CConstaterende datLeudal
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting

Commissievergadering Fysiek 28 november 2023, gemeente LeudalBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Ittervoort 4e Fase' te Ittervoort27.313 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan Bedrijventerrein Ittervoort 4e Fase Toelichting NL.IMRO.1640.BP19BtIttervoort4e-VG02

Afbeelding: plangebied Bedrijventerrein Ittervoort 4e Fase

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk1

Inleiding

6

Hoofdstuk2

Bestaande situatie

10

Hoofdstuk3

Nieuwe situatie

12

Hoofdstuk4

Beleid

21

Hoofdstuk5

Uitvoeringsaspecten

31

Hoofdstuk6

Opbouw bestemmingsplan

67

Hoofdstuk7

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

71

Hoofdstuk8

Financiële uitvoerbaarheid

74

bestemmingsplan Bedrijventerrein Ittervoort 4e fase

3

bestemmingsplan Bedrijventerrein Ittervoort 4e fase

4

Toelichting

bestemmingsplan Bedrijventerrein Ittervoort 4e fase

5

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Bij de voormalige gemeente Hunsel bestond al het voornemen om bedrijventerrein Ittervoort uit te breiden. De 'nieuwe' gemeente Leudal is hiermee verder gegaan. Aanvankelijk bestond het voornemen om een bestemmingsplan voor de generieke uitbreiding van het bedrijventerrein in procedure te brengen. Destijds kon de concrete behoefte daaraan niet of onvoldoende worden aangetoond en werd dan ook geen medewerking verkregen van de provincie Limburg. Wel bleken er mogelijkheden om te komen tot maatwerkoplossingen voor lokale bedrijven.

Ten tijde van de recessie was de uitbreiding van het bedrijventerrein minder actueel / niet aan de orde. Begin 2018 heeft de gemeente de planvorming weer opgepakt. Op basis daarvan zijn gesprekken aangegaan met mogelijk geïnteresseerde bedrijven en is geïnventariseerd of er behoefte bestaat aan uitbreiding. Daaruit is gebleken dat het uitbreidingsgebied volledig kan worden 'gevuld' met de uitbreidingsbehoefte van lokale bedrijven, rekening houdend met een robuuste landschappelijke inpassingszone. Deze planvorming resulteert uiteindelijk in dit bestemmingsplan waarin de toekomstige, gewenste situatie juridisch-planologisch wordt geregeld. In de afbeelding hierna is de ligging van het plangebied in groter verband inzichtelijk.

Afbeelding 1: ligging plangebied in groter verband (bron: ESRI Nederland)

1.2

Tussenuitspraak Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Op 6 september 2023 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) een tussenuitspraak gedaan naar aanleiding van het ingestelde beroep tegen het op 22 december 2020 door de gemeenteraad van Leudal vastgestelde bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Ittervoort 4e fase'.

De Afdeling ziet aanleiding om de raad op de voet van artikel 8:51d van de Algemene wet bestuursrecht

bestemmingsplan Bedrijventerrein Ittervoort 4e fase

6

op te dragen om binnen 16 weken na de verzending van deze tussenuitspraak: nader te onderbouwen dat bij een representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden het plan voorziet in een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Daartoe zal een nieuw akoestisch onderzoek moeten worden uitgevoerd, al dan niet in combinatie met beperking van de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen de bestemming 'Bedrijventerrein' of het opnemen van geluidnormen in de planregels. de realisering van de noodzakelijke maatregelen ter voorkoming van lichthinder in het plan te waarborgen; in het plan te waarborgen dat ten behoeve van de vrachtwagens voldoende parkeerplaatsen worden aangelegd en in stand worden gehouden. De ABRvS draagt de raad van de gemeente Leudal op om binnen 16 weken na de verzending van de tussenuitspraak de gebreken in het besluit van de raad van de gemeente Leudal van 22 december 2020 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Ittervoort 4e fase" te herstellen, en de Afdeling en de andere partijen de uitkomst mede te delen en een gewijzigd of nieuw besluit zo spoedig mogelijk op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mede te delen.

Naar aanleiding van de tussenuitspraak is het voorliggende bestemmingsplan aangepast. Voor wat betreft de aanpassingen met betrekking tot geluid wordt verwezen naar paragraaf 5.1.4 van de toelichting en artikel 3.5.8 van de regels. Voor wat betreft de toevoegingen met betrekking tot lichthinder wordt verwezen naar paragraaf 5.1.2 van de toelichting en artikel 3.5.5 van de regels. Voor wat betreft de toevoegingen met betrekking tot het waarborgen van voldoende parkeerplaatsen voor vrachtwagens, wordt verwezen naar paragraaf 5.6 van de toelichting en artikel 15.2 van de regels.

1.3

Begrenzing van het plangebied

Het plangebied sluit aan op het bestaande bedrijventerrein Ittervoort. De buitengrens van het bestemmingsplan komt overeen met de buitengrens van het ter plaatse geldende bestemmingsplan Bedrijventerrein Ittervoort. Ter plaatse van de westelijke inpassingsstrook geldt óók het bestemmingsplan 'Reparatie- en veegplan Buitengebied Leudal 2016'. Zie afbeelding hierna voor de begrenzing van het plangebied: het niet-paars gekleurde gebied binnen de rode ovaal.

Afbeelding 2: begrenzing plangebied aan de hand van grenzen bestemmingsplan Bedrijventerrein Ittervoort (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

bestemmingsplan Bedrijventerrein Ittervoort 4e fase

7

De grens van het bestemmingsplan komt overeen met de grens die is opgenomen in 'REBIS'. Dit is het Ruimtelijk Economisch Bedrijventerreinen Informatie Systeem (REBIS) van de provincie Limburg. In dit informatie systeem kunnen ondernemers de Limburgse bedrijventerreinenmarkt volgen. De provincie gebruikt deze informatie in REBIS zelf ook. Hierdoor krijgt zij in beeld of haar beleid volgens planning wordt uitgevoerd en of de doelen worden behaald. Dit geldt zowel voor provincie als voor gemeenten. Het plangebied ligt binnen de gebiedsaanduiding 'niet terstond uitgeefbaar' (zie ook afbeelding hierna).

Afbeelding 3: begrenzing plangebied zoals ook opgenomen in REBIS (bron: www.https://portal.prvlimburg.nl/rebis2/.nl)

1.4

Doel

De uitbreiding van bedrijventerrein speelt in op de behoefte aan fysieke uitbreidingsruimte van met name reeds op het bedrijventerrein gevestigde ondernemers. Een aantal ondernemers heeft aangegeven dringend behoefte te hebben aan de uitbreiding. Om deze (uitbreidings)mogelijkheden juridisch-planologisch mogelijk te maken is dit bestemmingsplan opgesteld.

1.5

Geldende bestemmingsplannen

Voor het plangebied gelden twee bestemmingsplannen: 'Bedrijventerrein Ittervoort' en het bestemmingsplan “Reparatie- en veegplan Buitengebied Leudal 2016”. Het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Ittervoort' is vastgesteld op 8 september 2015 en onherroepelijk. Het bestemmingsplan 'Reparatie- en veegplan Buitengebied Leudal 2016' is vastgesteld op 3 juli 2018 en deels in werking. Het deel binnen het laatstgenoemde bestemmingsplan is daarin ten onrechte opgenomen, omdat dit deel al opgenomen was in bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Ittervoort'. Binnen het plangebied gelden de volgende (dubbel) bestemmingen: Agrarisch Waarde - Archeologie 5 Waarde - Archeologie 6 Groen Wonen Verkeer Daarnaast zijn de volgende aanduidingen opgenomen in de bestemmingsplannen: gebiedsaanduiding milieuzone - boringsvrije zone gebiedsaanduiding overige zone - oud bouwland

bestemmingsplan Bedrijventerrein Ittervoort 4e fase

8

gebiedsaanduiding overige zone - kernrandzone functieaanduiding waterberging bouwvlak Naast de geldende bestemmingsplannen geldt het voorbereidingsbesluit 'Duurzame Energie', vastgesteld op 16 november 2018. Het voorbereidingsbesluit heeft geen gevolgen voor de beoogde ontwikkeling. Kleinschalige windturbines zijn niet toegestaan binnen het plangebied. Strijdigheid met bestemmingsplan Het plan past niet binnen de geldende bestemmingsplannen. De realisatie van bedrijvigheid past niet in de geldende bestemmingen. Ook is er slechts voor een klein deel van het plangebied de mogelijkheid om gebouwen (een woning) op te richten. De beoogde landschappelijke inpassing(szone) is eveneens grotendeels niet toegestaan binnen de huidige regeling.

