Toelichting
Tekst van het document
33
capaciteit van afgerond (200 x 100) 20 m3 benodigd. De nieuwe wadi krijgt een inhoud van minimaal 100m3. De hoogste grondwaterstand (GHG) ligt op ca. 1,5m beneden het maaiveld. Deze capaciteit is ruim voldoende om een bui van T=25 te kunnen bufferen en te kunnen infiltreren. Indien er een bui van T=100 valt dan is de capaciteit van de greppels ook voor retentie en infiltratie van deze bui voldoende. Door de afdoende capaciteit van de infiltratievoorziening, behoeft voor wateroverlast op de bouwkavel en de aangrenzende percelen van derden niet te worden gevreesd. De gronden ter plaatse van de nieuw aan te leggen wadi zijn zodanig groot (ca. 1,5 ha) dat hier niet alleen hemelwater van de nieuwe bebouwing kan worden geïnfiltreerd maar in de toekomst ook nog van andere bestaande bebouwing en verhardingen en nieuwe bebouwing en verhardingen. Initiatiefnemer wenst in de toekomst, bij forsere buien, zoveel als mogelijk verhardingen aan te sluiten op deze nieuwe wadi zodat er sprake is van een goede spreiding van infiltratie van hemelwater op eigen gronden. Het voorziene perceel voor infiltratie is direct aangrenzend van de bedrijfserf gelegen en in eigendom van initiatiefnemer. Derhalve zijn deze gronden geschikt voor infiltratiedoeleinden.
Door het hemelwater van de nieuwe bebouwing en bijbehorende verharding niet te lozen op de riolering, wordt voldaan aan de norm dat bij nieuwbouw 100% van het verharde oppervlak dient te worden afgekoppeld. In de wadi's zal alleen schoon hemelwater worden opgevangen, waaraan uiteraard geen verontreinigde stoffen zijn toegevoegd. Uitloging bij infiltratie wordt voorkómen door alleen schoon hemelwater te infiltreren. De infiltratievoorziening doet in dat opzicht tevens dienst als bodempassage, waarmee gezorgd wordt dat het hemelwater wordt ontdaan van (diffuse) verontreinigingen alvorens het infiltreert.
4.6.3 Conclusie water Gelet op vorenstaande vormt het aspect waterhuishouding geen belemmeringen voor onderhavige planontwikkeling.
4.7
Geluid
4.7.1 Inleiding Met betrekking tot het aspect geluid kan sprake zijn van geluidbelasting op geluidgevoelige objecten als gevolg van industrielawaai. Daarnaast kan er sprake zijn van wegverkeerslawaai en spoorweglawaai. 4.7.2 Railverkeer De nieuwe bedrijfsbebouwing is in het kader van de Wet geluidhinder (Wgh) geen geluidgevoelig object. Daarnaast zijn er geen spoorwegen in de nabije omgeving van het plangebied gelegen. Een nader akoestisch onderzoek naar railverkeerslawaai is derhalve niet nodig voor onderhavige ontwikkeling. 4.7.3 Wegverkeer De nieuwe bedrijfsbebouwing is in het kader van de Wet geluidhinder (Wgh) geen geluidgevoelig object. De gevelbelasting op de te ontwikkelen bedrijfsruimte behoeft derhalve niet berekend te worden. Een nader akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai is daarom niet nodig voor onderhavige ontwikkeling. De mogelijke extra verkeersbewegingen komen allemaal het erf/terrein op en af via de bedrijfsinrit aan de
34
bestemmingsplanNapoleonsweg 152 te Nunhem
N273. Hier zijn geen woningen van derden aanwezig in de nabijheid van enkele honderden meters. Dit zorgt er voor dat een mogelijke toename van de geluidsbelasting op de in de omgeving gelegen geluidgevoelige objecten ten gevolge van deze verkeersbewegingen te verwaarlozen is, mede in relatie tot de grote hoeveelheid verkeer op de N273 (het verkeer behoort tot het heersende verkeersbeeld gezien de afstand van de inrit tot de woningen van derden). 4.7.4 Industrielawaai De nieuwe bedrijfsbebouwing is in het kader van de Wet geluidhinder (Wgh) en het Activiteitenbesluit geen geluidgevoelig object. Daarnaast zijn er geen bedrijven in de nabije omgeving van het plangebied gelegen. Een nader akoestisch onderzoek naar industrielawaai is derhalve niet nodig voor onderhavige ontwikkeling. Met betrekking tot de geluidbelasting van onderhavige ontwikkeling op geluidgevoelige objecten in de omgeving is in de paragraaf van de milieuzonering reeds aangetoond dat de ontwikkeling geen onevenredige toename van de geluidbelasting op deze gevoelige objecten met zich meebrengt. 4.7.5 Conclusie geluid Gelet op vorenstaande vormt het aspect geluid geen belemmeringen voor de beoogde planontwikkeling.
