CConstaterende datLeudal
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport Voor de gezondheid scherpere vergunningverlening bij uitstoot naar de lucht

Commissievergadering Fysiek 21 januari 2025, gemeente LeudalBij agendapunt: Onderzoek Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) naar de vergunningen van 5 industriële bedrijven23.114 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

•

Organiseer specialistische kennis Zorg dat vergunningverleners en toezichthouders toegang hebben tot gespecialiseerde kennis, bijvoorbeeld voor het beoordelen van kosteneffectiviteitsberekeningen.

•

Verbeter de informatievoorziening voor burgers Maak informatie over vergunningen, uitstoot en maatregelen toegankelijker en transparanter voor het publiek.

Omgevingsdiensten geven aan dat voor het uitvoeren van de aanbevelingen een goed samenspel tussen opdrachtgevers (provincie/gemeenten) en de omgevingsdiensten van belang is, omdat de uitvoering van sommige aanbevelingen geld en capaciteit vraagt. De omgevingsdiensten gaan de aanbevelingen met een handreiking verder uitwerken. 4.1.2 Aanbevelingen voor de ILT en omgevingsdiensten

•

Intensiveer samenwerking en kennisdeling Versterk de samenwerking tussen de ILT en omgevingsdiensten, vooral bij de start van vergunningprocedures en bij bedrijven met milieuproblematiek. Stimuleer projecten zoals de ‘altijd actuele digitale vergunning’, een project dat wordt uitgevoerd door de 6 samenwerkende Seveso omgevingsdiensten. Dit project kan de efficiëntie van vergunningprocedures verbeteren door data te vertalen naar voorschriften en consistentie te waarborgen.

4.1.3 Aanbevelingen voor het ministerie van IenW

•

Verbeter de wetgeving Beschrijf beter wat er in het VRP moet worden vastgelegd en welke kaders het bevoegd 23

gezag bij een beoordeling van een VRP moeten hanteren. Verduidelijk het begrip ‘beperken’ van de uitstoot van ZZS. Verduidelijk de toepassing van het voorzorgbeginsel bij pZZS en zorg voor kortere communicatielijnen tussen wetgevers en uitvoerders, zodat onduidelijke of onuitvoerbare regels snel kunnen worden aangepast.

•

Prioriteit voor oude installaties Onderzoek de mogelijkheden om verouderde installaties sneller uit te faseren of aan te passen vanwege de gezondheidsrisico's die ze met zich meebrengen.

•

Gezondheid bij vergunningverlening Geef gezondheid een prominentere rol bij de vergunningverlening. De GGD’s moeten een grotere verantwoordelijkheid krijgen in het beoordelen van gezondheidsrisico's, en hun advies zou een wettelijke status moeten krijgen.

•

Versnel milieuzaken Overleg met andere ministeries of milieurechtzaken met mogelijke gezondheidsrisico’s voor omwonenden versneld kunnen worden behandeld.

•

Ontwikkel richtlijnen voor kosteneffectiviteit Stel richtlijnen op voor de kosteneffectiviteit van maatregelen gericht op de minimalisatie van ZZS en borg deze in wet- en regelgeving.

•

Onderzoek maatschappelijke schade Onderzoek of maatschappelijke schade een plek kan krijgen in de kosteneffectiviteitsberekening.

•

Geurwetgeving Nederland heeft geen landelijke geurwetgeving, slechts algemene regels voor geuruitstoot en geurhinder in het Bal. Een eenduidige nationale wet kan meer duidelijkheid bieden voor omgevingsdiensten en zorgen voor een consistente handhaving van aanvaardbare hindergrenzen.

4.1.4 Aanbevelingen voor bedrijven

•

Transparantie over ZZS-uitstoot Rapporteer duidelijk welke ZZS worden uitgestoten en in welke hoeveelheden deze neerslaan in de omgeving. Dit versnelt ook de vergunningprocedures.

•

Voer gerichte maatregelen door Neem proactief maatregelen om schadelijke uitstoot naar de lucht naar de omgeving te minimaliseren en communiceer hierover met omwonenden. Uiteindelijk zijn deze maatregelen cruciaal voor het terugdringen van gezondheidsschadelijke stoffen.

•

Verbeter kennisdeling Hoewel bedrijven vaak veel kennis hebben over hun productieprocessen, wordt deze kennis vaak beperkt gedeeld vanwege bedrijfsgeheimen. Er moeten regels komen om deze kennis toegankelijker te maken voor omgevingsdiensten, in het belang van de omwonenden. Verkort de informatieplicht om de tijdigheid en volledigheid van rapportages te verbeteren.

4.2 Resultaten aanbevelingen De aanbevelingen kunnen het volgende opleveren voor omwonenden en bedrijven. 4.2.1 Belang voor omwonenden Omwonenden krijgen met de verbeteringen meer inzicht in de uitstoot waaraan ze mogelijk worden blootgesteld. Uitstoot van bijvoorbeeld ZZS maar ook van stoffen die in de toekomst als ZZS kunnen worden aangemerkt (pZZS). De vergunningen zijn in verschillende casussen niet meer actueel en de voorschriften erin geven onvoldoende bescherming. Ze moeten worden vernieuwd en verbeterd. Bijvoorbeeld door maatwerkvoorschriften toe te passen die zorgen dat het bedrijf diffuse bronnen van uitstoot naar de lucht (en daarmee vaak ook geurproblemen) aanpakt. Of het aanscherpen van de normen voor uitstoot naar de lucht van stoffen die schadelijk voor de 24

gezondheid kunnen zijn. De vergunningverlener voorkomt daarmee dat toekomstige schadelijke uitstoot naar de lucht weer toeneemt omdat een te ruime norm dat mogelijk maakt. Verder is het belangrijk dat omwonenden goed geïnformeerd worden. De overheid kan de informatievoorzieningen over vergunningen, schadelijke uitstoot naar de lucht en toezicht verder verbeteren. Zet informatie overzichtelijk op 1 webpagina en organiseer bewonersavonden. Daar zijn al verschillende goede voorbeelden van. Ook bedrijven zijn belangrijk in de informatieverstrekking naar overheid en burger en moeten hier het voortouw nemen. Wees duidelijk over voor gezondheid schadelijke uitstoot. 4.2.2 Dialoog met bedrijven Het aanscherpen van vergunningen vraagt lef en zal niet altijd tot resultaat leiden. Er is nog weinig jurisprudentie over de nieuwe Omgevingswet en het is mogelijk dat een voorstel tot aanscherping het niet redt bij de rechter. De vergunningverlener zal in gesprek met de bedrijven moeten gaan om tet kijken welke stappen het bedrijf zelf wil zetten. In verschillende dossiers gebeurt dit al en is zichtbaar dat bedrijven al flinke stappen hebben gezet om schadelijke uitstoot naar de lucht terug te brengen. Maar er liggen nog grote uitdagingen voor verdere verbetering. Allereerst zijn het de bedrijven die moeten zorgen dat schadelijke uitstoot verminderd wordt.

Dit kan door het gebruik van ZZS in het productieproces te verminderen en te voorkomen dat nieuwe ZZS gevormd worden. Bijvoorbeeld bij asfaltcentrales is te zien dat door het moderniseren van verwarmingstrommels waarin grondstoffen worden verwarmd minder ZZS gevormd worden. Maar ook technieken die de lucht zuiveren voordat het via de schoorsteen wordt uitgestoten en het aanpakken van de andere vaak ongezuiverde uitstoot naar de lucht (diffuse emissies), zullen het verschil voor de directe omgeving maken.

4.3 Tot slot Het is de taak van de overheid, bedrijven en burgers om te zorgen voor een veilige en gezonde leefomgeving. In de Omgevingswet staat hiervoor een algemene zorgplicht (artikelen 1.6 en 1.7) en er is een specifieke zorgplicht met de verplichting voor bedrijven om ZZS te minimaliseren. In dit onderzoek komt duidelijk naar voren dat er verschillende verbeteringen mogelijk en nodig zijn om de gezondheid van omwonenden via de vergunning beter te borgen. Het komt nu op de uitvoering aan om deze verbeteringen te implementeren. Het is belangrijk dat overheid en bedrijven dit snel tot uitvoering brengen.

