CConstaterende datLeudal
Koppel je AI →
Document · PDF

Regels

Raadsvergadering 13 juli 2021, gemeente LeudalBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan ‘Napoleonsweg 152 te Nunhem’18.695 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter.

b.

Overkappingen zijn niet toegestaan.

c.

De bouwhoogte van andere overige bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3 meter.

5.3 Specifieke gebruiksregels 5.3.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt naast het bepaalde in artikel 15.1 in elk geval gerekend: a.

staanplaats of ligplaats voor onderkomens;

b.

staanplaats voor wagens, geschikt en bestemd voor de uitoefening van handel;

c. sport-, wedstrijd- of speelterrein, kampeer - of caravanterrein, dagcampings, lig- of speelweiden, zwemgelegenheden en buitenmanages; d.

parkeerterrein;

e.

het beproeven van voertuigen alsmede de beoefening van de motorsport en modelvliegsport;

f.

militaire oefeningen;

34

bestemmingsplanNapoleonsweg 152 te Nunhem

g.

het winnen van bosstrooisel of mos;

h.

agrarische doeleinden, uitgezonderd agrarische doeleinden in het kader van natuurbeheer;

i. het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, geen normale onderhoudswerkzaamheden zijnde, ten behoeve van doeleinden als omschreven in lid 5.3.1 onder a tot en met h. j.

ambachtelijke en/of industriële doeleinden;

k.

detailhandel en groothandel;

l.

horecadoeleinden;

m.

permanente of tijdelijke bewoning;

n. opslagdoeleinden, uitgezonderd opslag die verband houdt met het beheer en het onderhoud van een landgoed; o.

beroep en/of bedrijf aan huis;

p.

verblijfsrecreatie.

5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden 5.4.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Natuur' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen, verharden en amoveren van wegen, paden en parkeergelegenheden en het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; b. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; c.

het ontginnen, bodemverlagen, afgraven, ophogen en egaliseren van gronden;

d. het bebossen van gronden die op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan niet als bos konden worden aangemerkt; e.

het verwijderen van natuurlijke vegetatie;

f.

het vellen, rooien of beschadigen van houtgewas;

g.

het blijvend scheuren van grasland;

h. het bemalen of draineren van de grond en het winnen, toevoeren, afdammen of stuwen van water of het anderszins wijzigen van de grondwaterstand en de waterhuishouding; i.

het graven, verbreden, uitdiepen, dempen en/of verleggen van watergangen;

j.

het bemalen, draineren, winnen, toevoeren, afdammen en stuwen van water;

k.

het aanbrengen of aanleggen van oeverbeschoeiingen, kaden, aanleg- en ligplaatsen of vlonders;

l. het verrichten van exploratie- en exploitatieboringen ten behoeve van de winning van delfstoffen, olie en gas.

5.4.2 Uitzonderingen

bestemmingsplanNapoleonsweg 152 te Nunhem

35

Het verbod als bedoeld in lid 5.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a.

werkzaamheden, normale onderhoudswerkzaamheden zijnde;

b.

werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis;

c.

binnen het kader van de normale bodemexploitatie en het normale bodemgebruik plaatsvinden;

d. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan, in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde en verleende vergunning of anderszins mogen worden uitgevoerd.

5.4.3 Toelaatbaarheid a. De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 5.4.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen de in bestemming 'Natuur' genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast dan wel de mogelijkheden voor het herstel van de eerstbedoelde waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind. b. Voor zover het werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden betreffen als bedoeld in lid 5.5.1 onder h t/m k wordt, alvorens beslist wordt omtrent de vergunningverlening, advies gevraagd aan het waterschap.

36

bestemmingsplanNapoleonsweg 152 te Nunhem

Artikel 6

Verkeer

6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

wegen, straten, pleinen en paden met hoofdzakelijk een verkeer- c.q. verblijfsfunctie;

b.

voet- en rijwielpaden;

c.

parkeervoorzieningen;

d.

groenvoorzieningen, waaronder bermen en beplanting;

e.

straatmeubilair;

f.

voorzieningen van algemeen nut;

g.

geluidwerende voorzieningen;

h.

kunstwerken en - objecten;

i. waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen, alsmede (ondergrondse) waterberging- en infiltratievoorzieningen. j.

oeververbindingen (bruggen);

k.

het met APV-vergunning innemen van verkoopstandplaats(en);

l.

(week-)markten.

Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de diverse (dubbel)bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 20.1.

6.2 Bouwregels 6.2.1 Gebouwen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.

6.2.2 Overige bouwwerken Voor het bouwen van overige bouwwerken gelden de volgende regels: a.

De bouwhoogte van erf- en/of terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1 meter.

b. De bouwhoogte van lichtmasten, bewegwijzering en verkeersregulering mag niet meer bedragen dan 12 meter. c.

Overkappingen zijn niet toegestaan.

d.

De bouwhoogte van andere overige bouwwerken mag niet meer bedragen dan 5 meter.

bestemmingsplanNapoleonsweg 152 te Nunhem

37

Artikel 7

Water

7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

waterberging;

b.

waterhuishouding;

c.

waterlopen en waterpartijen;

d.

rivieren en kanalen;

e.

afvoer van water, ijs en sediment;

f.

verkeer te water;

g.

waterkerende functies;

h.

groenvoorzieningen;

i.

infiltratievoorzieningen;

j.

kruisingen en overbruggingen ten behoeve van verkeersdoeleinden;

k.

ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - gracht' uitsluitend voor een gracht;

Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de diverse (dubbel)bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 20.1.

7.2 Bouwregels 7.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a.

Gebouwen zijn niet toegestaan.

7.2.2 Overige bouwwerken Voor het bouwen van overige bouwwerken gelden de volgende regels: a.

Uitsluitend overige bouwwerken ten dienste van de bestemming zijn toegestaan.

b.

