Subsidiebeleid 'Het goede leven in Leudal' (concept)
Tekst van het document
Subsidiebeleid Het goede leven in Leudal
Inhoudsopgave 1. Inleiding
3
1.1 Coalitieakkoord ‘Samenspel’ 1.2 Programmabegroting 1.3 Doelmatigheidsonderzoek
4 4 4
2. Subsidies: waarom, hoe, voor wie en door wie? 2.1 Waarom subsidies? 2.2 Wie kan aanspraak maken op een subsidie? 2.3 Welke vormen van subsidies? 2.4 Wettelijke grondslag 2.5 Rolverdeling raad, college en ambtelijke organisatie 3. Uitgangspunten subsidieverlening
6 6 6 7 7 7 9
3.1 Eenvoudig en gebruiksvriendelijk 3.2 Doelmatig 3.3 Kwalitatief goed 3.4 Efficiëntie
9 9 10 10
2
1. Inleiding Leudal kent een actieve gemeenschap. Dat blijkt uit het veelzijdige verenigingsleven en uit de betrokkenheid van inwoners bij hun directe woon- en leefomgeving. De mensen in Leudal hebben oog voor die omgeving, hun dorp en voor de medebewoners. Met elkaar en voor elkaar. Het vormt de basis van een samenleving waarin het goed vertoeven is. Van oudsher ondersteunt de gemeente activiteiten en initiatieven op het gebied van jeugdwerk, sport, cultuur, zorg, recreatie, etc. Veel activiteiten worden door de gemeente mede gefinancierd middels subsidies. Het nastreven van het ‘goede leven in Leudal’ is dan ook het belangrijkste doel bij verstrekking van subsidies. In 2016 is het accommodatie- en subsidiebeleid vastgesteld. Inmiddels is in februari 2020 een nieuw accommodatiebeleid vastgesteld en is er behoefte aan een verduidelijking van het huidige subsidiebeleid. Dit beleid bouwt voort op de uitgangspunten zoals geformuleerd in het accommodatie- en subsidiebeleid in 2016. Het brengt geen wijzigingen aan in de subsidiemethodiek, maar zorgt enkel voor een verduidelijking van het subsidiebeleid. Nog altijd spelen veranderingen in de samenleving, zoals demografische ontwikkeling, een rol: minder jongeren, meer ouderen en een daling van het totaal aantal inwoners.
Voor hun ontplooiing en vrijetijdsbesteding zijn inwoners minder afhankelijk van plaatselijke voorzieningen dan vroeger het geval was. Anderzijds wordt van iedereen verwacht om zich in te zetten voor de lokale samenleving en hun naasten: de participatiesamenleving. Tegelijkertijd is de visie op de rol van de overheid veranderd: minder het voortouw nemen, meer faciliteren en ruimte geven aan inwoners om zelf dingen te doen en te regelen. De gemeente ontwikkelt zich als partner bij het nastreven van maatschappelijke doelen. Een partner met weliswaar minder financiële mogelijkheden dan in het verleden het geval was, maar niet minder gedreven om ten dienste te staan van de inwoners. Dit subsidiebeleid is mede gebaseerd op het subsidiebeleid uit 2016 en op het doelmatigheidsonderzoek dat in de periode 2018-2020 heeft plaatsgevonden. Ook is rekening gehouden met het coalitieakkoord ‘Samenspel’, dat is vastgesteld voor de periode 2018-2022. De vernieuwde strategische visie van de gemeente Leudal is bij vaststelling van dit beleidsdocument nog niet gereed, waardoor deze geen rol speelt in het nieuwe subsidiebeleid. Wel zijn de doelstellingen uit de programmabegroting van belang voor de uitwerking van het subsidieproces, omdat deze aangeven waarom subsidies verstrekt worden.
