Regels
Tekst van het document
Bij het aantreffen van archeologische waarden van nationaal belang, vragen burgemeester en wethouders – alvorens de vergunning te verlenen – de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed om advies. De omgevingsvergunning wordt niet verleend, dan nadat de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed een verklaring van geen bezwaar heeft gegeven. d. Indien het bepaalde in lid 6.4.3 onder b sub 3 van toepassing is, wordt in de regels geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de werkzaamheden of
bestemmingsplan Grote Laak 10 te Roggel
29
werken.
6.5
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen door: a. de bestemming 'Waarde - Archeologie 5' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; of b. aan gronden de bestemming 'Waarde - Archeologie 5' toe te kennen indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat de bestemming van deze gronden, gelet op ter plaatse aanwezige archeologische waarden, aanpassing behoeft.
bestemmingsplan Grote Laak 10 te Roggel
30
Hoofdstuk 3 Artikel 7
Algemene regels Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
bestemmingsplan Grote Laak 10 te Roggel
31
Artikel 8
Algemene bouwregels
8.1
Algemene bepaling m.b.t. ondergronds bouwen
8.1.1
Ondergrondse werken
Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen. 8.1.2
Ondergrondse bouwwerken
Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende regels: a. Ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak. Indien geen bouwvlak is opgenomen, zijn ondergrondse bouwwerken uitsluitend toegestaan onder gebouwen. b. Ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan onder gebouwen. c. De ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 3,5 meter onder peil. d. Bij het berekenen van de geldende oppervlakte- en inhoudsmaten, wordt de oppervlakte of inhoud van ondergrondse gebouwen niet in aanmerking genomen. 8.1.3
Afwijken van het bestemmingsplan
Burgemeester en wethouder kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.1.2 sub a voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken buiten de het bouwvlak, onder de voorwaarden dat: a. de afstand tot de as van de weg dient minimaal 15 meter te bedragen, behalve wanneer de bebouwing die op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan reeds aanwezig is dichter tot de as van de weg staat; in dat geval is die afstand bepalend; b. de ondergrondse bouwwerken dienen geheel onder het maaiveld te worden gebouwd; c. de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 3,5 meter.
8.2
Ondergeschikte bouwdelen
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, uitbouwen, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt.
8.3
Algemene bepaling over bestaande afstanden en andere maten
8.3.1
Maximale maatvoering
Indien afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die legaal gebouwd zijn, op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden.
bestemmingsplan Grote Laak 10 te Roggel
32
8.3.2
Minimale maatvoering
In die gevallen dat afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die legaal gebouwd zijn, op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden.
bestemmingsplan Grote Laak 10 te Roggel
33
Artikel 9
Algemene gebruiksregels
9.1
Strijdig gebruik
9.1.1
Bestaand legaal gebruik
Bestaand legaal gebruik wordt niet als strijdig gebruik aangemerkt. 9.1.2
Algemeen strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik wordt, behoudens voor zover in de specifieke bestemmingsregels anders geregeld, in ieder geval verstaan: a. gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens ten behoeve van een erotisch (getint) bedrijf of (straat)prostitutie, tenzij ter plaatse de aanduiding 'seks b. ' is opgenomen; c. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij een woning als zelfstandige woningen; d. (permanente) opslag van goederen, materialen en het stallen van machines in de openlucht buiten het bouwvlak of binnen het bouwvlak voor de voorgevelrooilijn; e. het opslaan of bergen van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval buiten het bouwvlak of voor de voorgevelrooilijn; f. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens buiten het bouwvlak of voor de voorgevelrooilijn; g. het opslaan van mest en mestproducten afkomstig van een andere locatie dan de bedrijfslocatie alsmede de mestverwerking hiervan, anders dan vergund. 9.1.3
Afwijken van de gebruiksregels
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 9.1.2 onder c ten behoeve van uitstalling van goederen en materialen ten behoeve van verkoop voor de voorgevelrooillijn, onder de voorwaarden dat: a. dit noodzakelijk is ten behoeve van de bedrijfsvoering; b. de waarden van de onder- en omliggende bestemmingen niet onevenredig geschaad worden; c. het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast.
9.2
Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen
9.2.1
Parkeernormen
In, op of onder gebouwen dan wel op het daarbij behorende terrein dienen voldoende parkeerplaatsen voor auto's aanwezig te zijn. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan als de parkeernormen uit Bijlage 2 Parkeerkencijfers bij de regels worden nageleefd. 9.2.2
Afmetingen parkeerruimte
De in artikel 9.2.1 bedoelde parkeerplaatsen moeten afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare personenauto's. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan indien de afmetingen minimaal 1,80 m bij 5,00 m en maximaal 3,25 m bij 6,00 m bedragen.
bestemmingsplan Grote Laak 10 te Roggel
34
9.2.3
Omgevingsvergunning
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 9.2.1 indien aangetoond is dat in de directe omgeving (een straal van circa 250 meter) voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn. 9.2.4
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van het aantal parkeerplaatsen en de situering daarvan ten behoeve van een goede parkeerbalans, de verkeerssituatie en/of het stedenbouwkundig beeld.