1.6

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 gaat in op de huidige situatie en hoofdstuk 3 omschrijft de toekomstige situatie voor het plangebied. Hoofdstuk 4 behandelt het geldende beleid op zowel rijks-, provinciaal-, regionaal- als gemeentelijke niveau. Hoofdstuk 5 bevat een beschrijving van de relevante uitvoeringsaspecten en verantwoordt (al dan niet met behulp van uitgevoerde onderzoeken) de voorgenomen ingreep. Getoetst wordt of de ingreep voldoet aan de sectorale wetgeving, bijvoorbeeld op het gebied van bodem, akoestiek of externe veiligheid. De juridische planbeschrijving van dit bestemmingsplan is opgenomen in hoofdstuk 6. De maatschappelijke uitvoerbaarheid staat omschreven in hoofdstuk 7. De toelichting sluit af met een hoofdstuk waarin de economische uitvoerbaarheid van het planvoornemen wordt toegelicht. Voorliggende toelichting vergezelt een set regels en een verbeelding (zie bijlage 1) die samen het juridische plan vormen. De toelichting dient ter onderbouwing / motivering van het plan. De onderzoeksrapporten die als bijlage bij deze toelichting zijn gevoegd hebben betrekking op de ontwikkeling binnen het plangebied van voorliggend bestemmingsplan Bedrijventerrein Ittervoort 4e fase.

bestemmingsplan Bedrijventerrein Ittervoort 4e fase

9

Hoofdstuk 2 2.1

Bestaande situatie

Omgeving plangebied

Het plangebied betreft een overgangszone tussen bedrijventerrein Ittervoort en het buitengebied. De zone heeft een hoofdzakelijk agrarische functie maar daarbij zijn twee delen ingericht als waterberging en ligt een woonperceel midden in het gebied. Bij de aanleg van de infrastructuur van bedrijventerrein Ittervoort is al voorgesorteerd op deze toekomstige uitbreiding middels de half vrijliggende Europastraat en de doodlopende Sleestraat. Het terrein karakteriseert zich door een kleinschalige verkaveling in tegenstelling tot de omliggende meer grootschalige verkaveling.

Afbeelding 4: luchtfoto directe omgeving met begrenzing plangebied (bron: ESRI Nederland)

Het aangrenzende bedrijventerrein heeft een diverse opbouw met zowel grootschalige als kleinschalige bedrijfslocaties. De ligging direct nabij de A2, halverwege Maastricht en Eindhoven, nabij de aansluiting met de A73 maakt dat sprake is van een ideale locatie voor bedrijven waarbij bereikbaarheid van groot belang is. Via de Napoleonsweg (N273) is een uitstekende verbinding met België naar het zuidwesten en regio Roermond naar het noordoosten. Het bedrijventerrein is een belangrijke werkgever voor de regio. Ten westen van het bedrijventerrein ligt de kern Ittervoort. Lokaal verkeer kan het bedrijventerrein bereiken via de Platanenweg, doorgaand en vrachtverkeer gaat via de N273. Ittervoort is een kerkdorp met 1.710 inwoners (2018) en heeft door zijn ligging in een dunbevolkt deel van het buitengebied van Leudal een belangrijke lokale functie. Tussen het bedrijventerrein en de N273 ligt nog een restant van het buurtschap Santfort dat deels is verdwenen door de aanleg van de A2 en het kanaal Wessem-Nederweert en nu hoofdzakelijk bestaat uit verspreide huizen rondom de Santforterstraat, N273 en A2. Het noordelijke agrarische gebied kenmerkt zich door grootschalige landbouw (zowel akkerbouw als veeteelt) met een ruime verkaveling en verspreid liggende bebouwing. De noordelijke begrenzing wordt deels bepaald door de Schillersstraat.

Aan de Schillersstraat liggen enkele burgerwoningen en agrarische bedrijven.

bestemmingsplan Bedrijventerrein Ittervoort 4e fase

10

2.2

Plangebied

De beoogde locatie voor de uitbreiding van het bedrijventerrein heeft een hoofdzakelijk agrarische functie. Daarbij zijn binnen de locatie twee waterbergingen met opgaande beplanting aanwezig en één burgerwoning aan de Europastraat. Het gebied is in de bestaande situatie vanaf de Schillersstraat aan de noordzijde en de Europastraat aan de zuidzijde bereikbaar. Tevens loopt de Sleestraat vanuit het zuiden dood bij de daar liggende waterberging. Door het plangebied lopen twee wegen: de Kollerveldweg vanaf de Afrikastraat naar het daar gelegen bedrijf en een onverharde verbinding tussen de Sleestraat en de Schillersstraat.

Afbeelding 5: luchtfoto met begrenzing plangebied in rood (bron: ESRI Nederland)

Met name ter hoogte van de zuidelijke grens van het plangebied en de waterbergingen is opgaande beplanting aanwezig in de vorm van bomen en struweel. Op het (diepe) achterterrein van de woning aan de Europastraat is ook opgaande beplanting in de vorm van bomen en struweel aanwezig.

bestemmingsplan Bedrijventerrein Ittervoort 4e fase

11

Hoofdstuk 3

Nieuwe situatie

3.1

Proces, uitgangspunten en behoefte

3.1.1

Proces

Bij de voormalige gemeente Hunsel bestond al het voornemen om bedrijventerrein Ittervoort uit te breiden met een vierde fase. Na de fusie is de nieuwe gemeente Leudal hiermee verder gegaan. De gemeente heeft hierbij de ambitie uitgesproken om bij voorkeur te ontwikkelen voor lokale ondernemers. Met de ontwikkeling van de vierde fase van bedrijventerrein Ittervoort wordt dan ook ruimte geboden voor maatwerkoplossing, hoofdzakelijk voor lokale bedrijven. Na jaren van economische recessie is gemeente Leudal begin 2018 gestart met het in kaart brengen van wensen van geïnteresseerde, lokaal verankerde, bedrijven. Voor een deel geldt zelfs dat ontwikkeling wordt ingezet voor uitbreiding van reeds op het terrein gevestigde bedrijven. Op basis van deze wensen is een verkavelingsplan opgesteld én is de inpasbaarheid hiervan in de omgeving, verkennend onderzocht. Parallel aan dit proces is gemeente Leudal een omgevingsdialoog gestart. Doel van deze dialoog is het zo vroeg mogelijk informeren van de direct omwonenden bij de planvorming én zo zorgvuldig mogelijk aandacht te besteden aan de belangen, wensen en zorgen van de omgeving wanneer het gaat om de ruimtelijke gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling. Gemeente Leudal hecht er waarde aan dat de vierde fase in zijn geheel verkaveld én landschappelijk ingepast wordt.