25

Bijlage 1: verklarende woordenlijst • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •

ACE: Asfaltcentrale Eindhoven APH B.V.: Asfaltcentrale Hoogblokland BAL: Besluit Activiteiten Leefomgeving BBT: Beste Beschikbare Technieken Best practices: Goede voorbeelden of werkwijzen BREF: Best Available Techniques Reference Document BRL: Beoordelingsrichtlijn DCMR: Omgevingsdienst Rijnmond ECHA: Europees Agentschap voor chemische stoffen ERP: Emissie Relevante Parameters GGD: Gemeentelijke of Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst IBP VTH: Interbestuurlijk Programma Versterking VTH-stelsel IenW: Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat ILT: Inspectie Leefomgeving en Transport Immissies: Concentratie van vervuilende stoffen in de leefomgeving IPLO: Informatiepunt Leefomgeving Luchtemissies: Uitstoot van schadelijke stoffen in de lucht Maatwerkvoorschrift: Specifieke regel of voorwaarde opgelegd door een bevoegde instantie om aan wettelijke eisen te voldoen OD: Omgevingsdienst ODNZKG: Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied ODRA: Omgevingsdienst Regio Arnhem ODRN: Omgevingsdienst Regio Nijmegen OSPAR: Internationaal verdrag ter bescherming van het milieu van de NoordoostAtlantische oceaan (waaronder de Noordzee).

OvV: Onderzoeksraad voor Veiligheid ODNZKG: Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied OZHZ: Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid ODZOB: Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant PAK: Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen PFAS-stoffen: Poly- en perfluoralkylstoffen, een groep van meer dan 6.000 stoffen die fluorverbindingen en alkylgroepen bevatten pZZS: Potentieel Zeer Zorgwekkende Stoffen REACH: Registratie, Evaluatie, Autorisatie en Restrictie van Chemische stoffen (EUwetgeving voor chemische stoffen) RIVM: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu Seveso-omgevingsdiensten: 6 omgevingsdiensten die gespecialiseerd zijn in toezicht op risicovolle bedrijven (voorheen BRZO bedrijven). SKP: Smurfit Kappa Parenco B.V. VTH: Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht ZZS: Zeer Zorgwekkende Stoffen

26

Bijlage 2: casus Chemours Het bedrijf De Nederlandse productielocatie van het Amerikaanse bedrijf Chemours, voorheen DuPont, staat in Dordrecht. De kunststoffen die het bedrijf maakt, kunnen goed tegen hitte en kleven niet. Ze worden onder meer onder de merknaam Teflon verkocht. De 1e fabriek in Dordrecht ging in 1962 van start. Op het terrein van Chemours staan momenteel meerdere fabrieken.

De vergunning De provincie Zuid-Holland is bevoegd gezag voor het afgeven van de omgevingsvergunning op basis van de Omgevingswet (voorheen Wabo). De DCMR stelt deze op namens de provincie. De huidige vergunning dateert uit 2013 waarop sindsdien wijzigingen zijn doorgevoerd, soms op voorstel van Chemours, en andere keren door de vergunningverlener via zogeheten ambtshalve wijzigingen. Chemours heeft beroep aangetekend tegen een ambtshalve wijziging uit 2019 en de herziene vergunning uit 2022. Deze rechtszaken lopen nog.

De omgeving Een kleine actiegroep van inwoners uit Sliedrecht begon eind jaren negentig te protesteren tegen Chemours. In 1999 startten omwonenden van een vergelijkbaar DuPont-bedrijf in de Verenigde Staten een rechtszaak over het gebruik van de kankerverwekkende stof PFOA (C8). Dit trok ook in Nederland aandacht. In 2016 lieten ruim duizend inwoners van Dordrecht en Sliedrecht hun bloed testen op PFOA, waarbij tientallen te hoge waarden hadden. Hoewel Chemours in 2013 stopte met het gebruik van de inmiddels verboden stof, zijn er nog steeds zorgen over PFAS-uitstoot, vooral na het RIVM-advies uit 2021 om beperkt groente en fruit uit eigen tuin te eten. In een Zemblauitzending van juni 2022 werd PFAS aangetroffen in borstvoeding van moeders die woonden in de omgeving van de fabriek.

27

Figuur 1: Dordrecht, met op de achtergrond Chemours (bron: ILT-aerosensing)

Schadelijke uitstoot naar de lucht en risico’s voor omwonenden Overzicht schadelijke uitstoot naar de lucht, immissies, overige risico’s of overlast Het RIVM houdt bij welke chemische stoffen ZZS zijn. Deze mogen door bedrijven beperkt worden uitgestoten. pZZS zijn mogelijk schadelijk, maar zijn nog niet voldoende onderzocht. Ook hiervan houdt het RIVM een actuele lijst bij. In het productieproces van Chemours worden diverse PFAS (ZZS en pZZS) uitgestoten naar het milieu. Van een aantal PFAS, waaronder PFOA en HFPO-DA, is bekend dat ze schadelijke eigenschappen hebben. PFOA en HFPO-DA zijn moeilijk of niet afbreekbaar, giftig en makkelijk te verspreiden. Daarnaast stapelt PFOA zich op in het lichaam en is het mogelijk kankerverwekkend. Ze zijn daarom als ZZS ingedeeld. Vergunde uitstoot naar lucht bij Chemours 2013-2023 De vergunningaanvraag van Chemours uit 2021 geeft een overzicht met 14 (p)ZZS. In de jaren erna bleken dat er steeds meer te zijn. Zo staan in de revisievergunning van 2022 al 21 (p)ZZS die worden uitgestoten naar de lucht. Daarnaast zijn er de laatste jaren emissies gemeld naar water en lucht van nieuwe stoffen. Waaronder PFBA, PFPeA, PFHxA, PFNA, PFDA, PFUnDA, PFHxDA, PFTrDA, PFOcDA, PFBS, PFTeDA, PFDoDA, PFHpA, PFBE en TFA. Een aantal van deze stoffen zijn mogelijk schadelijk voor gezondheid en omgeving.

Het effect ervan is echter nog niet voldoende door het RIVM onderzocht.

28

Wat is al gedaan om de gezondheid van omwonenden beter te beschermen? Opname pZZS in provinciaal VTH-beleid In december 2019 publiceerde het bestuur van provincie Zuid-Holland de bijlage Omgaan met ZZS. Daardoor moeten bij vergunningverlening, uitgaand van het voorzorgsbeginsel, voortaan alle stoffen die zijn vermeld op de lijst van pZZS, als ZZS worden beschouwd. Aanscherpen emissie-eisen ambtshalve wijziging 2019 Het bevoegd gezag legde in 2019 met een ambtshalve wijziging een vermindering van uitstoot voor PFAS en pZZS op. Deze wijziging regelt een vermindering van uitstoot voor PFAS en pZZS van 99% ten opzichte van 2013. Chemours moet deze voor 2025 uitvoeren. Deze voorgestelde wijziging gebeurt onder meer op basis van het provinciaal beleid over ZZS. Chemours stelde een beroep tegen deze wijziging in. Op 17 maart 2023 stelde de rechtbank Chemours voor een groot deel in het gelijk. Hierdoor gelden de meeste voorschriften over de vermindering van uitstoot niet meer. Momenteel loopt een hoger beroep bij de Raad van State. Aanscherpen emissie-eisen 2022 Ondertussen is de totaal herziene vergunning (revisievergunning) van Chemours gepubliceerd. Daarin zijn de eerder genomen besluiten (zoals de ambtshalve wijziging) geïntegreerd en waar nodig geactualiseerd. De revisievergunning uit 2022 bestaat uit 2 onderdelen.

Het gaat om een formalisering van de bestaande situatie, inclusief recente eerdere besluiten. Verder is er een vermindering van uitstoot in opgenomen. Het gaat om een afname van tachtig procent naar 99 procent van de uitstoot ten opzichte van 2013. Tegen deze revisievergunning stelde Chemours beroep in. Ook de drinkwaterbedrijven Oasen en Evides gezamenlijk, Waterschap Hollandse Delta en Stedin maakten bezwaar. Daarnaast heeft Chemours een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend bij de rechtbank. Hierdoor is de inwerkingtreding van de 2022-vergunning geschorst tot de voorzieningenrechter hierin uitspraak heeft gedaan. De vergunning uit 2013 geldt daardoor nog steeds. Aanvullende maatregelen door het bedrijf De vergunning uit 2019 legt Chemours een afname van uitstoot op. Chemours heeft ook zelf een aantal vergunningaanvragen gedaan voor projecten om uitstoot te verminderen. Chemours heeft alleen die projecten (Sequoia, FOC-1, FOC-2 en FEP-fluorinatie) uitgevoerd waarvoor zij zelf een aanvraag heeft ingediend. Zo is de afname van de uitstoot van HFPO-DA en E1 in 2022 gehaald. Voor de overige gefluorideerde organische stoffen (vooral PFAS) behaalt het bedrijf naar verwachting in 2024 minimaal 80% procent van de in 2019 voorgeschreven uitstootafname. Dit komt dus door uitvoering van projecten van het bedrijf zelf, waarvoor het zelf een vergunning heeft aangevraagd.

