Regels spreekrecht
Tekst van het document
Praktische informatie over het spreekrecht voor niet-commissieleden 1. Het indienen van een verzoek om de commissie fysiek te mogen toespreken Wilt u de commissie fysiek in deze commissievergadering toe spreken? Neem dan voorafgaande aan de commissievergadering contact op met de griffier: de heer J. Lommen. Het indienen van een verzoek om spreekrecht kan tot aan de opening van de commissievergadering (normaal gesproken: om 19.30 uur) bij hem worden ingediend. Indien u over e-mail beschikt: stuur dan uw verzoek om te spreken per e-mail naar raadsgriffie@leudal.nl Beschikt u niet over e-mail of wilt u liever de griffier mondeling spreken: bel dan zijn telefoonnummer 06.11.60.04.48 In uw verzoek vermeldt u: 1. uw naam en adres (spreekt u namens iemand anders of namens een organisatie, noem die dan ook); 2. uw telefoonnummer; 3. over welk agendapunt u wilt spreken; 4. welke voorkeur u hebt qua moment van spreken. Dat kan: • ofwel bij het agendapunt ‘Spreekrecht voor niet-commissieleden’. Dat agendapunt (meestal agendapunt 4) begint vlak na de opening van de commissievergadering; • ofwel bij de aanvang van het agendapunt waarover u wilt spreken. Een indicatie van het aanvangstijdstip van het desbetreffende agendapunt kunt u lezen op bladzijde 2 van de agenda die bij agendapunt 2 ‘Vaststellen agenda’ is opgenomen.
Let op: de commissie kan bij agendapunt 2 besluiten de agenda gewijzigd vast te stellen + de commissie kan sneller of langzamer de agenda afhandelen dan vooraf ingeschat. 2. Het aanreiken van de tekst die u eventueel voorleest Indien u een tekst wenst voor te lezen dan stelt de griffier het op prijs die tekst uiterlijk direct na afloop van uw spreken in ontvangst te nemen. Die tekst wordt daags na de commissievergadering bij de openbare stukken van de commissievergadering gevoegd, op de gemeentelijke website http://www.leudal.nl/commissies (bij het agendapunt ‘Spreekrecht voor niet-commissieleden’ van de commissievergadering waarin u hebt gesproken). Wilt u dat de commissieleden vóór aanvang van de commissievergadering al beschikken over de nog door u voor te lezen tekst? Stuur dan uw tekst uiterlijk op de ochtend van de commissievergadering naar de griffier, hij zorgt er dan voor dat de juiste mensen uw tekst tijdig krijgen. 3. De maximale spreektijd De maximale spreektijd bedraagt vijf minuten. Indien zich méér dan zes insprekers (in totaal, voor alle agendapunten) melden dan kan de voorzitter van de commissie fysiek, de heer J. Raemakers, dat maximum beperken.
4. Wanneer en vanaf welke plek mag u spreken? Indien de commissievoorzitter u recht van spreken toekent, dan mag u spreken conform de keuze die u zelf tevoren hebt kenbaar gemaakt: ófwel bij het agendapunt ‘Spreekrecht voor niet-commissieleden’ ófwel bij de aanvang van het agendapunt waarover u wenst te spreken. Direct nadat u de commissie hebt toegesproken vraagt de commissievoorzitter aan de commissieleden of zij nog vragen aan u hebben. Zo ja, dan stellen zij die u direct en van u wordt verwacht dat u daarop een reactie geeft. Maar, wenst u om bepaalde redenen niet te reageren, dan mag u dat kenbaar maken; dat is geen probleem. Het spreken gebeurt van achter het spreekgestoelte in de raadzaal. Dat is in de vergaderkring waar ook de commissieleden zitten, direct naast de griffier. De voorzitter nodigt u dan uit om uw plaats op de tribune te verlaten en om u naar het spreekgestoelte te begeven. 5. Wanneer mag u niet (meer) spreken? Nadat u binnen de door de commissievoorzitter toegestane spreektijd hebt gezegd wat u wilde zeggen en (mocht die situatie zich voordoen) u vragen van commissieleden hebt beantwoord, dan eindigt op dat moment uw recht om de commissie toe te spreken.
De commissieleden spreken alleen nog onderling en eventueel met het lid van het college, zijnde meestal één van de wethouders die als eerst verantwoordelijke (de zogenoemde ‘portefeuillehouder’) het onderwerp behartigt. Bij die bespreking bestaat voor u dus geen gelegenheid om u in de discussie te mengen.
NB. ‘Schriftelijk’ de commissie toespreken Indien een spreker de commissie liever niet mondeling wil toespreken of verhinderd is de commissievergadering bij te wonen, dan kan hij/zij z’n inspreektekst voorafgaande aan de commissievergadering schriftelijk aan de commissie aanreiken. Stuur in dat geval die tekst per e-mail naar raadsgriffie@leudal.nl De commissiegriffier zorgt er voor dat de commissieleden kunnen beschikken over uw tekst. De commissie behandelt die schriftelijke inbreng op een zelfde wijze als zou ze mondeling zijn uitgesproken.
Wettelijke informatie over het spreekrecht voor niet-commissieleden De precieze (wettelijke) regels over het spreekrecht tijdens commissievergaderingen Wilt u het fijne er van weten wat betreft de (wettelijke) regels van het spreekrecht? Lees dan hieronder wat de gemeenteraad van Leudal heeft bepaald voor de commissievergaderingen. Het spreekrecht is geregeld in de 'Verordening op de instelling en werkwijze van commissies' en wel in artikel 17 van die verordening (vastgesteld in de raadsvergadering van 27 mei 2014, voor het laatst gewijzigd in de raadsvergadering van 21 april 2015).
Artikel 17. Spreekrecht burgers 1. Burgers hebben spreekrecht. Zij kunnen het woord voeren in de commissievergadering over geagendeerde onderwerpen. Indien een spreker de commissie liever niet mondeling wil toespreken of verhinderd is de commissievergadering bij te wonen, dan kan hij/zij z’n inspreektekst voorafgaande aan de commissievergadering schriftelijk aan de commissie aanreiken, door tussenkomst van de commissiegriffier; de commissie behandelt die schriftelijke inbreng als ware ze mondeling ingebracht tijdens het spreekrecht. 2. Het woord kan niet gevoerd worden over: a. een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; b. benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; c. een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. 3. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit voor de aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren. 4. De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De commissievoorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. 5.
De spreker spreekt naar zijn/haar keuze bij ofwel het agendapunt ‘Spreekrecht voor nietcommissieleden’ ofwel bij aanvang van het agendapunt naar aanleiding waarvan hij/zij de commissie wil toespreken. De spreker voert het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter kan de deelnemers aan de commissievergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering. 6. De commissievoorzitter of een commissielid kan een voorstel doen voor de behandeling van de inbreng van de burger. ----In verband met het hierboven in artikel 17, tweede lid, sub c, bepaalde treft u hieronder de tekst aan van artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht. Artikel 9:1 Algemene wet bestuursrecht luidt: 1 Een ieder heeft het recht om over de wijze waarop een bestuursorgaan zich in een bepaalde aangelegenheid jegens hem of een ander heeft gedragen, een klacht in te dienen bij dat bestuursorgaan. 2. Een gedraging van een persoon, werkzaam onder de verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan, wordt aangemerkt als een gedraging van dat bestuursorgaan.