Raadsvoorstel
Tekst van het document
Raadsvoorstel Openbare Raadsvergadering CONCEPT Datum
28 september 2021
Onderwerp
Zonnevelden De heer drs. M. Graef (wethouder)
Portefeuillehouder(s)
Agendapunt 4
Inhoudelijk voorstel Op 28 april 2020 heeft uw raad het beleidskader “Duurzame Energie” vastgesteld. Dit kader is opgesteld om te kunnen voldoen aan de doelstellingen van het Klimaatakkoord. De doelstellingen uit het klimaatakkoord zijn voor Leudal doorvertaald in een prognose. Dit betekent dat in Leudal circa 17 windmolens en 100 ha. grondgebonden zonnevelden nodig zijn. Deze grootschalige opwek heeft een grote ruimtelijke impact. Om te zorgen dat de hernieuwbare energie op de gewenste plek terecht komt en bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit van onze gemeente is het beleidskader opgesteld. In het beleidskader is opgenomen dat de gemeente werkt met openstellingsrondes: een periode waarin plannen kunnen worden ingediend. De 1e openstellingsronde richt zich op plannen voor een zonneweide van gezamenlijk maximaal 50 ha. Uit de ingediende plannen zijn de drie beste plannen geselecteerd en op 15 september 2020 is door het college besloten dat deze drie plannen verder uitgewerkt konden worden. De uitgewerkte plannen zijn getoetst aan de vooraf vastgestelde criteria. Het college heeft op 30 maart jl. in principe besloten dat de plannen, onder voorwaarden, voldoende basis bevatten om te worden uitgewerkt tot een ontwerpbestemmingsplan of omgevingsvergunningsaanvraag. Uw raad heeft aangegeven hierover een separaat besluit te willen nemen.
Met dit raadsvoorstel wordt hieraan tegemoet gekomen. Ligging van de plannen
Coöperatief eigendom Het college heeft besloten om vast te houden aan het streven van 50% coöperatief eigendom en om de eis dat coöperaties ten minste één jaar oud moeten zijn los te laten. Een van de uitgangspunten van het beleidskader is het streven naar 50% coöperatief eigendom. In aansluiting op het streven van het Nationale Klimaatakkoord naar 50% lokaal eigendom. De drie initiatiefnemers hebben gesprekken gevoerd met de coöperaties Leudal Energie en Zuidenwind maar zijn daarin niet tot overeenstemming kunnen komen. Dit is door Leudal Energie in een brief aan de gemeente bevestigd. Het streven naar 50% lokaal of coöperatief eigendom was een van de voorwaarden van de toetscriteria uit de eerste selectieronde. Door alle partijen is toen aangegeven dat ze deze eis willen opvolgen maar dat daar nader overleg voor nodig was.
Datum Betreft Pagina
28 september 2021 Zonnevelden 2 van 6
Het is niet gelukt om tot overeenstemming te komen daarom hebben de 3 initiatiefnemers een alternatief voorgesteld in de vorm van een uitgebreider profijtplan (zie hieronder onder alternatief profijtplan). Als de gemeente vasthoudt aan het streven van 50% coöperatief eigendom komen de profijtplannen er anders uit te zien. Verschillende opties zijn: (mede-)eigendom, een omgevingsfonds, participaties in de vorm van aandelen of obligaties en/of het goedkoop afnemen van groene stroom. Voordelen coöperatief De regio profiteert mee van de inkomsten (individueel of in de omgeving) De regio heeft zeggenschap Nadelen coöperatief Alleen mensen die vermogen hebben kunnen instappen Deelnemers lopen een financieel risico Als deelnemer heb je ook verplichtingen Een coöperatie is niet begrensd op de directie omgeving maar kan ook verder weg zitting hebben waardoor de voordelen voor de directe omgeving minder expliciet zijn Indien voor een coöperatieve opzet wordt gekozen komen de directe individuele voordelen van aan- en omwonenden deels te vervallen. 1 De initiatiefnemers laten dit dan gedeeltelijk over aan de coöperatie. Dit betekent dat de voordelen zoals gratis stroom, zonnepanelen, obligaties e.d. door de initiatiefnemers voor de directe omwonenden gedeeltelijk komen te vervallen.
