Raadsvoorstel
Tekst van het document
Raadsvoorstel Openbare Raadsvergadering
Datum 20 april 2021
Onderwerp
agendapunt
Aanmerken presentiegeldvergoeding van commissieleden als vrijwilligersvergoeding
Portefeuillehouder Geen
1. Hoogte presentiegeld bijwonen commissievergaderingen is landelijk vastgelegd De hoogte van de vergoeding van een commissielid is dwingend vastgelegd in artikel 3.4.1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Voor de inwonersklasse waarin de gemeente Leudal zich bevindt betekent dit dat de Leudalse commissieleden (niet zijnde tevens raadslid), met ingang van 1 januari 2021, per bijgewoonde vergadering, een vergoeding krijgen toegekend van € 87,23. 2. Presentiegeld is belast, tenzij … De vergoeding is in principe belast. Deze is echter onbelast indien de gemeente de vergoeding voor commissieleden (onder de van toepassing zijnde fiscale voorwaarden) aanmerkt als vrijwilligersvergoeding. Met betrekking tot vergoedingen die gemeenten geven voor werkzaamheden die niet marktconform zijn en die ook blijven binnen de maand- en jaarbedragen, kan namelijk de fiscale vrijwilligersregeling worden toegepast. Niet alle gemeenten zijn zich bewust van deze mogelijkheid, de gemeente Leudal tot op heden ook niet. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft hierover, in samenspraak met de minister van Financiën, ‘een tip’ gegeven in haar circulaire van 10 december 2019 (kenmerk: 2019-0000652446), zie daarvan paragraaf 16. 3.
De fiscale vrijwilligersregeling De vrijwilligersregeling is een regeling die in artikel 2, zesde lid van de Wet op de loonbelasting 1964 en artikel 3.96 aanhef en sub c van de Wet inkomstenbelasting 2001 is verankerd en haar oorsprong vindt in een besluit van de ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Financiën waarbij onder bepaalde condities mogelijke belastbaarheid van verstrekte vergoedingen voor verrichte werkzaamheden bij specifieke organisaties buiten het inkomen wordt geplaatst.
Datum Betreft
Pagina
20 april 2021 Aanmerken presentiegeldvergoeding van commissieleden als vrijwilligersvergoeding 2 van 3
De gemeente is, voor de werkzaamheden van commissieleden, een instelling die niet onder de vennootschapsbelasting valt en kan daardoor de vrijwilligersregeling toepassen. Met het vaste bedrag per vergadering wordt een tegemoetkoming gegeven voor alle daarmee samenhangende werkzaamheden en te maken kosten. De vergoedingen die aan commissieleden worden gegeven, betreffen vergoedingen voor werkzaamheden die zich moeilijk in een tijdsbesteding laten meten. De werkzaamheden worden ook niet beroepsmatig verricht. In het geval de vergoeding voor het commissiewerk blijft onder de gestelde grenzen, zowel die per maand als die per jaar (in 2021 in totaal €180 per maand en €1.800 per jaar), kan worden gebruikgemaakt van de vrijwilligersregeling. Deze maximumbedragen gelden voor het totaal van de vergoeding voor de inzet als commissielid. De maximum bedragen per maand en per jaar zijn een hard gegeven. Indien dus bijvoorbeeld een commissielid één maand € 300 ontvangt aan presentievergoeding en in de rest van het jaar per maand €100, dan kan er géén gebruik worden gemaakt van de vrijwilligersregeling en zijn alle vergoedingen in dat jaar belast voor de loon- en inkomstenbelasting. In dit verband beantwoordde het ministerie de vraag of commissieleden achteraf in de problemen kunnen komen, omdat de betalingen van de vergoedingen niet synchroon lopen met de vergaderingen.
Het gaat erom dat het bedrag per maand niet de €180 overschrijdt en dat er in het gehele kalenderjaar niet meer wordt betaald dan €1.800. Het kan dus best dat de betaling ter zake van een vergadering in een andere maand wordt uitbetaald, maar de hoogte van het in die maand betaalde bedrag mag echt niet meer zijn dan €180. Voorbeeld: Stel er is een commissievergadering op 31 januari en op 15 februari, dan krijgt het aanwezige commissielid normaal gesproken in de maand februari € 174,46 toegekend (= 2 x € 87,23). Neemt dat commissielid tevens in een commissievergadering van 16 februari een andere persoon waar, dan vervalt - indien in februari € 261,69 wordt toegekend (= 3 x € 87,23) - de gehele vrijwilligersregeling voor dat ene commissielid voor dat kalenderjaar (tenzij de gemeente die laatste vergoeding pas op 1 maart, althans in die maand, uitbetaalt …). 4. Geen gevolgen voor eventuele inkomensafhankelijke toelagen, toeslagen of uitkeringen Als het commissielid uitsluitend deze presentiegeldvergoeding krijgt (en de uitbetalingen blijven binnen de grenzen per maand resp. per jaar), dan kan de gemeente dat commissielid de zekerheid geven dat de als vrijwilligersvergoeding aangemerkte presentiegelden onbelast zijn. Het commissielid kan die vergoedingen en verstrekkingen dan zonder inhouding van loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen netto ontvangen van de gemeente.
De vergoedingen maken dan ook geen onderdeel uit van het belastbare inkomen van het commissielid en hebben daarmee ook geen consequenties voor een eventuele inkomensafhankelijke toelage of een huur- of zorg-toeslag. Vrijwilligersvergoedingen worden ook niet verrekend met een eventuele bijstandsuitkering.
Datum Betreft
Pagina
20 april 2021 Aanmerken presentiegeldvergoeding van commissieleden als vrijwilligersvergoeding 3 van 3
5. Gebruikmaken vrijwilligersregeling behoeft niet in een gemeentelijke verordening te worden vastgelegd Indien de gemeente ervoor kiest voor de presentievergoeding gebruik te maken van de vrijwilligersregeling, heeft het geen meerwaarde dit vast te leggen in een verordening. De vrijwilligersvergoeding betreft namelijk de uitvoering van fiscale regelgeving. Als blijkt dat niet wordt voldaan aan de fiscale voorwaarden, is er geen sprake van een vrijwilligersvergoeding. De gemeente kan wel betrokkenen melden dat het ernaar streeft om gebruik te maken van de vrijwilligersregeling maar of aan de fiscale voorwaarden is voldaan, kan pas achteraf worden bekeken op basis van het aantal vergaderingen en de daaraan gekoppelde presentievergoedingen. 6. Voorstel Wij stellen uw raad voor te besluiten om het presentiegeld voor het bijwonen van commissievergaderingen met ingang van 1 mei 2021 aan te merken als vrijwilligersvergoeding, als bedoeld in artikel 2, zesde lid van de Wet op de loonbelasting 1964 juncto artikel 3.96 aanhef en sub c van de Wet inkomstenbelasting 2001.
HET PRESIDIUM VAN DE GEMEENTE LEUDAL, De griffier,
De voorzitter,
Drs. W.A.L.M. Cornelissen.
D.H. Schmalschläger.