Toelichting
Tekst van het document
Ten aanzien van broedvogels dient het verwijderen van opgaand groen buiten het broedseizoen te
bestemmingsplan Kelperheide ong. Kelpen-Oler
30
worden uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten; Ten behoeve van (incidenteel) aanwezige algemene soorten dient de zorgplicht in acht te worden genomen; Licht gericht en uitstralend op de bomenrij langs de N280 moet worden vermeden om ervoor te zorgen dat de mogelijke functie van de bomenrij als vliegroute door vleermuizen behouden blijft. Conclusie Op basis van deze quickscan wordt vervolgonderzoek naar het voorkomen van verschillende soortgroepen of effecten op beschermde gebieden niet noodzakelijk geacht. Evenmin is er sprake van een noodzaak tot het indienen van een ontheffingsaanvraag voor overtreding van verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming ten aanzien van soorten dan wel een vergunningsaanvraag in het kader van gebiedsbescherming. Het onderdeel houtopstanden is bij dit plan niet aan de orde. Ten aanzien van soortenbescherming zijn er, rekening houdend met de algemene zorgplicht en het broedseizoen, geen belemmeringen.
4.4
Water
In deze paragraaf wordt beschreven op welke wijze in voorliggend plan rekening is gehouden met de (ruimtelijk) relevante aspecten van (duurzaam) waterbeheer. In het kader van de voorliggende ontwikkeling is een infiltatieonderzoek uitgevoerd en een waterparagraaf opgesteld. De onderzoeksresultaten en de hoofdlijnen uit de waterparagraaf zijn hieronder samengevat. Voor meer informatie wordt verwezen naar de volledige rapportage, die als Bijlage 7 bij deze toelichting is gevoegd. Waterbeleid Het beleid ten aanzien van waterbeheer is op rijksniveau onder meer vastgelegd in het Nationaal Waterplan en op provinciaal niveau in het Provinciaal Waterplan Limburg 2016-2021, het POL2014 en de Omgevingsverordening Limburg. Het waterschapsbeleid ten aanzien van waterbeheer is onder meer vastgelegd in het 'Waterbeheerplan 2016 – 2021'. Belangrijke uitgangpunten zijn het streven naar een goede waterkwaliteit, het tegengaan van verdroging, het afkoppelen van hemelwater van de riolering en het bevorderen van infiltratie van water in de bodem. Kenmerken van het watersysteem De kenmerken van de watersystemen, zoals die voorkomen in het plangebied (en omgeving), kunnen het beste beschreven worden door een onderverdeling te maken in de soorten van water die in het gebied aanwezig zijn. De belangrijkste zijn: grondwater, oppervlaktewater, ecosysteem, hemel- en afvalwater.
Grondwater De stroming van het freatisch grondwater is (zuid)oostelijk gericht en bevindt zich op een hoogte van circa 27 meter +NAP. Bij de uitgevoerde grondboringen tijdens het veldwerk zijn roestverschijnselen waargenomen. Dit reductieverschijnsel treedt op door het tijdelijk in contact komen met lucht in de zomer en geeft een goede interpretatie van de optredende GHG weer. De GHG is op basis van de gekende (boor)gegevens en huidige hoogteligging ingeschat op ca. 27,3 meter +NAP of ca. 0,7-1,5 m-mv). Door de bestaande hoogteligging van een groot deel van het plangebied is hierop geen grondwateroverlast te verwachten. Om instroom van hemelwater te vermijden, is een vloerpeil van 10-20 centimeter boven het maaiveld of de kruin van de nabijgelegen Klassenweg geadviseerd. Het plangebied ligt binnen de boringsvrije zone Roerdalslenk zone III. Binnen deze zone geldt een verbod op boringen en het roeren van grond dieper dan de bovenkant van de Bovenste Brunssumklei. Boringen dieper dan 30 meter zijn ter bescherming van de strategische grondwatervoorraad alleen toegestaan met ontheffing van de Omgevingsverordening Limburg. Bij het voorliggende initiatief zijn geen grondboringen van dergelijke diepte voorzien, waardoor de ligging in de boringsvrije zone geen belemmering vormt.
bestemmingsplan Kelperheide ong. Kelpen-Oler
31
Oppervlaktewater In de omgeving en binnen het plangebied is geen primair oppervlaktewater aanwezig. Middels de voorliggende ontwikkeling wordt hierin ook niet voorzien. Westelijk en noordelijk van het plangebied zijn droogvallende greppels aanwezig. Verder is zuidoostelijk van de Kelperheide een aangelegde vijver nabij een industriepand aanwezig. Het oppervlaktewater voert af naar de noordelijk gelegen Berkvens. Het lokale watersysteem (beekdalen en laagtes buiten het Maasdal) ligt in de lager gelegen gebieden waarin het neerslagoverschot en vaak ook het kwelwater via beken afgevoerd wordt. Ecosystemen Het plangebied ligt niet in een bijzonder droog of nat ecosysteem en ligt ook niet in een hydrologisch gevoelig natuurgebied.