Dit schept helderheid en transparantie richting omwonenden en overige stakeholders. Bovendien kan eenmalig de juridisch-planologische procedure doorlopen worden. Hierna wordt het proces omschreven dat met de belangstellende bedrijven én de direct omwonenden doorlopen is, alvorens onderhavig bestemmingsplan in procedure is gebracht. Maatwerk In het voorjaar van 2018 (maart en april) heeft gemeente Leudal een tweetal werksessies georganiseerd. Voor deze werksessies zijn de destijds geïnteresseerde partijen uitgenodigd. In deze werksessies is gezamenlijk met deze partijen de uitbreidingsbehoefte in kaart gebracht. Hierbij is met name gekeken naar de wensen, behoeften en randvoorwaarden van ondernemers. Hierbij gaat het concreet om de gewenste functies en milieuactiviteiten maar ook om de beoogde kavelgrootte en maatvoering van bebouwing (lengte, breedte en hoogte). Op basis van voornoemde sessies zijn verschillende verkavelingsvarianten uitgewerkt. Zie ook paragraaf 7.1 van deze toelichting. Hier wordt ingegaan op de dialoog die heeft plaatsgevonden met de omgeving en geleid heeft tot het maatwerk.

Voorkeursvariant en afronding verkenningsfase Op basis van voornoemde acties en acties zoals omschreven in paragraaf 7.1 is een voorlopige voorkeursvariant gekozen. Deze voorkeursvariant is dan ook het resultaat van gesprekken met ondernemers, verkennende berekeningen en de verkenning van de landschappelijke inpasbaarheid. Daar waar mogelijk is rekening gehouden met opmerkingen van de omwonenden. De uiteindelijke ontwikkeling vraagt hierin immers om een juiste balans. In het najaar van 2018 heeft vervolgens met geïnteresseerde partijen een individueel afstemmingsoverleg plaatsgevonden. Het doel van dit overleg was enerzijds het verschaffen van inzicht aan geïnteresseerde partijen over de randvoorwaarden bij de ontwikkeling van bedrijfskavels. Anderzijds gaven gesprekken inzicht in de mate waarin de voorlopige voorkeursvariant aansloot bij de maatwerkoplossing van bedrijven.

bestemmingsplan Bedrijventerrein Ittervoort 4e fase

12

Parallel aan voornoemde gesprekken is de (financiële) haalbaarheid van de voorkeursvariant verkennend onderzocht. Op basis van voornoemde input heeft het college op 2 april 2019 besloten om verder te gaan met de planuitwerking, te weten: Voorbereiding van de bestemmingsplanprocedure (inclusief het uitvoeren van de hiertoe benodigde onderzoeken). Het opstarten van het overleg richting geïnteresseerde bedrijven/kopers om te komen tot principe overeenkomsten. Communicatie richting gemeenteraad, omgeving, bevoegde gezagen en belangengroepen (IVI). De uitwerking van het plan inclusief landschappelijke inpassing. Overeenkomsten met bedrijven In de periode november 2019 - februari 2020 hebben gemeente en gegadigde bedrijven voorlopige koopovereenkomsten afgesloten. Bij inwerking treding van het bestemmingsplan worden deze overeenkomsten definitief. Voorafgaand aan het ter in zage leggen is het ontwerpbestemmingsplan integraal toegelicht aan om- en aanwonenden. 3.1.2

Uitgangspunten

Hierna zijn de belangrijkste uitgangspunten, aandachtspunten en randvoorwaarden opgenomen. De verkavelingsopzet Het totale plangebied heeft een oppervlakte van circa 15,1 ha, hiervan is circa 8,7 ha uitgeefbaar en circa 6,4 ha is gereserveerd voor landschappelijke inpassing en ontsluiting van percelen. Voor een kwalitatief goede landschappelijke inpassing is, ten opzichte van perceelgrenzen van derden, een minimale afstand van 25 meter aangehouden. Deze breedte borgt eveneens het benodigde ruimtebeslag voor berging en infiltratie van hemelwater. Het stedenbouwkundig plan gaat zo efficiënt mogelijk om met beschikbare ruimte in relatie tot benodigde infrastructuur. Het ontwerp is verkeerskundig getoetst en houdt rekening met aanwezigheid van bestaande kabels en leidingen. Bij de ontwikkeling wordt zo maximaal mogelijk rekening gehouden met (kavel)wensen van ondernemers. Bij eventueel veranderende marktomstandigheden kan de verkavelingsopzet worden aangepast zonder dat dit direct impact heeft op het totale plan. De afbeelding hierna geeft een indruk van de toekomstige inrichting van het bedrijventerrein en directe omgeving.

bestemmingsplan Bedrijventerrein Ittervoort 4e fase

13

Afbeelding 6: Inrichting bedrijventerrein en landschappelijke inpassing, met oppervlaktes per functiegebied.

Maatwerk De planvorming voor het bestemmingsplan bedrijventerrein Ittervoort, kent verschillende sporen, die samenkomen in voorliggend bestemmingsplan. Zo is er een spoor gevolgd, dat gericht is op afstemming over planvorming met regio en provincie. Daarnaast is met potentiële gegadigde bedrijven afgestemd over de gewenste maatwerkoplossingen binnen het beoogde uitbreidingsgebied. Parallel aan voornoemde sporen zijn direct omwonenden van het plangebied geïnformeerd over de aanstaande ontwikkelingen binnen Bedrijventerrein Ittervoort 4e fase. Naast informeren is geluisterd naar hun wensen en is hier zoveel als mogelijk invulling aangegeven. Zie hiervoor paragraaf: 3.1.1. Uit de afstemming die heeft plaatsgevonden met regio en provincie volgt dat de beoogde uitbreiding van Bedrijventerrein Ittervoort 4e fase ruimte biedt aan bedrijven voor het realiseren van maatwerkoplossingen. De gemeente Leudal biedt dit maatwerk om zo de werkgelegenheid binnen haar grenzen in elk geval te behouden en wellicht te laten groeien. Uit het onderzoek dat is uitgevoerd door de Stec-groep (zie bijlage 2) blijkt de daadwerkelijke behoefte aan dergelijke mogelijkheden op Bedrijventerrein Ittervoort 4e fase.

Om invulling te geven aan deze maatwerkoplossingen wordt deels afgeweken van de algemene gemeentelijke standaard voor bedrijventerreinen voor wat betreft maatvoering van de uit te geven bedrijfspercelen op dergelijke bedrijventerreinen. Voorliggend bestemmingsplan regelt dat er grotere bedrijfspercelen mogelijk zijn. Dit is het resultaat van een zorgvuldig proces dat heeft plaatsgevonden met gegadigden, bedrijven die zich binnen het bedrijventerrein Ittervoort 4e fase willen vestigen. In het kader van dit proces is ook gekeken naar de landschappelijke inpasbaarheid van de uitbreiding van het bedrijventerrein. Naast de omvang van bedrijfspercelen richt het maatwerk zich ook op herkomst en het type bedrijvigheid. Zo biedt deze 4e fase ruimte voor het uitbreiden van bedrijfspercelen van aangrenzende bedrijven. Daarnaast maakt deze uitbreidingfase het mogelijk om, reeds op het bedrijventerrein gevestigde, bedrijven te verplaatsen waardoor op de vrijgevallen locatie ruimte ontstaat voor transformatie. Naast uitbreiding van bestaande bedrijven en hervestiging van lokale bedrijven, biedt het

bestemmingsplan Bedrijventerrein Ittervoort 4e fase

14

bedrijventerrein ook de kans aan nieuwe lokale bedrijvigheid. Ook dit wordt gezien als maatwerkoplossing. Tot slot heeft de gemeente Leudal duidelijke kaders gesteld voor wat betreft het type bedrijvigheid (maximaal categorie 3.2. Naast de logische afwaardering van bedrijfscategorieën richting de rand van het bedrijventerrein borgt deze maximalisatie ook het woon- en leefklimaat van de omgeving. Zoals aangegeven is er een zorgvuldig proces met gegadigden doorlopen en hebben de trajecten voor dit bestemmingsplan, het informeren van direct omwonenden én het sluiten van voorlopige overeenkomsten met gegadigden parallel gelopen. Dit proces heeft uiteindelijk geleid tot het ondertekenen van de koopovereenkomsten met gegadigden op het moment dat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage is gelegd. Met het sluiten van deze overeenkomsten wordt privaatrechtelijk geborgd dat bedrijventerrein Ittervoort 4e fase ook feitelijk wordt gerealiseerd voor het bieden van maatwerkoplossingen. Wanneer onverhoopt blijkt dat, om welke reden dan ook, een gegadigde geen invulling kan geven aan het geboden maatwerk binnen dit bestemmingsplan en hierdoor dus geen gegadigde meer is, dan draagt de gemeente Leudal zorg voor een situatie waarin opnieuw sprake is van maatwerk, passend binnen de kaders van dit bestemmingsplan.

