CConstaterende datLeudal
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting

Raadsvergadering 2 juli 2024, gemeente LeudalBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Heide 24 te Heythuysen12.196 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

32

bestemmingsplanHeide 24 te Heythuysen

'Uit de resultaten van de berekeningen, die in het kader van het akoestisch onderzoek rond de Heide 24 te Heythuysen zijn uitgevoerd, kunnen de in onderstaande paragrafen vermelde conclusies worden getrokken. 5.1 Gemeentelijk beleid Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT)

Maximaal geluidniveau (LAmax)

• Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau voldoet ter plaatse van de beoordelingspunten aan de geluidgrenswaarde, zijnde 40/45 dB(A) etmaalwaarde.

• Het maximale geluidniveau voldoet ter plaatse van de beoordelingspunten aan de geluidgrenswaarde zijnde 70 dB(A) etmaalwaarde.

Indirecte hinder • Indirecte hinder als gevolg van af- en aanvoerend verkeer van en naar de inrichting voldoet ter plaatse van de gevels van geluidgevoelige objecten aan de geluidgrenswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde.

5.2 Stiltegebied De grenswaarde van 35 dB(A) LAeq, 24u op 30 meter wordt in de toekomstige situatie niet overschreden. Er is daarom geen sprake van aantasting van het stiltegebied. 5.3 Eindconclusie Gezien het vorenstaande kan geconcludeerd worden dat de toekomstige situatie ten aanzien de in dit onderzoek aangegeven randvoorwaarden akoestisch inpasbaar geacht kan worden. '.

Verder kan worden gesteld dat de kortste afstand van de grens van de nieuwe recreatiewoningen/bouwvlakken tot de grens van de dichtbij gelegen woonbestemming meer dan 50 meter bedraagt. Verder zijn er geen bedrijven aanwezig binnen 500 meter afstand van het plangebied. Andersom kan worden gesteld dat gezien deze grote afstand tot bedrijven van derden deze bedrijven van derden niet worden belemmerd als gevolg van het planvoornemen. De overige milieuaspecten, geur, stof en gevaar zijn bij onderhavig planvoornemen niet aan de orde qua externe werking vanuit het plangebied naar de omgeving. Kortom, milieuzonering vormt gezien de aard van het planvoornemen en de ligging van gevoelige objecten en aanwezige bedrijven op (grote) afstand, geen belemmering voorde voorgenomen planontwikkeling.

bestemmingsplanHeide 24 te Heythuysen

33

5.5

Natuur

Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking. Deze wet vervangt de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. De regels die toezien op bescherming van Natura 2000-gebieden (voorheen Nbwet) zijn opgenomen in 'Hoofdstuk 2 Natura 2000-gebieden' van de Wet natuurbescherming. De verbodsbepalingen ten aanzien van beschermde soorten (voorheen Ffwet) zijn in de Wet natuurbescherming opgenomen in 'Hoofdstuk 3 Soorten' en beschreven per beschermingsregime. Op basis van de Wet natuurbescherming zijn ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk. Te allen tijde geldt dat de algemene wettelijke zorgplicht van toepassing is. Dit houdt in, dat handelingen die niet noodzakelijk zijn met betrekking tot de voorgenomen ingreep en die nadelig zijn voor de in en om het plangebied voorkomende flora en fauna, achterwege moet blijven. Ook bij handelingen die wel noodzakelijk zijn geldt de zorgplicht.

Ten behoeve van het planvoornemen is een quick-scan flora en fauna uitgevoerd, zie bijlage 4. De conclusies van dit onderzoek zijn als volgt: 'Op basis van de quickscan die is uitgevoerd ter plaatse van het onbebouwde deel van perceel L 34 te Heythuysen kan, bij naleving van de zorgplicht, worden uitgesloten dat de beoogde functiewijziging en herinrichting een negatieve invloed heeft op beschermde soorten vanuit de Wet natuurbescherming en natuurgebieden. Gezien de afstand en de aard van de ingreep worden geen negatieve effecten verwacht op de meest nabijgelegen natuurgebieden (LNN en Natura 2000). De ruimtelijke ontwikkeling leidt vermoedelijk niet tot een toename van de stikstofdepositie op de naburige Natura 2000 gebieden. Om te bepalen of dit het geval is zou een Aerius-berekening kunnen worden uitgevoerd. Voor de geplande ingreep vinden er geen ingrepen plaats in de bomen en struiken op het aangrenzend terrein. Deze kunnen gebruikt worden als nestgelegenheid voor diverse 'algemene' vogels. Op basis van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming (Wnb) is het verboden om opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Indien toch ingrepen noodzakelijk zijn dan dienen de werkzaamheden buiten het broedseizoen (15 maart - 1 augustus) uitgevoerd te worden.