Afvalwater Het afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering.In de Kelperheide ligt een gemeentelijk vrijvervalriool. Bij nieuwbouw dienen de waterstromen separaat gehouden te worden en het hemelwater op eigen terrein verwerkt te worden. Het afvalwater van de nieuwbouw dient op het gemeentelijk stelsel aangesloten te worden. Op basis van een ‘droge’ industrie ter plaatse bedraagt de verwachte DWA-afvoer door de nieuwbouw ca. 0,9 m3/u. De rioolaansluiting naar het gemeentelijk stelsel dient ten tijde aangevraagd te worden bij de gemeente Leudal. Hemelwater Verhard oppervlak Er is geen oppervlaktewater op korte afstand van het plangebied en er is geen HWA-riool aanwezig (ter plaatse ligt een gemengd stelsel). Het bedrijfsperceel (volledig kadastraal perceel Grathem, sectie A, nr. 2104) heeft een oppervlakte van 6.436 m2. In de huidige situatie heeft het perceel een verhard oppervlak van 770 m2 (stelcon betonplaten). In de toekomstige situatie bedraagt het totale verhard oppervlak 4.324 m2 en bedraagt het totale aandeel groen (geen verharding) 2.112 m2. Dit betekent dat er een toename is van het verhard oppervlak van 3.554 m2. Berging hemelwater Uit het infiltratieonderzoek is geconcludeerd dat in het plangebied een matig tot goede doorlatendheid aanwezig is, welke iets meer in horizontale richting plaatsvindt.
De gemeten k-waardes zijn voldoende om een infiltratievoorziening aan te leggen (gemiddeld met veiligheidsmarge 0,8 meter per dag). Bij een absolute voorziening dient deze voldoende groot gedimensioneerd te zijn (geen vermindering in bergingsbehoefte) of dient er een overloop naar het bestaande oppervlaktewaterstelsel aangelegd te worden. De aangetroffen leemlaag op 2,7 m-mv vormt geen directe belemmering om over te gaan tot infiltratie binnen het planvoornemen. Deze bodemopbouw zorgt er wel voor dat na langdurige regenval hogere grondwaterstanden kunnen optreden (waarop het oppervlaktewater reeds ingericht is). Als gevolg van de beoogde ontwikkeling zal de hoeveelheid verhard oppervlak in het plangebied toenemen met 3.554 m2. Voor de toename aan verharding dient conform het beleid van waterschap Limburg ter plaatse ca. (3.554 m2 * 100 mm/1000 = ) 355,40 m3 hemelwater verwerkt te kunnen worden. Hiervoor is westelijk in het groen ruimte voorzien. Initiatiefnemer is voornemens om binnen het bedrijfsperceel een waterbergende functie te realiseren van circa 440 m3. Bij de aanleg van de voorziening en nieuwbouw dient rekening gehouden te worden met de optredende grondwaterstanden en voor de berging voornamelijk met de optredende GHG. Voor de nieuwbouw ter plaatse vormt de GHG geen bezwaar door een eerdere ophoging van het terrein met ca. 1 meter.
Westelijk ligt het perceel lager als het plangebied (oorspronkelijke hoogte; ca. 28 m +NAP). De GHG is ter plaatse ingeschat op 27,3 m +NAP. De beschikbare bergingshoogte boven de GHG bedraagt zonder maaiveldaanpassingen derhalve ca. 70 cm. Derhalve zal een infiltratievoorziening ca. 600 m2 in beslag nemen. Hiervoor is ruimte beschikbaar. Bij dit oppervlak is dan geen wakingshoogte aanwezig. Geadviseerd wordt om wel een omwalling aan te leggen of het maaiveld zo te profileren dat bij overloop het hemelwater naar het nabijgelegen oppervlaktewater (west- of noordelijk) stroomt. Binnen het perceel
bestemmingsplan Kelperheide ong. Kelpen-Oler
32
is voldoende ruimte aanwezig om het hemelwater te verwerken. De uiteindelijke voorziening en leidingstelsels dienen afgestemd te zijn op de uiteindelijk afvoerhoeveelheden. De definitieve keuze voor een hemelwatervoorziening hangt af van de uiteindelijke verharding, de kostprijs, de landschappelijke inrichting en de eigen voorkeur. Het type maakt niet uit, zolang er maar voldoende berging aangelegd wordt en deze robuust zijn. Toepassing van duurzame bouwmaterialen Om bodemverontreiniging te voorkomen wordt het gebruik van uitlogende bouwmaterialen voorkomen. Uitlogende bouwmaterialen zijn koper, zink, bitumen en lood. Alternatieven zijn ruimschoots voorhanden. Overleg waterbeheerder Het bestemmingsplan zal in het kader van het wettelijk vooroverleg worden voorgelegd aan het Waterschap Limburg.
4.5
Verkeer en Parkeren
Verkeer Het plangebied wordt ontsloten via de weg Kelperheide, aan de oostzijde van het plangebied. In het plangebied wordt een interne toegangsweg aangelegd, die tussen het gebouw en de N280 komt te liggen. Via deze weg zijn de individuele bedrijven bereikbaar. Als gevolg van de ontwikkeling vindt een toename van het aantal verkeersbewegingen plaats. Door middel van de CROW-rekentool Verkeersgeneratie en Parkeren is deze toename berekend. Het beoogde bedrijfsverzamelgebouw krijgt een bvo van circa 1.950 m2 op de begane grond. Daarnaast wordt voor een klein gedeelte van het gebouw voorzien in een tweede bouwlaag, door middel van een opslagruimte die is voorzien boven het kantoorgedeelte in elke bedrijfsunit. Voor het overige bestaat het gebouw uit één bouwlaag. Het totale bvo, inclusief deze gedeeltelijke tweede bouwlaag, bedraagt 2.136 m2. Wat betreft ligging en stedelijkheidsgraag is als uitgangspunt de rest van de bebouwde kom in een niet-stedelijke gemeente genomen. De verkeersgeneratie van het bedrijfsverzamelgebouw bedraagt op basis van de rekentool 168 motorvoertuigbewegingen per etmaal op een gemiddelde weekdag. De weg Kelperheide en de omliggende wegen zullen deze toename zonder problemen kunnen verwerken. Nadere verkeersmaatregelen zijn niet noodzakelijk.
Parkeren De Nota Parkeernormen van de gemeente Leudal geeft aan dat voor een bedrijfsverzamelgebouw in de zone 'rest bebouwde kom' 2,2 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo noodzakelijk zijn. Zoals hierboven toegelicht bedraagt het totale bvo van het bedrijfsverzamelgebouw 2.136 m2. Dit betekent dat sprake is van een parkeerbehoefte van (2,2 * 21,36 = 46,99 = ) 47 parkeerplaatsen. Binnen het plangebied worden 47 parkeerplaatsen gerealiseerd. Derhalve wordt er voldaan aan de geldende Nota Parkeernormen van de gemeente Leudal. De situering van de parkeerplaatsen in het plangebied is op de navolgende afbeelding weergegeven.
bestemmingsplan Kelperheide ong. Kelpen-Oler
33
4.2 Situering parkeerplaatsen bedrijfsverzamelgebouw
4.6
Milieueffectrapportage
Toets m.e.r-plicht In het plangebied wordt een bedrijfsverzamelgebouw mogelijk gemaakt op een bestaand bedrijventerrein. Deze activiteit komt niet voor in Lijst C in de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage. Er is dus geen sprake van de verplichting om een m.e.r. procedure te doorlopen. Toets m.e.r.-beoordelingsplicht In bijlage D van het Besluit m.e.r. is aangegeven bij welke activiteiten, plannen en besluiten een m.e.r.-beoordeling moet plaatsvinden, dat wil zeggen een nadere afweging of mogelijk een m.e.r. procedure moet worden gevolgd. De ontwikkeling van een bedrijfsverzamelgebouw zou kunnen vallen onder onderdeel D (11.2): “de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen" of onderdeel D (11.3): "de aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein". Het voorliggende initiatief betreft de realisatie van een bedrijfsverzamelgebouw op een bestaand bedrijventerrein. De vraag of deze ontwikkeling dient aangemerkt te worden als een stedelijk ontwikkelingsproject dan wel een wijziging of uitbreiding van een industrieterrein, is op basis van de geldende jurisprudentie onder andere afhankelijk van de aard en omvang van de voorziene wijziging en het karakter van de omgeving.