De gemeente Leudal zoekt dan een nieuwe gegadigde, dan wel binnen de gemeente, dan wel uit de regio. Op dit moment (voorjaar 2020) hebben, naast de gegadigden waarmee het plan is opgesteld en de overeenkomsten zijn gesloten, zich verschillende andere gegadigden, die voldoen aan voornoemde criteria, gemeld bij de gemeente Leudal. Milieu hygiënische aspecten Milieuzonering en akoestiek zijn op voorhand ook verkennend beschouwd om zo inzicht te krijgen in haalbaarheid en mogelijkheden. Deze meer technische (milieu hygiënische) aspecten die naast ook nog andere onderwerpen van belang zijn in het kader van de planvorming zijn omschreven en nader toegelicht in hoofdstuk 5. 3.1.3

Behoefte

Nieuwe ontwikkelingen buiten stedelijk gebied vragen om een zorgvuldige afweging. In dit kader is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), de 'ladder voor duurzame verstedelijking' geïntroduceerd. De werking van dit instrument is vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Zie ook paragraaf 4.2.5 van deze toelichting. In het kader van voornoemde regeling zijn voor de ontwikkeling van de vierde fase van bedrijventerrein Ittervoort in deze verkenningsfase twee stappen doorlopen, te weten: Afstemming planvorming in het regionale overleg bedrijventerreinen. Opstellen onderbouwing ladder voor duurzame verstedelijking. Regionale en provinciale afstemming (kwalitatief) Op basis van planvorming, de geïnteresseerde partijen en de hieruit volgende conceptverkaveling is een kwalitatieve onderbouwing voor de 'ladder voor duurzame verstedelijking' opgesteld. Naar aanleiding hiervan is verder gegaan met de planvorming. Deze onderbouwing is als bijlage 2 toegevoegd. Zie ook paragraaf 4.2.5 van deze toelichting. Onderbouwing ladder duurzame verstedelijking Voor het opstellen van de onderbouwing ladder duurzame verstedelijking is gebruik gemaakt van de specifieke expertise van de Stec Groep.

Uit de ladder onderbouwing blijkt dat de effectieve uitbreiding van bedrijventerrein Ittervoort ( circa 8.5 ha) past binnen de verwachte uitgifte binnen COROP-regio 'Midden-Limburg'. Dit wordt nader ondersteund vanuit de conclusie dat de uitbreiding ondernemers met een sterke, lokale binding faciliteert. Binnen een straal van 8 km (de gemiddelde verhuisafstand van bedrijven in de COROP-regio 'Midden-Limburg' is bovendien slechts een beperkt aanbod van uitgeefbare gronden. De ladderonderbouwing is als bijlage toegevoegd aan de toelichting van dit bestemmingsplan.

bestemmingsplan Bedrijventerrein Ittervoort 4e fase

15

3.2

Bedrijventerrein: functioneel

Om te komen tot een optimale inrichting en ontsluiting van het bedrijventerrein heeft overleg plaatsgevonden met de geïnteresseerden en is de omgeving (bewoners) actief geïnformeerd. Dit proces is omschreven in de vorige paragraaf en in paragraaf 7.1 . Functioneel leidt dit tot de volgende invulling van het bedrijventerrein Ittervoort 4e fase. Milieucategorie / zonering Uit de analyse die is uitgevoerd in het kader van dit bestemmingsplan komt naar voren dat er behoefte is aan vestigingsmogelijkheden voor bedrijfsactiviteiten tot en met milieucategorie 3.2. Rekening houdend met richtafstanden (zie paragraaf 5.1.1 van deze toelichting) kan het gehele bedrijventerrein ingevuld worden tot en met een bestemmingscategorie 3.2. Door bedrijvigheid tot en met milieucategorie 3.2 mogelijk te maken binnen het plangebied, wordt ook tegemoetgekomen aan de wensen van te vestigen / uit te breiden bedrijvigheid. Deze bedrijven hebben allemaal maximaal milieucategorie 3.2 zodat ze dus ook passen binnen de uitbreiding van het bedrijventerrein. Op het bedrijventerrein zijn geen bedrijfswoningen toegestaan. Bedrijven worden niet aangesloten op het netwerk voor gas en zullen all electric zijn. Bedrijfsverzamelgebouw Binnen het plangebied van dit bestemmingsplan is het mogelijk om een bedrijfsverzamelgebouw op te richten / te creëren ter plaatse van het gebied dat hier specifiek voor is aangeduid.

Hier is een aantal voorwaarden aan verbonden zodat er geen hinder richting de omgeving ontstaat en er sprake blijft van een goede ruimtelijke inpassing en tevens van een goede ruimtelijke ordening. Voorwaarden zijn dat ter plaatse sprake is van één bedrijfsgebouw waarbinnen verschillende bedrijven zich vestigen, parkeren plaatsvindt op eigen terrein, sprake is van een eenduidig stedenbouwkundig beeld, etc. Landschappelijke inpassing Rondom de kavels waar bedrijven zich zullen vestigen is aan de noord- en westzijde ruimte voor een gebied dat groen wordt ingericht. Binnen dit gebied landen verschillende opgaven. Als eerste een goede landschappelijke overgangs- en inpassingszone tussen het bedrijventerrein en het aangrenzend gelegen landelijk gebied. Rondom het bedrijventerrein wordt een wal aangelegd die begroeid zal raken, zodat bomen en struweel zorgen voor een robuuste inkleding van de bedrijfsgebouwen. Op deze groene helling kunnen voorzieningen worden aangelegd om de omgeving af te schermen van het geluid afkomstig van het nieuw aan te leggen bedrijventerrein. De grondwal zorgt voor een natuurlijke inpassing en een goede basis voor deze geluidwerende voorzieningen. Door de hoogte van de grondwal te gebruiken hoeven de geluidwerende voorzieningen (muur / wal / bouwwerk) zelf niet zo hoog te zijn.

Binnen deze zone voor landschappelijke inpassing is ook ruimte voor de opvang van hemelwater, natuur en een recreatieve wandelroute. In de huidige situatie zijn er twee hemelwaterbergingen binnen het plangebied aanwezig. Voor de mensen die werkzaam zijn op het bedrijventerrein of in de directe omgeving wonen, voorziet de landschappelijke inpassing in een wandelpad. Zo kunnen werknemers tijdens de middagpauze een ommetje lopen. In de paragraaf hierna en in bijlage 3 wordt ingegaan op onder andere de ruimtelijke aspecten / consequenties van de landschappelijke inpassing. Verkeer en parkeren Het bedrijventerrein Ittervoort 4e fase wordt ontsloten via de Afrikastraat / Europastraat die over het bestaande bedrijventerrein ten zuiden van de 4e fase loopt. Qua verkeerstructuur sluit het nieuwe bedrijventerrein hier op aan. Verder wikkelt het verkeer af via de Afrikastraat / Torenweg richting N273. Op het bedrijventerrien Ittervoort 4e fase is ook een calamiteitenroute voorzien richting het noorden. De

bestemmingsplan Bedrijventerrein Ittervoort 4e fase

16

aansluiting van de Krollerveldweg op de Schillersstraat wordt hiertoe afgesloten voor gemotoriseerd verkeer, maar kan wel worden gebruikt in geval van een calamiteit. Ook doet deze dienst als langzaamverkeerroute (wandelen, fietsen). Het parkeren van de nieuw te vestigen bedrijven, vindt plaats op eigen terrein. Parkeren is niet voorzien in openbaar gebied. Overige functies Binnen het plangebied ligt ook nog een aantal transportleidingen (o.a. riooltransportleiding (vrij verval), hogedruk gasleiding, electriciteit en data) en is een zendmast aanwezig. Deze functies blijven behouden en zijn (opnieuw) juridisch-planologisch geregeld in dit bestemmingsplan.