De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1 meter.

c.

Overkappingen zijn niet toegestaan.

d.

De bouwhoogte van andere overige bouwwerken mag niet meer bedragen dan 5 meter.

38

bestemmingsplanNapoleonsweg 152 te Nunhem

Artikel 8

Leiding - Hoogspanningsverbinding

8.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de aanleg, het beheer en onderhoud van een bovengrondse hoogspanningsverbinding. Ter plaatse van de 'hartlijn leiding - hoogspanningsverbinding' is de hart van hoogspanningsverbinding gelegen.

Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de diverse (dubbel)bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 20.1.

8.2 Bouwregels 8.2.1 Primair Op de in lid 8.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend overige bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd met een bouwhoogte van niet meer dan 65 meter.

8.2.2 Secundair Ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mogen geen bouwwerken worden gebouwd.

8.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.2.2 ten behoeve van de bouw van bouwwerken ten dienste van de andere daar voorkomende bestemmingen, onder de voorwaarde, dat: a.

de belangen met betrekking tot de betrokken leidingen dit toelaten;

b. alvorens een omgevingsvergunning te verlenen schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de beheerder van de betrokken leiding.

8.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.4.1 Vergunningplicht Het is verboden ten behoeve van het leidingbelang ter plaatse van de gronden als bedoeld in lid 8.1 de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen uitvoeren of te laten uitvoeren zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden van burgemeester en wethouders: a.

het aanbrengen en/of rooien van opgaande beplanting en bomen;

b.

het wijzigen van maaiveld- of weghoogte door ontgrondingswerkzaamheden of ophoging;

c.

het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van (reeds bestaande) watergangen;

d.

het opslaan van goederen, (brandbare)stoffen en/of materialen;

e. het aanbrengen en/of slopen van bovengrondse constructies, installaties, opstallen of apparatuur anders dan ten dienste van deze in lid 8.1 omschreven bestemming;

bestemmingsplanNapoleonsweg 152 te Nunhem

39

f.

het aanleggen van wegen en parkeergelegenheden;

g.

het aanleggen van zonneparken.

Voor de vergunningverlening van bovenstaande werken of werkzaamheden dient op deze manier altijd schriftelijk advies ingewonnen te worden via toestemming@tennet.eu.

8.4.2 Uitzonderingen Het bepaalde in lid 8.4.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die: a.

worden uitgevoerd in het kader van het onderhoud en beheer van de leiding;

b.

van geringe omvang zijn of gericht op en noodzakelijk zijn voor de instandhouding van de leiding;

c.

niet van ingrijpende betekenis zijn en niet van invloed is op de leiding;

d. op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan, in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde en verleende vergunning of anderszins mogen worden uitgevoerd.

8.4.3 Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 8.4.1 zijn slechts toelaatbaar indiendoor die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen het doelmatig functioneren van de in artikel 8.1 bedoelde leiding(en) niet wordt aangetast.

8.4.4 Advies Burgemeester en wethouders winnen ten behoeve van de beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 8.4.1 schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder.

40

bestemmingsplanNapoleonsweg 152 te Nunhem

Artikel 9

Waarde - Archeologie 5

10.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden van de gronden.

Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de diverse (dubbel)bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 20.1.

10.2 Bouwregels 10.2.1 Omgevingsvergunning ten behoeve van het bouwen a. Indien het oprichten van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning ten behoeve van het bouwen wordt gevraagd, kan leiden tot aantasting van archeologische waarden, wordt de omgevingsvergunning pas verleend nadat de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld of waaruit blijkt dat: 1.

archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn;

2.

het behoud van de archeologische resten in voldoende mate kan worden gewaarborgd, of

3.

de archeologische resten door de verstoring niet onevenredig worden geschaad.

b.

Het bepaalde in lid 10.2.1 onder a is niet van toepassing indien:

1.

het een overige bouwwerk betreft dat voor archeologisch onderzoek noodzakelijk is;

2. het vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing betreft, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid; 3.

de grootte van de bodemingreep kleiner is dan 1.000 m²;

4. de grootte van de bodemingreep groter is dan 1.000 m² en de verstoring zich beperkt tot 40 cm onder het oppervlak; 5. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - archeologie 0' de verstoring zich beperkt tot 0 cm onder het oppervlak; 6. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - archeologie 40' de verstoring zich beperkt tot 40 cm onder het oppervlak; 7. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - archeologie 60' de verstoring zich beperkt tot 40 cm onder het oppervlak. c. Indien uit het in lid 10.2.1 onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische resten van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning ten behoeve van het bouwen kunnen worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders aan de omgevingsvergunning de volgende voorschriften verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2.

de verplichting tot het doen van opgravingen;

3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij

bestemmingsplanNapoleonsweg 152 te Nunhem

41

de vergunning te stellen kwalificaties. d. Bij het aantreffen van archeologische waarden van nationaal belang, vragen burgemeester en wethouders – alvorens de vergunning te verlenen – de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed om advies. De omgevingsvergunning ten behoeve van het bouwen wordt niet verleend, dan nadat de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed een verklaring van geen bezwaar heeft gegeven. e. Indien het bepaalde in lid 10.2.1 onder c sub 3 van toepassing is, wordt in de voorschriften geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden.

10.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de situering, de inrichting en het gebruik van de gronden, indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse beschermingswaardige archeologische resten aanwezig zijn.

10.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 10.4.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 5' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen waartoe ook wordt gerekend vergraven, afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van drainage en ontginnen; b. het aanleggen of verbreden van wegen, paden of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; c.

het aanleggen en verbreden van sloten, vijvers en andere wateren;

d. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies; e. het aanleggen van bos of boomgaard die op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan niet als zodanig kunnen worden aangemerkt.

