CConstaterende datLeudal
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit 28apr20 vaststelling Beleidskader Duurzame Energie + dat beleidskader

Raadsvergadering 20 april 2021, gemeente LeudalBij agendapunt: Bespreken motie vreemd aan de orde van de dag over wijze van uitvoering door college van motie raadsvergadering 22 december 2020 inzake uitvoeringsproces beleidskader duurzame energie (zon en wind)5.686 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

CONCEPT

Raadsbesluit De gemeenteraad van de gemeente Leudal; Agendapunt 4

Gezien het voorstel van het college d.d. 18 februari 2020, nummer BenW\1467; Overwegende dat: a. het ontwerp bestemmingsplan “Duurzame Energie” ter inzage heeft gelegen van 5 november 2019 tot en met 16 december 2019; b. gedurende deze periode twee reacties zijn ingekomen en dertien zienswijzen zijn ingediend; c. in het bij dit besluit behorende “Standpunt Zienswijzen ‘Paraplubestemmingsplan Duurzame Energie’ en ‘Beleidskader Duurzame Energie’” een standpunt is ingenomen naar aanleiding van deze reacties en zienswijzen; d. dit standpunt aanleiding geeft het bestemmingsplan en beleidskader te wijzigen. Gelet op: het bepaalde in artikel 3.1 en verder van de Wet ruimtelijke ordening; het bepaalde in artikel 108 van de Gemeentewet; de bepalingen in de Algemene wet bestuursrecht. Mede gelet op de in de raadsvergadering van 28 april 2020 aangenomen amendementen:  4.1 van de fracties Samen Verder + CDA + D66 + Progressief Akkoord Leudal + Leudal Sociaal;  4.2 van de fractie Ronduit Open;  4.3 van de fractie CDA;  4.4 van de fracties CDA + Leudal Sociaal. Besluit: I. Oorspronkelijk collegevoorstel 1. Standpunt in te nemen naar aanleiding van de ingediende reacties en zienswijzen overeenkomstig het bij dit besluit behorende en gewaarmerkte “Standpunt Zienswijzen ‘Paraplubestemmingsplan Duurzame Energie’ en ‘Beleidskader Duurzame Energie’”. 2.

Het paraplubestemmingsplan “Duurzame Energie”, zoals dit in ontwerp ter inzage heeft gelegen, gewijzigd vast te stellen overeenkomstig: a. de bij dit plan behorende digitale dataset met planidentificatienummer NL.IMRO.1640.BP19LeuDrzmEnergie-VG01 en de bijbehorende ondergrond o_ NL.IMRO.1640.BP19LeuDrzmEnergie-VG01.dxf; b. de gewaarmerkte analoge planstukken, bestaande uit de regels, verbeelding en toelichting. 3. Het beleidskader “Duurzame Energie”, zoals dit in ontwerp ter inzage heeft gelegen, gewijzigd vast te stellen overeenkomstig het gewaarmerkte analoge beleidskader met bijlagen. 4. Het kader “Uitgangspunten windenergie”, vastgesteld door de gemeenteraad Leudal op 22 maart 2016, in te trekken. 5. In principe in te stemmen met het verzoek van Leudal Energie voor een zonneweide op de locatie Terbetenweg in Nunhem, conform het verzoek zoals opgenomen in de bijlage bij het raadsvoorstel. II. Amendement 4.1 In afwijking van en in aanvulling op het voorgestelde besluit en de voorgestelde planvoorschriften, in dit dictum bedoeld sub I, de definitie van beekdalen gelijk te stellen aan de definitie beekdalen in bijlage 11 van het bestemmingsplan buitengebied en de energiekansenkaart daarop aan te passen.

Datum Betreft Pagina

28 april 2020 Vaststellen bestemmingsplan Duurzame Energie 2 van 2

III. Amendement 4.2 Het bepaalde in het dictum van dit raadsbesluit sub I, onder 2 + 3, te begrijpen met dien verstande dat zonneweiden, tenzij waarden en/of belangen in de omgeving van de locatie zich daartegen verzetten, moeten worden toegestaan op bouwkavels van veehouderijbedrijven die in het kader van het stikstofbeleid van de rijksoverheid in aanmerking komen voor bedrijfsbeëindiging of bij bedrijfsbeëindiging van bedrijven waarvan de stankcirkel zich uitstrekt over nabij gelegen woonkernen + dat het college op basis hiervan een regeling uitwerkt en die ter goedkeuring aan de gemeenteraad voorlegt. Amendement 4.3 Het bepaalde in het dictum van dit raadsbesluit sub I, onder 2 + 3, te begrijpen met dien verstande dat het paraplubestemmingsplan ‘Duurzame Energie’ en het beleidskader ‘Duurzame Energie’ zodanig worden aangepast dat, waar het industriegebieden betreft die niet zijn ingekleed, er geen zone gehandhaafd hoeft te worden van 200 meter vooraleer men een zonneweide kan realiseren.

Amendement 4.4 Het bepaalde in het dictum van dit raadsbesluit sub I, onder 2 + 3, te begrijpen met dien verstande dat het paraplubestemmingsplan ‘Duurzame Energie’ en het beleidskader ‘Duurzame Energie’ zodanig worden aangepast dat naast de beoordeling op basis van 50% coöperatief uitbaten, het ook mogelijk is om zonder coöperatieve component een zonneweide te financieren en te exploiteren. Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van de gemeente Leudal, 28 april 2020. DE RAAD VAN DE GEMEENTE LEUDAL De griffier,

De voorzitter,

Drs. W.A.L.M. Cornelissen

D.H. Schmalschläger

Kader duurzame energie (zon en wind) Gemeente Leudal – Vastgesteld 28 april 2020

Inhoud Samenvatting Inleiding 1. Waarom dit kader? 2. Doel en doelgroepen 3. Doelstelling duurzame opwekking 4. Huidig beleid in gemeente Leudal Uitnodigingskader 5. Uitgangspunten 6. Ontwerpprincipes 7. Beoordeling van initiatieven 8. Fase 1 t/m 7 Evaluatie

Samenvatting Uitnodigingskader grootschalige opwek Uitgangspunten bij zonnevelden en windmolens De opgave voor het opwekken van duurzame energie volgt het Klimaatakkoord. Voor invulling van de opgave zal het in ieder geval noodzakelijk zijn dat geschikte daken voor zonne-energie zullen worden ingezet.