3.3

Bedrijventerrein: ruimtelijk

Bedrijven Met gegadigden voor een kavel op het bedrijventerrein heeft overleg plaatsgevonden. Uitgangspunten en randvoorwaarden, ook in ruimtelijke zin, zijn in samenspraak tot stand gekomen. De bouwhoogte voor bedrijfsgebouwen binnen het plangebied bedraagt maximaal 9 meter. Deze hoogte volgt uit de behoefte van de verschillende bedrijven die belangstelling hebben getoond voor de kavels binnen het plangebied. Onder voorwaarden (zoals landschappelijke inpasbaarheid) kan gebruik worden gemaakt van de mogelijkheid tot afwijken zodat bedrijfsgebouwen maximaal 12 meter hoog kunnen worden. Op de percelen van de bedrijven is opslag tot 4 meter hoogte toegestaan achter de naar de weg gekeerde grens. Deze regeling sluit aan bij de regeling zoals opgenomen voor het bestaande bedrijventerrein ten zuiden van bedrijventerrein Ittervoort 4e fase. De landschappelijke inpassing aan de noord- en westzijde van het plangebied zorgt, hoofdzakelijk dankzij een 2,5 m hoge aarden wal, er voor dat de opslag niet zichtbaar is vanuit de omgeving van het plangebied. Middels een afwijkingsbevoegdheid kan de hoogte van deze opslag verhoogd worden tot 9 meter, maar in dat geval zal het bevoegd gezag moeten besluiten of dit wenselijk is. Zie hiervoor ook bijlage 3 bij deze toelichting.

Landschappelijke inpassing In bijlage 3 van deze toelichting is het plan voor de landschappelijke inpassing opgenomen. Inrichtingsvisie Middels het opgestelde integraal landschappelijk inpassingsplan wordt inzicht gegeven in de wijze waarop de groenzone van het bedrijventerrein landschappelijk wordt ingepast. Het plan beschrijft op welke wijze rekening gehouden wordt met de verschillende wettelijke verplichtingen, randvoorwaarden en wensen.

bestemmingsplan Bedrijventerrein Ittervoort 4e fase

17

Afbeelding 7: inrichtingsvisie (Kragten)

De landschappelijke inpassing van het bedrijventerrein Ittervoort is benaderd vanuit de omgeving en niet vanuit het bedrijventerrein. De uitbreiding van het bedrijventerrein heeft géén functie als zichtlocatie en wordt alleen vanuit het bebouwingscluster Schillersheide en het noordelijk gelegen landbouwgebied waargenomen. De hoofddoelen van de landschappelijke inpassing zijn: Het bedrijventerrein inpassen in haar omgeving; Het compenseren en verder ontwikkelen van de vervallen natuur; Het realiseren van berging voor het afgekoppelde regenwater vanuit de openbare inrichting van het bedrijventerrein; Het combineren van inpassingsmaatregelen met realisering van vereiste geluidwerende voorzieningen. Inpassing van het bedrijventerrein in haar omgeving vormt het centrale uitgangspunt bij de inrichting en vormgeving van deze landschapszone. Hierbij wordt zo veel als mogelijk recht gedaan aan de cultuurhistorische ontwikkeling van het gebied. In dit kader is er bewust niet gekozen voor een volledige aanplant van het gebied. Het open karakter van de bouwlandcomplexen met het kleinschalige karakter van het stroomgebied van de waterlopen worden in het landschappelijke inpassingsplan benadrukt. Daarnaast zijn de ecologische waarde en biodiversiteit van een gevarieerde inrichting hoger dan van een totaal boscomplex.

bestemmingsplan Bedrijventerrein Ittervoort 4e fase

18

Afbeelding 8: inrichtingsvisie, doorsnede A (Kragten)

Aan de noordzijde wordt op de grens tussen bedrijventerrein en landschapzone een 2 meter hoge keerwand geplaatst. Vanuit akoestische overwegingen én als afscherming van het bedrijventerrein bestaat de mogelijkheid deze keerwand te verhogen tot maximaal 4 meter. Op specifieke plekken worden deze afschermende voorzieningen, direct bij aanleg, al gerealiseerd. Zie ook paragraaf 5.1.4 van deze toelichting. Aan de zijde van de landschapszone wordt tegen deze keerwand een grondlichaam aangelegd. Dit grondlichaam wordt beplant met struikvormers en boomvormers.

Afbeelding 9: inrichtingsvisie, doorsnede B (Kragten)

De boomvormers staan zo veel mogelijk aan de rand van het grondlichaam om in de toekomst de overhangende takken van de volgroeide bomen over het bedrijventerrein te beperken. Middels de realisatie van het grondlichaam en aanplant wordt het bedrijventerrein aan het zicht onttrokken. Aan de westzijde wordt het bedrijventerrein afgeschermd door een houtsingel met zware oeverbegroeiing van struiken. De kleurstelling van de bedrijfsgebouwen wordt, grenzend aan de landschapszone, van dien aard dat deze wordt gecamoufleerd in de omgeving. Dit is met name relevant als aanvullende maatregel in de najaar- en winterperiode. Om het landschappelijke en cultuurhistorische karakter van het gebied te versterken is gekozen voor een open structuur aan de oostelijke- en westelijke landbouwgronden én een verdichting van de structuur aan de noordelijke zijde, grenzend aan het stromingsgebied van de Waubroekerstraat. De open ruimte in de landschapszone ontwikkelt zich tot een bloemrijk droog grasland. Voor alle woningen aan de Schillerssstraat wordt, door het aanbrengen van beplanting in het plangebied, het zicht op het bedrijventerrein ontnomen. Op basis van wensen van direct omwonenden wordt getracht om, met name in de noord-westelijke hoek van het inpassingsgebied, zichtlijnen op de kern van Ittervoort te handhaven.

bestemmingsplan Bedrijventerrein Ittervoort 4e fase

19

Om de opening ter hoogte van de Kollerveldweg visueel aan het zicht te onttrekken wordt de verlengde Kollerveldweg voorzien van laanbeplanting. In de open terreingedeeltes worden verspreid bomen aangeplant. Deze bestaan voor een deel uit fruitbomen. Ondanks dat er geen bewoonde dassenburcht aanwezig is in het gebied wordt aan de westzijde een grondlichaam aangebracht met een variabele hoogte van 1,0 tot 2,0 meter boven bestaand maaiveld. Dit grondlichaam wordt voor een groot deel beplant en heeft hiermee de potentie zich in de toekomst te ontwikkelen tot een dassenburcht. De, in de huidige situatie, binnen het plangebied gesitueerde waterbuffers worden gedempt en opgenomen in bedrijfspercelen. De benodigde capaciteiten worden op twee locaties in de landschapszone gerealiseerd. Er is bewust gekozen voor twee locaties omdat beide buffers te ver uit elkaar liggen. Door het laagfrequente en kortstondige functioneren van de bergingen worden deze in de natuurontwikkeling van de droge bloemrijke graslanden opgenomen.

Afbeelding 10: locaties infiltratiebuffers en waterbergingen (Kragten)

Voor de ontwatering van de nieuwe openbare ruimte van het bedrijventerrein worden twee buffers aangelegd. Het is niet het doel om een afgesloten natuurterrein te ontwikkelen. Om het openbare karakter te benadrukken is in het plan een wandel-/struinpad opgenomen.

bestemmingsplan Bedrijventerrein Ittervoort 4e fase

20

Hoofdstuk 4 4.1

Beleid

Inleiding

In de paragrafen hierna komen achtereenvolgens het relevante Rijksbeleid, provinciale, regionale en gemeentelijke beleid aan de orde. Het betreft met name het beleid op het vlak van ruimtelijke ordening. Het relevante sectorale beleid is opgenomen in de onderzoeksrapporten waarin het betreffende onderwerp aan de orde komt. Per beleidsdocument is een korte samenvatting van de inhoud opgenomen, waarna wordt ingegaan op de relatie en relevantie voor voorliggend bestemmingsplan bedrijventerrein Ittervoort 4e fase.