Gezien er op de onderzoekslocatie vrijgestelde en/of algemene soorten (bijvoorbeeld konijn en ree) voor kunnen komen dient men zich aan de zorgplicht te houden. Dit houdt in dat het onnodig doden, verwonden of beschadigen vermeden dient te worden. '

Kortom, op basis van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de aanwezigheid van beschermde flora en fauna binnen het plangebied kan worden uitgesloten. Het planvoornemen heeft, als gevolg van de maatregelen zoals opgenomen in het inpassingsplan, een positief effect op ecologische waarden die aanwezig zijn binnen het plangebied.

Gebiedsbescherming Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is 'Leudal'. Dit gebied is gesitueerd op een afstand van ruim 4 kilometer van het plangebied. Onderhavig planvoornemen voorziet in een bouw-/aanlegfase en in een gebruiksfase. Hiervoor zijn Aerius-berekeningen voor zowel de realisatiefase als de gebruiksfase gemaakt, zie bijlage 5. Uit beide berekeningen blijkt dat er geen significant effect is als gevolg van het planvoornemen. Conclusie

34

bestemmingsplanHeide 24 te Heythuysen

Gelet op de beschikbare gegevens, het uitgevoerde onderzoek en het karakter van het plangebied is het onwaarschijnlijk dat er binnen het plangebied beschermde soorten voorkomen. Mochten er toch diersoorten in het plangebied voorkomen, dan zullen dit algemene soorten zijn waarvoor de lichtste vorm van bescherming geldt (bosmuis, spitsmuis, veldmuis, etc.). Het planvoornemen zal, indien deze soorten zich in het plangebied bevinden, daarop een schadelijk effect hebben. Aangezien de activiteiten zijn te kwalificeren als ruimtelijke ontwikkeling, geldt een vrijstelling van de verboden. Voor de activiteit hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd.

5.6

Verkeer en parkeren

Met betrekking tot onderhavige planontwikkeling dienen de (eventuele) gevolgen voor de verkeersstructuur alsmede het parkeren inzichtelijk te worden gemaakt. 5.6.1 Verkeersstructuur Het planvoornemen (bouw 5 nieuwe vakantiewoningen met centraal gebouw met erf e.d.) leidt tot een beperkte toename van verkeer. De bestaande ontsluitingsweg van de locatie Heide 24 te Heythuysen, behoeft derhalve niet gewijzigd te worden. De enkele verkeersbewegingen die er per dag extra komen (max. 15-20 extra bewegingen) vormen geen enkel probleem. Er zal een aparte inrit worden aangelegd (hiervoor zal de aanwezige landbouwinrit worden verbeterd tot een volwaardige inrit voor de ecolodges) ten behoeve van de locatie. Deze inrit zal overzichtelijk zijn en is op grote afstand van woningen van derden gelegen. Naast autoverkeer zal er ook sprake zijn van extra bewegingen met fietsen. Ook dit vormt geen enkele belemmering vanuit verkeerskundig oogpunt. Verder is er bij de inrichting rekening gehouden met de bereikbaarheid voor hulpdiensten. In de planregels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarmee juridisch geborgd is dat het plan in de vergunningsfase ter beoordeling en goedkeuring aan de Veiligheidsregio wordt voorgelegd. 5.6.2 Parkeren Als gevolg van onderhavig planvoornemen zal er sprake zijn van extra parkeerbehoefte.

Door de realisatie de 5 ecolodges zullen er aan de voorzijde extra parkeerplaatsen worden gerealiseerd (8 stuks) zodat ten allen tijden voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein aanwezig is. Parkeeroverlast op de openbare weg kan derhalve uitgesloten worden. De dagrecreactie en daarmee ook de parkeerplaatsen op het perceel zijn alleen bedoeld voor de gebruikers van de ecolodges. Er hoeft daarom niet te worden voorzien in extra parkeergelegenheid voor gebruikers van de dagrecreatie die geen gebruik maken van de ecolodges. Het aspect parkeren vormt daarom geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.