bestemmingsplan Grote Laak 10 te Roggel
35
Artikel 10 10.1
Algemene aanduidingsregels
milieuzone - boringsvrije zone
10.1.1 Verbod Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - boringsvrije zone' is het verboden de grond te roeren inclusief het verrichten van grondboringen of heiwerkzaamheden dieper dan 80 meter beneden het maaiveld. 10.1.2 Uitzonderingen Artikel 10.1.1 is niet van toepassing op werken waarvoor Gedeputeerde Staten ontheffing hebben verleend.
bestemmingsplan Grote Laak 10 te Roggel
36
Artikel 11 11.1
Algemene afwijkingsregels
Verleende omgevingsvergunningen of andere toestemmingen
Een omgevingsvergunning, vrijstelling, ontheffing of afwijking die ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan is verleend voor een bouw- en/of gebruiksactiviteit waarvoor ingevolge deze regels een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan is vereist, wordt gelijkgesteld met een dergelijke omgevingsvergunning.
11.2
Algemeen
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het volgende: a. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, tot maximum 2 meter, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geeft; b. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, tot maximum 2 meter, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; c. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de bouwhoogte van overige bouwwerken en toestaan dat de bouwhoogte van de overige bouwwerken wordt vergroot tot maximaal 10 meter. onder de voorwaarden dat: d. het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast; e. de belangen en bestemmingen in de omgeving niet onevenredig worden aangetast.
11.3
Erfafscheiding
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van de bestemmingsbepalingen en hogere erfafscheidingen voor de voorgevel toestaan, onder de voorwaarde dat: a. de bouwhoogte maximaal 2 meter bedraagt; b. uitsluitend transparante (draad)omheiningen en/of (draad)erfafscheidingen worden toegepast, eventueel met haagdragende constructie; c. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; d. de verkeerssituatie het plaatsen van de erfafscheiding toelaat; e. het straat- en bebouwingsbeeld niet onevenredig worden geschaad; f. advies ingewonnen wordt bij de kwaliteitscommissie.
11.4
Antenne- installaties
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van de regels van het bestemmingsplan voor het oprichten van: a. antenne-installaties op daken van bestaande gebouwen, voor zover niet vergunningsvrij, waarbij plaatsing op gebouwen niet zijnde woningen de voorkeur heeft, en geen sprake is van: 1. een monument; 2. aantasting van het stedenbouwkundige beeld ter plaatse; 3. aantasting van het woonklimaat. b. vrijstaande antenne-installaties die niet op bestaande gebouwen worden opgericht, mits: 1. de bouwhoogte van de antenne-installatie maximaal 40 meter bedraagt; 2. de antenne-installatie inclusief de bijbehorende technische installaties en de bedrading worden ingepast in de omgeving; 3. geen sprake is van landschappelijk en/of ruimtelijke verstoring;
bestemmingsplan Grote Laak 10 te Roggel
37
4. zo veel mogelijk gebruik wordt gemaakt van: site sharing; plaatsing op bestaande overige bouwwerken; enkele hoge masten in plaats van meerdere lage masten; 5. bij het oprichten van antenne-installaties wat betreft plaatsing daarvan de hier genoemde volgorde wordt aangehouden: in eerste instantie moet de antenne-installatie worden geplaatst op, aan of bij infrastructurele werken; indien plaatsing zoals genoemd onder I. om technische redenen niet mogelijk is, wordt de antenne-installatie bij gebouwen geplaatst; indien plaatsing zoals genoemde onder I. en II. niet mogelijk is, wordt plaatsing aan de rand van bossen voorgestaan; indien plaatsing zoals genoemd onder I., II., en III. niet mogelijk is, wordt plaatsing in open gebied toegestaan.
11.5
Kortlopende evenementen
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van de bestemmingsbepalingen en kortlopende evenementen toestaan, onder de voorwaarde dat: a. een evenement duurt maximaal 7 dagen, inclusief het opbouwen en afbreken; b. er maximaal 3 evenementen per jaar per afzonderlijk perceel plaatsvinden; c. er geen sprake is van een onevenredig effect op de natuurlijke waarden.
bestemmingsplan Grote Laak 10 te Roggel
38
Artikel 12 12.1
Algemene wijzigingsregels
Algemeen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van: a. overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3 meter, het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot en activiteiten ten behoeve van intensieve veehouderijen niet binnen het extensiveringsgebied zijn toegestaan; b. overschrijding van bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geeft. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3 meter. Uitbreiding van activiteiten ten behoeve van intensieve veehouderijen zijn binnen het extensiveringsgebied niet toegestaan; c. het wijzigen van de lijst van bedrijfsactiviteiten, indien technologische ontwikkelingen of vernieuwde inzichten hiertoe aanleiding geven; d. het aanpassen van opgenomen bepalingen in de voorafgaande artikelen, waarbij verwezen wordt naar bepalingen in wettelijke regelingen, indien deze wettelijke regelingen na het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan worden gewijzigd.
