Raadsbesluit 14dec21 vastgestelde Transitievisie warmte Gemeente Leudal 2022-2030
Tekst van het document
waaronder graanresten, slib uit de waterzuivering en dierlijke mest, omzetten naar energie, grondstoffen en schoon water. Tijdens dit proces wordt ook biogas geproduceerd, wat opgewerkt kan worden tot groen gas.
Figuur 4.6: Schematische weergave BTC op Zevenellen terrein9 .
36
Versie 1.0 Geothermie
Er zijn proefboringen gedaan naar ondiepe geothermie
in
Midden
Limburg.
De
resultaten hiervan zijn nog onbekend.
Vanwege de Peelrandbreuk die door dit gebied loopt, zijn er zorgen over de risico’s. Als de bodem instabiel is, kan bijvoorbeeld het grondwater vervuild worden. Dat moet
absoluut voorkomen worden. Om die reden wordt geothermie in deze TVW niet meegenomen als kansrijke warmtebron. In
RES verband wordt hier nader onderzoek naar gedaan. Mogelijk zijn er bij de actualisatie over vijf jaar nieuwe inzichten.
Aquathermie Aquathermie is een warmtebron voor lage
temperatuur warmtenetten. De kans is daarom klein dat er in Leudal kansen zijn voor
aquathermie.
De
potentie
van
aquathermie op basis van restwarmte uit de Maas wordt ook onderzocht vanuit de RES. In de toekomst kan aquathermie mogelijk
ook
voor
hoge
temperatuuroplossingen worden benut, in een nieuwe versie van de transitievisie moet hier weer naar worden gekeken.
37
Versie 1.0 4.4 Impact op elektriciteits- en gasnet De energie- en warmtetransitie heeft de nodige impact op het bestaande elektriciteits- en gasnet.
Netbeheerder Enexis is de eigenaar van deze netten. Bij beide onderdelen speelt een andere opgave. Elektriciteitsnetten worden meer belast en moeten verzwaard worden. Gasnetten daarentegen zullen op termijn mogelijk verdwijnen, maar moeten tot die tijd wel nog worden onderhouden.
Elektriciteitsnet verzwaren Ook zonder de warmtetransitie zal het elektriciteitsnet meer
belast worden. Steeds meer mensen rijden een elektrische auto en ook in de industrie stappen bedrijven over op elektriciteit. Wanneer woningen over gaan op (hybride)
warmtepompen, zal de elektriciteitsvraag extra stijgen. Mogelijk kan deze elektriciteit lokaal opgewekt worden door zonnepanelen, maar vraag en aanbod zullen nooit gelijk op
gaan. In de zomer is de opwek het grootst, terwijl de warmtevraag in de winter het grootst is. In praktijk betekent dit dat er netverzwaringen nodig zullen zijn: meer kabels in de grond
en meer verdeelstations. Dit is werk dat tijdig gepland moet worden en de nodige ruimtelijke impact heeft: de straten moeten open en de distributiestations moeten ergens
geplaatst worden.
Figuur 4.7: Elektriciteitsnet werkzaamheden in de straat.10
38
Versie 1.0 Enexis houdt hier al rekening mee en kan met een zelf
ontwikkelde tool in kaart brengen wat voor gevolgen keuzes in de warmtevoorziening hebben op de ontwikkeling van het elektriciteitsnet. In figuur 4.8 is de impact op het
elektriciteitsnet van gemeente Leudal weergegeven voor drie scenario’s:
Roggel
Heythuysen Horn
1. Autonome groei
Neer
Haelen
2. 50% elektrische warmtepompen
3. 50% hybride warmtepompen Scenario 2 is hierbij het ‘zwaarst’, omdat dit tot de grootste verhoging van de elektriciteitsvraag leidt en dus de grootste aanpassingen aan het net vraagt. Op de kaarten is te zien,
dat in de hele gemeente extra bekabeling nodig zal zijn. Dit
Roggel
Neer
geldt met name voor de grotere kernen: Heythuysen, Haelen, Horn, Roggel, Baexem en Neer.
scenario’s
lijken
in
eerste
instantie
In de gekozen
geen
extra
distributiestations nodig.
Heythuysen Horn
Haelen
Hoeveel verzwaring er écht nodig is, komt pas naar voren wanneer men inzoomt op de gebieden of dorpskernen en in
meer detail de situatie bekijkt. In nieuwere wijken, die geschikt zijn voor plaatsing van elektrische warmtepompen, liggen bijvoorbeeld ook nieuwere kabels die geen of weinig
verzwaring
nodig
hebben.
De
getallen
in
de
Roggel
schermafbeeldingen van figuur 4.7 kunnen dan ook als ‘worst-case’ gezien worden.
Heythuysen Horn
Figuur 4.8: Schermafbeelding uit de tool van Enexis; benodigde netverzwaring bij autonome groei, en bij scenario’s met 50% elektrische warmtepompen en 50% hybride warmtepompen.
39
Haelen
Neer
Versie 1.0 Tijdige afstemming tussen gemeente en Enexis is van groot belang, om te zorgen dat de verzwaringen op goed
ingeschat en gepland kunnen worden. In praktijk moeten zij de werkzaamheden ongeveer 1,5 tot 2 jaar tevoren plannen. Bovendien is het interessant om netverzwaringen te koppelen aan andere noodzakelijke werkzaamheden, zoals onderhoud van het riool of aanpassingen in de straat in verband met klimaatadaptatie.
Deze afstemming vindt plaats in het (D)MJOP (Duurzaam meerjaren onderhoudsplan). Gasnet Als inwoners zijn overgestapt op een warmtenet of elektrische warmtepomp, kunnen de gasleidingen verwijderd worden. Dat kan wel alleen als álle bewoners in een buurt of gebied meedoen en ook bereid zijn
hun gasfornuis in te ruilen voor een inductieplaat. Hier speelt dus een belangrijke uitdaging op gebied van draagvlak en participatie. Bij een toekomstscenario met groengas (of waterstof), moet het gasnet behouden blijven. Het is belangrijk om te beseffen, dat de netbeheerder zijn werkzaamheden nooit plant op basis van één buurt
of wijk. Om die reden moet het plan zo integraal mogelijk zijn: o Idealiter inclusief duurzame opwek, mobiliteit en klimaatadaptatie o Afstemming tussen gemeentes en overige stakeholders Op basis van bovenstaand kan een maatschappelijk wenselijke prioritering worden vastgesteld. In de dorpskernen van gemeente Leudal liggen voor een groot deel nieuwere gasleidingen van PVC. Slagvast PVC ligt in de nieuwere wijken en kan nog tientallen jaren mee. Wat ouder PVC kan beschadigd raken bij
grondwerkzaamheden en moeten dan vervangen worden. Dit biedt een mogelijke koppelkans met verzwaring van het elektriciteitsnet. Ook zijn er nog wat stalen gasleidingen in de dorpskernen en met name in de buitengebieden. Vervanging
hiervan staat al gepland. Door deze planning naast de plannen voor de warmtetransitie te leggen, kunnen mogelijk aanvullende koppelkansen gevonden worden.
40
Versie 1.0
5
Scenario’s voor de warmtetransitie tot 2030
Versie 1.0
5. Scenario’s voor de warmtetransitie tot 2030 5.1 Inleiding Op basis van de technische analyse en het participatieproces waar de gemeente al in zit, is geprobeerd om realistische routes naar de doelstelling van 20% reductie van gasverbruik te schetsen. Hiertoe zijn een tweetal scenario’s geschetst:
• Een scenario waarin geen groen gas beschikbaar komt voor de gebouwde omgeving van Leudal
• Een scenario waarin voldoende groen gas beschikbaar is voor het verwarmen van alle woningen met isolatie
en een hybride installatie Voor deze scenario’s is gekozen omdat de ontwikkelingen op het gebied van groen gas theoretisch veel potentie bieden al voor 2030, maar op dit moment nog te onzeker zijn om
volledig op te rekenen. Als de geplande projecten doorgang kunnen vinden en alle geproduceerde gas voor de gebouwen in Leudal beschikbaar komt, is het tweede
scenario van toepassing. Dit zal binnen enkele jaren duidelijk worden. Deze scenario’s geven een indicatie van het aantal panden in de gemeente waar iets zal moeten gebeuren. Dit
geeft een concreet gevoel bij de omvang van de opgave richting 2030. De scenario’s moeten uitdrukkelijk gezien worden als een hulpmiddel om als gemeente op een
haalbare manier te werk te gaan en daarbij het einddoel goed in het oog te houden. Vanaf 2022 zal de gemeentelijke aanpak worden uitgewerkt in Wijkuitvoeringsplannen,
waarin concrete stappenplannen worden opgesteld.
42
Versie 1.0 5.2 Uitgangspunten en samenvatting resultaten In onderstaande grafiek is de maximale besparing van beide scenario’s afgezet tegen de huidige warmtevraag.
In de berekening van dit maximum is ervan uitgegaan dat álle woningen die volgens de technische potentieanalyse geschikt zijn voor een individuele oplossing, deze ook krijgen. Daarnaast is uitgegaan van een maximale besparing door middel van na-isoleren. Dit zijn vanzelfsprekend zeer optimistische getallen, die in
praktijk niet haalbaar zullen blijken. Wel geeft dit inzicht in de speelruimte die de gemeente heeft de doelstelling te halen. 100%
90% 80% 70%
29%
60%
29%
50% 40%
31%
30%
16%
20%
10%
20%
20%
20%
Scenario zonder groengas
Scenario met groengas
Doel
0% Situatie 2019
All-electric
Hybride
Isolatie
Doel
Referentie
Figuur 5.1: De theoretisch maximaal haalbare besparing van beide scenario’s afgezet tegen de huidige warmtevraag.
Potentie isoleren: Indien alle panden in de gemeente worden geïsoleerd naar label B, levert dit 29% vermindering van de warmtevraag op volgens de startanalyse van ECW. Als alle panden worden geïsoleerd naar label D, levert dit 12% ver mindering van de warmtevraag op. In
praktijk zal het niet realistisch blijken om alle panden op deze manier aan te pakken. Het is ofwel te duur, ofwel technisch niet goed haalbaar, of een combinatie van beide. Op basis van geschatte kosten voor isolatie uit de Startanalyse van het ECW en de te verwachten stijging van de gasprijs, is de eerste inschatting dat het voor 2.550 panden in gemeente Leudal rendabel is om na te
isoleren. Dit betreft met name gebouwen met bouwjaren tussen 1960 en 1990. Als die allemaal worden aangepakt, vermindert de warmtevraag van de gemeente met ca. 2%, wat 10% is van de totale doelstelling. Deze 2 % is dan ook meegenomen in de
scenario’s met en zonder groen gas.
43
Versie 1.0 In de scenario’s zijn de volgende uitgangspunten meegenomen:
• Er wordt ingezet op individuele oplossingen, namelijk: o Hybride warmtepompen: Hiermee wordt direct ongeveer 50% bespaard op gasverbruik. Het resterend verbruik wordt ingevuld met aardgas of groen gas. In dat laatste geval gaat de besparing op aardgas omhoog naar 100%. Omdat ontwikkeling van een warmtenet onwaarschijnlijk is, zijn de woningen die
hiervoor geschikt zijn meegenomen in het scenario voor hybride warmtepompen. Uit de transitietool blijkt dat dit de tweede beste oplossing is voor de betreffende panden. o Elektrische warmtepompen: Hiermee wordt direct 100% bespaard op gasverbruik.
• Isoleren: Er wordt een gemeente-breed programma opgezet om het isoleren van woningen verder aan te moedigen waar dit rendabel is. Dit geldt niet alleen voor de woningen waar warmtepompen worden geplaatst, maar juist ook voor woningen waar nu nog geen rendabele technische oplossing gevonden is. Dit programma leidt tot een besparing van 2% op het aardgasverbruik in de gemeente.
• Participatie: Kernen worden aangepakt in de volgorde waarin nu het participatieproces is ingezet, van samenwerken tot activeren tot informeren. Het is niet realistisch om te verwachten dat álle woningen van een dorpskern in 2030 al zijn aangepast. Om deze reden is een deelname percentage gehanteerd
voor de scenario’s. Hierbij is aangenomen dat in de kernen 80% van de huishoudens mee doet en in het buitengebied 50%. In uitzondering hierop, is voor de kern van Heythuysen ook aangenomen dat 50% van de huishoudens mee doet. Vervolgens is bekeken wat de reductie van de warmtevraag zou zijn in een scenario met en zonder groen gas
en wat er aanvullend nodig is om de 20% te halen. In het scenario met groen gas, zijn de plaatsen met participatie niveau ‘samenwerken’ en ‘activeren’ bijna voldoende om de doelstelling te halen. In het scenario zonder groen gas, moet ook een aanzienlijk deel van de woningen in plaatsen met participatieniveau
informeren worden aangehaakt.
Zonder groen gas
Hybride
Met groen gas
Elektrisch 0
500
1000
1500
2000
2500
Figuur 5.2: Verdeling tussen elektrische en hybride warmtepompen in de scenario’s.
44
3000
3500
4000
4500
5000
Versie 1.0 Tabel 5.1: Overzicht van de scenario’s. Scenario 1 = Scenario zonder groen gas, Scenario 2 = scenario met groengas
Project Isoleren panden 1960-1990
Totaal aantal panden
# combi warmtepompen
# hybride warmtepompen
# Panden aangepast
Besparing scenario 1
Besparing scenario 2
2250
nvt
nvt
2250
2,0%
2,0%
Baexem
1159
160
385
545
1,9%
3,1%
Heythuysen
3450
376
395
771
3,2%
4,5%
Nunhem
323
31
125
157
0,8%
1,1%
Roggel
2284
550
445
995
3,8%
5,2%
Buggenum
427
43
154
197
0,6%
1,0%
Kelpen-Oler
554
69
181
250
0,9%
1,5%
Neer
1610
198
314
513
1,8%
2,6%
Haelen
2171
294
396
690
2,6%
nvt
Horn
1743
244
366
610
2,1%
nvt
Ell
597
0
0
0
Grathem
754
0
0
0
Haler
221
0
0
0
Heibloem
347
0
0
0
Hunsel
449
0
0
0
Ittervoort
842
0
0
0
Neeritter
616
0
0
0
17547
1966
2762
4728
20%
21%
1. Samenwerken
2. Activeren
3. Informeren
Eindtotaal
Scenario 1 Zonder groen gas: Naast gemeente brede isolatiecampagne nog 4.728 panden aanpakken, waarvan 1.800 in kernen die nog niet betrokken zijn (in deze berekening Neer, Haelen en Horn). Scenario 2 Met groen gas: Naast gemeente brede isolatiecampagne nog 3.428 panden aanpakken, waarvan
513 in een kern die nog niet betrokken is (in deze berekening Neer).
45
Versie 1.0 5.3 Kosten voor de inwoners Een terechte en veelgehoorde vraag over de warmtetransitie is “Wat gaat het kosten”. Een woningeigenaar of een bedrijf vraagt zich dit af voor elke maatregel die ze kunnen nemen. Ook de woningcorporaties kunnen hun
euro’s maar één keer inzetten en wij als gemeente hebben ook beperkte budgetten. Het is een hele eenvoudige en legitieme vraag, zonder een eenvoudig antwoord. Op het moment dat we het over kosten hebben, moeten we het namelijk ook over opbrengsten hebben. Want als het goed is, staat er iets tegenover de investering, zoals een lagere energierekening of een hoger wooncomfort. Een deel van de opbrengsten of
baten is bovendien subjectief. Een beter geïsoleerde woning heeft bijvoorbeeld een andere waarde voor de ene persoon dan voor de andere. Hoe hoog de investering is voor een specifieke woning , kan pas worden bepaald als in detail duidelijk is welke
maatregelen worden uitgevoerd aan die woning en op welke wijze dit gebeurt. Doe-het-zelf is goedkoper dan het inhuren van een aannemer en een eenvoudige elektrische kookplaat kost slechts een fractie van een zespits-inductiefornuis met bijpassende nieuwe pannenset.
46
Versie 1.0 Desondanks kan er over de gemiddelde kosten wel een uitspraak worden gedaan. Het ECW heeft in juni 2021
een onderzoek gepresenteerd naar eindgebruikerskosten. Hierin is voor allerlei typen woningen inzichtelijk gemaakt wat de investeringen zijn. Voor enkele in Leudal veel voorkomende woningtypes is in figuur 5.3 getoond wat de gemiddelde investering is om de woning aardgasvrij te maken. Het betreft de totale kosten,
dus inclusief isolatie, elektrisch koken, en verwijderen van de gasaansluiting. De figuur toont de oplossingen die in deze transitievisie als meest haalbaar zijn aangemerkt: een volledig elektrische warmtepomp bij goed geïsoleerde woningen en een hybride installatie voor minder goed geïsoleerde woningen. Ook is getoond wat
de kosten zijn van alleen het isoleren van de woning. Een woning aardgasvrij maken met een elektrische warmtepomp vergt een grote investering. De warmtepomp zelf kost zo’n € 8.000,-. Er komen echter kosten bij voor het afgiftesysteem (radiatoren of vloerverwarming), isolatie en elektrisch koken. De besparing is bij deze
optie ook het grootst, waardoor de investering wel kan worden terugverdiend. Er zijn verschillende soorten kosten en verschillende soorten opbrengsten. De vraag is dus niet “wat gaat het kosten” maar “wat vinden we dat het mag kosten?” en in het verlengde hiervan “wie gaat het betalen?”. Op nationaal en gemeentelijk niveau zijn dit in de uitvoering van de warmtetransitie politieke vragen.