Aanbevelingen: Welke mogelijkheden zijn er om de gezondheid beter te beschermen? Knelpunten in regelgeving Het grootste knelpunt in de regelgeving is dat nog niet bekend is hoe vergunningverleners met pZZS in de vergunningen moeten omgegaan. Volgens de rechtbank moet, bij het toepassen van het voorzorgsbeginsel, de risico-inschatting voldoen aan de Europese Mededeling van de Europese Commissie. Dit betekent dat de inschatting van de vergunningverleners uit 3 stappen moet

29

bestaan: risico-evaluatie, risicobeheer en risicomelding. Op basis van 2 rechterlijke uitspraken bleek dat de onderbouwing van het gelijkstellen van de aanpak van een pZZS aan die van een ZZS, niet volgens die stappen was uitgevoerd. Vergunningverleners hebben behoefte aan een duidelijke en juridisch aanvaarde opzet van deze 3 stappen. Belemmeringen Door de (voor een deel) vernietigde en geschorste voorschriften en vergunningen in deze casus ontstaat een onoverzichtelijke vergunningssituatie. Zo wordt het haast onmogelijk om nog ambtshalve wijzigingen te schrijven. Die wijzigen uiteraard alleen voorschriften die in werking zijn. Dit, in combinatie met de lange looptijd van (hoger) beroepsprocedures maakt het voor omgevingsdiensten lastig om op afname van uitstoot bij een bedrijf in te zetten. Versnel daarom de procedures bij de rechtbank en de Raad van State. Vermijdings- en Reductieprogramma (VRP) en minimalisatie ZZS in vergunningsprocedure De voortdurende vermijdings- en reductieplicht en de 5-jaarlijkse plicht om het bevoegd gezag te informeren over het VRP, zijn belangrijke middelen voor vermindering van uitstoot van ZZS. De informatie uit het in 2019 ingediende VRP van Chemours stamt uit 2018. Gezien de nieuwe kennis over uitstoot en gevaren van PFAS is inzage in het huidige VRP gewenst. Een bedrijf moet een actueel VRP hebben.

Omdat het meer dan 5 jaar geleden is dat Chemours deze informatie indiende, kan het bedrijf op dit moment verplicht worden om het bevoegd gezag hier informatie over te geven. DCMR beoordeelt dit VRP, of het informatierapport hierover. DCMR heeft vervolgens de mogelijkheid om de vergunning met behulp van deze informatie aan te passen. Chemours moet het VRP vervolgens uitvoeren. Het gaat hierbij in eerste instantie om de 3 ZZS-stoffen HFPO-DA, TFE en PFIB. De hoeveelheden uitstoot en de daarbij berekende concentraties op leefniveau zijn bekend voor deze stoffen. Deze concentraties liggen beneden het maximaal toelaatbaar risiconiveau, maar zijn nog niet nihil. Ze liggen boven het verwaarloosbaar risiconiveau. PFIB wordt bovendien door Chemours tijdens storingen in hogere concentraties uitgestoten. En de uitstoot van TFE ligt op de bovengrens van wat in Europa mag. De oplegnotitie afgasbehandeling in de chemische sector is een hulpmiddel voor het bevoegd gezag bij het toepassen van de emissieregels (BBT-conclusies) in Europa. Hierin staat dat het realistisch is te verwachten dat de uitstoot van Nederlandse bedrijven dicht bij de ondergrens ligt van wat in Europa mag. De onder- en bovengrens zijn namelijk gebaseerd op een Europees gemiddelde. Ook grenswaarden van lidstaten met minder strenge uitstooteisen zijn daarbij meegenomen.

Het bevoegde gezag wil in de revisievergunning 2022 borgen dat Chemours de uitstoot van TFE verminderd door de Nederlandse uitstoot-eis op te nemen voor stoffen die verplicht geminimaliseerd moeten worden. Omwonenden worden dan beter beschermd. Door een recente wijziging van een verdrag om het zeemilieu te beschermen (het OSPAR-verdrag) worden nu alle PFAS stoffen aangemerkt als ZZS. Chemours moet de uitstoot van de overige PFAS stoffen dus ook per direct minimaliseren en ze in het VRP opnemen. Verkort de informatieplicht Verlang voor relevante ZZS een 2-jaarlijkse update van vermijdings- en reductiemogelijkheden. Een periode van 5 jaar kan voor relevante ZZS te lang zijn. Het bevoegd gezag kan dit door middel van maatwerk in de vergunning opnemen. Rekening houden met achtergrondconcentraties De in de vergunning berekende concentraties op leefniveau houden geen rekening met eventuele aanwezige achtergrondconcentratie. Metingen over mogelijke achtergrondconcentraties zijn niet 30

beschikbaar. Pas als er volledig inzicht is in de achtergrondconcentraties en alle uitgestoten ZZS en pZZS, kan de maximaal toelaatbare uitstoot door een bedrijf op leefniveau worden bepaald. Aan het RIVM moet worden gevraagd om dergelijke metingen uit te voeren. Dit is technisch haalbaar. Soortgelijke achtergrondconcentraties zijn eerder door het milieuagentschap van North Carolina en de Universiteit Stockholm gemeten. Stofeigenschappen en toxiciteitsgegevens in kaart brengen voorafgaand aan vergunningverlening Voor meerdere stoffen (waaronder kortgeleden door Chemours aangevraagde stoffen) die het bedrijf uitstoot, geldt dat de kennis van de risico’s onvoldoende of niet duidelijk is. Zo is voor E1, een PFAS-stof waarvan nu door Chemours 459 kilogram per jaar uitgestoten mag worden, beperkte informatie over de giftigheid ervan aanwezig. Ook is er weinig bekend over hoe de stof zich opbouwt in het lichaam. Bedrijven, dus ook Chemours, hebben de verplichting voorafgaand aan de vergunningverlening, stofeigenschappen en giftigheidsgegevens overleggen. De aard van de stoffen en de milieugevolgen moeten bij de aanvraag van de vergunning duidelijk zijn. Het bedrijf moet verder vanuit de Beste Beschikbare Technieken-verplichting voortdurend de (emissie van) stoffen inventariseren en monitoren. Het bevoegd gezag ziet erop toe dat het bedrijf aan deze voorwaarden voldoet.

Onzekerheden verkleinen Voor alle pZZS en ZZS moet een volledig overzicht komen van emissies, concentraties op leefniveau en bijbehorende normen voor het maximaal toelaatbare risiconiveau. Dit om onzekerheden over de effecten van de uitstoot voor omwonenden te verkleinen. Vermeld ook voor welke nieuwe stoffen het bedrijf uitstootvergunningen aanvraagt en voor welke stoffen de omgevingsdienst bij het RIVM stofnormen (MTR’s) in aanvraag heeft. Het bevoegd gezag maakt dit overzicht publiek.

Aanvullende maatregelen door het bedrijf Voorheen onbekende emissies Het bedrijf spant zich in om alle uitstoot in beeld te brengen en meldt regelmatig nieuwe stoffen aan. Voor omwonenden is het niet fijn dat steeds nieuwe uitgestoten stoffen ontdekt worden. Chemours moet daarom op korte termijn een grondig onderzoek naar alle uitgestoten stoffen uitvoeren. Daarnaast moet het inzicht geven in de risico’s van deze stoffen en de manieren waarop het bedrijf uitstoot van deze stoffen gaat verminderen. Het bevoegd gezag ziet er op toe dat het bedrijf deze inspanning levert. Rekening houden met depositie De vergunning gaat niet in op risico’s door neerslag (depositie) van verontreinigende stoffen. Regels voor vergunningen houden ook geen rekening met de opbouw hiervan in de bodem. Dit terwijl opbouw van neerslag van in het verleden uitgestoten stoffen, een groot risico vormt voor omwonenden. Het bedrijf moet hier rekening mee houden en de neerslag meenemen in haar risicoevaluaties. Dit om toekomstige nieuwe verontreiniging van de omgeving te voorkomen. Het RIVM moet hiervoor een beoordelingskader vaststellen. Het bevoegd gezag ziet er op toe dat het bedrijf vanuit haar zorgplicht deze inspanning levert.

31

Overig Registratie, Evaluatie, Autorisatie en restrictie van Chemische stoffen (REACH-dossiers) Europese producenten en importeurs van chemische stoffen moeten informatie over de schadelijkheid ervan bijhouden in een zogeheten REACH-dossier bij het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA). Vergunningverleners vertrouwen op dit REACH-dossier voor informatie over de gevaren van die stoffen. Het zijn de bedrijven zelf die de gevaren van stoffen onderzoeken en vervolgens vastleggen in dit dossier. De informatie in deze dossiers is soms te summier zodat de betrouwbaarheid van de informatie niet kan worden beoordeeld. Slechts een klein deel van de dossiers, meestal bij de meest gevaarlijke stoffen, wordt inhoudelijk gecontroleerd door het ECHA. Een groep dossiers van, op het oog minder risicovolle stoffen, is hierdoor nog nooit gecontroleerd. Voor enkele van in deze casus relevante PFAS-stoffen, is een REACH-registratie bekend waar dit bij speelt. Hier is sprake van tekortkomingen of onduidelijkheden in stofregistraties. Door de kwaliteit van voor de uitstoot relevante REACH-dossiers door de bedrijven te laten verbeteren, kan de ILT zo onzekerheden voor omwonenden verkleinen. Voor stoffen die als tussenproduct of bijproduct ontstaan, bestaat geen verplichting om informatie over mogelijk gevaarlijke stoffen in een REACH dossier te registreren.

In deze gevallen is het belangrijk dat het bedrijf gegevens over de aard en de milieugevolgen van de stof aanlevert bij de aanvraag van de vergunning om stoffen uit te stoten. Tekortkoming toetsingskader VRP Er is niets vastgelegd over de kwaliteit en doorlooptijd voor het uitvoeren van de plannen die bedrijven die ZZS uitstoten, moeten opstellen om hun uitstoot te minimaliseren. Momenteel geven bedrijven vaak, nadat de vergunning afgeven is, geen prioriteit aan het opstellen en uitvoeren van zo’n VRP. Hierdoor kan een bedrijf lang onnodig emissies uitstoten en lopen bewoners mogelijk langer risico’s op gezondheidsschade. Concrete aanbevelingen voor deze casus Bevoegd gezag • De informatie uit het VRP stamt uit 2018 en is daardoor verouderd. Aangezien de gegevens uit dit laatst ingediende VRP meer dan 5 jaar oud zijn, kan het bedrijf op dit moment worden gehouden aan de verplichting om het bevoegd gezag te informeren over wat ze de komende 5 jaar gaan doen om uitstoot te verminderen. • Dit nieuwe VRP kan aanleiding geven om de vergunning te actualiseren. Het doel hierbij is om de uitstoot van de 4 ZZS stoffen verder terug te dringen. Verder zullen in de loop van 2025 waarschijnlijk alle PFAS stoffen die dit bedrijf uitstoot aangemerkt worden als ZZS. Deze stoffen moeten dan meteen in het VRP worden opgenomen.

• Verlang voor relevante ZZS door middel van maatwerk in de vergunning een tweejaarlijkse rapportage van het VRP. • Maak een verzameld overzicht van vergunde emissies en berekende concentraties op leefniveau voor ZZS, pZZS en stoffen relevant voor de luchtkwaliteit. Vergelijk deze concentraties met het maximaal toelaatbaar risiconiveau voor concentraties op leefniveau. Waar dit maximaal toelaatbaar risiconiveau niet bekend is, vraag het RIVM om dit vast te stellen. Bepaal vervolgens aan de hand hiervan prioriteiten voor vermindering van uitstoot en het opvragen van ontbrekende normen. • Maak dit volledige overzicht publiek beschikbaar. Vul dit steeds aan met onlangs aangevraagde of bekend geworden emissies. Dit kan bijdragen aan het verkleinen van onzekerheden bij omwonenden.

32

•

Vraag het RIVM om metingen uit te voeren om zicht te krijgen op lokale achtergrondconcentraties van stoffen in de lucht. Houd vervolgens in de vergunning rekening met deze achtergrondconcentraties. Dit kan helpen prioriteiten te stellen in het de verminderen van de uitstoot.

•

Controleer of bij de vergunningverlening REACH dossiers worden gebruikt die verouderd of te summier zijn. Zorg ervoor dat de kwaliteit van deze REACH dossiers wordt verbeterd. Zo krijgen vergunningverleners de beschikking over meer betrouwbare informatie over de aard van uitgestoten stoffen.

ILT

Bedrijf • Chemours moet vanuit de zorgplicht rekening houden met en inzicht geven in de ophoping van stoffen in de bodem (depositie). Dit om toekomstige nieuwe verontreiniging van de omgeving, zoals moestuinen van bewoners, te voorkomen. • Chemours moet voorafgaand aan de vergunningverlening, alle stofeigenschappen en toxiciteitsgegevens overleggen. De aard van de stoffen en de milieugevolgen moeten bij de aanvraag van de vergunning duidelijk zijn. • Verder moet het bedrijf zich tot het uiterste inspannen om naar het bevoegd gezag zekerheid geven over aard en omvang van onlangs bekend geworden emissies en de inventarisatie van uitgestoten stoffen op korte termijn afronden . • Als uit deze inspanningen de uitstoot van nieuwe ZZS bekend worden, moet deze direct geminimaliseerd worden op basis van een geactualiseerde VRP.

33

Bijlage 3: casus Asfaltcentrale Hoogblokland (APH B.V.) Het bedrijf Nederland heeft 26 asfaltcentrales, waaronder APH B.V. (verder APH). Deze centrale is 1 van de asfaltcentrales met de grootste productiecapaciteit. De asfaltcentrale produceert 300 ton asfalt per uur, met een maximum van 750.000 ton per jaar. In de afgelopen jaren heeft het bedrijf veel minder geproduceerd dan dat zij mogen. Dit kwam doordat er wijzigingen waren in de installatie, waardoor deze stil kwam te liggen. APH is vanaf 2001 gevestigd aan de Bazeldijk 50 in Hoogblokland. APH produceert asfalt uit nieuwe grondstoffen, maar ook uit een mengsel van nieuwe grondstoffen en asfaltgranulaat. Dit asfaltgranulaat komt vrij bij het opbreken of frezen van oude asfaltlagen. Het proces om asfalt te maken is bij de meeste centrales hetzelfde. De installatie verwarmt schoon mineraal materiaal (zand en steentjes) in de zogenaamde ‘witte trommel’. Daarnaast verwarmt de installatie asfalt recyclinggranulaat in de zogenaamde ‘zwarte trommel’, zo genoemd vanwege de zwarte kleur van het materiaal dat erin wordt verwarmd. Afhankelijk van het type asfalt dat de installatie produceert mengt de installatie mineralen en asfaltgranulaat in een bepaalde verhouding en voegt bitumen en andere grond-/hulpstoffen toe, zoals vliegas. APH heeft de witte en zwarte trommel in de afgelopen 2 jaar vervangen door nieuwe, betere trommels.

Hierdoor ontstaan bij de opwarming minder ZZS, zoals benzeen. ZZS zijn stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en milieu, omdat ze bijvoorbeeld de voortplanting belemmeren, kankerverwekkend zijn of zich in de voedselketen ophopen. APH heeft een centraal gebouw, de asfaltcentrale, en daarnaast een terrein voor de opslag van grondstoffen voor de productie van asfalt. Diverse aannemers leveren oud asfalt in, voordat ze nieuw geproduceerd asfalt meenemen. Een mobiele puinbreker met zeefinstallatie breekt het oude asfalt en brengt het in de juiste fractie zodat de installatie het goed kan verwerken.

De vergunning Asfaltcentrales hebben een vergunning nodig voor hun activiteiten. De provincie Zuid-Holland is bevoegd gezag voor het afgeven van de Omgevingswetvergunning (voorheen Wabo). De Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ) stelt de vergunning op voor de provincie. De meest recente (revisie)vergunning van APH komt uit 2011. Het bedrijf voert onder deze vergunning haar werkzaamheden nu uit. Daarna zijn er veranderingsvergunningen afgegeven, zoals: het verhogen van de doorzet naar 750.000 ton per jaar, het verhogen van de schoorsteen, het overkappen van de grondstofopslagen en het vervangen van de trommels. In verschillende veranderingsvergunningen, zoals die van de trommels, staan voorschriften voor het meten van emissies, zoals benzeen en PAK.

De omgeving APH ligt in een landelijke omgeving met verschillende woningen en bedrijven. De dichtstbijzijnde woning ligt op ongeveer 100 meter van de installatie. In de omgeving is er vooral sprake van lintbebouwing. Hierbij is er vooral gebouwd rondom wegen. De volgende woonbebouwing van Hoogblokland ligt ruim 1,5 kilometer van de asfaltcentrale. In 2023 zijn er ongeveer 35 klachten over geur- en geluidoverlast door APH binnengekomen bij de Omgevingsdienst. Deze klachten waren afkomstig van 5 verschillende klagers.

34

Figuur 1: APH met op de voorgrond lintbebouwing (bron: ILT-aerosensing)

Emissies en risico’s voor omwonenden De installatie van APH stoot onder andere de benzeen en PAK uit. Dit zijn zeer zorgwekkende stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en milieu. Deze stoffen komen vrij bij het verhitten en verwarmen van asfaltgranulaat en bitumen. Ze worden samen met andere luchtemissies via de schoorsteen afgevoerd. De emissies van deze 55 meter hoge schoorsteen moeten voldoen aan normen die in wetgeving zijn vastgelegd. Om dit te controleren zijn er emissiemetingen aan de schoorsteen. Emissies komen niet alleen vrij uit de schoorsteen, maar ook uit ventilatiepijpen, opslagvakken, de breek- en zeefinstallatie, de korte opslag van gereed asfalt en het vullen van asfaltwagens. Dit zijn de diffuse emissies. In de vergunning uit 2011 staat geen informatie over het gebruik en emissies van ZZS en pZZS. APH heeft in september 2023 wel een VRP bij de OZHZ ingediend. Bedrijven met emissies van ZZS moeten dit opstellen. Het bedrijf beschrijft hierin de mogelijkheden voor het vermijden of reduceren van emissies en een plan van aanpak. APH inventariseert in het programma zowel de ZZS in grond- en hulpstoffen, als de ZZS-emissies en heeft een planning voor het uitvoeren van maatregelen opgenomen. Ook potentiële ZZS maken onderdeel uit van dit programma. De OZHZ heeft dit programma goedgekeurd.

De OZHZ voerde tussen 2020 en 2023 in totaal 5 keer een emissiemeting uit aan de schoorsteen. Ook APH voerde in deze periode 5 keer een meting uit. Vóór 2020 voerden de OZHZ en APH minder metingen uit. Wanneer asfalt en asfaltgranulaat aan de kwaliteitseisen van de BRL 9320 voldeden, voldeden de PAK luchtemissies ook aan de emissienorm. Dit was in de wetgeving bepaald. Daarom was het uitvoeren van emissiemetingen minder relevant. Omdat metingen bij Nederlandse asfaltcentrales, ook als aan de BRL 9320 werd voldaan, toch PAK overschrijdingen

35

lieten zien, is de wetgeving aangepast. APG en de OZHZ hebben de meetfrequentie daardoor verhoogd. De procesomstandigheden tijdens een meting kunnen veel invloed hebben op de uitslag. Zo fluctueren emissies bijvoorbeeld met het percentage asfaltgranulaat dat is bijgemengd en de temperatuur tot welke de grondstoffen verhit zijn. Een maatwerkvoorschrift in de veranderingsvergunning van de zwarte trommel zegt dat APH minstens 1 keer per jaar de emissies van benzeen en PAK uit de schoorsteen moeten meten. Ook moet APH een geurmeting doen. Bij de emissiemetingen waren toezichthouders van de OZHZ aanwezig. De emissiegrenswaarden voor benzeen en PAK zijn 1 en 0,05 mg/Nm3. Uit het meetoverzicht in Tabel 1 blijkt dat APH de grenswaarden tijdens sommige metingen overschreed (rode waarden). In de periode van 2020 tot en met 2022 lag de benzeenconcentratie boven de grenswaarde. In de winter van 2022 tot 2023 heeft APH de zwarte trommel vernieuwd. Bij de 6 metingen die daarna zijn uitgevoerd liggen alle benzeenemissies onder de norm. Na het plaatsen van de zwarte trommel werd bij de 1e PAK meting nog een overschrijding gemeten. Bij de volgende metingen waren er geen normoverschrijdingen van PAK meer. Ook zijn er na de vervanging van de trommels geen overschrijdingen van koolwaterstoffen (CxHy) meer gemeten. CxHy is een verzameling van vluchtige organische stoffen en PAK.

Vanaf 2022 is ook PAK 16 gemeten. Na ombouw en inregelen van de nieuwe installatie liggen bij de laatste 4 opeenvolgende metingen de PAK 16 emissies onder de 0,05 mg/Nm3. Tabel 1: Overzicht van emissiemetingen in de periode 2020 tot 2024 Datum Meting

Benzeen (mg/Nm3)

PAK 8 (mg/Nm3)

Stof (mg/Nm3)

CxHy (mg/Nm3)

Opdrachtgever

Norm = 1

Norm = 0,05

Norm = 5

Norm = 200

07/05/2024

0,29

-

2,4

4

APH

26/04/2024

0,01

0,032

0

13,8

OZHZ

14/11/2023

0,14

0,009

0

5,2

OZHZ

14/09/2023

0,14

0,007

0

7,1

OZHZ

11/07/2023

0,01

0,05

0

60,9

OZHZ

11/05/2023

0,11

0,082

3,4

23

APH

Ombouw van de installatie (zwarte trommel) 10/11/2022

5*

-

2,3

270

APH

16/03/2022

1,33*

-

0,1

314

OZHZ

29/04/2021

4,5

-

0,5

250

APH

06/03/2020

2,9

-

-

390

APH

*De OZHZ heeft voor overschrijdingen van benzeen een last onder dwangsom opgelegd en hanteerde, tot de plaatsing van de nieuwe recyclingtrommel, een tijdelijke maximale concentratie van 5 mg/Nm3 benzeen.

ZZS kunnen zich verspreiden via de lucht en zo een belasting vormen op de woon- en leefomgeving, de zogenaamde immissies. Deze hoeveelheid is te meten of te berekenen. In de directe leefomgeving zijn voor zover bekend geen gezondheidskundige risicobeoordelingen of monitoringsonderzoeken op PAK’s en benzeen uitgevoerd. Wel heeft APH in het VRP op alle punten in de omgeving verspreidingsberekeningen uitgevoerd. Deze berekeningen zijn gedaan voor benzeen en PAK emissies vanuit de schoorsteen en benzeen, loodverbindingen, naftaleen en overige PAK vanuit het gebouw. Uit deze berekeningen blijkt dat er op leefniveau geen sprake is van een overschrijding van streef-, grens- of MTR-waarden. Overigens geldt, los van de immissiewaarden op leefniveau, voor APH een wettelijke minimalisatieverplichting voor ZZS. APH moet de uitstoot van ZZS zo ver mogelijk terugbrengen naar nul en maatregelen nemen om uitstoot te voorkomen of zo klein mogelijk te houden. Van een aantal stoffen die vrijkomen bij de installatie is bekend dat ze stankklachten kunnen veroorzaken. Deze stank kan komen door de zwavelverbindingen in het bitumen. Ook benzeen en bepaalde PAK hebben een lage geurdrempel, waardoor je ze snel ruikt.

36

Wat is al gedaan om de gezondheid van omwonenden beter te beschermen? Zoals eerder beschreven heeft APH heeft een VRP opgesteld welke zicht geeft op het gebruik, de vorming en de emissies van ZZS. Het VRP beschrijft ook stoffen die mogelijk in de toekomst als ZZS worden aangemerkt pZZS en welke maatregelen mogelijk en nodig zijn om ZZS te reduceren. Ook is een planning van deze maatregelen opgenomen. Het VRP kan nog worden verbeterd (zie later in deze beschrijving). Verschillende maatregelen uit het VRP zijn al uitgevoerd. Voorbeelden zijn: •

•

• •

•

De direct gestookte zwarte trommel is vervangen door een indirect gestookte trommel. De nieuwe trommel heeft een apart onderdeel waar de luchtstroom wordt verwarmd. Daarbij is er geen direct contact meer tussen de gasvlam en het asfaltgranulaat in de trommel. Dit zorgt voor een meer gelijkmatige opwarming van het asfaltgranulaat waardoor minder benzeen ontstaat. Een recent onderzoek van de Vlaamse overheid (VITO, mei 2024) noemt dit de beste beschikbare techniek (BBT) bij asfaltcentrales. Uit de emissiemetingen bij APH blijkt dat de benzeenemissie na de ombouw flink is gedaald. Een machine zeeft de fijne fractie uit asfaltgranulaat en voegt deze koud aan de mengtrommel toe. Dit voorkomt het ontstaan van emissies bij het drogen en verwarmen van de fijne fractie in de zwarte trommel. Een deel van het opslagterrein voor droog asfaltgranulaat is overkapt. Dit verlaagt het vochtgehalte en zorgt voor betere droogcondities in de zwarte trommel. De witte trommel die de mineralen verwarmt is vervangen door een langere trommel. Dit zorgt voor een beter droog- en verwarmingsproces. Een deel van de trommel heeft een dubbele wand, wat direct contact tussen de mineralen en de vlam van de brander voorkomt. Hierdoor ontstaan geen ongewenste emissies door verstoring van de vlam.

In het verleden veroorzaakte onvolledige verbranding van aardgas mogelijk de verhoogde uitstoot van koolwaterstoffen (CxHy). De loskraan op diesel is vervangen door een elektrische loskraan. Doordoor komen geen ZZS meer vrij door de verbranding van diesel.

