Regels
Tekst van het document
5.4.2
Realisatie kap op de woning
Door middel van een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 5.2.2, sub d. ten behoeve van het realiseren van een kap op een woning, indi en in de bestaande situatie sprake is van een plat dak, met dien verstande dat: a. de dakhelling ten minste 20° en niet meer dan 50° bedraagt; b. het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast; c. de belangen en bestemmingen in de omgeving niet onevenredig worden aangetast. 5.4.3
Platte afdekking woning
Door middel van een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 5.2.2, sub d. ten behoeve van het realiseren van een plat dak op een woning, met dien verstande dat: a. het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast; b. de belangen en bestemmingen in de omgeving niet onevenredig worden aangetast. 5.4.4
Goot- en bouwhoogte tot maximaal goot- en bouwhoogte aangrenzende woningen
Door middel van een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 5.2.2, sub c., voor het realiseren van een hogere goot- en/of bouwhoogte tot maximaal de hoogte van de direct naast gelegen woningen, mits: a. het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast; b. de belangen en bestemmingen in de omgeving niet onevenredig worden aangetast.
5.5
Specifieke gebruiksregels
5.5.1
Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor/van: a. bedrijvigheid, met uitzondering van de bedrijvigheid als bedoeld in lid 5.1; b. detailhandel, met uitzondering van: 1. detailhandel als bedoeld in lid 5.1; 2. een beperkte verkoop in het klein in verband met en ondergeschikt aan de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis; c. horeca; d. kamerbewoning; e. permanente of tijdelijke bewoning, voor zover het vrijstaande bijbehorende bouwwerken betreft; f. ruimtelijk relevante evenementen;
bestemmingsplan Partiële herziening bedrijventerrein Heythuysen - oostelijk terreindeel 31
g. seksinrichting; h. woningsplitsing. 5.5.2
Beroep of bedrijf aan huis
De uitoefening van een bedrijf aan huis en/of een beroep aan huis is toegestaan in de woning en/of in de bij de woning behorende bijbehorende bouwwerken, met dien verstande dat: a. uitsluitend een bedrijf aan huis is toegestaan zoals vermeld in of vergelijkbaar met categorie A van de 'Staat van bedrijfsactiviteiten voor bedrijven met functiemenging (bijlage 3); b. een bedrijf aan huis een gebruiksoppervlak beslaat van in totaal maximaal 30 m²; c. een beroep aan huis een gebruiksoppervlak beslaat van in totaal maximaal 80 m²; d. bij een gecombineerde uitoefening van het bepaalde onder b. en c. het totale maximale gebruiksoppervlak van 80 m2 niet overschreden wordt; e. maximaal 30% van het gebruiksoppervlak van de begane grond van de woning mag worden gebruikt ten behoeve van het beroep en/of bedrijf aan huis. 5.5.3
Ruimtelijk niet relevante evenementen
Het gebruik van gronden voor ruimtelijke niet relevante evenementen is toegestaan, met dien verstande dat: a. wordt voldaan aan de beleidsuitgangspunten en randvoorwaarden die zijn vastgelegd in de geldende 'Beleidsnota evenementen gemeente Leudal' en het geldende 'Uitvoeringsbeleid evenementen gemeente Leudal'; b. indien het onder a. bedoelde uitvoeringsbeleid gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging(en); c. voorzien dient te worden in voldoende parkeergelegenheid.
bestemmingsplan Partiële herziening bedrijventerrein Heythuysen - oostelijk terreindeel 32
Artikel 6 6.1
Waarde - Archeologie 5
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), tevens bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen overige (dubbel)bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 14.3.
6.2
Bouwregels
a. Indien het oprichten van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning ten behoeve van het bouwen wordt gevraagd, kan leiden tot aantasting van archeologische waarden, wordt de omgevingsvergunning pas verleend nadat de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar oordeel van burgemeesters en wethouders in voldoende mate is vastgesteld of waaruit blijkt dat: 1. archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn; 2. het behoud van de archeologische resten in voldoende mate kan worden gewaarborgd, of 3. de archeologische resten door de verstoring niet onevenredig worden geschaad. b. Het bepaalde onder a. is uitsluitend van toepassing indien de verstoring dieper is dan 40 cm onder het maaiveld én de oppervlakte van de bodemingreep groter is dan 1.000 m², c. In afwijking van het bepaalde onder b. is het bepaalde onder a. niet van toepassing indien; 1. het een bouwwerk, geen gebouw zijnde, betreft dat voor archeologisch onderzoek noodzakelijk is en/of 2. het vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing betreft, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid. d. Indien uit het in lid 6.2, onder a.
genoemde rapport blijkt dat de archeologische resten van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning ten behoeve van het bouwen kunnen worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders aan de omgevingsvergunning de volgende voorschriften verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. e. Bij het aantreffen van archeologische waarden van nationaal belang, vragen burgemeester en wethouders – alvorens de vergunning te verlenen – de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed om advies. De omgevingsvergunning ten behoeve van het bouwen wordt niet verleend, dan nadat de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed een verklaring van geen bezwaar heeft gegeven. f. Indien lid 6.2 onder d. sub 3. van toepassing is, wordt in de voorschriften geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden.
6.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen aan de situering, de inrichting en het gebruik van de gronden, indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse beschermingswaardige archeologische resten aanwezig zijn.
bestemmingsplan Partiële herziening bedrijventerrein Heythuysen - oostelijk terreindeel 33
6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1
Verbod
a. Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 5' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1. aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies; 2. aanleggen of verbreden van wegen, paden of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; 3. aanleggen van bos en/of boomgaard die op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan niet als zodanig kunnen worden aangemerkt.; 4. aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; 5. grondbewerkingen waartoe ook wordt gerekend vergraven, afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van drainage en ontginnen. b. Het onder a. genoemde verbod is uitsluitend van toepassing indien de de verstoring dieper is dan 40 cm onder het maaiveld én de oppervlakte van de bodemingreep groter is dan 1.000 m².
6.4.2
Uitzondering
Het bepaalde in lid 6.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het bestemmingsplan.
6.4.3
Toelaatbaarheid
a. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt niet verleend, dan nadat de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van het plangebied naar oordeel van burgemeesters en wethouders in voldoende mate is vastgesteld, of waaruit blijkt dat: 1. archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn; 2. het behoud van de archeologische resten in voldoende mate kan worden gewaarborgd, of; 3. de archeologische resten door de verstoring niet onevenredig worden geschaad. b. Indien uit het in lid 6.4.3 onder a. genoemde rapport blijkt dat de archeologische resten van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning kunnen worden verstoord, kunnen burgemeesters en wethouders aan de omgevingsvergunning de volgende voorwaarden verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; of 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. c.
Bij het aantreffen van archeologische waarden van nationaal belang, vragen burgemeester en wethouders – alvorens de vergunning te verlenen – de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed om advies. De omgevingsvergunning wordt niet verleend, dan nadat de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed een verklaring van geen bezwaar heeft gegeven. d. Indien lid 6.4.3 onder b. sub 3. van toepassing is, wordt in de voorschriften geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de werkzaamheden of werken.
bestemmingsplan Partiële herziening bedrijventerrein Heythuysen - oostelijk terreindeel 34
6.5
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen door: a. de bestemming 'Waarde - Archeologie 5' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; of b. aan gronden de bestemming 'Waarde - Archeologie 5' toe te kennen indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat de bestemming van deze gronden, gelet op ter plaatse aanwezige archeologische waarden, aanpassing behoeft.
bestemmingsplan Partiële herziening bedrijventerrein Heythuysen - oostelijk terreindeel 35
Hoofdstuk 3 Artikel 7
Algemene regels Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
bestemmingsplan Partiële herziening bedrijventerrein Heythuysen - oostelijk terreindeel 36
Artikel 8
Algemene bouwregels
8.1
Algemene bepaling m.b.t. ondergronds bouwen
8.1.1
Ondergrondse werken
Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen.
8.1.2
Ondergrondse bouwwerken
Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende regels: a. Ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak. b. Het oppervlak aan ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan 50% van het bouwvlak. c. De ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 3,5 meter onder peil. d. Bij het berekenen van de geldende oppervlakte- en inhoudsmaten, wordt de oppervlakte of inhoud van ondergrondse gebouwen niet in aanmerking genomen.
8.1.3
Afwijken van het bestemmingsplan
Door middel van een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 8.1.2 sub c voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 10 meter onder peil onder de voorwaarden dat: a. de waterhuishouding niet wordt verstoord; b. geen afbreuk wordt gedaan aan archeologische waarden.
8.2
Ondergeschikte bouwdelen
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, uitbouwen, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt.
8.3
Algemene bepaling over bestaande afstanden en andere maten
8.3.1
Maximale maatvoering
Indien afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het tijdstip van ter inzage legging van het vastgestelde plan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden.
bestemmingsplan Partiële herziening bedrijventerrein Heythuysen - oostelijk terreindeel 37
8.3.2
Minimale maatvoering
In die gevallen dat afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, op het tijdstip van de ter inzage legging van het vastgestelde plan minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden.
8.3.3
Heroprichting
In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in lid 8.3.1 en lid 8.3.2 uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats.
bestemmingsplan Partiële herziening bedrijventerrein Heythuysen - oostelijk terreindeel 38
Artikel 9 9.1
Algemene gebruiksregels
Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens ten behoeve van een seksinrichting, behoudens ter plaatse van de aanduiding 'seksinrichting', of ten behoeve van (straat)prostitutie; b. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij een woning als zelfstandige woningen en als afhankelijke woonruimte, behoudens gebruik als woonruimte ten behoeve van mantelzorg; c. huisvesting van arbeidsmigranten, behoudens de huisvesting van arbeidsmigranten die alleen of gezamenlijk een huishouden vormen in een (bedrijfs)woning; d. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; e. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.
9.2
Innemen van verkoopstandplaatsen
Het gebruik van gronden voor het innemen van verkoopstandplaatsen is toegestaan, mits: a. wordt voldaan aan de beleidsuitgangspunten en randvoorwaarden die zijn vastgelegd in de nota 'Standplaatsenbeleid gemeente Leudal'; b. indien de onder a. bedoelde beleidsnota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging(en).
bestemmingsplan Partiële herziening bedrijventerrein Heythuysen - oostelijk terreindeel 39
Artikel 10 10.1
Algemene aanduidingsregels
veiligheidszone - lpg
10.1.1 Aanduidingsomschrijving De gronden ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - lpg' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, tevens bestemd voor het tegengaan van de bouw van risicogevoelige bouwwerken en objecten. 10.1.2 Bouwregels Op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - lpg' mogen volgens de regels van de onderliggende bestemming die op die gronden rust, bouwwerken worden gebouwd mits deze niet kunnen worden aangemerkt als kwetsbare objecten of beperkt kwetsbare objecten in de zin van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. 10.1.3 Afwijken van de bouwregels Door middel van een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 10.1.2 voor het oprichten van bouwwerken op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - lpg', indien die bouwwerken als kwetsbare objecten of beperkt kwetsbare objecten kunnen worden aangemerkt in de zin van het Besluit externe veiligheid inrichtingen, mits aangetoond wordt dat deze objecten voldoen aan de normen van plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico (GR).
10.2
vrijwaringszone - straalpad
10.2.1 Aanduidingsomschrijving De gronden ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - straalpad' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, tevens bestemd voor het waarborgen van een vrije straalzone tussen zend- en ontvangststations ten behoeve van de telecommuncatie. 10.2.2 Bouwregels Op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - straalpad', mag niet hoger worden gebouwd dan 60 meter boven NAP.