Geschakeld
€ 35.000
Vrijstaand
Totale Investering
€ 30.000 C
€ 25.000 € 20.000
E
C
€ 15.000
E
€ 10.000 E
E
€ 5.000 A
A
C
C
C
C
€0 Individuele elektrische Hybride warmtepomp inclusief luchtwarmtepomp inclusief isoleren isoleren tot minimaal energielabel D tot minimaal energielabel B
Isoleren naar label B
Figuur 5.3: Een overzicht van de totale investeringen die nodig zijn voor de meest voorkomend woningtypes in gemeente Leudal. De letters tonen het huidige energielabel van de woning. Bij een beter label zijn de kosten lager. Dit is een schatting afkomstig van het Dashboard Eindgebruikerskosten van de ECW 12 . De kosten zijn inclusief 47 BTW en exclusief subsidies.
Versie 1.0 Vanuit het Nationaal Klimaatakkoord heeft de Rijksoverheid hier al wel een uitspraak over gedaan. Het streven
is, dat de stap om volledig van het aardgas af te gaan woonlastenneutraal zou moeten zijn. Dit betekent dat de bewoner van het gebouw niet meer gaat betalen voor een alternatieve vorm van warmte, dan ze op dit moment doen. Daarnaast zijn er ook kosten om het elektriciteitsnet te verzwaren of andere infrastructuur aan
te leggen. De Nationale kosten zijn de totale financiële kosten van alle maatregelen die nodig zijn om ergens (bijvoorbeeld in een buurt) een strategie naar aardgasvrij uit te voeren. Het streven is om deze Nationale kosten zo laag mogelijk te houden. In de huidige condities is streven naar de laagste Nationale kosten zeker mogelijk, echter blijkt in de praktijk
dat het heel lastig wordt om ‘woonlastenneutraliteit’ waar te maken zonder grote financiering van de Rijksoverheid . Dit is ook niet zo gek; er moet veel gebeuren aan veel gebouwen en de technieken zijn nog volop in ontwikkeling.
We verwachten als gemeente dat er de komende jaren veel geld beschikbaar gemaakt moet worden vanuit de Rijksoverheid om de doelen te kunnen halen. Dit kan direct naar inwoners vloeien door middel van bijvoorbeeld een lagere energiebelasting of subsidieregeling. Ook kan het via de gemeente worden ingezet. Ook woningcorporaties zullen extra geld ontvangen. Op Prinsjesdag 2021 werden de eerste contouren
zichtbaar. Zo wordt de komende jaren €514 miljoen uitgetrokken voor een nationaal isolatieprogramma, €288 miljoen voor hybride warmtepompen en €525 miljoen voor het verduurzamen van overheidsgebouwen. Als gemeente staan we in de startblokken om beschikbare gelden te gebruiken. Alleen op deze manier kunnen we aan onze uitgangspunten voldoen. Daarnaast zullen we ook kijken wat we zelf mogelijk kunnen en moeten
maken. Hiervoor kijken we bijvoorbeeld naar de mogelijkheden voor lokaal eigenaarschap. Dat betekent dat collectieve warmtevoorzieningen geen eigendom zijn van een commerciële partij, maar (ook) van de inwoners, die daardoor kunnen meedelen in de opbrengsten.
48
Versie 1.0
6
Van visie naar uitvoering
Versie 1.0
6. Van visie naar uitvoering De Transitievisie warmte is gebaseerd op de technische potentie-analyse van de bebouwing in Leudal, gesprekken met stakeholders én met de inwoners. Hiermee is een solide startpunt gecreëerd voor de warmtetransitie. Maar eigenlijk begint het nu pas: We moeten van visie naar uitvoering! In dit hoofdstuk
wordt ingegaan op deze belangrijke volgende fase, worden randvoorwaardes geschetst en een planning en fasering gegeven.
6.1 Uitvoeringsplannen van de gemeente Als gemeente hebben wij de regie in de warmtetransitie en daarmee een belangrijke rol in het aanzwengelen van actie, coördinatie en monitoring. Daar zijn we al mee aan de slag en dit zullen we de komende jaren voortzetten. Hiertoe bewandelen we verschillende sporen: Buurtteams:
• Bestaande buurtteams gaan we ondersteunen om concrete actieplannen te maken en deze ook uit te voeren. Zie paragraaf 6.2.
• In kernen waar nog geen buurtteam is, gaan we aan de slag om deze te vormen. In 2026, wanneer TVW 2.0 wordt vastgesteld, hopen we in alle zestien dorpskernen een buurtteam minimaal op niveau
‘samenwerken’ te hebben. Zie planning en fasering, paragraaf 6.4. Uitvoeringsprogramma: We gaan op drie niveaus aan de slag:
• Gemeente-breed: Er zijn al verscheidene gemeente-brede campagnes opgezet en uitgevoerd. Dit gaan we doorzetten en uitbreiden.
• Doelgroepgericht: Het definiëren van specifieke doelgroepen kan een hele efficiënte manier van werken zijn. Dit wordt verderop in deze paragraaf nader toegelicht.
• Gebiedsgericht: In nauwe samenwerking met de buurtteams zal per dorpskern een gebiedsgerichte aanpak gedefinieerd worden. Deze aanpak wordt formeel vastgelegd in Wijkuitvoeringsplannen. In tabel 6.1 op de volgende pagina staat een overzicht van concrete projecten die al gestart zijn parallel aan
het opstellen van deze visie. Hier wordt tevens toegelicht welke ontwikkelingen we binnen dit project voor de komende jaren verwachten. Deze projecten opgeteld zullen niet leiden tot de gewenste reductie van het aardgasverbruik. Hiervoor is meer nodig. Daarom willen we ook starten met nieuwe projecten en uitvoeringsplannen. Deze zijn opgenomen in
tabel 6.2.
50
Versie 1.0 Tabel 6.1: Overzicht van de lopende projecten in het uitvoeringsprogramma.
Aanpak Gemeente-breed
Gemeente-breed
Gemeente-breed Gemeente-breed Doelgroepgericht
Doelgroepgericht
Doelgroepgericht
Gebiedsgericht
Lopende projecten Deelname duurzame huizenroute
Toelichting
Momenteel loopt overleg over aanpak voor Planmatige aanpak communicatie en 2022. Er zal een communicatie- en participatieplan worden uitgewerkt voor het participatie thema verduurzaming Deelname aan Limburgse samenwerking Energieloket ‘nieuweenergieinlimburg.nl’ Samenwerking energiecoöperatie Samenwerking uitbreiden en verstevigen, zie Leudal energie, Wonen Limburg, ook toelichting in paragraaf ‘Samenwerking Wonen Zuid, Enexis woningcorporaties’ onder deze tabel Eind december wordt de routekaart Verduurzamen gemeentelijk vastgoed vastgesteld Ontzorgen en informeren ondernemers door samenwerking Project is in opstartfase met Stichting Groene Economie Limburg Verduurzamen diverse Wordt opgepakt in apart traject, dit loopt al bedrijventerreinen Handhaven energie bespaarplicht Nieuwe actie: handhaven kantoren label C bedrijven vanaf 2023 Dit vormt de basis voor onze wijkaanpak, zie Oprichting buurtteams in zes buurten paragraaf 6.2 voor uitwerking van de volgende stappen
Samenwerking woningcorporaties De gemeente heeft de afgelopen periode verkennende gesprekken gevoerd met Wonen Zuid en Wonen Limburg over hun mogelijke rol in de warmtetransitie voor Leudal. Beide woningcorporaties zijn in ieder geval
al volop bezig met het verduurzamen van hun eigen bezit. Ze isoleren momenteel hun huurwoningen en denken na over een strategie om deze woningen op termijn ook aardgasvrij te maken. Momenteel worden reeds enkele experimentele energietransitie-pilots uitgevoerd. Daardoor verschuift op termijn de aandacht van isoleren naar andere verduurzamingsmaatregelen.
In kleinere kernen waar de woningcorporaties alleen verspreid bezit hebben, willen de woningcorporaties graag aansluiten bij initiatieven die vanuit de Buurtteams ontstaan. Meedoen met de Buurtteams moet uiteraard wel een gunstig effect hebben op de woonlasten van de huurders én betaalbaar zijn voor de
woningcorporaties. Voor een succesvolle samenwerking is het belangrijk de woningcorporaties tijdig te betrekken. Dit zal bij de Buurtteams onder de aandacht gebracht worden, zodra de uitvoeringsplannen naar een concretere fase gaan.