Aanvullend is grondgebonden zonne-energie en windenergie nodig. Het landschap is leidend voor de locaties voor duurzame energie. Op de Energiekansenkaart zijn de kansrijke gebieden in kaart gebracht.

Proces initiatief 1. Informatieronde: eerste toets aan landschapskaart

2. Gemeente stelt periode open waarbinnen initiatiefnemers plan kunnen indienen (openstellingsronde)

3. Gemeente toetst en weegt plannen op basis van de criteria uit dit uitnodigingskader

Wij streven naar een concentratie van zonnevelden en windmolens alsmede andere vormen van functiemenging. Biodiversiteit dient daarbij te worden ondersteund.

Voldoen aan de kwalitatieve eisen bij de uitvoering (ontwerpprincipes).

Er is aandacht voor de maatschappelijke meerwaarde van de omgeving. Een profijtplan maakt onderdeel uit van het plan.

Wij zetten in op 50% coöperatief eigendom en volgen hierbij de principes van coöperatief ondernemen van REScoopNL.

Plannen zijn aantoonbaar uitvoerbaar (juridisch, technisch, financieel, maatschappelijk).

4. Gemeente selecteert maximaal drie plannen waarover omgevingsdialoog wordt gevoerd

5. Gemeente kiest op basis van beoordeling uit stap 3 en dialoog uit stap 4 het gewenste plan

6. Initiatiefnemer vraagt omgevingsvergunning aan

7. Gemeente neemt aanvraag in behandeling en beoordeelt deze

Inleiding

Waarom dit kader? Het nationale Klimaatakkoord bevat de algemene doelstelling om de CO2 uitstoot in 2050 ten opzichte van 1990 met 95% te reduceren. Naast energiebesparing betekent dit ook de transitie van fossiele energiebronnen zoals aardgas en aardolie naar onder andere zonneen windenergie. Ook in de gemeente Leudal dient daarom grootschalig hernieuwbare elektriciteit opgewekt te worden. Wanneer zonnepanelen op alle geschikte gebouwen in Leudal liggen en dit wordt opgeteld bij de huidige capaciteit van de bestaande en vergunde windmolens, wekken deze alsnog slechts een deel van de toekomstige energievraag in 2050 op. Voor de restvraag is aanvullend grootschalige opwek nodig. Dit kan via grondgebonden zonnevelden en aanvullende windturbines, want dit zijn bewezen technologieën die binnen afzienbare termijn in Leudal te realiseren zijn. Grootschalige opwekking van zonne-energie en windenergie vindt in het buitengebied plaats en heeft een grote ruimtelijke impact. De kwaliteit van het landschap is leidend voor het buitengebied in de gemeente Leudal. Daarom is dit kader voor zonne- en windenergie opgesteld, zodat projecten zich hier op een wenselijke manier voltrekken en bijdragen aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit.

Doel en doelgroepen Het doel van dit document is om duidelijkheid te scheppen over: > ‘Waar’ in Leudal welke vormen van grootschalige energieopwekking uit (grondgebonden) zon en wind mogelijk zijn; > ‘Hoe’ (onder welke voorwaarden) dit tot ontwikkeling kan komen o.b.v. bestaande technieken. Het tweede deel van dit document (‘Kader grootschalige opwek’) concretiseert het ‘waar’ en ‘hoe’.

De inhoud van dit kader kwam mede tot stand door de input van inwoners en ondernemers in de gemeente. Dit kader komt voort uit het Paraplubestemmingsplan ‘Duurzame Energie’ van de gemeente Leudal en dient ook als handvat om aan de slag te gaan met de Omgevingswet.

‘Hoeveel duurzame energie opgewekt gaat worden in Leudal wordt vastgesteld o.b.v. de Regionale Energie Strategie. Dit document is van belang voor de volgende doelgroepen: > De gemeentelijke organisatie: gemeenteraad, Innovatieve opwekkingsmethodes college van B&W en de ambtelijke organisatie; In dit document zijn de bestaande duurzame > De initiatiefnemers van plannen: commerciële energieopwekkingstechnieken het uitgangspunt (=zonnepaneel partijen of burgerinitiatieven; en windturbine). Innovaties zijn niet uitgesloten en zeker welkom > De omgeving: bewoners, bedrijven, verdere indien aantoonbaar technisch en financieel haalbaar. gebruikers van landelijk gebied.

Doelstelling duurzame opwek De nationale doelstelling is om in 2030 49% en in 2050 95% minder CO2-uitstoot te produceren, beide ten opzichte van 1990. De gemeente Leudal heeft haar duurzaamheidsvisie ’Duurzaam Leudal 2030’ vastgesteld op 25 juni 2019. Hierin wordt verwezen naar de Regionale Energie Strategie (RES). Uit het RES proces zal de doelstelling van gemeente Leudal voor duurzame energie opwek volgen. Deze elektriciteit dient te worden opgewekt door een optimale mix van windmolens en zonnepanelen, zodat bijvoorbeeld de stroomopwek uit wind en zon gelijkmatig verdeeld is. Er zijn verschillende scenario’s mogelijk binnen. Een scenario kan zijn om binnen de gemeentegrenzen een duurzame elektriciteitsproductie van 1,140 TJ per jaar (in 2050) te realiseren: > 397 TJ door windmolens, ofwel 17 grote windmolens van circa 3 MW; > 267 TJ door grondgebonden zonnepanelen, ofwel ca. 100 hectare zonneveld (ongeveer 0,6% gemeentelijke oppervlakte); > 476 TJ door zonnepanelen op gebouwen Deze aantallen zijn nodig om in de eigen energiebehoefte te voorzien. Dit scenario is ook afgebeeld in de afbeelding hiernaast.

