RIEC raadsvraag 2025 P Voermans
Tekst van het document
Raadsvraag Vragen naar aanleiding van RIEC rapport verschenen in dagblad De Limburger Afkomstig van
Paul Voermans
Politieke groepering
D66
Datum binnenkomst vraag op raadsgriffie + afhandelingstermijn
13sep25 + 30 kalenderdagen
Portefeuillehouder
Huub van Helden
Afdeling + Team
Samenleving + Beleid
Joinraadsvragenboek
2025-88
Vragen
Inleiding Op 13 september vernamen wij uit een artikel van Dagblad De Limburger, het bestaan van een rapport van het Regionaal Informatie- en Expertisecentrum Limburg (RIEC) over ondermijning in de zorg: het Limburgse zorgstelsel in gevaar? Een zeer zorgwekkend rapport, wat de aanleiding vormt voor een aantal vragen binnen onze fractie. We maken ons zorgen over dat zorgfraude en zorgcriminaliteit de bescherming van onze kwetsbare inwoners aantast. Daarom is het ook van ons allen belang om hier met de grootst mogelijke zorgvuldigheid en daadkracht op te reageren. Het rapport biedt een diepgaande en noodzakelijke analyse van een complex probleem, wij gaan er daarom vanuit dat u de aanbevelingen serieus neemt en aankondigt deze te verwerken in een actieplan Vragen 1. Is het college bekend met dit rapport? Zo ja, waarom heeft U dit dan niet gelijk gedeeld met ons. In Maastricht is het college hier bijvoorbeeld gelijk proactief mee aan de slag gegaan en heeft dit
rapport in een RIB gemeld. 2. Deelt het college de zorgen van onze fractie over de bevindingen in dit rapport? 3. Het RIEC-rapport beschrijft een provinciaal beeld. Kunt u aangeven of Leudal dezelfde aanpak hanteert? Zo nee? Op welke concrete punten wijkt de Leudalse aanpak van de afgelopen jaren significant af van de gemiddelde Limburgse aanpak, die in het rapport als ‘onvoldoende weerbaar’ wordt gekwalificeerd? 4. Hoe verloopt de screening van zorgaanbieders Zorg in Natura? Hoeveel aanbieders zijn de afgelopen drie jaar na screening afgewezen en op welke gronden? 5. Het rapport identificeert de "lage toetredingsdrempel voor zorgaanbieders" (Rapport, pp. 6, 37) als een cruciale "gelegenheidsstructuur" die misbruik in de hand werkt. Hoe weegt het college het voordeel van een ruime keuzevrijheid en een groot aanbod van zorgaanbieders af tegen het hierdoor verhoogde risico op de instroom van malafide partijen? Welke maatregelen, naast de reeds bestaande, overweegt u om deze drempel op een verantwoorde manier te verhogen? 6. De inzet van onderaannemers en zzp'ers wordt op de pagina’s 20 en 55 als een significant risico aangemerkt, omdat hierdoor de controle en het toezicht bemoeilijkt worden.
Heeft de gemeente Leudal een volledig en actueel overzicht van alle onderaannemers die via onze hoofdcontractanten actief zijn? Welke contractuele eisen stelt Leudal aan de kwaliteit en integriteit van deze onderaannemers? 7. Ziet het college, net als onze fractie, een potentieel spanningsveld tussen het benaderen van zorgaanbieders als concurrerende marktpartijen en de noodzaak om te komen tot een vertrouwensvolle samenwerking in het bestrijden van misbruik? Hoe wordt in het inkoop- en contractmanagement geborgd dat de focus niet alleen op prijs en aanbod ligt, maar primair op maatschappelijke waarde en integriteit? 8. In navolging van aanbeveling 1 van het RIEC ("Kijk als gemeente opnieuw naar de manier waarop het proces rondom zorg is ingericht", (p. 9): bent u bereid om het volledige proces van inkoop, screening, toegang, contractmanagement en toezicht in Leudal door een onafhankelijke partij te laten doorlichten op de specifieke risico's die in dit rapport worden genoemd? Zo ja, wanneer mogen wij de resultaten van die screening tegemoet zien? Zo nee, waarom niet? 9. Op pagina 6 van het rapport staat dat in veel gemeenten beleid ontbreekt of onbekend is bij medewerkers.
Kunt u de raad het vigerende, integraal vastgestelde beleidsplan voor de aanpak van zorgfraude en -criminaliteit in Leudal toezenden? En hoe wordt binnen de ambtelijke organisatie gezorgd dat dit beleid bij alle
relevante medewerkers (van Wmo-consulent tot inkoper) bekend is en wordt toegepast? 10. Op pagina 9 van het rapport wordt aanbevolen om de Wet Bibob structureel in te zetten. Kunt u een overzicht geven van de frequentie en de resultaten van de toepassing van de Wet Bibob in het Leudalse zorgdomein over de afgelopen drie jaar? Bent u voornemens dit instrument, conform de aanbeveling, breder en standaard in te zetten? Indien de Wet Bibob niet door Leudal wordt ingezet voor screening in het zorgdomein, bent u bereid dit beleid te wijzigen? Zo nee, waarom niet? 11. Het gebrek aan kennis bij ambtenaren is een terugkerend thema (zie, onder andere, de pagina’s 7 en 12). Welke concrete stappen zet het college proactief om de kennis en het fraudebewustzijn van de eigen medewerkers nu al te vergroten? 12. Wij zien graag een actieplan versterking toezicht WMO. Lijkt U dit ook verstandig en wanneer kunnen we dit actieplan verwachten? Kunt u toezeggen dat dit plan niet alleen het toezicht an sich, maar de gehele keten (van inkoop tot handhaving) zal omvatten, zoals het RIEC adviseert? Kunt u tevens toezeggen dat hierin ook de aanpak voor de Jeugdwet integraal wordt meegenomen? 13. Middels aanbeveling 5 wordt gepleit voor het onderzoeken van regionaal toezicht.
Wat is de positie van het college ten aanzien van deze aanbeveling? Bent u bereid om het initiatief te nemen om de mogelijkheden voor een dergelijk regionaal toezichtsorgaan actief te verkennen? 14. De financiële omvang van de fraude is aanzienlijk. Welke capaciteit is er binnen de gemeente Leudal beschikbaar voor financieel onderzoek en het daadwerkelijk terugvorderen van onrechtmatig bestede zorggelden, en hoeveel zorggeld is er de afgelopen jaren concreet teruggevorderd? Wordt overwogen deze capaciteit uit te breiden? Ambtelijk advies
Datum: Advies: De vragen als volgt beantwoorden 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12.
13. 14.
Besluit college of portefeuillehouder
Datum: Besluit van (wie): Besluit luidt: