CConstaterende datLeudal
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit (concept)

Commissievergadering Bestuur en middelen 17 mei 2023, gemeente LeudalBij agendapunt: Vaststellen Verordening op de raadscommissies gemeente Leudal 20235.909 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1

Verordening op de raadscommissies gemeente Leudal 2023

De raad van de gemeente Leudal; Gelezen het voorstel van de griffier van 8 mei 2023; Gelet op artikel 82, eerste lid, van de Gemeentewet; Gezien het advies van de raadscommissie bestuur en middelen van 17 mei 2023; Besluit: Vast te stellen de navolgende ‘Verordening op de raadscommissies gemeente Leudal 2023’; HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: -

commissiegriffier: griffier van een raadscommissie of diens plaatsvervanger;

-

commissielid: lid van een raadscommissie of diens plaatsvervanger;

-

commissievoorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens plaatsvervanger;

-

griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger;

-

wet: Gemeentewet.

Artikel 2. Instelling raadscommissies Er is een: a. raadscommissie sociaal (kortweg: Cie SL), waarvan de werkzaamheden de volgende onderwerpen betreffen: 1° Sociaal domein; 2° Accommodatie- en subsidiebeleid; 3° Werkgelegenheid; 4° Sociale werkvoorziening; 5° Dorpsraden, dorpsontwikkeling en leefbaarheid; 6° Kunst- en cultuurbeleid; 7° Vrijwilligerswerk en mantelzorg; 8° Onderwijs en leerplicht; 9° Welzijn en sport; 10° Volksgezondheid.

2

b. raadscommissie fysiek (kortweg: Cie FK), waarvan de werkzaamheden de volgende onderwerpen betreffen: 1° Bouwen, wonen, volkshuisvesting en monumenten- en molenzorg; 2° Ruimtelijke ontwikkeling; 3° Beheer openbare ruimte, civiele techniek en nutsbedrijven; 4° Plattelandsvernieuwing en plattelandsfuncties; 5° Economie, retail, toerisme en recreatie, bedrijventerreinen, havens, waterwegen, midden- en kleinbedrijf, agrarische sector, markten; 6° Verkeer en vervoer; 7° Duurzaamheid, energie, natuur en milieu; 8° Afvalinzameling en afvalverwerking; 9° Vastgoed. c. raadscommissie bestuur en middelen (kortweg: Cie BM), waarvan de werkzaamheden de volgende onderwerpen betreffen: 1° Bestuurlijke verhoudingen en bestuurlijke vernieuwing; 2° Brandweer, politie en geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen; 3° Openbare orde en veiligheid, hoogwaterbescherming, buurtpreventie; 4° Gemeenschappelijke regelingen en verbonden partijen; 5° Lokale, regionale, provinciale, nationale en internationale samenwerking; 6° Dienstverlening en bedrijfsvoering; 7° Bestuurlijke portefeuilles burgemeester; 8° Vreemdelingenbeleid, opvang vluchtelingen en asielzoekers; 9° Handhaving; 10° Begraafplaatsen; 11° Horeca, kermissen en evenementen; 12° Financiën en belastingen. Artikel 3. Taken Een raadscommissie: a.

brengt advies uit aan de raad over die onderwerpen waarop haar werkzaamheden betrekking hebben; b. kan advies uitbrengen aan de raad over andere onderwerpen dan bedoeld onder a, en c. voert overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval de door hen verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de onderwerpen, bedoeld onder a. Artikel 4. Samenstelling; benoeming commissievoorzitter 1. Elke in de raad zitting hebbende fractie mag, per raadscommissie, leden aanwijzen en wel volgens de volgende formule dat per twee raadsleden in een fractie één commissielid per commissie mag worden aangewezen met een maximum van drie commissieleden per commissie en een minimum van één commissielid per commissie. 2. Elke in de raad zitting hebbende fractie mag in voorkomende gevallen van verhindering een waarnemer aanwijzen. 3. Zowel raadsleden als niet-raadsleden kunnen lid zijn. De artikelen 10, 11, 12 en 13 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing op commissieleden die geen raadslid zijn. 4. De commissievoorzitter wordt door de raad benoemd. 5. De plaatsvervangend commissievoorzitter wordt door de commissie uit haar midden benoemd.