Het voorliggende kader gaat over grote windmolens en grondgebonden zonnepanelen. De aantallen zijn gebaseerd op de huidige stand van de techniek en houden rekening met de energiebesparing tot 2050. Momenteel staan in de gemeente Leudal 5 windmolens en zijn er 5 verdere vergund. Er zijn nog geen grote grondgebonden zonnevelden.

Huidig beleid in gemeente Leudal Plangebied bestemmingsplan Buitengebied Leudal Dit uitnodigingskader vormt de basis voor beoordeling van initiatieven voor het opwekken van duurzame energie binnen het grondgebied van de gemeente Leudal. Het voorliggende uitnodigingskader vervangt de notitie Uitgangspunten windenergie, vastgesteld door de gemeenteraad Leudal op 26 april 2016. De gemeente definieert zonnevelden als opstelling van zonnepanelen, die: > grond- of watergebonden zijn; > ruimtelijk samenhangen; > niet voor het directe eigen verbruik van een huishouden of kleinbedrijf dienen (kleinverbruikersaansluiting tot 3 x 80A); > zich bevinden buiten het bouwvlak in het bestemmingsplan Een windpark definieert de gemeente als volgt: > een ruimtelijk samenhangend project met één of meer windmolens; > De [masthoogte/ tiphoogte] is hoger dan 20 meter vanaf het maaiveld.

Uitnodigingskader

Uitgangspunten (I) De Gemeente Leudal kiest voor de volgende algemene uitgangspunten voor zonnevelden en windmolens (=huidige techniek). > Uitgangspunt 1: De opgave voor het opwekken van duurzame energie volgt het Klimaatakkoord. Voor invulling van de opgave zal het in ieder geval noodzakelijk zijn dat geschikte daken voor zonneenergie worden ingezet. Wanneer zonnepanelen op alle geschikte gebouwen in Leudal liggen en dit wordt opgeteld bij de huidige capaciteit van de bestaande en vergunde windmolens, wekken deze alsnog slechts een deel van de toekomstige energievraag in 2050 op. Voor de restvraag is aanvullend grootschalige opwek nodig. Dit kan via grondgebonden zonnevelden en aanvullende windturbines, want dit zijn bewezen technologieën die binnen afzienbare termijn in Leudal te realiseren zijn. Initiatiefnemers dienen daarbij de Zonneladder (bijlage 1) te volgen en aan te tonen dat ze onderzocht hebben of een locatie op een lagere trede van de ladder niet (voldoende) beschikbaar is of niet geschikt is.

Grootschalige opwekking van zonne-energie en windenergie vindt in het buitengebied plaats en heeft een grote ruimtelijke impact. De gemeente Leudal heeft een uniek en karakteristiek landschap. Het landschap vormt de basis voor ruimtelijke ontwikkelingen en heeft een verbindende functie. De hoge landschaps- en cultuurhistorische waarden met maas- en beekmeanders, natuur- en bosgebieden, ontginningsgebieden en beschermde stads- en dorpsgezichten dienen daarom niet alleen beschermd en behouden te worden, maar kunnen versterkt worden. Dit is mogelijk door ontwikkelingen in te zetten voor het versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Ruimtelijke kwaliteit is de balans tussen: - Belevingswaarde (de ervaring van de leefomgeving en de ruimte om hierin prettig te wonen, werken en recreëren); - Toekomstwaarde (het voorkomen van onomkeerbare gevolgen, waardoor generaties na ons dezelfde of een betere leefomgeving hebben); - Functionele / gebruikswaarde (de mogelijkheid de ruimte te gebruiken voor praktische doelen).

De gemeente Leudal streeft het geheel aan waarden na bij de realisatie van duurzame energie. Duurzame energie moet bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit van onze gemeente.

Uitgangspunten (II) >

Uitgangspunt 2: Het landschap is leidend voor de locaties voor duurzame energie. Op de Energiekansenkaart zijn de kansrijke gebieden in kaart gebracht.

Gemeente Leudal kiest voor het principe dat onder voorwaarden ontwikkelingen worden toegestaan (“ja mits”) of worden uitgesloten, afhankelijk van het landschap. De beoordeling vindt plaats door de projectlocatie op de Energiekansenkaart te projecteren en te constateren of zonof windenergie mogelijk is. Vervolgens dient via de kaart “Nieuw landschappelijk raamwerk” het landschapstype te worden geselecteerd.

Via de bijlagen “Ontwikkelmatrix” en “Ontwerpprincipes per landschapstype” (dan wel de leidraad voor kernen of bedrijventerreinen) worden de voorwaarden voor ontwikkeling geschetst.

Uitgangspunten (II) >

>

Uitgangspunt 3: Concentratie > Waar mogelijk, streeft de gemeente Leudal naar het combineren van zonnevelden en windmolens op een locatie wanneer hier het landschap door wordt versterkt en dit een maatschappelijke meerwaarde heeft. Indien deze situatie zich voordoet / meerdere initiatieven in één gebied een ontwikkeling arrangeren, worden de initiatiefnemers gecombineerd en planmatig opgestart. Uitgangspunt 4: Gemeente Leudal stelt kwalitatieve eisen aan de uitvoering van zonnevelden (zie afbeelding hiernaast), o.a. > Hoogtes panelen / hekwerk > Opstelling (zuid of oost-west) afhankelijk van landschap > Het versterken van de biodiversiteit > Esthetica benodigde gebouwen, waaronder trafohuisjes > Opleveren gronden na beëindiging activiteit in dezelfde of verbeterde kwaliteit zoals ze voor begin van de activiteit waren. > Zoeken naar koppelkansen met klimaatadaptatie

Uitgangspunten (III) >

Uitgangspunt 5 - Profijtplan: > De initiatieven dienen een profijtplan voor te leggen, welke inzichtelijk maakt hoe een deel van de opbrengsten (in kWh en euro’s) terugvloeit in de lokale gemeenschap. Ook kan een storting in het groenfonds hier onderdeel van zijn.

>

Uitgangspunt 6 – Er wordt nagestreefd om 50% van de nieuwe initiatieven coöperatief te laten zijn: > Zo wordt er nagestreefd dat ten minste 50% van de aandelen van de lokale omgeving is. Dit is in lijn met het Klimaatakkoord. Hierbij wordt aangesloten bij de zeven principes voor coöperatief ondernemen zoals ontwikkeld door REScoopNL en als bijlage 2 bij dit kader gevoegd.

>

Uitgangspunt 7 – aantonen van uitvoerbaarheid: > De initiatiefnemer van het project toont aan dat met de netwerkbeheerder contact is geweest over de aansluiting op het elektriciteitsnet en dat met de grondeigenaren een overeenkomst bestaat. > De initiatiefnemer toont de financiële uitvoerbaarheid aan o.b.v. standaard RVO haalbaarheidsstudie model. > De initiatiefnemer van het project toont – door toepassing te geven aan de beleidsuitgangspunten van de Omgevingsdialoog – aan dat het project maatschappelijk uitvoerbaar is.

Beoordeling van initiatieven

Proces initiatief 1. Informatieronde: eerste toets aan landschapskaart

Dit uitnodigingskader concretiseert waar in gemeente Leudal welke vormen van grootschalige zonnevelden en windmolens wenselijk zijn en onder welke voorwaarden de ontwikkelingen kunnen plaatsvinden. Bij de beoordeling van initiatieven voor zonnevelden en windmolenprojecten doorlopen de initiatiefnemer en de gemeente samen een proces dat in vereenvoudigde vorm hiernaast staat. In ogenschouw moet worden genomen dat duurzame energieopwekking in Leudal gaat plaatsvinden op zowel daken als gronden en zowel op “reststroken grond” (bijv. bermen) als op landbouwgronden. De volgende pagina’s beschrijven wat de verschillende fases inhouden, wat de gemeente van de initiatiefnemers verwacht en wat de gemeente zelf doet.

2. Gemeente stelt periode open waarbinnen initiatiefnemers plan kunnen indienen (openstellingsronde)

3. Gemeente toetst en weegt plannen op basis van de criteria uit dit uitnodigingskader

4. Gemeente selecteert maximaal drie plannen waarover omgevingsdialoog wordt gevoerd

5. Gemeente kiest op basis van beoordeling uit stap 3 en dialoog uit stap 4 het gewenste plan

6. Initiatiefnemer vraagt omgevingsvergunning aan

7. Gemeente neemt aanvraag in behandeling en beoordeelt deze

1. informatieronde >

>

>

>

Voordat een initiatiefnemer een principeverzoek indient is het de bedoeling dat het initiatief eerst besproken wordt met gemeente Leudal in de informatieronde. Hierin wordt het initiatief eerst getoetst aan de landschapskaart. De initiatiefnemer levert voorafgaand een korte omschrijving van het initiatief, een kaart van het plangebied, de grootte van het initiatief en een indicatie van het vermogen aan. Van de initiatiefnemer wordt verwacht dat voorliggend document aandachtig is doorgenomen. Initiatiefnemer kan ook zelf de haalbaarheid van het voorgenomen plan toetsen. Initiatiefnemer wordt bovendien geadviseerd gedurende de informatiefase contact op te nemen met TenneT, leidingbeheerders en andere partijen die relevant zijn voor de ontwikkeling.

1. Informatieronde: eerste toets aan landschapskaart

2. Gemeente stelt periode open waarbinnen initiatiefnemers plan kunnen indienen (openstellingsronde)

3. Gemeente toetst en weegt plannen op basis van de criteria uit dit uitnodigingskader

4. Gemeente selecteert maximaal drie plannen waarover omgevingsdialoog wordt gevoerd

5. Gemeente kiest op basis van beoordeling uit stap 3 en dialoog uit stap 4 het gewenste plan

6. Initiatiefnemer vraagt omgevingsvergunning aan

7. Gemeente neemt aanvraag in behandeling en beoordeelt deze

2. Openstellingsronde Het college stelt periodiek een periode open waarin plannen kunnen worden ingediend die voldoen aan de kaders van de openstellingsronde. Dit kan zijn: - Een nader aan te duiden gebied of landschapstype; en/of - Een nader te bepalen maximum aantal hectare of vermogen voor op te wekken duurzame energie. Het principeverzoek dient de volgende zaken te bevatten: > Kaart met projectgebied; > Technische gegevens: indicatief schetsontwerp met afmetingen (o.a. hoogtes en oppervlaktes); > Beschrijving van opgesteld vermogen en geschatte opbrengst, dat duidelijk maakt hoeveel het initiatief bijdraagt aan de gemeentelijke doelstellingen; > Beschrijving haalbaarheidsaspecten, zoals netaansluiting (is er capaciteit op het net beschikbaar / te verkrijgen op korte termijn?), status van de overeenkomst met grondeigenaar, draagvlak in de omgeving en financiën; > Voorstel voor landschappelijke inpassings- en verbeteringsmaatregelen en/of storting in het groenfonds; > Beschrijving van de proces- en financiële participatie bij het initiatief; > Beschrijving van een dialoog met omwonenden en/of andere stakeholders (wat is er al gedaan en wat gaat er gebeuren); > Beschrijving hoe het initiatief op de criteria uit dit uitnodigingskader aansluit.