12.2
Woningsplitsing
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van het splitsen van woningen, onder de voorwaarden dat: a. de te splitsen woning een bestaand oorspronkelijk hoofdgebouw met (ten dele) een bestaande woonfunctie betreft; b. de woningsplitsing vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmering vormt; c. de waarden van de omliggende bestemmingen niet onevenredig worden aangetast; d. wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein overeenkomstig artikel 9.2.1. Indien niet op eigen terrein in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien, dient te worden aangetoond dat elders in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien. e. de meest recente regionale woonvisie en gemeentelijk woningbouwprogramma in acht wordt genomen; f. sprake is van een verbetering van de omgevingskwaliteit, overeenkomstig het bepaalde in artikel 14.3; g. aangetoond wordt dat na splitsing sprake is van een goed woon- en leefklimaat; h. na splitsing maximaal 1 extra woning is ontstaan; i. na splitsing elke woning, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken, een inhoud heeft van minimaal 350 m³ en maximaal 900 m³; j. na een woningsplitsing het uitbreiden van de gesplitste woningen niet is toegestaan; k. aangetoond wordt dat na splitsing geen sprake is van een beperking voor omliggende (agrarische) bedrijven; l.
de landschappelijke inpassing dient plaats te vinden binnen het bouwvlak en wordt in de vorm van een voorwaardelijke verplichting opgenomen met een daaraan gekoppelde aanleg- en instandhoudingsverplichting.
12.3
Nota Kwaliteit
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de als Bijlage 1 Nota kwaliteit bij deze regels opgenomen Nota Kwaliteit te wijzigen indien na het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan een actuelere versie is vastgesteld, met dien verstande dat alsdan de actuelere versie de als Bijlage 1 Nota kwaliteit opgenomen Nota Kwaliteit vervangt.
bestemmingsplan Grote Laak 10 te Roggel
39
Artikel 13 13.1
Algemene procedureregels
Nadere eisen
Bij het stellen van nadere eisen als bedoeld in deze regels gelden de volgende procedureregels: a. het ontwerpbesluit ligt gedurende tenminste twee weken voor een ieder ter inzage ter gemeentesecretarie; b. burgemeester en wethouders maken de terinzagelegging van het ontwerpbesluit tevoren bekend in een of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen, die in de gemeente worden verspreid en voorts op de gebruikelijke wijze; c. de bekendmaking houdt in de bevoegdheid van belanghebbenden tot het naar keuze schriftelijk of mondeling indienen van zienswijzen bij burgemeester en wethouders tegen het ontwerpbesluit gedurende de onder a. genoemde termijn; d. burgemeester en wethouders delen aan hen die hun zienswijzen hebben ingediend de beslissing daaromtrent mede.
bestemmingsplan Grote Laak 10 te Roggel
40
Artikel 14 14.1
Overige regels
Verhouding tussen bestemmingen
a. Waar een enkelbestemming samenvalt met een dubbelbestemming geldt primair het bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming; b. Waar dubbelbestemmingen samenvallen gelden: 1. in de eerste plaats de regels van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4'; 2. in de tweede plaats de regels van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5'.
14.2
Relatie
Vlakken die door middel van een relatie met elkaar verbonden zijn worden in deze regels gezien als één vlak.
14.3
Verbetering omgevingskwaliteit
Indien bij een ontwikkeling invulling moet worden gegeven aan een verbetering van de omgevingskwaliteit, gelden de volgende bepalingen: er dient voldaan te worden aan de eisen die gesteld worden in de Nota Kwaliteit, zoals opgenomen in Bijlage 1 Nota kwaliteit bij de regels; c. indien een ontwikkeling niet is opgenomen binnen de Nota Kwaliteit dient sprake te zijn van een landschappelijke inpassing van de bebouwing al dan niet gecombineerd met andere te verrichten kwaliteitsverbeterende maatregelen. Dit dient voorzien te zijn van een advies van de kwaliteitscommissie.
bestemmingsplan Grote Laak 10 te Roggel
41
Hoofdstuk 4 Artikel 15 15.1
Overgangs- en Slotregels Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
a. Een bouwwerk, dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een bouwvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de bouwvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig afwijken van het bepaalde onder a voor het vergroten van de inhoud van het bouwwerk als bedoeld in het bepaalde onder a met maximaal 10%. c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken, die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
15.2
Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde in sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
15.3
Hardheidsclausule
Voor zover toepassing van het overgangsrecht gebruik leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard voor een of meer natuurlijke personen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan grond en opstallen gebruiken in strijd met het voordien geldende bestemmingsplan kunnen burgemeester en wethouders ten behoeve van die persoon of personen van dat overgangsrecht afwijken.
bestemmingsplan Grote Laak 10 te Roggel
42
Artikel 16
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Grote Laak 10 te Roggel'.
bestemmingsplan Grote Laak 10 te Roggel
43
Bijlagen bij regels
bestemmingsplan Grote Laak 10 te Roggel
5
Bijlage 1
Nota kwaliteit
bestemmingsplan Grote Laak 10 te Roggel
6
Nota kwaliteit Achtergrond In de structuurvisie is opgenomen dat bepaalde ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied alleen mogelijk zijn wanneer deze een bijdrage leveren aan kwaliteitsverbetering van het buitengebied. Zo wordt het optredende verlies aan omgevingskwaliteit gecompenseerd. De gemeente Leudal bestaat uit 16 kernen met een uitgestrekt buitengebied. De kernen en het buitengebied hebben ieder specifieke ruimtelijke eigenschappen. De ruimtelijke eigenschappen (bijvoorbeeld landschap, ecologie, infrastructuur, bebouwing) en het functioneel gebruik (bijvoorbeeld wonen, werken, recreatie) vormen de omgevingskwaliteit van de gemeente. De omgevingskwaliteiten vallen uiteen in een aantal kernkwaliteiten. Voor Leudal zijn dit de kleinschaligheid en verwevenheid van functies, de aanwezige robuuste natuurlijke en landschappelijke structuren (beekdalen, Leudal, Maas) alsmede de cultuurhistorische elementen in het landschap. In de kern hangt de omgevingskwaliteit sterk samen met de kwaliteit van de leefomgeving (dorps karakter) en leefbaarheid. De ruimtelijke kwaliteit verschilt per gebied. In de gebiedsbeschrijvingen behorende bij de structuurvisie en het bestemmingsplan buitengebied is de basiskwaliteit per gebied nader beschreven. De gemeente Leudal wil de basiskwaliteit en de kernkwaliteiten behouden en versterken.