5.7

Waterhuishouding

In deze paragraaf wordt beschreven op welke wijze bij het project rekening is gehouden met de ruimtelijk relevante aspecten van (duurzaam) waterbeheer. Allereerst wordt ingegaan op het provinciale waterbeleid. 5.7.1 Beleidskader water Provinciaalbeleid De provincie Limburg kent ook als uitgangspunt dat verdroging zo veel mogelijk moet worden tegengegaan en dat de waterkwaliteit, met het oog op een duurzaam gebruik in de toekomst, erg belangrijk is. Verder sluit de provincie aan bij het beleid van de Vierde Nota Waterhuishouding om infiltratie van water in de bodem te bevorderen en water meer terug te brengen in stedelijk gebied. Binnen de waterbeheersplannen van Limburg is integraal waterbeheer een belangrijk begrip. Ook hier speelt

bestemmingsplanHeide 24 te Heythuysen

35

verdroging en waterkwaliteit een belangrijke rol in het beleidsproces. Ter invulling van (specifiek) ecologische functies stelt het Waterschap onder andere dat, ter voorkoming van verdroging, grondwaterstanden (daar waar dat mogelijk is) verhoogd moeten worden door peilbeheer. Ook dient het rioleringsbeheer door gemeenten op en aan de aan watergangen en -plassen toegekende functies, afgestemd te worden. Naast die ecologische functie dienen er ook mensgerichte hoofdfuncties ten behoeve van industrie of drinkwater ingepast te worden. Tevens dient er plaats te zijn voor mensgerichte nevenfuncties. 5.7.2 Kenmerken van het watersysteem Watertoets Waterschap Limburg Vanaf 1 november 2003 zijn de overheden wettelijk verplicht om alle ruimtelijke plannen, die van invloed zijn op de waterhuishouding, voor advies voor te leggen aan de waterbeheerders. Tot juli 2004 kwam het voor dat voor de watertoets verschillende waterbeheerders (waterschapsbedrijf, waterschap, provincie en Rijkswaterstaat) apart moesten worden benaderd. Die gaven dan afzonderlijke wateradviezen. Dat zorgde voor veel onduidelijkheid en papieren rompslomp. Daarom hebben de Limburgse waterbeheerders afgesproken om alle aanvragen in het hun betreffende gebied af te handelen via één loket: het zogenaamde watertoetsloket. Het loket is ondergebracht bij het waterschap.

Op de kaarten van de gemeente Leudal van het Waterschap Limburg blijkt dat het plangebied niet is gelegen binnen een aandachtsgebied. Op welke wijze wordt omgegaan met het afval- en hemelwater binnen het onderhavige plangebied wordt hierna uiteengezet.

Afvalwater Het afvalwater als gevolg van onderhavige planontwikkeling zal worden geloosd op de gemeentelijke riolering van de gemeente Leudal. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt is het afvoeren van afvalwater via de gemeentelijke riolering vereist en daarmee tevens de beste optie (drukriool richting het Asbroek). Ter plaatse van de nieuwe bebouwing (5 recreatiewoningen en centraal gebouw) zal alleen huishoudelijk-sanitair afvalwater vrijkomen. De hoeveelheid afvalwater zal beperkt zijn aangezien er per ecolodge gemiddeld 2 personen aanwezig zijn. Er wordt uitgegaan van ca. 150-200 liter afvalwater per ecolodge per dag (indien de ecolodge bezet is). Het centrale gebouw is gelijk te stellen aan een ecolodge qua verbruik van afvalwater. Bij de bouwfase (aanvraag omgevingsvergunning) wordt het ontwerp van het riool verder uitgewerkt en aan de gemeente Leudal aangeleverd ter beoordeling.

Hemelwater dakverhardingen Het hemelwater dat valt op de nieuwe (dak)verharding zal worden opgevangen in een reservoir per receratiewoning waar het allereerst zal worden hergebruikt in het grijswatersysteem om bijvoorbeeld het toilet van de recreatiewoningen door te spoelen. Indien dit reservoir gevuld is zal het overlopen via goten naar een hemelwatervoorziening (wadi/plantsoenen met noodoverloop op de omliggende in eigendom zijnde gronden, zie uitsnede). Bij nieuwbouw dient 100% van het verharde oppervlak afgekoppeld te worden. Om te beoordelen hoe groot de te realiseren hemelwatervoorziening moet zijn, dient de hoeveelheid af te voeren hemelwater te worden berekend bij extreme buien van t=100. De neerslag die afkomstig is van de nieuwe bebouwing, wordt in zijn geheel opgevangen. Er is voorzien in de volgende nieuwe verhardingen:

36

bestemmingsplanHeide 24 te Heythuysen

-

Nieuwe bedrijfsbebouwing (nieuwe ecolodges) ca. 5x75=375m2 + 120=495m2;

Alle overige erfverhardingen zal halfverharding betreffen en ter plaatse in de bodem infiltreren. Binnen het plangebied wordt voorzien in een infiltratievoorziening. Hier wordt het hemelwater naar afgevoerd zodat het kan infiltreren. Deze voorziening heeft een noodoverloop op de aanwezige gronden. De voorziening zal aan de achterzijde van het perceel worden gerealiseerd (hier is voldoende ruimte beschikbaar).

De norm van het waterschap is 100mm. De benodigde capaciteiten zijn: -

Nieuwe bedrijfsbebouwing 75*5+ 120=495m2 x 100mm = 50m3;

Capaciteit infiltratievoorziening eigen terrein zal minimaal 50m3 bedragen. Gezien de (enorme) omvang van het plangebied is hier ruim voldoende ruimte voor beschikbaar.

Door de afdoende capaciteit van de infiltratievoorziening, behoeft voor wateroverlast op de bouwkavel en de aangrenzende percelen van derden niet te worden gevreesd. Door het hemelwater van de nieuwe bebouwing en bijbehorende verharding niet te lozen op de riolering, wordt voldaan aan de norm dat bij nieuwbouw 100% van het verharde oppervlak dient te worden afgekoppeld. In de infiltratievoorzieningen zal alleen schoon hemelwater worden opgevangen, waaraan uiteraard geen verontreinigde stoffen zijn toegevoegd. Uitloging bij infiltratie wordt voorkómen door alleen schoon hemelwater te infiltreren. De infiltratievoorziening doet in dat opzicht tevens dienst als bodempassage, waarmee gezorgd wordt dat het hemelwater wordt ontdaan van (diffuse) verontreinigingen alvorens het infiltreert. 5.7.3 Conclusie waterhuishouding Gelet op vorenstaande vormt het aspect waterhuishouding geen belemmeringen voor onderhavige planontwikkeling.

bestemmingsplanHeide 24 te Heythuysen

37

38

bestemmingsplanHeide 24 te Heythuysen

Hoofdstuk 6

Juridische aspecten

Het bestemmingsplan 'Heide 24 te Heythuysen' van de gemeente Leudal bestaat uit voorliggende toelichting, regels en een verbeelding (schaal 1: 1.000).

6.1

Planstukken

Op 1 juli 2008 is de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden. Behalve een vernieuwd stelsel voor processen voor de ruimtelijke ordening in Nederland, zijn met de inwerkingtreding van de nieuwe Wro ook de resultaten van DURP (Digitale Uitwisseling in Ruimtelijke Processen) wettelijk verankerd. Dit houdt in dat nagenoeg alle instrumenten uit de Wro door bronhouders digitaal beschikbaar zijn, waardoor de bestemmingsplannen onderling vergelijkbaar worden. Hiervoor is het pakket 'RO Standaarden 2012' ontwikkeld, dat wettelijk is vastgelegd in de bij de Wro behorende 'Regeling standaarden ruimtelijke ordening'.

Vergelijkbaarheid van bestemmings- en inpassingsplannen wordt door de SVBP2012 (Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012) op drie manieren gerealiseerd: 1. er is een begrippenkader gegeven dat in de plannen toegepast moet worden. Het gaat dan bijvoorbeeld om lijsten van bestemmingshoofdgroepen met mogelijke gebruiksdoelen, dubbelbestemmingen, aanduidingen, indeling van regels etc. Voor het hanteren van het begrippenkader is geen specifieke software vereist; 2. er is een verplichte 'analoge verbeelding' voorgeschreven, hetgeen inhoudt de manier waarop het plan op papieren kaarten moet worden getoond. Er zijn dwingende regels inzake de opmaak van het plan. Voor het opmaken van plannen is in de praktijk speciale software benodigd; 3. er is een verplichte 'digitale verbeelding' voorgeschreven, waarmee wordt gedoeld op het tonen van het plan in een digitale omgeving (website).

Vanaf 1 januari 2010 dient een bestemmingsplan digitaal raadpleegbaar en uitwisselbaar te zijn. Voorliggend bestemmingsplan voldoet aan deze digitaliseringverplichting.