1. Informatieronde: eerste toets aan landschapskaart

2. Gemeente stelt periode open waarbinnen initiatiefnemers plan kunnen indienen (openstellingsronde)

3. Gemeente toetst en weegt plannen op basis van de criteria uit dit uitnodigingskader

4. Gemeente selecteert maximaal drie plannen waarover omgevingsdialoog wordt gevoerd

5. Gemeente kiest op basis van beoordeling uit stap 3 en dialoog uit stap 4 het gewenste plan

6. Initiatiefnemer vraagt omgevingsvergunning aan

7. Gemeente neemt aanvraag in behandeling en beoordeelt deze

3. Toetsing principeverzoek De gemeente toetst de principeverzoeken uit stap 2 aan de hand van een checklist. Hierbij kan de gemeente besluiten advies in te winnen van deskundigen dan wel andere bestuursorganen. De volgende pagina’s lichten criteria toe waarop de gemeente toetst: > > > > > > >

Zonneladder (zie bijlage) Energiekansenkaart Leidende beginselen Ontwerpprincipes Inhoud Profijtplan Goede ruimtelijke ordening (beleid, milieueffecten, uitvoerbaarheid) Eisen en uitgangspunten andere overheden, netbeheerders

1. Informatieronde: eerste toets aan landschapskaart

2. Gemeente stelt periode open waarbinnen initiatiefnemers plan kunnen indienen (openstellingsronde)

3. Gemeente toetst en weegt plannen op basis van de criteria uit dit uitnodigingskader

4. Gemeente selecteert maximaal drie plannen waarover omgevingsdialoog wordt gevoerd

5. Gemeente kiest op basis van beoordeling uit stap 3 en dialoog uit stap 4 het gewenste plan

6. Initiatiefnemer vraagt omgevingsvergunning aan

7. Gemeente neemt aanvraag in behandeling en beoordeelt deze

3. Toetsing principeverzoek

1. Informatieronde: eerste toets aan landschapskaart

Landschapscriteria zonnevelden >

>

> >

>

Zie Ontwikkelmatrix Cultuurlandschap (bijlage) en Ontwerpprincipes (bijlage) voor de landschapscriteria Zonnevelden zijn mogelijk in landschapstypes: > Kampen (oude bouw-/graslanden) > Besloten bosmozaïek > Halfopen bosmozaïek > Semi-rationele heideontginningen > Rationele heideontginningen > Erven Het behoud van landschappelijke en ecologische kwaliteiten is leidend voor initiatieven in deze landschapstypes. Versterking van het landschap, nu en in de toekomst is wenselijk. Verschillende initiatieven zijn ruimtelijk gescheiden en niet aaneengesloten door voldoende tussenafstand. Per landschapstype worden hiervoor ontwerpprincipes gegeven. Initiatieven van 2 tot 5 hectare kunnen mogelijk direct op het lokale middenspanningsnet aansluiten.

2. Gemeente stelt periode open waarbinnen initiatiefnemers plan kunnen indienen (openstellingsronde)

3. Gemeente toetst en weegt plannen op basis van de criteria uit dit uitnodigingskader

4. Gemeente selecteert maximaal drie plannen waarover omgevingsdialoog wordt gevoerd

5. Gemeente kiest op basis van beoordeling uit stap 3 en dialoog uit stap 4 het gewenste plan

6. Initiatiefnemer vraagt omgevingsvergunning aan

7. Gemeente neemt aanvraag in behandeling en beoordeelt deze

3. Toetsing principeverzoek

1. Informatieronde: eerste toets aan landschapskaart

Landschapscriteria windmolens >

>

>

Zie Ontwikkelmatrix Cultuurlandschap (bijlage) en Ontwerpprincipes (bijlage) voor de landschapscriteria Windmolens zijn mogelijk in landschapstypes: > Rationele heideontginningen > Nee, tenzij in landschapstype Glooiend maasterras Het initiatief houdt rekening met de kwaliteiten en kenmerken van landschapstype(s) waarin het zich bevindt

2. Gemeente stelt periode open waarbinnen initiatiefnemers plan kunnen indienen (openstellingsronde)

3. Gemeente toetst en weegt plannen op basis van de criteria uit dit uitnodigingskader

4. Gemeente selecteert maximaal drie plannen waarover omgevingsdialoog wordt gevoerd

5. Gemeente kiest op basis van beoordeling uit stap 3 en dialoog uit stap 4 het gewenste plan

6. Initiatiefnemer vraagt omgevingsvergunning aan

7. Gemeente neemt aanvraag in behandeling en beoordeelt deze

3. Toetsing principeverzoek

1. Informatieronde: eerste toets aan landschapskaart

Landschapscriteria windmolens >

> > >

>

Een windpark omvat één of meerdere windmolens binnen één project en één ruimtelijk samenhangende locatie. De concentratie van windmolens heeft de voorkeur boven een verspreide windmolenlocaties; De opstelling van het windpark sluit aan op het landschap; De windmolens staan in een lijnopstelling of in een regelmatige grid-opstelling; Windmolenlocaties zijn op dit moment niet mogelijk in de geldende uitsluitingsgebieden van de Provincie Limburg conform het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014. De komende periode vinden er op allerlei gebieden beleidsactualisaties plaats. Dit wordt meegenomen in de toetsing. Er is sprake van dynamisch beleid.