3

Artikel 5. Zittingsduur en vacatures 1. De zittingsperiode van een commissievoorzitter eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad. Die commissievoorzitter dan wel een andere persoon kan bij of kort na het begin van de nieuwe zittingsperiode door de raad worden aangewezen als waarnemend commissievoorzitter om de periode te overbruggen totdat de raad, na het aantreden van een nieuwe coalitie, gaat besluiten om een nieuwe commissievoorzitter aan te wijzen voor de resterende duur van de nieuwe zittingsperiode. 2. De zittingsperiode van een commissielid eindigt niet met het einde van de zittingsperiode van de raad, tenzij de voorzitter van de desbetreffende fractie aan de griffier laat weten dat z’n fractie de aanwijzing van dat commissielid heeft ingetrokken. 3. Het lidmaatschap van commissieleden, aangewezen door een fractie die niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt van rechtswege. 4. Het lidmaatschap van een commissielid eindigt als niet meer wordt voldaan aan de in artikel 4, derde lid, gestelde eisen. 5. De raad kan een commissievoorzitter ontslaan. Een fractie kan haar aanwijzing van een commissielid intrekken. 6. Een commissievoorzitter kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als zijn opvolger is benoemd.

Een commissielid kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan zijn fractie. Het ontslag gaat in op de in die mededeling genoemde datum. 7. Als door overlijden of ontslag een vacature als commissievoorzitter ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan. Artikel 6. De commissiegriffier 1. De griffier van de raad wijst ter ondersteuning van iedere raadscommissie een op de griffie werkzame ambtenaar of, in samenspraak met de secretaris, een niet op de griffie werkzame ambtenaar aan als commissiegriffier. 2. Een commissiegriffier is aanwezig in vergaderingen. 3. Bij verhindering of afwezigheid wordt de commissiegriffier vervangen door een door de griffier van de raad aangewezen op de griffie werkzame ambtenaar of, in samenspraak met de secretaris, een niet op de griffie werkzame ambtenaar dan wel in samenspraak met een griffier van een regiogemeente een op de griffie van die regiogemeente werkzame ambtenaar. 4. Een commissiegriffier kan op uitnodiging van de commissievoorzitter aan beraadslagingen in vergaderingen deelnemen. HOOFDSTUK 2. VERGADERINGEN Paragraaf 1. Voorbereiding Artikel 7. Vergaderfrequentie 1. Het presidium stelt jaarlijks op voorstel van de griffier een vergaderrooster vast voor de vergaderingen van de gemeenteraad.

Het presidium doet daarbij ook een voorstel met betrekking tot de data voor vergaderingen van de raadscommissies. De commissies stellen vervolgens hun eigen vergaderschema vast.

4

2. Een raadscommissie vergadert voorts indien de voorzitter het nodig oordeelt of indien ten minste twee fracties schriftelijk met opgaaf van redenen daarom verzoeken. 3. De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag of aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover overleg met de commissiegriffier. Artikel 7A. Oproep en agenda 1. De commissievoorzitter zendt ten minste 10 kalenderdagen voor een vergadering de commissieleden een schriftelijke oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken. 2. In spoedeisende gevallen kan de commissievoorzitter na het verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering, wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden gezonden. 3. Op de stukken, bedoeld in het eerste en tweede lid, is artikel 8, derde lid, van toepassing. 4. De agenda wordt bij aanvang van een vergadering door de raadscommissie vastgesteld. Artikel 8. Ter inzage leggen van stukken 1. Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep op de gemeentelijke webstek gepubliceerd. Als na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken worden gepubliceerd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raadscommissie. 2.

De commissiegriffier draagt er zorg voor dat elektronisch beschikbare stukken zoveel mogelijk op de webstek van de gemeente worden geplaatst maar wel met inachtneming van de privacywetgeving. 3. Informatie van de raadscommissie of aan de raadscommissie verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, blijft in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier. Artikel 9. Openbare kennisgeving Commissievergaderingen worden ter openbare kennis gebracht langs elektronische weg waaronder ten minste is begrepen de gemeentelijke webstek. Paragraaf 2. Vergadering Artikel 10. Presentielijst De commissiegriffier houdt de presenties in vergaderingen bij. Artikel 11. Opening vergadering en quorum 1. Een vergadering wordt niet geopend voordat blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende commissieleden tegenwoordig is. 2. Als op grond van het eerste lid de vergadering niet kan worden geopend, belegt de commissievoorzitter opnieuw een vergadering op een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen.

5

3. Op een vergadering als bedoeld in het tweede lid is het eerste lid niet van toepassing. Een raadscommissie kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de ingevolge het eerste lid niet geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, als blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende commissieleden tegenwoordig is. Artikel 12. Advies; geen stemmingen 1. Als een raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt, beslissen de leden op voorstel van de commissievoorzitter over de inhoud van het advies. 2. In het advies worden – op hun desbetreffende verzoek - opgenomen de standpunten van alle fracties en commissieleden die geen raadslid zijn. 3. In een vergadering vinden geen stemmingen plaats, met uitzondering van stemmingen over (a) het bespreekrijp zijn van een raadsvoorstel voor een raadsvergadering, (b) het als een hamerstuk of bespreekstuk beschouwen van een raadsvoorstel voor een raadsvergadering, (c) geheimhouding en (d) met betrekking tot de orde. Artikel 13. Aantal spreektermijnen 1. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders beslist. 2. Spreektermijnen worden door de commissievoorzitter afgesloten. 3. Commissieleden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4.

