarbij verschillen in interpretatie bij toepassing van de planregels mogelijk zijn. Voor het gemak zijn enkele begrippen uit de Wabo en het Bor overgenomen. Artikel 2 Wijze van meten Hierin wordt aangegeven op welke manier hoogte, lengte, breedte, inhoud en oppervlakte van bouwwerken / percelen gemeten moeten worden. 6.3.2
Bestemmingsregels
Algemeen De regels van een bestemming worden conform de SVBP 2012 als volgt opgebouwd en benoemd: bestemmingsomschrijving; bouwregels; nadere eisen; afwijken van de bouwregels; specifieke gebruiksregels; afwijken van de gebruiksregels; omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden;
bestemmingsplan Uitbreiding Sportpark 't Maasveld
44
omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk; wijzigingsbevoegdheid. Duidelijk zal zijn dat een bestemmingsregel niet alle elementen hoeft te bevatten. Dit kan per bestemming verschillen. In dit bestemmingsplan is voor diverse bestemmingen een nadere eisen-regeling opgenomen. Burgemeester en wethouders kunnen, binnen de reeds aangegeven begrenzingen van het bestemmingsplan (gebruiks- en bouwregels), nadere eisen stellen aan plaats en afmeting van gebouwen indien dit noodzakelijk is voor de aspecten: gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving; verkeersveiligheid; sociale veiligheid; brandveiligheid en rampenbestrijding; externe veiligheid; benodigde parkeervoorzieningen; benodigde waterberging. Hier onder worden de regels van de opgenomen bestemmingen nader toegelicht. Artikel 3 Sport De bestemming 'Sport' (Artikel 3) is opgenomen voor het gehele plangebied. Gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen de het de verbeelding aangegeven bouwvlak. Op de verbeelding en in de planregels is aangegeven aan welke maatvoering de gebouwen moeten voldoen. Het bouwvlak mag volledig worden bebouwd.
Artikel 4 Waarde - Archeologie 5 Ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5 '(Artikel 4) is het gemeentelijk archeologisch beleid van toepassing met verschillende ondergrenzen voor de noodzakelijkheid van archeologisch onderzoek. Artikel 5 Leiding – Gas De bestemming 'Leiding - Gas' (Artikel 5) ligt op het noord- en westelijke deel van het plangebied. De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van een aardgastransportleiding met de daar bijbehorende bouwwerken en andere werken. Ter plaatse van de 'hartlijn leiding - Gas' is het hart van de gasleiding gelegen. 6.3.3
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel In de 'Anti-dubbeltelregel' (Artikel 6) wordt bepaald dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het verlenen van een omgevingsvergunning waarin uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, deze bij de beoordeling van latere plannen buiten beschouwing blijft. Het nog overgebleven terrein mag dus niet nog eens meegenomen worden bij het toestaan van een ander bouwwerk. Algemene bouwregels In de 'Algemene bouwregels' (Artikel 7) zijn bepalingen opgenomen met betrekking tot ondergronds bouwen, over ondergeschikte bouwdelen en over bestaande maten. Algemene gebruiksregels In de 'Algemene gebruiksregels' (Artikel 8) is een nadere bepaling opgenomen met betrekking tot het gebruik van de gronden. Tevens zijn regels opgenomen met betrekking tot het houden van evenementen en het innemen van verkoopstandplaatsen. Algemene aanduidingsregels
bestemmingsplan Uitbreiding Sportpark 't Maasveld
45
De 'Algemene aanduidingsregels' (Artikel 9) bevatten twee binnen het plangebied opgenomen gebiedsaanduingen, namelijk 'overige zone - oud bouwland' en 'vrijwaringszone hoogspanningsverbinding'. Algemene afwijkingsregels en Algemene wijzigingsregels De 'Algemene afwijkingsregels' (Artikel 10) en 'Algemene wijzigingsregels' (Artikel 11) verschaffen het bevoegd gezag c.q. burgemeester en wethouders de mogelijkheid om in te spelen op gegevens of situaties die vooraf niet bekend kunnen zijn. Algemene procedureregels In Artikel 12 zijn de 'Algemene procedureregels' opgenomen. Deze bevatten alleen nog procedureregels voor het stellen van nadere eisen als bedoeld in artikel 3.6, lid 1 sub d van de Wet ruimtelijke ordening. Voor alle overige procedures zijn reeds procedureregels opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsverplichting) en in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (omgevingsvergunningen). Overige regels In de 'overige regels' (Artikel 13) zijn de overige zaken geregeld die niet elders kunnen worden ondergebracht. Hierin is een regel opgenomen die aangeeft dat, waar een enkelbestemming samenvalt met een dubbelbestemming geldt primair het bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming. Ook wordt aangegeven welke dubbelbestemmingen prevaleren boven andere dubbelbestemmingen indien deze samenvallen.