10.3
wetgevingzone - wijzigingsgebied 1
10.3.1 Aanduidingsomschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - wijzigingsgebied 1' geldt een aanvullende voorwaarde voor toepassing van de wijzigingsbevoegdheid om de bestemming 'Bedrijf' te wijzigen in de bestemming 'Wonen' (zie 3.7). Die voorwaarde heeft betrekking op het woon- en leefklimaat in relatie tot de ter plaatse toegestane en aanwezige hondenkennel.
bestemmingsplan Partiële herziening bedrijventerrein Heythuysen - oostelijk terreindeel 40
10.4
wetgevingzone - wijzigingsgebied 2
10.4.1 Aanduidingsomschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - wijzigingsgebied 2' geldt een aanvullende voorwaarde voor toepassing van de wijzigingsbevoegdheid om de bestemming 'Bedrijf' te wijzigen in de bestemming 'Wonen' (zie 3.7). Die voorwaarde heeft betrekking op het woon- en leefklimaat in relatie tot de verkeersaantrekkende werking van het ter plaatse toegestane en aanwezige landbouwmechanisatiebedrijf en tuincentrum.
bestemmingsplan Partiële herziening bedrijventerrein Heythuysen - oostelijk terreindeel 41
Artikel 11 11.1
Algemene afwijkingsregels
Algemeen
Wanneer niet anderszins een afwijking van de bestemmingsplanregels mogelijk is, kan door middel van een omgevingsvergunning worden afgeweken van: a. de voorgeschreven maatvoering met ten hoogste 10%; b. het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geeft; c. de bouwgrenzen, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; d. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot maximaal 10 meter; e. de hoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde, ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, tot maximaal 40 meter, onder de volgende voorwaarden: 1. losse masten met hekwerken, gebouwtjes e.d. zijn alleen toegestaan: buiten de bebouwde kom en in landschappelijk minder gevoelige gebieden, langs grote verkeerswegen en dan bij voorkeur bij parkeerplaatsen, benzinestations, knooppunten, viaducten en horecagelegenheden; binnen de bebouwde kom aan infrastructuur en op sportparken; 2. installaties op of aan een gebouw zijn alleen toegestaan: op hoge gebouwen; bij voorkeur op een plat dak en zo ver mogelijk van een dakrand, met dien verstande dat bijzondere en waardevolle gebouwen in beginsel geheel dienen te worden ontzien, zo nodig in overleg met de monumentencommissie; tegen gevels aan; wanneer de invloed van die installaties geen afbreuk doen aan de aanwezige kwaliteiten.
11.2
Bedrijf aan huis
Door middel van een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bestemmingsplan ten behoeve van: a. de uitoefening van een bedrijf aan huis in een (bedrijfs)woning en/of een bij de woning behorend bijbehorend bouwwerk in milieucategorie B zoals opgenomen in de 'Staat van bedrijfsactiviteiten voor bedrijven met functiemenging' (bijlage 3), dan wel naar aard en omvang daarmee gelijk te stellen bedrijfsactiviteiten; b. vergroting van de maximale oppervlakte die voor het bedrijf aan huis kan worden gebruikt, met dien verstande dat: c. de woonfunctie als hoofdfunctie behouden blijft; d. bedoeld gebruik geen onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat mag opleveren en geen onevenredige afbreuk mag doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt; dit betekent onder meer dat: 1. geen omgevingsvergunning wordt verleend voor het uitoefenen van bedrijvigheid, die onder de werking van 'Besluit omgevingsrecht' valt, tenzij het desbetreffende gebruik door middel van het stellen van voorwaarden verantwoord is; 2. het gebruik naar aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming moet zijn; 3. het gebruik de woonfunctie dient te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in het hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk uitvoert, tevens de gebruiker van het hoofdgebouw is; e.
het niet betreft zodanig verkeersaantrekkende activiteiten die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimten; f. wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein, een en ander overeenkomstig het bepaalde in artikel 14.1. Indien niet op eigen terrein in voldoende parkeergelegenheid kan worden
bestemmingsplan Partiële herziening bedrijventerrein Heythuysen - oostelijk terreindeel 42
voorzien, dient te worden aangetoond dat elders in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien. g. geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd een beperkte verkoop in het klein in verband met bedrijfsmatige activiteiten in of bij het hoofdgebouw; h. de totale oppervlakte die voor een bedrijf aan huis wordt gebruikt, maximaal 80 m2 bedraagt; i. maximaal 30% van de vloeroppervlakte van de begane grond van de woning mag worden gebruikt ten behoeve van een beroep en/of bedrijf aan huis.