Bij de bepaling hoeveel keer een commissielid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde. Artikel 14. Deelname aan de beraadslaging door anderen Een raadscommissie kan besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging. Artikel 15. Spreekrecht burgers 1. Burgers hebben spreekrecht. Zij kunnen het woord voeren in de commissievergadering over geagendeerde onderwerpen. Indien een spreker de commissie liever niet mondeling wil toespreken of verhinderd is de commissievergadering bij te wonen, dan kan hij/zij z’n inspreektekst voorafgaande aan de commissievergadering schriftelijk aan de commissie aanreiken, door tussenkomst van de commissiegriffier; de commissie behandelt die schriftelijke inbreng als ware ze mondeling ingebracht tijdens het spreekrecht. 2. Het woord kan niet gevoerd worden over: a. een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; b. benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; c. een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend; d. de vaste agendapunten: opening, vaststellen agenda, vaststellen besluitenlijst vorige vergadering, toezeggingenlijsten collegeleden, ingekomen stukken, mededelingen, rondvraag, volgende vergadering en sluiting.

6

3. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit voor de aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer, het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren én of hij wil inspreken bij het vaste agendapunt ‘Spreekrecht voor niet-commissieleden’ dan wel bij het begin van het agendapunt waarover hij wil inspreken. 4. De maximale spreektijd bedraagt 5 minuten. De commissievoorzitter bepaalt wanneer en hoeveel tijd insprekers precies mogen inspreken. Aansluitend aan het inspreken bestaat de mogelijkheid dat één of meer commissieleden een verhelderende vraag aan de inspreker willen stellen; het staat de inspreker vrij om die vraag al dan niet te beantwoorden. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering. Indien vanwege één belang (bijvoorbeeld: één gezin of één vereniging of één onderneming) meerdere insprekers zich aanmelden dat dienen die tezamen hun spreektijd binnen de 5 minuten te verdelen. 4. De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De commissievoorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. 5. De spreker voert het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend. 6.

De commissievoorzitter of een commissielid kan een voorstel doen voor de behandeling van de inbreng van de burger. Artikel 16. Handhaving orde en schorsing 1. De commissievoorzitter handhaaft de orde in de vergadering. 2. Hij roept sprekers tot de orde als deze zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaten, afwijken van het in behandeling zijnde onderwerp, andere sprekers herhaaldelijk interrumperen, dan wel anderszins de orde verstoren. Sprekers die hieraan geen gevolg geven kunnen door hem het woord ontnomen worden over het aanhangige onderwerp. 3. Hij kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en, als na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten. 4. Hij kan de raadscommissie voorstellen aan een commissielid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het commissielid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de commissievoorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het commissielid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd. Artikel 17. Voorstellen van orde Commissieleden kunnen tijdens een vergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen.

De raadscommissie beslist hier terstond over. Artikel 18. Besluitenlijst 1. Een commissiegriffier draagt zorg voor besluitenlijsten van vergaderingen. 2. Uit een besluitenlijst blijkt in ieder geval: a. de namen van de commissievoorzitter, de commissiegriffier, de commissieleden, de burgemeester en de wethouders, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben; b. een aantekening van welke commissieleden afwezig waren en hun eventuele waarnemers; c. een vermelding van de agendapunten die aan de orde zijn geweest; d. een zakelijke samenvatting van het besprokene indien en voor zover er géén videotulen (zie artikel 18A) zijn gemaakt en worden bewaard;

7

e. een samenvatting van het advies aan de raad met vermelding van de namen van de commissieleden die mededeling hebben gedaan van hun goed- of afkeuring en met aantekening van de namen van de commissieleden die zich niet hebben uitgelaten, en f. de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van artikel 14 door de raadscommissie is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. 3. Een conceptbesluitenlijst van een openbare vergadering wordt gelijktijdig met de verzending aan de commissieleden op de gebruikelijke wijze openbaar gepubliceerd. 4. Door de commissie vastgestelde besluitenlijsten worden door de raadsgriffie digitaal bewaard en op de gebruikelijke wijze openbaar gepubliceerd. 5. De commissiegriffier draagt er zorg voor dat de openbaar gepubliceerde (concept) besluitenlijsten in overeenstemming zijn met de vereisten van de Europese Algemene Verordening Gegevensbescherming en nationale privacywetgeving. 6. De vastgestelde besluitenlijst van een vergadering heeft dezelfde formele status als de videotulen van die vergadering. Artikel 18A. Videotulen 1. De commissiegriffier draagt er voor zorg dat van openbare vergaderingen audiovisuele verslagen (zogenoemde 'videotulen') worden gemaakt, die live worden gestreamd via het internet. 2.

De griffier zorgt er voor dat de videotulen worden bewaard en gearchiveerd conform de Archiefwet 1995 en de vigerende 'Selectielijst archiefbescheiden gemeenten en intergemeentelijke organen'. 3. De commissiegriffier draagt er zorg voor dat bezoekers van een vergadering vóór het betreden van de vergaderzaal er via een informatiebord op worden gewezen dat de vergadering live wordt uitgezonden, dat de videotulen worden bewaard en achteraf kunnen worden teruggekeken. Paragraaf 3. Besloten vergaderingen Artikel 19. Toepassing verordening op besloten vergaderingen Op besloten vergaderingen is deze verordening van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Artikel 20. Verslag besloten vergadering 1. Verslagen van besloten vergaderingen worden niet verspreid, maar uitsluitend voor de commissieleden ter inzage gelegd bij de commissiegriffier. 2. Deze verslagen worden niet ter vaststelling aan de commissie aangeboden. Commissieleden kunnen gedurende één maand na terinzagelegging bij de commissiegriffier van hun opvattingen over het verslag doen blijken.

De commissie kan te allen tijde besluiten om het verslag van de commissiegriffier openbaar te maken, inclusief – maar in dat geval wel met voorafgaande toestemming van het commissielid dat opmerkingen over het verslag aan de griffier had kenbaar gemaakt – de binnen bedoelde maand kenbaar gemaakte opvattingen van commissieleden. 3. De verslagen worden door de raadsgriffie digitaal bewaard.

8

Artikel 21. Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van artikel 89 van de wet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg gevoerd. Paragraaf 4. Toehoorders en pers Artikel 22. Toehoorders en pers 1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare vergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen. 2. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden. 3. De commissievoorzitter is bevoegd, wanneer de orde in de vergadering op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen vertrekken. 4. Hij is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen. Artikel 23. Geluid- en beeldregistraties Degenen die van een openbare vergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de commissievoorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen. HOOFDSTUK 3. SLOTBEPALINGEN Artikel 24. Intrekking oude verordening De ‘Verordening op de raadscommissies 2014’, oorspronkelijk vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Leudal d.d.

27 mei 2014, nadien gewijzigd in de vergadering van de raad van de gemeente Leudal d.d. 21 april 2015, wordt ingetrokken. Artikel 25. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking daags na haar vaststelling. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de raadscommissies gemeente Leudal 2023. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van de gemeente Leudal d.d. 30 mei 2023. DE RAAD VAN DE GEMEENTE LEUDAL, De griffier,

De voorzitter,

Drs. W.A.L.M. Cornelissen.

D.H. Schmalschläger

9

Toelichting op de verordening Artikel 3. Taken De taken van de raadscommissies zijn vastgelegd in artikel 82, eerste lid, van de Gemeentewet (hierna: wet). De raadscommissies bereiden de besluitvorming van de raad voor en overleggen met het college of de burgemeester. Wat betreft de invulling van de taken van de raadscommissies zijn er in Nederland ruwweg twee modellen te onderscheiden: ➢

in het eerste model is een raadscommissie vooral gericht op voorbereiding en informatievoorziening en vindt het politieke debat plaats in de raad. Dit is het in de gemeente Leudal gangbare model.

➢

in het tweede vindt het politieke debat plaats in een raadscommissie en geschiedt de besluitvorming door de raad.

De taak om de besluitvorming van de raad voor te bereiden komt tot uitdrukking in de taak advies uit te brengen over een voorstel of onderwerp. De raadscommissie kan ook uit eigener beweging advies aan de raad uitbrengen, ook dit advies kan aanleiding zijn voor besluitvorming in de raad. De taken van de raadscommissie zijn in essentie dezelfde als die van de raad, die van kaderstellend, controlerend en volksvertegenwoordigend orgaan. De raadscommissie bepaalt evenals de raad haar eigen agenda. Dit betekent dat niet het college , maar (de voorzitter van) de raadscommissie bepaalt of een voorstel aan de raadscommissie wordt voorgelegd alvorens het in de raad wordt besproken. Het presidium fungeert in de gemeente Leudal om dit te coördineren als een soort agendacommissie. Het presidium is verantwoordelijk voor de inhoudelijke afstemming van raads- en commissievergaderingen. Veelal zal het echter wel zo zijn dat een onderwerp eerst in een raadscommissie wordt besproken. Tegenwoordig komen varianten van vergaderen voor die geen vaste samenstelling hebben. Te denken valt aan vergaderingen in sessies en vergadertafel. De wettelijke bepalingen omtrent de raadscommissies zijn, ondanks het feit dat er niet gesproken kan worden van een vaste samenstelling, op deze varianten van vergaderen van toepassing.