De voorliggende locatie maakt deel uit van een bestaand bedrijventerrein en is grotendeels reeds bestemd tot 'Bedrijventerrein' in het vigerende bestemmingsplan. Als gevolg van de ontwikkeling neemt de hoeveelheid bebouwing slechts in beperkte mate toe en de beoogde bedrijfsactiviteiten hebben slechts een geringe milieu-invloed op de omgeving. Gezien deze aard en kleinschaligheid van het project en het feit dat geen sprake is van significante milieueffecten als gevolg van de ontwikkeling en ook geen sprake is van ligging binnen of in de nabijheid van een kwetsbaar gebied (zie paragraaf 4.1 tot en met 4.5), kan worden beargumenteerd dat geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject of een industrieterrein als bedoeld in het Besluit milieueffectrapportage. Er hoeft dan ook geen milieueffectrapport of m.e.r.-beoordeling te worden opgesteld.
bestemmingsplan Kelperheide ong. Kelpen-Oler
34
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische aspecten
Planonderdelen
Het bestemmingsplan voor het plangebied aan de Kelperheide (ongenummerd) is vervat in planregels, een verbeelding en een toelichting. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en / of op te richten bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Per hoofdstuk worden de diverse regels artikelsgewijs besproken. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. Op de verbeelding worden de bestemmingen weergegeven, met daarbij de harde randvoorwaarden. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende deel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft géén bindende werking; de toelichting maakt juridisch ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. Het voorliggende bestemmingsplan is opgesteld conform het gemeentelijk Handboek, de landelijke richtlijn voor bestemmingsplannen (SVBP 2012), alsmede de Wet ruimtelijke ordening (Wro), Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).
Wat betreft de regels is zoveel mogelijk aangesloten bij het vigerende bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Kelpen-Oler'.
5.2
Opzet planregels
5.2.1
Inleidende regels
Begrippen In dit artikel zijn bepalingen (begrippen) opgenomen welke in het algemeen spraakgebruik onvoldoende vastliggen en waarbij verschillen in interpretatie bij toepassing van de planregels mogelijk zijn. Voor het gemak zijn enkele begrippen uit de Woningwet/ Bouwverordening overgenomen. In de begrippen is ook een definitie voor 'peil' weergegeven. Dit is in de volgende afbeelding gevisualiseerd.
bestemmingsplan Kelperheide ong. Kelpen-Oler
35
5.1 Visualisatie van de verschillende definities van peil
Wijze van meten Hierin wordt aangegeven op welke manier hoogte, lengte, breedte, inhoud en oppervlakte van bouwwerken / percelen gemeten moeten worden. 5.2.2
Bestemmingsregels
De regels van een bestemming worden als volgt opgebouwd en benoemd: Bestemmingsomschrijving; Bouwregels; Nadere eisen;
bestemmingsplan Kelperheide ong. Kelpen-Oler
36
Afwijken van de bouwregels; Specifieke gebruiksregels; Afwijken van de gebruiksregels; Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen gebouw zijnde, of van werkzaamheden; Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk; Wijzigingsbevoegdheid. Duidelijk zal zijn dat een bestemmingsregel niet alle elementen hoeft te bevatten. Dit kan per bestemming verschillen. In de bestemmingsomschrijving wordt een omschrijving gegeven van de aan de gronden toegekende functies. Als eerste wordt de hoofdfunctie aangegeven. Indien nodig worden vervolgens de andere aan de grond toegekende functies genoemd. Onderstaand worden de regels van de opgenomen bestemmingen nader toegelicht. Bedrijventerrein Voor het deel van het plangebied waar het bedrijfsverzamelgebouw is voorzien, is de bestemming 'Bedrijventerrein' opgenomen. De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten die staan vermeld in de milieucategorieën 2 en 3 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten, productiegebonden detailhandel (met uitzondering van detailhandel in voedingsen genotmiddelen) en ondersteunende kantoorfaciliteiten.