11.3
Bed & breakfast
Door middel van een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bestemmingsplan ten behoeve van een bed & breakfastvoorziening in een (bedrijfs-)woning of een bij de woning behorend bijbehorend bouwwerk, met dien verstande dat: a. de woonfunctie als hoofdfunctie behouden blijft; b. de bed & breakfastvoorziening een capaciteit kent van ten hoogste 8 personen in maximaal 4 kamers, met een maximum verblijfsduur van 6 weken; c. bedoeld gebruik geen hinder voor het woonmilieu mag opleveren en geen onevenredige afbreuk mag doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt; d. bedoeld gebruik geen belemmering voor de omliggende bedrijven mag opleveren; e. het gebruik naar de aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming moet zijn; f. het gebruik de woonfunctie dient te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in het hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk uitvoert, tevens de gebruiker van het hoofdgebouw is; g. het niet zodanig verkeersaantrekkende activiteiten betreft die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van verkeer; h. er dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Hiervoor geldt een parkeernorm van minimaal 1 parkeerplaats per kamer welke onderdeel uitmaakt van de bed & breakfastvoorziening; i. de bed & breakfastvoorziening dient in bestaande bebouwing te worden gerealiseerd; j.
de maximale oppervlakte in totaal 80 m² bedraagt, met dien verstande dat maximaal 30% van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw ten behoeve van een bed & breakfastvoorziening in gebruik mag zijn. Gemeenschappelijke ruimtes blijven daarbij buiten beschouwing; k. de omgevingsvergunning ter afwijking van het bestemmingsplan ten behoeve van de bed & breakfastvoorziening, uitsluitend bij een woonfunctie wordt verleend.
11.4
Bijbehorende bouwwerken in zijerfgebied
Door middel van een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bestemmingsplan ten behoeve van het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij bestaande (bedrijfs)woningen in het zijerfgebied in hoeksituaties, met dien verstande dat: a. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens minimaal 2 meter dient te bedragen; b. uitsluitend bijbehorende bouwwwerken zijn toegestaan in de vorm van een uitbreiding van een woning en aangebouwd aan de woning. Vrijstaande bijbehorende bouwwerken zijn niet toegestaan; c. de afstand tot de bestemming 'Verkeer' minimaal 2 meter bedraagt; d. de afstand tot aan de voorgevel minimaal 3 meter bedraagt; e. indien een garage wordt gerealiseerd de afstand van voorgevel van de garage tot de bestemming 'Verkeer' minimaal 5 meter dient te bedragen; f. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3,5 meter; g. het verkeersbelang niet onevenredig wordt aangetast; h. slechts een aangebouwd bijbehorend bouwwerk, overkapping of carport mag worden gerealiseerd; i. het stedenbouwkundige beeld niet onevenredig wordt aangetast; j. de uitbreiding geen belemmering mag opleveren voor omliggende woningen en/of bedrijven.
bestemmingsplan Partiële herziening bedrijventerrein Heythuysen - oostelijk terreindeel 43
11.5
Ruimtelijk relevante evenementen
Door middel van een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bestemmingsplan ten behoeve van het gebruik van gronden en gebouwen voor aan de hoofdfunctie c.q. onderliggende bestemming ondergeschikte ruimtelijk relevante evenementen, met dien verstande dat: a. de waarden van de onderliggende en de omliggende bestemmingen niet onevenredig worden aangetast; b. het evenement niet leidt tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat, met name voor wat betreft de volgende aspecten: 1. verkeersveiligheid; 2. parkeren; 3. geluidhinder.