Indien vergaderingen in het teken staan van de voorbereiding van besluitvorming van de raad en het overleg met het college of de burgemeester, is er sprake van een raadscommissie. Dergelijke voorbereiding van de besluitvorming van de raad is exclusief voorbehouden aan de raadscommissies en kan niet worden opgedragen aan overige commissies. Er dient bij deze varianten van vergaderen dus rekening gehouden te worden met alle vereisten die voor een raadscommissie gelden zoals een evenwichtige vertegenwoordiging (artikel 82, derde lid, van de wet). Artikel 4. Samenstelling; benoeming commissievoorzitter De raad bepaalt de samenstelling van de raadscommissies. Wel schrijft artikel 82, derde lid, van de wet voor dat de raad moet zorgen voor een evenwichtige vertegenwoordiging van de in de raad vertegenwoordigde politieke groeperingen. Om dit te bereiken schrijft het eerste lid voor dat een raadscommissie bestaat uit een minimum en maximum aantal leden per fractie (met een zekere evenredigheid aan het aantal zetels in de raad). De verhoudingen in de raadscommissies hoeven overigens blijkens jurisprudentie niet exact overeen te komen met de verhoudingen in de raad.

10

De commissieleden worden door de fracties aangewezen. Dit houdt in dat het aan de fracties zelf is om te bepalen wie de desbetreffende fractie vertegenwoordigen in de verschillende commissies. Aanwijzingen van ‘burgerleden’ als commissielid zijn niet mogelijk als het een ‘burgerlid’ betreft dat niet voldoet aan bepaalde vereisten van de wet (zie het derde lid). Uit het derde lid volgt dat de leden van een raadscommissie geen raadslid hoeven te zijn. Wel zijn het de fracties die de leden aanwijzen. Op grond van het derde lid moeten commissieleden, evenals raadsleden, voldoen aan hetgeen is bepaald in de artikelen 10, 11, 12 en 13 van de wet. Dit betekent onder andere dat zij achttien jaar moeten zijn, over een geldige verblijfstitel moeten beschikken, hun nevenfuncties openbaar moeten maken en geen functie als bedoeld in artikel 13 van de wet mogen vervullen. Om er voor te zorgen dat iedere fractie – met name ook de kleine fracties – in staat zijn om deel te nemen aan de vergaderingen van de raadscommissie bepaalt het tweede lid dat iedere fractie een waarnemend lid kan aanwijzen, zelfs al is het maar voor één keer. Voor hen gelden dezelfde eisen als voor vaste commissieleden. De raad benoemt de commissievoorzitters (vierde lid). Op grond van artikel 82, vierde lid, van de wet kan enkel een raadslid als voorzitter van een raadscommissie benoemd worden.

Een initiatiefvoorstel nummer 35.397 tot wijziging van de Gemeentewet in dezen ligt ter behandeling bij de Eerste Kamer van de Staten-Generaal. Artikel 5. Zittingsduur en vacatures De zittingsperiode van de voorzitter is even lang als de zittingsperiode van raadsleden, in principe dus vier jaar. De benoeming eindigt derhalve van rechtswege, de raad hoeft hem niet te ontslaan. De zittingsperiode van de commissieleden eindigt niet van rechtswege bij het einde van de zittingsperiode. In de gemeente Leudal is daar eerder al bewust voor gekozen. De reden daarvoor is om niet een te groot gat van enkele maanden te laten vallen tussen de start van de nieuwe zittingsperiode (ergens rond 1 april) en het pas na het aantreden van de nieuwe coalitie benoemen van nieuwe commissieleden (of zelfs het instellen van nieuwe commissies), dat doorgaans in juni gebeurt. Uiteraard kan een fractie een ‘oude’ aanwijzing van een commissielid kort na de start van de zittingsperiode intrekken. Ook kan het zo zijn dat een fractie door de gehouden gemeenteraadsverkiezingen niet terugkeert in de nieuwe zittingsperiode; dan eindigt het commissielidmaatschap van rechtswege. Artikel 7A.