Naast deze maatregelen uit het VRP heeft APH een benzeenmeter in de schoorsteen geplaatst, waarmee de emissies van benzeen uit de schoorsteen continu gemeten wordt. De operator kan op basis hiervan het productieproces bijsturen. De OZHZ heeft de revisievergunning nog niet geactualiseerd. Het afgeven van vergunningen voor de veranderingen, zoals de nieuwe trommels, had prioriteit. Verder heeft de OZHZ het aantal controlemetingen van de luchtemissies uit de schoorsteen verhoogd en beter zicht gekregen op deze emissies. Op het moment ligt het aantal metingen op 3 per jaar. De OZHZ heeft maatregelen opgelegd in de vorm van een ‘last onder dwangsom’. Dit is vanwege de gemeten overschrijdingen van de emissiegrenswaarden voor benzeen en CxHy. De dwangsommen zijn in 2024 ingetrokken, omdat de emissies meerdere keren achter elkaar onder de grenswaarden lagen. Op de OZHZ-website is een speciale informatiepagina geplaatst om omwonenden te informeren over het terugdringen van de uitstoot van APH. Op deze pagina zijn meetrapporten te downloaden en staat informatie over maatregelen die het bedrijf heeft genomen. Dit is een goed voorbeeld van het actief informeren van de omgeving met relevante informatie. Er zijn nog mogelijkheden de burger via de website nog beter te informeren (zie verderop in dit rapport).

Verder informeert de OZHZ geïnteresseerden tijdens bewonersavonden over de situatie bij de asfaltcentrale.

37

Aanbevelingen: Welke mogelijkheden zijn er om de gezondheid beter te beschermen? Vermijding- en reductieprogramma Er zijn nog mogelijkheden om een volgend VRP te verbeteren, bijvoorbeeld door ook trends in emissies van ZZS op te nemen. Deze verbeteropties zijn niet allemaal wettelijk verplicht, maar geven wel een beter beeld. Hiervoor heeft de overheid checklijsten gemaakt. In het VRP staan nog maatregelen voor het verder minimaliseren van (ZZS) emissies, zoals: •

•

• •

Gebruik van een schuimbitumen installatie. Deze voegt water en lucht toe aan het hete bitumen om het schuimen te veroorzaken. Lagere temperaturen en een efficiënter productieproces zorgen voor minder schadelijke emissies. Overschakelen van ‘heet-mix-asfalt’ naar ‘warm-mix-asfalt’ voor alle asfaltmengsels. Warm-mix-asfalt wordt geproduceerd en toegepast bij lagere temperaturen waardoor minder uitstoot van ZZS. Monitoring van emissie relevante parameters (ERP) toepassen in de procesbesturing. Gebruik van snelsluitende loskleppen voor het laden van de asfaltwagens, om diffuse emissies te beperken.

Het verder minimaliseren van ZZS en geuremissies is mogelijk. Dit kan bijvoorbeeld door een actief koolfilter te plaatsen voordat de emissies de schoorsteen verlaten. APH heeft de werkgroep laten weten dit te onderzoeken. Diffuse emissies Door de minimalisatieplicht is het belangrijk dat het bedrijf constant informatie verzamelt over het gebruik en de emissies van ZZS en hoe deze te minimaliseren. Daarbij zijn diffusie emissiepunten ook belangrijk. APH zuigt diffuse emissies voor een deel af. Bij de vulpunten van de asfaltwagens is dit nog niet zo. Daar liggen nog verbeteropties. Actualisatie vergunning (voorschriften) De laatste revisievergunning is van 2011. Daarna gaf de provincie Zuid-Holland verschillende veranderingsvergunningen af en zijn vergunningvoorschriften over verschillende vergunningen verdeeld. De vergunning moet worden geactualiseerd naar 1 vergunning. Hierbij kan de OZHZ maatwerkvoorschriften opnemen, om beter zicht te geven op ZZS-emissies en deze nog beter te beheersen. Deze voorschriften gaan over: •

•

•

Het uitvoeren van meer metingen door APH, om goed zicht te krijgen op de daadwerkelijke emissies. De OZHZ kan de meetfrequentie weer verlagen als de asfaltcentrale in de toekomst consequent aan de normen blijft voldoen en emissiesturing op basis van ERP in de praktijk werkt. Het voorkomen van emissies, door te sturen op emissie relevante parameters (ERP). Denk aan de temperatuur van de trommels en afgassen, het percentage asfaltgranulaat en de onderdruk van de trommels en het filter. Welke bandbreedte hanteert APH en hoe registreert ze overschrijdingen van deze parameters? De OZHZ zal ook de continu benzeenmeting vastleggen in een voorschrift. Het verplichten van onderzoek naar de klachtenregistratie, onder andere door deze te leggen naast de ERP-waarden en het periodiek rapporteren van de resultaten hiervan. Ondanks dat er maar een beperkt aantal klachten binnenkomt, is het toch belangrijk deze klachten te analyseren en te verklaren.

38

In een advies uit 2022 maakt Omgevingsdienst NL concreet welke beste beschikbare technieken er voor asfaltcentrales zijn. Daarin staan ook voorbeelden voor maatwerkvoorschriften die in een vergunning van een asfaltcentrale kunnen worden opgenomen. De omgevingsdiensten passen het advies momenteel aan vanwege de nieuwe Omgevingswet en bevindingen van een nieuw Vlaams onderzoek naar beste beschikbare technieken voor asfaltcentrales (VITO, mei 2024). Dit advies helpt bij het opstellen van de maatwerkvoorschriften. Verlaging emissienormen De emissies van met name benzeen liggen in de laatste metingen (ruim) onder de emissienorm. Als dit ook bij komende metingen zo blijft zal de OZHZ naar mogelijkheden zoeken om de emissienorm aan te scherpen. Daarmee stelt de OZHZ zeker dat in de toekomst de emissieprestaties niet meer mogen verslechteren, maar ook rekening houdt met fluctuatie in meetresultaten doordat de asfaltproductie in batches met wisselende samenstelling wordt uitgevoerd. Informatie aan omwonenden De OZHZ heeft een speciale webpagina over de asfaltcentrale met informatie voor geïnteresseerden. OZHZ kan deze pagina nog verder verbeteren door ook vergunningen en belangrijke toezichtbrieven aan deze pagina te linken waardoor alle relevante informatie overzichtelijk bij elkaar staat. OZHZ heeft dit al in gang gezet.

Concrete aanbevelingen voor deze casus: Bevoegd gezag • •

• •

De revisievergunning wordt geactualiseerd naar 1 vergunning. Er worden maatwerkvoorschriften toegevoegd over: o Het aantal jaarlijks uit te voeren emissiemetingen. o Het voorkomen van diffuse emissies. o Het voorkomen van emissies door sturing op emissie relevante proces parameters. o Onderzoek naar klachten van omwonenden in relatie tot deze parameters. o Voorschriften om geurhinder te voorkomen. Zoek naar mogelijkheden om de emissienorm voor benzeen aan te scherpen. Verbeter de overheidswebsite over APH door er ook koppelingen naar vergunningen en belangrijke toezichtbrieven aan te linken.

Bedrijf • • •

Voer de maatregelen die nog in het VRP genoemd staan verder uit. Het plaatsen van een actief kool filter wordt onderzocht. De vulpunten van de asfaltwagens kunnen nog worden aangepakt. Het VRP kan nog worden verbeterd.

39

Bijlage 4: casus Asfaltcentrale Eindhoven (ACE) Het bedrijf Nederland heeft 26 asfaltcentrales, waaronder de asfaltcentrale Eindhoven (ACE). ACE is vanaf de jaren ’70 op deze huidige locatie, de Huiskesweg 4 in Eindhoven gevestigd. Het ligt op het industrieterrein de Hurk, waarop ook andere industriële bedrijven zijn gevestigd. ACE produceert asfalt. Het proces om asfalt te maken is bij de meeste centrales hetzelfde. Schoon mineraal materiaal (zand en steentjes) wordt in de zogenaamde witte trommel verwarmd. Daarnaast wordt asfalt recyclinggranulaat (een korrel gemaakt van oud asfalt) in de zogenaamde zwarte trommel opgewarmd. De trommel wordt zo genoemd vanwege de zwarte kleur van het materiaal dat wordt verwarmd. Afhankelijk van het type asfalt dat de installatie produceert mengt de installatie mineralen en asfaltgranulaat in een bepaalde verhouding en voegt bitumen en andere grond- en hulpstoffen, zoals vliegas, toe.