4.8
Kabels en leidingen
Door het plangebied lopen geen boven- en/of ondergrondse leidingen. Er is op dat gebied derhalve geen sprake van bijbehorende (planologische) beschermingszones en/of belangen van derden op dit punt. Onderhavig planvoornemen voorziet niet tot de aanleg van extra nutsvoorzieningen. Daarnaast is ter plaatse van het plangebied sprake van de aanwezigheid van alle nutsvoorzieningen waar eventueel op kan worden aangesloten. Er is wel sprake van de aanwezigheid van hoogspanningslijnen ter plaatse van het plangebied (noordoostelijke hoek van het perceel). Ter plaatse van deze gronden zijn geen wijzigingen voorzien ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan. De grens van het bouwvlak wijzigt niet, evenals de toegestane bouwhoogtes en gebruiksmogelijkheden op het perceel. Daarnaast is in de regels opgenomen dat er bij activiteiten met TenneT (netwerkbeheerder) afstemming dient plaats te vinden.
4.9
Verkeer en parkeren
Met betrekking tot onderhavige planontwikkeling dienen de (eventuele) gevolgen voor de verkeersstructuur alsmede het parkeren inzichtelijk te worden gemaakt. 4.9.1 Verkeersstructuur Het planvoornemen leidt mogelijk tot een toename van verkeer. Nunhems zal zich als bedrijf de komende jaren verder ontwikkelen met als gevolg dat het aantal werknemers zal groeien. Dit kan en zal ook mogelijk zijn op basis van het vigerende bestemmingsplan. Met onderhavig plan wordt uitbreiding op een efficiëntere wijze mogelijk gemaakt. In de toekomstige situatie zal de enkele jaren geleden gerealiseerde rotonde op de N273 als inrit blijven dienen voor de bedrijfslocatie Napoleonsweg 152. Deze inrit heeft ruim voldoende capaciteit om langdurige groei in de toekomst te kunnen afhandelen. Hiermee is met de aanleg van de rotonde enkele jaren geleden reeds voorgesorteerd op groei van Nunhems aan beide zijden van de N273. Daarmee kan worden uitgesloten dat onderhavig planvoornemen de aanwezige verkeersstructuur (Napoleonsweg, N273) zal aantasten of ontwrichten.
bestemmingsplanNapoleonsweg 152 te Nunhem
35
4.9.2 Parkeren Als gevolg van onderhavig planvoornemen zal er mogelijk sprake zijn van een toename van het aantal werknemers. Dat is echter ook reeds mogelijk op basis van het vigerende bestemmingsplan. Het planvoornemen van Nunhems voorziet om in de toekomst één groot parkeerterrein aan te leggen aan de noordoostzijde (tussen de bestaande kassen en de N273 en deels onder de aanwezige hoogspanningslijnen).
Luchtfoto met aanduiding zone nieuw parkeerterrein en inrit N273 Dit nieuwe parkeerterrein zal qua capaciteit enkele honderden extra parkeerplaatsen krijgen dan de bestaande parkeerplaatsen op het terrein van Nunhems. Deze uitbreiding is noodzakelijk om de algehele groei te kunnen faciliteren. Deze groei is grotendeels voorzien door ontwikkelingen van Nunhems die reeds planologisch mogelijk zijn (R&D, farm, productie, etc.). Voor Nunhems geldt dat ten allen tijden ze er zelf voor zorgt dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig is op het bedrijfsterrein. Vanzelfsprekend zal er in geen enkel geval sprake zijn van parkeeroverlast op openbaar terrein. Gezien de omvang van de bedrijfslocatie is nog voldoende erf beschikbaar om de groei in de toekomst te kunnen faciliteren op het vlak van parkeren. Ten aanzien van de gedeeltelijke ligging (ca. 30% van het voorziene parkeerterrein ligt onder de de hoogspanningslijn) onder de hoogspanningslijn dient te worden opgemerkt dat er met TenneT voor uitvoering van dit plan nader overleg met TenneT zal plaatsvinden hierover. Dan zullen details met TenneT besproken worden waarbij specifieke aandacht is voor het parkeren van elektrische voertuigen en het parkeren van overige voertuigen (in de basis zijn alleen parkeerplaatsen voor personenauto's voorzien). Nunhems heeft bij GreenEx veelvuldig overleg met TenneT gehad over de bouwplannen.