10.4.2 Uitzonderingen Het bepaalde in lid 10.4.1 is niet van toepassing: a.

werkzaamheden, normale onderhouds-, gebruiks- en beheerswerkzaamheden zijnde;

b. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan, in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde en verleende vergunning of anderszins mogen worden uitgevoerd; c. op werken of werkzaamheden die verband houden met het aanbrengen van sleufloze drainagesystemen; d.

de grootte van de bodemingreep kleiner is dan 1.000 m²;

e. de grootte van de bodemingreep groter is dan 1.000 m² en de verstoring zich beperkt tot 40 cm onder het oppervlak.

42

bestemmingsplanNapoleonsweg 152 te Nunhem

10.4.3 Toelaatbaarheid a. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt niet verleend dan nadat de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van het plangebied naar oordeel van burgemeesters en wethouders in voldoende mate is vastgesteld of waaruit blijkt dat: 1.

archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn;

2.

het behoud van de archeologische resten in voldoende mate kan worden gewaarborgd, of;

3.

de archeologische resten door de verstoring niet onevenredig worden geschaad.

b. Indien uit het in lid 10.4.3 onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische resten van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning kunnen worden verstoord, kunnen burgemeesters en wethouders aan de omgevingsvergunning de volgende voorwaarden verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2.

de verplichting tot het doen van opgravingen; of

3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. c. Bij het aantreffen van archeologische waarden van nationaal belang, vragen burgemeester en wethouders – alvorens de vergunning te verlenen – de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed om advies. De omgevingsvergunning wordt niet verleend, dan nadat de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed een verklaring van geen bezwaar heeft gegeven. d. Indien het bepaalde in lid 10.4.3 onder b sub 3 van toepassing is, wordt in de regels geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de werkzaamheden of werken.

10.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen door: a. de bestemming 'Waarde - Archeologie 5' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; of b. aan gronden de bestemming 'Waarde - Archeologie 5' toe te kennen indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat de bestemming van deze gronden, gelet op ter plaatse aanwezige archeologische waarden, aanpassing behoeft.

bestemmingsplanNapoleonsweg 152 te Nunhem

43

Artikel 10

Waarde - Archeologie 7

11.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 7' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden van de gronden.

Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de diverse (dubbel)bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 20.1.

11.2 Bouwregels 11.2.1 Omgevingsvergunning ten behoeve van het bouwen a. Indien het oprichten van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning ten behoeve van het bouwen wordt gevraagd, kan leiden tot aantasting van archeologische waarden, wordt de omgevingsvergunning pas verleend nadat de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld of waaruit blijkt dat: 1.

archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn;

2.

het behoud van de archeologische resten in voldoende mate kan worden gewaarborgd, of

3.

de archeologische resten door de verstoring niet onevenredig worden geschaad.

b.

Het bepaalde in lid 11.2.1 onder a is niet van toepassing indien:

1.

het overige bouwwerk betreft dat voor archeologisch onderzoek noodzakelijk is;

2. het vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing betreft, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid; 3.

de grootte van de bodemingreep kleiner is dan 10.000 m²;

4. de grootte van de bodemingreep groter is dan 10.000 m² en de verstoring zich beperkt tot 40 cm onder het oppervlak. c. Indien uit het in lid 11.2.1 onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische resten van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning ten behoeve van het bouwen kunnen worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders aan de omgevingsvergunning de volgende voorschriften verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2.

de verplichting tot het doen van opgravingen;

3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. d. Bij het aantreffen van archeologische waarden van nationaal belang, vragen burgemeester en wethouders – alvorens de vergunning te verlenen – de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed om advies. De omgevingsvergunning ten behoeve van het bouwen wordt niet verleend, dan nadat de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed een verklaring van geen bezwaar heeft gegeven. e.

44

Indien het bepaalde in lid 11.2.1 onder c sub 3 van toepassing is, wordt in de regels geregeld wat de

bestemmingsplanNapoleonsweg 152 te Nunhem

gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden.

11.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de situering, de inrichting en het gebruik van de gronden, indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse beschermingswaardige archeologische resten aanwezig zijn.

11.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 11.4.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 7' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen waartoe ook wordt gerekend vergraven, afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van drainage en ontginnen; b. het aanleggen of verbreden van wegen, paden of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; c.

het aanleggen en verbreden van sloten, vijvers en andere wateren;

d. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies; e. het aanleggen van bos of boomgaard die op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan niet als zodanig kunnen worden aangemerkt.

11.4.2 Uitzonderingen Het bepaalde in lid 11.4.1 is niet van toepassing: a.

werkzaamheden, normale onderhouds-, gebruiks- en beheerswerkzaamheden zijnde;

b. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan, in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde en verleende vergunning of anderszins mogen worden uitgevoerd; c. op werken of werkzaamheden die verband houden met het aanbrengen van sleufloze drainagesystemen; d.

de grootte van de bodemingreep kleiner is dan 10.000 m²;

e. de grootte van de bodemingreep groter is dan 10.000 m² en de verstoring zich beperkt tot 40 cm onder het oppervlak.

11.4.3 Toelaatbaarheid a. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt niet verleend dan nadat de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van het plangebied naar oordeel van burgemeesters en wethouders in voldoende mate is vastgesteld of waaruit blijkt dat: 1.

archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn;

bestemmingsplanNapoleonsweg 152 te Nunhem

45

2.

het behoud van de archeologische resten in voldoende mate kan worden gewaarborgd, of;

3.

de archeologische resten door de verstoring niet onevenredig worden geschaad.

b. Indien uit het in lid 11.4.3 onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische resten van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning kunnen worden verstoord, kunnen burgemeesters en wethouders aan de omgevingsvergunning de volgende voorwaarden verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2.

de verplichting tot het doen van opgravingen; of

3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. c. Bij het aantreffen van archeologische waarden van nationaal belang, vragen burgemeester en wethouders – alvorens de vergunning te verlenen – de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed om advies. De omgevingsvergunning wordt niet verleend, dan nadat de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed een verklaring van geen bezwaar heeft gegeven. d. Indien het in lid 11.4.3 onder b sub 3 van toepassing is, wordt in de voorschriften geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de werkzaamheden of werken.