1 Het is niet zwart-wit te stellen dat het profijtplan dan voor 50% voor rekening van de initiatiefnemers
komt en voor 50% voor de coöperatie. Afhankelijk van de voorkeur van een energiecoöperatie wanneer ze willen instappen kan berekend worden hoe omgegaan wordt met het profijtplan. Dit heeft weer te maken met instapmoment in relatie tot voorbereidingskosten en risico. Eis coöperatie moet ten minste 1 jaar oud zijn In het huidige beleid is de eis is opgenomen dat coöperaties ten minste één jaar oud moeten zijn. Het is niet gelukt om met de bestaande coöperaties tot overeenstemming te komen. Er kan dan gekozen worden voor een samenwerking met een bestaande coöperatie uit een andere gemeente of een nieuw op te richten coöperatie. Indien voor een nieuw op te richten coöperatie wordt gekozen moet de gemeente wel bereid zijn om die eis los te laten. Wanneer deze eis niet wordt losgelaten wordt hiermee een ongelijk speelveld gecreëerd, waarbij een onevenredig grote positie wordt toegekend aan de bestaande coöperaties. De insteek van het coöperatieve eigendom is dat er meerwaarde moet zijn voor de omgeving. Bij de opstelling van het beleid is destijds gekozen voor minimaal een jaar bestaan en 50 leden omdat bij de openstellingronde voor wind geprobeerd is om de regels te omzeilen door een nieuwe coöperatie op te richten met 2 leden. De intentie is nooit geweest om de huidige bestaande coöperaties een voorkeurspositie te geven waardoor alleen zij een plan zouden kunnen ontwikkelen.
Er moet dus gezocht worden naar een goede balans tussen de insteek van het beleid en de praktische uitvoering bij het uitblijven van overeenstemming tussen twee marktpartijen. Een oplossing hiervoor is werken met coöperaties uit de regio dan wel een nieuwe coöperatie. Het is in dat perspectief goed verdedigbaar dat de bestaanseis van een jaar wordt losgelaten. Overigens is dit ook relatief want als er nu een coöperatie wordt opgericht bestaat deze langer dan een jaar voordat een zonneveld gerealiseerd wordt. De voorbereiding van de vergunningaanvraag, procedure en realisatie duren enkele jaren. Vragen aan de raad:
Wil de raad vasthouden aan het streven van 50% coöperatief waardoor de directe voordelen voor
om- en aanwonenden (deels) vervallen? Wil de raad vasthouden aan de eis coöperatie moet ten minste 1 jaar oud zijn en op welk moment? (nu of op moment realisatie)
Profijtplan 50% coöperatief Sunvest: gratis zonnepanelen voor de direct aanwonenden. De verdeling van het profijt loopt dan via de energiecoöperatie uit het rendement wat ze maken. De
Datum Betreft Pagina
28 september 2021 Zonnevelden 3 van 6
Lightsource BP:
Solarfields:
energiecoöperatie beslist dan in feite hoe ze het profijt verdelen tussen leden en omgeving. Als de zonneweide deels coöperatief eigendom wordt dan gaat het bedrag evenredig mee. De bijdrage aan het omgevingsfonds is zonder coöperatief eigendom € 100.000. Als de zonneweide 50% coöperatief wordt dan doneert Lightsource € 50.000. Als er een andere verhouding gerealiseerd wordt bijvoorbeeld 80-20 dan wordt het bedrag hierop aangepast. de bijdrage aan het omgevingsfonds is ter vervanging van de opbrengsten voor de coöperatie dat wordt behaald door middel van het rendement. Hiervoor geldt dat indien de coöperatie voor 50% instapt dat Solarfields niet daarbovenop nog eens een jaarlijkse storting maakt in het omgevingsfonds. Indien de coöperatie voor 20% instapt dan zal Solarfields naar rato wel een bijdrage storten in het omgevingsfonds. Rekenvoorbeeld: In het geval dat een coöperatie voor 10% in het zonnepark instapt, dan vult Solarfields het omgevingsfonds aan met een jaarlijkse bijdrage van (50%-10%)/50%) = 80% van het initiële bedrag, dus 80% * 0,50€/MWh = 0,40 €/MWh.
Alternatief profijtplan Een ander criterium uit het beleidskader is dat de initiatiefnemers een profijtplan omschrijven op welke manier de omgeving financieel profiteert van hun plan. De initiatieven verschillen in omvang en direct belanghebbenden (omwonenden). Hierdoor zijn ze niet vergelijkbaar. Bij alle drie de initiatieven bestaat het profijtplan uit dezelfde 4 onderdelen: Het beschikbaar stellen van obligaties (aandelen) in het zonneveld voor iedereen met een bepaald rendement. Vergoedingen aan direct omwonenden in de vorm van gratis elektriciteit (Solarfields) of zonnepanelen voor omwonenden en basisschool de Kwir (Sunvest) of korting op zonnepanelen (Lightsource) Een storting in een omgevingsfonds: Lightsource €100.000,- Sunvest €31.000, Solarfields € 275.000 . Educatieprojecten en lespakketten voor scholen.