6.2

Plansystematiek

Een bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding. De regels en verbeelding vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderling verband te worden bezien. De regels en de verbeelding zijn namelijk onlosmakelijk met elkaar verbonden, aangezien op de verbeelding de bestemmingen visueel zijn weergegeven en de regels onder andere het gebruik en de bouwmogelijkheden bij deze bestemmingen geven.

Toelichting De toelichting van het bestemmingsplan heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het totale plan. De toelichting geeft namelijk een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten zoals deze aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting een belangrijk hulpmiddel bij de interpretatie van het bestemmingsplan.

bestemmingsplanHeide 24 te Heythuysen

39

Regels Conform de SVBP2012 dienen de regels van een bestemmingsplan volgens een bepaalde opbouw te worden opgesteld.

Verbeelding Op een verbeelding wordt de grens van het plangebied weergegeven waarbinnen onder meer de verschillende (dubbel)bestemmingen, bouwvlakken en bouw-/functie-/maatvoeringsaanduidingen (en de ligging daarvan) visueel zijn weergegeven. De verbeelding met betrekking tot voorliggend bestemmingsplan is ingetekend op schaal 1: 1.000. Verder voorziet bijbehorende verbeelding in de naam van voorliggend bestemmingsplan en een tekeningnummer. De verbeelding is direct (juridisch) verbonden met de bijbehorende regels. In deze regels worden de condities en voorwaarden gesteld behorende bij de verschillende bestemmingen.

40

bestemmingsplanHeide 24 te Heythuysen

Hoofdstuk 7 7.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

De voorliggende bestemmingsplanprocedure heeft betrekking op een particulier initiatief, waarbij de financiële consequenties uitsluitend door die initiatiefnemer zullen worden gedragen.

Daar de kosten voor de planontwikkeling geheel voor rekening zijn van de initiatiefnemer, heeft onderhavig plan géén gevolgen voor de gemeentelijke begroting en/of gemeentelijke financiën. Er is geen planschaderisicoanalyse gemaakt omdat eventuele verzoeken tot tegemoetkoming in planschade er niet voor zullen zorgen dat de uitvoerbaarheid van het planvoornemen in het geding komt.

Tussen de initiatiefnemer en de gemeente Leudal wordt een anterieure overeenkomst gesloten, zodat eventuele reële aanvragen inzake de tegemoetkoming in de planschade voor rekening van de initiatiefnemer komen en zodat het kostenverhaal geregeld wordt. Als bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, van de wet, wordt aangewezen een bouwplan voor: - de bouw van een of meer woningen; - de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen; - de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1000 m² bruto-vloeroppervlakte of met een of meer woningen; - de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; - de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1500 m² bruto-vloeroppervlakte bedraagt; - de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1000 m² bruto-vloeroppervlakte. De eco-lodges zijn nodig om de recreatieve bestemming uit te voeren en zijn dus aan te merken als hoofdgebouw. Daarmee is er in voorliggend plan sprake van een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid en moet er door de initiatiefnemer o.a. een exploitatiebijdrage betaald worden.

Dit wordt eveneens geregeld in de anterieure overeenkomst.

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7.2.1 Inspraak Ingevolge artikel 1.3.1 Besluit ruimtelijke ordening dienen burgemeester en wethouders te besluiten en te publiceren of er terinzagelegging van het bestemmingsplan plaatsvindt, of er zienswijzen kunnen worden ingediend en of een onafhankelijke adviesinstantie advies uitbrengt. De gemeente Leudal zal alvorens de formele bestemmingsplanprocedure op te zullen starten, geen voorontwerp van voorliggend bestemmingsplan ter inzage leggen maar meteen over zullen gaan tot de formele bestemmingsplanprocedure en daartoe het ontwerp ter visie zullen leggen. Het voorontwerpplan wordt gebruikt in het kader van het wettelijk vooroverleg.