Het kwaliteitsmenu vormt hiervoor een middel om dit te bereiken. De kwaliteitsbijdragen worden ingezet voor onder andere natuur- en landschapsversterking, recreatieve of educatieve belevingskwaliteit en/of cultuurhistorie. Op 2 februari 2010 is de structuurvisie met de daarin opgenomen nota kwaliteit vastgesteld door de gemeenteraad. De nota kwaliteit bevat beleid over het kwaliteitsmenu en het groenfonds. Deze nota bevat een aanpassing van dit beleid met betrekking tot: a. Verruiming van de criteria van het groenfonds. Hierdoor vallen meer projecten onder de reikwijdte van het groenfonds. Dit betreft bijvoorbeeld flora en fauna voorzieningen, zichtbaar maken van archeologie en cultuurhistorie, recreatieve voorzieningen bij bestaande natuurgebieden. b. Aanpassing van de kwaliteitsbijdrage van solitaire bedrijfsuitbreidingen naar € 35,- per meter. c. Tekstuele aanvullingen en verbeteringen Daarnaast wordt de projectenlijst van het groenfonds aangevuld. In deze nota komen eerst de uitgangspunten van de kwaliteitsbijdragen en kwaliteitsverbetering bij ruimtelijke ontwikkelingen aan de orde. Vervolgens wordt ingegaan op de uitgangpunten en werkwijze van het groenfonds. Tenslotte komt de waarborging van de kwaliteitsverbeterende maatregel aan de orde.
Uitgangspunten kwaliteitsbijdrage en kwaliteitsverbetering Bij de beoordeling van ruimtelijke plannen zoals bijvoorbeeld woningbouwplannen of uitbreiding van bedrijven komt een kwaliteitsbijdrage in beeld bij een planologische afweging of een bepaalde ontwikkeling aanvaardbaar is op een bepaalde locatie. De kwaliteitsbijdrage is daarbij noodzakelijk om negatieve ruimtelijke effecten van het plan te compenseren. Ruimtelijke ontwikkelingen worden niet toegestaan zolang niet verzekerd is dat het optredende kwaliteitsverlies wordt gecompenseerd. De kwaliteitsverbetering die een initiatiefnemer gaat realiseren wordt vastgelegd in de ruimtelijke onderbouwing van het plan, het bestemmingsplan of WABO vergunning en in een privaatrechtelijke overeenkomst met de gemeente.
Nota kwaliteit, herziene versie juni 2013
1
De kwaliteitsbijdrage van ruimtelijke plannen is neergelegd in diverse beleidsnota’s. Dit betreft - Woningbouwontwikkeling binnen de kernen, beleid compensatie bij woningbouwontwikkeling groen voor rood’ (26 juni 2007 met aanvullingen/ wijzigingen, gemeente) - Structuurvisie / nota kwaliteit ( 2 februari 2010, gemeente) - Paraplubestemmingsplan buitengebied (maart 2010, betreft compensatieregeling woningsplitsing, landschappelijke inpassing) - Kwaliteitsmenu provincie Limburg (12 januari 2012) Het provinciale beleid is opgenomen in de diverse modules, die de gemeente moet toepassen. De gemeente kan dit beleid nader uitwerken. Het kwaliteitsmenu van de provincie geldt als een minimum-vereiste. Deze modules zijn: - nieuwe landgoederen - gebiedseigen recreatie en toerisme - niet gebiedseigen recreatie en toerisme - agrarische nieuwvestiging en uitbreiding - uitbreiding glastuinbouw - uitbreiding bedrijventerreinen - uitbreiding solitaire bedrijven - nieuwe solitaire woningen - projectmatige woningbouw in uitleggebieden - overige (gebouwde) functies Naar de modules opgenomen in het provinciale kwaliteitsmenu wordt verwezen. Indien compensatie op basis van een bovenstaande module nodig is draagt de initiatiefnemer eerst zelf plannen aan ter verbetering van de kwaliteit in de (directe) omgeving van het plan.
