Regels
Tekst van het document
10.3.2 Bouwregels Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - bufferzone 1' mag niet worden gebouwd, met uitzondering van: 1. erf- en terreinafscheidingen met een bouwhoogte van maximaal 2 meter; 2. teeltondersteunende voorzieningen ter plaatse van de aanduiding 'specifeike vorm van agrarisch permanente teeltondersteunende voorzieningen'.
10.3.3 Specifieke gebruiksregels Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in ieder geval gerekend: a. het aanbrengen van teeltondersteunende voorzieningen en ondergrond voor containervelden, met uitzondering van: 1. permanente teeltondersteunende voorzieningen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - permanente teeltondersteunende voorzieningen'; 2. tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - teeltondersteunende voorzieningen'; 3. containervelden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden containerveld'.
10.4 overige zone - landschappelijkeelementen 10.4.1 Algemeen Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - landschappelijke elementen' dienen de landschappelijke elementen, zoals nader aangegeven op de kaarten met Landschappelijke elementen die als 'Bijlage 3 Kaarten met landschappelijke elementen' bij de regels zijn gevoegd, zoveel mogelijk te worden behouden.
bestemmingsplanHeide 16-19 te Roggel
59
10.4.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a Vergunningplicht Het is verboden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - landschappelijke elementen' voor zover gelegen buiten het bouwvlak, op danwel in de landschappelijke elementen, zoals nader aangegeven op de kaarten met Landschappelijke elementen, die als 'Bijlage 3 Kaarten met landschappelijke elementen' bij de regels zijn gevoegd, zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen met een oppervlakte groter dan 100 m²; b. het dempen, graven en vergraven van watergangen, met uitzondering van het aanleggen van dammen en bruggen; c. de aanleg van verharde wandel- en fietspaden; d. het aanbrengen van oeverbeschoeiingen. e. het ophogen of afgraven van de gronden; f. het vellen of rooien van landschappelijke elementen; g. het beplanten van gronden met bomen of andere houtopstanden; h. het verwijderen van de landschappelijke elementen zoals aangeduid in 'Bijlage 3 Kaarten met landschappelijke elementen'.
b Uitzonderingen Het onder a bepaalde is niet van toepassing voor: a. werkzaamheden, normale onderhoudswerkzaamheden zijnde; b. werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; c. werken of werkzaamheden binnen het kader van het normale bodemgebruik; d. werken of werkzaamheden in het kader van landschappelijke inpassing; e. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning of anderszins mogen worden uitgevoerd. c Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden als bedoeld onder a zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen de aanwezige waarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast dan wel de mogelijkheden voor het herstel van deze waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind.
60
bestemmingsplanHeide 16-19 te Roggel
Artikel 11
Algemene afwijkingsregels
11.1 Verleende omgevingsvergunningen of andere toestemmingen Een omgevingsvergunning, vrijstelling, ontheffing of afwijking die ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan is verleend voor een bouw- en/of gebruiksactiviteit waarvoor ingevolge deze regels een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan is vereist, wordt gelijkgesteld met een dergelijke omgevingsvergunning.
11.2 Algemeen Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het volgende: a. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, tot maximum 2 meter, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geeft; b. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, tot maximum 2 meter, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; c. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de bouwhoogte van overige bouwwerken en toestaan dat de bouwhoogte van de overige bouwwerken wordt vergroot tot maximaal 10 meter.
onder de voorwaarden dat: d. het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast; e. de belangen en bestemmingen in de omgeving niet onevenredig worden aangetast.
11.3 Verkoopstandplaats Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken de regels van het bestemmingsplan voor het innemen van een verkoopstandplaats voor zelfgemaakte, - bewerkte, - gekweekte, en/of - geteelde agrarische producten, met dien verstande dat de verkoopstandplaats uitsluitend in de maanden april tot en met juli mag worden ingenomen.
11.4 Servicepunten Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van de regels van het bestemmingsplan voor de realisatie van een servicepunt ter bevordering van de leefbaarheid mits: a. voldaan wordt aan de bouwregels behorende bij de betreffende bestemming; b. sprake is van de aanduiding 'overige zone - kernrandzone'; c. maximaal 30% van de vloeroppervlakte van de begane grond van het hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken mag worden gebruikt ten behoeve van het servicepunt, met een maximum van 80 m²; d. er geen milieuhygiënische belemmeringen zijn voor de realisatie van het servicepunt; e. de waarden van de onder- en omliggende bestemmingen niet onevenredig geschaad worden; f. voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid.