bestemmingsplanHeide 24 te Heythuysen

41

7.2.2 Omgevingsdialoog Initiatiefnemer heeft het plan met de buren meerdere malen besproken (lees directe buren die rondom plangebied aan de Heide 24 zijn gelegen). De omgevingsdialoog van eind 2022, voorjaar 2023 en najaar 2023 is uitgewerkt en ondertekend aan de gemeente Leudal overhandigd (zie bijlage 7). Hieruit kwam naar voren dat de directe buren een aantal bezwaren hebben op het gepresenteerd planvoornemen. Initiatiefnemer heeft het planvoornemen daar waar mogelijk aangepast om zo veel mogelijk rekening te houden met deze bezwaren. Daarnaast zijn er uitvoerige onderzoeken uitgevoerd om te toetsten of onderhavig bestemmingsplan past binnen de gestelde wet- en regelgeving. De tegemoetkomingen van initiatiefnemer zijn in de volgende aspecten terug te vinden. Er is gekozen om de zandweg, gelegen aan de oostzijde, niet te gebruiken maar een eigen inrit te creëren aan de noordwestzijde. De inrit verstrekt de hoofd toegang tot het perceel en de nieuw gecreëerde parkeerplaatsen (ref. 3.2 afbeelding planvoornemen). De interne bewegingen van de bezoekers vinden hierdoor volledig op eigen perceel plaats. Hierdoor worden extra verkeersbewegingen op het zandpad voorkomen en worden verkeersonveilige situaties vermeden. Verder is er bij de inrichting van het gehele terrein daar waar mogelijk rekening gehouden met het minimaliseren van eventuele hinder naar de omgeving.

Zo is bij de herinrichting van het landschap rekening gehouden met de positionering van de eco lodges (verder verwijderd van de buren) en heeft initiatiefnemer een natuurlijke geluidsbarrière geplaatst om eventueel geluidoverlast te voorkomen. Tot slot heeft initiatiefnemer een eigen geluidsregelement opgesteld. Enerzijds om eventuele stilte verstoring van het nabijgelegen stiltegebied 'Asbroekerheide' te voorkomen, anderzijds omdat het aansluit bij de visie van 'Eco by Nature'.

42

bestemmingsplanHeide 24 te Heythuysen

Hoofdstuk 8 8.1

Procedure

Overleg artikel 3.1.1 Bro

Inleiding De procedure voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerp bestemmingsplan ter visie kan worden gelegd. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan. De reactie van het Waterschap Limburg is: Plan is niet akkoord. In de toelichting is aangegeven dat er maar 6 m3 berging/infiltratie noodzakelijk is (factor 10 te klein). Ons advies is een berging/ infiltratie van 100 mm in 24 uur en daarnaast adviseren wij om te kijken het bestaand verhard oppervlak ook af te koppelen. Mocht de infiltratie voorziening lozen richting het oppervlaktewaterlichaam 2de Zijtak Heihuizen dan is het vergunningsplichtig en dan is 100 mm de norm. Het liefst zien wij een infiltratie voorziening aan de achterkant van het perceel er is ruimte genoeg om het plan klimaat adaptief /neutraal in te richten. Bovenstaande reactie is in onderhavig plan verwerkt. Reactie provincie Limburg. De provincie heeft tijdens het vooroverleg niet gereageerd.

Bij de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan zal de provincie opnieuw in kennis worden gesteld van het voornemen om het bestemmingsplan te herzien.

8.2

Ontwerpplan

Formele procedure Algemeen De wettelijke (formele) bestemmingsplanprocedure, die circa 26 weken in beslag neemt, bestaat uit navolgende stappen:

1. 2.

3. 4. 5.

6. 7.

Openbare kennisgeving van het ontwerp bestemmingsplan. Ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan met alle bijbehorende stukken gedurende 6 weken. Tevens wordt de bekendmaking toegezonden aan Gedeputeerde Staten en het Waterschap Limburg, en belanghebbenden en betrokken Rijksdiensten. Gedurende de termijn van ter inzage legging kan een ieder zienswijzen naar voren brengen. Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken. Algemene bekendmaking van het bestemmingsplan door ter inzage legging met voorafgaande kennisgeving en toezending van het besluit tot vaststelling aan Gedeputeerde Staten en betrokken Rijksdiensten, Waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien Gedeputeerde Staten of de inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, binnen 6 weken na vaststelling. Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden. Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling

bestemmingsplanHeide 24 te Heythuysen

43

bestuursrechtspraak van de Raad van State. Zienswijzen Het ontwerp van voorliggend bestemmingsplan heeft vanaf 27 december 2023 tot en met 6 februari 2024 voor zienswijzen ter visie gelegen. Gedurende deze termijn zijn zienswijzen ingekomen. Voor een beantwoording hiervan wordt verwezen naar de zienswijzennota, zie bijlage ....

8.3

Vastgesteld plan

p.m.

44

bestemmingsplanHeide 24 te Heythuysen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leudal&id=5705a4a8-a5be-43c2-8f10-c84124858c89