Oproep en agenda Het eerste lid stelt verplicht dat de commissievoorzitter een vastgesteld aantal dagen vóór een vergadering de leden van zijn raadscommissie een schriftelijke oproep, waarin de vergadering wordt aangekondigd, en de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken stuurt (eerste lid). De stukken worden digitaal aangeboden (via iBabs). De oproep vermeldt de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering. In het eerste lid gaat het om een voorlopige agenda. In de dagelijkse praktijk van de gemeente zal het niet altijd mogelijk zijn om ruim voor de commissievergadering een agenda op te stellen, die ook zicht heeft op de actualiteiten. In een dergelijke situatie kan de commissievoorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep zo nodig een aanvullende agenda en stukken rondsturen (tweede lid).

11

Als omtrent stukken op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier en verleent deze de commissieleden op verzoek inzage (derde lid juncto artikel 8, derde lid). Van geheimhouding wordt melding gemaakt op de stukken. Uiteindelijk bepaalt een raadscommissie zijn eigen agenda. De agenderende rol van een raadscommissie komt tot uitdrukking in het vierde lid. Het vaststellen van de voorlopige agenda gebeurt door de commissievoorzitter, de commissiegriffier legt hem daartoe een concept voorlopige agenda ter vaststelling voor. Artikel 8. Ter inzage leggen van stukken Geïnteresseerden moeten de mogelijkheid hebben om stukken in te zien. Daarom worden alle stukken gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep ter inzage aangeboden (eerste lid). Die stukken worden op elektronische wijze aangeboden (tweede lid). Dit gaat via een digitaal raadsinformatiesysteem (iBabs) dat een koppeling kent met de gemeentelijke webstek. De commissiegriffier vervult de secretariaatsfunctie ten dienste van de commissie.

Daarom worden stukken die betrekking hebben op de agenda en de voorstellen van de commissievergadering en die niet digitaal beschikbaar zijn, of wél digitaal beschikbaar zijn maar een voor elektronische publicatie te grote bestandsomvang hebben, bij hem ter inzage gelegd. Stukken waarop op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd liggen voor de commissieleden (en de raadsleden) ter inzage bij de griffier. Artikel 9. Openbare kennisgeving Met dit artikel wordt invulling gegeven aan het voorschrift van artikel 82, vijfde lid, van de wet. De agenda en de daarbij behorende voorstellen, met uitzondering van de informatie waarop een verplichting tot geheimhouding rust, worden tegelijkertijd met de oproeping en op een bij de openbare kennisgeving aan te geven wijze, zijnde digitaal, ter inzage gelegd. Artikel 10. Presentielijst De (door de commissiegriffier bij te houden) presentielijst is nodig om formeel vast te stellen dat het vergaderquorum aanwezig is. Daarnaast is de presentielijst van belang om de vergoedingen van de niet-raadsleden die lid zijn van de raadscommissie te kunnen vaststellen. Artikel 11. Opening vergadering en quorum Artikel 20 van de wet regelt het vergaderquorum van de raad. Voor de raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de wet. Artikel 11 voorziet hierin.

Indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is kan worden vergaderd (eerste lid). Het derde lid voorziet in een regeling voor een nieuwe vergadering indien het quorum niet bereikt is, anders zou de afwezigheid van leden van een raadscommissie de voortgang van werkzaamheden kunnen belemmeren. Uiteraard staat op het moment dat de voorzitter de datum en het tijdstip van de nieuwe vergadering bepaalt, nog niet vast op welk moment de schriftelijke oproep uitgaat. Indien er enkele dagen tussen de twee vergaderingen zitten, mag er vanuit worden

12

gegaan dat het mogelijk is om 24 uur van tevoren een schriftelijke oproep te versturen (tweede lid). Overigens ligt het in de rede dat de voorzitter overlegt met de raadscommissie over de datum van een nieuwe vergadering. Artikel 12. Advies; geen stemmingen Door gebruik van het woord beslissen in het eerste lid kan de suggestie gewekt worden dat in de commissievergadering ook ‘echte’ Algemene wet bestuursrecht besluiten kunnen worden genomen. Dit is echter niet het geval. Een raadscommissie neemt geen beslissingen maar bereidt de besluitvorming in de raad voor en overlegt met het college en de burgemeester. Alleen in de raadsvergadering kunnen besluiten worden genomen. Wel kan een raadscommissie gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan de raad. Ten behoeve van het debat in de raad en om recht te doen aan de mening van alle fracties, inclusief minderheidsstandpunten, worden - desgevraagd door de fracties - de standpunten van fracties in het advies opgenomen. Het ligt voor de hand dat indien een lid het niet eens is met het fractiestandpunt, hier afzonderlijk melding van wordt gemaakt in het advies aan de raad. Artikel 13. Aantal spreektermijnen Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te worden. Een spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten (tweede lid).