Voorbeelden zijn sloop van overtollige en ontsierende (bedrijfs-)gebouwen, aanleg groen of kleine landschapselementen, wandelpaden (eventueel met voorzieningen). Indien de initiatiefnemer geen mogelijkheden heeft om zelf de kwaliteitsverbetering te realiseren, kan hij ook zelf zorgen dat er elders compensatie plaatsvindt door afspraken te maken met derden. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de sloop van overtollige oude bedrijfsgebouwen. De kwaliteitsverbeterende maatregel wordt zoveel mogelijk op of zo dicht mogelijk bij de locatie van de initiatiefnemer ingevuld. Dit betekent in ieder geval binnen de gemeente Leudal of nabij de gemeentegrenzen van Leudal. De gemeente bepaalt aan de hand van gebiedsbeschrijvingen of er sprake is van een verbetering van kwaliteit. Uit de praktijk blijkt dat het niet altijd mogelijk is dat de initiatiefnemer zelf een kwaliteitsverbetering kan realiseren. In deze gevallen moet een bijdrage aan het groenfonds van de gemeente Leudal worden gedaan. Landschappelijke inpassing van de locatie van het initiatief vormt altijd een voorwaarde naast de kwaliteitsverbeterende maatregel of een bijdrage in het groenfonds. Landschappelijke inpassing betreft het aanbrengen van streekeigen en inheemse erfbeplanting zoals het aanbrengen van bomen, grote struiken en hagen op of rondom het erf van het initiatief.
Dit past in de strategische visie van Leudal en de structuurvisie die inzet op een versterking van de groene en ruimtelijke kwaliteiten in de gemeente. Bij ruimtelijke plannen waarbij een kwaliteitsverbeterende maatregel aan de orde is wordt advies gevraagd aan de kwaliteitscommissie van Leudal, Weert en Nederweert. Deze commissie adviseert aan het college of de landschappelijke inpassing en de kwaliteitsverbeterende maatregel voldoende is. Deze regionale commissie is op 1 januari 2012 ingesteld. Dit advies van een onafhankelijke en deskundige commissie is een verplichting van de provincie Limburg.
Nota kwaliteit, herziene versie juni 2013
2
Groenfonds Op 26 juni 2007 heeft de gemeenteraad de beleidsregel compensatie bij woningbouwontwikkeling ‘groen voor rood’ vastgesteld. Deze beleidsregel voorziet in de instelling van een groenfonds ter compensatie van woningbouwontwikkeling. Het groenfonds is een door de gemeente ingesteld fonds, waarin financiële bijdragen worden gestort door derden. Dit kunnen particulieren, bedrijven of projectontwikkelaars zijn. Het fonds is gelabeld waardoor de inhoud alleen gebruikt kan worden voor groenprojecten binnen de gemeente Leudal. Het groenfonds kan gezien worden als een invulling van het kwaliteitsfonds, zoals opgenomen in de structuurvisie. Van belang is dat gelden uit het groenfonds alleen gebruikt worden voor projecten die leiden tot een extra kwaliteitsverbetering in de omgeving. Om deze reden wordt er gewerkt met een projectenlijst waarin de concrete projecten worden beschreven. Criteria voor opname van een project op de projectenlijst zijn: - Het gaat om projecten die leiden tot een ruimtelijke kwaliteitsverbetering in de omgeving. Van belang is dat de omgeving in een breder verband hiermee gebaat is. Dit betreft: a. Natuur en landschapsprojecten. Het betreft projecten die leiden tot een verbetering van natuur en landschap. Flora en fauna verbeteringen en voorzieningen (bijvoorbeeld insectenhotels) die leiden tot een verbetering van het ecosysteem vallen hier ook onder.
Dit geldt ook voor toeristischrecreatieve en educatieve voorzieningen die leiden tot het zichtbaar maken of een verbetering van de beleving van de omgeving. Dit zijn bijvoorbeeld nieuwe recreatieve wandel-, fiets- of ruiterroutes, voetgangersbrug, picknickplaatsen. Infrastructurele werken vallen niet onder de reikwijdte van het groenfonds. b. Archeologie en cultuurhistorie. Door het zichtbaar en toegankelijk maken van archeologische vondsten en cultuurhistorische objecten wordt de geschiedenis uit het verleden zichtbaar gemaakt. Van belang is dat er sprake is van een verbetering van de uitstraling van de gehele omgeving. Bij voorkeur worden deze archeologische vondsten en cultuurhistorische objecten opgenomen in een recreatieve route. Dit wordt als een kwaliteitsverbetering van de omgeving gezien zodat deze projecten gefinancierd kunnen worden uit het groenfonds. c. Landschappelijke (her)inrichting in de kern/ kernrandzone en buitengebied Verbetering van de groene uitstraling van de kern leidt tot een verbetering van de omgevingskwaliteit en leefbaarheid in de omgeving.
Dit geldt niet voor plantsoenen of het kappen van bomen, maar wel voor de inrichting van een locatie met grotere structuren zoals hagen en bomen, met nieuwe gebiedseigen soorten die een positief effect hebben op de flora en fauna en de omgeving Voorwaarde is dat de projecten binnen de kern worden gefinancierd uit bijdragen die voortkomen uit projecten binnen de kern of kernrandzone. d. Participatie door burgers en instellingen Er komen steeds vaker initiatieven van vrijwilligers (vanuit dorpsraden) of van instellingen om bijvoorbeeld een themaroute op te zetten of om ooievaarsnesten te maken. Dit betreft vaak kleinschalige initiatieven die daardoor relatief goedkoop kunnen worden uitgevoerd. Deze burgerparticipatie is goed voor de leefbaarheid in de buurt. De gemeente wil deze kleinschalige initiatieven van inwoners en instellingen stimuleren. Indien deze kleinschalige initiatieven leiden tot een fysieke verbetering van de leefomgeving /leefbaarheid kunnen deze gefinancierd worden uit het groenfonds. Voorwaarde is dat de projecten binnen de kern worden gefinancierd uit bijdragen die voortkomen uit projecten binnen de kern of kernrandzone.