11.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen door: a. de bestemming 'Waarde - Archeologie 7' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; of b. aan gronden de bestemming 'Waarde - Archeologie 7' toe te kennen indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat de bestemming van deze gronden, gelet op ter plaatse aanwezige archeologische waarden, aanpassing behoeft.

46

bestemmingsplanNapoleonsweg 152 te Nunhem

Artikel 11

Waarde - Archologie 4

9.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden van de gronden.

Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de diverse (dubbel)bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 20.1.

9.2 Bouwregels 9.2.1 Omgevingsvergunning ten behoeve van het bouwen a. Indien het oprichten van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning ten behoeve van het bouwen wordt gevraagd, kan leiden tot aantasting van archeologische waarden, wordt de omgevingsvergunning pas verleend nadat de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld of waaruit blijkt dat: 1.

archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn;

2.

het behoud van de archeologische resten in voldoende mate kan worden gewaarborgd, of

3.

de archeologische resten door de verstoring niet onevenredig worden geschaad.

b.

Het bepaalde in lid 9.2.1 onder a is niet van toepassing indien:

1.

het een overige bouwwerk betreft dat voor archeologisch onderzoek noodzakelijk is;

2. het vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing betreft, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid; 3.

de grootte van de bodemingreep kleiner is dan 250 m²;

4. de grootte van de bodemingreep groter is dan 250 m² en de verstoring zich beperkt tot 40 cm onder het oppervlak. c. Indien uit het in lid 9.2.1 onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische resten van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning ten behoeve van het bouwen kunnen worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders aan de omgevingsvergunning de volgende voorschriften verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2.

de verplichting tot het doen van opgravingen;

3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. d. Bij het aantreffen van archeologische waarden van nationaal belang, vragen burgemeester en wethouders – alvorens de vergunning te verlenen – de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed om advies. De omgevingsvergunning ten behoeve van het bouwen wordt niet verleend, dan nadat de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed een verklaring van geen bezwaar heeft gegeven. e.

Indien het bepaalde in lid 9.2.1 onder c sub 3 van toepassing is, wordt in de regels geregeld wat de

bestemmingsplanNapoleonsweg 152 te Nunhem

47

gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden.

9.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de situering, de inrichting en het gebruik van de gronden, indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse beschermingswaardige archeologische resten aanwezig zijn.

9.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.4.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 4' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen waartoe ook wordt gerekend vergraven, afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van drainage en ontginnen; b. het aanleggen of verbreden van wegen, paden of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; c.

het aanleggen en verbreden van sloten, vijvers en andere wateren;

d. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies; e. het aanleggen van bos of boomgaard die op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan niet als zodanig kunnen worden aangemerkt.

9.4.2 Uitzonderingen Het bepaalde in lid 9.4.1 is niet van toepassing: a.

werkzaamheden, normale onderhouds-, gebruiks- en beheerswerkzaamheden zijnde;

b. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan, in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde en verleende vergunning of anderszins mogen worden uitgevoerd; c. op werken of werkzaamheden die verband houden met het aanbrengen van sleufloze drainagesystemen; d.

de grootte van de bodemingreep kleiner is dan 250 m²;

e. de grootte van de bodemingreep groter is dan 250 m² en de verstoring zich beperkt tot 40 cm onder het oppervlak.

9.4.3 Toelaatbaarheid a. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt niet verleend dan nadat de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van het plangebied naar oordeel van burgemeesters en wethouders in voldoende mate is vastgesteld of waaruit blijkt dat: 1.

48

archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn;

bestemmingsplanNapoleonsweg 152 te Nunhem

2.

het behoud van de archeologische resten in voldoende mate kan worden gewaarborgd, of;

3.

de archeologische resten door de verstoring niet onevenredig worden geschaad.

b. Indien uit het in lid 9.4.3 onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische resten van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning kunnen worden verstoord, kunnen burgemeesters en wethouders aan de omgevingsvergunning de volgende voorwaarden verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2.

de verplichting tot het doen van opgravingen; of

3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. c. Bij het aantreffen van archeologische waarden van nationaal belang, vragen burgemeester en wethouders – alvorens de vergunning te verlenen – de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed om advies. De omgevingsvergunning wordt niet verleend, dan nadat de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed een verklaring van geen bezwaar heeft gegeven. d. Indien het bepaalde in lid 39.4.3 onder b sub 3 van toepassing is, wordt in de voorschriften geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de werkzaamheden of werken.

9.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen door: a. de bestemming 'Waarde - Archeologie 4' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; of b. aan gronden de bestemming 'Waarde - Archeologie 4' toe te kennen indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat de bestemming van deze gronden, gelet op ter plaatse aanwezige archeologische waarden, aanpassing behoeft.

bestemmingsplanNapoleonsweg 152 te Nunhem

49

Artikel 12

Waterstaat - Waterlopen

12.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waterstaat - Waterlopen' aangewezen gronden zijn, behalve voor de aan de andere aan de grond gegeven bestemmingen, mede bestemd voor het beheer en onderhoud van de binnen het plangebied gelegen waterloop, alsmede voor de ontwikkeling en bescherming van de ecologische waarden van de waterloop. Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de diverse (dubbel)bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 20.1.

12.2 Bouwregels 12.2.1 Primair Op de in lid 12.1 bedoelde gronden mag uitsluitend ten dienste van de bestemming worden gebouwd.