4.2

Rijksbeleid

4.2.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) schetst het Rijk ambities voor Nederland in 2040: een visie hoe Nederland er in 2040 voor moet staan. Uitgaande van de verantwoordelijkheden van het Rijk zijn de ambities uitgewerkt in rijksdoelen tot 2028 en is aangegeven welke nationale belangen daarbij aan de orde zijn. De SVIR is vastgesteld op 13 maart 2012. Nederland moet concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig zijn in 2040. Dit is het uitgangspunt van de SVIR. Om dit te bereiken moet het roer in het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid om. De ruimtelijke ordening wordt zo dicht mogelijk bij burgers en bedrijven gebracht. Provincies en gemeenten krijgen meer verantwoordelijkheden en beleidsvrijheid (decentraal, tenzij) en de gebruiker komt centraal te staan. Het Rijk zet zich met name in op de drie hoofddoelen: 1. Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland. 2. Het verbeteren en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat. 3. Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Naast het benoemen van bovenstaande beleidsdoelen onderscheidt het Rijk 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken: 1.

Een excellente ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio's met een concentratie van topsectoren; 2. Ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en de energietransitie; 3. Ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen; 4. Efficiënt gebruik van de ondergrond; 5. Een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio's inclusief de achterlandverbindingen (ketenmobiliteit en multimodale knooppunten); 6. Betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem; 7. Het in stand houden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem te waarborgen; 8. Verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico's; 9. Ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling; 10. Ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten; 11. Ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en

bestemmingsplan Bedrijventerrein Ittervoort 4e fase

21

faunasoorten; 12. Ruimte voor militaire terreinen en activiteiten; 13. Zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Relevantie voor het plan De beoogde ontwikkeling heeft als doel een bestaand bedrijventerrein uit te breiden. Dit draagt bij aan het eerste hoofddoel en het eerste nationale belang. De uitbreiding verstevigt de ruimtelijke-economische structuur en verbetert het vestigingsklimaat. Daarbij is sprake van een uitbreiding waarbij de meeste percelen ingevuld worden door regionale en lokale bedrijven. Geconcludeerd wordt dat vanuit de SVIR er geen bezwaren zijn tegen de uitbreiding van bedrijventerrein Ittervoort. 4.2.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

De AMvB Ruimte wordt in juridische termen aangeduid als Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening (Barro). Het Barro is met de aanvulling op 1 oktober 2012 volledig in werking getreden. In het Barro zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Het gaat om de volgende nationale belangen: 1. Rijksvaarwegen. 2. Project Mainportontwikkeling Rotterdam. 3. Kustfundament. 4. Grote rivieren. 5. Waddenzee en waddengebied. 6. Defensie. 7. Hoofdwegen. 8. Landelijke spoorwegen. 9. Elektriciteitsvoorziening. 10. Ecologische Hoofdstructuur (nu: Natuurnetwerk Nederland). 11. Primaire waterkeringen buiten het kustfundament. 12. IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte) en, 13. Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Aan bovengenoemde onderwerpen zijn in het Barro deels al regels gekoppeld, deels zijn enkele onderwerpen nog open gelaten. De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wro, gewenst.

Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect, dat wil zeggen door tussenkomst van de provincie, door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmingsplannen. Relevantie voor het plan Voorliggend bestemmingsplan valt niet samen met gebieden die hiervoor zijn genoemd of gaat in op de genoemde thema's. Het Barro heeft daarom geen consequenties voor voorliggend bestemmingsplan en staat de realisatie van bedrijventerrein Ittervoort 4e fase niet in de weg.

bestemmingsplan Bedrijventerrein Ittervoort 4e fase

22

4.2.3

Regeling algemene regels ruimtelijke ordening

De 'Rarro' is gebaseerd op het Barro. In het Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling verschillende militaire terreinen en objecten, hoofdwegen en EHS-gebieden worden aangewezen, waar gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening mee moeten houden. In het Rarro wordt daar uitvoering aan gegeven. Als gevolg van de gewijzigde regelgeving beslaat het radarverstoringsgebied behorende bij de radar op de militaire vliegbasis Volkel ook de gemeente Leudal. Aangezien het onderhavige bestemmingsplan echter geen windturbines hoger dan 114 meter toestaat vormt dit geen belemmering voor het radarverstoringsgebied. Relevantie voor het plan De Rarro heeft geen consequenties voor voorliggend bestemmingsplan. De in de Rarro opgenomen gebieden vallen niet samen met het plangebied van dit bestemmingsplan. 4.2.4

Wet milieubeheer - milieueffectrapportage

In artikel 7.2, lid 1 van de 'Wet milieubeheer' is bepaald dat bij algemene maatregel van bestuur de activiteiten worden aangewezen: die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu; ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. In het 'Besluit milieueffectrapportage' zijn in artikel 2, lid 1 als activiteiten die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu (en waarvoor op grond van de Wet milieubeheer dus de verplichting geldt om een milieueffectrapportage op te stellen), aangewezen de activiteiten die behoren tot een in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit genoemde categorie. In lid 2 van hetzelfde artikel zijn als activiteiten ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben (en waarvoor op grond van de Wet milieubeheer dus een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt), aangewezen de activiteiten die behoren tot een in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit genoemde categorie. In artikel 2, lid 5, aanhef en onder b.

van het Besluit milieueffectrapportage, is vastgelegd dat de m.e.r.-beoordelingsplicht ook geldt voor plannen die weliswaar vallen onder een van de in onderdeel D genoemde activiteiten maar waarbij het project valt ónder de drempelwaarden zoals genoemd in onderdeel D, indien: ‘op grond van selectiecriteria als bedoeld in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling niet kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Dit is de zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Om te bepalen of een m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk is dient dus bepaald te worden of de ontwikkeling voorkomt in lijst C of lijst D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage, of de drempelwaarden worden overschreden, of de ontwikkeling in een kwetsbaar gebied ligt en of er belangrijke milieugevolgen zijn. De uitbreiding van een bedrijventerrein valt onder categorie D11.2 (stedelijk ontwikkelingsproject) en onder categorie D11.3 (aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein), zoals opgenomen in de bijlage bij het Besluit m.e.r. Relevantie voor het plan De toetsing en een vormvrije m.e.r.-beoordeling zijn opgenomen in paragraaf 5.1.8 en 5.1.9. 4.2.5

Ladder voor duurzame verstedelijking

De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 in het Bro opgenomen. Medio 2017 is de ladder op een beperkt aantal onderdelen inhoudelijk gewijzigd. Nog steeds dienen nieuwe stedelijke ontwikkelingen op basis van deze ladder te worden gemotiveerd en afgewogen met oog voor de ruimtevraag, de beschikbare ruimte en de ontwikkeling van de omgeving waarin het plangebied ligt. De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)

bestemmingsplan Bedrijventerrein Ittervoort 4e fase

23

geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro, 3.1.6, lid 2). De toetsing aan 'de ladder' bestaat uit twee onderdelen. Op de eerste plaats dient te worden onderzocht of er behoefte is aan een dergelijke stedelijke ontwikkeling. Wanneer er daadwerkelijk behoefte is dient gemotiveerd te worden waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. In het kader van voorliggende planontwikkeling is een laddertoets uitgevoerd. In paragraaf 3.1.3 is ingegaan op deze laddertoets aan de hand van het uitgevoerde onderzoek. Voor het volledige document wordt verwezen naar bijlage 2. Binnnen bestaand stedelijk gebied zijn er geen mogelijkheden, van een dergelijke omvang, voor het vestigen van dit type bedrijvigheid. Ook in de regio zijn er (binnenstedelijk en buitenstedelijk) geen mogelijkheden voor het vestigen van een bedrijventerrein van deze omvang, met bedrijfspercelen met een omvang van meer dan 5.000 m2, voor het gewenste type bedrijven. Deze afweging heeft ook op provinicaal niveau en binnen de regio plaatsgevonden. Relevantie voor het plan Uit de laddertoets die is uitgevoerd volgt dat er daadwerkelijk behoefte is aan de uitbreiding van bedrijventerrein Ittervoort 4e fase.