2. Gemeente stelt periode open waarbinnen initiatiefnemers plan kunnen indienen (openstellingsronde)

3. Gemeente toetst en weegt plannen op basis van de criteria uit dit uitnodigingskader

4. Gemeente selecteert maximaal drie plannen waarover omgevingsdialoog wordt gevoerd

5. Gemeente kiest op basis van beoordeling uit stap 3 en dialoog uit stap 4 het gewenste plan

6. Initiatiefnemer vraagt omgevingsvergunning aan

7. Gemeente neemt aanvraag in behandeling en beoordeelt deze

3. Toetsing principeverzoek

1. Informatieronde: eerste toets aan landschapskaart

Criteria procesparticipatie Procesparticipatie gaat over hoe de inwoners en gebruikers van het gebied zijn geïnformeerd over de eventuele komst van een initiatief en hoe zij invloed hebben op het (voor-)ontwerp. De initiatiefnemer dient minimaal te voldoen aan de Omgevingsdialoog en verder geldt dat: > Initiatiefnemer keukentafelgesprekken heeft gehad over het project met de inwoners wiens perceel / percelen grenzen aan het plangebied of direct uitzicht binnen een straal van 200 meter op het plangebied hebben bij een zonneveld. Bij een windpark voert de initiatiefnemer keukentafelgesprekken met inwoners die binnen een straal van 10 keer de tiphoogte van de windmolens wonen. > Bij zonnevelden en windparken de initiatiefnemer ook een collectieve bijeenkomst organiseert voor lokaal geïnteresseerden. De uitnodiging hiervoor wordt verspreid via het lokale huis-aan-huisblad. > Initiatiefnemer beschrijft hoe, wanneer en in welke mate en op welke aspecten inwoners en gebruikers van het plangebied invloed hebben op het (voor-)ontwerp van het initiatief. En de initiatiefnemer beschrijft ook hoe hun input is meegenomen in het ontwerp.

2. Gemeente stelt periode open waarbinnen initiatiefnemers plan kunnen indienen (openstellingsronde)

3. Gemeente toetst en weegt plannen op basis van de criteria uit dit uitnodigingskader

4. Gemeente selecteert maximaal drie plannen waarover omgevingsdialoog wordt gevoerd

5. Gemeente kiest op basis van beoordeling uit stap 3 en dialoog uit stap 4 het gewenste plan

6. Initiatiefnemer vraagt omgevingsvergunning aan

7. Gemeente neemt aanvraag in behandeling en beoordeelt deze

3. Toetsing principeverzoek

1. Informatieronde: eerste toets aan landschapskaart

Criteria Profijtplan In het Profijtplan wordt opgenomen wat een initiatiefnemer bijdraagt aan de omgeving en de maatschappij; > De initiatiefnemer nodigt een (of meerdere) lokale energie-coöperaties uit bij de ontwikkeling van het project. De coöperatie houdt bij voorkeur (een deel van) het eigenaarschap gedurende de exploitatiefase. Het streven is om 50% van de nieuwe initiatieven coöperatief te laten zijn: > Initiatieven die meer economisch rendement opleveren voor lokale partijen, zoals energiecoöperaties, hebben de voorkeur > De wijze waarop toepassing wordt gegeven aan de Nota Kwaliteit maakt onderdeel uit van het Profijtplan > Initiatiefnemer draagt ook zorg voor verrijking van de biodiversiteit, een goede landschappelijke inpassing, mogelijkheden voor onderwijs en stimulering van de lokale werkgelegenheid.

2. Gemeente stelt periode open waarbinnen initiatiefnemers plan kunnen indienen (openstellingsronde)

3. Gemeente toetst en weegt plannen op basis van de criteria uit dit uitnodigingskader

4. Gemeente selecteert maximaal drie plannen waarover omgevingsdialoog wordt gevoerd

5. Gemeente kiest op basis van beoordeling uit stap 3 en dialoog uit stap 4 het gewenste plan

6. Initiatiefnemer vraagt omgevingsvergunning aan

7. Gemeente neemt aanvraag in behandeling en beoordeelt deze

4. Selectie (top 3) plannen De gemeente beoordeelt alle ingekomen principeverzoeken en selecteert maximaal drie plannen die (het meest) voldoen aan de criteria. Deze (maximaal) drie plannen gaan de volgende ronde in. De initiatiefnemer stelt een inpassings- en participatieplan op, ter voorbereiding van de aanvraag voor de omgevingsvergunning. Deze documenten maken – na definitieve selectie – deel uit van de uiteindelijke vergunningsaanvraag. De gemeente toetst deze plannen (fase 5) voordat de initiatiefnemer de aanvraag indient.

1. Informatieronde: eerste toets aan landschapskaart

2. Gemeente stelt periode open waarbinnen initiatiefnemers plan kunnen indienen (openstellingsronde)

3. Gemeente toetst en weegt plannen op basis van de criteria uit dit uitnodigingskader

Landschappelijk inpassingsplan

4. Gemeente selecteert maximaal drie plannen waarover omgevingsdialoog wordt gevoerd

Voor het landschappelijke inpassingsplan voor zonnevelden en windmolens gelden de principes in de Ontwikkelmatrix Cultuurlandschap (bijlage) en Ontwerpprincipes (bijlage) voor de landschapscriteria.

5. Gemeente kiest op basis van beoordeling uit stap 3 en dialoog uit stap 4 het gewenste plan

Het inpassingsplan onderbouwt hoe het initiatief aansluit bij het karakter van de omgeving en gaat minimaal in op: > De landschappelijke inpassing > De inpassing in de bredere omgeving > De aanwezige en toekomstige ecologische waarde(n)

6. Initiatiefnemer vraagt omgevingsvergunning aan

7. Gemeente neemt aanvraag in behandeling en beoordeelt deze

4. Selectie (top 3) plannen

1. Informatieronde: eerste toets aan landschapskaart

Participatieplan Aanvullend op de beschrijving van de participatieaanpak in het principeverzoek, gaat de initiatiefnemer in het participatieplan concreter op de proces- en financiële participatie in. Het plan bevat minimaal de volgende zaken: > De wijze waarop toepassing wordt gegeven aan de Omgevingsdialoog. > Projectplanning met communicatie- en participatiemomenten (tenminste 1 bijeenkomst) > De actueelste ‘Gedragscode voor acceptatie & participatie windenergie op land’ van het NWEA dient door het initiatief te worden gevolgd. Voor zonnevelden dient –indien beschikbaar- een gedragscode van Holland Solar te worden gevolgd, wanneer niet beschikbaar is de NWEA gedragscode (voor zover toepasbaar op zonnevelden) uitgangspunt.