Zon-obligaties gratis zon-obligaties omwonenden Gratis energie gedurende exploitatieperiode Gratis zonnepanelen omwonenden Gratis zonnepanelen basisschool de Kwir Educatie Campagne zonnepanelen op daken in Leudal Storting in omgevingsfonds
Sunvest Ja Ja, twv € 24.000
Lightsource BP Ja Nee
Solarfields Ja Nee
Nee
Nee
Ja Ja
Ja tegen gereduceerd tarief Nee
Ja, omwonenden verdeeld in 2 groepen twv € 425.000 Ja
Ja Ja, twv € 31.000
Ja Nee
Ja Ja, twv € 30.000
Ja, twv € 31.000
Ja, twv € 100.000
Ja, twv € 275.000
Nee
Vragen aan de raad Afhankelijk van de beantwoording van de vragen onder het vorige punt. Scenario 1: 50% coöperatief Vindt de raad de aangepaste profijtplannen voldoende? Scenario 2: plannen niet coöperatief Vindt de raad de ingediende profijtplannen als alternatief voor 50% coöperatief voldoende? Ontwerpprincipes Alle drie de plannen wijken af van de vastgestelde ontwerpprincipes. Dit was aanvankelijk niet het geval (eerste beoordeling), maar is het gevolg van de omgevingsdialoog. De omwonenden geven duidelijk aan
Datum
28 september 2021 Zonnevelden 4 van 6
Betreft Pagina
dat ze geen zicht willen hebben op de zonnepanelen. Met het “verbergen” van de zonnevelden worden nieuwe niet gebiedseigen groenstructuren aangelegd die niet passen binnen het landschap en die een ander ruimtelijk beeld geven dan wordt nagestreefd met het beleidskader. Gaandeweg is duidelijk geworden dat aan het draagvlak een nog groter gewicht moet worden toegekend. De initiatiefnemers hebben dat ter harte genomen en zijn heel gericht in gesprek gegaan met de omgeving. In de omgeving is veel onrust ontstaan over de aanleg van zonnevelden ondanks het feit dat er bij de opstelling van het beleidskader uitgebreid is gecommuniceerd met de inwoners. De groep inwoners die deelneemt aan de inbreng voor het opstellen van beleid is anders en heeft een ander belang dan de direct aanwonenden bij een concreet initiatief. De initiatieven voldoen niet aan de ontwerpprincipes. Dit is het gevolg van het creëren van draagvlak. Voordelen Er wordt geluisterd naar de wensen uit de omgeving voor wat betreft de inpassing en zichtbaarheid van de plannen. Nadelen
Er worden gebiedsvreemde elementen in het gebied aangebracht. De zonnevelden zijn tijdelijk en
de groenstructuren die niet passen bij het gewenst landschappelijk raamwerk, kunnen daar waar nodig tegelijkertijd met de zonnevelden worden verwijderd. Toekomstig landschappelijk raamwerk wordt later gerealiseerd.
Vragen aan de raad Gaat de raad akkoord met het niet voldoen aan de ontwerpprincipes in het belang van een, voor zover mogelijk, groter draagvlak (“we zijn tegen zonnevelden maar als ze er dan toch moeten komen dan wil ik ze niet zien´)? Afwijken van eis onderlinge afstand De drie initiatieven zijn allen gelegen in het landschapstype rationele heideontginning. Het beleidskader geeft als criterium aan dat, bezien vanuit het laadvermogen van het landschap, voor dit landschapstype een onderlinge afstand van 1000 m. gewenst is tussen de verschillende locaties. Onderstaand kaartbeeld toont deze radius (rode cirkel) én de werkelijke onderlinge afstanden tussen de initiatieven. Uit dit kaartbeeld valt af te leiden dat er een overschrijding van de onderlinge afstanden plaatsvindt.