3
1.1
Coalitieakkoord ‘Samenspel’
In het coalitieakkoord wordt richting gegeven aan het subsidiebeleid. De coalitiepartijen streven naar een subsidiebeleid dat bijdraagt aan leefbaarheid in de kernen, toekomstbestendige verenigingen en maatschappelijke meerwaarde voor de inwoners van Leudal. Het is de wens om de huidige wijze van subsidiëren –waarbij jeugdleden en maatschappelijke activiteiten centraal staan – voort te zetten. Samenwerking tussen verenigingen wordt niet afgedwongen, maar wel gestimuleerd. Extra waardering komt er voor kern overstijgende samenwerking, ook als er wordt samengewerkt met verenigingen buiten onze gemeente. Deze doelen zijn verwerkt in het nieuwe subsidiebeleid en de gekoppelde subsidieregelingen. 1.2
Programmabegroting
Het is belangrijk om de gemeentelijke subsidiedoelstellingen helder uiteen te zetten. Hierdoor wordt duidelijk waarom subsidie wordt verleend en op welke manier de gewenste maatschappelijke effecten worden behaald. In hoofdstuk 2 wordt hier verder op ingegaan. Het “goede leven in Leudal” is het hoogste doel en subsidies voor de gemeenschap dragen bij aan het nastreven ervan. In de programmabegroting worden gemeentelijke doelstellingen genoemd die de basis vormen voor het verstrekken van subsidies. De doelstellingen zijn als volgt: Programma 1. Veiligheid Inwoners en ondernemers worden beschermd en voelen zich veilig. Programma 2. Leefomgeving Economie: Ondernemers in stuwende sectoren ervaren een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Er is een passend woningaanbod met een aantrekkelijke openbare ruimte. Er is balans tussen de aspecten Planet (ecosystemen en hulpbronnen), Profit (verantwoorde economische ontwikkeling) en People (sociale cohesie en betrokkenheid), waarbij de focus ligt op energiebesparing, duurzaam energieverbruik en de opwekking van duurzame energie. Programma 3. Voorzieningen Sport: Inwoners hebben toegang tot en nemen deel aan sport en bewegen. Cultuur: Inwoners hebben toegang tot en nemen deel aan culturele activiteiten. Onderwijs: De mogelijkheid voor jeugdigen om zich via onderwijs te kunnen ontwikkelen is gewaarborgd. Programma 4.
Samenleving Samen aan de slag met talent: iedereen telt mee, doet mee en draagt bij naar eigen vermogen. Programma 5. Dienstverlening Leudal staat voor een eigentijdse en daadkrachtige dienstverlening, die voor iedereen toegankelijk en kwalitatief hoogwaardig is. Programma 6. Samenwerking De maatschappelijke opgaven staan centraal, we laten los waar het kan, werken samen en nemen regie waar het moet. Programma 7. Financiën en Belastingen Waarborgen van de financiële slagkracht om ruimte te scheppen voor de maatschappelijke opgaven. 1.3
Doelmatigheidsonderzoek
In de periode 2018-2020 is onderzoek gedaan naar de doelmatigheid van het bestaande subsidiebeleid van de gemeente Leudal. Dit beleid dateert uit 2016. In het doelmatigheidsonderzoek is het primaire proces van subsidieverlening onder de loep genomen en geconcludeerd werd dat het ontbreekt aan heldere doelstellingen en beleid. Ook hebben 4
subsidieregelingen een meerduidig karakter, wat leidt tot onduidelijkheid en onvoldoende houvast voor een doelmatige toepassing. Met dit nieuwe beleidsdocument wordt getracht de aanbevelingen uit het doelmatigheidsonderzoek toe te passen en te komen tot een hernieuwd en verbeterd subsidiebeleid en daaraan gekoppeld een beter subsidieproces.
5
2. Subsidies: waarom, hoe, voor wie en door wie? Het juridisch kader bij subsidies wordt onder meer gevormd door de volgende onderdelen: Algemene wet bestuursrecht De Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bevat een subsidietitel (titel 4.2). Deze titel biedt het wettelijk kader voor alle subsidies van het Rijk en decentrale overheden. Hierbij staat de eis dat een subsidie in beginsel steeds een wettelijke grondslag heeft (artikel 4:23 Awb) centraal. Algemene subsidieverordening De gemeente Leudal heeft een Algemene subsidieverordening (Asv) die is gebaseerd op de modelAsv van de VNG. De Asv is een kaderregeling voor het subsidieproces. De Asv beschrijft het proces dat van toepassing is op alle subsidies. Regelingen De Asv bevat geen beschrijving van activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen. Daarmee wordt niet voldaan aan het vereiste van een wettelijk voorschrift uit artikel 4:23 Awb. De te subsidiëren activiteiten moeten worden uitgewerkt in een nadere regeling, de subsidieregeling. Op grond van artikel 2 is het college bevoegd nadere regelingen vast te stellen. De Asv én de subsidieregeling waarin is bepaald voor welke activiteiten subsidie wordt verleend, vormen gezamenlijk het wettelijk voorschrift op basis waarvan de subsidie kan worden verstrekt. 2.1
Waarom subsidies?