2. Gemeente stelt periode open waarbinnen initiatiefnemers plan kunnen indienen (openstellingsronde)

3. Gemeente toetst en weegt plannen op basis van de criteria uit dit uitnodigingskader

4. Gemeente selecteert maximaal drie plannen waarover omgevingsdialoog wordt gevoerd

5. Gemeente kiest op basis van beoordeling uit stap 3 en dialoog uit stap 4 het gewenste plan

6. Initiatiefnemer vraagt omgevingsvergunning aan

7. Gemeente neemt aanvraag in behandeling en beoordeelt deze

5. Definitieve selectie In fase 5 beoordeelt de gemeente Leudal de door de 4. initiatiefnemers ingediende landschappelijke inpassingsplannen en participatieplannen en selecteert het meest geschikte plan. 5. In geval van een windproject levert de initiatiefnemer bij deze stap indien nodig een m.e.r.- rapportage aan. Na definitieve selectie gaan de gemeente en initiatiefnemer, vooruitlopend op het indienen de aanvraag omgevingsvergunning, een (anterieure) overeenkomst aan. Hierin staan de verplichtingen van de initiatiefnemer en de gemeente. De overeenkomst bevat tenminste de volgende zaken: 1. Afspraken over de locatie, investering en planning van landschappelijke inpassingsen verbeteringsmaatregelenen financiële participatie. 2. Afspraken over verwijdering van de installatie na afloop van de exploitatieperiode. 3. Afspraken over de proces-stappen.

1. Informatieronde: eerste toets aan landschapskaart

Afspraak over de te doorlopen ruimtelijke 2. Gemeente stelt periode open procedure voor het initiatief: buitenplanse waarbinnen initiatiefnemers plan afwijkingsprocedure dan wel bestemmingsplan. kunnen indienen (openstellingsronde) Regeling voor eventuele planschade. 3. Gemeente toetst en weegt plannen op basis van de criteria uit dit uitnodigingskader

4. Gemeente selecteert maximaal drie plannen waarover omgevingsdialoog wordt gevoerd

5. Gemeente kiest op basis van beoordeling uit stap 3 en dialoog uit stap 4 het gewenste plan

6. Initiatiefnemer vraagt omgevingsvergunning aan

7. Gemeente neemt aanvraag in behandeling en beoordeelt deze

6. Vergunningsaanvraag Na het aangaan van de (anterieure) overeenkomst tussen de initiatiefnemer en de gemeente, dient de initiatiefnemer de aanvraag voor de omgevingsvergunning elektronisch in via het Omgevingsloket Online (OLO). Deze bestaat in ieder geval uit: > een deel voor de activiteit bouwen (aanleg van het project en de bijbehorende installaties). > een deel voor de afwijking van het bestemmingsplan. Hierbij hoort een goede ruimtelijke onderbouwing met diverse bijlagen. > In de vorige stap (fase 5) hebben de initiatiefnemer en gemeente de inhoud op hoofdlijnen afgestemd.

Initiatiefnemer kan er ook voor kiezen een bestemmingsplanprocedure te doorlopen.

1. Informatieronde: eerste toets aan landschapskaart

2. Gemeente stelt periode open waarbinnen initiatiefnemers plan kunnen indienen (openstellingsronde)

3. Gemeente toetst en weegt plannen op basis van de criteria uit dit uitnodigingskader

4. Gemeente selecteert maximaal drie plannen waarover omgevingsdialoog wordt gevoerd

5. Gemeente kiest op basis van beoordeling uit stap 3 en dialoog uit stap 4 het gewenste plan

6. Initiatiefnemer vraagt omgevingsvergunning aan

7. Gemeente neemt aanvraag in behandeling en beoordeelt deze

7. Beoordeling vergunningsaanvraag De procedure van beoordeling verloopt in grote lijnen als volgt: > Gemeente Leudal, of ander bevoegd gezag, neemt de vergunningsaanvraag in ontvangst. Zij bevestigt de ontvangst en geeft zo snel mogelijk aan of de aanvraag compleet is. > Indien de aanvraag compleet is, neemt het bevoegd gezag een beslissing op de aanvraag. > Afhankelijk van de gevolgde planologische procedure, stuurt het bevoegd gezag een exemplaar van de vergunningsaanvraag aan het bestuursorgaan, dat bevoegd is tot het geven van een verklaring van geen bedenkingen. Dit is gewoonlijk de gemeenteraad van Leudal. > Het bevoegd gezag legt haar ontwerpbesluit en de aanvraagdocumenten publiekelijk ter inzage. Iedere belanghebbende kan daarop zienswijzen indienen. > Het bevoegd gezag stelt een nota op die de eventuele zienswijzen beantwoordt. > Vervolgens neemt het bevoegd gezag een beslissing over de aanvraag en verleent al dan niet de gevraagde omgevingsvergunning (of besluit het bevoegde gezag over de ter inzage legging van het gevraagde (ontwerp) bestemmingsplan).

1. Informatieronde: eerste toets aan landschapskaart

2. Gemeente stelt periode open waarbinnen initiatiefnemers plan kunnen indienen (openstellingsronde)

3. Gemeente toetst en weegt plannen op basis van de criteria uit dit uitnodigingskader

4. Gemeente selecteert maximaal drie plannen waarover omgevingsdialoog wordt gevoerd

5. Gemeente kiest op basis van beoordeling uit stap 3 en dialoog uit stap 4 het gewenste plan

6. Initiatiefnemer vraagt omgevingsvergunning aan Vergunningsaanvraag

Besluitvorming: - College B&W - Gemeenteraad

Ontwerpbesluit ter inzage – indienen zienswijzen

Zienswijzen beantwoorden

Vergunningverlening

(eventuele) (SDE+) Aanvraag subsidie

7. Gemeente neemt aanvraag in behandeling en beoordeelt deze

Evaluatie De gemeente Leudal monitort dit uitnodigingskader op het gewenste effect. Daarom evalueert zij eind 2021 indicatoren zoals: > Hoeveel initiatieven zijn ingediend? > Hoe dragen deze bij aan de gemeentelijke ambitie? > Welk aandeel principeverzoeken heeft een positieve beoordeling gehad in fase 2? > Om welke redenen vielen principeverzoeken af? > Hadden de principeverzoeken genoeg kwaliteit? Vervolgens kan de gemeente besluiten het voorliggende uitnodigingskader aan te passen, wanneer deze het gewenste effect niet bereikt. Dit is mogelijk doordat bijvoorbeeld: > De eisen aan het principeverzoek te hoog zijn > Initiatieven in waardevolle gebieden liggen > De kwaliteit van principeverzoeken afwijkt van de verwachtingen Dit kader is geldig totdat de gemeente een nader besluit neemt. In de evaluatie wordt ook de RES betrokken.