12.2.2 Secundair Ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mogen geen bouwwerken worden gebouwd.

12.2.3 Gebouwen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd anders dan ten behoeve van beheer en onderhoud van de betreffende watergang, met dien verstande dat: a.

de maximale bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3,5 meter;

b.

de maximale oppervlakte niet meer bedraagt dan 15 m².

12.2.4 Overige bouwwerken Voor het bouwen van overige bouwwerken geldt de volgende bepaling: a.

de bouwhoogte van overige bouwwerken mag niet meer dan 2 meter bedragen.

12.3 Afwijken van bouwregels 12.3.1 Oprichten van bouwwerken Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 12.2.2 ten behoeve van de bouw van overige bouwwerken ten dienste van de andere daar voorkomende bestemmingen, onder de voorwaarden, dat: a.

geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de watergang;

b. vooraf advies wordt ingewonnen van het betreffende waterschap en de Keur van het waterschap in acht wordt genomen.

12.4 Specifieke gebruiksregels Op de gronden zijn de gebods- en verbodsbepalingen van de Keur van het waterschap van toepassing.

50

bestemmingsplanNapoleonsweg 152 te Nunhem

12.5 Afwijken van gebruiksregels Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 12.4, onder de voorwaarden, dat: a.

geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig gebruik van de watergang;

b.

vooraf advies wordt ingewonnen van het betreffende waterschap.

bestemmingsplanNapoleonsweg 152 te Nunhem

51

52

bestemmingsplanNapoleonsweg 152 te Nunhem

Hoofdstuk 3 Artikel 13

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

bestemmingsplanNapoleonsweg 152 te Nunhem

53

Artikel 14

Algemene bouwregels

14.1 Algemene bepaling m.b.t. ondergronds bouwen 14.1.1 Ondergrondse werken Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen.

14.1.2 Ondergrondse bouwwerken Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende regels: a. Ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak. Indien geen bouwvlak is opgenomen, zijn ondergrondse bouwwerken uitsluitend toegestaan onder gebouwen. b. Ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan onder gebouwen. c. De ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 3,5 meter onder peil. d. Bij het berekenen van de geldende oppervlakte- en inhoudsmaten, wordt de oppervlakte of inhoud van ondergrondse gebouwen niet in aanmerking genomen.

14.1.3 Afwijken van het bestemmingsplan Burgemeester en wethouder kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 14.1.2 sub a voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken buiten de het bouwvlak, onder de voorwaarden dat: a. de oppervlakte van de ondergrondse bouwwerken buiten het bouwvlak of indien geen bouwvlak aanwezig is, anders dan onder gebouwen, mag maximaal 10% bedragen van het bestemmingsvlak met een maximum van 150 m², waarbij het maximum in m² niet geldt voor mestputten en mestkelders binnen de bestemming 'Agrarisch', 'Agrarisch met waarden - 1' tot en met 'Agrarisch met waarden - 4'; b. de afstand tot de as van de weg dient minimaal 15 meter te bedragen, behalve wanneer de bebouwing die op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan reeds aanwezig is dichter tot de as van de weg staat; in dat geval is die afstand bepalend; c. de ondergrondse bouwwerken dienen geheel onder het maaiveld te worden gebouwd; d. de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 3,5 meter.

14.2 Ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, uitbouwen, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt.

14.3 Algemene bepaling over bestaande afstanden en andere maten 14.3.1 Maximale maatvoering Indien afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die legaal gebouwd zijn, op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan meer bedragen dan

54

bestemmingsplanNapoleonsweg 152 te Nunhem

ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden.

14.3.2 Minimale maatvoering In die gevallen dat afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die legaal gebouwd zijn, op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden.

bestemmingsplanNapoleonsweg 152 te Nunhem

55

Artikel 15

Algemene gebruiksregels

15.1 Strijdig gebruik 15.1.1 Bestaand legaal gebruik Bestaand legaal gebruik wordt niet als strijdig gebruik aangemerkt.

15.1.2 Algemeen strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt, behoudens voor zover in de specifieke bestemmingsregels anders geregeld, in ieder geval verstaan: a. gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens ten behoeve van een erotisch (getint) bedrijf of (straat)prostitutie, tenzij ter plaatse de aanduiding 'seksinrichting' is opgenomen; b.

het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij een woning als zelfstandige woningen;

c. (permanente) opslag van goederen, materialen en het stallen van machines in de openlucht buiten het bouwvlak of binnen het bouwvlak voor de voorgevelrooilijn; d. het opslaan of bergen van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval buiten het bouwvlak of voor de voorgevelrooilijn; e. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens buiten het bouwvlak of voor de voorgevelrooilijn; f. het opslaan van mest en mestproducten afkomstig van een andere locatie dan de bedrijfslocatie alsmede de mestverwerking hiervan, anders dan vergund.

15.1.3 Afwijken van de gebruiksregels Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 15.1.2 onder c ten behoeve van uitstalling van goederen en materialen ten behoeve van verkoop voor de voorgevelrooillijn, onder de voorwaarden dat: a.

dit noodzakelijk is ten behoeve van de bedrijfsvoering;

b.

de waarden van de onder- en omliggende bestemmingen niet onevenredig geschaad worden;

c.

het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast.

15.2 Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen 15.2.1 Parkeernormen In, op of onder gebouwen dan wel op het daarbij behorende terrein dienen voldoende parkeerplaatsen voor auto's aanwezig te zijn. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan als de parkeernormen uit Bijlage 4 Parkeerkencijfers bij de regels worden nageleefd.

15.2.2 Afmetingen parkeerruimte De in artikel 15.2.1 bedoelde parkeerplaatsen moeten afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare personenauto's. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan indien de afmetingen minimaal 1,80 m bij 5,00 m en maximaal 3,25 m bij 6,00 m bedragen.