Dit hoeft overigens niets te veranderen aan de praktijk dat een portefeuillehouder antwoordt na de inbreng van de commissieleden in de eerste en tweede termijn. Een verzoek van een commissielid na afloop van de tweede termijn om nog een korte reactie te geven, dient de voorzitter niet te honoreren. Indien de raadscommissie van mening is dat na de tweede termijn verdere beraadslaging nodig is, kan zij daartoe uitdrukkelijk besluiten (eerste lid). Artikel 14. Deelname aan beraadslaging door anderen Deze bepaling is noodzakelijk in verband met de in artikel 22 van de wet geregelde immuniteit, dat in artikel 82, vijfde lid, van de wet van overeenkomstige toepassing wordt verklaard op leden van raadscommissies en andere personen die aan de beraadslagingen deelnemen. Het is uiteraard ook mogelijk dat een raadscommissie bepaalt dat een bepaalde functionaris in bepaalde gevallen altijd aan de beraadslaging mag deelnemen. Het gaat in deze bepaling om anderen dan de leden, de voorzitter, de burgemeester en de wethouders. Deze hebben op grond van artikel 21, gelezen in samenhang met artikel 82, vijfde lid, van de wet de mogelijkheid om aan de beraadslagingen deel te nemen. Op grond van dit artikel kan bijvoorbeeld een ambtenaar van de concernorganisatie óf een inspreker (zie hierna, artikel 15) uitgenodigd worden. Uiteraard hebben deze andere sprekers niet dezelfde rechten als de leden.

Een andere spreker heeft onder meer geen recht om een voorstel over de spreektijd of over de orde van de vergadering te doen. Artikel 15. Spreekrecht burgers Het geven van spreekrecht aan burgers is een manier om burgers meer te betrekken bij de besluitvorming van de raad. Doordat de raadsvergadering het sluitstuk is van het besluitvormingsproces dat lang daarvoor is begonnen (ambtelijke organisatie, college, commissies) is er voor gekozen het spreekrecht op te nemen in de Verordening op de raadscommissies gemeente Leudal 2023. In die fase zijn de fracties nog bezig hun mening te vormen. Een inspreekmogelijkheid tijdens de raadsvergadering is doorgaans minder effectief

13

(‘schijnspreekrecht’), vandaar dat de gemeenteraad die mogelijkheid van spreekrecht niet heeft opgenomen in zijn reglement van orde voor de raadsvergaderingen. Het spreekrecht geldt alleen voor ‘inhoudelijke’ agendapunten. De tekst in de verordening (tweede lid aanhef en sub d) spreekt voor zich. Daarnaast zijn ook enkele ‘inhoudelijke’ agendapunten uitgezonderd (tweede lid aanhef en sub a t/m c). De burgers die wensen in te spreken kunnen zich tot aan het begin van de vergadering melden bij de commissiegriffier. Door niet uitdrukkelijk een vroegere aanmeldtermijn te hanteren wordt met het aanmelden voor spreekrecht flexibel omgegaan de servicegerichtheid naar de burger vergroot. In het vierde lid is ervoor gekozen om een burger slechts éénmaal het woord te geven en geen discussie te laten plaatsvinden. Op voorstel van de voorzitter, die in eerste instantie voor een ordentelijk verloop van de vergadering moet zorgen en dus moet kunnen aanvoelen of een verkorting of verlenging van de spreektijd gewenst is, kan van de toegekende maximale spreektijd worden afgeweken. Artikel 16. Handhaving orde en schorsing Artikel 26 van de wet geeft aan dat de voorzitter bij een raadsvergadering bevoegd is om de orde in de vergadering te handhaven. Voor de commissievergaderingen ontbreekt een dergelijke bepaling, deze is daarom in artikel 16 opgenomen.

Ingevolge het eerste lid is de commissievoorzitter belast met de handhaving van de orde in de commissievergaderingen. Op basis van het vierde lid kunnen alle sprekers in bepaalde gevallen door de voorzitter tot de orde worden geroepen en kan hen zo nodig over het aanhangige onderwerp het woord ontzegd worden. Ook kan de voorzitter de vergadering schorsen en bij herhaling van de verstoring van de orde, de vergadering sluiten (derde lid). In het uiterste geval kan hij een lid het verdere verblijf ontzeggen en hem uit de vergadering doen verwijderen. Indien een lid blijft volharden in zijn gedrag kan hem de toegang tot de vergadering voor ten hoogste drie maanden worden ontzegd (tweede lid). Voor wat betreft de handhaving van de orde op de publieke tribune wordt verwezen naar artikel 22. Om te bevorderen dat leden van raadscommissies zich niet belemmerd voelen om hun mening te uiten bepaalt artikel 82, vijfde lid, van de wet bovendien dat artikel 22 van de wet van overeenkomstige toepassing is op leden van raadscommissies. Hierdoor zijn leden van raadscommissies niet in rechte te vervolgen, aan te spreken of verplicht getuigenis af te leggen over hetgeen zij in de vergadering zeggen of schriftelijk overleggen. Dit geldt voor zowel raadsleden als niet-raadsleden. Artikel 17. Voorstellen van orde Ieder lid heeft te allen tijde het recht een voorstel van orde te doen.