51
Versie 1.0 Tabel 6.2: Overzicht voorstel nieuwe projecten in het uitvoeringsprogramma
Aanpak
Mogelijke nieuwe projecten
Toelichting
Gemeente-breed
Vervolg op Duurzaam Leudal
Vast energieloket
Gemeente-breed
Doelgroepgericht Doelgroepgericht Doelgroepgericht
Doelgroepgericht
Doelgroepgericht
Groen gas productie en distributie: Vanuit gemeentelijk spoor en regionaal vanuit haalbaarheidsonderzoek naar inzet in de RES en Provincie Limburg de gebouwde omgeving Deze woningen zijn relatief eenvoudig van het Warmtepompenproject in wijk met aardgas af te halen. Deelproject binnen een woningen gebouwd na 2000 buurtteam. Maatschappelijk vastgoed (niet in eigendom gemeente) Inwoners met risico op energiearmoede Met 25% zijn er relatief veel 65+’ers in Leudal. Grootste leeftijdsgroep vormen de 45-65 jarigen. Door communicatie specifiek op deze Aanpak per leeftijdsgroep groepen af te stemmen, kan beter ingespeeld worden op behoeftes en beweegredenen van/voor deze mensen.
Buitengebied
Zie toelichting hieronder.
Buitengebied Gemeente Leudal heeft een groot buitengebied, waar in totaal 2144 woningen en 768 utiliteiten staan. Dit zijn over het algemeen grote woningen en vaak vrijstaand. Daarnaast gaat om relatief veel bebouwing met zowel
een woon- als een werkfunctie (agrarisch). Al deze woningen samen kunnen gezien worden als een aparte doelgroep, omdat zij in technische zin voor een vergelijkbare uitdaging staan. Om die reden wil de gemeente voor deze doelgroep een specifieke strategie uitwerken. Communicatie met de inwoners zal via de dorpskernen en bijbehorende buurtteams verlopen, omdat inwoners zich hier het sterkst mee verbonden voelen. Binnen deze doelgroep hebben enkele honderden adressen nu geen gasaansluiting en stoken waarschijnlijk met een gastank. Dit is relatief duur, waardoor alternatieven mogelijk interessant zijn. Het gaat naar schatting
om een honderdtal adressen ten westen van Roggel (o.a. Heide, Aan de Bergen, Hollander, Aan het Broek), een vijftigtal adressen in het gebied tussen Kelpen-Oler, Baexem en Heythuizen (o.a. Beemderbroekweg, Bosstraat, een vijftigtal adressen in buurtschap Heiakker en omgeving en tot slot vijftig tot honderd adressen
verspreid over de rest van het buitengebied.
52
Versie 1.0 6.2 Actieplannen van de buurtteams De buurtteams vormen een essentiële rol in deze warmtetransitie. Zij vormen de oren en ogen in de wijk en
zijn het beste in staat om concrete plannen goed aan te laten sluiten bij de behoeftes en de belevingswereld van de inwoners. Bij het vormen van de buurtteams zijn drie niveaus onderscheiden, namelijk ‘informeren’, ‘activeren’ en ‘samenwerken’. In vier dorpskernen is een buurtteam op het niveau ‘samenwerken’ en in enkele andere
kernen wordt al gewerkt aan de vorming van een nieuw team. Maar nu moet er actie komen. Het vormen van een buurtteam is in feite pas fase I. Vanaf 2022 willen we door naar fase II: Van plannen naar realisatie. Bureau Buurkracht gaat met een aantal teams aan de slag om samen ideeën om te zetten in actieplannen. Plannen
FASE I Vorming Buurtteams
Informeren
Uitvoeren
FASE II Activeren
Realiseren
Samenwerken
Monitoren
Van plannen naar realisatie
Evalueren
Fase I: Voorbereidende fase waarbij inwoners bekend worden gemaakt met het onderwerp en een groep enthousiaste mensen ermee instemmen om actief aan de slag te gaan.
Fase II: In deze fase stelt het buurtteam een concreet actieplan op en brengt dit in samenwerking met de gemeente tot realisatie. Gerealiseerde projecten dienen weer als inspiratie voor andere delen van de gemeente.
In een actieplan staat beschreven wat het concept is, hoe de planning en communicatie wordt opgepakt en wat de business case is. Er is een duidelijk onderscheid tussen een plan dat voor één kern wordt gemaakt en een campagne die gemeente-breed wordt opgetuigd. Voor de eerste is de kern zelf de afzender, voor het
tweede de gemeente Leudal. Het kan zijn dat zo'n gemeente-brede aanpak start als project in één kern. Later kan dan blijken dat het zich beter leent voor uitrol in de hele gemeente, zoals bijvoorbeeld een isolatiecampagne of een inkoopcampagne voor warmtepompen. Omdat de werkwijze voor de verschillende
buurtteams hetzelfde is, is het zinvol deze kernen in een gezamenlijk overleg van elkaar te laten leren en elkaar te inspireren. De ondersteuning van de gemeente concentreert zich op dit gezamenlijke overleg.
53
Versie 1.0 6.3 Organisatiestructuur Samenwerkingsvorm gemeente en buurtteams De uitvoering van de actieplannen die voortkomen uit de buurtteams is gebaat bij de structuur van een
projectteam, niet van een beleidsteam. Aan het hoofd van elk uitvoeringsproject staat een lokale projectleider met eindverantwoordelijkheid over de voortgang, niet per se de inhoudelijke vormgeving. Het is goed om iemand van het buurtteam die projectleider te laten zijn. In het projectteam zitten vervolgens
vertegenwoordigers van de betrokken partijen. Van de gemeente is adviseur Duurzaamheid Mike Ummels het aanspreekpunt. Voor alle inhoudelijke issues die in elk project kunnen spelen voor de interne organisatie van de gemeente, borgt de adviseur duurzaamheid dat vragen bij de juiste persoon komen. Bovendien zorgt hij
voor de juiste verankering van de actieplannen in de Omgevingsvisie en Wijkuitvoeringsplannen. Verder zorgt de adviseur duurzaamheid ervoor dat van de overige betrokken partijen, (de woningcorporatie, de netbeheerder, de omgevingsdienst, enz), de juiste personen op het juiste moment betrokken raken. Deze structuur zorgt er voor dat van de buurtteams het initiatief wordt gevraagd en zij op eigen tempo en eigen
manier intern het project vorm kunnen geven. Daarnaast hebben zij allemaal op een overzichtelijke manier toegang tot ondersteuning van gemeente en andere partijen. Ook slaagt de gemeentelijke organisatie er dan in om haar deelnemende rol vorm te geven.
Interne organisatie gemeente
Gezien de omvang van de opgave en koppelkansen met andere sociale en klimaatopgaves, is een goede verankering in de gemeentelijke organisatie essentieel voor het slagen van de warmtetransitie. Hiertoe wordt een organisatiestructuur opgezet bestaande uit Programmasturing, Kernteam warmtetransitie en een
Klankbordgroep. Het Kernteam vormt een sleutelrol en bestaat uit vertegenwoordigers van verschillende afdelingen. In de volgende paragraaf ‘Planning en fasering’ worden op hoofdlijnen de taken van dit Kernteam omschreven en uitgezet in de tijd. Begin 2022 zal op basis hiervan een uitvoeringsagenda worden opgesteld. Dit is een compact document, waarin de projecten waar het team mee aan de slag gaat in meer detail worden
beschreven, evenals de rolverdeling binnen het team. De uitvoeringsagenda moet een praktisch handvat vormen en helpt om de scope te bewaken en voortgang te monitoren. Het is belangrijk om zowel de inhoud van de uitvoeringsagenda, als de samenstelling van het Kernteam één of twee keer per jaar te evalueren, zodat steeds zo goed mogelijk wordt aangesloten bij de fase waarin de
verschillende projecten zich bevinden.
54
Versie 1.0 De stuurgroep van het Kernteam bestaat uit de medewerkers duurzaamheid. De Klankbordgroep bestaat uit
vertegenwoordigers van de buurtteams en van belangrijke stakeholders. Zie figuur 6.1.