Deze goede samenwerking zal in de toekomst, wanneer de plannen concreet worden, worden voortgezet.
36
bestemmingsplanNapoleonsweg 152 te Nunhem
Het aspect parkeren vormt daarom geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.
4.10
Duurzaamheid
Duurzame stedenbouw verbreedt de aandacht naar meer aspecten dan alleen de verkaveling en ontsluiting. Duurzaamheid gaat ook om een zuinig ruimtegebruik, milieuvriendelijkheid, veilig verkeer en vervoer en natuur en rekening houden met het waterhuishoudingsysteem, omgevingsinvloeden, landschapsstructuren en landschapselementen. Dit betekent in de praktijk dat gelet moet worden op het materiaalgebruik, de vormgeving, gebruik van alternatieve energiebronnen, compact bouwen, intensief ruimtegebruik en flexibel bouwen (levensloopbestendig). Duurzaam bouwen heeft een volwaardige plaats in het ontwerp, het bouwen en beheren van de bebouwing. In onderhavig plan zijn met name de bouwkundige aspecten van belang. Deze worden verder uitgewerkt in de aanvraag voor omgevingsvergunning.
bestemmingsplanNapoleonsweg 152 te Nunhem
37
38
bestemmingsplanNapoleonsweg 152 te Nunhem
Hoofdstuk 5
Juridisch plan
Het bestemmingsplan 'Napoleonsweg 152 te Nunhem' van de gemeente Leudal bestaat uit voorliggende toelichting, regels en een verbeelding (schaal 1:2.500).
5.1
Wettelijk kader
Op 1 juli 2008 is de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden. Behalve een vernieuwd stelsel voor processen voor de ruimtelijke ordening in Nederland, zijn met de inwerkingtreding van de nieuwe Wro ook de resultaten van DURP (Digitale Uitwisseling in Ruimtelijke Processen) wettelijk verankerd. Dit houdt in dat nagenoeg alle instrumenten uit de Wro door bronhouders digitaal beschikbaar zijn, waardoor de bestemmingsplannen onderling vergelijkbaar worden. Hiervoor is het pakket 'RO Standaarden 2012' ontwikkeld, dat wettelijk is vastgelegd in de bij de Wro behorende 'Regeling standaarden ruimtelijke ordening'. Vergelijkbaarheid van bestemmings- en inpassingsplannen wordt door de SVBP2012 (Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012) op drie manieren gerealiseerd: er is een begrippenkader gegeven dat in de plannen toegepast moet worden. Het gaat dan bijvoorbeeld om lijsten van bestemmingshoofdgroepen met mogelijke gebruiksdoelen, dubbelbestemmingen, aanduidingen, indeling van regels etc. Voor het hanteren van het begrippenkader is geen specifieke software vereist; er is een verplichte 'analoge verbeelding' voorgeschreven, hetgeen inhoudt de manier waarop het plan op papieren kaarten moet worden getoond. Er zijn dwingende regels inzake de opmaak van het plan.
Voor het opmaken van plannen is in de praktijk speciale software benodigd; er is een verplichte 'digitale verbeelding' voorgeschreven, waarmee wordt gedoeld op het tonen van het plan in een digitale omgeving (website). Vanaf 1 januari 2010 dient een bestemmingsplan digitaal raadpleegbaar en uitwisselbaar te zijn. Voorliggend bestemmingsplan voldoet aan deze digitaliseringverplichting.
5.2
Planonderdelen
Een bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding. De regels en verbeelding vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderling verband te worden bezien. De regels en de verbeelding zijn namelijk onlosmakelijk met elkaar verbonden, aangezien op de verbeelding de bestemmingen visueel zijn weergegeven en de regels onder andere het gebruik en de bouwmogelijkheden bij deze bestemmingen geven.
5.2.1 Toelichting De toelichting van het bestemmingsplan heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het totale plan. De toelichting geeft namelijk een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten zoals deze aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting een belangrijk hulpmiddel bij de interpretatie van het bestemmingsplan.
bestemmingsplanNapoleonsweg 152 te Nunhem
39
5.2.2 Regels Conform de SVBP2012 dienen de regels van een bestemmingsplan volgens een bepaalde opbouw te worden opgesteld, waarbij opgemerkt dient te worden dat niet elk bestemmingsplan alle elementen van navolgende opbouw bevat:
Hoofdstuk 1: Inleidende regels Begrippen Wijze van meten Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels Bestemmingen Dubbelbestemmingen Hoofdstuk 3: Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingssregels Algemene wijzigingsregels Algemene procedureregels Overige regels Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel De regels van de verschillende bestemmingen worden als volgt opgebouwd, waarbij eveneens geldt dat een bestemmingsregel niet alle elementen hoeft te bevatten: Bestemmingsomschrijving Bouwregels Nadere eisen Afwijken van de bouwregels Specifieke gebruiksregels Afwijken van de gebruiksregels Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk Wijzigingsbevoegdheid Vorenstaande gestandaardiseerde opbouw is gehanteerd bij het opstellen van de regels behorende bij voorliggend bestemmingsplan.