De vergunning De gemeente Eindhoven is sinds 2010 bevoegd gezag voor het afgeven van de omgevingsvergunning van het bedrijf. De Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) stelt voor de gemeente Eindhoven de vergunning op. De laatste revisievergunning van het bedrijf is van 2001 en is nog geldig. De provincie Noord-Brabant was toen nog de vergunningverlener. Er zijn daarna enkele veranderingsvergunningen afgegeven voor wijzigingen van het bedrijf. In de vergunningen en de aanvraag staat geen informatie over luchtemissies van ZZS. In 2001 waren ZZS ook nog nauwelijks een thema. Het bedrijf heeft in januari 2022 een aanvraag ingediend voor de in 2013 vervangen droogtrommel en voor een verruiming van de hoeveelheid jaarlijks te verwerken gerecycled asfalt. In 2022 heeft de gemeente een positief besluit genomen. Daarop hebben omwonenden een zienswijze ingediend en heeft de gemeente later dat jaar om procedurele redenen besloten de verleende omgevingsvergunning te herroepen. De procedure voor een omgevingsvergunning wordt nu met een meer uitgebreide procedure doorlopen. Gelijktijdig komt er een actualisatie op de voorschriften van de vergunning uit 2001 met toevoeging van maatwerkvoorschriften. Een ontwerp voor een nieuwe vergunning is in september 2024 gepubliceerd.

De omgeving De asfaltcentrale ligt nabij een woonwijk. De bouw van de woonwijk is rond 1930 gestart en de wijk is sindsdien gegroeid. Jaarlijks komen er vanuit de omgeving veel klachten over de asfaltcentrale bij de ODZOB binnen. In 2023 waren dat er 832. Deze gaan vaak over geuroverlast. Nadat vanaf 2021 de media veel aandacht is gaan besteden aan schadelijke emissies door asfaltcentrales, is de ongerustheid van omwonenden over gezondheidsrisico’s toegenomen.

40

Figuur 2: ACE, met op de achtergrond Eindhoven (bron: ILT-aerosensing)

Emissies en risico’s voor omwonenden De installatie van ACE stoot onder andere benzeen en PAK uit. Dit zijn ZZS die gevaarlijk zijn voor mens en milieu. Deze stoffen komen vrij bij het verhitten en verwarmen van asfaltgranulaat en bitumen. Ze worden samen met andere luchtemissies via de schoorsteen afgevoerd. Bij deze schoorsteen voert de ODZOB en het bedrijf de emissiemetingen uit. Naast de emissies uit de schoorsteen zijn er ook diffuse emissies, zoals dampen die vrijkomen bij het vullen van tanks en asfaltwagens. Uit toezicht van de ODZOB blijkt dat deze emissies vrijkomen en zich kunnen verspreiden naar de omgeving. In de vergunning uit 2001 en de veranderingsvergunningen staat geen informatie over het gebruik van ZZS en pZZS. Wel heeft het bedrijf een vermijdings- en reductieprogramma ZZS op laten stellen. Hierin zijn ZZS in grond- en hulpstoffen en ZZS-emissies geïnventariseerd. De emissienorm voor benzeen is 1 mg/Nm3 en voor PAK 0,05 mg/Nm3. Tabel 2 geeft een overzicht van de resultaten van emissiemetingen in de periode 2021 tot en met 2023. Hieruit blijkt dat tijdens 3 van de 11 benzeenmetingen de meetwaarde boven de wettelijke emissienorm lag. Voor PAK was dat het geval bij 3 van de 6 metingen (zie de rode waarden in de tabel 2). Benzeen en PAK ontstaan vooral bij het verwarmen van asfaltgranulaat in de direct gestookte zwarte trommel.

En dan vooral als de temperatuur van asfaltgranulaten bij het contact met de vlam plaatselijk te hoog oploopt. De gemeente Eindhoven heeft vanaf mei 2021 als opdrachtgever verschillende emissiemetingen uitgevoerd. Vóór 2021 werden er weinig metingen uitgevoerd. Daar was ook minder noodzaak toe vanwege de wetgeving van toen. Als asfalt en het asfaltgranulaat voldeden aan de kwaliteitseisen van de BRL 9320 (een kwaliteitsnorm voor asfalt), dan werd ook voldaan aan de emissienorm van PAK naar lucht. Omdat in de praktijk toch PAK-overschrijdingen gemeten 41

werden, ook als aan de Beoordelingsrichtlijn (BRL) werd voldaan, is deze wetgeving inmiddels aangepast en vinden er vaker metingen plaats. Tabel 2 laat ook zien dat ACE op verschillende momenten een proef met inspuiting van actief kool in de rookgassen heeft uitgevoerd. Het doel was om daarmee de emissies vanuit de schoorsteen te verminderen. Ook met deze inspuitingen waren er nog overschrijdingen van PAK en benzeen. De omstandigheden van het productieproces tijdens het meten zijn bepalend voor de uitkomsten. Zo wisselen de emissies onder andere met het percentage toegepast asfaltgranulaat en de temperatuur tot waar grondstoffen worden verhit. De omstandigheden waren bij de metingen vergelijkbaar. Metingen zijn uitgevoerd bij toepassing van een hoog percentage asfaltrecyclaat. Bij dit percentage worden de meeste ZZS gevormd. Bij de emissiemetingen was de ODZOB aanwezig. Tabel 2 Overzicht van emissiemetingen in de periode 2021 tot en met 2023 Datum meting Koolstof- Benzeen mg/Nm3 PAK mg/Nm3 injectie NORM = 1 NORM = 0,05 30/11/2023

Ja

1,08

0,017

04/04/2023

Ja

0,47

0,31

15/11/2022

Ja

0,6

x

20/07/2022

Ja

2,4

0,0182

29/06/2022

Ja

0,26

x

29/06/2022

0,76

x

11/04/2022

0,3-0,5

0,17

25/11/2021

0,4

0,132

03/11/2021

< 0,1

x

23/09/2021

2

x

07/05/2021

0,35

0,038

ZZS kunnen zich verspreiden via de lucht en zo een belasting vormen op de woon- en leefomgeving, de zogenaamde immissies. Deze hoeveelheid is te meten of te berekenen. De GGD’s in Brabant hebben in 2021 en 2022 op leefniveau (immissieniveau) gezondheidskundige risicobeoordelingen voor PAK’s en benzeen uitgevoerd op basis van modellen en berekeningen. Ze concludeerden voor benzeen dat de bijdrage van ACE aan de totale benzeenconcentratie op leefniveau voldoet aan de gezondheidskundige advieswaarden voor langdurige blootstelling. Daarmee voegt ACE een verwaarloosbaar gezondheidsrisico toe. PAK komen meestal voor als een mengsel van verschillende stoffen. De PAK Benzo[a]pyreen wordt vanwege een hoge giftigheid gebruikt als een indicator om de blootstelling aan en het risico van PAK als totaal te beoordelen. Op basis van de berekening, die uitging van een afstand tot 10 kilometer, concludeerde de GGD’s in Brabant dat de bijdrage van ACE aan benzo[a]pyreen onder het maximaal toelaatbare risiconiveau (MTR) ligt. Hiermee is het extra levenslang risico op kanker door blootstelling aan benzo[a]pyreen afkomstig van de asfaltcentrale kleiner dan 1:10.000. De berekeningen voor de genoemde risicobeoordelingen zijn gebaseerd op emissies vanuit de schoorsteen bij de asfaltcentrale.

Diffuse emissies, de achtergrondconcentratie in de buitenlucht en andere bronnen in de omgeving zitten hier niet in. De totale concentratie bepaalt uiteindelijk het gezondheidsrisico. Overigens geldt, los van de immissiewaarden op leefniveau, voor ACE een wettelijke minimalisatieverplichting voor ZZS. ACE moet de uitstoot van ZZS zo ver mogelijk terugbrengen naar nul en maatregelen nemen om dit te realiseren. Van een aantal stoffen die op de asfaltcentrale vrijkomen, is bekend dat ze klachten over stank kunnen veroorzaken. Bijvoorbeeld zwavelverbindingen in het bitumen. Er zijn bij de Omgevingsdienst geen metingen bekend die inzichtelijk maken welke stoffen daadwerkelijk de geuroverlast in de omgeving veroorzaken.

42

Wat is al gedaan om de gezondheid van omwonenden beter te beschermen? ACE heeft een VRP voor ZZS laten opstellen. Deze geeft zicht op het gebruik, het vormen en uitstoten van ZZS. In het VRP staan een ZZS-inventarisatie en een uitwerking van verschillende mogelijke reductiemaatregelen. Het VRP kan op enkele punten nog beter (zie verderop in deze beschrijving). Van de maatregelen in het VRP heeft ACE er al enkele uit- of doorgevoerd: • • • •

Geplaatste overkapping waardoor er minder vocht in het opgeslagen gerecycled asfaltgranulaat komt en de procescondities tijdens het verwarmen verbeteren. Verlaagde opwarmtemperatuur van het asfaltgranulaat waardoor minder emissies ontstaan. Dichtgemaakte wanden (aan 1 kant) bij het platform voor het laden van vrachtwagens om diffuse emissies te beperken. Aangepaste werkwijze bij het drogen en verwarmen van fijne fractie in de zwarte trommel. ACE zeeft de fijne fractie uit asfaltgranulaat af en voegt die koud toe aan de mengtrommel. Dit voorkomt ZZS-emissies die anders zouden ontstaan bij het verwarmen van deze fijne fractie.