11.6
Verleende omgevingsvergunningen of andere toestemmingen
Een omgevingsvergunning, vrijstelling, ontheffing of afwijking die ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan is verleend voor een bouw- en/of gebruiksactiviteit waarvoor ingevolge deze regels een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan is vereist, wordt gelijkgesteld met een dergelijke omgevingsvergunning.
bestemmingsplan Partiële herziening bedrijventerrein Heythuysen - oostelijk terreindeel 44
Artikel 12 12.1
Algemene wijzigingsregels
Algemeen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van: a. overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3 meter en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; b. overschrijding van bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geeft. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3 meter en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; c. het wijzigen van de 'Staat van bedrijfsactiviteiten voor bedrijven met functiemenging' (bijlage 3), indien technologische ontwikkelingen of vernieuwde inzichten hiertoe aanleiding geven; d. het aanpassen van opgenomen bepalingen in de voorafgaande artikelen, waarbij verwezen wordt naar bepalingen in wettelijke regelingen, indien deze wettelijke regelingen na het tijdstip van de tervisielegging van het vastgestelde plan worden gewijzigd.
12.2
Nota Kwaliteit
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de als bijlage 1 bij deze regels opgenomen Nota Kwaliteit te wijzigen indien na het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan een actuelere versie is vastgesteld, met dien verstande dat alsdan de actuelere versie de als bijlage 1 opgenomen Nota Kwaliteit vervangt.
bestemmingsplan Partiële herziening bedrijventerrein Heythuysen - oostelijk terreindeel 45
Artikel 13 13.1
Algemene procedureregels
Nadere eisen
Bij toepassing van de nadere eisen regeling, die onderdeel uitmaakt van dit plan, is op de voorbereiding van het besluit de procedure als bedoeld in de afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, met dien verstande dat de termijn van terinzagelegging 2 weken bedraagt.
bestemmingsplan Partiële herziening bedrijventerrein Heythuysen - oostelijk terreindeel 46
Artikel 14 14.1
Overige regels
Parkeren
a. Bij de uitoefening van de bevoegdheid voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor uitbreiding van bebouwing en/of voor wijziging van functies, geldt de regel dat op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid voor auto's en fietsen ten behoeve van die uitbreiding en/of functiewijziging aanwezig dient te zijn en/of wordt gerealiseerd; b. Onder voldoende parkeergelegenheid als bedoeld onder a. wordt verstaan dat: 1. wordt voldaan aan de normen die zijn vastgelegd in de Nota Parkeernormen 2016 (bijlage 2 van de regels), en 2. indien de 'Nota Parkeernormen 2016' gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met de wijziging(en); c. Onder eigen terrein wordt bij individuele woningen verstaan het bouwperceel waarop de woning wordt gebouwd en bij projectmatige bouw c.q. realisering van een woongebied met meerdere woningen het totale projectgebied; d. Het bepaalde onder a. geldt niet bij het verbouwen/uitbreiden van bestaande gebouwen en/of bij functiewijziging indien daardoor de parkeerbehoefte niet toeneemt; e. Door middel van een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde onder a. en kan worden toegestaan dat parkeergelegenheid niet op eigen terrein wordt gerealiseerd, mits aangetoond wordt dat op eigen terrein onvoldoende ruimte is en de benodigde parkeervoorzieningen elders worden gerealiseerd.
14.2
Verbeteren omgevingskwaliteit
Indien bij een ontwikkeling invulling moet worden gegeven aan een verbetering van de omgevingskwaliteit, dient er voldaan te worden aan de eisen die gesteld worden in de Nota Kwaliteit, zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze regels.
14.3
Verhouding tussen bestemmingen
Waar een enkelbestemming samenvalt met een dubbelbestemming geldt primair het bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming;
bestemmingsplan Partiële herziening bedrijventerrein Heythuysen - oostelijk terreindeel 47
Hoofdstuk 4 Artikel 15 15.1
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
15.2
Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde in sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
15.3
Hardheidsclausule
Voor zover toepassing van het overgangsrecht gebruik leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard voor een of meer natuurlijke personen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan grond en opstallen gebruiken in strijd met het voordien geldende bestemmingsplan kan het bevoegd gezag ten behoeve van die persoon of personen van dat overgangsrecht afwijken.
bestemmingsplan Partiële herziening bedrijventerrein Heythuysen - oostelijk terreindeel 48
Artikel 16
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Partiële herziening bedrijventerrein Heythuysen - oostelijk terreindeel'.
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van
De voorzitter,
De griffier,
……….
………
bestemmingsplan Partiële herziening bedrijventerrein Heythuysen - oostelijk terreindeel 49