Gemeenteraad
Programmasturing
College B&W Wethouder duurzaamheid
Kernteam warmtetransitie
Stuurgroep
Klankbordgroep Buurtteams o.l.v. team captains
Advi s eur Duurzaamheid Bel eidsmedewerker Duurzaamheid
Openbare ruimte
Communicatie & participatie
Vergunningen
Tea mleider
Proces regisseur
Vergunningverlener
Medewerker groen
Medewerker communicatie
Stakeholders (o.a. woningcorporaties, Enexis, energie coöperatie)
Figuur 6.1: Organisatiestructuur van de gemeente, bestaande uit Programmasturing, Kernteam en Klankbordgroep
6.4 Planning en fasering In figuur 6.2 vindt u een opzet van de planning en fasering van de warmtetransitie tussen nu en 2050. Hierin worden drie fasen onderscheiden: Voorbereiden, Uitvoeren, en Versnellen en opschalen. Belangrijke
ijkmomenten zijn de vaststelling van deze TVW 1.0, een aanscherping hiervan in 2023 in de TVW 1.1 en de TVW 2.0 in 2026 met de visie tot 2035 – dus vijf jaar verder dan deze visie. De aanscherping in 2023 is geen wettelijke eis, maar is in Leudal een zinvolle tussenstap, omdat dan meer bekend zal zijn over de werkelijke
potentie van groen gas. Bovendien zullen dan de eerste actieplannen van buurtteams in uitvoering zijn en zal vanaf dat moment, naar verwachting, meer capaciteit binnen de gemeente vrij komen om met de warmtetransitie aan de slag te gaan. Het Kernteam, zoals beschreven in voorgaande paragraaf, zal begin 2022 worden opgezet en aanjager zijn van
een groot aantal verschillende projecten. Voor deze projecten kan gedurende 2022 de basis worden gelegd en vanaf 2023, wanneer naar verwachting meer financiering voor aanvullende capaciteit beschikbaar komt, kunnen deze projecten worden uitgevoerd.
55
Versie 1.0 Concreet zal de nadruk in de uitvoering de eerste 3 tot 4 jaar liggen op het na-isoleren van woningen.
Daarna zal het vervangen van bestaande HR-ketels door (hybride) warmtepompen in de versnelling komen. Een en ander is afhankelijk van landelijk beleid en subsidies die wel of niet worden verstrekt. Doel is om vanaf 2026 de fase van versnellen en opschalen in te gaan. De ambitie is om dan in alle kernen
een actief buurtteam te hebben. Met de reeds bestaande buurtteams is tegen die tijd de nodige ervaring in de uitvoering op gedaan. Bovendien is er dan meer concreet duidelijk over de potentie van geothermie en groen gas. Al die factoren samen zullen bijdragen om actie op een grotere schaal mogelijk te maken.
Voorbereiden
2021
Uitvoeren
2022
Versnellen en opschalen
2023
2026
TVW1.0
TVW1.1
TVW2.0
visie tot 2030
visie aanscherping
visie tot 2035
2030
2035
-20% aardgas
2050 NUL aardgas
Aantal buurtteams Fase I 4
8
12
14
16
Aantal buurtteams Fase II 6
10
Start werkzaamheden
12
14
16 Kernteam 2.0 en actieve betrokkenheid van hele gemeentelijke organisatie
Aa nvulling capaciteit
Activeren nieuwe buurtteams Opschalen uitvoeringsplannen / Collectieve inkoopacties
Start eerste actieplannen Opzet digitaal platform ‘Mijn Buurtje’ Vormen kernteam Warmtetransitie & vaststellen uitvoeringsagenda
Wijkuitvoeringsplannen
Uitvoering en integratie met Programma’s en Omgevingsplannen onder Omgevingswet
Ontwikkelen aanpak doelgroepen
Uitvoeren doelgroepen aanpak
Opschalen doelgroepen aanpak
Voortzetten bewustwordingscampagnes
Opzetten vast energieloket
Alle inwoners bewust van warmtetransitie
Energieloket beschikbaar
Coördinatie GO haalbaarheidsonderzoek groenNO-GO gas
Groengas beschikbaar maken voor gebouwde omgeving
Legenda Gebiedsgericht
Doelgroepgericht
Gemeente-breed
Figuur 6.2: Planning en fasering
56
Verdieping technische potentie
Versie 1.0 6.5 Middelen en capaciteit 2022
Om volgend jaar verder te kunnen met de warmtetransitie is minimaal € 50.000 nodig. Dit wordt o.a. ingezet om een digitaal platform voor de buurtteams op te zetten, genaamd ‘mijn buurtje’. Dit project loopt al en de verwachte lancering is begin 2022. Hierdoor kan de buurt eigen bewoners bereiken en ontstaat er overzicht
over de projecten. Ook de begeleiding van de buurtteams door Buurkracht loopt in 2022 door. Daarnaast zijn er kosten voor interne verankering; de aanvullende werkzaamheden bij afdelingen als vergunningen, grondzaken, juridische ondersteuning. Ook is mogelijk externe inhuur op buurtondersteuning of inhoudelijk op de energietransitie nodig. Tot slot is er budget nodig om de projecten op te starten, die zijn
genoemd in paragraaf 6.1.
2023-2030 Voor het budget op langere termijn moet het uitvoeringsprogramma in meer detail worden uitgewerkt en
moet er meer duidelijkheid komen over de rijksbijdrage. De Vereniging Nederlandse gemeenten (VNG) en de Rijksoverheid hebben afgesproken dat gemeenten extra budget krijgen voor de uitvoering van het Klimaatakkoord. Om duidelijkheid te krijgen over de hoogte van de totale kosten heeft de Raad voor het
Openbaar Bestuur (ROB) in 2020 een onderzoek verricht naar de uitvoeringslasten van het Klimaatakkoord bij decentrale overheden voor de periode 2022-2030. In het onderzoek wordt gekeken naar de hoogte van de uitvoeringslasten, de verdeling van het budget tussen gemeenten en de organisatie van de uitvoering. De
uitvoeringslasten van het Klimaatakkoord voor gemeenten zijn door Andersson Elffers Felix (AEF) in opdracht van de ROB geraamd op € 450 miljoen in 2022, € 540 miljoen in 2023 en € 599 miljoen in 2024. Voor een gemeente ter grootte van Leudal en alleen het onderdeel warmte, schat AEF dat er jaarlijks zo’n 6 tot 9 ton nodig zal zijn. In fte’s komt AEF tot de conclusie dat op termijn 7 tot 11 voltijdsbanen nodig zijn in Leudal voor
de gebouwde omgeving. Op Prinsjesdag is aangekondigd dat hiervoor miljoenen gereserveerd zijn, maar het is nog niet duidelijk hoe en wanneer die over de gemeenten verdeeld worden. Dat maakt het lastig om nu al voor de lange termijn vast te
leggen welke budgetten en capaciteit gereserveerd worden.
57
Versie 1.0
Bronnen
Versie 1.0
Bronnen 1
Programma Aardgasvrije Wijken – Juridische open tafel sessie 13 juli 2021
2
Atlas Limburg https://portal.prvlimburg.nl/viewer/app/default
3
Kerncijfers wijken en buurten, CBS, 2020 https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2020/29/kern cijfers-wijken-en-buurten-2020
4
Klimaatmonitor, 2019 https://klimaatmonitor.databank.nl/dashboard/dashboard/energiegebruik/
5
Vattenfall onderzoek: Nederland aardgasvrij, Vattenfal https://www.vattenfall.nl/duurzame-energie/geef-gas-op-groen/aa rdgasvrij/
6
Strategiefactsheets, ECW https://expertisecentrumwarmte.nl/th emas/de+leid raad/strategiefa ctsh eets/default.aspx
7
Productie groene stroom met 40 procent gestegen, CBS, 2021 https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2021/08/productie-g roene-stroom-met-40-procen t-gestegen
8
Elektriciteit in Nederland, CBS, 2015 https://www.cbs.nl/-/media/imported/documents/2015/05/2015-elektriciteit-in-nederland.pdf
9
Fasering Zevenellen JC, 2021 20210123 Fasering Zevenellen JC.pdf
10
“Wijkuitvoeringsplan in samenwerking met de netbeheerder”, Netbeheer Nederland https://www.netbeheernederland.nl/wijkuitvoeringsplan#:~:text=In %20samen werking%20met%20de%20netbeheerde
r.&text=Nederland%20 werkt%20aan%20de%20en ergietransitie.&tex t=Alle%20gemeenten %20in%20Nederland%20stellen,maken%2 0van%20de%20gebouwde%20omgeving
11
‘Adiabatic Flame Temperatures’, The Engineering ToolBox https://www.engineeringtoolbox.com/adiabatic-fla me-temperatu re-d_996.h tml
12
Dashboard Eindgebruikerskosten, ECW, 2021 https://www.expertisecentrumwarmte.nl/eindgebruikerskosten/default.aspx
59
Versie 1.0
Bijlagen
Versie 1.0
Bijlagen Bijlage I: Warmtestrategieën ECW
59
Bijlage II: Overzicht variabelen in Transitietool Aardgasvrij
68
Bijlage III: Warmtebronnen
69
Bijlage IV: Hoge resolutie potentiekaarten (los bestand)
71
Bijlage V: Ballenbak – mogelijke projecten om de warmtetransitie vorm te geven
72
61
Versie 1.0 Bijlage I: Warmtestrategieën ECW6 Strategie 1: individuele elektrische warmtepomp Wat is het?
De individuele elektrische warmtepomp verwarmt een pand door warmte uit de bodem, ventilatieretourlucht of de buitenlucht te halen. Door slimme technieken kan uit lucht of water van bijvoorbeeld maar 10 graden toch genoeg
warmte gehaald worden om te douchen en je huis te verwarmen. Omdat een warmtepomp niet veel warm water ineens kan maken, is een opslagvat (boiler) nodig. Een
warmtepomp
verbruikt
elektriciteit.
Met
één
kWh
elektriciteit kan een warmtepomp 2 tot 5 kWh warmte maken. Het gasnet is niet langer nodig voor panden die van Bron: Handreiking voor lokale analyse [2020-09-03], ECW
deze oplossing gebruik gaan maken.
Voor welke panden is het geschikt? Een elektrische warmtepomp maakt water op een relatief lage temperatuur (ongeveer 30 tot maximaal 55 °C). Bij een traditionele cv-ketel wordt het water in de radiatoren tot 90 °C. Een pand moet daarom heel goed geïsoleerd zijn om het voldoende te kunnen verwarmen en moet voorzien worden van speciale radiatoren of
van vloerverwarming. De isolatie maakt dat deze oplossing bij bestaande woningen vaak duurder is dan alternatieven. Daarom is een warmtepomp vooral geschikt voor nieuwere woningen en oudere woningen die al heel goed geïsoleerd zijn. Omdat met deze technologie warmte uit omgevingslucht en bodem gehaald wordt, kan deze strategie
nagenoeg overal toegepast worden, ook daar waar geen warmtebronnen beschikbaar zijn. Dit betekent wel dat het elektriciteitsnet zwaarder belast wordt. Als veel woningen een individuele elektrische warmtepomp krijgen, is verzwaring noodzakelijk. Dit is één van de redenen dat de transitievisie met netbeheerder Enexis
wordt afgestemd.
62
Versie 1.0 Een bijkomend voordeel van de individuele elektrische warmtepomp is dat veel modellen ook kunnen
voorzien in de toenemende koudevraag ten gevolge van steeds warmere zomers.
Wat betekent dit voor de gemeente? De individuele elektrische warmtepomp is een individuele oplossing, huishoudens kunnen onafhankelijk van elkaar een
warmtepomp nemen. Centrale regie is alleen noodzakelijk als de warmtepompen gebruik
maken
van
bodembronnen.
Meerdere bodembronnen dicht bij elkaar kunnen elkaar ongewenst opwarmen of afkoelen.
Daarom
moeten
afspraken
gemaakt worden als meerdere bronnen bij elkaar in de buurt komen. Warmtepompen
zijn
duurder
en
ingewikkelder dan cv-ketels. Veel mensen
hebben moeite overzicht te krijgen van alle verschillende
bronnen
en
technieken.
Onafhankelijke informatie en praktische
hulp bij de keuze kan de drempel verlagen om een warmtepomp aan te schaffen.
63
Versie 1.0 Strategie 2/3: warmtenet met HT-, MT- of LT-bron Wat is het? Een warmtenet levert collectief warmte aan meerdere
panden. Het is ook wel bekend als stadsverwarming. Afhankelijk van de temperatuur van de bron van het warmtenet zijn er hoge-, lage- of middentemperatuur
warmtenetten. Hoe hoger de aanvoertemperatuur is, hoe kleiner de kans dat er aanpassingen nodig zijn aan de radiatoren
en
isolatie
in
een
woning.
Bij
aanvoertemperaturen lager dan zo’n 60 graden is aanvullend een installatie nodig om het risico op legionella in warm
Bron: Handreiking voor lokale analyse [2020-09-03], ECW
water te beheersen. Dit kan bijvoorbeeld een kleine
‘boosterwarmtepomp’ zijn, die het water extra verwarmt.
De bron bepaalt de temperatuur. Restwarmte van een elektriciteitscentrale is bijvoorbeeld van hoge
temperatuur, terwijl met aquathermie meestal geen temperaturen van meer dan 50 graden gemaakt kunnen worden. Voor welke panden is het geschikt? Het gasnet wordt bij deze oplossing vervangen door een warmtenet waar warm water doorheen wordt gepompt. Deze leidingen vormen de grootste kostenpost bij deze strategie. Perfect voor deze oplossing lenen zich dus panden die dicht bij elkaar staan (bijvoorbeeld in het centrum van een stad of wijken met hoogbouw). Voor matig geïsoleerde panden is een hoge temperatuurbron nodig, voor nieuwe panden volstaat een lagere temperatuurbron. Daarnaast is deze oplossing eenvoudiger te realiseren als er minder verschillende eigenaren
zijn, bijvoorbeeld omdat in de wijk veel bezit is van een woningcorporatie.
64
Versie 1.0 Bij een warmtenet is niet of nauwelijks een investering nodig in de gebouwen zelf en hoeven de bewoners ook
weinig zelf te regelen: ze worden volledig ontzorgd. Een nadeel voor de bewoners is dat er weinig keuzevrijheid is. Deze oplossing is alleen rendabel als een grote groep woningen min of meer tegelijk op het net aansluit, er is daardoor minder mogelijkheid op een natuurlijk moment (cv-ketel gaat kapot, verhuizing) te
wachten.
Wat betekent dit voor de gemeente? De gemeente heeft een grote rol bij het aanleggen van een
warmtenet. Een grote groep gebouwen moet gelijktijdig gemobiliseerd worden. Dit betekent dat centrale sturing onmisbaar is. Daarnaast is de gemeente onder de nieuwe
Wet Collectieve warmte (Warmtewet 2.0 in de volksmond) de enige aangewezen partij om een warmtekavel formeel toe te wijzen aan een exploitant. Dit gaat middels een
aanbesteding. Transparantie over de maatschappelijke kosten en organisatie zijn cruciaal om een warmtenet te laten slagen.
65
Versie 1.0 Strategie 4/5: hernieuwbare gassen
Wat is het? De minst ingrijpende oplossing voor bewoners is om groengas (S4) of waterstof (S5) in het bestaande gasnetwerk in te voeden. Net als bij aardgas zorgt een cv-ketel voor
verwarming en warm water. Voordeel is dat panden niet extra geïsoleerd hoeven te worden om met hernieuwbare gassen verwarmd te worden. Vanuit oogpunt van comfort en
woonlasten kan het uiteraard wel wenselijk zijn te isoleren, maar technische noodzaak is er niet. Ook aanpassingen aan de installatie zijn niet nodig (groengas) of zijn beperkt
(Waterstof). Bron: Handreiking voor lokale analyse [2020-09-03], ECW
Voor welke panden is het geschikt? Deze strategie is voor vrijwel alle panden geschikt, vanwege de beperkte benodigde aanpassingen. Toch is dit
geen voor de hand liggende strategie voor 2030, simpelweg doordat zowel groengas als waterstof nog niet of nauwelijks beschikbaar zijn. In gemeente Leudal zijn er mogelijk wél kansen voor de toepassing van groengas, maar dan in een hybride strategie (zie volgende paragraaf).
Wat is hernieuwbaar gas? (groengas en waterstof) Groengas is een energiedrager die gemaakt wordt door organisch restafval te verwerken tot gas. Deze brandstof haalt hoge temperaturen bij verbranding (1.960 °C11 ) en is dus ook erg geschikt voor industriële processen. Bovendien kan het gas
eenvoudig worden bijgemengd in het bestaande aardgasnetwerk. Waterstof is ook een mogelijke energiedrager voor de toekomst en wordt opgewekt middels een proces genaamd elektrolyse. Bij voorkeur wordt dit proces uitgevoerd met duurzame elektriciteit, maar vooralsnog wordt dit grotendeels gedaan met fossiele
energie. De efficientie van de omzetting is slechts zo’n 50%. Grootschalige, duurzame productie van waterstof staat nog in de kinderschoenen. Doordat de dichtheid van waterstof een stuk lager is dan van aardgas, is het bestaande netwerk lang niet overal
geschikt. Wel kan waterstof net als groengas worden bijgemengd bij het aardgas. Hoe en of waterstof geschikt is te maken voor de gebouwde omgeving, zal in de komende jaren blijken.
