Raadsvoorstel
Tekst van het document
Raadsvoorstel Openbare Raadsvergadering CONCEPT Datum
10 december 2024
Onderwerp
Belastingverordeningen 2025 De heer drs. H. van Helden MBA (wethouder)
Portefeuillehouder(s)
Agendapunt 16
Inhoudelijk voorstel Conform de financiële uitgangspunten van de kadernota 2025-2028 en de daaruit volgende begroting streeft de gemeente Leudal naar 100% kostendekkendheid van leges en heffingen. De vast te stellen belastingverordeningen zijn inhoudelijk een vertaling van dit beleid. Als de tarieven wijzigen, wordt dit per belasting/heffing in dit advies aangegeven en toegelicht. Voorstel aan de raad: De belastingverordeningen en bijbehorende tarieven 2025 conform dit advies vast te stellen.
➢ Onroerende-zaakbelastingen (ozb) Tarieven De ozb-opbrengsten stijgen in de begroting 2025 – 2028 conform de inflatiecorrectie ad 2,2% (pNB) en het coalitieakkoord met 2%. De tarieven zijn aan de begrotingsopbrengst aangepast op basis van de prognose 2025 van de BsGW. Waardeontwikkeling De hertaxatie naar waardepeildatum 1-1-2024 leidt naar verwachting tot een gemiddelde stijging van de waarde van het segment woningen met 8,98% (totale waarde: € 5.923.381.000). Voor het segment nietwoningen is de verwachting dat er sprake is van een stijging, deze bedraagt 8,77% (totale waarde: € 860.371.000). Dit op basis van de prognose van de BsGW dd 15 oktober 2024. In de onderstaande tabel zijn de tarieven weergegeven: Jaar
Tarief
2024 2024
Gemiddelde WOZWaarde € 336.368 € 210.942
2025* 2025* 2025*
€ 365.276 € 225.091 € 225.091
Woningen: 0,0901% Eigenaren niet-woningen: 0,1731% Gebruikers niet-woningen: 0,1623%
Woningen:0,0920% Niet-woningen:0,1592%
* De stijging is op basis van de prognose van de BsGW d.d. 15 oktober 2024.
OZB Woningen € 309,46
OZB NietWoningen € 335,82
€ 329,11 € 389,63 € 365,32
10 december 2024 Belastingverordeningen 2025 2 van 4
Datum Betreft Pagina
➢ Toeristenbelasting Ten aanzien van de verordening toeristenbelasting zijn kleine tekstuele aanpassingen gemaakt. Derhalve dient deze verordening opnieuw vastgesteld te worden. Het tarief blijft in 2025 gelijk aan het tarief van 2024 (€ 1,30). jaar 2024 2025
Tarief € 1,30 € 1,30
➢ Rioolheffing De tarieven voor belastingjaar 2025 blijven ten opzichte van 2024 ongewijzigd. De tarieven zijn als volgt: • • •
De belasting bedraagt per perceel € 282,51. Indien er sprake is van een perceel dat onderdeel uitmaakt van een omsloten terrein dat is bestemd voor verblijfsrecreatieve doeleinden bedraagt het tarief € 169,50. In afwijking van lid 1 geldt voor percelen met een WOZ-waarde die minder is dan € 30.000 een tarief van € 141,25.
In artikel 1 van de verordening staan twee begripsomschrijvingen gemeentelijke riolering en water. Een toelichting op de begrippen ter verduidelijking zijn opgenomen. •
•
Het begrip gemeentelijke riolering is veel ruimer dan alleen de riolering op zich. Het gaat om alle voorzieningen, die worden getroffen om te voldoen aan de wettelijke zorgplichten. Daaronder vallen onder andere rioleringspijpen en kolken, maar ook bijvoorbeeld voorzieningen tegen grondwateroverlast en individuele behandelingssystemen (iba’s). Het begrip water hieronder vallen alle verschillende water. In de zorgplichten van artikel 228a Gemeentewet worden meerdere waterbegrippen gebruikt, die gebaseerd zijn op de herkomst van het water. De definities van specifieke waterbegrippen zijn opgenomen in de Wet milieubeheer of Waterwet en behoeven in de verordening rioolheffing geen nadere toelichting.