De beslissing of er inderdaad sprake is van een voorstel van orde is aan de raadscommissie. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder beraadslaging, besloten door de raadscommissie. Bij het staken van stemmen is het voorstel niet aangenomen (artikel 32, vierde lid, van de wet is hierop niet van toepassing). Een voorstel van orde betreft bijvoorbeeld het schorsen van de vergadering voor een (overleg) pauze of een voorstel over de (beperking van de) spreektijden van de leden en overige deelnemers aan de commissievergadering.

14

Artikel 18A. Videotulen Van elke openbare commissievergadering worden audiovisuele verslagen gemaakt (de zogenoemde ‘videotulen’) én uitgezonden (‘gestreamd’) via het internet. Dat gebeurt actueel via de dienstverlening van het bedrijf Company Webcast uit Capelle aan den IJssel. Daardoor hoeven belangstellenden niet per se naar de vergaderzaal te komen om te zien en te horen hoe de commissievergadering verloopt. Bovendien kan ook achteraf een vergadering nog eens worden nagekeken. Klik hierop voor aankomende vergaderingen dan wel voor het archief van de vergaderingen. Gelet op het audiovisuele ‘bewijs’ dat videotulen leveren van hetgeen in een vergadering is besproken en besloten kan de besluitenlijst (artikel 18) beperkt van opzet blijven en behoeven daarin bijvoorbeeld geen zakelijke samenvattingen van het besprokene te worden vermeld. Artikel 19. Toepassing verordening op besloten vergaderingen Bij bepalingen die van overeenkomstige toepassing zijn kan onder meer gedacht worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van stukken, het vergaderquorum en voorstellen van orde. De bepalingen van deze verordening zijn echter niet van toepassing, voor zover de toepassing van die bepalingen strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen beeld- en geluidsregistraties voor openbaar gebruik gemaakt kunnen worden.

Ten aanzien van de stukken die betrekking hebben op een besloten vergadering en het behandelde zal een raadscommissie moeten besluiten of geheimhouding als bedoeld in hoofdstuk Va van de wet wordt opgelegd dan wel opgeheven. Artikel 20. Verslag besloten vergadering Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de wet is artikel 23 van de wet van overeenkomstige toepassing. Het vierde lid van artikel 23 van de wet schrijft voor dat van een besloten vergadering een afzonderlijk verslag wordt opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt, tenzij de raad en in casu dus een raadscommissie anders beslist. In aanvulling hierop bepaalt het eerste lid dat het verslag van een besloten vergadering ter inzage ligt bij de commissiegriffier. Artikel 21. Opheffing geheimhouding Een raadscommissie kan geheimhouding op informatie leggen en die informatie tevens aan de raad verstrekken. De raad kan de geheimhouding opheffen van aan de raad verstrekte informatie (artikel 89, vierde lid, van de wet) die een raadscommissie aan de raad oplegt. Wel bestaat er een overlegverplichting, waarmee recht wordt gedaan aan het principe van hoor en wederhoor. Artikel 22. Toehoorders en pers Artikel 26, eerste en tweede lid, van de wet regelen dat de voorzitter van de raad toehoorders die de orde verstoren, kan doen vertrekken en bij volharding in hun gedrag de toezegging kan ontzeggen.

Voor raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de wet, het derde lid voorziet hierin.

15

Artikel 23. Geluid- en beeldregistraties Aangezien de vergaderingen van een raadscommissie in principe openbaar zijn, kunnen radio- en tv- stations geluid- en beeldregistraties maken. Dit is uiteraard niet het geval als het een besloten vergadering betreft. Wel dient rekening gehouden te worden met de privacy van insprekers of publiek. Raadsleden daarentegen hebben een publieke functie. Het is mogelijk om een aanwijzing te geven dat publiek slechts vanaf een bepaalde afstand in beeld mag worden gebracht. Ook kan een aanwijzing zijn dat burgers die inspreken niet gefilmd mogen worden, uiteraard in overleg met de insprekers. Mogelijk hebben zij geen probleem met beeldregistraties.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leudal&id=dc345664-8098-4a52-984a-57cafcff8778