bestemmingsplanHeide 16-19 te Roggel
61
11.5 Antenne-installaties Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van de regels van het bestemmingsplan voor het oprichten van: a. antenne-installaties op daken van bestaande gebouwen, voor zover niet vergunningsvrij, waarbij plaatsing op gebouwen niet zijnde woningen de voorkeur heeft, en geen sprake is van: 1. een monument; 2. aantasting van het stedenbouwkundige beeld ter plaatse; 3. aantasting van het woonklimaat. b. vrijstaande antenne-installaties die niet op bestaande gebouwen worden opgericht, mits: 1. de bouwhoogte van de antenne-installatie maximaal 40 meter bedraagt; 2. de antenne-installatie inclusief de bijbehorende technische installaties en de bedrading worden ingepast in de omgeving; 3. geen sprake is van landschappelijk en/of ruimtelijke verstoring; 4. zo veel mogelijk gebruik wordt gemaakt van: - site sharing; - plaatsing op bestaande overige bouwwerken; - enkele hoge masten in plaats van meerdere lage masten; 5. bij het oprichten van antenne-installaties wat betreft plaatsing daarvan de hier genoemde volgorde wordt aangehouden: I in eerste instantie moet de antenne-installatie worden geplaatst op, aan of bij infrastructurele werken; II indien plaatsing zoals genoemd onder I. om technische redenen niet mogelijk is, wordt de antenne-installatie bij gebouwen geplaatst; III indien plaatsing zoals genoemde onder I. en II.
niet mogelijk is, wordt plaatsing aan de rand van bossen voorgestaan; IV indien plaatsing zoals genoemd onder I., II., en III. niet mogelijk is, wordt plaatsing in open gebied toegestaan.
11.6 Erfafscheiding Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van de bestemmingsbepalingen en hogere erfafscheidingen voor de voorgevel toestaan, onder de voorwaarde dat: a. de bouwhoogte maximaal 2 meter bedraagt; b. uitsluitend transparante (draad)omheiningen en/of (draad)erfafscheidingen worden toegepast, eventueel met haagdragende constructie; c. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; d. de verkeerssituatie het plaatsen van de erfafscheiding toelaat; e. het straat- en bebouwingsbeeld niet onevenredig worden geschaad;
62
bestemmingsplanHeide 16-19 te Roggel
f. advies ingewonnen wordt bij de kwaliteitscommissie.
11.7 Kortlopende evenementen Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van de bestemmingsbepalingen en kortlopende evenementen toestaan, onder de voorwaarde dat: a. een evenement duurt maximaal 7 dagen, inclusief het opbouwen en afbreken; b. er maximaal 3 evenementen per jaar per afzonderlijk perceel plaatsvinden; c. er geen sprake is van een onevenredig effect op de natuurlijke waarden; d. een evenement niet wordt toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - natura 2000-gebied' of ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - bufferzone 5'.
bestemmingsplanHeide 16-19 te Roggel
63
Artikel 12
Algemene wijzigingsregels
12.1 Algemeen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van: a. overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3 meter, het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot en activiteiten ten behoeve van intensieve veehouderijen niet binnen het extensiveringsgebied zijn toegestaan; b. overschrijding van bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geeft. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3 meter. Uitbreiding van activiteiten ten behoeve van intensieve veehouderijen zijn binnen het extensiveringsgebied niet toegestaan; c. het wijzigen van de lijst van bedrijfsactiviteiten, indien technologische ontwikkelingen of vernieuwde inzichten hiertoe aanleiding geven; d. het aanpassen van opgenomen bepalingen in de voorafgaande artikelen, waarbij verwezen wordt naar bepalingen in wettelijke regelingen, indien deze wettelijke regelingen na het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan worden gewijzigd.
12.2 Woningsplitsing Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van het splitsen van woningen, onder de voorwaarden dat: a. de te splitsen woning een bestaand oorspronkelijk hoofdgebouw met (ten dele) een bestaande woonfunctie betreft; b. de woningsplitsing vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmering vormt; c. de waarden van de omliggende bestemmingen niet onevenredig worden aangetast; d. wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein overeenkomstig artikel 8.2. Indien niet op eigen terrein in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien, dient te worden aangetoond dat elders in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien. e. de meest recente regionale woonvisie en gemeentelijk woningbouwprogramma in acht wordt genomen; f. sprake is van een verbetering van de omgevingskwaliteit, overeenkomstig het bepaalde in artikel 13.4; g. aangetoond wordt dat na splitsing sprake is van een goed woon- en leefklimaat; h. na splitsing maximaal 1 extra woning is ontstaan, behoudens wanneer de te splitsen woning een cultuurhistorisch of karakteristiek pand dan wel monument betreft, in welk geval burgemeester en wethouders splitsing tot meerdere woningen kunnen toestaan, mits geen onevenredige nadelige effecten voor de omgeving optreden; i.