56

bestemmingsplanNapoleonsweg 152 te Nunhem

15.2.3 Omgevingsvergunning Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 15.2.1 indien aangetoond is dat in de directe omgeving (een straal van circa 250 meter) voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn.

15.2.4 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van het aantal parkeerplaatsen en de situering daarvan ten behoeve van een goede parkeerbalans, de verkeerssituatie en/of het stedenbouwkundig beeld.

bestemmingsplanNapoleonsweg 152 te Nunhem

57

Artikel 16

Algemene aanduidingsregels

16.1 milieuzone - boringsvrije zone 16.1.1 Verbod Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - boringsvrije zone' is het verboden de grond te roeren inclusief het verrichten van grondboringen of heiwerkzaamheden dieper dan 80 meter beneden het maaiveld.

16.1.2 Uitzondering Artikel 16.1.1 is niet van toepassing op werken waarvoor Gedeputeerde Staten ontheffing hebben verleend.

16.2 milieuzone - extensiveringsgebied intensieve veehouderij Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - extensiveringsgebied intensieve veehouderij' geldt dat die gronden zijn aangewezen als extensiveringsgebieden waarbinnen uitbreiding, hervestiging, nieuwvestiging en omschakeling van intensieve veehouderij niet mogelijk is danwel onmogelijk wordt gemaakt, met uitzondering van vormverandering om te voldoen aan eisen van dierwelzijn en gezondheid, mits voldaan wordt aan de daarvoor geldende voorwaarden. Bestaande bouwmogelijkheden binnen het bestaande onbenutte bouwvlak én ter plaatse van het 'milieuzone - extensiveringsgebied intensieve veehouderij' blijven behouden.

16.3 overige zone - bufferzone 5 Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - bufferzone 5' zijn geen evenementen toegestaan in verband met het effect op de meest verstoringsgevoelige (vogel)soort.

16.4 overige zone - kernrandzone Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - kernrandzone' mag geen uitbreiding plaatsvinden van de bestaande intensieve veehouderij. Uitbreiding van het aantal dieren is niet toegestaan.

16.5 overige zone - landschappelijkeelementen 16.5.1 Algemeen Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - landschappelijke elementen' dienen de landschappelijke elementen, zoals nader aangegeven op de kaarten met Landschappelijke elementen die als 'Bijlage 5 Kaarten met landschappelijke elementen' bij de regels zijn gevoegd, zoveel mogelijk te worden behouden.

16.5.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a Vergunningplicht Het is verboden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - landschappelijke elementen' voor zover gelegen buiten het bouwvlak, op danwel in de landschappelijke elementen, zoals nader aangegeven op de kaarten met Landschappelijke elementen, die als 'Bijlage 5 Kaarten met landschappelijke elementen' bij de regels zijn gevoegd, zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:

58

bestemmingsplanNapoleonsweg 152 te Nunhem

a. het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen met een oppervlakte groter dan 100 m²; b. het dempen, graven en vergraven van watergangen, met uitzondering van het aanleggen van dammen en bruggen; c.

de aanleg van verharde wandel- en fietspaden;

d.

het aanbrengen van oeverbeschoeiingen.

e.

het ophogen of afgraven van de gronden;

f.

het vellen of rooien van landschappelijke elementen;

g.

het beplanten van gronden met bomen of andere houtopstanden;

h. het verwijderen van de landschappelijke elementen zoals aangeduid in 'Bijlage 5 Kaarten met landschappelijke elementen'. b Uitzonderingen Het onder a bepaalde is niet van toepassing voor: a.

werkzaamheden, normale onderhoudswerkzaamheden zijnde;

b.

werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis;

c.

werken of werkzaamheden binnen het kader van het normale bodemgebruik;

d.

werken of werkzaamheden in het kader van landschappelijke inpassing;

e. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning of anderszins mogen worden uitgevoerd. c Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden als bedoeld onder a zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen de aanwezige waarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast dan wel de mogelijkheden voor het herstel van deze waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind.

16.6 overige zone - oud bouwland 16.6.1 Algemeen Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - oud bouwland' dienen de cultuurhistorische waarden van het gebied zoveel mogelijk behouden en versterkt te worden. Ter bescherming van de cultuurhistorische waarden van het gebied moet ter plaatse van de aanduiding het volgende in aanmerking worden genomen: a. Uitbreiding van het bouwvlak van agrarische bedrijven moet zorgvuldig worden ingepast in het bestaande bebouwingspatroon. b. Bescherming van reliëf, bodem en aardkundige waarden wordt voorgestaan en waar mogelijk versterkt door middel van landschapsbouw.

16.6.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a Vergunningplicht

bestemmingsplanNapoleonsweg 152 te Nunhem

59

Het is verboden op of in de tot 'overige zone - oud bouwland' aangewezen gronden, zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen met een oppervlakte groter dan 100 m²; b. het dempen, graven en vergraven van watergangen, met uitzondering van het aanleggen van dammen en bruggen; c.

de aanleg van verharde wandel- en fietspaden;

d.

het aanbrengen van oeverbeschoeiingen.

e.

bodemverlagen, afgraven, ophogen of egaliseren van de gronden;

f.

het vellen of rooien van houtopstanden.

b Uitzonderingen Het onder a bepaalde is niet van toepassing voor: a.

werkzaamheden, normale onderhoudswerkzaamheden zijnde;

b.

werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis;

c.

werken of werkzaamheden binnen het kader van het normale bodemgebruik;

d. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning of anderszins mogen worden uitgevoerd.

c Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden als bedoeld onder a zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen, de aanwezige waarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast dan wel de mogelijkheden voor het herstel van de eerstbedoelde waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind.

16.7 vrijwaringszone - hoogspanningsverbinding 16.7.1 Bouw- en gebruiksregels Ten aanzien van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - hoogspanningsverbinding' geldt dat geen gevoelige objecten mogen worden gerealiseerd.