Bijlage 1 – Zonneladder De gemeente Leudal past vooruitlopend op het nieuwe rijksbeleid de Zonneladder toe. Als eerste wordt gekeken waar een nieuw initiatief voor zonnevelden thuis hoort op de Zonneladder. De Zonneladder brengt hiërarchie aan in het beoordelen van de geschiktheid van locaties: pas wanneer locaties op een lagere trede van de ladder voor een bepaald initiatief niet voldoende beschikbaar of geschikt zijn, komen locaties op een hogere trede in beeld. De ladder bevat drie tredes: 1. Gebouwgebonden; zon op dak 2. Grondgebonden; zon op maaiveld (binnen de stedelijke omgeving) 3. Grondgebonden; zonne-initiatieven met maatschappelijk draagvlak (buiten bestaand stedelijk gebied) Initiatiefnemers dienen aan te tonen dat ze onderzocht hebben of een locatie op een lagere trede van de ladder niet (voldoende) beschikbaar is of niet geschikt is.

Voor de gemeente Leudal is een berekening gemaakt hoeveel duurzame energie opgewekt moet worden om te kunnen voldoen aan de opgave die landelijk gesteld is. Hieruit blijkt dat alleen het benutten van daken voor zonne-energie onvoldoende vermogen oplevert. Het is daarom noodzakelijk om ook gebruik te maken van gronden in het buitengebied voor zonnevelden. Dit bestemmingsplan in combinatie met de beleidsregel vormt hiervoor het kader. De gemeente Leudal hanteert de onderstaande algemene uitgangspunten voor nieuwe ontwikkelingen met betrekking tot zonnevelden en windmolens.

Bijlage 2 – coöperatief ondernemen REScoopNL 1. Open en vrijwillig lidmaatschap > Coöperaties zijn gebaseerd op vrijwilligheid. Ze zijn open voor iedereen die gebruik kan maken van hun diensten en die verantwoordelijkheid als lid wil dragen – zonder enige discriminatie op basis van sociale afkomst, ras, politieke voorkeur, geslacht of religie. 2. Democratische controle door de leden > Coöperaties zijn democratische organisaties die door hun leden worden gecontroleerd. De leden participeren actief in het uitstippelen van het beleid en in het nemen van beslissingen. Wie een verkozen mandaat krijgt, verantwoordt zich tegenover de leden. In coöperaties van het eerste niveau is er een gelijk stemrecht, volgens het principe: één lid, één stem. Ook coöperaties van andere niveaus zijn democratisch georganiseerd. Een minimaal aantal van 50 leden vormt de basis van een coöperatie die al minimaal één jaar ervaring heeft opgedaan met projecten op het gebied van duurzame energie.

3. Economische participatie van de leden > Leden dragen op een billijke manier bij aan het kapitaal van hun coöperatie en ze oefenen daarover democratische controle uit. Gewoonlijk is ten minste een deel van het kapitaal het gemeenschappelijke eigendom van de coöperatie. Als de leden een compensatie ontvangen voor het kapitaal dat ze als lid inbrengen, dan is dit een bescheiden compensatie. De meerwaarde wordt toegewezen aan alle of een deel van de volgende doelen: > de ontwikkeling van de coöperatie, bv. door de opbouw van reserves waarvan ten minste een deel ondeelbaar is; > restorno’s aan leden in verhouding tot hun transacties met hun coöperatie > het ondersteunen van andere activiteiten, goedgekeurd door de leden. 4. Autonomie en onafhankelijkheid > Coöperaties zijn autonome, zelfredzame organisaties onder toezicht van de leden. Als ze overeenkomsten aangaan met andere organisaties en/of met overheden, of als ze extern kapitaal aantrekken, doen ze dat op zo’n manier dat de democratische controle van de leden en de autonomie van de coöperatie gewaarborgd is.

Bijlage 2 (vervolg) – coöperatief ondernemen REScoopNL 5. Onderwijs, vorming en informatieverstrekking > Coöperaties voorzien voor leden, bestuurders, directie en werknemers onderwijs en vorming, zodat zij werkelijk kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van hun coöperatie en de doelen daarvan. Zij informeren het grote publiek – vooral jonge mensen en opiniemakers – over de aard en de voordelen van coöperatief ondernemen. 6. Samenwerking tussen coöperaties. > Door samen te werken in lokale, regionale, nationale en internationale structuren, versterken coöperaties de coöperatieve beweging en bieden ze doeltreffende dienstverlening aan hun leden. 7. Engagement voor de gemeenschap > Coöperaties dragen bij tot de duurzame ontwikkeling van de samenleving in een kader dat gedragen is door hun leden.

Bijlage 3 – Bestaand en Nieuw Landschappelijk raamwerk, incl. Beekdalen

Bijlage 4 – Energiekansenkaart

Bijlage 5 – Ontwikkelmatrix

Bijlage 6 – Ontwerpprincipes Landschapstypen

Bijlage 7 – Leidraad Kernen, Bedrijventerreinen en Randzones

Bijlage 8 – Vaststellingsbesluit

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leudal&id=fc97cb2a-c531-4a19-abf2-db1222309e2e