Toelichting
Tekst van het document
Maatregel
Vervolgstappen
Ja, doden vogels en vernielen nesten tijdens broedseizoen.
Rooiwerkzaamheden uitvoeren buiten broedseizoen.
Geen.
Beschermde soorten Broedvogels
Algemeen Ja, doden individuen voorkomende soorten tijdens werkzaamheden.
bestemmingsplan Gasleiding ter hoogte van Kelperbrug
Rekening houden met Geen. de zorgplicht.
23
Vleermuizen
Ja, veroorzaken Werkzaamheden Geen. Tenzij niet lichtverstoring en overdag uitvoeren en voldaan kan worden doorsnijden vliegroute. behoud laanstructuur. aan de gestelde voorwaarden.
Alpenwatersalamande Nee. r en poelkikker
Grond- en rooiwerkzaamheden uitvoeren buiten winterperiode.
Geen. Tenzij niet voldaan aan worden aan de gestelde voorwaarden.
-
-
Beschermde gebieden Natura 2000
Nee
NNN
Mogelijk, dient na exacte inrichting werklocaties beoordeeld te worden.
Contact provincie Limburg.
Houtopstanden
-
Melden houtkap bij provincie Limburg.
-
Tabel 2: conclusies verkennend flora en faunaonderzoek Relevantie voor het plan Indien aan de orde wordt met in achtneming van de maatregelen gehandeld. Eventuele vervolgstappen worden uitgevoerd zodat er vanuit het aspect natuur geen bezwaren zijn voor de beoogde ontwikkeling.
4.4
Landschap
Landschapskader Noord- en Midden Limburg Het Landschapskader heeft tot doel op een beknopte wijze inzicht te geven in het hoe en waarom van het huidige landschap en daarmee grip te krijgen op de kansen die dat zelfde landschap biedt voor de toekomst. Het vormt hiermee een inspiratiebron om tot kwaliteitsverbeteringen te komen voor het Noorden Midden-Limburgse landschap. Aan de hand van zowel kenmerkende beelden van de huidige situatie als aansprekende ontwikkelingsmogelijkheden voor de toekomst inspireert het Landschapskader initiatiefnemers en beleidsmakers tot passende ruimtelijke ontwikkelingen die bijdragen aan een aantrekkelijker landschap om in te wonen, te werken en te recreëren. Initiatiefnemers van zowel aan landbouw en natuur (groene), aan water (blauwe), als aan bebouwing en infrastructuur (rode) gerelateerde ontwikkelingen, kunnen aan de hand van het Landschapskader nagaan welke ontwikkelingen op een bepaalde plek landschappelijk gezien wenselijk en mogelijk zijn. Relevantie voor het plan Voorliggend plan betreft het verleggen van een bestaande ondergrondse gastransportleiding waarbij de aanleg geschiedt middels een gestuurde boring. Derhalve is geen sprake van een plan wat invloed heeft op de aanwezige landschapswaarden en zijn er geen bezwaren vanuit het landschapskader.
4.5
Waterparagraaf
Voorliggend plan betreft het verplaatsen van een gastransportleiding, waarbij geen sprake is van een verandering in verharding. Wel is de locatie nabij het kanaal Wessem-Nederweert, maar de beoogde ingreep heeft geen invloed op dit kanaal. Boringsvrije Zone Roerdalslenk Het tracé van de N280 ligt in de Roerdalslenk, zone III. In de Omgevingsverordening van Provincie Limburg (2014), hoofdstuk 4 Milieubeschermingsgebieden is vastgelegd welke regels binnen deze zone gelden. Deze regels betreffen met name het roeren van de grond en het slaan van boorputten dieper dan de
bestemmingsplan Gasleiding ter hoogte van Kelperbrug
24
bovenkant van de Bovenste Brunssumklei. Voor de verlegging van de gastransportleiding geldt dat de grond niet dieper dan 80 m-mv (tot aan de Bovenste Brunssumklei) geroerd mag worden. Deze dieptes worden met de verlegging van de gastransportleiding niet bereikt. De ligging van het tracé in de Roerdalslenk heeft daarom geen gevolgen voor de werkzaamheden. Relevantie voor het plan De beoogde ingreep voorziet in het verplaatsen van een deel van het tracé van een gastransportleiding. Geen sprake is van verharding of verandering van de zone nabij het kanaal. Derhalve is er vanuit het aspect water geen bezwaar voor de voorgenomen verlegging.