66
Versie 1.0 Hybride strategieën Wat is het? Bij een hybride oplossing worden meerdere warmtebronnen gecombineerd. In de praktijk betekent dit
meestal een combinatie van een warmtepomp en een cv-ketel. Een kleine warmtepomp zorgt het grootste deel van het jaar voor verwarming. De cv-ketel levert extra vermogen bij een piek in de warmtevraag. Het voor warm tapwater komt volledig van de cv-ketel. Deze combinatie is (veel) goedkoper dan een volledig
elektrische warmtepomp. Bovendien is de oplossing ook toepasbaar in woningen met wat minder goede isolatie. De warmtevoorziening is dan nog niet geheel duurzaam, maar het grootste gedeelte van de tijd wel. Een hybride warmtepomp kan zo’n 50% van het aardgasgebruik reduceren. Daar komt wel elektriciteit voor in
de plaats, de CO2 reductie is daarom ongeveer 20%. Voor welke panden is het geschikt? Dankzij de back-up van de ketel, kan met een hybride installatie vrijwel iedere woning verwarmd worden. De oplossing is het meest rendabel bij panden met redelijke isolatie. Volledig ongeïsoleerde woningen hebben te vaak ondersteuning van de ketel nodig. Omdat er nog aardgas verbruikt wordt, is op termijn nog een laatste stap nodig naar aardgasvrij. Na 2030 kan
het aardgas mogelijk vervangen worden door hernieuwbaar gas, zoals groengas of waterstof. Een andere optie is om op termijn over te stappen op een volledig elektrische warmtepomp. Dat wordt mogelijk doordat extra isolatie is toegevoegd of omdat warmtepompen in de toekomst waarschijnlijk hogere temperaturen kunnen
maken.
67
Versie 1.0 Door de tussenstap van een hybride oplossing kunnen de benodigde kosten en inspanningen over een langere
tijd gespreid worden, waardoor de transitie beter beheersbaar wordt en natuurlijke momenten aangegrepen kunnen worden om geleidelijk over te gaan op een duurzame warmteoplossing. Voorbeelden zijn overgaan op elektrisch koken als de gaskookplaat aan vervanging toe is, vloerverwarming aanleggen bij renovatie van de
vloer en dakisolatie aanbrengen als het dak gerenoveerd wordt. Ook zullen de kosten voor technologieën als warmtepompen en LT (lage temperatuur)-afgiftesystemen naar verwachting verder afnemen in de tijd. Tot slot levert een hybride warmtepomp al op korte termijn voordeel, omdat de investering meestal snel kan worden
terugverdiend met een lagere energierekening. Wat betekent dit voor de gemeente? Het gasnet blijft in stand. Net als een individuele elektrische warmtepomp, is dit een oplossing die iedere woningeigenaar zelf kan aanschaffen. De gemeente kan ervoor kiezen deze oplossing aan te moedigen.
68
Versie 1.0 Isoleren
In alle gevallen is het verstandig om gebouwen tot een
Ook bij hybride verwarming is isolatie
minimaal niveau te isoleren. Isolatie leidt tot hoger
noodzakelijk. Bij een slecht geïsoleerde
wooncomfort en een lagere energierekening. Bij elke
woning is ondersteuning van de cv-ketel te
warmtestrategie is isolatie daarom een zinvolle stap. Bij
vaak nodig om de warmtepomp nog goed
sommige strategieën is een minimale hoeveelheid isolatie ook echt noodzakelijk om technisch haalbaar te worden.
zijn werk te kunnen laten doen.
Meer
oplossingen, is de extra isolatie voor
specifiek
is
de
watertemperatuur
van
de
Anders
dan
bij
lage
temperatuur
warmteoplossing belangrijk. Een cv-ketel maakt water van
midden-temperatuur
75-90 °C. Een warmtepomp of lage temperatuur warmtenet
oplossingen vaak ook financieel rendabel
maakt water van maximaal zo’n 50 °C. Om de woning dan
om toe te voegen. De exacte isolatiegraad
nog comfortabel warm te houden is veel isolatie nodig. ECW
en het label zijn afhankelijk van de exacte
stelt label B als minimum, in de praktijk worden vaak nog
temperatuur
hogere eisen geadviseerd. Deze mate van isolatie kan in een
Midden
bestaande
warmtenetten (S2).
woning
niet altijd worden terugverdiend.
Daarnaast zijn speciale grote radiatoren of vloerverwarming nodig. Bij strategie S1 (individuele elektrische warmtepomp) en S3 (Lage temperatuur warmtenet) is dus altijd
hoogwaardige isolatie nodig als voorwaarde om te kunnen functioneren.
isolatie en het plaatsen van grotere radiatoren noodzakelijk.
De hoeveelheid warmte die een radiator kan afgeven halveert, als de watertemperatuur daalt van 90 naar 70 °C.
69
het
temperatuur
hybride
afgiftesysteem. komt
voor
bij
Bij hoge temperatuur warmtenetten (S2), bij groen gas (S4) en waterstof (S5), is een hoge
aanvoertemperatuur
over
het
algemeen mogelijk en is de isolatie dus vooral
Ook bij de midden-temperatuur (50 tot 70 graden) is extra
en
en
nodig
voor
woonlastenbeperking.
comfort
en
Versie 1.0 Welk energielabel is nodig? Energielabels zijn een maat voor de energiezuinigheid van een gebouw. Een gebouw met goede isolatie, een zuinige ketel of zonnepanelen heeft een goed label. Rondom de warmtetransitie worden energielabels vaak gebruikt als maat voor de
hoeveelheid isolatie. Daar is het energielabel echter oorspronkelijk niet voor bedoeld. Een ongeïsoleerd huis met heel veel zonnepanelen kan hetzelfde label halen als een heel goed geïsoleerd huis met een oude geiser en gaskachel. Gebruik
energielabels daarom alleen als grove indicatie van de energiezuinigheid, en niet als meetinstrument voor de isolatie van een individuele woning.
De isolatiestandaard Op 18 maart jongstleden heeft minister Kajsa Ollongren de
Tweede
Kamer
geïnformeerd
over
een
nieuwe
‘Isolatiestandaard’ voor bestaande woningen. Hierin zou voor alle woningen een minimaal isolatieniveau worden
opgelegd, dat afhankelijk is van het bouwjaar van de woning. Dit minimale niveau is hoger dan wat nodig is voor strategieën met hoge of midden-temperatuur. Het is nog niet helemaal bekend of en in welke vorm de
isolatiestandaard zal worden verplicht. Wel is al duidelijk dat voor de derde ronde van de proeftuinen aardgasvrije wijken vereist wordt dat woningen aan de standaard voldoen. De
verwachting is dat er steeds meer situaties komen waarin isolatie van bestaande woningen door de landelijke overheid geëist wordt.
70
Versie 1.0 Bijlage II: Overzicht variabelen in Transitietool Aardgasvrij Tabel II.1: Variabelen in de potentieanalyse.
Het bouwjaar van het pand is grotendeels bepalend voor de kostprijs om een Bouwjaar bepaalde mate van isolatie te kunnen realiseren en de geschiktheid voor specifieke warmtetechnieken. Hoe beter een pand is geïsoleerd, des te kleiner de warmtevraag en des te Energielabel groter de geschiktheid voor een LT-oplossing. Energielabel is hiervoor niet de ideale maat, maar is de enige maat die van alle woningen geschikt is. Warmtevraag De warmtevraag heeft invloed op de geschiktheid voor HT- of LT-oplossingen.
De ECW heeft op wijkniveau een inschatting gemaakt van de nationale kosten van iedere oplossing. Dit is een optelsom van de maatschappelijke kosten en Nationale kosten kosten voor de eindgebruiker. Dit geeft een indicatie van de betaalbaarheid in een specifieke wijk. Dichtheid
De adressendichtheid en de warmtedichtheid bepalen of een collectieve oplossing mogelijk is in een gegeven wijk of buurt.
Type eigenaar
Een collectieve oplossing is haalbaarder in wijken met enkele eigenaars (bijvoorbeeld woningcorporaties) dan in wijken met veel pandeigenaars
Sommige strategieën vergen een grote investering van de woningeigenaar, Investerings- andere oplossing vergen investeringen van andere partijen, bijvoorbeeld in mogelijkheid infrastructuur. Met deze parameter wordt meegewogen of inwoners in staat zijn zelf een grote investering op te brengen.