na splitsing elke woning, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken, een inhoud heeft van minimaal 350 m³ en maximaal 900 m³; j. na een woningsplitsing het uitbreiden van de gesplitste woningen niet is toegestaan; k. waardevolle bouwvormen en karakteristieke elementen van de oorspronkelijke woning gehandhaafd
64
bestemmingsplanHeide 16-19 te Roggel
blijven; l. aangetoond wordt dat na splitsing geen sprake is van een beperking voor omliggende (agrarische) bedrijven; m. de landschappelijke inpassing dient plaats te vinden binnen het bouwvlak en wordt in de vorm van een voorwaardelijke verplichting opgenomen met een daaraan gekoppelde aanleg- en instandhoudingsverplichting.
12.3 Nota Kwaliteit Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de als Bijlage 5 bij deze regels opgenomen Nota Kwaliteit te wijzigen indien na het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan een actuelere versie is vastgesteld, met dien verstande dat alsdan de actuelere versie de als Bijlage 5 opgenomen Nota Kwaliteit vervangt.
bestemmingsplanHeide 16-19 te Roggel
65
Artikel 13
Algemene procedureregels
13.1 Nadere eisen Bij het stellen van nadere eisen als bedoeld in deze regels gelden de volgende procedureregels: a. het ontwerpbesluit ligt gedurende tenminste twee weken voor een ieder ter inzage ter gemeentesecretarie; b. burgemeester en wethouders maken de terinzagelegging van het ontwerpbesluit tevoren bekend in een of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen, die in de gemeente worden verspreid en voorts op de gebruikelijke wijze; c. de bekendmaking houdt in de bevoegdheid van belanghebbenden tot het naar keuze schriftelijk of mondeling indienen van zienswijzen bij burgemeester en wethouders tegen het ontwerpbesluit gedurende de onder a. genoemde termijn; d. burgemeester en wethouders delen aan hen die hun zienswijzen hebben ingediend de beslissing daaromtrent mede.
66
bestemmingsplanHeide 16-19 te Roggel
Artikel 14
Overige regels
14.1 Verhouding tussen bestemmingen a. Waar een enkelbestemming samenvalt met een dubbelbestemming geldt primair het bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming; b. Waar dubbelbestemmingen samenvallen gelden: 1. in de eerste plaats de regels van de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterlopen"; 2. in de tweede plaats de regels van de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie - 5'.
14.2 Natura 2000 (coördinatiebepaling) Burgemeester en wethouders zullen bij het toestaan van bouwwerken en werken en werkzaamheden rekening houden met de specifieke bestemming en instandhouding van Natura2000-gebieden, zoals die zijn weergegeven op de kaart die als Bijlage 4 bij deze regels is gevoegd, door voorkomen van significant negatieve aantasting van de natuurlijke kenmerken van de gebieden, zodanig dat er geen strijd met de Natuurbeschermingswet 1998 zal zijn.
14.3 Relatie Vlakken die door middel van een relatie met elkaar verbonden zijn worden in deze regels gezien als één vlak.
14.4 Verbetering omgevingskwaliteit Indien bij een ontwikkeling invulling moet worden gegeven aan een verbetering van de omgevingskwaliteit, gelden de volgende bepalingen: a. er dient voldaan te worden aan de eisen die gesteld worden in de Nota Kwaliteit, zoals opgenomen in 'Bijlage 5 Nota Kwaliteit' bij de regels; b. indien een ontwikkeling niet is opgenomen binnen de Nota Kwaliteit dient sprake te zijn van een landschappelijke inpassing van de bebouwing al dan niet gecombineerd met andere te verrichten kwaliteitsverbeterende maatregelen. Dit dient voorzien te zijn van een advies van de kwaliteitscommissie.
bestemmingsplanHeide 16-19 te Roggel
67
68
bestemmingsplanHeide 16-19 te Roggel
Hoofdstuk 4 Artikel 15
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
15.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk, dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een bouwvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de bouwvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig afwijken van het bepaalde onder a voor het vergroten van de inhoud van het bouwwerk als bedoeld in het bepaalde onder a met maximaal 10%. c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken, die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
15.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde in sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
15.3 Hardheidsclausule Voor zover toepassing van het overgangsrecht gebruik leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard voor een of meer natuurlijke personen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan grond en opstallen gebruiken in strijd met het voordien geldende bestemmingsplan kunnen burgemeester en wethouders ten behoeve van die persoon of personen van dat overgangsrecht afwijken.
bestemmingsplanHeide 16-19 te Roggel
69
Artikel 16
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Heide 16-19 te Roggel'.
70
bestemmingsplanHeide 16-19 te Roggel