bestemmingsplan Gasleiding ter hoogte van Kelperbrug
25
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische aspecten
Algemeen
De in deze toelichting beschreven aspecten hebben als basis gediend voor het opstellen van een juridisch plan, dat zoveel mogelijk is afgestemd op de geldende bestemmingsplannen binnen de gemeente Leudal. Teneinde het voorgenomen initiatief te kunnen realiseren heeft een juridische vertaling van het plan in planregels en verbeelding plaatsgevonden. De planregels zijn gerelateerd aan de verbeelding. Verbeelding en planregels dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast conform de bepalingen in Wro, Bro en SVBP 2012.
5.2
Verbeelding
Op de verbeelding is alleen de dubbelbestemming opgenomen, waarbinnen de nieuwe gastransportleiding wordt aangelegd. Voor het overige wordt in de regels verwezen naar de bestemmingen in het geldende bestemmingsplan voor het buitengebied van Leudal. Een aantal aanduidingen heeft geen juridische betekenis en is uitsluitend op de verbeelding aangegeven ten behoeve van de leesbaarheid, zoals kadastrale en topografische gegevens.
5.3
Planregels
De planregels zijn opgesteld op basis van de landelijke standaarden zoals vastgelegd in het rapport Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen. De planregels zijn conform deze standaard verdeeld in vier hoofdstukken, te weten hoofdstuk 1 Inleidende regels, hoofdstuk 2 Bestemmingsregels, hoofdstuk 3 Algemene regels en hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels. Voor de planregels is zoveel als mogelijk aangesloten bij het ter plaatse geldende bestemmingsplan Buitengebied. Regelingen die in dit kader niet relevant zijn, zijn achterwege gelaten. Hoofdstuk 1 bevat de begrippen en de wijze van meten. In hoofdstuk 2 zijn de regels opgenomen behorende bij de bestemmingen die op de verbeelding aan de gronden zijn toegekend. In het geval van voorliggend plan is sprake van een verlegging van een gasleiding en zijn geen wijzigingen in de bestemmingen voorzien. Derhalve zijn voor alle bestemmingen verwijzingen opgenomen naar de geldende regeling zoals opgenomen in 'Reparatie- en veegplan Buitengebied Leudal 2016'. In hoofdstuk 3 zijn algemene regels opgenomen die op het gehele plangebied van toepassing zijn dan wel aanduidingen die betrekking hebben op meer dan één bestemmingsvlak. In hoofdstuk vier zijn de regels opgenomen waarmee het overgangsrecht wordt geregeld en is een artikel opgenomen waarin de formele naamgeving van de planregels is vastgelegd.
bestemmingsplan Gasleiding ter hoogte van Kelperbrug
26
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
De Wet ruimtelijke ordening (artikel 6.12.1) verplicht gemeenten gelijktijdig met een ruimtelijk besluit, zoals een bestemmingsplan een exploitatieplan vast te stellen, indien er sprake is van een bij wet aangewezen bouwplan. De gemeente kan hiervan afwijken door het sluiten van een anterieure overeenkomst met de ontwikkelende partij, op basis waarvan het kostenverhaal anderszins verzekerd is. Aangezien voorliggende ontwikkeling geen bouwplan betreft is het opstellen van een exploitatieplan niet noodzakelijk.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Deze paragraaf beschrijft het proces dat is doorlopen voor de planvorming. Voorafgaand aan het in procedure brengen van dit bestemmingsplan heeft afstemming plaatsgevonden met de gemeente Leudal en de provincie Limburg, zodat de planvorming voor de gastransportleiding en de aanpassingen aan onder andere de Kelperbrug goed op elkaar zijn afgestemd. Het doel is om voorafgaand aan de werkzaamheden voor de aanpassingen aan de Kelperbrug de gastransportleiding te kunnen verleggen, zodat er sprake is van een gestroomlijnde uitvoering van werkzaamheden.
bestemmingsplan Gasleiding ter hoogte van Kelperbrug
27