Bij rioolheffing is sprake van 100% kostendekkendheid. ➢ Afvalstoffenheffing Sinds 2022 wordt het afval middels een nieuwe inzamelsystematiek ingezameld. De verordening afvalstoffenheffing en bijhorende tarieventabel zijn overeenkomstig deze systematiek opgesteld. Afhankelijk van de inhoud van de minicontainer restafval wordt een vast belastingbedrag op jaarbasis opgelegd. Daarnaast wordt eveneens afhankelijk van de inhoud van de minicontainer per lediging restafval een belastingbedrag opgelegd. De ledigingen worden na afloop van het belastingjaar aan de belastingplichtige opgelegd. De tarieven zijn als volgt: Volume container restafval 240 liter 140 liter < 140 liter Containers niet in bruikleen (verzamelcontainer)
Vastrecht € 107,60 € 107,60 € 107,60
Toeslag / container € 60,00 € 30,00 € 0,00
€ 107,60
€ 0,00
Volume container restafval 240 liter 140 liter 80 liter 60 liter 40 liter Verzamelcontainer (inwerptrommel 60 liter)
Bedrag / lediging € 18,70 € 10,90 € 6,20 € 4,65 € 3,10 € 4,65
10 december 2024 Belastingverordeningen 2025 3 van 4
Datum Betreft Pagina
Voor de inzameling van GFT-afval worden geen vaste- en variabele belastingbedragen geheven. Met betrekking tot medische indicatie is in artikel 7 van de verordening opgenomen dat indien een belastingplichtige aan genoemde voorwaarde voldoet in aanmerking komt voor een vermindering van het belastingbedrag van maximaal € 168,30. Bij de afvalstoffenheffing is sprake van 80% kostendekkendheid. In de tarieven is het amendement voor de € 60 korting op het vastrecht verwerkt. ➢
Leges
Tarieventabel In samenwerking met ANG is een kostendekkendheidsonderzoek uitgevoerd voor 2025. De inhoudelijke afstemming heeft met de vakafdelingen plaatsgevonden en zij hebben meegeholpen in het onderzoek. Titel 2 is niet meegenomen in het kostendekkendheidsonderzoek vanwege het ontbreken van kengetallen door de invoering van de Omgevingswet in 2024. Voor de lasten is echter wel uitgegaan van geïndexeerde uurtarieven conform 2025. In dit voorstel zijn de belangrijkste uitgangspunten/veranderingen opgenomen, waarbij wordt aangesloten bij hetgeen reeds is opgenomen in de paragraaf lokale heffingen van de programmabegroting 2025 – 2028. De wettelijke basis ten aanzien van de kostendekkendheid van de leges is gelegen in artikel 229 van de Gemeentewet. Op grond van dit artikel is het mogelijk dat leges worden geheven. Het is niet toegestaan de tarieven voor deze rechten meer dan kostendekkend (100%) vast te stellen. In de programmabegroting 2025 – 2028 is voorgesorteerd op de nieuwe tarieventabel, daar de programmabegroting als basis dient voor de tarieven. Dit heeft geleid tot de volgende kostendekkendheid voor, respectievelijk hoofdstuk I, II en III op basis van de berekeningen en de daarbij behorende tarieventabel. -
Hoofdstuk I (Algemene dienstverlening): Hoofdstuk II (Dienstverlening Omgevingswet): Hoofdstuk III (Dienstverlening dienstenrichtlijn & Overig)
99% 78% 52%
Middels de huidige tarieventabel wordt bewust afgeweken van 100% kostendekkenheid, waarbij de volgende onderdelen voor het grootste deel bijdragen aan dit feit: Titel 1 -
Voor titel 1 gelden op diverse producten een maximum tarief dat wettelijk bepaald wordt. Niet alle kosten worden zonder meer omgeslagen op de overige producten binnen deze titel.
Titel 2 -
-
Er is vermindering van leges voor de voorfase (principeverzoek zonder omgevingstafel en het principeverzoek met inbegrip van een omgevingstafel), mits daarna binnen 6 maanden een daadwerkelijke aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt ingediend. Voor de intaketafel worden geen leges in rekening gebracht. Hiervoor is gekozen zodat initiatieven laagdrempelig kunnen worden besproken. Tevens zorgt dit ervoor dat de wettelijke termijn voor definitieve afhandeling van vergunningen gehaald kan worden. Immers gaat deze termijn pas lopen bij een definitieve aanvraag. Aangezien initiatieven die via de voorfase worden behandeld het risico lopen dat het gehele proces langer dan de maximale 8 weken behandeltijd van een directe aanvraag duurt, is er zonder deze tariefstelling minder stimulans om gebruik te maken van de voorfase.
-
Sinds 2024 is een maximum ingesteld ten aanzien van de leges voor artikel 2.3. Het legesplafond is ingesteld op een bouwsom van € 5.000.000 en heeft de volgende redenen: o
Indien plannen in de berekening van de tarieven zijn gemist, wordt het risico op overdekking verkleind. Zodoende kan eenvoudiger rekening worden gehouden met het gegeven dat in sommige jaren incidentele (wat grotere) bouwactiviteiten van toepassing
10 december 2024 Belastingverordeningen 2025 4 van 4
Datum Betreft Pagina
zijn die haar doorwerking hebben op de geraamde baten en lasten en daarmee het integrale kostendekkendheidspercentage. o
Bouwplannen van € 5.000.000 of meer, zorgen niet voor evenredig meer werk naar het te heffen van de leges. Om zorg te dragen dat de dienstverlening in verhouding blijft staan met het werk wat wordt verricht, wordt dit maximum voorgesteld.
Bouwkostenindicator Jaarlijks worden de eenheidsprijzen van de bouwkostenindicator (BKI) geïndexeerd. De bouwkosten vormen de grondslag voor de berekening van de bouwleges. Door de bouwkostenindicator vast te stellen en te gebruiken, worden de bouwkosten en de leges op een eenduidige wijze bepaald (en niet meer op basis van aannames en ramingen). Bijgaand treft u de bouwkostenindicator 2025 en de Bijlage B Overzicht kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (hierna: Kleine BOPA) aan. Het advies is in te stemmen met de bouwkostenindicator 2025 en de Bijlage B Kleine BOPA en de raad voor te stellen deze als bijlagen op te nemen in de legesverordening 2025.
➢ Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen Leudal 2025 In 2024 is de kwijtscheldingsverordening vastgesteld, zodat het beleid omtrent kwijtschelding overzichtelijk en transparant is. Het beleid van Leudal is dat de vaste bedragen afvalstoffenheffing (hoofdstuk 1, onderdeel 1.1 van de tarieventabel afvalstoffenheffing), de belasting per lediging (hoofdstuk 1, onderdeel 1.2 van de tarieventabel afvalstoffenheffing) met een maximum van € 168,30 per kalenderjaar wordt kwijtgescholden.
Heythuysen, 29 oktober 2024 BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN LEUDAL, De gemeentesecretaris, De burgemeester,
mr. drs. J.J.Th.L. Geraedts
D.H. Schmalschläger