71
Versie 1.0 Bijlage III: Warmtebronnen Welke energie- en warmtebronnen zijn er? In plaats van aardgas komen meerdere nieuwe energiebronnen en -dragers. In dit hoofdstuk wordt bekeken
hoeveel energie er lokaal beschikbaar is en hoe dit zich verhoudt tot de totale warmtevraag. De getallen in dit hoofdstuk zijn gebaseerd op de studie van BDH in najaar 2020. Dit rapport is als bijlage bijgevoegd. De hoeveelheid warmte wordt uitgedrukt in terajoule, TJ. Eén terajoule staat ongeveer gelijk aan het jaarlijkse
gasverbruik van 26 huishoudens. Per strategie wordt besproken welke energiebronnen beschikbaar zijn. Bronnen voor S1 (Individuele elektrische warmtepomp) Elektriciteit – Een warmtepomp gebruikt elektriciteit en een bron waar warmte uit gewonnen wordt. Elektriciteit wordt niet alleen voor verwarmen gebruikt, maar ook voor transport, industrie en
huishoudelijke apparaten. Het kan makkelijk over grotere afstanden worden getransporteerd. In plaats van op gemeenteniveau en alleen voor de gebouwde omgeving te kijken of er voldoende duurzame elektriciteit is, wordt in de RES gekeken naar de totale elektriciteitsvraag in de regio. Bodem en buitenlucht – De meeste individuele warmtepompen halen hun energie uit de lucht of uit de bodem. Aangezien deze bronnen (vrijwel) onuitputtelijk zijn, is niet in een getal uitgedrukt of er
genoeg energie uit lucht en bodem beschikbaar zijn. Ventilatieretourlucht – Ventilatieretourlucht is lucht die uit de woning wordt afgezogen. Deze lucht is relatief warm, wat leidt tot een hoger rendement van de warmtepomp. Ventilatieretourlucht is echter
nooit voldoende om de hele warmtevraag van een woning te voorzien. Deze bron wordt daarom gecombineerd met buitenlucht of gebruikt in een hybrideopstelling met een gasgestookte installatie. Voor strategie 1 zijn dus altijd voldoende bronnen aanwezig, al is wel meer verzwaring van het elektriciteitsnet
nodig, dan bij andere strategieën.
72
Versie 1.0 Bronnen voor S2 en S3 (Warmtenetten)
Hieronder worden de mogelijke bronnen voor een warmtenet genoemd in volgorde van oplopende temperatuur. Restwarmte met een temperatuur vanaf ongeveer 30 graden kan direct gebruikt worden in een lage temperatuur warmtenet. Bronnen met een lagere temperatuur kunnen gebruikt worden als een
warmtepomp wordt ingezet om de temperatuur te verhogen. Door warmte tijdelijk in een buffer op te slaan, kan het rendement van een warmtenet verhoogd worden. Aquathermie is een verzamelnaam voor diverse technieken om warmte te winnen uit water. De temperatuur van dit water is te laag om direct gebouwen mee te verwarmen, daarom is hierbij een warmtepomp nodig.
TEO (thermische energie uit oppervlaktewater) en TEA (thermische energie uit afvalwater) zijn de bekendste. De belangrijkste bron voor aquathermie is de Maas. Hierbij is naast de hoeveelheid beschikbare energie ook de afstand tot bebouwing van belang, omdat de infrastructuur duur is om aan te leggen. Mogelijke toepassing
hiervan wordt in de RES-regio Noord en Midden Limburg onderzocht. Geothermie – Geothermie is warmte die gewonnen wordt uit de bodem op meer dan 500 meter diepte. Op deze diepte is grondwater te vinden dat voldoende warm is om direct (zonder warmtepomp) een warmtenet te voeden. Afhankelijk van de lokale omstandigheden varieert de temperatuur tussen de 50 en meer dan 100
graden. De hele gemeente Leudal bevindt zich in een boringsvrije zone, waar niet dieper dan 500 meter geboord mag worden. Wel zijn er proefboringen geweest naar ondiepe geothermie. De resultaten hiervan zijn nog niet bekend.
73
Versie 1.0 Bijlage IV: Hoge resolutie potentiekaart, los bestand
74
Versie 1.0 Bijlage V: Ballenbak - mogelijke projecten om de warmtetransitie vorm te geven
75
Ballenbak Mogelijke (deel-)projecten en voor gemeentes om de warmtetransitie vorm te geven
DRIVEN BY VALUES
76
Bewust worden en inspireren Het aanzetten van mensen tot (duurzame) veranderingen doorloopt vier fasen: bewustzijn, motivatie, intentie en gedrag. Deze projecten dragen bij aan de eerste en tweede fase. Daarna zullen inwoners misschien niet altijd de volgende dag concreet aan de slag gaan, maar wel is een zaadje geplant voor een volgende fase, om uiteindelijk in actie te komen.
ENERGIEMONITORING
Inzicht in het eigen gebruik creëert bewustwording. Voor woningen bestaan er app’s, slimme thermostaten en losse energiemonitors. Rol gemeente: monitors verspreiden, bijvoorbeeld als prijs of aan specifieke doelgroep Voorbeeldproject Amsterdam – gratis monitor
INFRAROODBEELDEN
Een plaatje zegt meer dan 1000 woorden. Door in de winter met een infraroodcamera beelden te maken in de wijk, wordt inzichtelijk waar de warmte vooral verloren gaat. Voorbeeldprojecten Venray, Nijmegen en Amsterdam
DUURZAAMHEIDSKRANT
Een krant (of bijlage bij het lokale huis-aanhuis blad) met informatie over initiatieven in de gemeente, waar heen te gaan voor advies, voordelen van verduurzamen etc. DRIVEN BY VALUES
ONLINE-, TV-, RADIORECLAME, FOLDERS, POSTERS
Meestal als onderdeel van een breder pakket aan maatregelen. Ook energiezuinig gedrag kan een doel zijn van een reclame actie. Met tv en radio worden uiteraard lokale zenders bedoeld. Recent onderzoek naar aanleiding van een landelijke campagne leidt tot de aanbeveling om extra nadruk te leggen op de campagneboodschap dat er landelijk subsidies beschikbaar zijn en daarbij te linken naar de websitepagina’s die deze onderwerpen belichten.
AMBASSADEURS
Lokale voorbeelden helpen om mensen vertrouwen te geven en te inspireren dat verduurzamen ook voor hun haalbaar is. Ambassadeurs kunnen worden ingezet bij diverse soorten evenementen, campagnes en kunnen hun eigen netwerk benaderen. Vaak zetten ambassadeurs zich breder in voor verduurzaming dan alleen isoleren. Deze aanpak leent zich dan ook vooral voor gemeentes die verduurzaming integraal willen benaderen. Voorbeeldproject
Katwijk 77
Bewust worden en inspireren
VOORBEELDWONING
SPEL
Vaak in samenwerking met woningcorporaties, vaak gecombineerd met wijkaanpak. De woning heeft dan dubbelfunctie en is ook tijdelijk kantoor voor het projectteam. Een reeds gerenoveerde woning toont inwoners hoe isolatiemaatregelen en installaties er in de praktijk uitzien. Helpt om de verduurzaming minder ver-van-mijn-bed-show te maken
De mens is niet alleen visueel, maar ook interactief ingesteld. Spelelementen in de warmtetransitie zijn dan ook een uitgelezen kans om bewustwording te creëren en mensen aan de slag te krijgen. En welk spel sluit nu beter aan dan het TVWbewustwordingsspel? Zo neem je inwoners mee in de opgave en creëer je een gedeeld verantwoordelijkheidsgevoel.
Voorbeeld
Voorbeeld
Limbrichterveld Noord Sittard
Het TVW-bewustwordingsspel
Huis van de Toekomst Stein
Climate Chase Game
GASTLESSEN
(ONLINE) ESCAPEROOM
Door gastlessen over duurzaamheid helpen om het bewustzijn te vergroten. Dit kan een olievlekwerking hebben: kinderen inspireren hun (groot-)ouders en anderen weer.
Escaperooms zijn tegenwoordig erg populair. Het is dan ook een uitgelezen kans om inwoners met warmte en duurzaamheid in aanraking te brengen middels een escaperoom. Unlock the Volt is bijvoorbeeld zo’n escaperoom die over energie en duurzaamheid gaat. Bovendien is het een online escaperoom, waardoor deze op elke locatie speelbaar is
Gastlessen voor iets oudere kinderen en jongvolwassenen kunnen daarnaast worden ingezet om mensen te inspireren een studie of baan in de richting van duurzaamheid te kiezen.
Voorbeeld Unlock the Volt
Zie ook: technici opleiden
DRIVEN BY VALUES
78
Bewust worden en inspireren Een specifieke categorie binnen ‘bewust worden en inspireren’ is het evenement. Hieronder staan enkele voorbeelden
LEZINGEN, WEBINARS
DUURZAME HUIZENROUTE
Informatiebijeenkosmten om inwoners bij te praten kunnen heel specifiek gaan over bijvoorbeeld het voornemen in hun wijk een warmtenet aan te leggen. Maar ook in een eerder stadium kan dit evenement al ingezet worden. Dan worden inwoners in het algemeen bijgepraat en gewezen op de mogelijkheden hun eigen huis te verduurzamen. Ook thema-bijeenkomsten over bijvoorbeeld isolatie, zonnepanelen, waterstof en aardgasvrij worden veel ingezet, bijvoorbeeld als serie
Tijdens de Duurzame Huizen Route krijgen mensen de mogelijkheid om huiseigenaren persoonlijk te ontmoeten. In heel Nederland stellen huiseigenaren hun duurzame huis open. In een ongedwongen sfeer is alle tijd om de duurzame maatregelen te bekijken en de huiseigenaren vragen te stellen. Meer informatie Duurzame huizenroute