16.7.2 Afwijken van de bouw- en gebruiksregels Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 16.7.1 ten behoeve van het toelaten van gevoelige objecten, mits aangetoond is dat het magneetveld ter plaatse lager is dan 0,4 microTesla of sprake is van gewichtige redenen. Alvorens bij omgevingsvergunning wordt afgeweken, wordt vooraf schriftelijk advies ingewonnen bij de leidingbeheerder.

60

bestemmingsplanNapoleonsweg 152 te Nunhem

Artikel 17

Algemene afwijkingsregels

17.1 Verleende omgevingsvergunningen of andere toestemmingen Een omgevingsvergunning, vrijstelling, ontheffing of afwijking die ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan is verleend voor een bouw- en/of gebruiksactiviteit waarvoor ingevolge deze regels een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan is vereist, wordt gelijkgesteld met een dergelijke omgevingsvergunning.

17.2 Algemeen Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het volgende: a. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, tot maximum 2 meter, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geeft; b. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, tot maximum 2 meter, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; c. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de bouwhoogte van overige bouwwerken en toestaan dat de bouwhoogte van de overige bouwwerken wordt vergroot tot maximaal 10 meter. onder de voorwaarden dat: d.

het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast;

e.

de belangen en bestemmingen in de omgeving niet onevenredig worden aangetast.

17.3 Verkoopstandplaats Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken de regels van het bestemmingsplan voor het innemen van een verkoopstandplaats voor zelfgemaakte, - bewerkte, - gekweekte, en/of - geteelde agrarische producten, met dien verstande dat de verkoopstandplaats uitsluitend in de maanden april tot en met juli mag worden ingenomen.

17.4 Duurzaamheid Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bestemmingsplan voor de realisatie van kleinschalige wind/ en grootschalige zonne-energiesystemen met dien verstande dat: a.

de hoogte van kleinschalige windenergiesystemen maximaal 4 meter bedraagt;

b.

de oppervlakte van kleinschalige windenergiesystemen maximaal 25 m² bedraagt;

c.

de hoogte van zonne-energiesystemen maximaal 2 meter bedraagt;

d.

het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast;

e.

de waarden van de onder- en omliggende bestemmingen niet onevenredig geschaad worden.

17.5 Servicepunten Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van de regels van het bestemmingsplan voor de realisatie van een servicepunt ter bevordering van de leefbaarheid mits:

bestemmingsplanNapoleonsweg 152 te Nunhem

61

a.

voldaan wordt aan de bouwregels behorende bij de betreffende bestemming;

b.

sprake is van de aanduiding 'overige zone - kernrandzone';

c. maximaal 30% van de vloeroppervlakte van de begane grond van het hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken mag worden gebruikt ten behoeve van het servicepunt, met een maximum van 80 m²; d.

er geen milieuhygiënische belemmeringen zijn voor de realisatie van het servicepunt;

e.

de waarden van de onder- en omliggende bestemmingen niet onevenredig geschaad worden;

f.

voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid.

17.6 Huisvesting arbeidsmigranten en woonurgenten 17.6.1 Afwijken bouw- en gebruiksregels ten behoeve van huisvesting arbeidsmigranten in bedrijfsgebouwen bij een agrarisch bedrijf Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van de bouw- en gebruiksregels ten behoeve van het (ver)bouwen van bedrijfsgebouwen behorende bij een agrarisch bedrijf ten behoeve van de huisvesting van arbeidsmigranten, onder de voorwaarden dat: a.

er alleen arbeidsmigranten (en geen woonurgenten of gezinnen met kinderen) worden gehuisvest;

b.

de huisvesting bedoeld is voor short-stay of mid-stay;

c.

huisvesting in woonunits, (sta)caravans, tenten, auto's en vergelijkbaar niet is toegestaan;

d.

ter plaatse een agrarisch bedrijf wordt uitgeoefend;

e. het agrarisch bedrijf waar de huisvesting plaatsvindt arbeidsmigranten nodig heeft voor zijn bedrijfsvoering (naast de huisvesting van 'eigen' arbeidsmigranten is het dan tevens toegestaan arbeidsmigranten te huisvesten die werkzaam zijn bij een ander bedrijf); f. de huisvesting plaatsvindt binnen hetzelfde (deel van) het agrarisch bouwvlak als de bedrijfswoning en de eigenaar/exploitant van het bedrijf in deze bedrijfswoning woont; g. wanneer de behoefte aan huisvesting niet meer noodzakelijk is, een passende herbestemming voor de bebouwing wordt gezocht, dan wel de bebouwing wordt gesloopt of de bebouwing wordt in de oorspronkelijke staat teruggebouwd, hetgeen bij voorwaarde aan de omgevingsvergunning voor het afwijken zal worden verbonden; h.

het parkeren op eigen terrein plaatsvindt;

i. indien voor de huisvesting van arbeidsmigranten nieuwe bebouwing wordt opgericht sprake is van een verbetering van de omgevingskwaliteit, overeenkomstig het bepaalde in artikel 20.4; j.

indien landschappelijke inpassing aan de orde is, dit binnen het bouwvlak dient plaats te vinden;

k. indien voor de huisvesting van arbeidsmigranten nieuwe bebouwing wordt opgericht, infiltratievoorzieningen voor hemelwater worden gerealiseerd; l.

bij huisvesting in de vorm van short-stay aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

1.

per arbeidsmigrant is een minimaal verblijfsgebied van 10 m2 aanwezig;

2. er worden in totaal maximaal 30 personen tegelijk per agrarisch bouwvlak gehuisvest. Met maatwerk kan hiervan worden afgeweken indien aangetoond wordt dat de kwaliteit van de huisvesting goed is, de druk op de omgeving acceptabel is, geen beperkingen voor andere agrarische bedrijven ontstaan en een extra kwaliteitsbijdrage wordt geleverd; 3.