Naast deze maatregelen uit het VRP heeft ACE een continue benzeenmeter in de luchtstroom in de schoorsteen geplaatst. Hiermee is het mogelijk om het productieproces bij te sturen als er een overschrijding van benzeen dreigt. Ook met deze maatregelen zijn er nog emissie-overschrijdingen (zie tabel 2). De ODZOB heeft nog geen actualisatie van de vergunningvoorschriften van de revisievergunning uit 2001 uitgevoerd maar is er wel mee gestart. Ook hebben ze voor verschillende wijzigingen ten opzichte van de revisievergunning, veranderingsvergunningen verleend. Verder heeft de ODZOB het aantal eigen metingen opgevoerd om te kunnen beoordelen of ACE functioneert binnen de gestelde emissiegrenswaarden. Momenteel ligt het aantal metingen op 3 tot 4 per jaar waarbij emissieoverschrijdingen van benzeen en PAK zijn gemeten. Daarom heeft de ODZOB aan ACE een (voornemen) last onder dwangsom opgelegd. ACE moet maatregelen nemen om emissieoverschrijdingen in de toekomst te voorkomen. Verder plaatst de gemeente Eindhoven op haar website informatie voor omwonenden over onderzoek en acties met betrekking tot industrieterrein de Hurk en ook specifiek ACE. De voorlichting over ACE kan nog beter (zie verderop in deze beschrijving).

Aanbevelingen: welke mogelijkheden zijn er om de gezondheid beter te beschermen? Actualisatie vergunning De voorschriften van de huidige vergunning uit 2001 moeten worden geactualiseerd. Dat geeft de mogelijkheid maatwerkvoorschriften op te nemen die ervoor zorgen dat er een beter zicht komt op ZZS- en geuremissies en deze beter beheersbaar zijn. Deze voorschriften hebben betrekking op onder andere: •

Het uitvoeren van meer metingen om goed zicht te krijgen op de emissies. De gemeente heeft haar meetfrequentie aan de schoorsteen al opgehoogd. De frequentie van metingen door ACE is tot nog toe laag. De minimale meetfrequentie door ACE wordt in overleg met het bedrijf verhoogd. In het voorschrift zal ook staan dat het bedrijf voorafgaand aan de meting de toezichthouder over het meetmoment informeert.

43

•

•

•

Het voorkomen van emissies door te sturen op voor emissie relevante parameters (ERP). Denk aan de temperatuur van de trommels en afgassen, het percentage asfaltgranulaat en de onderdruk van de trommels en het filter. Welke bandbreedte hanteert ACE en hoe registreert de asfaltcentrale overschrijdingen van deze parameters? De continue benzeenmeter die ACE heeft laten plaatsen, komt in een voorschrift. Het verplichten van onderzoek naar de klachtenregistratie, onder andere door deze te leggen naast de ERP-waarden en het periodiek bespreken van de onderzoekresultaten met de ODZOB. De ODZOB krijgt veel klachten binnen uit de omgeving. Voorschriften om geurhinder te beperken. Daarbij valt te denken aan een geurzorgsysteem en het opstellen en uitvoeren van een geurbeheersplan. De ODZOB krijgt veel geurklachten over ACE binnen. Nog onduidelijk is in hoeverre ook ZZS bijdragen aan deze klachten. Maatregelen gericht op geur kunnen ook bijdragen aan het minimaliseren van blootstelling aan ZZS.

In Nederland is er geen Beste Beschikbare Techniek (BBT) voor asfaltcentrales vastgesteld. BBTconclusies, waarin bijvoorbeeld een techniek is vastgelegd om ZZS-emissies te beperken, zijn niet in wet- of regelgeving vastgelegd. Ook zijn er geen Europees afgesproken Best Available Techniques Reference (BREF) documenten om emissies te reduceren. Omgevingsdienst NL heeft in een advies uit 2022 concreet gemaakt welke beste beschikbare technieken toepasbaar zijn voor asfaltcentrales. Ze past dit advies momenteel aan in verband met de nieuwe Omgevingswet en een nieuw onderzoek van de Vlaamse overheid naar BBT bij asfaltcentrales (VITO, mei 2024). Het aangepaste advies helpt vergunningverleners bij het opstellen van maatwerkvoorschriften. De ODZOB heeft de actualisatie van de vergunning in gang gezet. Een ontwerp voor een nieuwe vergunning is in september 2024 gepubliceerd. Vermijding- en reductieprogramma Er zijn mogelijkheden om een volgend VRP nog te verbeteren, bijvoorbeeld met een trendmatige beschrijving van de ZZS-emissies. Deze verbeteropties zijn niet allemaal wettelijk verplicht maar geven wel een beter beeld van de minimalisatie van ZZS bij ACE. Hiervoor heeft de overheid checklists opgesteld. In het VRP staan verschillende maatregelen die ACE kan uitvoeren. Tot nu toe heeft ACE geen nieuwe installatie met andere trommels voor het verwarmen van grondstoffen geplaatst.

Het doorvoeren van dergelijke aanpassingen is belangrijk om het ontstaan van ZZS te minimaliseren en het overschrijdingen van PAK en benzeen grenswaarden in de toekomst te voorkomen. Het toepassen van zo’n brongerichte maatregel heeft de voorkeur boven nageschakelde technieken die verontreinigende stoffen aan het einde van het productieproces reduceren. Een voorbeeld van een brongerichte maatregel is vervanging van de direct gestookte asfaltgranulaattrommel door een indirect gestookte trommel. Deze heeft een apart onderdeel waar de luchtstroom wordt verwarmd. Daarbij is er geen direct contact meer tussen de gasvlam en het asfaltgranulaat in de trommel. Dit zorgt voor een meer gelijkmatige opwarming van het asfaltgranulaat en daardoor minder benzeen vorming. De praktijkervaringen hiermee zijn goed. In het eerder genoemde onderzoek van de Vlaamse overheid is deze techniek als BBT beoordeeld. Een andere mogelijkheid is toepassing van nageschakelde techniek. De inspuiting van actief koolpoeder heeft nog onvoldoende resultaat (zie tabel 2). Het plaatsen van een actief koolfilter is een optie. Over het plaatsen daarvan hebben de gemeente Eindhoven en ACE inmiddels afspraken gemaakt. Om een goede werking van dit filter te borgen moeten er onderzoekverplichtingen in de vergunning komen om vast te stellen of deze techniek voldoende effectief is.

Met deze maatregel wordt ook de geurhinder waarschijnlijk minder. Diffuse emissies Naast emissies uit de schoorsteen zijn er ook diffuse emissiebronnen. Vanwege de minimalisatieplicht is het belangrijk dat ACE voortdurend informatie verzamelt over het gebruik, de 44

uitstoot en het minimaliseren van ZZS. De ODZOB stelde tijdens toezicht bij ACE vast dat er emissies optreden op verschillende laad- en vulpunten. Het bedrijf moet de diffuse emissiepunten goed in beeld brengen en gerichte maatregelen nemen, bijvoorbeeld door extra afzuiging van de luchtstroom via een actief kool filter en afdichting van de laadruimte. De ODZOB borgt dergelijke maatregelen in het ontwerp voor een nieuwe vergunning van september 2024. Informatie aan omwonenden De gemeentelijke website met informatie over ACE is een goed voorbeeld van voorlichting. Als de gemeente Eindhoven daar meer informatie plaatst over vergunningen en meetresultaten, dan is dat een verbetering van haar informatievoorziening. Gezondheidsmonitoring Het is nog niet duidelijk welke andere ZZS-emissies afkomstig van het bedrijventerrein ‘de Hurk’ of andere bronnen in de directe omgeving er zijn en welk optelling van effecten (cumulatieve effecten) er daardoor in de directe omgeving optreedt. Om meer te weten te komen over achtergrondwaarden die van nature voorkomen en over cumulatieve effecten, is een goede gezondheidsmonitoring belangrijk. De gemeente Eindhoven kan als bevoegd gezag de GGD of het RIVM opdracht geven zo’n monitoring op te starten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leudal&id=ad5df8fd-fdf0-4497-ba42-8e0dad699e42