Subsidie is een middel om een beleidsdoel te verwezenlijken. Dit blijkt uit de definitie van ‘subsidie’ van artikel 4:21 Awb: Een subsidie is “een aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt, met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten”. In deze definitie komt nadrukkelijk naar voren dat subsidie voor bepaalde (dus concreet aangeduide) activiteiten wordt verstrekt. Niet de subsidieontvanger of het bedrag staan centraal, maar de te subsidiëren activiteiten. Subsidies zijn dus een belangrijk instrument om het lokale beleid van de gemeente te realiseren, samen met maatschappelijke organisaties, inwoners en bedrijven. Dit betekent dat subsidieaanvragen worden beoordeeld op hun bijdrage aan de doelstellingen (de maatschappelijke effecten) die de gemeente wil bereiken. De overheid kan subsidies bijvoorbeeld inzetten als er wel sprake is van een gewenste activiteit, maar waar geen sprake is van normale marktwerking. 2.2
Wie kan aanspraak maken op een subsidie?
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen verschillende partijen die aanspraak kunnen maken op een subsidie van de gemeente Leudal. 2.2.1
Professionele organisaties
De gemeente Leudal subsidieert een aantal professionele organisaties. De professionele organisaties ontvangen een budgetsubsidie. Met deze subsidie organiseren zij activiteiten waarvoor een specifieke professionele deskundigheid is vereist. De subsidies voor professioneel werk in het sociale domein en de te leveren prestaties/resultaten worden bepaald door beleidskeuzes in het betreffende beleidsveld. 2.2.2
Verenigingen en stichtingen
De verenigingen en stichtingen die door vrijwilligers worden gerund ontvangen jaarlijks een activiteitensubsidie. Het is een vorm van waardering voor het werk dat ze doen. Aan de activiteiten worden geen eisen gesteld, behalve dat ze vallen binnen de doelstelling van de organisatie. Bij vrijwilligersorganisaties is sprake van verschillende subsidiemethoden die vaak in combinatie voorkomen: toekenning van een jaarlijks vast bedrag; bedrag per (jeugd)lid; tegemoetkoming in huisvestingskosten tot een bepaald maximum.
6
2.2.3
Particulieren
Tot slot kunnen ook particulieren aanspraak maken op een subsidie ten behoeve van specifieke activiteiten. 2.3
Welke vormen van subsidies zijn er?
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen jaarlijkse subsidies en incidentele subsidies. 2.3.1
Jaarlijkse subsidies
De raad stelt op jaarbasis het budget beschikbaar. De subsidieverlening loopt per kalenderjaar, de organisaties dienen de subsidies jaarlijks uiterlijk 1 mei voorafgaand aan het subsidiejaar aan te vragen. 2.3.2
Incidentele subsidies
Incidentele subsidies zijn subsidies met een eenmalig karakter. Deze subsidies zijn bedoeld voor een activiteit die eenmalig voorkomt. Een voorbeeld van een dergelijke subsidie is een evenementensubsidie zoals bedoeld in de Subsidieregeling Evenementen. Andere voorbeelden zijn stimuleringsregelingen. 2.4
Wettelijke grondslag
Op grond van artikel 4:23 lid 1 Awb dient een subsidie te worden verstrekt op grond van een wettelijk voorschrift dat regelt voor welke activiteiten de subsidie kan worden verstrekt. De gemeente Leudal hanteert hierbij verschillende subsidieregelingen. Deze subsidieregelingen vormen de wettelijke grondslag zoals bedoeld in artikel 4:23 lid 1 Awb. In een aantal uitzonderingsgevallen kan van dit uitgangspunt worden afgeweken. Deze zijn opgenomen in artikel 4:23 lid 3 Awb. Voor de gemeenten zijn hierbij de volgende uitzonderingen het meest voorkomend: 1. indien de begroting de subsidieontvanger en het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld vermeld (de begrotingssubsidie); 2. in incidentele gevallen, mits de subsidie voor ten hoogste vier jaren wordt verstrekt. De uitzondering zoals genoemd onder 1 heeft met name betrekking op subsidies met een gering aantal ontvangers. Deze uitzondering is niet bedoeld voor subsidies waar meerdere ontvangers aanspraak op kunnen maken. Momenteel staan enkele organisaties op de lijst van subsidies bij de begroting, die ook ondergebracht kunnen worden onder een regeling. Aangezien het uitgangspunt is dat subsidie op basis van een wettelijke grondslag wordt verstrekt, dienen de subsidies die ondergebracht kunnen worden onder een regeling, ook daar te worden opgenomen.