Nota kwaliteit, herziene versie juni 2013
3
e. Voorfinanciering sloop. Een sloopproject is inmiddels opgenomen op de projectenlijst van het groenfonds. De bedoeling is dat sloop van overtollige en ontsierende gebouwen voorgefinancierd wordt. Het groenfonds wordt later weer aangevuld met een bijdrage van een ander project. Dit heeft te maken met de compensatie die nodig is om meer bijgebouwen op een locatie toe te staan. f. Doelprojecten Voor kleinschalige initiatieven (tot € 10.000,-) worden doelprojecten opgevoerd zodat hier meerdere toekomstige projecten onder kunnen vallen, zodat deze projecten snel en efficiënt kunnen worden uitgevoerd. Het betreft projecten die betrekking hebben op landschappelijke inpassing, recreatieve / educatieve voorzieningen en flora en fauna verbeteringen en voorzieningen. De overige criteria zijn: - De projecten vinden plaats binnen of nabij de gemeentegrenzen van Leudal - De projecten vinden plaats op percelen waarvan de gemeente en/of een andere overheidsinstantie en/of een natuurbeherende instantie eigenaar is of wordt. - De projecten kunnen plaatsvinden op percelen in eigendom van particulieren indien dit een gemeentelijk belang dient en een samenwerking betreft tussen meerdere particulieren, organisaties of overheden.
Zolang deze locaties of voorzieningen gratis en openbaar toegankelijk zijn, duurzaam zijn, instandhouding gegarandeerd is en niet commercieel geëxploiteerd worden kunnen deze worden gefinancierd uit het groenfonds. - Projecten die betrekking hebben op reguliere onderhoudswerkzaamheden of achterstallig onderhoud vallen buiten het kader van het groenfonds. Het moet gaan om nieuwe elementen. Onderhoudswerkzaamheden die horen bij de aanleg van groen kan hier wel onderdeel van uitmaken. - Alleen voor vastgestelde projecten op de projectenlijst kunnen bijdragen uit het groenfonds worden gebruikt - De instandhouding en onderhoud van het project moet voldoende gegarandeerd zijn. Werkwijze groenfonds De bedoeling is dat een initiatiefnemer eerst eigen plannen aandraagt ter verbetering van de kwaliteit in de (directe) omgeving. Indien dit niet mogelijk is kan een bijdrage in het groenfonds ten behoeve van een natuur of landschapsproject worden gestort. Deze bijdrage wordt besteed aan een project zoals opgenomen op de projectenlijst. De bijdrage wordt direct gekoppeld aan een project. Daarbij gelden de volgende uitgangspunten: - Het natuur- of landschapsproject dient zo dicht mogelijk bij de locatie van het initiatief te liggen - Realisatie van het initiatief dient zoveel mogelijk tegelijkertijd te worden uitgevoerd met het natuur- of landschapsproject.
- Het natuur- of landschapsproject kan pas worden uitgevoerd op het moment dat voldoende zekerheid is over de benodigde middelen uit het groenfonds - De bijdrage aan het project wordt vastgelegd in een planologisch besluit en een privaatrechtelijke overeenkomst tussen de gemeente en de initiatiefnemer. Gezien de raakvlakken met diverse beleidsterreinen en afdelingen binnen de ambtelijke organisatie is één aanspreekpunt binnen de organisatie benoemd. Zo wordt tevens gewaarborgd dat de bijdragen uit het groenfonds uitsluitend worden besteed aan natuur- en landschapsprojecten zoals opgenomen op de projectenlijst. Deze contactpersoon zorgt voor projecten, bewaakt de kwaliteit van de projecten, beheert het budget en bepaalt mede aan welke projecten de bijdrage ten goede komt.
Nota kwaliteit, herziene versie juni 2013
4
Waarborging kwaliteitsbijdrage en kwaliteitsverbeterende maatregelen Ter waarborging van de uitvoering van de kwaliteitsverbeterende maatregel en de landschappelijke inpassing worden hierover bepalingen opgenomen in een overeenkomst. Deze overeenkomst wordt getekend door de gemeente en de initiatiefnemer. Deze overeenkomst bevat bepalingen over de kwaliteitsbijdrage, de kwaliteitsverbetering, realisatie, onderhoud en instandhouding van de landschappelijke inpassing. De bijdrage wordt gestort voordat het planologische besluit wordt genomen. Indien de werkzaamheden in eigen beheer worden uitgevoerd, zal de initiatiefnemer garant moeten staan dat deze werkzaamheden daadwerkelijk worden uitgevoerd. Dit kan bijvoorbeeld door het afgeven van een bankgarantie. Monitoring van de kwaliteitverbeterende maatregelen en de landschappelijke inpassing vindt plaats via een webapplicatie van de provincie Limburg. De realisatie, onderhoud en instandhouding van de landschappelijke inpassingsplannen en de kwaliteitsverbeterende maatregelen worden door de gemeente gecontroleerd. Dit is opgenomen in het handhavingsuitvoeringsprogramma. Een voorbeeld: Woningsplitsing in het buitengebied Een initiatiefnemer wil een woning in het buitengebied splitsen.