62

maximaal 2 personen per (slaap)kamer gehuisvest worden;

bestemmingsplanNapoleonsweg 152 te Nunhem

4.

een individuele arbeidsmigrant maximaal 4 maanden per jaar op de locatie verblijft;

m.

bij huisvesting in de vorm van mid-stay aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

1.

sprake is van de aanduiding 'overige zone - kernrandzone';

2.

per arbeidsmigrant is een minimaal verblijfsgebied van 12 m2 aanwezig ;

3. er worden in totaal maximaal 12 personen tegelijk per gebouw gehuisvest. Met maatwerk kan hiervan worden afgeweken indien aangetoond wordt dat de kwaliteit van de huisvesting goed is, de druk op de omgeving acceptabel is, geen beperkingen voor andere agrarische bedrijven ontstaan en een extra kwaliteitsbijdrage wordt geleverd; 4.

per 4 personen zijn eigen voorzieningen aanwezig, zoals een toilet, badruimte en kookgelegenheid;

5.

een individuele arbeidsmigrant maximaal 9 maanden per jaar op de locatie verblijft.

17.6.2 Afwijken van de gebruiksregels voor de huisvesting arbeidsmigranten en/of woonurgenten in (agrarische bedrijfs)woningen Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van de gebruiksverboden dan wel gebruiksregels ten behoeve van het huisvesten van arbeidsmigranten of woonurgenten in een (agrarische bedrijfs)woning, onder de voorwaarden dat: a. in agrarische bedrijfswoningen alleen arbeidsmigranten (en geen woonurgenten of gezinnen met kinderen) worden gehuisvest; b.

per persoon is een minimaal verblijfsgebied van 12 m2 aanwezig;

c. in totaal maximaal 30 personen tegelijk per agrarisch bouwvlak mogen worden gehuisvest (in zowel de agrarische bedrijfswoning als in de bedrijfsgebouwen), dan wel maximaal dat aantal personen tegelijk aanwezig is, dat op grond van een eerder verleende vrijstelling/vergunning ter plaatse mag worden gehuisvest. Met maatwerk kan hiervan worden afgeweken indien aangetoond wordt dat de kwaliteit van de huisvesting goed is, de druk op de omgeving acceptabel is, geen beperkingen voor andere agrarische bedrijven ontstaan en een extra kwaliteitsbijdrage wordt geleverd; d.

bij agrarische bedrijven de eigenaar/exploitant van het bedrijf zelf op het agrarisch bedrijf woont;

e.

de maximaal toegestane verblijfsduur per individuele persoon 12 maanden per jaar bedraagt;

f.

huisvesting in een (agrarische bedrijfs)woning is toegestaan voor:

1.

één afzonderlijk huishouden;

2.

maximaal 4 personen die op zichzelf een huishouden vormen;

3. één huishouden en maximaal 3 personen die op zichzelf een huishouden vormen (gerelateerd aan de grootte van de woning en de samenstelling van het huishouden); g. in aanvulling op het bepaalde onder sub f geldt dat voor iedere persoon die op zichzelf een huishouden vormt een eigen (slaap)kamer aanwezig moet zijn; h.

het parkeren op eigen terrein plaatsvindt;

i.

ter plaatse sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

17.7 Antenne-installaties Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van de regels van het bestemmingsplan voor het oprichten van:

bestemmingsplanNapoleonsweg 152 te Nunhem

63

a. antenne-installaties op daken van bestaande gebouwen, voor zover niet vergunningsvrij, waarbij plaatsing op gebouwen niet zijnde woningen de voorkeur heeft, en geen sprake is van: 1.

een monument;

2.

aantasting van het stedenbouwkundige beeld ter plaatse;

3.

aantasting van het woonklimaat.

b.

vrijstaande antenne-installaties die niet op bestaande gebouwen worden opgericht, mits:

1.

de bouwhoogte van de antenne-installatie maximaal 40 meter bedraagt;

2. de antenne-installatie inclusief de bijbehorende technische installaties en de bedrading worden ingepast in de omgeving; 3.

geen sprake is van landschappelijk en/of ruimtelijke verstoring;

4.

zo veel mogelijk gebruik wordt gemaakt van:

-

site sharing;

-

plaatsing op bestaande overige bouwwerken;

-

enkele hoge masten in plaats van meerdere lage masten;

5. bij het oprichten van antenne-installaties wat betreft plaatsing daarvan de hier genoemde volgorde wordt aangehouden: in eerste instantie moet de antenne-installatie worden geplaatst op, aan of bij infrastructurele werken; indien plaatsing zoals genoemd onder I. om technische redenen niet mogelijk is, wordt de antenne-installatie bij gebouwen geplaatst; indien plaatsing zoals genoemde onder I. en II. niet mogelijk is, wordt plaatsing aan de rand van bossen voorgestaan; indien plaatsing zoals genoemd onder I., II., en III. niet mogelijk is, wordt plaatsing in open gebied toegestaan.

17.8 Erfafscheiding Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van de bestemmingsbepalingen en hogere erfafscheidingen voor de voorgevel toestaan, onder de voorwaarde dat: a.

de bouwhoogte maximaal 2 meter bedraagt;

b. uitsluitend transparante (draad)omheiningen en/of (draad)erfafscheidingen worden toegepast, eventueel met haagdragende constructie; c. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; d.

de verkeerssituatie het plaatsen van de erfafscheiding toelaat;

e.

het straat- en bebouwingsbeeld niet onevenredig worden geschaad;

f.

advies ingewonnen wordt bij de kwaliteitscommissie.

17.9 Kortlopende evenementen

64

bestemmingsplanNapoleonsweg 152 te Nunhem

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van de bestemmingsbepalingen en kortlopende evenementen toestaan, onder de voorwaarde dat: a.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leudal&id=9f4ad977-a147-4ed4-84bb-124fdb3efd83