In de overige regels zijn tevens de gemeentelijke parkeernormen verankerd. 6.3.4
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht In de regel 'Overgangsrecht' (Artikel 14) is geregeld in hoeverre en onder welke voorwaarden bestaande gebouwen en het bestaand gebruik van gronden en bouwwerken mogen afwijken van het plan. Slotregel In de 'Slotregel' (Artikel 15) is aangegeven dat de regels van dit bestemmingsplan dienen te worden aangehaald als "Regels van het bestemmingsplan 'Uitbreiding Sportpark 't Maasveld'.
bestemmingsplan Uitbreiding Sportpark 't Maasveld
46
Hoofdstuk 7 7.1
Haalbaarheid
Financiële uitvoerbaarheid
De Wet ruimtelijke ordening (artikel 6.12.1) verplicht gemeenten gelijktijdig met een ruimtelijk besluit, zoals een bestemmingsplan een exploitatieplan vast te stellen, indien er sprake is van een bij wet aangewezen bouwplan en de gronden niet in eigendom zijn bij de gemeente. De gemeente kan hiervan afwijken door het sluiten van een anterieure overeenkomst met de ontwikkelende partij, op basis waarvan het kostenverhaal anderszins verzekerd is. In het voorliggende geval is sprake van een burgerinitiatief voor de herontwikkeling van een sportterrein dat in eigendom is en blijft van de gemeente Leudal. De herontwikkeling en daaropvolgend beheer en gebruik wordt vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst. De samenwerkingsovereenkomst wordt in februari 2022 aan het college voorgelegd en zal ondertekend zijn voor vaststelling van voorliggend bestemmingsplan. Derhalve is het kostenverhaal anderzins verzekerd.
7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
7.2.1
Omgevingsdialoog
Om omwonenden zo goed mogelijk te betrekken bij het ontwikkelproces is er voor gekozen een informatieavond te houden op maandag 27 januari 2020. Tijdens deze informatieavond is een toelichtende presentatie gegeven over de stand van zaken, de omvang van de plannen en er is een grove tijdsplanning uitgezet. Omwonenden hebben hierbij ook de kans gekregen om vragen te stellen omtrent het plan. Op 29 april 2021 is een buurtavond 't Maasveld gehouden waarin de laatste stand van zaken van de plannen zijn toegelicht aan de aanwezige omwonenden. Tevens is de bestemmingsplan procedure toegelicht. Op 17 juni 2021 is een inloopavond gehouden waarin de stand van zaken van het volledige initiatief is toegelicht en de status van het ontwerp-bestemmingsplan is toegelicht. 7.2.2
Overleg
Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, waar nodig, overleg dienen te plegen met betrokken instanties.
7.3
Procedure bestemmingsplan
7.3.1
Wettelijke procedure
De wettelijke procedure volgens de Wet ruimtelijke ordening (Wro) start met het moment van ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan. De procedure ziet er als volgt uit: Openbare kennisgeving van het ontwerp bestemmingsplan volgens artikel 3.8 Wro; Terinzagelegging van het ontwerp en bijbehorende stukken gedurende 6 weken en toezending aan gedeputeerde staten en de betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten; Gedurende de termijn van terinzagelegging kunnen door een ieder schriftelijk of mondeling zienswijzen worden ingebracht; Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad na 12 weken; Algemene bekendmaking van het vastgestelde bestemmingsplan door terinzagelegging met voorafgaande kennisgeving en toezending aan gedeputeerde staten en betrokken rijksdiensten,
bestemmingsplan Uitbreiding Sportpark 't Maasveld
47
waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien gedeputeerde staten of de inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, 6 weken na vaststelling, tenzij gedeputeerde staten ermee instemmen dat die termijn van 6 weken niet hoeft te worden aangehouden; Mogelijkheid tot beroep voor belanghebbenden bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking van het vastgestelde bestemmingsplan; Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. 7.3.2
Ontwerp bestemmingsplan
Het ontwerp bestemmingsplan heeft van 6 juli tot en met 16 augustus 2021 ter inzage gelegen. Tijdens deze periode zijn in totaal 7 zienswijzen ontvangen. De beantwoording van de zienswijzen is opgenomen in het bijgevoegde zienswijzenverslag (bijlage 15).
bestemmingsplan Uitbreiding Sportpark 't Maasveld
48
Eindnoten
1. Milieuhygiënisch bodemvooronderzoek, 22-06-2020, MIL20.067, Kragten 2. Quickscan Externe veiligheid, 02-07-2020, 20200702-LEU208-RAP-EXT-QS 1.0, Kragten 3. Externe veiligheid buisleidingen, 09-07-2020, 20200709-LEU208-RAP-EXT-CAR 1.0, Kragten 4. Verantwoording groepsrisico, 09-07-2020, LEU208, Kragten 5. Akoestisch onderzoek industrielawaai, 25-06-2020, 20200622-LEU208-RAP-IL-1.0, Kragten 6. Bedrijven en milieuzonering, 01-07-2020, 20200617-LEU208-RAP-BMZ-QS 0.1, Kragten 7. Verkennend flora en fauna onderzoek, 12-06-2020, 20200612-LEU208-RAP-FF- 1.1, Kragten 8. Stikstofdepositie onderzoek, 06-10-2020, 201006-LEU208-RAP-STD-1.1, Kragten 9. Watertoets, 13-07-2020, LEU208, Kragten
bestemmingsplan Uitbreiding Sportpark 't Maasveld
49