Ter plaatse van de bestemming 'Bedrijventerrein' zijn ook toegestaan: wegen en paden, groenvoorzieningen, voorzieningen van algemeen nut, parkeervoorzieningen binnen het eigen bedrijfskavel, opslag van goederen en materialen, waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen, alsmede (ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieningen. De waterbergingsvoorziening is specifiek opgenomen en vastgelegd binnen de bestemming met de aanduiding 'waterberging'. Groen Voor het deel van het plangebied waar de groenvoorzieningen zijn voorzien ten behoeve van de inrichting van het bedrijfsperceel is de besteming 'Groen' opgenomen. De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor bermen en beplanting, paden, voorzieningen van algemeen nut, kunstwerken, kunstobjecten, geluidwerende voorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen, alsmede (ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieningen, en landschappelijke inpassing.
bestemmingsplan Kelperheide ong. Kelpen-Oler
37
5.2.3
Algemene regels
De Anti-dubbeltelregel wordt bepaald dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het verlenen van een omgevingsvergunning waarin uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, deze bij de beoordeling van latere plannen buiten beschouwing blijft. Het nog overgebleven terrein mag dus niet nog eens meegenomen worden bij het toestaan van een ander bouwwerk. In de Algemene bouwregels is een bepaling opgenomen met betrekking tot ondergronds bouwen, over ondergeschikte bouwdelen en over bestaande maten. In de Algemene gebruiksregels is een nadere bepaling opgenomen met betrekking het gebruik van de gronden. In de Algemene aanduidingsregels is de regeling omtrent de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - weg' opgenomen. De Algemene afwijkingsregels en Algemene wijzigingsregels verschaffen het bevoegd gezag c.q. burgemeester en wethouders de gewenste beleidsruimte om bij de uitvoering van het plan te kunnen inspelen op gegevens of situaties die vooraf niet bekend kunnen zijn. Tot slot hebben de Overige regels betrekking op parkeren en het verbeteren van de omgevingskwaliteit. 5.2.4
Overgangs- en slotregels
In de regel Overgangsrecht is geregeld in hoeverre en onder welke voorwaarden bestaande gebouwen en het bestaand gebruik van gronden en bouwwerken mogen afwijken van het plan. In de Slotregel is aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.
bestemmingsplan Kelperheide ong. Kelpen-Oler
38
Hoofdstuk 6 6.1
Haalbaarheid
Financiële uitvoerbaarheid
Op 1 juli 2008 is als onderdeel van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) de Grondexploitatiewet (Grexwet) in werking getreden. In de Grexwet is bepaald dat de gemeente verplicht is om bij het vaststellen van een ontwikkelingsgericht bestemmingsplan, maatregelen te hebben genomen die verzekeren dat alle kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. Dit betekent dat er voor de gemeente een verplichting bestaat om haar kosten, die gepaard gaan met een bouwplan, te verhalen op de exploitant. Volgens artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is in de volgende situaties sprake van een bouwplan: a. De bouw van een of meer woningen; b. De bouw van een of meer andere hoofdgebouwen; c. De uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m² bruto-vloeroppervlakte of met een of meer woningen; d. De verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; e. De verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.500 m² bruto-vloeroppervlakte bedraagt; f.
De bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m² bruto-vloeroppervlakte. In het voorliggende geval is sprake van de bouw van een bedrijfsverzamelgebouw (hoofdgebouw). Dit is een bouwplan zoals bedoeld in artikel 6.2.1 van het Bro, waardoor in principe een verplichting tot kostenverhaal geldt. Derhalve wordt een anterieure overeenkomst inclusief planschadeovereenkomst afgesloten tussen gemeente en initiatiefnemer.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Voor het voorliggende bestemmingsplan wordt geen inspraakprocedure doorlopen. Het bestemmingsplan zal direct als ontwerp ter inzage worden gelegd. De te volgen procedure is omschreven in paragraaf 6.3. In het kader van de omgevingsdialoog heeft de initiatiefnemer de beoogde ontwikkeling besproken met de omwonenden rond het plangebied. Hiertoe heeft hij alle omwonenden persoonlijk bezocht, de plannen toegelicht en de plantekeningen bij de omwonenden achtergelaten. Hierbij zijn de omwonenden in de gelegenheid gesteld om te reageren en vragen te stellen over het plan. De reacties van de omwonenden waren overwegend positief en er zijn tot dusver geen bezwaren tegen het plan geüit. Gezien deze reacties vanuit de omgeving wordt verwacht dat er voldoende draagvlak zal zijn voor het initiatief.