De gemeente heeft medewerking aan het plan toegezegd onder voorwaarde dat een kwaliteitsbijdrage ter hoogte van €25.000,- is vereist om het verlies aan kwaliteit te compenseren. Op het perceel van de aanvrager staat 500 m2 aan voormalige (ontsierende) bedrijfsgebouwen. Daarnaast wil de initiatiefnemer een boomgaard aanplanten op zijn perceel. De bedoeling is dat de initiatiefnemer eerst plannen aandraagt ter verbetering van zijn eigen woonomgeving. Voor sloop van overtollige ontsierende (bedrijfs-)gebouwen wordt een vaste vergoeding van maximaal €25,per m2 vloeroppervlak gebouw gerekend. Uit een offerte voor de boomgaard blijkt dat dit € 4.500,- kost. Eigen werkzaamheden kunnen in rekening worden gebracht indien dit goed onderbouwd wordt. Ingevolge de beleidsnotitie is een compensatie ter hoogte van €25.000,- vereist. Door sloop is voldaan aan: 500 x 25 = € 12.500,Boomgaard: € 4.500,-----------------------------------------------------------------------Totaal € 17.000,Aan een compensatie van € 8.000,- moet vervolgens nog voldaan worden. De initiatiefnemer heeft geen mogelijkheden om deze op zijn eigendom te realiseren. Daarnaast heeft hij elders binnen Leudal geen mogelijkheden om een compensatie te realiseren. Daarom stort de initiatiefnemer een bijdrage van € 8.000,in het groenfonds, waarvan een project op de projectenlijst kan worden uitgevoerd.
Daarnaast zorgt de initiatiefnemer voor voldoende landschappelijke inpassing van de locatie. De plannen van de initiatiefnemer met betrekking tot de compensatie (inclusief de storting in het groenfonds met koppeling aan een project uit de projectenlijst) en de landschappelijke inpassing worden opgenomen in een overeenkomst. De initiatiefnemer zorgt voor een bankgarantie waardoor uitvoering van de werkzaamheden door de initiatiefnemer gegarandeerd is. Na voldaan te hebben aan de voorwaarden zal de bankgarantie geretourneerd worden aan de aanvrager. Projectenlijst groenfonds Verwezen wordt naar een aparte bijlage.
Nota kwaliteit, herziene versie juni 2013
5
Bijlage 2
Parkeerkencijfers
bestemmingsplan Grote Laak 10 te Roggel
12
BIJLAGE 9 PARKEERKENCIJFERS In deze bijlage is bijlage 1 van de Nota Parkeernormen 2016 (vastgesteld d.d. 5 juli 2016) opgenomen.
Parkeernormen Leudal
Bijlage 1: parkeernormen auto Parkeernormen zijn op basis van een gemiddelde weekdag. Aandeel bezoekers = percentage of aantal bezoekers waar in het kencijfer rekening is gehouden.
WONEN categorie
opmerking
koop vrijstaand koop twee-onder-een-kap koop tussen/hoek; huurhuis vrije sector koop etage duur koop etage midden; huur etage duur koop etage goedkoop; huurhuis sociale huur huur etage midden/goedkoop kamerverhuur zelfstandig (niet-studenten) kamerverhuur studenten, niet- zelfstandig aanleunwoning en serviceflat
norm (parkeerplaatsen per woning) aandeel bezoekers centrum rest kom buitengebied (pp per woning) 2,2 2,7 2,8 0,3 2,1 2,6 2,6 0,3 1,9 2,4 2,4 0,3 2,0 2,5 2,5 0,3 1,8 2,3 2,3 0,3 1,7 2,0 2,0 0,3 1,5 1,8 1,8 0,3 0,6 0,8 0,8 0,2 0,3 0,3 0,3 0,2 1,3 1,4 1,4 0,3
WERKEN categorie kantoor zonder baliefunctie commerciële dienstverlening: kantoor met baliefunctie bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief: industrie, laboratorium, werkplaats bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief: loods, opslag, transportbedrijf bedrijfsverzamelgebouw
opmerking
exclusief vrachtwagenparkeren exclusief vrachtwagenparkeren
norm (per 100 m2 bvo) centrum rest kom 2,1 2,8 2,7 3,8
buitengebied 2,8 3,8
aandeel bezoekers 5% 20%
1,8
2,6
2,6
5%
0,9 1,6
1,3 2,2
1,3 2,2
5%
WINKELEN categorie
opmerking
buurtsupermarkt discountsupermarkt fullservice supermarkt, laag en middellaag prijsniveau fullservice supermarkt, middelhoog en hoog prijsniveau grote supermarkt groothandel in levensmiddelen kringloopwinkel bruin- en witgoedzaken woonwarenhuis/woonwinkel bouwmarkt tuincentrum/groencentrum
bv Spar bv Aldi, Lidl bv Jumbo bv Plus, Albert Heijn bv Albert Heijn XL bv Sligro, HANOS
inclusief buitenruimte
norm (per 100 m2 bvo) centrum rest kom 3,4 5,3 4,9 8,8 4,7 7,5 5,2 6,8 7,8 9,8 n.v.t. 8,4 n.v.t. 2,2 4,8 8,9 1,5 2,2 n.v.t. 2,6 n.v.t. 2,9
buitengebied n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 2,5 10,0 2,2 2,7 3,1
norm (per 100 m2 bvo) centrum rest kom
buitengebied
aandeel bezoekers 89% 96% 93% 93% 84% 80% 89% 92% 91% 87% 89%
RECREATIE categorie
opmerking
camping/kampeerterrein
per standplaats, excl 10% voor gasten van bezoekers
bungalowpark/huisjescomplex hotel 1 ster hotel 2 sterren hotel 3 sterren hotel 4 sterren hotel 5 sterren café/bar/cafetaria restaurant discotheek
9/17
per bungalow per 10 kamers per 10 kamers per 10 kamers per 10 kamers per 10 kamers globale norm globale norm
aandeel bezoekers
n.v.t.
n.v.t.