De uitzondering zoals genoemd onder 2 is bedoeld voor gevallen waarin zowel het aantal subsidieontvangers als het tijdvak van subsidiëring beperkt is. Een subsidie voor één jaar met een groot aantal ontvangers is dus niet incidenteel. 2.5
Wat is de rolverdeling tussen de raad, het college en de ambtelijke organisatie? 2.5.1
De gemeenteraad
De gemeenteraad stelt enerzijds de financiële kaders vast en anderzijds bepaalt de gemeenteraad het beleid rondom de inzet van het instrument ‘subsidie’. Hiertoe kan de gemeenteraad beleidsstukken met betrekking tot subsidie vaststellen, evenals een Algemene subsidieverordening. Beleidsstukken met betrekking tot subsidie vormen de inhoudelijke uitgangspunten voor de subsidieregelingen. 2.5.2
Het college
Binnen de door de raad vastgestelde (begrotings)kaders, stelt het college de subsidieregelingen en de subsidieplafonds vast. De subsidieregelingen zijn de uitwerkingen van het subsidiebeleid op specifieke beleidsthema’s. Het college kan sneller (technische) wijzigingen aanbrengen. Daarnaast is het college bevoegd subsidies te verstrekken indien dit past binnen het bestaande budget.
7
Daarbij moet er ook sprake zijn van een wettelijke grondslag en dient te worden voldaan aan de Verordening delegatiebesluit Leudal 2007. 2.5.3
De ambtelijke organisatie
Voor zover de ambtelijke organisatie mandaat heeft tot het verstrekken van subsidie en zij tevens voldoende budget hiervoor heeft, is de ambtelijke organisatie bevoegd om namens het college subsidies te verstrekken. Dit heeft plaats binnen bestuurlijk vastgestelde kaders.
8
3. Uitgangspunten subsidieverlening Om aan de gemeentelijke doelstellingen te voldoen, worden bij het verlenen van subsidies uitgangspunten gehanteerd. Deze uitgangspunten zijn opgesteld vanuit de aanbevelingen uit het eerdergenoemde doelmatigheidsonderzoek. Het betreft de volgende uitgangspunten: eenvoudig en gebruiksvriendelijk, doelmatig, kostenbesparend en kwalitatief goed. 3.1
Eenvoudig en gebruiksvriendelijk
In de informatievoorziening geeft de gemeente duidelijke uitleg over eenmalige en jaarlijkse subsidies. Tevens wordt verdere digitalisering van de aanvraag onderzocht, zodat het voor aanvragers gebruiksvriendelijker wordt om een subsidieverzoek in te dienen. 3.1.1
Alles op één plek
Om het subsidieproces zo duidelijk mogelijk te maken voor aanvragers, is er één locatie waar alle informatie omtrent subsidies te vinden is. Dit betekent dat alle subsidieregelingen op één locatie staan vermeld, waar tevens duidelijk is onder welke regeling de aanvraag geschaard kan worden. Aanvragers zijn daarom in een paar drukken op de muisknop geholpen met hun subsidievraagstuk. 3.1.2
Duidelijke informatievoorziening
Het proces van subsidieverlening bestaat uit aanvragen, beoordelen, beschikken en vaststellen, en kan ingewikkeld lijken. Daarom is het van belang om het voor aanvragers zo eenvoudig mogelijk te maken. De benodigde informatie wordt duidelijk omschreven en is begrijpelijk voor iedereen. 3.1.3
Helder proces
Wanneer aanvragers het subsidieverzoek hebben ingediend bij de gemeente, is het van belang dat zij geïnformeerd worden over de voortgang van deze aanvraag. Duidelijk moet zijn binnen hoeveel tijd er een reactie ontvangen wordt en in welke stap van het proces de aanvraag zich bevindt. Daarom dient niet alleen de informatievoorziening helder te zijn voor de aanvrager, maar ook het proces. Helderheid van het proces is ook belangrijk voor de ambtelijke organisatie. Ambtenaren worden geïnstrueerd op de verbeterde en vereenvoudigde procesgang. 3.1.4