Datum Betreft Pagina
28 september 2021 Zonnevelden 5 van 6
Onderlinge afstanden in relatie tot samenhangende ruimtelijke ontwikkeling Op basis van hun positionering in het landschap kunnen de drie initiatieven naast elkaar ontwikkeld worden. Alle drie de locaties zijn gepositioneerd binnen hetzelfde landschapstype en worden allen omlijst door meer besloten landschapstypen zoals het kampenlandschap of de bosmozaïek. Deze omlijsting vormt al een sterk landschappelijk kader waarbinnen verdere versterking van de kenmerkende landschapselementen van de rationele heideontginning kunnen plaatsvinden. Door de drie initiatieven naast elkaar te ontwikkelen kan er een samenhangend, en herkenbare ruimtelijke structuur ontstaan die recht doet aan de landschapstypen en bepalende landschappelijke structuren. Onderlinge afstanden in relatie tot positief advies initiatieven De overschrijding van de onderlinge afstanden is, bezien vanuit het (landschappelijke) geheel, geen reden om één of meerdere initiatieven op basis van dit criterium negatief te beoordelen. Zoals eerder beargumenteerd is een dergelijke ruimtelijke samenhang juist positief te waarderen. Door te kiezen voor een openstellingsronde is de situatie ontstaan dat binnen een bepaalde periode tegelijkertijd meerdere initiatieven aangedragen worden binnen een ingekaderd grondgebied.
Bij de eerste beoordelingsronde is een te geringe onderlinge afstand geen criterium geweest omdat de initiatieven uit 1 locatie bestonden en de ingezonden initiatieven bij de verdere uitwerking een ruimtelijke structuur moeten vormen. De initiatieven die na twee rondes van beoordeling zijn overgebleven zijn individueel positief beoordeeld. Zoals eerder beargumenteerd vanuit de ruimtelijke optiek vertoonden deze drie losse initiatieven samen kansen voor een samenhangende ruimtelijke structuur. Door het stimuleren van samenhang en het voorkomen van versnippering kunnen de drie initiatieven samen leiden tot een grotere meerwaardecreatie en ruimtelijke kwaliteit De plannen zijn nu uitgewerkt en blijken aan deze samenhangende ruimtelijke structuur te voldoen. Het criterium van de ‘minimale onderlinge afstand’ is wel strikter toe te passen wanneer het gaat om de afstand tot reeds gerealiseerde initiatieven; daar is in deze situatie echter geen sprake van. Voordelen Er is sprake van een samenhangende ruimtelijke structuur. Nadelen Er komen 3 zonnevelden op een relatief klein gebied en dit wordt door de omwonenden als zeer massaal ervaren.
Vragen aan de raad Bent u bereid af te wijken van het criterium met betrekking tot de onderlinge afstand? Zo nee, wilt u dan wel meewerken aan één van de plannen en zo ja welk? Gesprekken met omwonenden De laatste weken heeft het college diverse gesprekken gevoerd met de aan- en omwonenden. De verslagen van de gesprekken zijn bijgevoegd. De belangrijkste conclusies over de initiatieven zijn: Het gros van de aan- en omwonenden zijn tegen de komst van zonnevelden; enkele uitzonderingen daargelaten Het wordt teveel én windmolens én zonnevelden De mensen maken zich zorgen over de invloed van zonnevelden op de gezondheid De mensen maken zich zorgen over de vergoeding van schade bij calamiteiten De druk op de woon- en leefomgeving en de natuur wordt te groot Als er dan toch zonnevelden moeten komen dan willen de aan- en omwonenden ze niet zien Lijst veel gestelde vragen Een aantal vragen zijn meerdere malen gesteld. Daarom hebben we een lijst met veel gestelde vragen gemaakt.
Datum Betreft Pagina
28 september 2021 Zonnevelden 6 van 6
Vragen uit de raad De raad wordt bij principebesluiten altijd in de gelegenheid gesteld wensen en bedenkingen naar voren te brengen. De collegemededeling leidde tot een groot aantal vragen. Voor zover de thema’s nog niet in dit raadsvoorstel zijn behandeld verwijzen wij naar de bijlage waarin de resterende vragen thematisch zijn beantwoord. Financiële paragraaf Dit voorstel heeft geen financiële consequenties voor de gemeente. Inkoopparagraaf Nvt Personele paragraaf Nvt Communicatieparagraaf Het raadsbesluit wordt bekend gemaakt aan de initiatiefnemers en aan- en omwonenden van de plannen. Bijlage(n) Gespreksverslagen met omwonenden Lijst veelgestelde vragen Thematische beantwoording vragen uit de raad nav principemedewerking college Heythuysen, 31 augustus 2021 BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN LEUDAL, De gemeentesecretaris, De burgemeester,
mr. drs. J.J.Th.L. Geraedts
D.H. Schmalschläger