1,3
90%
n.v.t. 0,5 1,7 2,7 4,0 6,3 7,0 12,0 8,9
1,8 2,6 4,5 5,7 8,0 11,8 8,0 16,0 22,8
2,2 4,6 6,5 7,3 9,5 13,4 n.v.t. n.v.t. 22,8
91% 77% 80% 77% 73% 65% 90% 80% 99%
Parkeernormen Leudal
SPORT CULTUUR EN ONTSPANNING categorie bibliotheek museum bioscoop
filmtheater/filmhuis theater/schouwburg casino bowlingcentrum biljart/snookercentrum dansstudio sportschool, fitnessstudio fitnesscentrum wellnesscentrum sauna, hammam sporthal sportzaal tennishal squashhal zwembad overdekt zwembad openlucht sportveld kunstijsbaan (kleiner dan 400 meter) kunstijsbaan (400 meter) jachthaven golfbaan golfoefencentrum indoorspeeltuin kinderboerderij manege (paardenhouderij) dierenpark, attractiepark/pretpark
opmerking globale norm 1 zitplaats=circa 3m2 bvo, o.b.v. drukste voorstelling op drukste dag in drukste maand. Bij overlap voorstelling: +40% (bios) of +20% (filmhuis) 1 zitplaats=circa 3m2 bvo per bowlingbaan per tafel
m.u.v. grote bezoekersaantallen (norm te laag) m.u.v. grote bezoekersaantallen (norm te laag)
per 100m2 bassin per 100m2 bassin per hectare netto terrein (excl kantine, oefenveld, kleedruimte en toiletten) globale norm
per ligplaats per 18 holes, 60ha per centrum, circa 6ha gemiddeld en kleiner globale norm per box, globale norm per hectare netto terrein, globale norm
norm (per 100 m2 bvo) centrum rest kom 0,7 1,4 0,7 1,2
buitengebied 1,6 n.v.t.
aandeel bezoekers 97% 95%
4,2
12,2
14,7
94%
3,6
8,9
10,9
97%
8,9 6,2 2,1 1,1 2,1 1,9 2,2 n.v.t. 3,0
11,3 7,0 3,3 1,6 6,0 5,3 6,8 9,8 7,2
13,5 8,5 3,3 2,0 7,9 7,0 7,9 10,8 7,8
87% 86% 89% 87% 93% 87% 90% 99% 99%
1,8
3,1
3,7
96%
1,4
3,1
3,8
94%
0,4 1,7 n.v.t. n.v.t.
0,6 2,8 12,5 13,9
0,6 3,3 14,3 16,8
87% 84% 97% 99%
27,0
27,0
27,0
95%
1,5 n.v.t. 0,7 n.v.t. n.v.t. 5,6 n.v.t. n.v.t.
2,1 2,8 0,7 106,0 53,1 7,2 22,5 n.v.t.
2,3 3,0 0,7 128,3 58,2 7,6 n.v.t. 0,5
98% 98%
12,0
12,0
12,0
99%
98% 93% 97% 90%
ZORG categorie huisartsenpraktijk apotheek fysiotherapie consultatiebureau consultatiebureau voor ouderen tandartsenpraktijk gezondheidscentrum ziekenhuis crematorium begraafplaats religiegebouw verpleeg- en verzorgingstehuis
10/17
opmerking per apotheek
per 100 m2 bvo, globale norm per gelijke plechtigheid per gelijke plechtigheid per zitplaats, globale norm per wooneenheid
norm (per behandelkamer) aandeel bezoekers centrum rest kom buitengebied 2,5 3,5 3,5 57% 2,7 3,6 n.v.t. 45% 1,6 2,2 2,2 57% 1,7 2,4 2,4 50% 1,4 2,1 2,3 38% 2,0 2,8 2,9 47% 2,0 2,7 2,7 55% 1,6
2,0
2,1
29%
n.v.t. n.v.t. 0,2 0,7
35,1 36,6 0,2 0,7
35,1 36,6 n.v.t. n.v.t.
99% 97% 60%
Parkeernormen Leudal
ONDERWIJS norm (per 100m2 bvo) centrum rest kom excl. kiss&ride 1,1 1,5 per leslokaal, excl kiss&ride 1,0 1,0 per 100 leerlingen, 4,7 5,9 bezoekers zijn leerlingen per 100 leerlingen, bezoekers zijn leerlingen 5,8 6,9 per 10 studenten, bezoekers zijn studenten 5,6 7,9 opmerking kinderdagverblijf basisonderwijs middelbare school ROC avondonderwijs
11/17
buitengebied 1,6 1,0
aandeel bezoekers 0%
5,9
11%
6,9
7%
11,5
95%