Tevens is naar voren gekomen dat zowel binnen bestaand stedelijk gebied, als in de regio geen andere mogelijkheden zijn voor de realisering van de benodigde, gewenste uitbreiding. 4.2.6

Conclusie Rijksbeleid

Aan de hand van de hiervoor omschreven en getoetste beleidskaders op Rijksniveau wordt geconcludeerd dat het relevante Rijksbeleid de ontwikkeling van bedrijventerrein Ittervoort 4e fase niet in de weg staat.

4.3

Provinciaal beleid

4.3.1

Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014)

Op 12 december 2014 hebben Provinciale Staten van Limburg het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 vastgesteld. Het POL2014 heeft vier wettelijke functies: structuurvisie (Wet ruimtelijke ordening), provinciaal milieubeleidsplan (Wet milieubeheer), regionaal waterplan (Waterwet), provinciaal verkeer- en vervoersplan (Planwet verkeer en vervoer). De centrale ambitie in het POL2014 komt voort uit de Limburgagenda: een voortreffelijk grensoverschrijdend leef- en vestigingsklimaat, dat eraan bijdraagt dat burgers en bedrijven kiezen voor Limburg: om er naar toe te gaan en vooral ook om hier te blijven. In het POL staan de fysieke kanten van het leef- en vestigingsklimaat centraal. Belangrijke uitdagingen zijn het faciliteren van innovatie, het aantrekkelijk houden van de regio voor jongeren en arbeidskrachten, de fundamenteel veranderde opgaven op het gebied van wonen en voorzieningen, de leefbaarheid van kernen en buurten en het inspelen op de klimaatverandering. Belangrijke principes in het omgevingsbeleid van de provincie Limburg zijn de volgende: 1. Kwaliteit staat centraal. Dat komt tot uiting in het koesteren van de gevarieerdheid van Limburg onder het motto 'meer stad, meer land', het bieden van ruimte voor verweving van functies, in kwaliteitsbewustzijn, en in dynamisch voorraadbeheer dat moet resulteren in een nieuwe vorm van groeien.

Algemene principes voor duurzame verstedelijking sluiten hierop aan, zoals de ladder van duurzame verstedelijking en de prioriteit voor herbenutting van cultuurhistorische en beeldbepalende gebouwen. 2. Uitnodigen staat centraal. Dat gaat meer over de manier waarop de provincie samen met partners dat voortreffelijke leef- en vestigingsklimaat wil realiseren. Met instrumenten op maat en ruimte om te experimenteren. De Provincie wil hierbij selectief zijn: het POL richt zich alleen op die zaken die er op provinciaal niveau echt toe doen en vragen om regionale oplossingen. 3. In het nieuwe POL wordt op basis van omgevingskwaliteiten een zonering gemaakt van acht soorten gebieden, variërend van stedelijk gebied tot beschermd natuurgebied. Daarnaast zijn sectorale

bestemmingsplan Bedrijventerrein Ittervoort 4e fase

24

(beschermings)gebieden als gebiedsaanduiding opgenomen. Bedrijventerreinen In het POL2014 is specifiek beleid beschreven over hoe om te gaan met bedrijventerreinen. De ambitie van de provincie Limburg is om te zorgen voor voldoende ruimte om de dynamiek van het gevestigde bedrijfsleven te faciliteren en om de komst van nieuwe bedrijven naar Limburg mogelijk te maken. De kwaliteit van de Limburgse bedrijventerreinen moet aansluiten bij de wensen van het bedrijfsleven. Zo’n 9.000 vooral middelgrote en grote bedrijven liggen op een van de ruim 250 bedrijventerreinen, met een gezamenlijke omvang van een kleine 7.000 ha. Ze zijn de werkplek voor een derde van de Limburgse werknemers. Bijna een derde van de Limburgse bedrijventerreinen is verouderd en vraagt om revitalisering of herstructurering. Deels gaat het om problemen van beperkte omvang op kleine terreinen, maar het gaat ook om een aantal grotere terreinen. De grootschalige logistieke terreinen en productielocaties zijn van bovenregionale betekenis voor de Limburgse economie en geven plek aan bedrijvigheid in de topsectoren als chemie, agrofood en logistiek. Op dergelijke terreinen is het wenselijk om gezamenlijk met de gevestigde bedrijven te bezien of duurzaamheidsslagen gemaakt kunnen worden (bijvoorbeeld t.a.v. energie- en grondstoffengebruik).

Kansen voor functiemenging op deze terreinen moeten waar mogelijk benut worden, maar terughoudendheid is geboden met vestiging van functies die bij uitstek in de stad thuis horen. Dynamisch voorraadbeheer staat centraal Centraal in de aanpak staat dynamisch voorraadbeheer per regio: Noord-, Midden- respectievelijk Zuid-Limburg. Voorliggend bedrijventerrein ligt in de regio Midden-Limburg. Dit principe krijgt vorm en inhoud in regionale bedrijventerreinenvisies. Deze visies bevatten gezamenlijke ambities en opgaven, gezamenlijke principes en spelregels (toegespitst op de regionale situaties) en een gezamenlijke werkwijze. In het POL liggen een aantal basisprincipes vast voor de toevoeging van nieuwe terreinen of uitbreiding van bestaande terreinen. Ze moeten, in lijn met de gedachte achter het dynamisch voorraadbeheer, zorgen voor flexibiliteit: goede nieuwe plannen blijven mogelijk maar moeten wel gekoppeld zijn aan het schrappen van capaciteit elders in de regio. Nieuwe terreinen of uitbreidingen van bestaande terreinen zijn mogelijk als: er binnen de bestaande voorraad geen geschikte ruimte meer is; deze toevoeging additionele kwaliteit toevoegt aan het regionale aanbod. In de regionale visies moet hier uitwerking aan gegeven worden.

Dit geldt voor nieuwe terreinen en grotere uitbreidingen van bestaande bedrijventerreinen; beperkte uitbreiding van bestaande terreinen (kavelniveau) voor reeds op het terrein gevestigde bedrijven of lokale, solitair gevestigde bedrijven is onder voorwaarden mogelijk, via maatwerk en met een goede onderbouwing; de ontwikkeling past binnen de geformuleerde algemene verstedelijkingsprincipes, waaronder de ladder van duurzame verstedelijking en de voorkeur voor gebruik van leegstaande (beeldbepalende en monumentale) panden; er tegelijkertijd elders in de regio bestaande voorraad of harde plannen (in vergelijkbare omvang) uit de markt worden genomen; hierover overeenstemming is bereikt in het regionaal programmeringsoverleg werklocaties. De beoogde uitbreiding van bedrijventerrein Ittervoort volgt uit de behoefte van een aantal lokale bedrijven. Zij willen deze uitbreiding binnen het plangebied realiseren. In een intensief voortraject heeft de uitbreiding zich verder uitgekristalliseerd. Het huidige bedrijventerrein Ittervoort is vol en biedt voor deze bedrijven geen ruimte om hier te ontwikkelen. De uitbreiding sluit aan bij het derde punt van de voorwaarden voor de uitbreidingen van bestaande bedrijventerreinen.