Verdere digitalisering
Om de subsidieverlening efficiënt te laten verlopen, wordt ingezet op verdere digitalisering van het subsidieproces. Dit geldt zowel voor het aanvragen van subsidie, als voor het afwikkelen van de aanvraag door de behandelend ambtenaar. 3.1.5
Begeleiding
Verdere digitalisering van het aanvragen van subsidie kan leiden tot een behoefte aan begeleiding. Wanneer deze behoefte er is, wordt hulp geboden door de gemeente. Dit leidt uiteindelijk tot meer efficiëntie en een hoger dienstverleningsniveau. 3.2
Doelmatig
Uit het doelmatigheidsonderzoek is gebleken dat doelmatigheid van het subsidiebeleid een aandachtspunt is. Om die reden is dit als uitgangspunt opgenomen. 3.2.1
Centrale coördinatie
In het kader van doelmatigheid is centrale coördinatie van belang. Subsidieverzoeken komen op één centraal punt digitaal de organisatie binnen en worden door de behandelend ambtenaar opgepakt. Vanuit dit centrale punt is er overzicht op alle aanvragen en kan informatie worden opgehaald over eerder ingediende aanvragen. De centrale coördinatie voorkomt dat subsidies dubbel worden aangevraagd en mogelijk dubbel worden uitbetaald.
9
3.2.2
Regelingen zonder ambigu
Subsidies worden logischerwijs met een bepaald doel verstrekt. Om te voorkomen dat doelmatigheid in het gedrang komt, moet dit doel stroken met de beleidsdoelstelling van de gemeente. Duidelijkheid hiertoe wordt verschaft in de subsidieregelingen. Deze regelingen worden aangescherpt, waardoor er minder ruimte is voor interpretatie. 3.3
Kwalitatief goed
De gemeente streeft naar een hoogwaardige kwaliteit van haar dienstverlening. Dit geldt ook voor de dienstverlening omtrent subsidieverlening. Hiertoe worden een aantal verbeteringen doorgevoerd. 3.3.1
Juridische kennis
In de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een titel gewijd aan subsidies. Artikel 4:2 Awb omschrijft aan welke juridische criteria subsidieaanvragen, het behandelen van subsidies en het verlenen van subsidies dienen te voldoen. Om aan de benodigde criteria te voldoen is het subsidieproces nauw afgestemd op de Awb. Binnen het ambtelijk apparaat wordt juridische kennis verschaft en geüpdatet. Modelbeschikkingen om te versturen zijn beschikbaar gesteld, en zijn dusdanig opgemaakt dat ze aan juridische vereisten voldoen. 3.3.2
Financiële kennis
Naast juridische kennis is ook financiële kennis van belang bij het beoordelen van een subsidieaanvraag. Financiële documenten die zijn overlegd, moeten worden beoordeeld. Daarnaast moet de subsidie passen binnen de financiële kaders die de raad heeft gesteld. 3.4
Efficiëntie
In het subsidieproces is efficiëntie van groot belang. De inrichting van het proces zorgt ervoor dat subsidies eenvoudiger beoordeeld en verstrekt kunnen worden. 3.4.1
Modelbeschikkingen
De modelbeschikkingen zijn voorzien van een aantal juridische en financiële paragrafen, die eenvoudig bewerkt kunnen worden bij het opstellen van de beschikking. Op die manier wordt het proces versneld en minder foutgevoelig. Ook wordt de beschikking voor de aanvrager eenduidiger. 3.4.2
Systeeminrichting
Naar het centraal organiseren van de aanvragen op één plek, worden de aanvragen ook intern centraal geregistreerd. Vanuit deze plek worden ze ook beoordeeld en afgehandeld. Door alles op één plek te organiseren, kan er efficiënter worden gewerkt.
10