5.2.3 Verbeelding Op een verbeelding wordt de grens van het plangebied weergegeven waarbinnen onder meer de verschillende (dubbel)bestemmingen, bouwvlakken en bouw-/functie-/maatvoeringsaanduidingen (en de ligging daarvan) visueel zijn weergegeven. De verbeelding met betrekking tot voorliggend bestemmingsplan is ingetekend op schaal 1:2.500.
40
bestemmingsplanNapoleonsweg 152 te Nunhem
Verder voorziet bijbehorende verbeelding in de naam van voorliggend bestemmingsplan en een tekeningnummer. De verbeelding is direct (juridisch) verbonden met de bijbehorende regels. In deze regels worden de condities en voorwaarden gesteld behorende bij de verschillende bestemmingen.
bestemmingsplanNapoleonsweg 152 te Nunhem
41
42
bestemmingsplanNapoleonsweg 152 te Nunhem
Hoofdstuk 6 6.1
Haalbaarheid
Financiële haalbaarheid
De voorliggende bestemmingsplanprocedure heeft betrekking op een particulier initiatief, waarbij de financiële consequenties uitsluitend door die initiatiefnemer zullen worden gedragen. Daar de kosten voor de planontwikkeling geheel voor rekening zijn van de initiatiefnemer, heeft onderhavig plan géén gevolgen voor de gemeentelijke begroting en/of gemeentelijke financiën. Er is geen planschaderisicoanalyse gemaakt omdat eventuele verzoeken tot tegemoetkoming in planschade er niet voor zullen zorgen dat de uitvoerbaarheid van het planvoornemen in het geding komt. Tussen de initiatiefnemer en de gemeente Leudal wordt een overeenkomst gesloten, zodat eventuele reële aanvragen inzake de tegemoetkoming in de planschade voor rekening van de initiatiefnemer komen.
6.2
Procedure
6.2.1 Inleiding De procedure voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerp bestemmingsplan ter visie kan worden gelegd. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan.
6.2.2 Inspraak Ingevolge artikel 1.3.1 Besluit ruimtelijke ordening dienen burgemeester en wethouders te besluiten en te publiceren of er terinzagelegging van het bestemmingsplan plaatsvindt, of er zienswijzen kunnen worden ingediend en of een onafhankelijke adviesinstantie advies uitbrengt. De gemeente Leudal heeft kenbaar gemaakt dat zij, alvorens de formele bestemmingsplan-procedure op te zullen starten, geen voorontwerp van voorliggend bestemmingsplan ter inzage zullen leggen maar meteen over zullen gaan tot de formele bestemmingsplanprocedure en daartoe het ontwerp ter visie zullen leggen. Het voorontwerpplan wordt gebruikt in het kader van het wettelijk vooroverleg.
6.2.3 Formele procedure Algemeen De wettelijke (formele) bestemmingsplanprocedure, die circa 26 weken in beslag neemt, bestaat uit navolgende stappen: a. b.
Openbare kennisgeving van het ontwerp bestemmingsplan. Ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan met alle bijbehorende stukken gedurende 6 weken. Tevens wordt de bekendmaking toegezonden aan Gedeputeerde Staten, belanghebbenden en betrokken Rijksdiensten.
bestemmingsplanNapoleonsweg 152 te Nunhem
43
c. d. e.
f. g.
Gedurende de termijn van ter inzage legging kan een ieder zienswijzen naar voren brengen. Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken. Algemene bekendmaking van het bestemmingsplan door ter inzage legging met voorafgaande kennisgeving en toezending van het besluit tot vaststelling aan Gedeputeerde Staten en betrokken Rijksdiensten, Waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien Gedeputeerde Staten of de inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, binnen 6 weken na vaststelling. Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden. Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Zienswijzen Het ontwerp van voorliggend bestemmingsplan heeft vanaf …-…-2021 tot en met …-…-2021 voor zienswijzen ter visie gelegen. Gedurende deze termijn zijn wel/geen zienswijzen ingekomen.
44
bestemmingsplanNapoleonsweg 152 te Nunhem