bestemmingsplan Kelperheide ong. Kelpen-Oler
39
6.3
Procedure
Op 29 september 2020 heeft de raad van de gemeente Leudal besloten om de coördinatieregeling toe te passen voor het planvoornemen. Hierbij worden de bestemmingsplanprocedure en de omgevingsvergunningprocedure voor het bouwplan gelijktijdig doorlopen. De wettelijke procedure van de coördinatieregeling voorziet in een samenvoeging van de benodigde kennisgevingen, toezendingen en andere procedurele elementen die nodig zijn voor een gestroomlijnde procedure. Toepassing van de regeling bewerkstelligt hiermee een procedurele versnelling. De vaststelling van het bestemmingsplan, besluit tot verlening van de omgevingsvergunning en andere besluiten worden gelijktijdig bekend gemaakt. Bij een eventueel beroep tegen het bestemmingsplan of de omgevingsvergunning, worden die besluiten als één besluit aangemerkt. Daarnaast dient te worden opgemerkt dat als alleen tegen één van de besluiten beroep wordt ingediend, het andere besluit (of besluiten) gewoon in werking treedt en onherroepelijk wordt. De wettelijke procedure volgens de Wet ruimtelijke ordening (Wro) start met het moment van ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan.
De procedure ziet er als volgt uit: Openbare kennisgeving van het ontwerp bestemmingsplan volgens artikel 3.8 Wro; Terinzagelegging van het ontwerp en bijbehorende stukken gedurende 6 weken en toezending aan gedeputeerde staten en de betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten; Gedurende de termijn van terinzagelegging kunnen door een ieder schriftelijk of mondeling zienswijzen worden ingebracht; Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad na 12 weken; Algemene bekendmaking van het vastgestelde bestemmingsplan door terinzagelegging met voorafgaande kennisgeving en toezending aan gedeputeerde staten en betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien gedeputeerde staten of de inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, vanaf 6 weken na vaststelling; Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden; Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
bestemmingsplan Kelperheide ong. Kelpen-Oler
40
Hoofdstuk 7
Handhaving
Een bestemmingsplan is voor de gemeente een belangrijk instrument om haar ruimtelijk beleid vorm te geven. Door middel van een combinatie van positieve bestemmingen en het uitsluiten van bepaalde activiteiten en functies kan een sturing plaatsvinden van gewenste en ongewenste ontwikkelingen. Een belangrijk aspect hierbij is de handhaving en het toezicht op de naleving van het bestemmingsplan. Deze handhaving is van cruciaal belang om de in het plan opgenomen ruimtelijke kwaliteiten ook op langere termijn daadwerkelijk te kunnen vasthouden. Daarnaast is de handhaving van belang uit een oogpunt van rechtszekerheid: alle bewoners en gebruikers dienen door de gemeente op een zelfde wijze daadwerkelijk aan het plan worden gehouden. In dit bestemmingsplan is daarom allereerst gestreefd naar een zo groot mogelijke eenvoud van in het bijzonder de planregels. Hoe groter de eenvoud (en daarmee de toegankelijkheid en leesbaarheid), hoe groter in de praktijk de mogelijkheden om toe te zien op de naleving van het plan. Bewust zijn in het plan geen detailbepalingen opgenomen die – hoewel misschien op zichzelf niet onwenselijk – in de praktijk niet kunnen worden gehandhaafd. In het verlengde daarvan is zoveel mogelijk afgezien van bepalingen die door de bewoners en andere gebruikers als een onnodige beperking van hun vrijheid kunnen worden gevoeld.
Hoe minder knellend de planregels zijn, hoe kleiner de kans dat het met de regels wat minder nauw wordt genomen. In de praktijk worden op den lange duur immers ook alleen die regels gerespecteerd waarvan door de betrokkenen de noodzaak en de redelijkheid wordt ingezien. In de bouwregels zijn maten opgenomen die van toepassing zijn op gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Te realiseren gebouwen en andere bouwwerken moeten voldoen aan deze maatvoering, zo niet, dan kan het college van burgemeester en wethouders geen omgevingsvergunning voor het bouwen verlenen. Gebruiksregels zijn opgenomen om gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken en ongewenste ontwikkelingen uit te sluiten. Toetsing aan de gebruiksregels is aan de orde bij functiewisseling of nieuwvestiging. Het gemeentebestuur draagt de verantwoordelijkheid om toe te zien op de naleving van de opgenomen regels in het bestemmingsplan.
bestemmingsplan Kelperheide ong. Kelpen-Oler
41
Hoofdstuk 8
Communicatie
De communicatie met betrekking tot het bestemmingsplan vindt via de geijkte kanalen plaats. Publicatie vindt plaats in de Staatscourant, het Gemeenteblad Leudal, op de gemeentelijke website en via www.ruimtelijkeplannen.nl..
bestemmingsplan Kelperheide ong. Kelpen-Oler
42