Voor de uitbreiding is een uitgebreide onderbouwing van de Ladder voor duurzame verstedelijking gemaakt (zie paragraaf 4.2.5.) en er bestaat overeenstemming binnen de regio. Zonering plangebied De grote variatie in omgevingskwaliteiten is een kenmerk en sterk punt van Limburg. Om daaraan recht te doen, worden in het POL2014 zeven globaal afgebakende gebiedstypen onderscheiden. Dit zijn

bestemmingsplan Bedrijventerrein Ittervoort 4e fase

25

zones met elk een eigen karakter, herkenbare eigen kernkwaliteiten, en met heel verschillende opgaven en ontwikkelingsmogelijkheden. De opgave voor bedrijventerreinen ligt niet meer bij het kwantitatieve aspect, maar bij het kwalitatieve aspect. Groeiruimte lijkt nu vooral nog te zitten in de logistieke sector en wellicht ook in de biobased economy, chemie en automotive. De kwalitatieve opgave is des te belangrijker. De centrale opgave is dan ook: een groei in kwaliteit zonder dat de kwantiteit toeneemt, daarbij meer schaarste creërend, met ruimte voor maatwerk. Het plangebied ligt volledig binnen de zone 'Buitengebied'. De als 'Buitengebied' aangemerkte gebieden betreffen alle andere gebieden die veelal agrarisch in gebruik zijn. Binnen deze zone is ruimte voor de doorontwikkeling van agrarische bedrijven. De accenten voor dit gebied liggen bij: Ontwikkelingsmogelijkheden voor nieuwe bedrijfslocaties landbouw; Terugdringen milieubelasting vanuit landbouw; Kwaliteit en functioneren ondergrond.

Afbeelding 11: uitsnede zonering Limburg (bron: POLviewer)

Relevantie voor het plan Het plangebied valt samen met de zonering 'Buitengebied'. Het realiseren van een bedrijventerrein past niet binnen deze zonering. Dit bestemmingsplan en bijbehorende onderzoeken, afstemming met de regio, belangstellenden en de omgeving laten zien dat de uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein toelaatbaar is. 4.3.2

Omgevingsverordening Limburg 2014

Bij het POL2014 hoort de Omgevingsverordening Limburg. De juridische doorwerking van het omgevingsbeleid wordt in deze verordening geregeld. Naast bepalingen die voor iedereen gelden (gedragsregels), bevat de Omgevingsverordening ook een hoofdstuk "Ruimte", waarin instructieregels naar gemeenten zijn opgenomen. De te maken regionale bestuursafspraken worden in de Omgevingsverordening Limburg geborgd. De Omgevingsverordening Limburg 2014 is, net als het POL, op 12 december 2014 vastgesteld door Provinciale Staten en is per 16 januari 2015 in werking getreden. Paragraaf 2.2 van de Omgevingsverordening gaat in op het aspect duurzame verstedelijking en de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De volgende paragrafen 3.1.3, 4.2.5 en bijlage 2 gaan hier nader

bestemmingsplan Bedrijventerrein Ittervoort 4e fase

26

op in. In paragraaf 2.4 van de omgevingsverordening zijn de bestuursafspraken omtrent bedrijventerreinen van de regionale uitwerking van het POL2014 opgenomen. De volgende regels gelden vanuit de omgevingsverordening voor het plangebied: 1. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Midden-Limburg voorziet niet in de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor bedrijventerreinen aan de bestaande voorraad bedrijventerreinen alsmede aan de bestaande planvoorraad bedrijventerreinen anders dan in overeenstemming met de algemene opgaven en de thematische principes zoals beschreven in paragraaf 5.2 van POL2014, het beleidskader werklocaties Midden-Limburg en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Midden-Limburg, zoals verwoord in de bij deze paragraaf behorende bijlage 2. 2. De toelichting bij het ruimtelijke plan voor een gebied gelegen in de regio Midden-Limburg bevat een verantwoording van de wijze waarop invulling is gegeven aan het bepaalde in het eerste lid. 3. De toelichting bij een ruimtelijk plan bevat een beschrijving van het proces van voorbereiding van het initiatief, de planvoorbereiding en indien aan de orde de verantwoording van de afstemming in (sub-)regionaal verband. Voorliggend plan voorziet in de uitbreiding van een bestaand bedrijventerrein.

Het planvoornemen is in lijn met, en voorziet in de verantwoording van, de algemene opgaven en thematische principes (zie paragraaf 4.3.1). De uitbreiding voorziet in de beantwoording van de vraag naar nieuwe bedrijfsruimte voor regionale en lokale bedrijven. Tevens zorgt het voor meer doorgroeimogelijkheden op het volledige bedrijventerrein Ittervoort. De behoefte van de uitbreiding is verder onderbouwd middels een uitgebreide toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking (zie bijlage 2 en paragraaf 4.2.5).

Milieubeschermingsgebieden (paragraaf 4.4) Het gehele plangebied valt samen met de Boringsvrije zone Roerdalslenk III. In deze zone is het verboden om een boorput of bodemenergiesysteem te hebben dieper dan de Bovenste Brunssumklei. Het plangebied is verder niet gelegen binnen andere milieubeschermingsgebieden. Relevantie voor het plan Het plangebied valt samen met de boringsvrije zone vanwege de Roerdalslenk. De gemeente Leudal heeft deze zone niet doorvertaald in het ter plaatse geldende bestemmingsplan Bedrijventerrein Ittervoort en andere bestemmingsplannen voor kernen, omdat deze bestemmingsplannen geen ontwikkelingen mogelijk maken die invloed zullen hebben op deze boringsvrije zone. Ook in dit bestemmingsplan is de boringsvrije zone daarom niet opgenomen.

4.4

Regionaal beleid

4.4.1

Het oog van Midden-Limburg

Gebiedsontwikkeling Midden-Limburg De stuurgroep Gebiedsontwikkeling Midden-Limburg (GOML) heeft de uitgangspunten voor de toekomstige regionale samenwerking vastgesteld. Het gebied Midden-Limburg omvat de gemeenten Echt-Susteren, Leudal, Maasgouw, Nederweert, Roerdalen, Roermond en Weert. De eerste stap voor de ontwikkeling van het gebied was het opstellen van een gezamenlijke visie waarin de ambitie van de regio Midden-Limburg voor de komende jaren is opgenomen. Deze Regiovisie 2008-2028 kreeg de naam mee: 'Het oog van Midden-Limburg'. De gebiedsvisie van de Gebiedsontwikkeling Midden-Limburg richt zich op het creëren van Sterke Steden en Vitaal Platteland. Het platteland in Midden-Limburg ondergaat een transformatie. In de landbouw is sprake van schaalvergroting en een verdere professionalisering. De intensieve landbouw is een vitale, toekomst bestendige economisch tak van formaat. De extensieve landbouw ontwikkelt zich, maar stuit op grenzen van beleid en regelgeving. Nieuwe economische dragers dienen zich aan. Het buitengebied

bestemmingsplan Bedrijventerrein Ittervoort 4e fase

27

wordt in toenemende mate een 'groene ruimte' waarin de functies wonen, werken, landschap, natuur en recreatie nauw verweven zijn. De transformatie van het platteland vraagt om nieuwe condities (ontsluiting, inpassing, ruimte voor groei). De uitdaging: ervoor zorgen dat de verschillende functies elkaar versterken, zodat de economische vitaliteit, ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid van het platteland behouden blijven. Leudal De centrale ligging van Leudal maakt dat het profiteert van bijna alle ontwikkelingen die worden voorgesteld in de regiovisie. Gelegen aan de Maasplassen liggen er volop kansen om recreatieve en toeristische activiteiten te ontwikkelen en deze te verbinden met het natuurgebied Leudal en het te ontwikkelen regiopark. Conclusie Het uitbreiden van het bestaande bedrijventerrein zodat lokale en regionale ondernemers gebonden blijven aan de gemeente Leudal draagt bij aan de economische vitaliteit van de gemeente. Op deze manier geeft dit bestemmingsplan invulling aan de gebiedsontwikkeling 'Het oog van Midden-Limburg'. 4.4.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leudal&id=62ef9d63-f86a-4807-8c24-9705c66d7a5b